KENNISARCHIEF 2020 - 2021

Nieuws

card image

Nieuws

BNR Nieuwsradio: 'Kabinet laat grote kansen liggen bij verduurzaming'

Nieuws

Nieuws

BNR Nieuwsradio: 'Kabinet laat grote kansen liggen bij verduurzaming'

Ons land laat grote kansen liggen op het gebied van verduurzamen. Alleen al op daken van grote bedrijven kan een groot deel van alle groene stroom worden opgewekt. Toch gebeurt dat nog nauwelijks.

Vanochtend vertelden Theo Föllings (voorzitter SKBN en werkzaam bij OostNL) en Gerlof Rienstra van Rienstra Beleidsonderzoek hierover op BNR Nieuwsradio.

Luister hier het gesprek op BNR terug

Van alle groene stroom die we in 2030 willen opwekken, kan 14 procent worden behaald door bedrijfsdaken vol te plempen met zonnepanelen. Dat blijkt uit een berekening van Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (SKBN) en onderzoeksbureau Rienstra, ingezien door BNR.

Obstakels

Op dit moment wordt 12 procent van de capaciteit op bedrijfsdaken benut, zegt onderzoeker Gerlof Rienstra. En hoewel daar de laatste jaren wat groei in is gekomen, ligt er nog veel potentie. Veel distributiehallen zijn maar voor de helft bedekt met zonnepanelen, zegt Rienstra. 'Ontwikkelaars zouden wel meer willen realiseren, maar voor een hogere energielevering aan het net zijn specifieke vergunningen nodig. En die kunnen niet altijd worden afgegeven.'

Verder is niet elk dak geschikt voor zonnepanelen, legt Rienstra uit. Tot slot hebben we niet overal de juiste netwerkcapaciteit.

'De groei voor komende jaren ligt op bedrijfsdaken', zegt ook Rolf Heynen, CEO van onderzoeksbureau Dutch New Energy Research. 'Zo'n 95 procent van de SDE++-project is naar zonnepanelen op daken gegaan, dus ook financieel gezien is het de meest interessante optie.' Qua budget is 60 procent van de zonneprojecten naar de daken dak gegaan en 40 procent naar projecten op de grond.'

Theo Föllings, voorzitter van SKBN, roept het volgende kabinet op om meer ruimte te maken voor de infrastructuur van groene energie. 'Vreemd dat ze geen moeite doen juist die infrastructuur op orde te krijgen. Het is een rol van de overheid om dit op te pakken.' En daarbij wordt de potentie van bedrijventerreinen nog over het hoofd gezien, zegt Föllings.

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Groene Metropoolregio wil duurzame bedrijventerreinen

Nieuws

Nieuws

Groene Metropoolregio wil duurzame bedrijventerreinen

Gedeputeerde Staten van Gelderland hebben het Regionaal Programma Werklocaties (RPW) van de regio Arnhem-Nijmegen vastgesteld. In het RPW staan afspraken over de ontwikkeling van bedrijventerreinen, kantoren en perifere detailhandel in de regio.

Na een aantal jaren van overaanbod is er nu weer vraag naar werklocaties. De regio krijgt ook weer ruimte om nieuwe werklocaties te ontwikkelen, met het juiste bedrijf op de juiste plek. Zo werkt de regio samen met ondernemers aan de verduurzaming van gebieden, gebouwen en bedrijfsprocessen.

Gedeputeerde Peter Kerris: “De afspraken in het RPW geven de regio Arnhem-Nijmegen weer ruimte om te groeien. Ruimte voor werklocaties die duurzaam zijn en klaar voor de toekomst. Met het juiste bedrijf op de juiste plek!”

Meer ruimte voor bedrijven

In 2017 was er in Arnhem-Nijmegen een overaanbod aan werklocaties. De afgelopen jaren is de vraag naar bedrijventerreinen sterk toegenomen, waardoor het overaanbod is gedaald. Dit geeft de regio tot 2030 de ruimte om ruim 100 ha  hectare te gebruiken voor werklocaties. Dit houdt de regio aantrekkelijk voor bedrijven om zich te vestigen of uit te breiden.  

Centrale stationslocaties

Op kantoorlocaties is het overaanbod ook gedaald, maar nog steeds aanwezig. Er is wel een tekort aan kantoorruimte bij de centrale stations. Door de pandemie werken mensen meer thuis dan op kantoor. Bedrijven kiezen daardoor vaker voor kleinere kantoren op locaties die goed bereikbaar zijn met het openbaar vervoer. Komende jaren gaat de regio het bouwen van kantoren rond de centraal stations in Arnhem en Nijmegen stimuleren.

Clustering van XXL logistiek

In het RPW staat ook waar XXL logistiek zich mag vestigen en onder welke voorwaarden. Gemeenten hebben met de provincie afgesproken om XXL logistiek maar op een paar plekken toe te staan. Zo willen we ‘verdozing’ van de omgeving voorkomen (steeds meer grote rechthoekige gebouwen). Tot 2030 wordt de ontwikkelruimte verdeeld over Nijmegen en Emmerich-Montferland-Zevenaar.

