WELKOM BIJ SKBN

De Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (SKBN) is al tien jaar de landelijke kennisalliantie voor de (her)ontwikkeling van toekomstbestendige bedrijventerreinen en andere werklocaties. Dat doen we samen met een diverse groep participanten, partners en stakeholders. Gezamenlijk bouwen we aan kennis en relevante netwerken: we ontwikkelen en delen kennis, organiseren ontmoeting tussen alle betrokken belangen en leveren – gevraagd en ongevraagd – beleidsinput op basis van onze kennis en ervaring.

card image

Event

10-11-2022
BT Event 2022 | DE STRIJD OM DE RUIMTE

Event

10-11-2022

BT Event 2022 | DE STRIJD OM DE RUIMTE

Ruim 3.800 bedrijventerreinen en werklocaties in Nederland herbergen 50 procent van alle banen en vertegenwoordigen 60 procent van alle R&D-investeringen. Van de grootste R&D-bedrijven is zelfs 80 procent gesitueerd op een bedrijventerrein.

Volgens de meest actuele raming van het ministerie van EZK bestaat er tot 2030 behoefte aan 5500 tot 9500 hectare betaalbare ruimte voor werken. Afgelopen jaren verdween echter een oppervlakte van 4600 hectare bedrijventerrein, vaak door transformatie naar wonen. En die druk op de ruimte door wonen houdt de komende jaren ook aan.

Ondertussen neemt de vraag naar milieuruimte alleen maar toe vanwege de transitie naar een circulaire economie. Bestaande (milieu)ruimte op werklocaties wordt echter nog onderbenut. Dat geldt eveneens voor het – enorme – verduurzamingspotentieel op bedrijventerreinen en werklocaties.
 
Tijdens het 17e BT Event op donderdag 10 november in Lumen Hotel & Events in Zwolle, staan het borgen van ruimte voor werken en het werken aan toekomstbestendige werklocaties centraal.

Voor een economisch sterker en duurzamer Nederland kúnnen en mógen werklocaties niet over het hoofd worden gezien.

Klik hier voor meer informatie over het programma en aanmelden

Over het congres

Het BT Event is sinds 2006 hét netwerkevenement waarop het maatschappelijk en economisch belang van werklocaties en bedrijventerreinen centraal staan. De nadruk ligt niet alleen op fysieke ruimte voor werklocaties, maar tevens op het functioneren van deze werklocaties in een snel veranderende wereld. Dat gaat zowel over het economische functioneren van werklocaties en innovatiemilieus, als over de snel veranderende duurzame eisen die natuur én mens stellen aan onze leef- en werkomgevingen.
 
Het BT Event is een initiatief van SKBN en vakblad BT, en wordt dit jaar georganiseerd in samenwerking met Gemeente Zwolle, Provincie Overijssel en Oost NL.

 

Lees verder
card image

Event

10-10-2022
Groene Gezonde Bedrijventerreinen Estafette

Event

10-10-2022

Groene Gezonde Bedrijventerreinen Estafette

Stichting Steenbreek, Natuur en Milieufederaties, NL2025 en NLGroeit nodigen u graag uit voor de Groene Gezonde Bedrijventerreinen Estafette. Deze vindt plaats op 10 oktober 2022 op de High Tech Campus in Eindhoven.

Meld u hier aan

Nederland kan en moet groener volgens de inwoners van Nederland. Meer dan 170.000 inwoners deden mee aan de enquête ‘Namens Nederland’. Uit de uitkomst blijkt: Nederlanders zijn eensgezind dat we verbeteringen willen op:

  • Duurzame groei
  • Onderwijs
  • Zorg en klimaat & leefomgeving

Voor dit laatste punt streven we naar een gezonde generatie door gedragsverandering: meer beweging, gezonde voeding en een duurzame en gezonde leefomgeving. Om de gewenste impact te maken op een duurzame en gezonde leefomgeving, moet Nederland onder andere aan de slag met de kwaliteit en kwantiteit van bedrijventerreinen.

Groene gezonde bedrijventerreinen

Maar 1 procent van het grondoppervlak van bedrijventerreinen bestaat uit groen-blauwe structuren, ofwel: bomen, vaste planten, gras, sloten, poelen. Dat moet anders vinden de Natuur- en Milieufederaties en Stichting Steenbreek. In samenwerking met NL2025 en zijn aanjagers willen zij dat meer bedrijventerreinen duurzaam worden ingericht en natuurinclusief en klimaatbestendig zijn. Dit vraagt om een grote verandering op vele bedrijventerreinen en concreet om gerichte actie door bedrijven om meer groen-blauw te worden. Samen met ondernemers gaan we voor een gezonde werkomgeving.

Wat willen we gaan we doen?

We zullen events in de vorm van excursies organiseren op inspirerende en vooruitstrevende groen-blauwe bedrijventerreinen door heel Nederland. Op deze events zullen wethouders, beleidsmakers, NGO’s en ondernemers bij elkaar komen. We starten de event tour op de High Tech Campus in Eindhoven.

Start evenement in Noord-Brabant

De High Tech Campus in Eindhoven heeft bijvoorbeeld als ambitie het meest duurzame bedrijventerrein van Europa te zijn in 2025. Voor het start evenement in Noord-Brabant zijn toezegging van voorbeeldprojecten waaronder Philips-Best en Interpolis. We nodigen bestuurders en ambtenaren van gemeenten en provincie uit voor dit event. Alleen samen maken we Nederland groener en blauwer.

