WELKOM BIJ SKBN

De Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (SKBN) is al 13 jaar het landelijk netwerk van publieke, semipublieke en private partners die zich bezighouden met ruimte voor werken. Onze stichting streeft naar een optimale regionale economie, waarbij voldoende en duurzame ruimte voor werken onontbeerlijk is.

Dit willen we bereiken door op een onafhankelijke manier kennis te delen, te bundelen en te ontwikkelen. Binnen én buiten ons netwerk. Er worden jaarlijks tientallen ontmoetingen georganiseerd met relevante kennisdeling en we leveren – gevraagd en ongevraagd – beleidsinput op basis van onze kennis en ervaring. We zijn daarmee het centrale, onafhankelijke verzamelpunt voor alle ontwikkelingen rondom fysieke werklocaties.

LEES HIER ONZE PROPOSITIE
Event
BT Event: ‘Sturende bedrijventerreinen, ruimte maken voor transities’
BT Event: ‘Sturende bedrijventerreinen, ruimte maken voor transities’

‘Sturende bedrijventerreinen – ruimte maken voor transities’ is hét thema van het 19e BT Event op donderdag 14 november in De Fabrique in Utrecht. Want naast een faciliterende rol door het accommoderen van ruimtevragen, hebben de 3800 bedrijventerreinen in Nederland als vitale infrastructuur per definitie een sturende impact op de wereld van morgen. Door te kiezen welke ruimtevragen je wel of niet accommodeert, welke activiteiten je wáár accommodeert, welke circulaire stromen je mogelijk maakt, hoe je ruimte biedt aan opwek en opslag van energie en hoe je een vruchtbare bodem legt voor innovatieclusters, kun je transities helpen versnellen. De ruimte en activiteiten op bedrijventerreinen hebben daarin een cruciale rol.  Het borgen van ruimte voor stadsverzorgende (circulaire) bedrijvigheid en praktische banen in de nabijheid van bevolkingsconcentraties, is een nadrukkelijk doel van gemeenten die bij gronduitgifte steeds vaker op maatschappelijke waardecreatie sturen.  Waar ruimte en grond al zijn vergeven, willen overheden – zo goed en kwaad als het gaat – regie terugpakken op bedrijventerreinen. Creatief omgaan met bestaande/beschikbare ruimte door beter benutten, intensiveren, stapelen en mixen vergroot zowel de maatschappelijke als economische output. Op nationaal niveau ontstaat – gevoed vanuit meervoudige schaarste – een nieuw paradigma van ‘keuzes maken’. Selectieve groei en het mogelijk afschalen van economische sectoren die veel ruimte vragen, maar een beperkte economische en maatschappelijke waarde genereren, zijn geen taboes meer. Tegelijk dringt het besef door dat bepaalde sectoren door digitale en circulaire transities juist méér ruimte nodig hebben. Denk daarbij aan grootschalige (data)logistiek, en de opslag/verwerking van reststromen. Deze relatief nieuwe ruimtevragers moeten zo goed mogelijk worden ingepast. Zowel fysiek-ruimtelijk, als binnen een duurzaam economisch-ruimtelijk systeem. Op het BT Event in Utrecht gaan we, samen met onze partners Provincie Utrecht, Gemeente Utrecht, Gemeente Amersfoort en de NV OMU, aan de slag met de sturende rol die bedrijventerreinen kunnen oppakken. Met een duidelijke focus op processen, praktische oplossingen, financierbaarheid en uitvoerbaarheid. HOUD DE CONGRESSITE IN DE GATEN VOOR MEER INFO.  

14-11-2024
Nieuws
Onderzoek locatiekenmerken Circulaire Bedrijvigheid
Onderzoek locatiekenmerken Circulaire Bedrijvigheid