Toekomstbestendige bedrijventerreinen

De afspraken in het RPW sluiten aan bij de ambitie van de Groene Metropoolregio, om de groenste regio van Nederland te zijn. Samen met de provincie en bedrijven wil de regio nieuwe of bestaande werklocaties toekomstbestendig maken. Dit doen we door in te zetten op het gebruik van zonnepanelen, méér groen en duurzaam ondernemen. Voor ondersteuning bij het toekomstgericht maken van bedrijventerreinen kunnen gemeenten en bedrijven terecht bij de aanpak toekomstbestendige bedrijventerreinen van provincie Gelderland.

Meer werk en duurzame groei

Burgemeester Huub Hieltjes (Duiven) namens de regio: “Met de vaststelling van het RPW komt er in de Groene Metropoolregio ruimte voor meer werk en duurzame groei. We kunnen zo vooral kansen benutten met duurzame bedrijventerreinen en in de XXL logistiek. Als Groene Metropoolregio bewaken we daarbij de balans tussen economische ontwikkeling en zorg voor de omgeving.” 

Lees verder

Achtergrond

card image

08-06-2021

Circulariteit bedrijventerreinen: hoge eisen, weinig slagkracht bij gemeenten

Achtergrond

Achtergrond

Circulariteit bedrijventerreinen: hoge eisen, weinig slagkracht bij gemeenten

Op alle overheidsniveaus zijn stevige circulaire ambities geformuleerd om in 2050 een economie zonder afval te hebben. Vooral op lokaal niveau wordt steeds meer verwacht van het beter en anders benutten van grondstoffenstromen op bestaande en nieuwe bedrijventerreinen. Het blijft vooralsnog bij mooie woorden. Gemeenten hebben amper slagkracht, blijkt uit verkennend onderzoek.

Door Julian van der Zanden en Cees-Jan Pen. Dit artikel verscheen eerder in vakblad ROm, het maandelijkse vakmagazine voor de fysieke leefomgeving en gratis voor ambtenaren. 

Een circulair bedrijventerrein is kortgezegd een bedrijventerrein waar wordt ingezet op materiaalreductie, duurzaamheid en het circuleren van materialen. Het gaat nadrukkelijk om meer dan werken met zonnecollectoren op daken en de plaatsing van windmolens.

Wat betreft circulariteit is er op bedrijventerreinen veel winst te behalen. Bedrijven zijn ruimtelijk geclusterd en ze produceren, consumeren en transporteren daar veel grondstoffen. Bij de ontwikkeling en aanleg van nieuwe terreinen gelden dan ook hoge circulaire ambities. Tegelijkertijd constateren we onder meer bij de selectie voor de jaarlijkse Circular Design Award dat concrete resultaten nog maar weinig te vinden zijn. En toch worden steeds meer nieuwe terreinen in de markt gezet als circulair terrein.

Actuele voorbeelden zijn de ontwikkeling van Wijkevoort in Tilburg en Heesch-West in Bernheze, waar hoge circulaire ambities worden gesteld en waar sprake is van veel omgevingsprotest vanuit omwonenden. In beide gemeenten draait dit naast de ingreep in het open landschap om respectievelijk het plaatsen van windmolens en de angst voor de voortgaande verdozing van Tilburg-Noord.

De vraag is dus wat deze papieren ambities in de werkelijkheid voor de (vastgoed)ontwikkeling op bedrijventerreinen betekenen. Het verkennend onderzoek ging daarom dieper in op de hoofdvraag: ‘Hoe kan de (vastgoed)ontwikkeling van een nieuw circulair bedrijventerrein worden gerealiseerd?’.

Van woorden naar daden

De aankomende jaren zal er geen nieuw circulair bedrijventerrein worden gebouwd dat honderd procent circulair is. Streven is dat een gemeente een bedrijventerrein realiseert dat zo circulair mogelijk is.

Zeker voor bedrijventerreinen loopt de transitie achter

Op basis van deskresearch blijkt dat gemeenten meestal gebruikmaken van drie instrumenten om de circulaire ambities voor nieuwe bedrijventerreinen te realiseren, namelijk een checklist, of prestatie- en procesinstrumenten. Het PBL  concludeert in de integrale circulaire economie dat voor versnelling van de transitie naar een circulaire economie, intensivering van beleid nodig is en meer dwingende maatregelen nodig zijn om te komen tot een volgende fase van de transitie. Zeker voor bedrijventerreinen loopt de transitie achter.

Benchmarkonderzoek van Stec uit 2020 onder negentig gemeenten geeft een weinig hoopvol beeld. Negentig procent van de gemeenten weet niet welke bedrijven circulair actief zijn en tachtig procent van de gemeenten heeft helemaal geen visie of beleid voor de circulaire transitie op bedrijventerreinen.

De praktijk is vaak weerbarstiger. Gemeenten mogen niet zomaar extra circulaire eisen stellen boven op het Bouwbesluit. In de praktijk is nog weinig bekend of een gemeente door allerlei circulaire eisen niet zorgt voor té hoge eisen.

Sommige gemeenten kiezen om die reden voor een pragmatische aanpak. Ze stellen geen eisen, maar spreken over circulaire ‘wensen’. In regio’s als rond Schiphol met een grote vraag naar bedrijventerreinen, is de ervaring dat deze wensen toch wel worden ingewilligd door de markt.