Voorlopig programma (o.l.v. Margot Ribberink, ambassadeur Stichting Steenbreek)

13.30 uur Inloop

13.45 uur Welkom wethouder Rik Thijs van de gemeente Eindhoven

14.05 uur Noodzaak van het inrichten van groen-blauwe maatregelen opbedrijventerreinen, korte ‘wetenschappelijke’ verkenning

14.15 uur Praktijkvoorbeelden uit Brabant, o.a. door Philips, Interpolis en MKB uit Brabant

15.00 uur Rondleiding HTC terrein

16.00 uur Toolkits, vragen en matchmaking MKB

16.15 uur Borrel en einde

Praktische informatie

Datum: 10 oktober van 13.30 tot 16.30 uur

Locatie: High Tech Campus, Eindhoven

Kosten: geen

Meld u hier aan

Lees verder
card image

Event

21-09-2022
Webinar ‘Herstructurering 2.0’

Event

21-09-2022

Webinar ‘Herstructurering 2.0’

erstructureren van bedrijventerreinen vraagt om nieuw denken, waarbij bedrijven de trekkers zijn en er minder afhankelijkheid is van grote publieke budgetten.

Tijdens het webinar ‘herstructurering 2.0’ leert u aan de hand van praktijkcases:

  • Hoe je met minimale publieke investeringen maximale investeringen bij de (vastgoed)markt uitlokt;
  • Hoe je bij transformatie succesvol aansluit bij kansenzones;
  • Hoe fysieke herstructurering en economische herstructurering hand in hand gaan
  • Hoe je van een plan tot realisatie komt.

 
PROGRAMMA

11.00 uur Opening door Marcel Michon en Paul Bleumink, managing partners van Buck Consultants International (BCI) en Jan Jager, redacteur vakblad BT

11.05 uur Zo vergroot je de investeringsbereidheid van ondernemers
Han Wiendels, directeur Herstructureringsmaatschappij Overwijsel (HMO)

11.20 uur Casus 1: Aansluiten bij kansenzones –Leiden Challenge (meerdere terreinen)
Jeroen Ooms, accountmanager/beleidsadviseur gemeente Leiden

11.35 uur Casus 2: Publiek en privaat, hand in hand herstructureren – Spaanse Polder, Rotterdam
Wout Gelderloos, project- en accountmanager, Gemeente Rotterdam

11.50 uur Casus 3: Van versteend en gesloten naar klimaatbestendig en uitnodigend – Bergweide, Deventer
Mark van Mast, parkmanager, Gemeente Deventer

12.05 uur Wrap up door Marcel Michon en Paul Bleumink

12.15 uur Einde webinar
 

Datum: Woensdag 21 september 11.00 - 12.15 uur
Locatie: online
Voor wie: beleids- en programmamedewerkers van regionale en lokale overheden, medewerkers van publieke en private herstructureringsmaatschappijen et cetera. Bij overschrijving behoudt de organisatie zich het recht voor een selectie te maken op basis van het profiel van de inschrijvers.
Kosten: de bijeenkomst is gratis

U kunt zich hier aanmelden 
 

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Fiscaal voordeel met MIA\Vamil voor investeringen in groenblauwe bedrijventerreinen

Nieuws

Nieuws

Fiscaal voordeel met MIA\Vamil voor investeringen in groenblauwe bedrijventerreinen

De MIA\Vamil biedt volop mogelijkheden ter ondersteuning van investeringsprojecten om bedrijventerreinen klimaatadaptief te maken door vergroening of regenwater op te vangen. In 2022 is er een budget van 169 miljoen euro beschikbaar.

De MIA (Milieu-investeringsaftrek) en Vamil (Willekeurige afschrijving milieu-investeringen) zijn twee fiscale stimuleringsregelingen die zich richten op marktintroductie en -verbreding van innovatieve en milieuvriendelijke technieken. Met de MIA\Vamil kan het belastingvoordeel voor ondernemers die hierin investeren netto oplopen tot ruim 14% van het investeringsbedrag. 
Een klimaatbestendige inrichting van een bedrijventerrein kan naast belastingvoordeel ook andere baten opleveren. Zoals minder risico op schade en overlast, een beter werkklimaat en een aantrekkelijkere leefomgeving doordat de biodiversiteit toeneemt. 

Op de Milieulijst staan de omschrijvingen van technieken die fiscaal worden gestimuleerd. Deze lijst wordt jaarlijks herzien. Voor het realiseren van groenblauwe bedrijventerreinen staat er in 2022 bijvoorbeeld het volgende op: 

  • groene gevels of muren;
  • groene en blauwe daken; 
  • regenwaterbuffers en infiltratiesystemen;
  • voorzieningen voor het vergroenen van een bedrijventerrein;
  • natuurvriendelijke voorzieningen, al dan niet in combinatie met beregeningsinstallaties met oppervlakte- of regenwater.