SKBN is nauw betrokken bij een onderzoek naar de kansen en knelpunten die op bedrijventerreinen worden ervaren in de ontwikkeling naar een circulaire economie. Dit onderzoek is geïnitieerd vanuit het ministerie BZK, in samenwerking met EZK en IenW. In het onderzoek staat de ruimtelijke impact centraal. Het gaat daarbij om zowel harde als zachte locatiekenmerken die bij een circulaire economie van toepassing zijn. Om input te verzamelen voor het onderzoek is onderstaande enquête opgesteld, speciaal gericht op: bedrijven met circulaire activiteiten parkmanagers accountmanagers bij gemeenten    beleidsmedewerkers Circulaire Economie bij gemeenten Graag vragen wij minder dan 10 minuten van uw tijd voor deze vragenlijst, om beter inzicht te krijgen in wat circulaire bedrijven precies nodig hebben op hun locatie om zich te ontwikkelen, en welke knelpunten zij ervaren. We benaderen u omdat uw bedrijf, of bedrijven binnen uw invloedssfeer, circulaire activiteiten uitvoeren. Klik om de online enquête te starten. Waar gaat het onderzoek over? Nederland heeft nationale en Europese doelstellingen om tot 2050 circulair te worden. Dit kan door vermindering van grondstoffengebruik, vervanging door alternatieve grondstoffen, verlenging van levensduur van producten en hoogwaardige verwerking van materialen. Bedrijven spelen hierbij vanzelfsprekend een zeer belangrijke rol. Om bedrijventerreinen in Nederland zo goed mogelijk in te richten voor het stimuleren van circulaire activiteiten, is meer kennis nodig over wat bedrijven daarvoor nodig hebben. Welke locatiekenmerken zijn voor hen het belangrijkst? Wie doet het onderzoek? Het onderzoek wordt onafhankelijk uitgevoerd door het Erasmus Centre for Urban, Port & Transport Economics, samen met Rienstra beleidsonderzoek. Het onderzoek wordt gefinancierd door de Rijksoverheid (Ministerie van Binnenlandse Zaken i.s.m. Economische Zaken & Klimaat, en Infrastructuur & Waterstaat). Wat kunt u verwachten? De online enquête bestaat uit meerkeuze en open vragen en kan worden ingevuld tot en met 31 augustus 2024. Alle informatie die u invult wordt anoniem verwerkt. De uitkomsten van de studie zijn openbaar toegankelijk vanaf oktober 2024. Meer informatie over privacy e.d. vindt u in de bijlage in de online enquête. Heeft u een vraag, stel deze dan aan de projectleider: Dr. Merten Nefs (Erasmus UPT), [email protected]

10-07-2024
Nieuws
Belastingvoordeel voor klimaatbestendige maatregelen op bedrijfsterreinen
Belastingvoordeel voor klimaatbestendige maatregelen op bedrijfsterreinen

Al eens nagedacht over het vergroenen van uw bedrijfsterrein? De Milieu-investeringsaftrek en Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (MIA\Vamil) bieden volop mogelijkheden om fiscaal voordelig te investeren in het klimaatbestendig maken van uw bedrijfsterrein en bedrijfspand. Denk aan het vervangen van tegels door groen, het aanleggen van een groendak of groene gevel, of het vasthouden en benutten van regenwater. Het belastingvoordeel kan met de MIA\Vamil oplopen tot ruim 14% van het investeringsbedrag. Klimaatbestendige maatregelen zorgen daarnaast voor minder risico op schade en overlast, een beter werkklimaat en een aantrekkelijkere werkomgeving met meer groen en biodiversiteit.  Milieulijst 2024 In aanmerking komen voor belastingvoordeel? De investeringen op de Milieulijst moeten aan bepaalde eisen voldoen. Raadpleeg hiervoor de beschrijving en doorloop de stappen voor het indienen van een aanvraag als uw investering hieraan voldoet. MIA\Vamil in de praktijk Inspiratie nodig? Lees dan wat voorbeelden van ondernemers die gebruik hebben gemaakt van de MIA\Vamil: In Hillegom zijn de watertoren en het bedrijventerrein klimaatbestendig gemaakt. Ook is aandacht besteed aan circulaire maatregelen, zoals het doorspoelen van toiletten met regenwater. De investeringen zijn gedaan met belastingvoordeel van de Milieu-investeringsaftrek (MIA) en Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil). "We proberen op allerlei fronten duurzaam te zijn", vertelt bedrijfsleider Hans Koppenol van AW Groep. Hoe precies? “Duurzame bouw maakt de wereld een stukje mooier”    "Het hoeft maar een bepaalde periode flink hard te regenen, of we hebben in Limburg problemen met wateroverlast", vertelt Janssen. Een manier om dat tegen te gaan, is door het water zoveel mogelijk vast te houden op hoger gelegen gebieden. Dat gebeurt op het bedrijventerrein Technoport Europe. Het regenwater wordt daar opgeslagen in grote buffers. "In het verleden werd het water afgevoerd naar de riolering en vervolgens naar de rioolwaterzuivering. Dat is zonde, want in principe is regenwater schoon." "Regenwater vasthouden verkleint kans op wateroverlast én verdroging" Meer weten over MIA\Vamil? Kijk op de website van RVO  

04-07-2024
Nieuws
Meerlaags bedrijfsvastgoed? Durf ambitie te tonen!
Meerlaags bedrijfsvastgoed? Durf ambitie te tonen!

