KENNISARCHIEF 2022

Nieuws

card image

Nieuws

Business Park Amsterdam Osdorp zet stap in duurzame ontwikkeling met aanleg circulaire weg

Nieuws

Nieuws

Business Park Amsterdam Osdorp zet stap in duurzame ontwikkeling met aanleg circulaire weg

Business Park Amsterdam Osdorp heeft een circulaire weg aangelegd. Samen met aannemer KWS en adviesbureau Tauw is gekeken hoe de aanleg zo duurzaam mogelijk kon gebeuren. Bij de aanleg is alleen grond en zand uit het gebied zelf gebruikt. Dit zorgde ervoor dat er ongeveer 1.600 vrachtritten minder nodig waren van en naar het Amsterdamse bedrijvenpark, omdat circa 40.000 m3 grond niet afgevoerd hoefde te worden.

Langere levensduur

Een gebied circulair ontwikkelen vraagt maatwerk en flexibiliteit. Meestal legt een aannemer eerst de wegen aan en graaft daarna pas de sloten. Bij Business Park Amsterdam Osdorp gebeurt dit andersom, zodat zoveel mogelijk grondstoffen worden hergebruikt. Zo is bij de weg die is aangelegd de zandgrond gebruikt die vrijkwam bij het graven van de sloten. Het zand is vervolgens door de aannemer vermengd met een speciaal bindmiddel. Hiervan is een fundering gemaakt van 45 cm dik, waarop het wegdek in de vorm van een dunne asfaltlaag is aangebracht. Hierdoor was er nauwelijks aanvoer nodig van materialen en heeft de weg door deze sterkere fundering een langere levensduur.

Gebiedsontwikkeling 2.0

Business Park Amsterdam Osdorp wil een toekomstbestendig bedrijventerrein ontwikkelen, dat economisch en ecologisch waarde toevoegt en legt daarom de lat hoog als het gaat om circulaire gebiedsontwikkeling. Bij het inrichtingsplan is nadrukkelijk rekening gehouden met het bestaande polderlandschap en de flora en fauna die in het gebied voorkomen. Uitgangspunt is, dat het gebied na de ontwikkeling meer plant- en diersoorten kent dan ervoor. Zo worden er dit najaar 25 iepen geplant die afkomstig zijn uit Amsterdam-Noord. De bomen krijgen hier een tweede kans.

Water en wadi’s

Daarnaast komt er veel water in het gebied: 25.000 m2 water en 20.000 m2 wadi’s. Wadi is een van origine Arabisch woord dat in Nederland gebruikt wordt als een afkorting van “Water Afvoer Drainage en Infiltratie”. Een wadi is een groene greppel, die regenwater bergt en zuivert, waarna het water infiltreert in de ondergrond. Terwijl de sloten en waterpartijen goed aansluiten bij het polderlandschap, helpen de wadi’s tegen wateroverlast en droogte. Voor vleermuizen is er speciaal een ‘vleermuizenroute’ aangelegd die is afgestemd op het natuurlijk gedrag van deze natuurlijke insectenbestrijders.

800 Nieuwe bomen

Bij de inrichting van het gebied wordt er bewust gekozen voor bepaalde bomen, struiken en planten, om het natuurlijk gedrag van de dieren te respecteren. Zo worden er meer dan 800 nieuwe bomen geplant die met hun diversiteit niet alleen zorgen voor een wisselend landschap maar ook verschillende dieren zullen aantrekken. Doordat er op een innovatieve manier wordt omgegaan met water, groen en bebouwing, verblijven mens en dier straks aangenaam in het park.

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Feestelijke start bouw 2e fase bedrijventerrein Parkrijk RijswijkBuiten

Nieuws

Nieuws

Feestelijke start bouw 2e fase bedrijventerrein Parkrijk RijswijkBuiten

Op 22 november 2022 is de bouw op de eerste bedrijfskavel in de tweede fase het bedrijventerrein Parkrijk in RijswijkBuiten gestart. Wethouder Armand van de Laar was bij het slaan van de eerste paal voor de nieuwe bedrijfsruimte van Almaz Projecten B.V. aanwezig en gaf daarmee het startsein voor de bouw.