Meer informatie

Wilt u een aanvraag indienen voor een investering in één van de technieken op de Milieulijst 2022? Raadpleeg dan de website van RVO voor meer informatie:

Foto: Gerard van Beek 

Lees verder

Opinie

card image

Column Cees-Jan Pen

Brabants Dagblad: "Zet plannen voor bedrijventerrein nu om in daden"

Opinie

Opinie

Brabants Dagblad: "Zet plannen voor bedrijventerrein nu om in daden"

Het bedrijventerrein fungeert vaak als een soort pispaal voor alles wat mis is in onze ruimtelijke ordening. Onterecht. Gemeenten zien meer de noodzaak om door te pakken met het ontwikkelen van nieuwe bedrijventerreinen, in het belang van wonen en werken.

Je zou denken dat alle ophef over verdozing en verrommeling van het Brabantse landschap en daar bovenop incidenten rond brand, hinder en geluid en stofoverlast bij industriële bedrijven, voor flinke lokale politieke aandacht voor bedrijventerreinen zorgt. Het tegendeel is waar, zo bleek uit een eerdere landelijke analyse van lokale partijprogramma's, waar de vijf grootste Brabantse steden (B5) en Oss onderdeel van uitmaakten. Bedrijventerreinen zijn hét stiefkindje van de ruimtelijke ordening. Zorgelijk gezien het feit dat er veel en hard wordt gewerkt op bedrijventerreinen.

Zeker 30 procent van de werkgelegenheid, 40 procent van het bruto regionaal product (BRP) en 60 procent van de innovatie komt van bedrijventerreinen. Niet alleen banen voor alle opleidingsniveaus, maar zeker ook voor mbo-vakmanschap, ambachtelijk werk, maakbedrijven en industrie. Voor praktijkgericht en middelbaar opgeleiden een bereikbare arbeidsplaats. Het zijn 'de kurken waarop de lokale en regionale economie drijft'. Ten slotte is de circulaire potentie groot. De reductie van de CO2-uitstoot van duurzame bedrijventerreinen kan net zoveel opleveren als voor aardgasvrije woonwijken. Bedrijventerreinen vervullen een belangrijke functie voor het realiseren en ruimtelijk faciliteren van onze terecht hoge energie- en circulaire ambities.

Nieuwe coalities

Het ongunstige imago van bedrijventerreinen - stereotiep, saai, monofunctioneel en weinig verblijfskwaliteit - werkt niet mee in de gunst om bestuurlijke aandacht. Ze fungeren, zoals ik eerder met Joks Jansen stelde [Eindhovens Dagblad 5 maart], maar al te vaak als een soort ruimtelijke pispaal voor alles wat er mis is in onze ruimtelijke ordening. Programmering, situering, landschappelijk ontwerp en inrichting komt nauwelijks aan bod bij omgevingsagenda's.

Nu de coalitievorming is afgerond, kunnen we zien of de liefde voor bedrijventerreinen in de grootste twaalf Brabantse gemeenten (B5 en middelgrote 7) is toegenomen. Uit de landelijke analyse bleek dat met name Oss, Helmond en Tilburg positieve uitzonderingen waren. Dit blijkt ook uit de coalitieakkoorden. Tilburg pakt de handschoen het meest kordaat op en erkent de brede waarde van bedrijventerreinen. De gemeente komt met een stevige bedrijventerreinenparagraaf en laat, na de terechte zorgen over verdozing van het landschap, zien dat het roer om moet. Dit gaat gepaard met miljoeneninvesteringen. Tilburg pakt door met het herontwikkelen en intensiever benutten van bestaande (planologische) mogelijkheden. Via greendeals zet men in op energiemasterplannen.

Diverse gemeenten zoals Bergen op Zoom, Breda, Waalwijk, Meijerijstad en Helmond erkennen de noodzaak dat er nieuwe bedrijventerreinen nodig zijn. Hoopgevend is dat er in lijn met maatschappelijke ophef strengere en stevige duurzame eisen worden gesteld. Waalwijk stelt: We leggen de lat hoog met aandacht voor landschappelijke groene inpassing, duurzaamheid en klimaat. En we kijken waar we kunnen pionieren door meervoudig ruimtegebruik mogelijk te maken.

De focus ligt op het beter en anders benutten van de ruimte voor met name regionale (mkb) bedrijven. Zo wil Helmond inzetten op bedrijven die passen in het innovatieve ecosysteem van Brainport en die meerwaarde hebben voor de stad. Of zoals Breda stelt: 'Bedrijven die duurzame werkgelegenheid toevoegen voor de Bredanaar en die maatschappelijk verantwoord en duurzaam ondernemen, hebben een streepje voor. Evenals onze lokale mkb'ers en familiebedrijven'. 

Al met al liggen er voor een meer liefdevolle Brabantse aanpak van bedrijventerreinen, hoopgevende coalitieakkoorden. Het sociaaleconomisch, ruimtelijk en duurzaamheidsbelang van bedrijventerreinen wordt steeds meer onderkend.

Visie op wonen

De afgelopen jaren lag de nadruk in het ruimtelijke debat te veel en te eenzijdig op ruimte voor wonen. In de bestuursakkoorden worden voorzichtige stappen gezet om te komen tot een meer integrale benadering van wonen en werken. Transformatie van en wonen op bedrijventerreinen betekent immers ook dat er schuif-ruimte nodig is en gezocht zal moeten worden naar nieuwe locaties. Er is immers al een tekort aan ruimte voor werken en het midden- en kleinbedrijf (mkb). Niet voor niets is het begrip wijkeconomie en ruimte voor het midden- en kleinbedrijf in wijken, kernen en dorpen in opmars. Het mkb is een belangrijke pijler onder lokale leefbaarheid. Er is te weinig plek voor het lokaal midden- en kleinbedrijf en er is een toenemend tekort aan goedkopere bedrijfsruimte. Dit wordt een prioriteit in de op te stellen economische visies.

