KENNISARCHIEF 2021

Nieuws

card image

Nieuws

Liander gooit stroomnetwerk op slot voor nieuwe grootverbruikers in half Noord-Holland

Nieuws

Nieuws

Liander gooit stroomnetwerk op slot voor nieuwe grootverbruikers in half Noord-Holland

Het elektriciteitsnetwerk van Liander in een groot deel van Noord-Holland is vol. Het netwerk in dat gebied gaat daarom vanaf vandaag voor vier jaar op slot, meldt netbeheerder Liander.

Er kunnen geen nieuwe grote stroomafnemers zoals grote bedrijven meer bij. Pas in 2025 hoopt Liander het elektriciteitsnetwerk in het gebied voldoende uitgebreid te hebben voor nieuwe aanvragen.

Het besluit geldt voor Alkmaar en elf andere gemeenten om deze stad heen, van Hollands Kroon tot Castricum en van Bergen tot Medemblik. Grote bedrijven die zich hier willen vestigen, kunnen geen elektriciteit meer afnemen.

Ook bestaande bedrijven die stevig willen uitbreiden, kunnen de nieuwe delen niet meer van elektriciteit laten voorzien totdat Liander het elektriciteitsnetwerk heeft uitgebreid.

In nieuwbouwwijken bestaat onzekerheid over de aansluiting van supermarkten en scholen.

Liander is in veel gebieden al hard bezig om meer kabels de grond in te krijgen en meer elektriciteitsverdeelstations te bouwen. Dit is een proces van lange adem. Het wordt bemoeilijkt door een schrijnend personeelstekort en langdurige vergunningtrajecten. Ook liggen grondeigenaren en omwonenden vaak dwars als Liander een transformatorhuisje wil bouwen of een kabel wil aanleggen.

Liander roept de regionale overheden op om mee te werken met de plannen voor uitbreiding, zodat het ’slot’ op het elektriciteitsnetwerk er weer af kan.

Nieuwbouwwijken worden zoveel mogelijk ontzien. Liander heeft rekening gehouden met de stand van zaken rond bouwplannen voor de komende vier jaar. De lopende woningbouwplannen kunnen nog wel worden aangesloten op elektriciteit.

Gedeputeerde Edward Stigter baalt van de situatie. „Ik vind het zeer zorgwekkend dat een groot deel van Noord-Holland oranje kleurt, en rood dreigt te kleuren, op de kaart van Liander. Dit heeft grote gevolgen voor grotere bedrijven. De provincie neemt zijn verantwoordelijkheid om de effecten hiervan zo klein mogelijk te maken.”

Stigter doelt hiermee onder meer op een provinciaal inpassingsplan voor de energieinfrastructuur, waarin ruimte wordt vastgelegd voor verdeelstations, transformatorhuisjes en kabels van Liander.

De snelheid waarmee het elektriciteitsnet vastloopt, heeft hem verrast. „Maar de snelle elektrificatie van de samenleving heeft Liander zelf ook verrast”, constateert hij. Laadpalen voor elektrische auto’s en warmtepompen in huizen bijvoorbeeld, en met name de snelle elektricificatie van de industrie.

Schaarste verdelen

Liander voert in het ’oranje’ gebied nu eerst een onderzoek uit naar zogeheten congestiemanagement. Dit houdt in dat bedrijven in het gebied afspraken maken met Liander over hun stroomgebruik. Bedrijven die op bepaalde tijdstippen minder stroom afnemen, en dus minder ruimte op het net innemen dan hun contract toelaat, kunnen deze niet gebruikte ruimte beschikbaar stellen aan een ander bedrijf in de buurt. Op die manier wordt de schaarse ruimte beter benut.

Liander geeft bedrijven geld die ervoor kiezen om minder stroom af te nemen. Dit gaat middels een congestiemarkt.

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Schiphol Trade Park wil de groenste zijn

Nieuws

Nieuws

Schiphol Trade Park wil de groenste zijn

Bij Schiphol vind je zo’n 350 hectare waarvan een groot deel is gevuld met distributiecentra; een voormalig weiland vol grote panden. Toch beschouwen we Schiphol Trade Park, een ontwikkeling van gebiedsontwikkelaar SADC, als een icoonvoorbeeld voor Groene Bedrijventerreinen. Waarom? We spraken erover met Rob de Wit, projectmanager gebiedsontwikkeling en coördinator van Schiphol Trade Park.