De tweede fase van bedrijventerrein Parkrijk bestaat uit zes bouwrijpe bedrijfskavels. De bedrijfsruimte van Almaz Projecten is de eerste van de zes bedrijfskavels waarop de bouw start. Almaz Projecten is opgericht in 2005 en is gespecialiseerd in de aanleg van midden- en hoogspanningsnetten voor aannemers in de ondergrondse infra. Zij bouwen op het bedrijventerrein een bedrijfsruimte met kantoren van totaal circa 2.000 m2 op een perceel van ongeveer 3.600 m2.

Bedrijventerrein RijswijkBuiten ligt in de duurzame nieuwbouwwijk RijswijkBuiten, nabij de Laan van ’t Haantje, aan de rand van deelgebied Parkrijk. Wethouder Armand van de Laar (RijswijkBuiten): ‘Het bedrijventerrein in RijswijkBuiten biedt bedrijven uit de regio uitstekende vestigingsmogelijkheden. Ik ben blij dat de bouw van de tweede fase van het bedrijventerrein vandaag is gestart en kijk er naar uit meer bedrijven te kunnen verwelkomen op het bedrijventerrein in RijswijkBuiten. Want in RijswijkBuiten is niet alleen een goede wijk om te wonen, maar ook goed om te werken’.

Klaar voor een schone toekomst

Omdat de normen voor de uitstoot van stikstof strenger worden, heeft Almaz Projecten besloten dat partner United Mobility in het nieuwe pand een elektrificatie-unit gaat plaatsen. Hierin kunnen bedrijfswagens, minigravers en kabeltrekkers worden omgebouwd tot materieel met nul emissie. Almaz Projecten en United Mobility zijn klaar voor een schone toekomst!

De heer A. Almaz, directeur, is zeer verheugd met deze stap: “Wij zijn heel enthousiast om ons in Rijswijk te vestigen en samen met onze partner United Mobility de transitie te gaan maken naar een ’Zero Emission’ bedrijf. Dit is het startschot voor een hele mooie nieuwe periode voor onze bedrijven, de industrie en onze medewerkers”.

Duurzaamheid centraal

De koop van de grond door Almax Projecten is begeleid door AC Nielssen Advisory. De bedrijfsruimte wordt gebouwd door Biersteken. Adviseur Junior Volmer van AC-Niellsen Advisory is zeer tevreden met het bereikte resultaat: “Het proces met de Gemeente Rijswijk is erg soepel en snel verlopen en het is mooi om te zien dat kernwaarden van drie partijen hier bij elkaar komen. Met andere woorden: Duurzame plannen van de Gemeente Rijswijk, duurzame bouw door aannemersbedrijf Biersteker en duurzame ontwikkelingen bij Almaz Projecten.”

De planning is dat de nieuwe bedrijfsruimte begin derde kwartaal 2023 door aannemersbedrijf Biersteker gebruiksklaar zal worden opgeleverd aan Almaz Projecten.

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

SKBN aftermovie BT event

Nieuws

card image

Nieuws

SKBN Bokaal uitgereikt aan voorzitter Theo Föllings

Nieuws

Nieuws

SKBN Bokaal uitgereikt aan voorzitter Theo Föllings

Spraakmakend, innovatief en gedurfd, dat zijn de kenmerken van degene die de gloednieuwe SKBN Bokaal in ontvangst mag nemen. Op het SKBN Jubileum op 9 december in Zwolle, werd de bokaal voor het eerst uitgereikt aan voorzitter Theo Föllings. Hij kreeg de trofee uit handen van Jan Brugman, tevens bestuurslid van de SKBN.

Brugman loofde de wijze waarop Föllings zich al jaren bezighoudt met het op de kaart zetten van onze werklocaties. Dit doet hij in zijn rol als directeur Innovatie bij Oost NL, maar de afgelopen 12,5 jaar ook als zeer bevlogen voorzitter van de SKBN. ‘Iedereen zal het met me eens zijn dat het Theo niet ontbreekt aan tomeloze energie en enrom veel kennis. Hij is niet te vatten in drie woorden, maar als het er dan drie moeten zijn dan is Theo zeker spraakmakend, zeker innovatief en vernieuwend en dat met de nodige portie durf.’

Wisseltrofee

De SKBN Bokaal is een wisseltrofee, die ieder jaar opnieuw wordt uitgereikt. De reden dat iemand de bokaal krijgt, heeft te maken met de volgende punten:

  • Hij of zij in zijn/haar dagelijkse leven bezig met bedrijventerreinen.
  • In het afgelopen jaar heeft hij/zij laten zien op een spraakmakende en innovatieve manier toekomstbestendige werklocaties mogelijk te maken.
  • Hij/zij onderscheidt zich door de manier van denken én aanpakken.
  • Hij/zij dient als voorbeeld voor de bedrijventerreinprofessional.