Extra vraag

Er is extra ruimte nodig voor het faciliteren van de circulaire economie, energietransitie, digitale transformatie en specifieke infrastructuur voor kleinschalige datacenters. Tegelijkertijd hebben we nog nauwelijks een beeld van wat de ruimtelijke gevolgen zijn van deze maatschappelijke ontwikkelingen. De twaalf grootste Brabantse gemeenten zetten de liefde voor bedrijventerreinen vooral om in actuele visies, analyses en verkenningen. Met Tilburg als goed voorbeeld is het zaak deze vaak duurzame en sociaaleconomische woorden om te zetten in daden (het beter benutten van bestaande terreinen en het debat durven voeren over nieuwe locaties), projecten en vooral budgetten. Een bestaand bedrijventerrein toekomstbestendig maken, kost nu eenmaal geld en ambtelijke inzet.

Ik ben benieuwd welke Brabantse gemeenten de veelbelovende woorden bij de begrotingsbehandeling dit najaar omzetten in daden.

Dit artikel is verschenen in het Brabants Dagblad op 4 augustus 2022 en in het Eindhovens Dagblad op 3 augustus 2022.

Foto: Marc Bolsius

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

InSus realiseert nieuw bedrijfspand op Synergiepark InnoFase in Duiven

Nieuws

Nieuws

InSus realiseert nieuw bedrijfspand op Synergiepark InnoFase in Duiven

InSus, fabrikant van circulaire bouwmaterialen, realiseert op het bedrijventerrein InnoFase in Duiven een nieuwe fabriek die volgens een uniek procedé sandwichpanelen kan recyclen en hiervan nieuwe isolatieplaten produceert. In november van dit jaar opent de fabriek haar deuren. Samen met gemeente Duiven ondersteunt Oost NL de onderneming bij haar vestiging en elektrificatie-proces in Duiven.

De vestiging van InSus past perfect bij het circulaire karakter van InnoFase, dat vanwege haar circulaire ambities in 2020 nog werd onderscheiden met de Circular Economy Award. InSus werkt sinds 2016 aan de ontwikkeling van nieuwe methoden voor de productie van circulaire bouwmaterialen. Het eerste proces dat klaar is voor grootschalige uitrol is het verwerken en opwaarderen van isolatiemateriaal uit afvalstromen. Hiervan wordt een hoogwaardig circulair isolatiemateriaal geproduceerd voor diverse toepassingen in de woningbouw en andere gebouwen.

Directeur van InSus, Harry van Dam: “De nieuwbouw in Duiven maakt het mogelijk de door ons ontwikkelde technieken voor het verwerken en produceren van PU-isolatie (polyurethaan-isolatie) grootschalig toe te passen. Met deze faciliteit gaan wij een enorme CO2-reductie en grondstofbesparing realiseren.” 

Uitstootreductie van 1,5 miljoen ton CO2 per jaar

Tijdens het innovatieve verwerkingsproces van InSus worden gassen, die uit de gerecyclede isolatie vrijkomen, afgevangen. Door het circulaire en klimaatbestendige proces van InSus wordt voorkomen dat de gassen in de atmosfeer terechtkomen. Er is wereldwijd geen recyclingfaciliteit waar deze isolatiepanelen worden gerecycled en de drijfgassen worden afgevangen. Met het nieuwe proces wordt jaarlijks een uitstootreductie van ruim 1,5 miljoen ton CO2 per jaar gerealiseerd ten opzichte van de huidige manier van verwerking van oud isolatiemateriaal.

Bernold Kemperink, teammanager Tech & Energy bij Oost NL: “We zijn trots dat we samen de gemeente Duiven – in persoon van Jeroen Smits - Insus hebben kunnen ondersteunen bij de realisatie van een state of the art circulaire recycle plant. Dit is een mooie stap in de verduurzaming in de bouwsector en een waardevolle toevoeging voor de circulaire sector in Oost-Nederland. We helpen Insus graag bij de verdere uitrol van deze realisatie en de verduurzaming van het proces.”

Duurzame ambities

De opening van de fabriek staat voor november dit jaar gepland. InSus start met ongeveer 20 mensen, dit aantal zal in de toekomst verder oplopen naar enige tientallen. “We hebben nog ruimte voor nieuwe medewerkers die een bijdrage willen leveren aan onze duurzame ambities”, besluit Van Dam.

Lees verder

Achtergrond

card image

20-07-2022

‘Economische functie binnensteden moet weer voorop staan’

Achtergrond

Achtergrond

‘Economische functie binnensteden moet weer voorop staan’

De sociaaleconomische functie van binnensteden komt in het nauw door té veel nadruk op transformatie naar wonen. Die boodschap krijgt inmiddels brede weerklank, zoals in de recente ‘Verkenning G6 binnensteden – sturen op transformatie’. De vraag hoe ruimte voor werken geborgd kan worden stond centraal op het BT-seminar ‘Bedrijven naar de binnenstad!’. Het begint volgens lector Gert-Joost Peek met het omarmen van nieuwe rollen door verschillende stakeholders in de binnenstad. Daarna komen de financiële en ruimtelijke instrumenten.