Een toekomstbestendig gebied

Rob: ‘Wat we doen bij Schiphol Trade Park is pionieren. Circulaire ontwikkeling op bedrijventerreinen is relatief nieuw. In plaats van zoveel mogelijk ruimte benutten voor bedrijfspanden en parkeerplekken, wordt steeds meer waarde gehecht aan ecologie, welzijn en leefomgeving, ruimtegebruik en ruimtelijke kwaliteit. We noemen de gebruikers van onze bedrijfsterreinen niet voor niets onze bewoners.’

Hier liggen kansen voor het ontwikkelen van business parks tot duurzame landschappen waar zowel de mens als de natuur goed kunnen gedijen. Daar zet SADC zich op Schiphol Trade Park en haar andere business parks voor in. Veel publieke ruimte was in de eerdere planvorming verhard, maar door slimme optimalisatie van de infrastructuur kan veel meer groen worden. Rob: 'Over twee jaar verwachten we het resultaat te zien in de openbare ruimte. De gebouwen worden voor een groot deel al groen tijdens het aankomend plantseizoen. En we hebben haast, want goede voorbeelden openen de weg voor alle andere bedrijventerreinen in Nederland. Dus hoe sneller het resultaat zich toont, hoe groter de impact!'

Duurzaamheid uitstralen

Dat er veel winst te behalen is staat als een paal boven water. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat het gros van de bedrijventerreinen een inspiratieloze omgeving is. Terwijl hier zo'n 30% van de banen in Nederland te vinden is! Er zijn meer vooruitstrevende ontwikkelaars nodig. De enige manier om het beter te gaan doen is door natuur toe te voegen en te luisteren naar de behoefte van de eindgebruiker. Waar we tien jaar geleden bij de term 'duurzaam ontwikkelen' dachtenSchiphol Trade Park2 aan zonnepanelen, beseffen we nu dat het daar niet ophoudt. Duurzaam bouwen vanuit enkel technisch oogpunt is inmiddels een verouderd concept. Nu beseffen we dat we het ook zíchtbaar moeten maken. Een terrein moet duurzaamheid uitstralen zodat men het als zodanig ook kan ervaren. De behoeften zijn veranderd; de nieuwe generatie wil zich goed voelen en in een fijne omgeving werken. Werkgevers en ontwikkelaars moeten hier rekening mee houden, inspelen op de behoeften en terreinen creëren waar werknemers (de bewoners) zich prettig voelen.

Rob: 'Voor Schiphol Trade Park hebben we onderzocht wat wij kunnen doen om het gebied groener en duurzamer te maken. Een groot deel van de geplande verharding kon weggehaald worden, wat bovendien geleid heeft tot een meer logischere infrastructuur. Saillant detail is dat we ook kosten besparen nu we minder infrastructuur aanleggen, en slechts een beperkt deel van die gelden nodig is voor de groenere inrichting. Het resultaat straks: prettige en zelfs recreatieve looproutes, onverharde paden en veel meer groen. Een uitnodigende parkachtige omgeving waar mensen de natuur kunnen beleven en die gezond gedrag stimuleert.’

Dat klinkt logisch maar deze focus was er voorheen minder. Nu zijn we ons veel meer bewust wat een groene, gezonde omgeving met ons kan doen. In een  woonomgeving zien we dit al volop gebeuren, daar vinden we vergroening al langer belangrijk. Nu is het tijd om samen te kijken hoe we ook de werkomgeving en bedrijventerreinen gezonder en groener kunnen inrichten.

