KENNISARCHIEF 2019 - 2020

Nieuws

card image

Nieuws

Convenant Verduurzaming Bedrijventerreinen breed gedragen

Nieuws

Nieuws

Convenant Verduurzaming Bedrijventerreinen breed gedragen

Bijna 30 partijen, waaronder Provincie Zuid-Holland en TNO hebben vanochtend het Convenant Verduurzaming Bedrijventerreinen ondertekend. Zij deden dit voorafgaand aan het EZK-evenement: Partners in Energie-uitdagingen in Barneveld. Het Convenant werd in ontvangst genomen door vertegenwoordigers van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, die het initiatief van harte ondersteunen. 

“In verduurzaming van bedrijventerreinen ligt een enorme potentie. BZK is heel enthousiast over de aanpak. We gaan graag in gesprek met de bedrijventerreinen en andere betrokken partijen om de regionale aanpak te versnellen”, aldus Jasper van Rooijen van BZK, die het convenant namens het Ministerie in ontvangst nam. 

Een inspirerend pakket

In Nederland zijn zo’n 3.500 terreinen met grote en minder grote bedrijven. Door samen te werken, kunnen we hier een enorme slag voor het klimaat maken. Met de ondertekening van het Convenant committeren deze bedrijventerreinen, overheden en andere betrokkenen zich aan het verduurzamen van bedrijventerreinen in Nederland. Iedere partij heeft daarvoor zijn eigen ambities geformuleerd. Opgeteld is dit een inspirerend pakket acties en maatregelen.

Ook ondertekenaar gedeputeerde van Provincie Zuid-Holland Willy de Zoete onderschrijft het belang van samenwerking:  “We hebben in Zuid-Holland meer dan 600 bedrijventerreinen. Met dit convenant kunnen we een forse, tot nu toe onvoorziene bijdrage leveren aan de ambities van het Klimaatakkoord. En hiermee slaan we twee vliegen in één klap: samenwerking stimuleren, en vervolgens verduurzamen.” 

Potentie

Over het energieverbruik van bedrijventerreinen is relatief weinig bekend. TNO rekende uit dat met verduurzaming van bedrijventerreinen in potentie net zo veel of zelfs meer CO2 kan worden bespaard als met het aardgasvrij maken van woonwijken. De kabinetsdoelstelling van 3,4 MT-besparing op CO2-uitstoot in de bebouwde omgeving kan hiermee aanzienlijk dichterbij worden gebracht. Het gaat dan om een reeks maatregelen zoals zonnepanelen, warmtepompen, (kleine) windmolens, LED-verlichting, elektrisch rijden, lokale batterijen, smart grids, optimalisatie productieprocessen, gebruik van restwarmte, etc.

Collectieve aanpak voor bedrijventerreinen

Het convenant is bedoeld om ondernemers te ondersteunen en te ‘ontzorgen’ door het collectief beschikbaar maken van de benodigde kennis, financiering, het organiseren van het proces en het selecteren van de juiste uitvoerende partijen. Bedrijventerreinen en lokale overheden hoeven zo niet steeds opnieuw het wiel uit te vinden, maar kunnen gebruik maken van opgedane ervaring en ontwikkelde instrumenten. Hoofddoel van het convenant is het versnellen van de energietransitie door een collectieve aanpak voor bedrijventerreinen. Het ministerie van BZK wil daarvoor een Nationale Programmatische aanpak opzetten.

Bedrijventerreinen Energiepositief

Het initiatief van dit convenant komt van Bedrijventerreinen Energiepositief (BE+), waarin TNO samenwerkt met Oost NL en andere regionale ontwikkelingsmaatschappijen. Inmiddels is dit uitgerold naar een landelijke aanpak waarin vele partijen participeren en hun bijdrage leveren, zowel vanuit de overheid als het bedrijfsleven. Alleen door de handen ineen te slaan, kan dit element van de energietransitie worden versneld. Daarvoor is dit Convenant een eerste aanzet. 

Download hier het convenant.

Ondertekenende partijen

  • TNO
  • Oost NL
  • Provincie Zuid-Holland
  • Omgevingsdienst IJmond
  • Greenbiz IJmond 
  • Hoog16hoven
  • CLOK 
  • Hoorn80 Energiepositief
  • BT Boekelermeer
  • Samenmeerwaarde (BT Spijkenisse)
  • Omgevingsdienst Midden Holland
  • Green Business Club
  • De Parkmanagers
  • Energieke Regio
  • Markus Werklocatie regie 
  • Bedrijvenkring Schieoevers (BKS Delft)
  • Hogeschool Arnhem Nijmegen (HAN)
  • Tarmo
  • Kortman DGO
  • WM3
  • Limburgse Werkgevers Vereniging
  • STEC groep
  • Fit our Future
  • Qing groep
  • Stichting Stimular
  • Vereniging Bedrijven Schiebroek
  • Airport Businesspark Lijnden
  • IMC (Drechtsteden)
  • Gemeente Westland

…en andere organisaties (er melden zich elke week nieuwe partijen aan)

Foto: 
@Lotte Gottschal
 

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

“Het bedrijventerrein als energiebedrijf, daar worden ondernemers warm van”

Nieuws

Nieuws

“Het bedrijventerrein als energiebedrijf, daar worden ondernemers warm van”

Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord is in het leven geroepen door achttien gemeenten en de provincie om de economie in de regio te stimuleren. “De provincie heeft ons gevraagd om de energietransitie op bedrijventerreinen aan te jagen”, aldus Nico Meester. “In Noord-Holland Noord zijn honderd bedrijventerreinen. Daar staan gebouwen met grote gevels en daken. Voor zon is er heel veel ruimte. Ik ga met de ondernemersverenigingen om de tafel zitten om te kijken: kunnen we collectieve projecten realiseren om zonnepanelen op daken te krijgen?”