Het onderzoek laat zien dat gemeenten na de gronduitgifte van nieuwe bedrijfskavels nog een aantal instrumenten hebben om circulariteit op een bedrijventerrein te bewerkstelligen. Ten eerste kan de gemeente het gehele terrein verkopen aan één grote verhuurder zoals het geval is bij de Schiphol Airport Development Corporation (SADC), die toeziet op circulaire huurders. Ten tweede door de grond in erfpacht uit te geven waarbij extra regels worden opgenomen in de erfpachtregels. Ten derde door een circulair kwaliteitsplan in de bestemmingsplanregels op te nemen. Deze laatste optie is alleen mogelijk wanneer het bedrijventerrein wordt ontwikkeld onder de Crisis- en herstelwet.

Gereedschapskist voor nieuwe circulaire terreinen hangt af van het gevoerde grondbeleid

Bij erfpacht kan de ondernemer de financiële ruimte die hij uitspaart door de grond niet te hoever verwerven, inzetten voor een hogere mate van circulariteit. Uit het onderzoek blijkt dat de gereedschapskist voor nieuwe circulaire terreinen afhangt van het gevoerde grondbeleid. Zo heeft een gemeente bij actief grondbeleid de meeste instrumenten om de circulaire ambities waar te maken en bij faciliterend grondbeleid de minste. Bij actief grondgebruik is een gemeente actief betrokken bij het proces en bij een faciliterend grondbeleid faciliteert de gemeente slechts.

Vrijblijvendheid en geen deling leermomenten

De ervaringen in de praktijk zijn tot dusver zwaar teleurstellend. Opvallend is dat er nog maar weinig overzicht is van de aanpak op circulaire bedrijventerreinen. Er wordt ook weinig geleerd van elkaars succes- en faalfactoren, laat staan dat er zicht is op het waarmaken van circulaire ambities. De bevindingen van de deskresearch sluiten aan op de kritische uitkomsten van de Integrale Circulaire Economie Rapportage (ICER) van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) van 21 januari van dit jaar.

Verschillende grondstoffentrends gaan niet de goede kant op, zo laat PBL zien. Alhoewel de efficiëntie in het gebruik van grondstoffen is toegenomen, blijkt het totale grondstoffengebruik sinds 2010 nauwelijks veranderd. Voor de Nederlandse consumptie is in de productieketens wereldwijd steeds meer land nodig. Kortom, het beleid is te vrijblijvend en oogt te veel als een ‘laat duizend bloemen bloeien’- aanpak. Het PBL adviseert dat er meer ‘dwang en drang’ nodig is in het circulaire-economiebeleid.

Uit de deskresearch naar best practices destilleren we de volgende stappen die ambitieuze gemeenten kunnen zetten om meer circulariteit op nieuwe bedrijventerreinen te realiseren.

  • Stap 1) Vraaganalyse Tijdens stap 1 wordt de ladder van duurzame verstedelijking doorlopen en dus gekeken hoe hoog de marktvraag werkelijk is. 
  • Stap 2) Kansenanalyse De tweede stap kijkt naar de kwaliteit en kansen van het gebied. Deze kunnen geïnventariseerd worden door gebruik te maken van de MRE-benadering of het uitvoeren van een SWOT-analyse. 
  • Stap 3) Concretiseren gemeentelijke circulaire ambitie Dankzij deze eerste twee analyses – marktvraaganalyse en kansenanalyse – kan een gemeente bij stap 3 een scherpe circulaire ambitie opstellen. In de praktijk kiest een gemeente er veelal voor om een ambitie op te stellen die niet aansluit op wat bedrijven beweegt. Dit leidt veelal tot irreële ambities. Advies is: ‘Gemeenten, luister naar de marktvraag, combineer die met de kansen van het gebied en stel zo een haalbare ambitie op.’
  • Stap 4) Haalbaarheidsanalyse Bij stap 4 wordt gekeken naar de haalbaarheid van de gestelde circulaire ambitie mede in relatie tot de eisen vanuit het Bouwbesluit en het inzetten van de drie eerdergenoemde categorieën: 1. checklists, 2. prestatie-instrumenten en 3. procesinstrumenten.
  • Stap 5) Keuze grondbeleid en bijbehorende instrumentatie Als laatste maakt de gemeente een keuze tussen het type grondbeleid dat zij wil gebruiken. Hierbij moet zij in ogenschouw nemen dat de bijbehorende instrumentaria aansluit bij hetgeen de gemeente wil: de ambitie.

We zien in de praktijk van de best practices dat een gemeente met een dergelijk stappenplan een steviger basis legt voor circulariteit bij bedrijven. Samenwerking is daarbij de sleutel. De lokale overheid moet hoe dan ook de dialoog aangaan met ondernemers die bij de vraaganalyse naar boven komen. Zij moeten het immers doen en zij moeten in het circulariteitsverhaal geloven.

Uitgifteplan en -team voor Heesch-West

Een gezamenlijke ambitie van de gemeenten Oss, ’s-Hertogenbosch en Bernheze heeft ertoe geleid, dat zij het duurzaamste bedrijventerrein gaan ontwikkelen. In de eerste fase is er vijftig hectare grond beschikbaar. Bij meer animo zal er dertig hectare bijkomen.