Daktuinen en rotswanden

Daarom stelt SADC strenge duurzaamheidseisen aan klanten op Schiphol Trade Park. Een technisch duurzaam gebouw dat voorheen vooruitstrevend was, is niet meer voldoende. Gebouwen moeten zorgen voor een attractief beeld en een zichtbare groene invulling krijgen, als onderdeel van een natuurinclusief gebied. Een onderliggend ecologisch plan is bij elke ontwikkeling een harde voorwaarde geworden. Veel overtuigingskracht is niet nodig, ontwikkelaars en eindgebruikers omarmen deze nieuwe standaard en nemen ook hun verantwoordelijkheid. Want die traditionele distributiecentra kunnen best wel wat anders vormgegeven worden; daktuinen, groendaken, rotswanden, vlinders en vogels, water en energie. Het lijkt zelfs een soort wedstrijdje te worden onder architecten en ontwikkelaars: wie kan het mooiste groene gebouw neerzetten? Bij al deze partijen ziet SADC steeds meer energie om het verder te ontwikkelen en voor een hogere kwaliteit te gaan.

Ontwikkelen vanuit een coalitie

'De conservatieve manier van gebiedsontwikkeling moet plaatsmaken voor een nieuwe benadering waarbij natuurinclusief de norm is', stelt Rob. Schiphol Trade Park betrekt partners als TU Delft, Universiteit Wageningen, Vogelbescherming, NL Greenlabel, RVO en IVN bij hun plannen Vlinders buddleia, IVN Lelystad workshop natuur dichtbijvoor vergroening. Deze partijen denken met SADC mee hoe de leefomgeving van bewoners als bijen, vogels en andere dieren kan worden behouden. Samenwerken met partners en universiteiten biedt daarnaast mooie kansen voor wetenschappelijk onderzoek. Het gebied leent zich enorm goed voor verschillende onderzoeken en kennisontwikkeling. 'Zo kunnen we straks onderzoeken wat de effecten zijn van duurzame bedrijventerreinen.'

Gebiedsmanagement

Als er zoveel groen een gebied in komt en dit zelfs onderdeel wordt van de architectuur, dan is de integratie van beheer en onderhoud in je plannen noodzakelijk. Niet alleen om de gevels en terreininrichting groen te krijgen en te houden, maar goed natuurbeheer vraagt om expertise. Goed functionerend gebiedsmanagement door de ondernemers zelf levert hieraan een belangrijke bijdrage. Gebiedsmanagement van en voor ondernemers waarborgt de leefkwaliteit van het gebied en het waardebehoud van gebouw en terrein.

Duurzaam, innovatief en groen

Rob: 'We zijn nu het meest duurzame en innovatieve business park, maar straks ook het groenste business park van Europa. Om die koppositie vast te houden moet je steeds je ambitie monitoren en nadenken over hoe je jezelf kunt verbeteren. Tenslotte wordt in de huidige economie de vraag naar distributiecentra alleen maar groter. SADC staat voor financieel rendement maar ook voor maatschappelijk rendement. Dat is onze drijfveer. Het gaat er om dat je economische groei stimuleert op zo’n manier dat je tegelijkertijd de leefkwaliteit verhoogt. Een meerwaarde voor iedereen.'

 

Dit artikel is een publicatie van IVN, instituut voor natuureducatie. 

Lees verder

Opinie

card image

Column van Co Verdaas

Wat kan een nieuw kabinet betekenen voor woningbouw?

Opinie

Opinie

Wat kan een nieuw kabinet betekenen voor woningbouw?

Er is een nieuw tijdperk aangebroken wat betreft de woningbouwopgave: met een regiefunctie voor het Rijk en samenwerking tussen markt, corporaties en gemeenten. Co Verdaas, hoogleraar gebiedsontwikkeling aan de TU Delft en dijkgraaf bij Waterschap Rivierenland, juicht deze ontwikkeling toe, maar ziet nog voldoende beren op de weg. “Wat mij echt verbaast, is de verbazing over de stagnatie in de woningbouwopgave. Wat had je verwacht, na jaren van decentralisatie? Je kunt van een gemeente niet verwachten dat ze samen met andere gemeentes keuzes maken over miljardeninvesteringen voor infrastructuur; daar heb je het Rijk voor nodig.” Wat kan een nieuw kabinet betekenen voor de versnelling van de woningbouw?