Zon als eerste stap, wind volgt later

Windmolens op de bedrijventerreinen zijn op zich ook een optie. “Als de normen veranderen, zullen er mogelijkheden ontstaan voor windmolens op bedrijventerreinen’, aldus Meester. “Er gelden nu landelijke en provinciale regels voor afstanden tussen windmolens en woonbebouwing. Maar misschien is er wel draagvlak om te onderzoeken of windmolens dichter bij woningen ook haalbaar zijn, bijvoorbeeld op bedrijventerreinen. Dat kan jaren duren. En ik wil slagen maken. We richten ons dus eerst op het laaghangend fruit: de zonnepanelen.”

Bedrijven kunnen de panelen uiteraard ook zelf laten plaatsen. Maar in de praktijk komt het er niet van. Pas drie tot vier procent van de daken op de bedrijventerreinen is belegd met panelen. “Daarom zeggen we: doe het collectief, dat is makkelijker. Bovendien leggen we met zo’n collectief de basis om de volgende stap te maken: samen naar een lokaal energieplatform. De ondernemers kunnen op hun terrein decentraal energie opwekken en onderling energie uitwisselen. Ze schakelen daarmee allerlei opslagen en tussenpartijen uit. Energievoorziening in eigen hand, dat spreekt ondernemers aan.”

Energietransitie als verdienmodel

Dat is het aardige, vindt Meester. “Ik begin over zonnepanelen en eindig met een doorkijkje naar de toekomst. Bij voldoende gezamenlijke energieopwek kunnen de ondernemers gezamenlijk de pieken scheren. Dat wil zeggen: minder of lagere pieken. Dan gaan de aansluitkosten ook naar beneden. Verder houden ze het geld dat ze aan energie besteden in de lokale gemeenschap. Ze worden steeds onafhankelijker. Ondernemers vinden dat heel aantrekkelijk.”

Energietransitie als verdienmodel dus. En als economische impuls. “Op dit moment zie je dat bedrijven omschakelen. Installatiebedrijven richten zich op de nieuwe technieken en ICT-bedrijven op platforms voor energiemanagement. De provincie kan hierbij helpen door het ontwikkelen van een paar heldere juridische formats en het ondersteunen van ICT-programma’s waarmee ondernemers de energieopwek en -uitwisseling op hun bedrijfsterrein kunnen regelen. Dat kan bedrijven over de drempel helpen. Ook een revolving fund is wenselijk, zodat energieplatforms financiering kunnen krijgen om te investeren in zonnepanelen, energieopslag en andere energiemaatregelen.”

Hoog op de agenda

Al met al begint het verhaal van de energietransitie steeds meer te leven, zeker ook bij ondernemers, constateert Meester. “Eerst was de discussie: is energietransitie wel noodzakelijk? Die discussie hebben we wel gehad. De vraag is nu: hoe gaan we de transitie daadwerkelijk uitvoeren? Ik vind het fascinerend. Ik ben nu anderhalf jaar met dit project bezig en heb heel veel ontwikkeling gezien, ook in mentaliteit. Dat komt niet alleen door de RES, maar in de RES komt het wel allemaal samen. Zo’n RES geeft de urgentie aan en zorgt dat het onderwerp overal hoog op de agenda staat.”

Bron: Noord-Hollandse Energie Regio

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Samenwerking Invest-NL en de Regionale Energiefondsen om energietransitie te versnellen

Nieuws

Nieuws

Samenwerking Invest-NL en de Regionale Energiefondsen om energietransitie te versnellen

Invest-NL en de 15 Regionale Energiefondsen (REFs) zijn een samenwerking aangegaan om de financiering van energietransitie te versnellen. Oost NL is fondsmanager van het Innovatie- en Energiefonds Gelderland, en kan vanuit het energiedeel investeren in grote energieprojecten, zoals onlangs in de Zonneakker Voorst en eerder in het Drijvend Zonnepark Lingewaard. 

Gezamenlijke financiering en samenwerking geeft de mogelijkheid kennis en slagingskansen te vergroten, risico's te delen en richting ondernemers een beter afgestemd aanbod te doen.

Grote projecten kunnen door deze samenwerking beter gefinancierd worden. Waar een regionaal fonds onvoldoende ruimte biedt, past deze mogelijk bij Invest-NL. Naast samenwerking op het gebied van financiering, zal ook samengewerkt worden om de ontwikkeling van projecten te versnellen door hen te helpen met business development en kennis en ervaring uit te wisselen. Regionale projecten vergen lokale kennis, die bij de regionale energiefondsen volop aanwezig is.

Sinds 2012 bestaan er regionale energiefondsen in Nederland die de belangrijke rol hebben om de energietransitie te versnellen. De fondsen hebben tussen 2012 en 2018 voor € 400 miljoen aan financiering verstrekt aan 700 projecten. Hierdoor wordt voor ruim € 1,5 miljard aan projecten gerealiseerd. Door de getekende samenwerking tussen de REFs en Invest-NL willen betrokken partijen dit succes verder versnellen en vergroten.

Lees verder

Opinie

card image

Column van Theo Föllings

"Tijd voor de zesde Nota Ruimtelijke Ordening"

Opinie

Opinie

"Tijd voor de zesde Nota Ruimtelijke Ordening"

Het is hoog tijd voor een zesde Nota Ruimtelijke Ordening, stelt Theo Föllings, voorzitter van SKBN. Verschillende bestemmingen schreeuwen om een duidelijke leidraad voor de komende jaren. "Niet alleen bedrijventerreinen, maar ook de woningbouwlocaties, natuurlocaties, landbouwlocaties en nog vele andere ruimteclaims."

Föllings reageert hiermee op het BNR-nieuws van dinsdag 14 januari, waar uit een inventarisatie van de nieuwszender blijkt dat er een groot tekort aan bedrijventerreinen is in een groeiend aantal gemeenten. Op sommige plekken moeten bedrijven tien jaar wachten op een plek. Als belangrijkste reden wordt de druk van de woningbouw genoemd. Op een groot aantal locaties moeten bedrijven plaatsmaken voor huizen, waardoor ondernemers moeten uitwijken naar andere plekken.