De gemeenten gebruiken een aantal instrumenten om de ambities te realiseren. Zo is een circulair kwaliteitsplan opgesteld met aandacht voor onder meer duurzaamheid, stedenbouwkunde en klimaatadaptie. In het bestemmingsplan zijn specifieke voorschriften opgenomen voor circulariteit en duurzame energie. Een uitgifteplan en uitgifteteam moeten ervoor zorgen dat de ambities van de gemeenten werkelijkheid worden. Het uitgifteteam houdt in samenwerking met de bedrijven in de gaten of de circulaire eisen, opgesteld in het uitgifteplan, ook daadwerkelijk worden behaald.

Naast deze vier instrumenten, zijn er twee andere instrumenten aan toegevoegd. Zo is een parkmanagement bedacht. Bedrijven moeten lid zijn om naar het bedrijventerrein te kunnen gaan en daar hun ideeën over circulariteit te delen. Daarnaast blijkt dat het bedrijventerrein afgelegen is, waardoor er op het bedrijventerrein onvoldoende gasafsluitingen zijn. De gemeenten gaan geen gas aanleggen, maar bedrijven moeten denken over een all-electric oplossing. Ook hebben de gemeenten besloten om één vuilwateraansluiting aan te leggen, omdat ze het onnodig watergebruik tegen willen gaan en bedrijven het inzicht willen geven om zelf met oplossingen voor het vuilwaterprobleem te komen.

Circulair met actief grondbeleid op Wijkevoort

Gemeente Tilburg heeft de ambitie om van Wijkevoort een duurzaam, energieneutraal terrein te maken. Het gebied bevat 88 hectaren aan grond. In de eerste fase is 44 hectare grond beschikbaar.

In een ‘ontwikkelleidraad’ zijn de duurzame eisen beschreven, die vervolgens aan het bestemmingsplan zijn gekoppeld. In het bestemmingsplan komen strenge vestigingseisen voor het economisch concept als de ruimtelijke invulling van gebouwen en perceel. Zo heeft de gemeente een actief grondbeleid omdat zij voorheen 75 procent van de grond in handen had. Dat percentage is inmiddels naar circa 80 procent gegroeid. Het tekenen of uitgeven van kavels doet de gemeente niet, maar ze gaat wel met de bedrijven in gesprek om het ‘afhaakrisico’ te verminderen. Dit zorgt ervoor dat er maar een gedeelte van de kaders is opgesteld. De gemeente biedt bedrijven de gelegenheid om zelf aan die kaders te voldoen, in plaats van druk op te leggen.

Bedrijven moeten zich bij de gemeente aanmelden om daar de wensen en ambitie kenbaar te maken. Nadat de thema’s met de gemeente besproken zijn, zal een adviescommissie naar de aanvragen kijken, die zij vervolgens bij het college afgeeft. Zij geeft het besluit of een bedrijf op het bedrijventerrein mag komen. Bij een positief besluit treedt de gemeente met de partij in onderhandeling. In dat gesprek komen onderwerpen als hoeveelheid grond, prijs en locatie aan bod. Als het bedrijf de besproken duurzaamheidseisen omzet in een ruimtelijk concept, en daar een akkoord op is, is het bedrijf een toegelaten partij op Wijkevoort.

Julian van der Zanden heeft dit artikel geschreven op basis van zijn afstudeeronderzoek naar best practices bij het lectoraat De Ondernemende Regio (julian.vanderzanden@outlook.com). Cees-Jan Pen is lector aldaar. 

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Praktijkprogramma Circulaire Werklocaties 1.0 succesvol afgesloten

Nieuws

Nieuws

Praktijkprogramma Circulaire Werklocaties 1.0 succesvol afgesloten

Op 1 juni 2021 is het praktijkprogramma circulaire werklocaties 1.0 afgesloten met een slot-evenement. Sinds de start in 2019 is onderzoek gedaan naar een afwegingskader voor circulaire werklocaties. Wat betekent circulariteit voor een werklocatie? En hoe ga je hiermee aan de slag? Met twaalf werklocaties over heel Nederland zijn Akro Consult en C-creators (met SKBN als initiatiefnemer) anderhalf jaar hard aan de slag gegaan in het praktijkprogramma circulaire werklocaties. 

In 2019 is het onderzoek over een afwegingskader voor circulaire werklocaties in opdracht van gebiedsontwikkelaar SADC opgesteld. Circulaire gebiedsontwikkeling staat in de kinderschoenen. Als vervolg op het afwegingskader nam SKBN het initiatief om het praktijkprogramma circulaire werklocaties te ontwikkelen. Dit programma is door Akro Consult en C-creators opgezet om ervaringen en kennis te delen. Koplopers in dit programma zijn Business Park Amsterdam Osdorp, De President, De Steiger, Heesch West, HoogTij, Lelystad Airport Business-park, Lorentz, PolanenPark, Strijkviertel, Vinkenhoef, Waarderpolder en Zevenhuis.

Resultaat in vier producten

De werklocaties die in het programma deelnemen zijn qua profiel, levensfase en geografische spreiding een waardevolle mix en vormen een actieve community die kennis en ervaringen deelt. Iedere werklocatie is (digitaal) bezocht en samen met experts is invulling gegeven aan de belangrijkste circulaire ambities en aandachtspunten. Hieruit kwam een algemene behoefte om op een aantal aspecten kennis te delen en te verdiepen. Binnen het programma zijn daarom vier producten ontwikkeld: 

  • De circulaire transitieagenda, biedt inzicht in doelen en kaders van de (Rijks)overheid voor 2030 en 2050;
  • De handreiking circulaire gronduitgifte; biedt aangrijpingspunten en vele voorbeelden voor succesvolle gronduitgifte. 
  • De circulaire openbare ruimte; biedt handvatten en inspirerende voorbeelden voor een circulaire openbare ruimte;
  • De communicatieopgave; biedt handvatten voor het opstellen van de communicatie-strategie over circulaire werklocaties.