“Dat er meer sturing nodig is vanuit het Rijk, is evident, maar we moeten daarin niet doorslaan. Naar mijn mening is het Rijk vooral nodig om richting te geven aan de doelen, te monitoren hoe het staat met de voortgang en het doorhakken van knopen zodra er sprake is van bijvoorbeeld bestuurlijke stagnatie. De 1 miljoen woningen die we de komende tien jaar willen realiseren kun je regionaal verdelen, en daar kun je afspraken over maken. Verder moet je als rijk niet op de stoel van de gemeentes gaan zitten. Dat wordt een drama. Het Rijk moet ruimte geven aan regio’s om zelf een goede investeringsagenda op te stellen. Nu vliegen we de opgaven regionaal en sectoraal aan met woondeals, de RES, RAS et cetera. Uiteindelijk gaat het om de samenhang en zullen er een paar knopen moeten worden doorgehakt. Dat is altijd de essentie geweest van Ruimtelijke Ordening, ook door het Rijk.

Nieuwe koers

Het zal zeker meerdere jaren duren voordat we de effecten zien van de nieuwe koers in de woningbouwopgave, na 15 jaar decentralisatie. Hoe snel de gewenste woningbouwcapaciteit wordt behaald, hangt af van de keuzes van een nieuw kabinet. Welke middelen worden vrijgemaakt om het woningbouwprogramma op de rit te zetten? Daarnaast: je kunt wel miljarden toekennen en locaties aanwijzen, maar er moet ook voldoende kennis en kunde aanwezig zijn om de opgave in goede banen te leiden, van ontwerp tot uitvoering. En die is er nu niet. Er is een rapport van de VNG over de slagkracht van gemeentes in het fysieke domein. Daaruit wordt duidelijk dat er de afgelopen jaren, onder druk van de crisis en aandacht voor het sociale domein, heel veel expertise is weggelekt. Nu het fysieke domein weer hoger op de agenda komt, heb je die mensen niet gelijk terug. Daarnaast gaat de implementatie van de Omgevingswet ook de nodige capaciteit vragen. Je zult moeten inzetten op o.a. talentontwikkeling, scholing en capaciteitsvergroting. Je lost het probleem niet op met 10 miljard en het aanwijzen van een paar locaties. Geld, bestuurlijke capaciteit en locaties moeten op orde zijn.

Richting geven in plaats van regie op vierkante meter

Het goede nieuws is: als we kijken naar Nederland en de ruimtelijke opgave afpellen, lijken de nieuwe gebieden voor woningbouw binnen handbereik. Een derde van de woningbouwopgave kunnen we binnenstedelijk oplossen. Vervolgens spreken we met elkaar af dat we van de beste landbouwgronden en natuur afblijven. Dan houd je nog heel veel hectares over waar woningen kunnen worden gebouwd. Vervolgens moet je kijken waar optimaal gebruikgemaakt kan worden van bestaande netwerken op het gebied van OV, autoverkeer en energie. Het is zaak erboven te hangen en met elkaar kaders vast te stellen. Dan hoef je niet als overheid regie te voeren op de vierkante meter, maar dan geef je wel richting aan publieke private en maatschappelijke partners waar de woningbouwopgave kan landen. Maar ook hier geldt: als er geen geld is voor het aanleggen van de noodzakelijke aansluitingen, dan lukt het niet.”

Dit artikel is op 3 september 2021 verschenen op SPRYG Real Estate Academy.

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Kansen voor zonnepanelen boven parkeerruimtes

Nieuws

Nieuws

Kansen voor zonnepanelen boven parkeerruimtes

Solar carports komen nog niet veel in Nederland voor. De opwekking van zonnestroom boven parkeerruimtes is een slimme manier van meervoudig ruimtegebruik. Dit draagt bij aan de duurzaamheidsambities.

Het rapport 'De zonnige kant van parkeren' van RVO geeft een overzicht van uitgevoerde praktijkvoorbeelden. Het geeft daarnaast voor iedere RES-regio inzicht in de mogelijkheden voor zonne-energie boven parkeerruimtes. Ook staat in dit rapport meer informatie over:

  • de (internationale) marktontwikkelingen van nu
  • de businesscase
  • kansen & knelpunten

Download het rapport: "De zonnige kant van parkeren"

 

Foto: Fotostudio Wierd

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Provincie Noord-Brabant geeft impuls aan verduurzaming en vergroening van bedrijventerreinen

Nieuws

Nieuws

Provincie Noord-Brabant geeft impuls aan verduurzaming en vergroening van bedrijventerreinen

Met het project ‘Grote Oogst’ wil provincie Noord-Brabant een impuls geven aan het verduurzamen van bedrijventerreinen. Duurzame bedrijventerreinen zijn namelijk een belangrijke voorwaarde voor een toekomstbestendige economie en een goed en gezond woon- en vestigingsklimaat. Daarnaast kunnen bedrijventerreinen een grote bijdrage leveren aan onder andere de energietransitie, circulariteit, klimaatadaptatie en stikstofreductie.