Volgens Föllings voert momenteel niemand de regie. Met alle gevolgen van dien. Buiten de Randstad zijn heel veel gemeentes met wel veel ruimte waar bedrijven zich kunnen vestigen, maar die overview is er nu niet. ‘Het zijn de naweeën van de kredietcrisis, en dit was te verwachten. Het is nu al de vierde keer sinds de Tweede Wereldoorlog dat de middelgrote steden rondom de Randstad de groei moeten opvangen.’

"Maar blijkbaar leren we er niets van, of willen we niets leren." Om een vollopend en groeiend Nederland goed te laten functioneren, is er duidelijke regie vanuit Den Haag nodig, vindt Föllings. "Slimme mobiliteit wordt daarbij extreem belangrijk. Er komen 2 miljoen mensen bij, en de ruimteclaims worden, mede door de energietransitie die ook ruimte vraagt, alleen maar groter. Willen we dit kleine landje goed organiseren, dan moet er nu worden geïnvesteerd in duidelijk beleid."

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Ondanks strenge wet- en regelgeving tóch verkoop bedrijfskavels via OML

Nieuws

Nieuws

Ondanks strenge wet- en regelgeving tóch verkoop bedrijfskavels via OML

In december 2019 verkoopt Ontwikkelingsmaatschappij Midden-Limburg B.V. (OML) drie kavels aan lokale ondernemers. Ondanks de huidige onzekerheden ten aanzien van de PAS-uitspraken voor stikstofdepostie in relatie tot vergunningverlening  laten de ondernemers zich niet weerhouden tot ontwikkeling van een nieuw bedrijfspand. In nauw overleg tussen OML, de bevoegde gezagen en ondernemers zijn deze nieuwbouw projecten realiseerbaar.

 

Verkopen in december 2019

Zo kocht Derikx Infra, installatiebedrijf, de naastgelegen kavel op bedrijventerrein Windmolenbos in Haelen voor toekomstige uitbreiding van het bestaande bedrijf. MZ Constructions BV, een gespecialiseerd bouwbedrijf, kocht op hetzelfde bedrijventerrein een mooie kavel van bijna 2.000 m2 voor nieuwbouw van het bedrijf. 
Forelle Eskina BV kocht de allerlaatste bedrijfskavel van OML op Roerstreek-Zuid in Roermond. Op deze, bijna 4.000 m2 grootte kavel gaat Forelle Eskina BV bedrijfsunits bouwen voor de verhuur. De Roermondse vastgoedontwikkelaar speelt hiermee in op de toenemende marktvraag naar bedrijfsruimte.

Laatste kavel op Roerstreek-Zuid verkocht

Op Roerstreek-Zuid heeft OML B.V. door de verkoop van de laatste kavel alle beschikbare bouwgronden verkocht. Op dit moment zijn er in de directe omgeving kavels beschikbaar op Bedrijventerrein Roerstreek-West, gelegen op een steenworp afstand van Roerstreek-Zuid en gelegen dichtbij de A73. Een ideale locatie ten opzichte van Roerstreek-Zuid én -Noord in Roermond. OML B.V. heeft daarnaast bedrijfskavels beschikbaar in de Zuidelijke Stadsrand van Roermond. Diverse andere mogelijkheden zijn beschikbaar in de gemeente Leudal, gemeente Maasgouw en in de gemeente Echt-Susteren. 

Kerntaken OML

OML B.V. heeft de volgende kerntaken: advisering bij ruimtelijk-economische vraagstukken, locatie- en gebiedsontwikkeling, acquisitie van bedrijven en sales van bedrijventerreinen alsmede de ontwikkeling en uitgifte van nieuwe bedrijventerreinen.

 

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Meer biodiversiteit op bedrijventerreinen in Brabant

Nieuws

Nieuws

Meer biodiversiteit op bedrijventerreinen in Brabant

De provincie Noord-Brabant was de afgelopen 4 jaar partner in het Interregproject 2B Connect. Het project wil biodiversiteit en bedrijven(-terreinen) met elkaar verbinden.

Meer biodiversiteit op bedrijventerreinen

Vier jaar lang hebben 26 partners zich ingezet voor meer biodiversiteit op minstens 70 bedrijventerreinen in de grensstreek Vlaanderen - Nederland.

In Brabant zijn de Automotive Campus in Helmond, De kleine Hoeven & De Sleutel in Bladel/Reusel de Mierden en METALOT Nature Landscape Park in Cranendonck dankzij dit project natuurgericht ingericht. Zo zijn er inheemse bomen en struiken geplant maar ook hekken, muren en daken vergroend. Dit helpt ook tegen hittestress en maakt de lunchwandeling een stuk aantrekkelijker. Er is een vleermuizenbunker gemaakt, gaten in betonwanden aangebracht speciaal voor de ijsvogel om in te broeden en heel veel nestkastjes geplaatst. Op de Kleine Hoeven & De Sleutel zijn de oeverzones heringericht en wordt het gebiedseigen water langer vastgehouden zodat dit kan worden ingezet tijdens droge periodes.

Natuurverbindingen

Steeds meer bedrijven willen hun terreinen natuurgericht inrichten en beheren. De groene infrastructuur die zo ontstaat speelt een belangrijke rol als (grensoverschrijdende) natuurverbinding. Bovendien zorgt beplanting van onder meer bomen en struiken voor verkoeling, afwatering, biodiversiteit en opvang van CO2 en fijnstof.