Slotevent

Lodewijk Hoekstra van NL Greenlabel deelde op het slotevent zijn visie over de mogelijkheden van duurzame inrichting van de openbare ruimte en de meerwaarde hiervan. Jorrit Vervooldel-donk van Metabolic en Martine van Neer van Akro Consult hebben de circulaire transitieagenda en circulaire gronduitgifte gepresenteerd. John Haenen van Interface heeft als ondernemer toegelicht hoe Interface de circulaire economie in haar strategie integreert en als doel heeft om onze planeet te herstellen en een positieve impact achterlaten.

Meer informatie

Voor meer informatie over het praktijkprogramma circulaire werklocaties of het product circulaire openbare ruimte kunt u contact opnemen met Imme Groet van C-creators. Voor meer informatie over de circulaire transitieagenda kunt u contact opnemen met Jorrit Vervooldeldonk van Metabolic. Voor meer informatie over de handreiking circulaire gronduitgifte of de circulaire communicatieopgave kunt u contact opnemen met Paul van Dijk van Akro Consult. 

 

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Energiehub InnoFase: eerste stappen in de systeemverkenning

Nieuws

Nieuws

Energiehub InnoFase: eerste stappen in de systeemverkenning

Onder begeleiding van de werkgroep Energiehub InnoFase (bestaande uit diverse bedrijven op InnoFase, Liander, Waterschap Rijn & IJssel, Oost NL, Kiemt, gemeente Duiven en RES Arnhem-Nijmegen) is Firan gestart met het identificeren van kansrijke koppelingen tussen toekomstige hernieuwbare energieprojecten en de gebruikers op het bedrijventerrein Innofase.

Kiemt heeft hierbij de verbinding gelegd tussen de behoefte van de werkgroep Energiehub InnoFase en het passende aanbod van Firan vanuit hun expertise en drive naar realisatie van infrastructuur voor nieuwe energiesystemen.

Innofase

Volgens de ambities van de Regionale Energie Strategie (RES) Arnhem-Nijmegen is de planning om in de buurt van InnoFase grootschalige opwek van zonne-energie te realiseren in combinatie met een verschillend aantal windmolens. In deze energie systeemverkenning wordt daarbij niet alleen gekeken naar hoe deze duurzame opwek zo effectief mogelijk kan worden aangesloten, maar ook welke businesscases er mogelijk zijn door lokaal slimme combinaties te maken. Energie conversies, opslag en afzet van diverse vormen van energie, zoals waterstof, biogas en warmte zijn hierbij interessant en worden in de verkenning  meegenomen. Na de zomer worden de eerste resultaten verwacht.

Bedrijventerrein InnoFase in Duiven is onlangs uitgeroepen tot het duurzaamste bedrijventerrein van Nederland. De elf bedrijven die op InnoFase zitten, richten zich voornamelijk op het hergebruiken van grondstoffen en energie.

Lees verder

Achtergrond

card image

28-05-2021

Handzaam boekje over vergroenen bedrijventerreinen

Achtergrond

Achtergrond

Handzaam boekje over vergroenen bedrijventerreinen

Stichting Steenbreek en provincie Zuid-Holland werken samen aan het vergroenen van bedrijventerreinen. Een eerste resultaat van die samenwerking is de uitgave van de publicatie "Groene gezonde bedrijventerreinen". In het boekwerkje over nut en noodzaak van het vergroenen van bedrijventerreinen staan inspirerende ideeën en praktische informatie; het is bedoeld voor gemeenten, beheerders van bedrijventerreinen en ondernemers.

Nederland heeft ruim 3.800 bedrijventerreinen met een gezamenlijke oppervlakte van bijna 100.000 hectare (bijna de helft van de provincie Groningen). Bijna een derde van de banen in Nederland is op bedrijventerreinen te vinden. Uit onderzoek dat Rienstra Beleidsonderzoek en Beleidsadvies in 2020 uitvoerde in de provincie Zuid-Holland blijkt – en dat is representatief voor andere provincies – dat de grondoppervlakte van bedrijventerreinen voor slechts 1 procent uit groenblauwe structuren bestaat (bomen, vaste planten, gras, sloten, poelen).

Inzicht in mogelijkheden

Met de 44 pagina’s tellende uitgave, met een voorwoord van gedeputeerde Willy de Zoete, krijgen gemeenten, parkbeheerders en bedrijven inzicht in de mogelijkheden voor een groenblauwe inrichting van een bedrijventerrein die bijdraagt aan biodiversiteit en klimaatadaptatie (voorkomen wateroverlast en hittestress), maar ook aan de gezondheid van medewerkers en daardoor de arbeidsproductiviteit.

Stappenplan

Naast een algemeen overzicht van de huidige situatie en het vergroeningspotentieel op bedrijventerreinen in Nederland wordt onder meer een stappenplan gepresenteerd om te komen tot een groenblauwe inrichting. Daarnaast komen aan bod welke mogelijkheden er zijn om aan, op en tussen gebouwen te vergroenen.