Bedrijventerreinen zijn vaak hitte-eilanden. Door integraal en gebiedsgericht (samen) te werken kunnen slimme oplossingen bedacht worden die impact hebben op meerdere thema's. Zo vangen groene daken niet alleen water op, ze koelen ook de omgeving en maken daarmee zonnepanelen efficiënter. En door lokaal (rest)materiaal te hergebruiken wordt energie bespaard en CO2- en stikstofuitstoot voorkomen, bijvoorbeeld doordat er minder vervoersbewegingen nodig zijn.

Noord-Brabant heeft meer dan 600 bedrijventerreinen. De provincie heeft 13 terreinen op het oog, verspreid over Brabant, om nu samen met gemeenten, bedrijven en andere partijen aan de slag te gaan. Samen zijn deze terreinen goed voor 65% van het energieverbruik op Brabantse bedrijventerreinen.

13 terreinen in Brabant

Om een impuls te geven aan deze verduurzaming heeft de provincie 13 ‘Grote Oogst’-terreinen op het oog, verspreid over heel Brabant.

De terreinen zijn:

Noordoost-Brabant:

  • De Dubbelen – Meierijstad
  • Moleneind – Oss
  • De Rietvelden – ’s Hertogenbosch

Zuidoost-Brabant:

  • De Hurk – Eindhoven
  • Hoogeind / BZOB – Helmond
  • Ekkersrijt – Son en Breugel

Midden-Brabant:

  • Kraaiven / Vossenberg – Tilburg
  • Haven – Waalwijk
  • Loven – Tilburg

West-Brabant:

  • Vosdonk – Etten Leur
  • Vijf Eiken – Oosterhout
  • Haven Moerdijk – Moerdijk
  • Theodorushaven – Bergen op Zoom

Deze terreinen zijn uit onderzoek naar voren gekomen vanwege de grote gecombineerde opgave die er ligt én de kansen die dit met zich meebrengt om impact te maken. Zo zijn de geselecteerde terreinen samen goed voor 65% van het energieverbruik op Brabantse bedrijventerreinen.

Start met verkennende gesprekken

De provincie is het Grote Oogst-project begonnen met verkennende gesprekken met de lokale overheden, parkmanagement en andere organisaties. Gedeputeerde Erik Ronnes, Ruimte, is blij met deze start: “In deze gesprekken, met zoveel mogelijk betrokken partijen, komen de belemmeringen en kansen in beeld op deze 13 terreinen. Als je dat in beeld brengt, kun je ook zien welke behoeften er zijn. En voor de provincie ligt er dan een duidelijke rol om de lokale partners te ondersteunen in hun eigen ambities in de transitie naar een duurzame economie en een duurzame omgeving.” Ook de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij, de waterschappen en VNO-NCW zijn betrokken. In de volgende fase wordt gekeken hoe de samenwerking vorm kan krijgen.

De provincie verwacht dat de resultaten van Grote Oogst uiteindelijk ook positief bijdragen aan het verlagen van stikstofuitstoot en -depositie, een speerpunt uit de Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof.

Lees verder

Achtergrond

card image

23-07-2021

Schiphol Trade Park in beeld: duurzaam en innovatief

Achtergrond

Achtergrond

Schiphol Trade Park in beeld: duurzaam en innovatief

SADC N.V. heeft de ambitie om samen met haar partners van Schiphol Trade Park het meest duurzame en innovatieve business park van Europa te maken. In de afgelopen jaren groeide de behoefte aan (logistieke) ruimte rondom Schiphol, maar tegelijkertijd staat men voor opgaves als de transitie naar een circulaire economie. 