Föllings nam de SKBN Bokaal met veel plezier in ontvangst. Hopelijk krijgt hij voor dit eerste jaar een mooie plek op zijn bureau. Eind 2023 zal hij hem moeten overdragen aan een andere spraakmakende, innovatieve en gedurfde bedrijventerreinprofessional.

 

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Gemeente Rotterdam zet rem op verdere teruggang ruimte voor werken

Nieuws

Nieuws

Gemeente Rotterdam zet rem op verdere teruggang ruimte voor werken

De omvang aan bedrijfsruimte in Rotterdam moet komende vier jaar minimaal gelijk blijven aan de huidige omvang. Dat besloot de Rotterdamse gemeenteraad vorige week. Bijkomende doelstelling is om 'de juiste bedrijven' zo veel mogelijk 'op de juiste plaats' te krijgen.

Het gaat om bedrijfsruimte buiten het havengebied. Volgens de cijfers uit de gemeentelijke Basisadministratie Adressen en Gebouwen (BAG) is in de periode 2020-2022 de voorraad bedrijfsruimte in het stedelijk gebied met 35.000 vierkante meter gebruiksvloeroppervlakte afgenomen, staat in een toelichting bij de zogeheten ‘collegetarget bedrijfsruimte’.

In totaal hanteert het college voor de nieuwe bestuursperiode 2022-2026 vijftien college-targets die de gemeenteraad tijdens de begrotingsbehandeling vorige week donderdag 10 november vaststelde. Zo bekrachtigde de raad ook de afspraak van het college dat komende vier jaar gestart wordt met de bouw van 14.000 tot 16.000 nieuwe woningen. Juist woningbouw zet de ruimte voor economische activiteiten, die vaak op stedelijke bedrijventerreinen plaatsvinden, onder druk. Daarmee staan eveneens praktische banen in de stad onder druk.

Voor de bedrijfsruimte hanteert het college een nulmeting van 4.269.525 vierkante meter bedrijfsruimte die komende vier jaar minimaal gelijk moet blijven.

Het juiste bedrijf op de juiste plek

In de toelichting staat dat de ambitie niet puur kwantitatief is. Achterliggend doel is om voldoende beschikbare bedrijfsruimte in de wijken te houden en de kwaliteit en het gebruik van de bedrijfsruimten op industrie- en bedrijventerreinen te verbeteren. Daarvoor zet Rotterdam in op ‘het juiste bedrijf op de juiste plek’. Een belangrijk motief daarbij is dat vooral de praktisch geschoolde Rotterdammers voldoende banen dicht bij hun woning moeten kunnen vinden, aldus het college.

Het college koppelt de bedrijfsruimte-target aan sustainable development goal (SDG)-11 van de Verenigde Naties (Duurzame Steden en Gemeenschappen). ‘Iedere Rotterdammer moet toegang hebben tot werk dat past bij zijn/haar vaardigheden. Dit stimuleren we door voldoende en gevarieerde bedrijfsruimte te behouden, zowel op formele stedelijke bedrijfslocaties ... als in de wijk. Zo voorkomen we dat een grote groep Rotterdammers in de toekomst geen passend werk in de nabijheid van hun woning kan vinden bij voorkeur in sectoren die belangrijk zijn om onze stad draaiende te houden.’

Het gemeentebestuur zet in op twee soorten bedrijfsruimte:

Bedrijfsruimte in en nabij de stadswijken die nodig is om economische functies te huisvesten die de wijkeconomie ondersteunen, qua activiteiten samen kan gaan met andere stedelijke functies, bijdragen aan de economische structuur en bijdragen aan het spreiden van werkgelegenheid over de stad op korte afstand van woningen;

Grootschalige(re) bedrijfsruimte, op redelijke afstand van woningen, gesitueerd op bedrijven- en industrieterreinen voor functies die meer (milieu)ruimte en mobiliteit vergen. Hieronder valt ook ruimte die nodig is voor bedrijven die kunnen bijdragen aan de omschakeling naar een circulaire economie.