Veel binnensteden gaan op de schop. Maar de ruimte die vrijkomt door het terugbrengen van het winkelareaal, wordt zelden gebruikt voor nieuwe economische functies. Of het moeten de voorzieningen zijn voor nieuwe bewoners, die in centrumplannen wél een sleutelrol krijgen toebedeeld. Daarmee doen steden zowel de economie als hun binnensteden tekort, zei voorzitter Theo Föllings van SKBN in Trouw.

Het borgen van ruimte voor werken in binnensteden moet je organiseren. Door eigenaren die concessies moeten doen ten aanzien van snelle winst. En gemeenten, die opnieuw naar de functie van de binnenstad moeten kijken.

Dat is de boodschap van Gert-Joost Peek, lector gebiedsontwikkeling en transitiemanagement aan de Hogeschool Rotterdam, die het seminar op woensdag 6 juli aftrapte met een presentatie van het onderzoek ‘Ecosystemen van werk in de stad: veiligstellen van ruimte voor werk in stedelijke milieus’ dat architect en stedenbouwkundige Bernardina Borra en haar vakgenoot Gert Urhahn in opdracht van zijn lectoraat en de gemeente Rotterdam uitvoerden.

NV Zeedijk als redder

Een voorbeeld dat Peek aanhaalt is de metamorfose van de Amsterdamse Zeedijk nadat de straat in de jaren ’70 in de greep was geraakt van de heroïne-epidemie. Motor achter de metamorfose was de NV Zeedijk. Een traditionele aanpak werkte niet omdat individuele eigenaren en investeerders niet bereid waren om het hoge risico voor investeringen te nemen.

Het was de Amsterdamse middenstander Jack Cohen die uiteindelijk een reddingsplan bedacht en in 1985 de NV Zeedijk oprichtte, samen met het wijkcentrum Oude Stad, de ondernemersvereniging Amsterdam City en later ook de gemeente Amsterdam. Dat valt te lezen in Ecosystemen van werk in de stad.

De Zeedijk laat volgens Peek zien dat transformatie pas begint als stakeholders in een veranderend krachtenspel hun nek uitsteken, en iets doen dat ze niet gewoond zijn te doen. In dit geval was het een ondernemer die het proces in gang zette. Nieuwe rollen, aldus Peek. De NV Zeedijk bestaat nog steeds.

Ruimtelijke realiteit

Zo’n veranderend krachtenspel is ook de succesvolle transformatie die Rotterdam afgelopen twintig jaar doormaakte als woonstad. Het succes heeft een keerzijde. Door exploderende huizenprijzen dreigt het wonen nu andere functies te verdringen. En vrijkomende ruimte door de sluiting van winkels wordt – als je de markt haar gang laat gaan – al snel getransformeerd naar woonruimte. Dat staat haaks op de doelstelling van de gemeente om meer bedrijvigheid richting de binnenstad te dirigeren (lees ook: Rotterdam wil meer bedrijven naar de binnenstad.)

Tijdens het seminar schetst Gerlof Rienstra van Rienstra Beleidsadvies en Beleidsonderzoek de ruimtelijke realiteit waarmee bedrijven in de stad te maken hebben. Zo blijkt in de afgelopen jaren 4600 hectare bedrijfsterrein in stedelijk gebied te zijn verdwenen, vaak door transformatie naar wonen.

Rienstra concludeert dat ongeveer 25 procent van álle gebruikers op bedrijventerreinen eigenlijk helemaal niet op een bedrijventerrein hoeven te zitten, omdat ze geen milieuhinder veroorzaken. Deze bedrijven zouden ook in centra of langs stadsradialen ingepast kunnen worden. Maar daar moet je daar wel beleid op voeren. Dat staat nog los van de vraag of bedrijven dit ook willen. Ruimte op bedrijventerreinen is vaak goedkoop, en daarmee aantrekkelijk.

Borgen van betaalbaarheid

In tegenstelling tot wonen is de ruimte voor werken in het nieuwe Rotterdamse coalitieakkoord niet gekwantificeerd, vertelt Esther Roth, beleidsadviseur economie in de Maasstad. Wel wordt er gestuurd op het borgen van betaalbare ruimte (onder 100 euro per vierkante meter) voor bedrijvigheid in het centrum van de stad. Dit vereist goede samenwerking met gemeente en vastgoedeigenaren. Verder is er een fonds ingericht voor ‘vitale kerngebieden’ waarmee de gemeente panden op cruciale locaties kan aankopen en zo regie houdt op de invulling van die panden.

In het nieuw te ontwikkelen woon-werkgebied ZoHo nabij het oude station Hofplein heeft de helft van de commerciële ruimtes een gemaximeerde prijs waarvan 80 procent maximaal 100 euro en 20 procent maximaal 70 euro per vierkante meter. Het nabijgelegen Schiekadeblok wordt niet gesloopt, maar grotendeels herontwikkeld met ruimtes die voor minimaal vijftien jaar als bedrijfsruimte beschikbaar blijven.

De vraag is echter hoe werken ook voor de lange termijn geborgd kan worden. Het oprichten van een beheer- of exploitatiemaatschappij is een oplossing waaraan wordt gedacht. Roth oppert zelfs de mogelijkheid van een coöperatief model.