Wil je de lucht in om meer economische functies kwijt te kunnen in hetzelfde gebied, dan zul je als gemeente de markt een beetje moeten helpen, of zelf het goede voorbeeld moeten geven.Uitzonderingen daargelaten, pakt de markt gestapelde bedrijfshuisvesting niet vanzelf op. Amsterdam is wat dat betreft nog lang geen Hong Kong. Tijdens het seminar ‘De kansen voor gestapelde bedrijfsruimte’, georganiseerd door PHB, Gemeente Amsterdam, SKBN en BT, stonden tegenover internationale voorbeelden concrete Nederlandse cases die laten zien onder welke condities stapelen ook in Nederland mogelijk is. Een van de voorbeelden die de nodige opwinding, of huiver, veroorzaakte was het gebouw ATL Logistics Centre van Goodman in Hong Kong. Een logistieke hal van minstens 10 lagen met een enorme ‘ramp’ waarover vrachtwagens naar boven kunnen rijden. Marije Groen, senior consultant bij Buck Consultants International liet het plaatje zien aan de hand van een case in Rotterdam, en constateert zelf dat de Nederlandse grondprijs van circa 350 euro per vierkante meter kavel niet dermate hoog is dat zo’n project hier financieel zou uitkunnen. Daarvoor zou de grondprijs van de kavel zo’n 450 euro per vierkante meter kavel moeten zijn. Stapelen is namelijk duur. En hoe hoger je stapelt, hoe meer kolommen je nodig hebt. Vervolgens blikten we met Paul van Dijk, adviseur bij Akro Consult, op de mogelijkheden die het grondinstrumentarium biedt om te sturen op stapelen, naast planologische regels. Dat leverde een aantal interessante inzichten op. Zo verwacht Van Dijk dat gestapelde bedrijfsruimte in Nederland voorlopig een nichemarkt zal blijven. En om de hoogte in te kunnen, zul je behalve passende én residuele grondprijzen, ook grote kavels van minstens een hectare met voldoende milieuruimte nodig hebben. Die zijn in stedelijke omgevingen, waar je juist die gestapelde bedrijfsruimte wil, niet altijd even makkelijk te vinden. Casus – The New Farm in Den Haag Zo leerde The New Farm – een gestapeld bedrijfsruimteconcept in een voormalige Philips-fabriek in hartje Den Haag – dat je gestapelde bedrijfsruime niet louter moet zien als efficiënte ruimteoplossing, maar dat het ook ‘boeiend’ mag en zelfs moet zijn om bedrijven over de streep te trekken zich in zo’n gebouw te vestigen. Een van de randvoorwaarden om stapelen succesvol uit te rollen over de stad, aldus Roderik Wuite, voormalige directeur van The New Farm. The New Farm zoekt dat onder meer in een grote verscheidenheid aan bedrijven die zich inmiddels op de zes vloeren gevestigd hebben. Dat was we een planologische uitdaging, waarbij verschillende bestemmingsplannen van postzegelniveau zijn opgesteld pér gebruikscategorie, aldus Corine Keus, die als architect aan de basis stond van de opmerkelijke transformatie van het complex en nog steeds betrokken is. The New Farm is met publieke middelen tot stand gekomen en Starterspanden BV exploiteert het project not for profit. Inmiddels kan het door de hoge bezettingsgraad volgens Wuite wel net uit. Casus – Makerstoren in Amsterdam De Makerstoren in Amsterdam is een particulier project van de ontwikkelende ondernemers Duncan Stutterheim en Ian Grey. In tegenstelling tot The New Farm geldt voor de Makerstoren, waarvan de bouw in april gestart is, een maximale milieucategorie van 3.1. Voor een bierbrouwerij (5.1) zoals The New Farm huisvest is in de Makerstoren geen plaats. Maar de ontwikkelaars stellen, mede vanuit de erfpachtvoorwaarden vanuit de gemeente Amsterdam, ten minste de eis dat er ‘iets fysieks wordt geproduceerd’. Maar uiteindelijk betaalt dat de hoge ontwikkelkosten niet en de Rabobank kon enkel over de streep worden getrokken door de ontwikkeling van 49 serviced apartments aan de kopse zijde van het gebouw. Een creatieve oplossing die valt of staat met de vraag naar deze long stay verblijven. Om die aantrekkelijker te maken zorgde architect Allard Meine Jansen ervoor dat die uitkijken op de stad en het recent aangelegd Rhônepark. De ‘makers’ moeten het doen met Westpoort. Na een panel met Jurriaan van den Eijkhof (ORAM), Martijn Overmulder (Gemeente Amsterdam), Klaas T. Bakker (Bedrijvencentrum Akerpoort) en Bert Hesselink (CTP) probeerden moderators Frank Voorbergen (PHB) en Jan Jager (vakblad BT) de lessen te destilleren uit een interessant uitwisseling van ervaringen en gedachten. Dat resulteerde in de volgende learnings: Zoek regelruimte op Meerdere gebruikers in een gebouw kan conflicten opleveren. In milieutechnisch