Grip op grondgebruik

Hoe het college ruimte voor werken in de stad consolideert en waar, wordt momenteel in een actieplan uitgewerkt. Op het BT Event op donderdag 10 november in Zwolle verklaarde Petra de Groene, directeur economie en duurzaam bij de gemeente Rotterdam, dat daarvoor een pallet aan instrumenten ingezet zal worden. Ze zei ook dat het nog een uitdaging is om voldoende grip te krijgen op grondgebruik. Rotterdam kent vanuit het verleden vaak ruime bestemmingen, waarmee de stad ooit bedrijven probeerde aan te trekken.

Door het succes van de Rotterdam als woonstad dreigen economische activiteiten nu uit de stad te worden verdrongen. Het realiseren van woongebouwen genereert voor ontwikkelaars momenteel een hogere opbrengst dan ruimte voor werken. Ruimte die in stedelijke centra vrijkomt door de teruggang van het winkelareaal, wordt daardoor snel getransformeerd naar wonen. Een ruim bestemmingsplan sluit dat nu vaak niet uit.

Tegelijk wordt ruimte op veel stedelijke bedrijventerreinen vaak nog onderbenut, doordat er activiteiten plaatsvinden die zich in de eerste plaats goed kunnen verhouden met andere (centrum)stedelijke functies. Maar dat moet er wel betaalbare ruimte zijn.

Bedrijven naar de binnenstad

Tijdens het seminar ‘Bedrijven naar de binnenstad!’ die vakblad BT met de SBKN begin juli organiseerden, vertelde beleidsadviseur Esther Roth al dat de gemeente Rotterdam stuurt op het borgen van betaalbare ruimte (onder 100 euro per vierkante meter) voor bedrijvigheid in het centrum van de stad, en er een fonds is ingericht voor ‘vitale kerngebieden’ waarmee de gemeente panden op cruciale locaties kan aankopen en zo regie houdt op de invulling van die panden.

In het nieuw te ontwikkelen woon-werkgebied ZoHo nabij het oude station Hofplein, heeft de helft van de commerciële ruimtes inmiddels een gemaximeerde prijs waarvan 80 procent maximaal 100 euro en 20 procent maximaal 70 euro per vierkante meter. Het nabijgelegen Schiekadeblok wordt niet gesloopt, maar grotendeels herontwikkeld met ruimtes die voor minimaal vijftien jaar als bedrijfsruimte beschikbaar blijven, aldus Roth in juli.

Foto: Studio Roosegaarde & Keilewerf. Fotocredit: Iris van den Broek

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Stroomnet in Flevoland zo goed als vol

Nieuws

Nieuws

Stroomnet in Flevoland zo goed als vol

Netbeheerder TenneT heeft vandaag gemeld dat in een groot deel van Nederland sprake is van zogeheten netcongestie. Dit betekent dat het stroomnet zo vol zit dat er weinig tot geen ruimte is voor nieuwe aansluitingen. De zuidelijke en oostelijke Flevopolder valt in het gebied waarvoor TenneT de melding doet. Het gaat vooral om grotere aansluitingen voor bedrijven en instellingen zoals scholen en ziekenhuizen. Particulieren kunnen nog wel aangesloten worden.

De mededeling van TenneT heeft grote gevolgen voor de toekomstige ontwikkeling van Flevoland.

Actie noodzakelijk

Gedeputeerde Jop Fackeldey: “Energie is noodzakelijk voor de groei van Flevoland. Onze ondernemers hebben het nodig voor hun productie. Onze inwoners hebben het nodig voor hun huizen, hun vervoer en voor alle voorzieningen die het leven aangenamer maken. Dat het stroomnet nu vol raakt, is niet iets wat in een paar maanden is opgelost. Dit vraagt om flinke ingrepen. Als provincie willen we dan ook alles doen om er voor te zorgen dat dit probleem zo snel mogelijk wordt aangepakt. Daarom zullen wij dit ook actief, samen met andere provincies, aankaarten bij het Rijk. Daar liggen, wat ons betreft, de beste kansen voor een goede oplossing. Om deze problemen op korte termijn het hoofd te bieden hebben we samen met het Energie Expertisecentrum Flevoland (EEF) en de bedrijvenkringen en VNO-NCW Flevoland een taskforce opgezet waar specialisten praktische ondersteuning geven aan ondernemers.”