Adviseurs Biodiversiteit en Bedrijven

Vaak ontbreekt bij bedrijven de nodige kennis en ondersteuning om meer natuurgericht te werken. 2B Connect reikt instrumenten aan (bv. een biodiversiteitsscan) die bedrijven helpen biodiversiteit in te passen in de bedrijfsvoering. Daarnaast zijn er 35 adviseurs opgeleid om bedrijven daarbij te helpen. Het project ontwikkelde ook een rekenapplicatie die bedrijven toont waarom investeren in groene infrastructuur loont. De resultaten en instrumenten zijn te vinden via www.biodiversiteitenbedrijven.be.

Biodiversiteitsstrategie 2020

2B Connect geeft een rechtstreekse invulling aan de Biodiversiteitsstrategie 2020 van de Europese Commissie: inzetten op de ontwikkeling van groene infrastructuur. Een belangrijk middel om zoveel mogelijk natuur te behouden en te verbeteren. De Europese Commissie benadrukt daarbij het belang van samenwerking met en tussen bedrijven. Het project ontving daarvoor meer dan 3 miljoen euro.

Interreg Vlaanderen-Nederland is een Europees fonds voor regionale ontwikkeling in het grensgebied België-Nederland.

Meer informatie?

Meer informatie over het project vindt u in de brochure of bekijk de video.

Bron foto's:
@fotogroep ISO400
@Alex Wieland

Lees verder

Opinie

card image

Column van Frank Hazeleger

Kansen in kansarm vastgoed

Opinie

Opinie

Kansen in kansarm vastgoed

Uit een recent verschenen marktrapportage van Cushman & Wakefield , verricht in opdracht van NV Ontwikkelingsmaatschappij Utrecht (NV OMU) kwam een mooie paradox naar voren. Want wat door de ene partij wordt gezien als kansarm vastgoed, wordt door de ander partij gezien als kansrijk vastgoed.

Gek? Nee, juist niet! Het hangt vooral af van de doelstelling en de rol die een partij in de markt vervult die bepalen wat voor die specifieke partij kansrijk of kansarm is. Wat voor de meeste commerciële partijen, vooral bezien vanuit financieel rendement, wordt gezien als kansarm, kan voor partijen die meer streven naar maatschappijelijk rendement juist kansrijk zijn.

De vraag naar kantoor-, bedrijfs- en winkelruimte concentreert zich steeds nadrukkelijker op specifieke locaties, terwijl het genoemde rapport een aanzienlijk deel van de leegstaande kantoor- en bedrijfsruimtemarkt in de provincie Utrecht bestempelt als kansarm. Er is sprake van geconcentreerde schaarste en de verschillen tussen het beste vastgoed en de rest nemen nog steeds verder toe. Want buiten de zogenaamde toplocaties is er nog altijd veel kansarm vastgoed.

Zorgvuldiger, efficiënter, duurzamer

De ruimte in ons land is beperkt en dus moeten we zorgvuldiger, efficiënter en duurzamer omgaan met bestaande werklocaties. Commercieel gezien mogen de toplocaties het meest interessant zijn; vanuit maatschappelijk oogpunt bezien moet er natuurlijk ook het nodige gebeuren met verouderde bedrijventerreinen, leegstaande kantoren en retail. Want hoewel er sprake is van toenemende vraag dankzij de economische groei, is er in de provincie Utrecht nog altijd meer dan een miljoen vierkante meter problematische kantoor- en bedrijfsruimte beschikbaar. We moeten dus ook die gebieden aanpakken die commerciële partijen links laten liggen (c.q. waar sprake is van marktfalen).

Stimuleren bestaande locaties

Een goed instrument daartoe is het in het leven roepen van een zogenoemd revolverend fonds waarin door de overheid het werkkapitaal wordt gestort waarmee het fonds op de markt kan opereren. Dit kapitaal is nadrukkelijk niet bedoeld als subsidie maar met name bedoeld voor financiering van marktpartijen dan wel van eigen investeringen. Een dergelijk fonds acteert als ware het een commerciële partij onder marktconforme condities, maar wel met een andere insteek dan de reguliere vastgoedfinanciers. Naast financieel rendement is maatschappelijk rendement dan ook een belangrijke doelstelling. In een kleinere provincie als de provincie Utrecht moet er zorgvuldig worden omgegaan met ruimte en ligt de focus van overheidsbemoeienis bij het stimuleren van slecht functionerende bestaande bedrijventerreinen/werklocaties.

Verschuiving

In de provincie Utrecht is deze rol vooral neergelegd bij NV OMU. Oorspronkelijk lag de focus bij NV OMU alleen op bedrijventerreinen maar deze is gaandeweg uitgebreid met de leegstand van kantoren en retail, de twee grootste zorgenkindjes in vastgoedland op dit ogenblik. Wat je ziet is dat alles prima gaat in het centrum van Utrecht en Leidsche Rijn Centrum maar op andere locaties in de provincie, is nog steeds sprake van structurele leegstand, ondanks de economische groei. Dit is een gevolg van zowel een kwantitatieve als een kwalitatieve mismatch, oftwel er is te veel gebouwd en er is te weinig rekening gehouden met de daadwerkelijke eisen en wensen van gebruikers. Daar komt dan ook nog eens de invoering van energielabel-C per 1 januari 2023 overheen. Er is wat betreft dat laatste aspect nog heel wat (potentieel) kansarm kantoorvastgoed.

Deze projecten worden vaak niet door de markt opgepakt, dit veelal als gevolg van het ontbreken van financieringsmogelijkheden in met name de risicovolle ontwikkelingsfase van projecten. Commerciële partijen kiezen vooral de kansrijkere projecten, waar de risico's lager zijn. De aandacht van een fonds als NV OMU gaat juist uit naar de complexere projecten, die zonder financiële hulp  niet van de grond komen. Er is daarbij vaak sprake van een pioniersrol en een rol als aanjager van het op gang brengen van een project. Als het ontwikkelingsproces eenmaal loopt en risico's (bestemming, vergunning, verhuur of verkoop) zijn geëlimineerd, stappen de commerciële partijen wel weer in. 