opzicht kan dit opgelost worden, toont The New Farm, met op één verdieping zelfs twee milieucategorieën. Minimale bouwhoogte Een optie die voorbijkomt is het hanteren van een minimale bouwhoogte in een omgevingsplan. Volgens Paul van Dijk gaat ons ruimtelijk ordeningsbeleid vaak uit van maximale waarden, maar kan ook geëxperimenteerd worden met een ondergrens. Daag de markt uit! In het geval van uitgifte kan de gemeente bij planselectie specifieke eisen stellen ten aanzien van gestapeld bouwen. Denk bijvoorbeeld aan het uitzetten van een tender. Dat leidt tot creativiteit in de markt. Stimulerend uitgiftebeleid Als je als gemeente werk wilt maken van stapelen, dan kun je naast het inzetten van planregels, waar het nog mogelijk is, financiële stimulansen meegeven via het uitgiftebeleid. Denk bijvoorbeeld aan het toestaan van een negatieve grondprijs bij residueel rekenen, kortingen op de bvo-prijs bij stapelen, een experimentele vaste plotprijs waardoor stapelen – tot op zekere hoogte – loont, of een omzet gerelateerde “ingroei” canon. Geef zelf het goede voorbeeld The New Farm en ook Industria in Londen, beide geïnitieerd door de lokale overheid, zijn in zekere zin ‘showcases’ die laten zien wat de meerwaarde van gestapelde bedrijfsruimte kan zijn, en met dat doel gerealiseerd zijn door de gemeente of publiek ontwikkelingsbedrijf. Soms moet je als stad het goede voorbeeld geven. Toon ambitie op bestuurlijk niveau Als het de stad menens is, dan is commitment van het stadsbestuur onontbeerlijk. Bijvoorbeeld om de keuze te experimenteren met de grondprijsmethodiek (eventueel als pilot), met het stimuleren van stapelen en duurzaam ruimtegebruik als doelstelling. Een klein voorbeeld: zo hanteert Amsterdam nu nog een ondergrens voor grond van ruim 200 euro/m2 bvo, terwijl je, als je residueel rekenen letterlijk neemt, de prijs onder de nul kan laten zakken. Daarmee zouden minder andere functies zoals serviced apartments nodig zijn om de businesscase rond te rekenen. Wanneer de gemeente te rigide vasthoud aan bestaand normatief residueel grondprijsbeleid en niet echt residueel rekent, zal dat er toe leiden dat eigenaren op bedrijventerreinen niet of slechts beperkt investeren in hun vastgoed. En daarmee komt er niet de zo gewenste stapeling van bedrijfsruimte van de grond, waarmee verdichting en extra grondopbrengsten uitblijven. Maak het onderdeel van een gebiedsontwikkeling Stapelen vindt al op vele niveaus plaats, laat Marije Groen van BCI zien. Zie gestapelde bedrijfsruimteconcepten daarom als onderdeel van een grotere gebiedsontwikkeling. Daarmee kan er binnen een gebiedsontwikkeling makkelijker verevend worden en onrendabele investeringen toch worden gedaan door de markt. Denk groot, durf van postzegelaanpak af te stappen Een nuttige tip van Bert Hesselink (CTP), die graag wil investeren in gestapelde bedrijfsruimte, maar enkel als het body heeft. Mede om die reden zijn de investeringen van CTP in Nederland nog beperkt en kijkt CPT meer naar investeringen in de brownfields in bijvoorbeeld Duitsland. Een ontwikkelingsmaatschappij als de Utrechtse OMU zou van pas kunnen komen om een interessante propositie (voldoende schaal) voor grote investeerders als CTP voor te bereiden. Onderhandelen kan leiden tot mooie win wins Het beeld dat ondernemers niet willen of kunnen stapelen, wordt even gecorrigeerd door Klaas T. Bakker, die met zijn bedrijvencentrum Akerpoort een FSI 1,3 realiseerde. Niet allemaal voor productieve bedrijven, maar toch. Als hij de lucht in gaat, tikt de gemeente extra grondkosten af. Maar hoeveel, daar valt altijd over te onderhandelen, als het maar tot een win-win situatie leidt. Bakker gelooft daarbij in het betrekken van bestaande eigenaren in herontwikkelingsprojecten waarin gestapeld wordt, ook als het gaat om financiering. Dit kan door te werken met financiële participaties. Ondersteun initiatiefnemers Hoewel er grote schaarste is aan bedrijfshuisvesting, zijn eindgebruikers vaak nog onvoldoende in beeld in de ontwikkelfase van bedrijfsgebouwen. Eindgebruikers missen zelf ook de tijd en expertise.   Door deze vanuit gemeente en/of ontwikkelaar beschikbaar te stellen, bijvoorbeeld in de vorm van gespecialiseerde architecten (zoals in Tilburg) of een werkcorporatie (waar in Amsterdam aan gewerkt wordt), kan het belang van de ondernemer, die natuurlijk een sleutelpositie heeft t.a.v. het haalbaar maken van een functioneel werkgebouw, in een vroegtijdig stadium meegenomen worden.  