Levering en teruglevering

Het stroomnet zit aan haar grenzen wat betreft de ruimte voor nieuwe aansluitingen. Volgens TenneT kunnen er nog steeds aanvragen worden ingediend. Zij komen dan op een wachtlijst te staan. Het is nu wettelijk zo geregeld dat degene die zich het eerste meldt, ook het eerste wordt aangesloten. Door de Energiewet aan te passen, zou door de provincies de mogelijkheid worden gegeven om strategische keuzes te maken. Bijvoorbeeld om een ziekenhuis voorrang te geven in plaats van een supermarkt. Op dit moment is er op het net nog wel ruimte om duurzame stroom terug te leveren. Zo zijn de aansluitingen voor de (nog te ontwikkelen) windparken in Flevoland al gereserveerd op het stroomnet en kunnen deze parken gewoon doorgaan.

 

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Rijk pakt regie op werklocaties. Maar geen 'one size fits all'.

Nieuws

Nieuws

Rijk pakt regie op werklocaties. Maar geen 'one size fits all'.

Het programma werklocaties dat in het tweede kwartaal van 2023 uitkomt, zal in tegenstelling tot Rijksbeleid in vorige decennia geen generiek beleid bevatten. Dat zei Jurgen Geelhoed, regioambassadeur op het ministerie van Economisch Zaken en binnen de directie Ruimte en Regio verantwoordelijk voor het thema ‘ruimte voor economie’, afgelopen donderdag op het BT Event in Zwolle.

‘Als we afstappen van one size fits all, komen we verder’, zei Geelhoed, die vertelde dat het ministerie met een startpakket komt dat de provincies verder moeten uitwerken.

Op donderdag 14 oktober presenteerde minister Micky Adriaansens van Economische Zaken de contouren van dit programma werklocaties in een brief aan de Tweede Kamer. Daarin gaf ze aan dat het Kabinet een halt wil op de afnemende ruimte voor werken.

Werklocaties voeren in Nederland een achterhoedegevecht. Door andere knellende opgaven als woningbouw, geven werklocaties steeds meer kwalitatieve en kwantitatieve vierkante meters prijs. Uit een nieuwe analyse van IBIS-cijfers door economisch geograaf Gerlof Rienstra, blijkt dat tussen 2016 en 2021 in heel Nederland 148 bedrijventerreinen zijn verdwenen; goed voor een verdwenen oppervlakte van 940 hectare ruimte voor werken. Dat terwijl bedrijventerreinen de motor van de Nederlandse economie vormen, waar 40 procent van het bbp wordt verdiend.

2,5 procent ruimtegebruik

Geelhoed benadrukte dat werklocaties momenteel slechts 2,5 procent van het landgebruik in Nederland voor rekening nemen. ‘Er is een strijd om de ruimte gaande en de meters worden stiekem weggesnoept bij werklocaties. Dat is deels onze schuld. We hebben te weinig naar werklocaties omgekeken en zijn lang niet zichtbaar geweest in het debat’, aldus de regioambassadeur bij het 17e BT Event dat Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (SKBN) en vakblad BT samen organiseerden.

‘De rol van de Rijksoverheid is echter aan het veranderen. Het lijkt alsof we de opdracht om te zorgen voor werklocaties over de schutting gooien, maar willen eigenlijk de provincies meer de regie geven. Zij zien namelijk waar het schuurt.’

‘Daarom moeten we als Rijk voorkomen dat we het programma werklocaties volgend jaar vullen met generieke uitspraken. We willen niet op een tekentafelmanier te werk gaan, maar provincies kaders geven om de economie slim te organiseren... Dat betekent dat het ministerie mogelijk zal aangeven welke sectoren cruciaal zijn om strategische autonomie te behouden, maar dit advies ook niet te bindend zal maken.

‘De kracht van de Nederlandse economie is ook dat we enorm gediversifieerd zijn. Als wij als ministerie een kruis zetten door bepaalde sectoren, wordt onze economie daar niet weerbaarder van’, zei Geelhoed.

Regio’s aan zet

Het idee dat one size fits all-beleid door het Rijk verleden tijd lijkt, wordt gesterkt door onderzoek van RaboResearch. Zo vertelde Otto Raspe, hoofd regio’s bij RaboResearch: ‘We zien dat sommige regio’s economisch triomferen en andere regio’s weer helemaal niet. De Brainport en Amsterdam doen het economisch heel goed, terwijl Rotterdam en Den Haag achterblijven. Ook zijn er grote regionale verschillen op het gebied van brede welvaart. Het Rijk heeft altijd een blinde vlek gehad voor regio’s, terwijl ik juist nu zou willen zeggen: er is specifiek regiobeleid nodig.’