Erfpacht en bestemmingsplan

Marcel Michon, managing partner bij Buck Consultants International (BCI), was betrokken was bij eerdere onderzoeken in Rotterdam naar de kansen voor de binnenstadeconomie. Hij wijst op de mogelijkheid om erfpacht in te zetten om grip te krijgen en te houden op de functie. Of om anders om te gaan met milieucategorieën en het ‘verbijzonderen’ van het bestemmings- of omgevingsplan.

In de actuele situatie is de bestemming in het centrum redelijk vrij, waardoor eigenaren hun winkelpanden makkelijk kunnen transformeren naar wonen. Zo gaat ruimte voor nieuwe economische functies verloren. Tot slot hamert Michon erop dat gemeenten visies in concrete planvorming afhechten, met harde instrumenten.

Mix retailers en bedrijven

Zelfstandig adviseur Arno Ruigrok (places|properties|people) zette namens Kern (de nieuwe naam voor de Nederlands Raad van Winkelcentra) zijn visie uiteen over de toekomt van binnensteden. Zijn belangrijkste boodschap is dat winkelgebieden en vooral ook stadsradialen niet te snel getransformeerd moeten worden naar wonen, omdat je daarmee een onomkeerbare situatie creëert.

Volgens Ruigrok haal je met concentratiebeleid de dynamiek uit een stad. Liever ziet hij dat voormalige winkelpanden onderdak gaan bieden aan alternatieve economische functies, die volgens hem weer voor draagvlak zorgen voor binnenstadvoorzieningen. Hij vindt dat de ‘woon-kaart’ niet te snel moet worden getrokken.

Ruigrok is voorstander van een mix van retail en alternatieve bedrijvigheid, een zichzelf versterkende mix, stelt hij. Voorwaarde is wel dat de kerngebieden en stadsradialen een robuuste plint hebben, die voor een veelheid aan economische functies bruikbaar is.

Voetgangersgebied of niet?

Tot slot zijn er de ondernemers zelf. Die krijgen op het seminar indirect een gezicht via Stichting Streetwise uit Heerlen. Oprichters Leonie Kuepers en Sjaak Vinken begeleidden de afgelopen acht jaar meer dan 500 ondernemers naar een pand in een van de stedelijke centra in Parkstad Limburg en inmiddels heel Limburg. Met succes: meer dan 90 procent van de ondernemers overleefde tot nog toe.

Het borgen van dynamische, vitale binnensteden is het doel van Streetwise, dat werkt in opdracht van gemeenten. De ondernemers zijn een middel. Streetwise mikt nadrukkelijk op een nieuwe generatie ondernemers, die zich van traditionele middenstanders onderscheidt door een innovatieve en creatieve aanpak. Daar zitten volgens Kuepers en Vinken steeds vaker niet-retailers bij. De binnenstad is volgens hen veel meer dan een verzameling winkels alleen.

Op de vraag wat deze ondernemers willen en wat de overheden kunnen doen om binnensteden aantrekkelijk te houden voor bedrijven, antwoordt Kuepers dat bereikbaarheid een belangrijk thema is. Vitale binnensteden en het weren van auto’s gaat soms niet samen, behalve die ene echte winkelstraat waar de voetganger nog wel het alleenrecht heeft.

Volgens Gert-Joost Peek geeft Streetwise invulling aan zo’n nieuwe rol die noch door de overheid, noch door de markt wordt opgepakt, maar wel onmisbaar is voor vitale binnensteden. En die kansen schept voor de werkfunctie in binnensteden. Ook de gemeente Rotterdam is volgens Peek goed bezig door een nieuwe rol te pakken in de binnenstad. “Het zijn deze en andere praktische nieuwlichters die zorgen voor de terugkeer van bedrijvigheid in de binnenstad”, besluit Peek.

Grenzen aan wonen

Wonen verhoudt zich niet altijd even goed tot het dynamische karakter dat een centrum in beginsel heeft, oordeelden onderzoekers Geert Das van Bura Urbanism en Martijn Exterkate van Stec Groep afgelopen donderdagmiddag tijdens de presentatie van de ‘Verkenning G6 binnensteden – sturen op transformatie’, een initiatief van zes grote steden (G4 + Eindhoven en Groningen) en de ministeries van EZK, BZK en Veiligheid en Justitie. Co-referent Cees-Jan Pen benadrukte dat steden in hun handjes mogen knijpen dat er zoveel mensen in binnensteden willen wonen, maar dat het rapport laat zien dat er een grens aan wonen zit.

Pen komt al jaren op voor de werkfunctie in steden. Het centrum van de stad vervult volgens hem een noodzakelijke sociaaleconomische functie. Onderzoeker Das benadrukte dat op stedenbouwkundige niveau voorwaarden gelden om bedrijvigheid in de binnenstad te houden. Zo moet een loodgieter die vanuit de binnenstad werkt, zijn auto kwijt kunnen. Exterkate benadrukte dat het belangrijk is dat deze werkfuncties spin-off genereren voor de binnenstad als geheel. En ook de betaalbaarheid van de werkruimte is een steeds belangrijker vraagstuk.