Er worden twee bedrijventerreinen als praktijkvoorbeeld uitgelicht: het bedrijfsterrein van Farm Frites in Oudenhoorn en BIZ Grote Polder in Zoeterwoude.

Gezondheid

Het aspect gezondheid wordt in de uitgave uitgebreid belicht: zo komt omgevingspsycholoog Sjerp de Vries van de WUR aan het woord over de positieve effecten van groen op gezondheid en belicht architect Thomas Steensma de relatie tussen het concept Positieve Gezondheid en architectuur/stedenbouw.

Foto: Arnold van Kreveld

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Sloop en sanering Attero-terrein op Zevenellen in Haelen

Nieuws

Nieuws

Sloop en sanering Attero-terrein op Zevenellen in Haelen

De herontwikkeling van Duurzaam Multifunctioneel Bedrijvenpark Zevenellen in de gemeente Leudal gaat een nieuwe fase in. Het voormalige Attero-terrein wordt gesloopt en gesaneerd. Ontwikkelingsmaatschappij Midden-Limburg, eigenaar van dit gebied, heeft hiervoor Bloem-Group uit Panheel de opdracht verstrekt.

“Pragmatische, duurzame en adequate oplossingen zijn het positieve gevolg”, zo verwoordt Hans Coppus, directeur van OML, de samenwerking. Naar verwachting zijn de sloop en sanering eind 2021 gereed.

Het voormalig Attero-terrein omvat bijna 10 hectare van de 48 hectare van Duurzaam Multifunctioneel Bedrijvenpark Zevenellen. OML kocht het terrein vorig jaar van Attero. Bloem Group start direct na de zomervakantie met de sloopwerkzaamheden op het voormalig Attero-terrein. Dat bestaat uit het slopen van:  

  • het Attero-gebouw (voormalig kantoor PLEM);
  • de ondergrondse koelwaterkoker van 300 meter;
  • de ondergrondse schuilkelder (goed voor 300 personen, voor toenmalig PLEM);
  • de brandweerkazerne. 

Sanering terrein 

Daarnaast is ook sanering van het voormalig Attero-terrein noodzakelijk. Het terrein kent een historische bodemverontreiniging met zogenaamde PCB’s, Polychloorbifenylen. Dat zijn stoffen die voorkomen in onder andere bouwmaterialen en bestrijdingsmiddelen met chloor. Gemiddeld krijgen Nederlanders zo weinig PCB’s binnen dat het geen effect heeft op de gezondheid. Met de aankoop van het terrein en de verdere ontwikkeling van Zevenellen pakt OML met de sloop en sanering het gebied verder aan. 

Hergebruik vrijkomende materialen

Bloem Sloop & Reclying, onderdeel van Bloem-Group, is al gestart met leeghalen van het voormalig Attero-gebouw. De diverse vrijkomende materialen zoals deurklinken, plinten, wc-potten, nooduitgangsbordjes, lampen, glaswerk, ventilatie-onderdelen krijgen een nieuw leven. Talloze materialen uit de sloop worden prijsgunstig aangeboden voor duurzaam hergebruik via Bloem Gebruikte Bouwmaterialen in Panheel. “Niet alleen Bloem Infra BV en Bloem Sloopwerken & Recycling, maar ook MAH Bouwadvies en Bloem Gebruikte Bouwmaterialen tonen hier de gezamenlijke meerwaarde voor het project. Een project dat Bloem-Group ‘op het lijf geschreven’ is”, aldus Tjeu Clerkx, directeur Bloem Infra BV. 

Deze werkwijze sluit uitstekend aan bij de missie van OML voor duurzaamheid en circulariteit.  “Zo herontwikkelen we bedrijventerreinen zoals Zevenellen tot veilige, groene, duurzame en toekomstbestendige locaties voor nieuwe (economische) ontwikkelingen.” 

Informatie en planning

Omwonenden en belanghebbenden worden op diverse wijzen geïnformeerd over de werkzaamheden. Zo is er een klankbordgroep Zevenellen. Zij worden op de hoogte gehouden en informeren de eigen achterban. Werkzaamheden zijn ook te volgen op de social media-kanalen van OML en van Bloem Infra. Daarnaast wordt ook ‘de Bouwapp’ (Duurzaam Bedrijvenpark Zevenellen) regelmatig gevuld met interessante weetjes over de vorderingen op het terrein. En uiteraard staat OML graag iedereen die vragen heeft te woord. 

Na de oplevering van het gesaneerde Attero-terrein, eind 2021, rondt OML de verdere inrichting van het bedrijvenpark Zevenellen af.

In een film zijn de verschillende projectonderdelen van het voormalig Attero-terrein in beeld gebracht. 

 

Lees verder

Achtergrond

card image

26-05-2021

Financiering en subsidies duurzame bedrijventerreinen

Achtergrond

Achtergrond

Financiering en subsidies duurzame bedrijventerreinen

Voor bedrijventerreinen die aan de slag willen met verduurzaming, bestaan verschillende financieringsmogelijkheden. Vaak begint het bij lokale financiële kansen. Van daaruit is het mogelijk dat er een structurele basis ontstaat voor het bekostigen van verduurzamingsmaatregelen.

Op deze pagina die is overgenomen van RVO vindt u een aantal concrete voorbeelden uit de praktijk.