Niettemin kunnen landelijk kaders nodig zijn. Bert Hesselink vindt dat sturing op nationaal niveau bijvoorbeeld broodnodig is voor de logistiek. De relatiebeheerder bij logistieke vastgoedontwikkelaar en -belegger CTP die deelnam aan een panelgesprek, zegt dat het ‘verdozingsprobleem’ zich anders verplaatst.

De deelnemers aan het panel het benadrukken wel dat de term ‘verdozing’ een verkeerd frame schetst van een sector die niet alleen waardevolle banen genereert, maar ook in een vitale behoefte voorziet en volgens EZK-regioambassadeur Geelhoed (slechts) 0,12 procent van het landgebruik in Nederland beslaat. Het probleem ligt volgens Hesselink eerder in de kwaliteit. ‘Nu moeten gemeenten of provincies zelf eisen stellen. Ontwikkelaars trekken dan naar gebieden waar minder regelgeving is.’

Petra de Groene, directeur economie en duurzaam bij de Gemeente Rotterdam, is het daarmee eens: ‘Dus hebben we die voorwaarden aan de voorkant nodig.’ D66-gedeputeerde concludeert dat het goed is dat we ‘met z’n allen weer nadenken over ruimtegebruik’: ‘We hebben nooit nagedacht over de consequenties, omdat we komen van een tijd met alleen maar leegstand. Daarom moeten we nu beter naar de voorwaarden gaan kijken en slimmer omgaan met de schaarse ruimte die we hebben.’

SKBN-voorzitter Theo Föllings constateerde – tot zijn eigen opluchting – dat het thema werklocaties en de maatschappelijke en economische meerwaarde van werklocaties weer prominent op de agenda staan. ‘Het ministerie van EZK neemt de taak op zich om alle neuzen dezelfde kant op te krijgen en het juiste geluid te verspreiden. We zijn benieuwd wat er in het programma werklocaties komt te staan. Hier hebben we tien jaar lang heel hard voor geknokt.’

Maak energie leidend

Op het congres vroegen gedeputeerden Tijs de Bree van Overijssel en Ilse Zaal van Noord-Holland verder aandacht voor de energie-infrastructuur als knellende factor voor de ontwikkeling en met name verduurzaming van bedrijventerreinen. Op bedrijventerrein Hessenpoort in Zwolle werken overheid, netbeheerder het lokale bedrijfsleven al samen aan de realisatie van een smart energy hub, om lokale energieproducten in de gelegenheid stellen hun duurzaam opgewekte stroom bij lokale gebruikers af te leveren.

Ook de Zwolse wethouder Paul Guldemond hamerde op het belang van het uitwisselen van energievraag en -aanbod, wat ook betekent dat functies op bedrijventerreinen slim moeten worden gecombineerd. 

Gedeputeerde Zaal, die mede als portefeuillehouder ruimtelijke economie van het IPO deelnam aan een panelgesprek, pleitte voor een ‘systemische benadering’ waarin de beschikbaarheid van duurzame energie en mogelijkheden voor circulaire uitwisseling veel leidender worden bij de vraag welke economische activiteiten we waar plaatsen.

Picnic-oprichter Michiel Muller, die een nieuw distributiecentrum in Zwolle realiseert, wees op de maatschappelijk waarde van e-commerce. Die levert volgens hem ‘een schat aan mooie banen’ op voor mbo’ers die voorheen in verdwijnende administratieve banen terechtkwamen. Er is dus ruimte nodig voor last mile-logistiek in de grote steden, zei Muller. De Groene, sloot zich hierbij aan. Het nieuwe college in de Maasstad zoekt naar wegen om ruimte voor werken in de stad te borgen.

In juli 2023 komt minister Adriaansens met een uitwerking van het Programma Werklocaties. Het is dan aan de provincies om hier verder ruimtelijk invulling aan te geven.

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Connectr Shared Office op Industriepark Kleefse Waard is in gebruik genomen

Nieuws

Nieuws

Connectr Shared Office op Industriepark Kleefse Waard is in gebruik genomen

Vandaag is het Shared Office van Connectr op Industriepark Kleefse Waard (IPKW) in Arnhem in gebruik genomen. Connectr Shared Office is een dynamische werkomgeving in het hart van het energy cluster voor ondernemers, kennisinstellingen en overheden die werken aan de energietransitie. Door deze partijen ook fysiek bij elkaar te brengen, kunnen kennis en ideeën makkelijk gedeeld worden, zodat innovaties versneld toegepast en opgeschaald kunnen worden.