Bedrijven die zich op Schiphol Trade Park vestigen voldoen naast duurzaamheidseisen aan de hoge beeldkwaliteitseisen op het gebied van onder andere natuurinclusiviteit, biodiversiteit, ecologie en leefomgeving. De groene uitstraling van de panden is het ‘nieuwe normaal’ op het business park. Deze maatregelen bieden elk bedrijf een waardevaste locatie, voor nu en later. Tegelijkertijd draagt het bij aan de transitie naar een meer circulaire economie. Schiphol Trade Park in 2014 BREAAM**** gecertificeerd.

In onderstaande video gaat Reinoud Fleurke samen met een aantal betrokken partijen in op hun visie op Schiphol Trade Park. 


Over Schiphol Trade Park

De eerste plannen voor de ontwikkeling van Schiphol Trade Park liggen al heel wat jaren achter ons. Jaren waarin niet alleen de vraag naar business parks veranderde, maar ook de wereld om ons heen. De behoefte aan (logistieke) ruimte rondom Schiphol groeide, maar tegelijkertijd staan we voor opgaves als de transitie naar een circulaire economie. Plannen werden keer op keer bijgesteld, om nieuwe inzichten en nieuwe kansen in te passen. Dat is een continu proces. Van elke ontwikkeling op Schiphol Trade Park wordt geleerd. SADC realiseert zich dat ze alleen samen met alle partners, zoals ontwikkelaars, (landschaps-)architecten, gemeente en bewoners, de ambitie van Schiphol Trade Park om het meest duurzame en innovatieve business park van Europa te worden, kan waarmaken. Het vergt van alle betrokkenen een hoge mate van flexibiliteit. Van durf. Van verantwoordelijkheidsgevoel.

De eerste bedrijven zijn operationeel, andere volgen heel snel. De panden zijn hoogst duurzaam van binnen, en hebben van buiten een verbinding met de omgeving. Een resultaat dat door intensieve samenwerking tot stand is gekomen.

Schiphol Trade Park heeft de ambitie het meest duurzame en innovatieve business park van Europa te zijn. Dat doet SADC door bij de gebiedsontwikkeling circulaire principes toe te passen. Zo wordt er bij de gebiedsinrichting onder andere nagedacht over het gebruik van groene energie, hergebruik van grondstoffen, duurzame mobiliteit en een duurzame omgang met water.

 

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

7 pijlers voor duurzame bedrijventerreinen

Nieuws

Nieuws

7 pijlers voor duurzame bedrijventerreinen

Ontwikkelingsmaatschappij Midden-Limburg BV (OML) werkt sinds enkele maanden met zeven pijlers om haar ambities voor duurzaamheid en circulariteit,  tastbaar en uitvoerbaar te maken. Samen met de aandeelhoudende gemeenten, ondernemers, omwonenden en adviesorganen. De eerste geluiden én resultaten zijn veelbelovend. Hans Coppus, directeur OML: “Met een paar kleine stappen kun je al een groot verschil maken.”

Bedrijventerreinen leveren een belangrijke economische bijdrage aan de Nederlandse economie. Maar de economische activiteiten op de terreinen zorgen ook voor een flink energieverbruik en de ontwikkeling en aanleg van deze terreinen hebben impact. Hans Coppus: “Wij als OML zien deze locaties, bestaande en nieuwe bedrijventerreinen, een belangrijke rol spelen bij de energietransitie en verduurzaming van Nederland.” 

OML is dagelijks bezig met de juiste huisvesting op de juiste plek voor bestaande en nieuwe bedrijven in Midden-Limburg op deze terreinen. Hans Coppus: “Zeven pijlers van duurzaamheid en circulariteit helpen ons om onze ambities tastbaar en uitvoerbaar te maken. Voor onszelf en partijen zoals ondernemers, omwonenden, overheden en adviesorganen, die met ons te maken krijgen.” Met de zeven pijlers wil OML bewustzijn creëren rondom duurzaam, klimaatneutraal en circulair ondernemen. Met als doel: bijdragen aan de klimaatdoelstelling 2050 van de overheid.  