Ondernemersfonds

Een ondernemersfonds is een voorziening in een gemeente waarin deelnemende ondernemers opslag betalen over de onroerendezaakbelasting (OZB). Deze opslag dient als een gezamenlijke portemonnee. Bedrijven kunnen daarmee in hun eigen omgeving - het zogenaamde trekkingsgebied - collectieve initiatieven, projecten en investeringen financieren. De gemeente houdt in de gaten dat het geld aan collectieve projecten wordt besteed. Een voordeel van een ondernemersfonds is dat het bedrijventerrein langdurige financiering kan krijgen, doordat ondernemers het geld zelf inleggen. Check bij uw gemeente of zij beschikt over een ondernemersfonds.

Bedrijven Investeringszone (BIZ)

Een BIZ is een afgebakend gebied zoals een winkelstraat of bedrijventerrein, waar ondernemers samen investeren in de kwaliteit van hun bedrijfsomgeving. De ondernemers in de BIZ stellen gezamenlijk een BIZ-plan op. De gemeente beoordeelt het plan en stelt een heffing in, die zij in de vorm van een subsidie aan de BIZ teruggeeft. Zo betalen alle ondernemers mee aan het plan. De activiteiten van een BIZ zijn aanvullend op de taken van de gemeente en gaan vaak over onderhoud, veiligheid en netheid. Vanuit een BIZ kan ook verduurzaming worden opgepakt. Net als bij een Ondernemersfonds, is er sprake van een verplichte bijdrage voor aangesloten bedrijven. De afspraken gelden voor 5 jaar, wat vraagt om extra aandacht voor de continuïteit van de samenwerking. Het geld dat de ondernemers samen beschikbaar stellen, mag alleen gebruikt worden voor activiteiten die opgenomen zijn in het BIZ-plan.

Ondernemersvereniging

Vaak verenigen bedrijven op een bedrijventerrein zich in een ondernemersvereniging. Vanuit deze vereniging kunnen zij initiatieven voor verduurzaming nemen. Een bedrijf kan ook zelf een idee of initiatief aan de vereniging voorleggen. De financiering van de verduurzaming is eventueel mogelijk via de gemeente of provincie. De vereniging kan zich ook aansluiten bij lopende initiatieven zoals Bepositief (BE+). Is uw vereniging actief met verduurzaming? Informeer dan bij uw gemeente of provincie naar ondersteuningsmogelijkheden.

Externe subsidie

Soms is een subsidie de trigger om aan de slag te gaan met verduurzaming. Bedrijven(terreinen) kunnen dan aanhaken bij de financiering die door de gemeente, provincie of andere organisatie geïnitieerd wordt.

Stichting Breda Energie is opgericht door de gemeente Breda en andere partijen samen om energie te besparen en op te wekken

Breed gemeentelijk of provinciaal initiatief

Sommige gemeenten of provincies hebben een (extra) ambitieuze duurzaamheidsdoelstelling. Zij bieden bedrijven(terreinen) dan aan om zich aan te sluiten bij die ambitie. Hoe meer bedrijven zich aansluiten bij een initiatief, hoe meer de effectiviteit ervan groeit. Informeer bij uw gemeente of provincie naar de mogelijkheden en initiatieven.

Groningen Werkt Slim: hierbij werken bedrijvenverenigingen, gemeente en provincie samen om in 2035 CO2-neutraal te zijn

Meer informatie

  • Stichting CLOK: richt zich op het versterken van de lokale en regionale economie en houdt zich onder meer bezig met het verbinden van gemeenten en partnerorganisaties op bedrijventerreinen. De stichting biedt bijvoorbeeld ondersteuning bij het opstarten van een ondernemersfonds of een BIZ. CLOK is ook ondertekenaar van het Convenant Duurzame Bedrijventerreinen, dat geïnitieerd is door Stichting Bepositief (BE+): BE+ ondersteunt bedrijventerreinen met kennisdeling en -ontwikkeling
  • Collectieve financiering (ESCo) en de bijbehorende snelstartgids Hoe begin ik een ESCo?
  • Stichting BespaarGarant: is een gezamenlijk initiatief van brancheorganisaties. Zij bieden een standaardmethode om gebouwen te verduurzamen met een technische prestatiegarantie en slimme financiering uit lagere energiekosten.
  • Handleiding Aanpak collectieve verduurzaming bedrijventerreinen: in deze handleiding van Energie Collectief Utrechtse Bedrijven staat praktische informatie over het opzetten van een collectief en de financiering ervan
  • Regionale energiefondsen: in Nederland bestaan sinds 2012 regionale energiefondsen die een belangrijke rol spelen bij de versnelling van de energietransitie