Connectr Shared Office en Innovatielab

Connectr Shared Office biedt ruimte voor 100 flexibele werkplekken waar op basis van een abonnement gebruik van kan worden gemaakt. Samen met het Innovatielab, waar ElaadNL dit jaar hun intrek al heeft genomen en eind 2023 anderen zullen volgen, is dit de plek om het energienetwerk te ontmoeten en kennis te maken met de nieuwste technologie.

Alle spelers in het energiecluster, een mix van startups, scale-ups, mkb, maatschappelijke organisaties, overheden en onderwijs kunnen hier fysiek bijeenkomen om samen te werken en elkaars groei te versnellen. Ook kunnen innovaties hier worden ontwikkeld en getest.

Europese hotspot voor de energietransitie

Alle ingrediënten zijn aanwezig om van deze regio, met Arnhem als brandpunt ‘the place to be’ op energiegebied te maken. Arnhem kent van oudsher al een clustering van toonaangevende bedrijven en instellingen die zich bezighouden met de energietransitie en energie-infrastructuur. Deze uitgangspositie wordt nu verder versterkt omdat de regio met de komst van Connectr Shared Office en Innovatielab symbolisch én letterlijk een eigen plek krijgt om samenwerkingen te verdiepen en versnellen.

Peter Molengraaf, boegbeeld van de Topsector Energie, “Het belangrijkste is dat bedrijven en kennisinstellingen hier intensief gaan samenwerken. We hebben geen tijd om ieder voor zich het wiel uit te vinden. Het is wel de tijd dat we hardop durven zeggen dat Arnhem de elektriciteitshoofdstad van Nederland is. Niet omdat het die ambitie had, maar omdat van oudsher die bedrijven al hier gevestigd zijn. Dat geeft ook een grote verantwoordelijkheid in het versnellen van de energietransitie. Als we daar gezamenlijk de schouders onder zetten, spint ook de regio daar garen bij. Net als vroeger.”

De eerste members zijn aan de slag

Peter Molengraaf heette vanochtend samen met Kevin Rijke (directeur van IPKW), Murk Wymenga (de architect van Shared Office), Marcel Hielkema (bestuursvoorzitter van stichting Connectr en Jeroen Herremans (directeur Connectr) vandaag de eerste gebruikers welkom op hun nieuwe werkplek. Onder hen Ecovolt, Floading en SemperPower, die werken aan de drie sleuteltechnologieën die centraal staan bij Connectr; elektrische energietechniek, elektrochemische energieopslag en duurzame aandrijfsystemen. Deze sleuteltechnologieën komen wekelijks terug in de programmering van Shared Office.

Jeroen Herremans, directeur Connectr: "Voor jouw vraag die je hebt als ondernemer zit het antwoord links of rechts van je in de Shared Office. En aan de overkant is nog een plek vrij voor wie wil aansluiten!"

Ook netwerkpartijen zoals Kiemt, FME en SEECE hebben hun intrek genomen in Shared Office om direct in verbinding te komen met de nieuwste ontwikkelingen binnen de energietransitie.

Over Connectr

De energietransitie heeft een schaalsprong nodig, wat vraagt om het versneld toepassen en opschalen van innovaties. Connectr zorgt daarvoor, met behulp van een Innovatieprogramma, Innovatielab, Shared Facilities en de Kernorganisatie. Innovaties worden vanuit Connectr direct getest, gedemonstreerd en in de praktijk gebracht.

Kernorganisatie en supporters van Connectr

De Kernorganisatie bestaat uit IPKW, Kiemt, Oost NL en de HAN. Ook gemeente Arnhem,  Provincie Gelderland en the Economic Board met het innovatienetwerk Lifeport zijn nauw betrokken. Al deze partijen slaan de handen ineen om de positie van Oost-Nederland als toonaangevende en innovatieve Europese regio te versterken.

Lees verder

Opinie

card image

Column van Provincie Noord-Holland

Meer dan duizend bedrijven zonder stroom in Noord-Holland

Opinie

Opinie

Meer dan duizend bedrijven zonder stroom in Noord-Holland

Het stroomnet in Noord-Holland is zo verstopt, dat meer dan duizend bedrijven en andere grote instellingen geen aansluiting meer kunnen krijgen. Zij kunnen daardoor niet verhuizen, uitbreiden en verduurzamen. Zeker nu willen we met zijn allen dolgraag van het gas af, maar het alternatief is onbereikbaar. Met alle gevolgen van dien.