02-07-2024
Nieuws
Rijksadviseurs: vijf adviezen voor keuzes in ruimte voor economie
Rijksadviseurs: vijf adviezen voor keuzes in ruimte voor economie

De regering moet meer regie nemen bij de herindeling van de economische bedrijvigheid in Nederland. Daar is haast bij geboden want Nederland loopt vast in de grote transitieopgaven in met name de energiesector en landbouw. ‘Investeer in gebieden in plaats van bedrijven’, adviseert het College van Rijksbouwmeester en Rijksadviseurs.   In de analyse ‘De Economie van de toekomst begint bij de delta’ roept het College van Rijksbouwmeester en Rijksadviseurs (CRa) de nieuwe regering op om met plannen te komen waarmee Nederland vooruit kan en klaar is voor de economie van de toekomst.   Volgens het college mag daarbij geen tijd worden verloren, want de samenleving worstelt met tekorten aan elektriciteit, schoon water en vooral: ruimte.  Om de keuzes in goede banen te leiden, presenteerde het college onder meer de volgende adviezen: Maak gebruik van triage bij het toewijzen van schaarse middelen De schaarste aan ruimte, duurzame energie en zoet water vereist een ‘triage-benadering’. Dit houdt in dat er prioriteiten moeten worden gesteld bij de inzet van deze schaarse middelen, waarbij ruimtelijke factoren een cruciale rol spelen. Overheden moeten afwegen welke economische activiteiten echt noodzakelijk zijn en welke minder urgent zijn.   Investeer in gebieden in plaats van bedrijven Door te investeren in infrastructuur, waterhuishouding en energiesystemen in bepaalde gebieden, blijven publieke investeringen behouden, zelfs als bedrijven vertrekken. Dit zorgt voor duurzame economische groei en betere vestigingsvoorwaarden.    Schep ruimtelijke condities om economische sectoren te sturen  Overheden kunnen de ruimtelijke ordening gebruiken om economische sectoren met een grote ruimtelijke impact, zoals de industriële landbouw en de energie-intensieve industrie, te sturen. Dit helpt bij de verdeling van publieke goederen en het bevorderen van duurzame praktijken.    Kijk verder dan 2050 bij het plannen van de economie Het is belangrijk om bij ruimtelijke en economische planning verder vooruit te kijken dan 2050. Beslissingen die nu worden genomen, hebben invloed op de economie van de 22e eeuw. Dit langetermijnperspectief helpt bij het creëren van een duurzame toekomst.    Betrek de transitie naar een duurzame economie in ruimtelijke plannen De transitie naar een duurzame economie moet een integraal onderdeel zijn van ruimtelijke plannen zoals de Nota Ruimte. Dit omvat het versterken en herschikken van energie-intensieve industrieclusters, het ontwikkelen van kerncentrales, een waterstofbackbone, en aanlandingspunten voor windenergie van zee. Belangrijk, aldus het CRa, is dat terughoudend wordt omgegaan met het wijzigen van bestemmingen, want dat is vaak onomkeerbaar.  ‘Vruchtbare landbouwgrond waarop een kassencomplex verrijst verliest kostbare bodemfuncties, een uiterwaarde waar woningen worden gebouwd verliest voor altijd zijn waterbergingsfunctie, op een bedrijventerrein dat een gemengde woonwerkbestemming krijgt wordt de maakindustrie uiteindelijk verjaagd.’ Lees het hele bericht ook op Stadszaken.nl