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Netcongestie en het verduurzamen van bedrijventerreinen: praktische tips en nieuwe subsidieregeling Noord-Holland

Nieuws

Nieuws

Netcongestie en het verduurzamen van bedrijventerreinen: praktische tips en nieuwe subsidieregeling Noord-Holland

Een kleine vijftig ondernemers kwamen deze maand bij elkaar voor de presentatie van een onderzoek naar de verduurzaming van bedrijventerreinen. Naast veel bruikbare tips en praktische voorbeelden van verduurzaming kregen ze ook informatie over een nieuwe subsidieregeling die per 1 augustus 2022 van kracht wordt in Noord-Holland: de Subsidie Oplossingen bij Netcongestie (SON).

“Het verduurzamen van bedrijven die worden gehinderd door netcongestie is zeker een uitdaging, maar geen utopie. Met ons onderzoek hebben we laten zien dat er, ondanks de begrenzingen van het elektriciteitsnet, verschillende oplossingen zijn om afhankelijkheid van fossiele energiebronnen te verminderen en daarmee de CO2 footprint te verminderen.” Met die woorden zette Joep Sanderink van de New Energy Coalition de toon voor de slotbijeenkomst ‘Verduurzaming bedrijventerreinen in een gebied met netcongestie’, donderdag 7 juli op bedrijventerrein Winkelerzand. 

Een bijeenkomst die vooral was bedoeld om kennis te delen die tijdens het onderzoek is opgedaan, maar die ook een bredere reikwijdte had in de vorm van inspiratie en concrete adviezen. Dat netcongestie een knelpunt is voor ondernemers met verduurzamingsambities of groeiplannen, valt niet te ontkennen. De kaart met congestiegebieden in Noord-Holland kleurt steeds roder. En dit is helaas geen probleem dat op korte termijn wordt opgelost, weet Sanderink. Ook al zijn netverzwaringen die zijn aangekondigd uitgevoerd, dan nog is dit geen garantie dat problemen daarmee definitief opgelost zijn.

De resultaten van het onderzoek zijn samengevat in een leaflet, die je hier kunt downloaden.

Oplossingen 'achter de meter'

Werpt het probleem van netcongestie een praktische drempel op voor het collectief vergroenen van de energiehuishouding van bedrijven ‘voor de meter’, daar achter zijn nog genoeg kansen om flink te besparen op het gebruik van fossiele brandstoffen.

In het kader van het onderzoek heeft New Energy Coalition de technische èn economische mogelijkheden onderzocht van 4 technische oplossingen die kunnen worden ingezet voor netcongestie: inzet van warmtepompen, energieopslag met batterijen, waterstofgeneratoren en e-boilers. Hierbij is een onderverdeling gemaakt van vier verschillende bedrijfstypen, afhankelijk van bedrijfsomvang, grootte van de netaansluiting, opwekpotentie en eigen (energie)verbruik. Voor elk van de bedrijfstypen is vervolgens gekeken welke initiatieven kansrijk en minder kansrijk zijn. Aan de hand van een matrix die uit deze analyse is voortgekomen, kunnen ondernemers zelf bepalen welke duurzame investeringen het meest interessant zijn voor hun bedrijfstype. Conclusie is dat voor ieder bedrijfstype een besparing in fossiele energie haalbaar is, zij het dat er niet zoiets bestaat als één oplossing of een combinatie van oplossingen die voor elk bedrijf toepasbaar is.

Hoewel nog onduidelijk is welk effect de nieuwe Netcode elektriciteit van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) gaat hebben, lijken er wel nieuwe mogelijkheden te ontstaan voor bedrijven om met collectieve oplossingen ‘voor de meter’ verduurzaming te organiseren. Een van die mogelijkheden die tijdens de bijeenkomst werden aangestipt, is dat er nieuwe flexibiliteitservices in het leven worden geroepen. Met deze services kunnen ook kleinere bedrijven slim energie gaan uitwisselen met het net, wat moet leiden tot een toename van het aantal verduurzamingsmogelijkheden.

Besparingen en nieuwe omzet bij CiRoPack

Rob van der Wal, directeur van verpakkingsbedrijf CiRoPack uit Heerhugowaard, vertelde hoe hij – gedreven door een innerlijke overtuiging – stapsgewijs steeds verder is gegaan met het verduurzamen van zijn bedrijfsvoering. En wel door te beginnen met isolatie en ledverlichting en uiteindelijk (sinds 2018) helemaal van het gas af te gaan door over te stappen op verwarming met elektrisch IR-Panelen. Een inspirerend verhaal dat aantoont dat verduurzaming niet alleen kost, maar ook het nodige oplevert.

Behalve in de vorm van een (veel) lagere energierekening betaalt de opbrengst zich bij CiRoPack ook uit in de vorm van nieuwe opdrachten. De aantoonbare inspanningen die een leverancier doet op het gebied van verduurzaming, tellen namelijk in steeds meer organisaties mee als criterium voor de inkoop van producten en diensten. Doordat Van der Wal aantoonbaar kon maken welke investeringen hij met zijn bedrijf heeft gedaan in verduurzaming, wist hij onlangs een grote Europese tender in de wacht te slepen, ondanks dat zijn offerte niet de laagste was.

Subsidie voor Oplossingen bij Netcongestie

Wil je als ondernemer aan de slag met het verduurzamen van je bedrijf, maar loop je tegen financiële drempels aan? Dan is er goed nieuws, want per 1 augustus 2022 wordt vanuit de provincie Noord-Holland een nieuwe subsidieregeling van kracht, de Subsidie Oplossingen bij Netcongestie (SON) Noord-Holland, waarmee ondernemers een deel van hun investering vergoed kunnen krijgen. Nico Meester van Ontwikkelingsbedrijf NHN was op bedrijventerrein Winkelerzand aanwezig om te vertellen over deze nieuwe regeling.