De situatie in Noord-Holland is dramatisch, en er zijn geen kant- en- klare oplossingen waarmee we op korte termijn uit de brand geholpen zijn. We staan voor ontzettend lastige keuzes: zowel nieuwe woonwijken bouwen als ziekenhuizen uitbreiden en bedrijven verduurzamen lukt op dit moment niet. Daar is simpelweg geen ruimte voor op het elektriciteitsnet. Bedrijven in het Noordzeekanaalgebied, samen verantwoordelijk voor bijna 70% van de CO2- reductie die we in Noord-Holland moeten halen volgens het Klimaatakkoord, hebben zoveel last van de file op het elektriciteitsnet dat ze het doel om in 2030 55% minder CO2 uit te stoten niet gaan halen. 

Energie-infrastructuur is niet ‘sexy’, maar de koperdraadjes in energienetwerken zijn essentieel voor de totale energietransitie. Samen met netbeheerders Liander en TenneT en de gemeenten in Noord-Holland pakken we onze verantwoordelijkheid. We zetten alles op alles om deze problemen aan te pakken. Als eerste lossen wede belangrijkste knelpunten in het elektriciteitsnetwerk zo snel mogelijk op door beter samen te werken en procedures beter te stroomlijnen. Dat klinkt misschien ambtelijk, maar dat is keihard nodig. 
Tegelijk kijken we naar mogelijkheden om het net te ontlasten door bijvoorbeeld energie te besparen en proberen we slimme oplossingen uit om bijvoorbeeld stroom te delen. En we werken aan een ontwerp voor nieuwe energienetwerken die ook in de toekomst de vraag en het aanbod van de verschillende soorten energie aankunnen.

De energietransitie heeft een enorme impact op de energienetwerken. Het elektriciteitsnet moet fors worden uitgebreid, het gasnetwerk moet worden voorbereid op het transport van waterstof en er zullen veel warmtenetten moeten worden aangelegd. Daarnaast moet er flink worden geïnvesteerd in opslag en flexibiliteit om het energiesysteem in balans te houden. 

Dat daar behoefte aan is, is zonneklaar: een subsidieregeling die wij afgelopen zomer uitschreven voor slimme oplossingen, was al binnen een week overtekend. We ontvingen voorstellen voor een collectieve oplossing op bedrijventerreinen voor de netcongestie, het aanleggen van een eigen energie systeem van zonnepanelen met een batterij voor de opslag van energie en voor het leveren van zelf opgewekte energie rechtstreeks aan bijvoorbeeld de buren, en nog veel meer creatieve ideeën om al dan niet los van het stroomnet door te kunnen blijven functioneren als onderneming. 

Op 7 november besprak ik met alle betrokken wethouders in Noord-Holland Noord hoe we samen onze schouders hieronder kunnen zetten. Er moeten duidelijke politieke keuzes worden gemaakt om ook in de toekomst voldoende energie te hebben om alle ambities in onze provincie mogelijk te maken. In Noord-Holland Noord hebben we daarom een afwegingskader gemaakt, zodat belangrijke maatschappelijke ontwikkelingen voorrang  krijgen op het energienetwerk, en gedragen keuzes  voor noodzakelijke investeringen in het netwerk kunnen worden gemaakt. 

Om tot zo’n afwegingskader te komen, zijn in de regio 4 knooppunten in kaart gebracht waar energievraag, -aanbod en -infrastructuur samenkomen. Hier zijn waarschijnlijk extra grote ‘stopcontacten’ nodig om woningbouw en bedrijvigheid mogelijk te maken. In het landelijk gebied moet zo slim mogelijk gebruik gemaakt worden van de beschikbare netcapaciteit om ook hier economische en ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk te maken.

Als provincie, gemeenten en netbeheerders pakken we onze verantwoordelijkheid, maar we gaan nog niet ver genoeg. En dat kunnen we ook niet. We hebben ook het rijk nodig om wetgeving die in de weg zit voor het realiseren slimme oplossingen aan te passen. Daarnaast moeten we netbeheerders, provincie en gemeenten een duidelijkere rol geven in dit vraagstuk. Als Den Haag ons die ruimte geeft, zetten wij als overheden en netbeheerders in Noord-Holland graag alles op alles om ervoor te zorgen dat er ook in de toekomst voldoende energie beschikbaar is in onze provincie!

Edward Stigter, gedeputeerde Klimaat en Energie provincie Noord-Holland

Lees verder

KENNISARCHIEF