Maatschappelijk rendement

Het is vaak een samenloop van factoren die ervoor zorgt dat sommige projecten niet van de grond komen. Initiatiefnemers krijgen de ontwikkelingsfase van een project financieel vaak niet rond omdat bijvoorbeeld de gewenste bestemming nog niet is gerealiseerd. Daarnaast financieren commerciële partijen vaak alleen maar het senior deel van de lening (zo'n 60%). Een revolverend fonds financiert ook het resterende deel voor zover dat nodig is. Het gaat daarbij niet alleen om financieel rendement, maar ook om maatschappelijk rendement. De aanpak van een locatie moet een duidelijke meerwaarde hebbenvoor de plek en de omgeving. Dat vraagt om kennis, maar ook om betrokkenheid. De bemoeienis van een revolverend fonds houdt niet op bij het verstrekken van een lening. Er is constante monitoring van de effectiviteit van de ter beschikking gestelde financiële middelen. Een fonds beschikt veelal over een grote kennis van de lokale vastgoedmarkt, maar weet ook wat er gemeentelijk speelt en biedt daarmee een duidelijke meerwaarde.

Lees verder

Achtergrond

card image

30-12-2019

Hoe verdozing in 2019 hoog op de politieke agenda kwam

Achtergrond

Achtergrond

Hoe verdozing in 2019 hoog op de politieke agenda kwam

Het advies van het College van Rijksadviseurs (CRa) om grenzen te stellen aan de verdozing van Nederland met XXL-distributiecentra zorgde voor tal van ­reacties en nationale media-aandacht. Resultaat is nu dat het advies binnen een jaar tijd op de politieke agenda is komen te staan en dat het thema ‘verdozing’ vraagt om een publiek debat met alle stakeholders. Een chronologie over hoe de discussie over die ‘lelijke blokkendozen’ in 2019 doorsijpelde tot in de hoogste regionen van de Haagse politiek.

Geuze, die tijdens een optreden in Zomergasten in 2015 het thema ‘verdozing’ al aansneed, zegt in gesprek met Nieuwsuur zich er vooral aan te ergeren dat bijna elke gemeente plannen maakt voor de komst van XXL-distributiecentra. “Overal.” Deze kritiek uit hij overigens niet voor het eerst. In een interview met de Volkskrant in mei 2018 zegt Geuze:  “Het doet me pijn als kostbare landbouwgrond verdwijnt voor dit soort hallen en loodsen. Maar ja, half Nederland gaat in de verkoop. Als je van het Nederlandse landschap wilt genieten, moet je naar het Rijksmuseum gaan. Gemeenten zijn volkomen blind, behekst, betoverd door het hebben van nieuwe bedrijventerreinen.”

April: CRa start onderzoek ‘verdozing’

De kritiek van Geuze is niet aan dovemansoren gericht. Het College van Rijksadviseurs (CRa) kondigt een onderzoek aan naar wat het zelf noemt ‘ongebreidelde groei van het aantal XXL-distributiecentra in met name logistieke hotspots Noord-Brabant en Tilburg-Waalwijk. Het adviesorgaan onder aanvoering van Rijksbouwmeester Floris Alkemade, stelt dat in dit onderzoekstraject wordt nagegaan wat nu concreet de ruimtelijke impact is van deze ‘verdozing.’

Ruimtelijke impact

Evenals Geuze stelt het CRa vast dat het aantal distributiecentra evenals datacentra de laatste jaren explosief is gegroeid. Met name de super oversized distributiecentra, ook wel XXL-dc’s, zijn populair. “Met oppervlaktes van zo’n veertigduizend vierkante meter of meer staan ze als enorme, raamloze dozen in het landschap. En dat landschap is juist zo belangrijk voor recreatie, natuur en als (internationale) vestigingsvoorwaarde. Bovendien is elke vierkante meter hard nodig voor de verduurzaming van de landbouw. Het CRa stelt dat deze ontwikkeling alle reden is voor nader onderzoek, waarmee het adviesorgaan, dat de regering gevraagd en ongevraagd van adviezen voorziet, meer  zicht wil krijgen op wat er nu precies gebeurt, wat er nog in de pijplijn zit, wat de trends zijn, wat precies de ruimtelijke impact is van de ‘verdozing’, welke sturingsmechanismen er zijn en wat er gedaan kan worden om deze ontwikkeling in goede banen te leiden. Na een expert-meeting, waarin experts vanuit diverse disciplines de ontwikkelingen belichtten, heeft het CRa de Stec Groep uit Arnhem gevraagd om een trendverkenning uit te voeren. Deze verkenning vormt de input van een ontwerpend onderzoek dat onder leiding staat van Rijksadviseur voor de Fysieke Leefomgeving, Berno Strootman. Na de zomer worden de uitkomsten gepresenteerd.

Juni: clash tussen twee werelden

Twee wereldbeelden clashten begin juni tijdens een rondetafelgesprek ‘Logistiek’ van Vastgoedmarkt op de Provada. Berno Strootman neemt tijdens de discussie op de vastgoedbeurs alvast een voorschot op het advies en stelde dat het college wil dat er een rem wordt gezet op de bouw van ‘lelijke blokkendozen’ in het Nederlandse landschap en flink wordt gesnoeid in het aantal landschapvervuilende dc-corridors. Logistiek vastgoed beleggers en adviseurs spraken van het zwartmaken van de logistieke (vastgoed)sector, die een van de belangrijkste pijlers is onder de Nederlandse economie. “We hebben de beste landbouwgrond van de wereld. Juist dit kabinet wil duurzame kringlooplandbouw stimuleren. Daarvoor is juist extra grond nodig die we nu opofferen. We hebben dc-clusters, eenlingen en corridors. De laatste belasten het landschap het ergst. We stellen voor een aantal plekken voor blokkendozen aan te wijzen en de rest af te breken. Ook moet er een verbod op greenfields komen en verouderde dc’s herontwikkelen. Nieuwbouwontwikkelaars moeten daarvoor een deel van de winst afstaan. Het moet draaien om multifunctionaliteit, duurzaamheid en circulariteit”, aldus Strootman.