SON aanvragen kan voor twee doelen:

Vergoeding kosten haalbaarheidsstudie
Kosten die worden gemaakt om inzicht te verkrijgen in de haalbaarheid (technisch, economisch en juridisch) van technische oplossingen. Denk aan kosten voor inhuur van externe experts; materiaalkosten en huur van apparatuur en materiaal.

De SON regeling vergoedt 50% van deze uitgaven, tot een maximum bedrag van  € 25.000,-.

Vergoeding kosten uitvoering
Hier gaat het specifiek om kosten die bedrijven maken voor de uitvoering van oplossingen voor netcongestie. Denk aan inhuur van externe experts en procesbegeleiding, materiaal- en huurkosten, huurkosten en kosten van de plaatsing van de gekozen oplossingen.

De SON regeling vergoedt 30% van de uitvoeringskosten, tot een maximum van €75.000,- voor individuele oplossingen en €250.000,- voor collectieve oplossingen.

In totaal heeft de provincie 1,5 miljoen euro klaarliggen voor de SON. Het is de bedoeling om deze regeling jaarlijks te evalueren op effectiviteit.

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Provincie Noord-Brabant stelt geld beschikbaar voor verduurzaming van bedrijventerreinen

Nieuws

Nieuws

Provincie Noord-Brabant stelt geld beschikbaar voor verduurzaming van bedrijventerreinen

Het gaat om de bijdrageregeling Grote Oogst die hoort bij het gelijknamige project over de 13 bedrijventerreinen in Brabant met de grootste verduurzamingsopgave. Via de regeling is 3,25 miljoen beschikbaar voor deze terreinen.

Duurzame bedrijventerreinen zijn een belangrijke voorwaarde voor een toekomstbestendige economie en een goed en gezond woon- en vestigingsklimaat. Daarnaast kan de verduurzaming van bedrijventerreinen een substantiële bijdrage leveren aan onder andere de energietransitie, circulariteit, klimaatadaptatie en stikstof. Het project Grote Oogst van de provincie Noord-Brabant richt zich op 13 terreinen, verspreid over Brabant, om nu samen met gemeenten, bedrijven en andere partijen aan de slag te gaan. Samen zijn deze terreinen goed voor 65% van het energieverbruik op Brabantse bedrijventerreinen. Het project is één van de maatregelen uit de Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof (BOS) waarin alle sectoren bijdragen aan het verlagen van de stikstofdepositie.

Kartrekkers van grote toegevoegde waarde

Het afgelopen jaar hebben alle partijen hard gewerkt aan een plan van aanpak om samen met elkaar de verduurzaming met concrete projecten te versnellen. De bijdrageregeling Grote Oogst is bedoeld om de uitvoering van deze plannen financieel te ondersteunen. Zo kunnen op de bedrijventerreinen lokale organisaties worden opgezet. Deze zijn van grote toegevoegde waarde om bedrijven en andere partijen met elkaar te verbinden en de kar te trekken. Per bedrijventerrein is er maximaal € 250.000 via de gemeente aan te vragen.

Ervaring en kennis met brede verduurzamingsopgave van onschatbare waarde
De kennis die opgedaan wordt met de projecten op de 13 bedrijventerreinen, wordt vanuit het project Grote Oogst ook gedeeld met de ruim 600 overige bedrijventerreinen in Brabant. Erik Ronnes, gedeputeerde Ruimte: “De waarde zit niet alleen in geld, maar ook in de ervaring die opgedaan wordt bij bijvoorbeeld het opzetten van een gezamenlijke organisatie van ondernemers, parkmanagement, gemeente en andere betrokken partijen zoals bijvoorbeeld VNO-NCW. De kennis die we nu vergaren, delen we en zetten we in bij andere terreinen.”

Concrete oplossingen voor complexe vraagstukken

Een actueel thema in Grote Oogst is uiteraard de netcongestie, het volraken van het elektriciteitsnetwerk, waardoor (duurzaam opgewekte) energie er niet meer bij kan. Op alle terreinen wordt een vorm van een energyhub onderzocht. Daarin kan bijvoorbeeld energie worden opgeslagen voor later gebruik, worden opwek en gebruik slim op elkaar afgestemd of wordt elektriciteit bijvoorbeeld omgezet in groene waterstof. Anne-Marie Spierings, gedeputeerde Energie: “Bedrijven maken echt een omslag in denken naar verduurzaming en willen hun gasverbruik verminderen. Het is belangrijk dat bedrijven energie efficiënter gebruiken en vooral de pieken in dat verbruik naar beneden brengen. De ervaring die we bij Grote Oogst opdoen, moeten we snel delen met andere bedrijventerreinen.”

Subsidie VNO-NCW

Eerder ontving Ondernemersorganisatie VNO-NCW Brabant-Zeeland € 255.000 subsidie van de provincie als strategisch partner in Grote Oogst voor het oppakken van verduurzamingsprocessen op 4 bedrijventerreinen. Het gaat hier om Haven- en Industrieterrein Moerdijk en de bedrijventerreinen Vosdonk in Etten-Leur, De Dubbelen/Amert in Veghel (Meierijstad) en De Hurk in Eindhoven.

Lees verder