28-06-2024
Nieuws
NVM: Bedrijfsruimtemarkt in de knel door netcongestie en ruimtegebrek
NVM: Bedrijfsruimtemarkt in de knel door netcongestie en ruimtegebrek

Op ruim de helft van de bedrijventerreinen in Nederland is geen capaciteit beschikbaar voor de extra afname van elektriciteit. Voor ruim drie op de tien locaties geldt dat er voorlopig geen stroom beschikbaar is. Vijf procent van de bedrijventerreinen beschikt over voldoende elektriciteit, blijkt uit onderzoek van NVM Business. Vooral het midden- en kleinbedrijf (mkb) wordt hard getroffen, stelt de organisatie van makelaars. Ook distributiecentra lopen volgens de makelaarsvereniging tegen de grenzen van het energienet aan.  De problemen zijn het grootst in de provincies Noord-Brabant, Gelderland en Limburg. Daar is op meer dan 90 procent van de bedrijventerreinen geen nieuwe elektriciteitscapaciteit beschikbaar.   Alleen in delen van Zuid-Holland, Friesland en Flevoland is nog enige ruimte beschikbaar op het elektriciteitsnetwerk.  Naast de netcongestie bestaat er een groot tekort aan beschikbare grond. Dat zorgt ervoor dat het steeds moeilijker is om geschikte en duurzame locaties te vinden voor bedrijfsruimtes en bedrijventerreinen. Deze optelsom van factoren is terug te zien in een daling van de opname van bedrijfsruimtes.  Vooral bedrijfsruimten met oppervlakten boven 10.000 vierkante meter worden minder opgenomen. Daarentegen blijkt de uit de cijfers van NVM dat de vraag naar kleinere bedrijfspanden tot 5.000 vierkante meter onder veel (mkb-)ondernemers populair is.  In het rapport benadrukt de makelaarsorganisatie dat bedrijventerreinen belangrijk zijn voor de economie. Ze bieden werkplek aan 30 procent van de beroepsbevolking (3,5 miljoen banen). En die zijn weer goed voor een bijdrage van 40 procent aan het bruto binnenlands product (bbp).    Nieuwbouwprojecten vallen stil De beperkte ruimte op het stroomnet zorgt ervoor dat bedrijven terughoudend zijn met investeringen. Ook vallen nieuwbouwprojecten stil door een tekort aan bouwkavels en gebrek aan ruimte op het energienet.  'Dat is zorgwekkend, omdat het zowel het lokale bedrijfsleven als de bredere nationale economie belemmert. Ook verzwakt netcongestie de concurrentiepositie van Nederland', waarschuwt voorzitter Irene Flotman van NVM Business.  Zij roept het nieuwe kabinet op om met een aanpak te komen voor het energienetwerk en ruimtegebrek.  Duurzame oplossingen zoals energiehubs zouden volgens Flotman uitkomst kunnen bieden. In Tholen is deze maand de eerste energiehub in Nederland gerealiseerd. Dat voorbeeld zou volgens Flotman ook in andere regio's navolging moeten krijgen.   Lees het volledige bericht ook op Stadszaken.nl

27-06-2024
Aanmelden nieuwsbrief