‘Advies is onduidelijk’

Het betoog van Strootman is tegen het zere been van René Buck, directeur van Buck Consultancy International, die liet tijdens de discussie blijken dat het advies vooral onduidelijk is. “Eerst hadden ze een probleem met lelijke dozen, nu mogen mooiere nieuwe dc’s ook niet meer. De afgelopen vijf jaar zijn er maar drie mega-dc’s per jaar bijgekomen. In Nederland bestaat maar drie procent van alle grond uit bedrijventerrein. Het klopt dus niet dat heel Nederland wordt opgeofferd voor logistiek. Er zit geen enkel dc op een illegale plek; provincies en Raad van State hebben alles netjes goedgekeurd.”

Juni: ‘wildgroei dc’s ongewenst’

Het Rijk blijft niet achter en mengt zich ook in de verdozingsdiscussie en zegt bij monde van minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) dat de wildgroei aan distributiecentra in Nederland een halt moet worden toegeroepen. Ollongren wil daarom afspraken maken met gemeenten en provincies over de bouw van nieuwe distributiecentra. “Een aaneenschakeling van grootschalige, eenvormige opslag- en distributiecentra langs rijkswegen moet zoveel mogelijk worden voorkomen”, schrijft Ollongren in het Ontwerp van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI).  Volgens de minister is wat zij noemt ‘verloodsing’ ongewenst, want het zet de ‘landschappelijke kwaliteit onder druk’.

Oktober: ‘Brabant rafelrand’

Het advies van het CRa moet nog gepresenteerd worden, maar in Brabant neemt BrabantAdvies alvast een voorschot met een rapport waarin wordt gesteld dat er toenemende zorg is over de verdozing van het landschap in deze provincie. “Er moeten meer eisen worden gesteld aan de vestiging van deze ‘dozen’, want anders dreigt onze provincie de rafelrand van de Randstad te worden”, stelt het regionale adviesorgaan half oktober. Volgens het advies staat het gros van de distributiecentra die Nederland naar schatting rijk is, in Brabant, gevolgd door Limburg. Naar aanleiding van deze constatering waarschuwt het orgaan ‘dat logistiek in Brabant onontkoombaar is, maar dat gemeenten zich veel nadrukkelijker moeten afvragen wat de toegevoegde waarde is’.

Oktober: presentatie verdozing advies

Alleen nieuwe distributiecentra bouwen op bestaande bedrijventerreinen en bij hoge uitzondering op grond die nu nog beschouwd wordt als greenfield en dan alleen bij speciale ‘clusters’ van bedrijfshallen. Dat is de kern van het adviesrapport dat Berno Strootman namens het CRa eind oktober presenteerde in Het Nieuwe Instituut in Rotterdam. De vijf belangrijkste punten in het advies zijn: zet in op meer sturing en regie om Nederland concurrerend en aantrekkelijk te houden, faciliteer niet alles, maar wees selectief, stimuleer herontwikkeling van brownfields met behulp van financiële prikkels en (nieuw) instrumentarium, stimuleer clustering van distributiecentra in een beperkt aantal multimodale knooppunten, maak knooppunten dusdanig aantrekkelijk dat bedrijven zich er willen vestigen. Na de presentatie van het advies is er ook gelijk kritiek. Zo stelt haveneconoom Bart Kuipers dat het advies dat ‘dozen’ in dit advies te veel gegeneraliseerd worden. “Er zijn ‘dozen’ die een heel belangrijke maatschappelijke functie hebben waar veel maakindustrie plaatsvindt en er zijn distributiecentra die voor de circulaire economie in de toekomst heel veel gaan betekenen. Ik vind het jammer dat dit onderscheid niet wordt gemaakt.”

Ook vindt Kuipers het teleurstellend dat in het advies gepleit wordt voor een stop op de bouw van dc’s op greenfields. “Ik denk dat je juist moet pleiten voor greenfield ontwikkelingen dicht bij multimodale infrastructuur, waar het College ook juist voor pleit in zijn advies. Als je roept als adviesorgaan dat alleenstaande distributiecentra moeten worden verplaatst en als je ook versnippering wilt voorkomen dan moeten ze ergens centraal gebundeld worden op hotspot locaties als Logistiek Park Moerdijk en de Maasvlakte.”

November: de kritiek en de politiek

Het advies van het CRa is ook terechtgekomen bij de provinciebestuur van Gelderland. Die onderneemt actie en wil de bouw van XXL-distributiecentra aan banden leggen. Grote dozen mogen van het Gelderse provinciebestuur alleen nog maar verrijzen rond de logistieke hotspots Tiel, Nijmegen en Zevenaar en vlak over de grens in het Duitse Emmerich. Dit besluit wil de provincie vastleggen in plannen na overleg met Gelderse gemeenten.

Opnieuw kritiek Buck

René Buck, criticaster van het eerste uur van het CRa, kraakt in diverse media het CRa-advies in een ingezonden artikel. “Als logistiek vastgoed adviseurs bepleiten wij al jarenlang zorgvuldige werklocatieplanning in Nederland. Inzicht in toekomstige vraag naar en aanbod van bedrijventerreinen – kwantitatief, maar ook kwalitatief – gekoppeld aan flexibelere planning, moet voorkomen dat er grote regionale overschotten of tekorten ontstaan. Op het eerste gezicht sluit dit advies daarop aan. Maar dit rapport slaat te veel planken mis om een afgewogen basis te vormen voor betere planning van logistieke bedrijventerreinen.”