Subsidies

  • Energie-investeringsaftrek (EIA): fiscale regeling waarbij een bedrijf een deel van de investeringen in energiebesparende maatregelen mag aftrekken van de winst. Let op: er moet wel winst gemaakt worden. Dit mag ook over meerdere jaren gerekend zijn, binnen een marge van besparingen per geïnvesteerde euro. De investeringen moeten een bepaalde besparing opleveren, dus rendabel zijn, maar niet een zodanige besparing dat de investering zichzelf (zonder EIA) volledig terugverdient. De inzet van EIA wordt bepaald op basis van een energielijst met concrete toepassingen of een CO2-reductieplan.
  • Investeringssubsidie Duurzame energie en Energiebesparing (ISDE): subsidie voor concrete toepassingen voor zowel particulieren als bedrijven, op basis van een apparatenlijst
  • Stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie (SDE++): subsidie voor het opwekken van duurzame energie, uitgekeerd per opgewekte kWh. SDE++ is met name interessant bij gebruik van zonnepanelen. Er zijn wel voorwaarden verbonden aan de hoeveelheid zonnepanelen.
  • Milieu-investeringsaftrek (MIA) en Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil): met de MIA profiteert een bedrijf van een investeringsaftrek tot 36% van het investeringsbedrag. Met de Vamil kan de afschrijving van de maatregelen naar voren gehaald worden, wat belastingvoordeel oplevert.
  • Versnelde klimaatinvesteringen industrie (VEKI): subsidie bedoeld voor bewezen innovatieve maatregelen met hoge investeringskosten en daardoor een langere terugverdientijd. Let op: MKB’ers hebben voordeel bij de VEKI-beoordeling en worden met voorrang behandeld.
  • Demonstratie Energie en Klimaatinnovatie (DEI+): bedoeld voor innovatieve pilotprojecten voor het verminderen van energiegebruik of CO2-uitstoot en voor het investeren in hernieuwbare energiebronnen en/of de circulaire economie
  • Subsidies energie-innovatie Topsector Energie: subsidies voor ondernemers, wetenschappers en kennisinstellingen, bedoeld om de haalbaarheid te kunnen onderzoeken van toekomstige mogelijkheden om een verduurzamingsproject op te starten.
  • WBSO: fiscale regeling voor research en development: fiscale innovatieregeling voor bedrijven (incl. starters en zelfstandigen) die ontwikkelings- en/of onderzoeksprojecten uitvoeren en hun kosten voor Research & Development (R&D) willen verlagen

Bron: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Provincie Noord-Brabant geeft enorme impuls aan Pivot Park met lening van €37,1 miljoen

Nieuws

Nieuws

Provincie Noord-Brabant geeft enorme impuls aan Pivot Park met lening van €37,1 miljoen

Voor de bouw van een nieuw pand genaamd Grizzly op Pivot Park in Oss verstrekt de provincie Noord-Brabant een lening van €37,1 miljoen aan de holding van het park.

Provincie geeft enorme impuls aan Pivot Park met lening van  €37,1 miljoen
Pivot Park ontwikkelt zich snel en dreigt uit haar jasje te groeien. Deze ontwikkeling is dan ook nodig om nu en in toekomst een campus te zijn die aan de verwachtingen en eisen van gebruikers voldoet en om een leidende rol in de wereld van farmacie te kunnen blijven spelen. Grizzly is een gebouw voor meerdere huurders. Het kent een vloeroppervlakte van 11.000 vierkante meter, waarvan 70 procent laboratorium en 30 procent kantoor. In totaal zullen er zo’n 350 mensen komen te werken, onder wie 150 uit het te slopen RE gebouw op Pivot Park. Vanuit het streven duurzame gebouwen neer te zetten wordt het een Bijna Energie Neutraal Gebouw (BENG) en gasloos.

Investering dient innovatie en werkgelegenheid

Gedeputeerde Ronnes: “Met deze nieuwbouw ondersteunen we de 3 hoofddoelstellingen van Pivot Park. We bevorderen innovatie en werkgelegenheid en dragen bij aan een winstgevende exploitatie. Voor het versterken van het ecosysteem dat op zo’n campus bestaat, is het nodig dat bedrijven en mensen bij elkaar in de buurt zitten, faciliteiten delen en zo tot nieuwe producten en diensten komen. Een campus is op die manier de kern van ondernemerschap, innovatie en onderwijs. Het gaat hier dus om veel meer dan het neerzetten van een stenen gebouw.”

Van massaontslag tot internationaal leidend

Pivot Park is in 2012 gestart onder de naam Oss Life Science Park. Directe aanleiding was het massaontslag bij MSD door het sluiten van de research en developmentafdelingen. Vanuit de publieke verantwoordelijkheid hebben de provincie, de gemeente Oss, de Brabantse Ontwikkelmaatschappij (BOM), het ministerie van Economische Zaken en MSD toen de handen ineen geslagen om kennis en banen voor de regio te behouden. Het park groeide uit van 23 huurders met 37 medewerkers naar 60 bedrijven met 635 werknemers.

Eerdere investeringen door provincie

Eerder deze maand besloten Gedeputeerde Staten tot een investering van € 9,6 euro in het gebouw Panther. Het bedrijf Pharming huurt het pand voor 15 jaar om er medicijnen te maken tegen onder meer angio-oedeem. Bij deze investering van de provincie gaat het alleen om het casco pand, het bedrijf betaalt de inrichting ervan. De provincie is overigens de grootste aandeelhouder van Pivot Park en daarom altijd betrokken bij financieringen en ontwikkelingen op de campus.

Provinciale Staten praten mee

Gedeputeerde Staten leggen het ontwerpbesluit over Grizzly voor aan Provinciale Staten. Zij kunnen nog via een zo genoemde procedure van wensen en bedenkingen inbreng hebben op het finale besluit door GS. De gemeenteraad van Oss zal 8 juli 2021 een besluit nemen over haar bijdrage aan deze lening.

Lees verder

KENNISARCHIEF