Onjuiste redeneringen

De onderbouwing van de conclusies in het rapport is mager en onevenwichtig, vindt Buck. Er is volgens hem geen uitgewerkte kosten-batenanalyse en er zou sprake zijn van een beperkte verantwoording. Ook is er vrijwel geen onderbouwende vakliteratuur en er zou sprake zijn van onjuiste redeneringen. Ook vindt Buck dat het adviesorgaan dusdanig bevooroordeeld aan zijn werk is begonnen, dat het advies precies overeenkomt met de interviews die werden gegeven voorafgaand aan hun advieswerk. “Van een afgewogen, onderbouwd advies is helaas geen sprake”, aldus Buck.

Motie tegen verdozing

Aan de politiek lijkt het betoog van Buck voorbij te gaan, want eind november wordt naar aanleiding van het advies van het CRa met een grote Kamermeerderheid – alleen PVV stemde tegen – een motie aangenomen, waarin de Kamerleden Mustafa Amhaouch (CDA) en Eppo Bruins (ChristenUnie) de regering oproepen om de toename van het aantal XXL-distributiecentra in Nederland aan banden te leggen. Beide Kamerleden willen dat het ministerie van Economische Zaken de in hun ogen ‘ongewenste verdozing van het Nederlandse landschap afremt’. Hierbij moet het ministerie niet in haar eentje optreden, maar in samenspraak met provincies en gemeenten.

Publiek debat

René Buck op zijn beurt, zegt dat het advies gezorgd heeft voor een valse start van een urgente discussie. Hij roept dan ook op tot een publiek debat met alle stakeholders, dus ook de eindgebruikers van distributiecentra die tot op heden onzichtbaar zijn in de hele verdozingsdiscussie, ‘die zijn nu aan zet’ zoals Wim Eringfeld (directeur Stec Groep) stelde in zijn blog begin november. Wordt vervolgd dus in 2020….

Bron: Logistiek.nl

Lees verder

Achtergrond

card image

30-12-2019

Zo betrek je ondernemers bij je bedrijventerrein

Achtergrond

Achtergrond

Zo betrek je ondernemers bij je bedrijventerrein

Veroudering, circulariteit, energietransitie, de war on talent en het creëren van een aangenamer verblijfsklimaat. De oplossingen voor de opgaven waar bedrijventerreinen voor staan kun je niet alleen organiseren. Succesvolle werklocaties laten zien dat collectiviteit een impuls kan geven aan innovatie. Maar hoe doe je dat dan?

Danielle van Steeg en Gregor Heemskerk van TwynstraGudde verzorgden tijdens het afgelopen BT Event op Industriepark Kleefse Waard in Arnhem een sessie over het organiseren van collectiviteit. Onder de titel ‘Zo betrek je ondernemers bij de werklocatie’ gingen zij in gesprek met de deelnemers. ‘Een aantal van hen vroegen naar een standaard aanpak voor verouderde bedrijventerreinen, maar die bestaat helaas niet. Het blijft maatwerk’, zegt Heemskerk. ‘Er zijn wel vaste stappen die je moet doorlopen om tot die maatwerkaanpak te komen: De eerste is om heel goed te luisteren naar de ondernemers op een locatie. De tweede is het in kaart brengen van de agenda van de industrie. Als je het belang van de bedrijven kunt dienen met een collectieve aanpak én een goed voorstel, dan zijn zij sneller bereid om te investeren. Immers, zij worden er beter van.’

1. Volg de agenda van de industrie

Heemskerk wijst op de Brainport Industries Campus (BIC) in Eindhoven. De eerste fase werd afgelopen najaar geopend door koning Willem-Alexander en moet een groep hightech toeleveranciers van bedrijven als ASML, Siemens en Boeing op één fysieke locatie gaan verbinden. Het zijn grotendeels MKB-bedrijven die op deze manier gezamenlijk de professionaliteit van de keten en het concurrerend vermogen willen verhogen. ‘Deze bedrijven voelden de noodzaak om anders te gaan werken’, zegt Heemskerk. ‘Deze grote klanten verwachten van hun toeleveranciers dat ze innoveren en vooroplopen in hun vakgebied. Voor afzonderlijke MKB-bedrijven is dat heel moeilijk, maar in coöperatief verband is veel meer mogelijk.’

Een praktisch voorbeeld van die samenwerking is een gezamenlijke pilotfabriek voor het 3D-printen van metalen onderdelen voor de industrie. De fabriek wordt gefinancierd door een aantal lokale bedrijven voor wie een dergelijk experiment te riskant en te duur is om individueel op te pakken. ‘Het is een voorbeeld van hoe veranderende samenwerking in de productieketen leidt tot innovatie’, stelt Heemskerk. ‘Op deze campus draait alles om één markt binnen de techsector. Clustering helpt bedrijven om gelijkgestemden te vinden. Op de Brainport Industries Campus maken die bedrijven een transitie door van een standaard ‘supply chain’, naar een ‘supply network’ en zelf een ‘supply network onder één dak’. Behalve de gewenste innovatieslag, leidt dit ook tot een reductie van de productiekosten.’

Campusvorming is daarnaast ook een ruimtelijk vraagstuk. Ondernemers verhuizen niet graag en doen dat alleen als het nodig is om hun primaire processen te kunnen verbeteren. ‘Die ondernemers weten eigenlijk heel goed wat ze nodig hebben om optimaal te functioneren’, zegt Heemskerk. ‘Een toekomstbestendige productielocatie komt aan die wensen tegemoet: een omgeving die samenwerking tussen bedrijven onderling en met kennisinstellingen stimuleert en daarmee innovatie aanjaagt. Daarnaast biedt een aantrekkelijke campus een openbare ruimte waar het prettig verblijven is, met goede voorzieningen, een goed programma, en een imago en uitstraling waar talent op af komt.’

2. Benut de governance

Ook op de Novio Tech Campus (NTC) in Nijmegen is een campus met een sterke clustering van kennisintensieve bedrijven ingericht. Op het industriële complex van NXP, voorheen de halfgeleiderdivisie van Philips, kwamen enkele jaren geleden verschillende productiegebouwen leeg te staan. Tegelijkertijd was vanuit de bedrijvigheid bij onderzoeksafdelingen op universiteitscampus Heyendaal veel vraag naar ruimte voor spin-offs en commerciële initiatieven, vooral op het snijvlak van health, life sciences en hightech. Na een succesvolle opstartfase van de NTC wordt op dit moment gewerkt aan een groeistrategie voor de komende tien jaar.

‘Het doel is om een aantrekkelijke en stimulerende omgeving te creëren, waarin bedrijven kunnen samenwerken en innoveren’, zegt Van Steeg. ‘Daarvoor moeten zowel de hardware als de software op orde zijn.’ De ruimtelijke visie voor de Novio Tech Campus voorziet in een mix van functies en een aantrekkelijke openbare ruimte – de hardware. Ook is een cruciale rol weggelegd voor de rol van parkeerruimte. ‘Door te kiezen voor parkeerplekken die niet op het maaiveld naast de gebouwen liggen, ontstaat een openbare ruimte die uitnodigt tot verblijf en ontmoeting. Dit soort maatregelen kunnen een groot verschil maken.’

Om de stap van werklocatie naar campus te zetten, is programmering en community-management nodig (de software). Van Steeg: ‘Een goede programmering van inhoudelijke evenementen en bijeenkomsten met een meer sociaal karakter draagt bij aan de focus, het concept en de thematisering op een campus. De volgende vraag is dan: hoe zorg je dat bedrijven hieraan willen meebetalen? Uiteraard kijk je dan naar de inhoudelijke behoeften die er zijn en welke events daar het beste bij passen. Maar het belangrijkste is dat de community wordt geactiveerd om het programma zelf te gaan dragen. Uiteindelijk moeten partijen zelf input gaan leveren en inzien dat een goed programma bijdraagt aan hun bedrijfsdoelen.’

Dit kun je volgens de adviseurs organiseren in de governance, de organisatiestructuur op een terrein. Van Steeg: ‘Behalve de vraag “wie betaalt wat?” hoort hier ook bij dat de governance flexibel is ingericht. Nieuwe partijen moeten kunnen toetreden of bedrijven moeten kunnen uittreden als ze dat willen. Ook wil je dat bedrijven en individuen van buitenaf kunnen deelnemen als dat bijdraagt aan de doelen van de campus en het cluster. Op de NTC zoeken bedrijven en het onderwijs elkaar bijvoorbeeld graag op. Studenten leren dat kennis en ideeën de grootste impact hebben wanneer ze worden gekoppeld aan ondernemerschap, bedrijfsvoering en financiering. Tegelijkertijd snappen ondernemers dat innovaties een nieuwe impuls kunnen krijgen door nauwere samenwerking met de wetenschap en het onderwijs.’

Toch is het in deze vorm van collectiviteit belangrijk om de governance-structuur niet leidend te maken, stelt Heemskerk. ‘De structuur is altijd dienend aan de hardware en de software. Wanneer de strategie verandert, moet de structuur kunnen meeveranderen. Dat is niet altijd gemakkelijk, want het vraagt van deelnemers dat ze neutraal en van een afstand naar de gemaakte afspraken blijven kijken. Een te starre governance is een valkuil. Campusmanagement is altijd in beweging en houdt nooit op, juist niet wanneer de gebiedsontwikkeling is afgerond.’

3. Wat kunnen we leren van de BIZ-aanpak?

De voorbeelden uit Eindhoven en Nijmegen laten zien wat collectiviteit kan betekenen. Maar collectiviteit is op de meeste bedrijventerreinen in ons land zeker geen vanzelfsprekendheid. Op nieuwe terreinen kunnen voorwaarden voor collectiviteit zijn opgenomen in de uitgiftecontracten. Maar op bestaande terreinen waar nog geen vorm van parkmanagement is ingericht, speelt vrijwilligheid een veel grotere rol. Juist op de oudere terreinen is het het moeilijkst om collectiviteit te organiseren. Bij sommige ondernemers die hun vastgoed willen moderniseren en verduurzamen is de benodigde investeringsbereidheid misschien aanwezig, maar in veel gevallen zal er ook een groep zijn die niet wil meewerken.

Hoe kun je deze ‘free riders’ dan toch betrekken? Volgens Van Steeg kunnen bedrijventerreinen inspiratie ontlenen aan de bedrijfsinvesteringszones (BIZ), een vorm die vooral in winkelgebieden wordt toegepast. Binnen een BIZ werken ondernemers en eigenaren samen aan de verbetering van hun gebied. De gemeente heft daartoe jaarlijks een bedrag naar rato van de WOZ-waarde van een pand. Met de opbrengst van deze heffing kunnen de deelnemers gezamenlijk investeren in de leefbaarheid, veiligheid, ruimtelijke kwaliteit en economische ontwikkeling van het gebied. Pas als een twee derde meerderheid van de ondernemers (die minimaal 50 procent van de totale WOZ-waarde vertegenwoordigt) voorstander van de heffing is, wordt een BIZ ingericht. Van Steeg: ‘Naast het tegengaan van free riders biedt een BIZ ook veel inzicht. Er wordt een businessplan opgesteld waarin in het proces de ambities van de deelnemers inzichtelijk worden. Ook als die ambitie verder reikt dan het plaatsen van prullenbakken en het bekende ‘schoon, heel en veilig’. Door het proces van oprichten van een BIZ krijg je inzicht in hoe ondernemers denken, wat hen raakt en wat nodig is om de aansluiting van markt en overheid te vinden. Het dwingt diezelfde ondernemers om ook zelf over die vragen na te denken. Ik denk dat dit een aanpak is waar veel paralellen te trekken zijn met waar we heen willen op bedrijventerreinen.’

Dit artikel verscheen eerder in vakblad BT Magazine. BT Magazine is hét vakblad voor iedereen die zich bezighoudt met regionale innovatiekracht en vestigingsklimaat.

Lees verder

KENNISARCHIEF