Zeven pijlers duurzaamheid & circulariteit

  • Materialen
  • Energie
  • Synergie
  • Grondgebruik en –opname
  • Beeldkwaliteit
  • Biodiversiteit en ecologische diversiteit
  • Wet- en regelgeving

Bron: Ontwikkelingsmaatschappij Midden-Limburg BV

Tastbaar en uitvoerbaar

OML maakt de pijlers tastbaar en uitvoerbaar, voor zichzelf en anderen. Met concrete voorbeelden hoe OML dat nu al aanpakt in haar dienstverlening: van feitelijke verkoop van een bedrijfskavel tot zaken als procesbegeleiding, advisering en bemiddeling bij vergunningaanvragen, die ook tot haar service op haar bedrijventerreinen gelden.

Voorbeeld

Bestaande bedrijventerreinen zijn vaak onnodig versteend. Op bedrijventerreinen helpt het om verharde ondergronden open te maken. Bij nieuwe bedrijventerreinen kiest OML direct voor een half open verharding en de toepassing van groen voor het koelend effect en waterafvoer. En zo zijn er met de zeven pijlers en praktische voorbeelden nog meer stappen te zetten richting verdere verduurzamingsmaatregelen van bedrijventerreinen. Denk aan hergebruik van asfalt voor de aanleg van nieuwe wegen of het gebruik van zonnepanelen op de daken. OML ziet op haar bedrijventerreinen al de eerste resultaten terug van de deling van de zeven pijlers. Onder andere in de belangstelling van nieuwe én potentiële vestigers op één van haar bedrijventerreinen voor de gezamenlijke synergie-sessie over duurzaamheid. Ondernemers noemen de zeven pijlers ‘praktisch’ en ‘handig’.

Ideaal 

Hans Coppus: “Idealiter bekrachtigen we alle pijlers in nieuwe ontwikkelingsplannen. Duurzame en circulaire bedrijventerreinen vergen samenspel met onder andere overheden en ondernemers. Overheden kunnen bijvoorbeeld in hun bestemmingsplannen specifieke voorschriften voor duurzaamheid en circulariteit opnemen.” 

Bij de gronduitgifte kijkt OML in samenwerking met bedrijven naar de realisatie van de zeven pijlers. 100% circulair of duurzaam zal  op korte termijn nog niet het geval zijn. Maar wel nieuwe bedrijventerreinen die zo circulair mogelijk zijn. Ook zijn stappen te zetten in de circulaire transitie bij de herstructurering van bestaande bedrijventerrein. Ook kleine en relatief goedkope stappen leveren al veel profijt op, zoals het gebruik van gerecycled printpapier of biologisch afbreekbare koffiebeker. Maar ook grotere stappen zoals het samenvoegen van functies in panden of gebruik van hernieuwbare energiebronnen. “Daar waar OML nu al een duurzame weg kan inslaan, doen we dat en willen we ook andere ondernemers daar bewust van maken”, aldus Hans Coppus. “Duurzaam en circulair ondernemen is een proces, geen eindbestemming. Duurzaam ondernemen blijft ook na 2050 doorgaan.”

Meer weten over OML’s pijlers van duurzaamheid en circulariteit? Kijk op www.oml.nl.


Photo by Noah Buscher on Unsplash
 

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Provincie Noord-Holland wil minimale impact datacenters op omgeving

Nieuws

Nieuws

Provincie Noord-Holland wil minimale impact datacenters op omgeving

De provincie Noord-Holland wil het meest duurzame en innovatieve datacenterknooppunt van Europa worden. Zij stelt daarom strenge eisen aan de komst van nieuwe datacenters.

Alleen op specifieke bedrijventerreinen in Amsterdam, Haarlemmermeer, Diemen en Hollands Kroon kunnen nog nieuwe datacenters worden gevestigd. Dat staat in de concept-datacenterstrategie die Gedeputeerde Staten van Noord-Holland hebben vastgesteld.

Gedeputeerde Economie Ilse Zaal: “We willen dat de impact van datacenters op het landschap, de energievoorziening en het watergebruik minimaal is: dat datacenters voorzien in eigen duurzame energieopwekking, dat de restwarmte (in de omgeving) wordt benut, de gebouwen circulair zijn ontwikkeld en landschappelijk goed zijn ingepast. Kortom: de datacenters in onze provincie zijn koplopers op het gebied van energie en innovatie. Deze ambitie betekent hard werken voor alle betrokken partijen - de ambitie is groot en de uitdagingen zijn even groot als complex. We willen en kunnen dit bereiken, samen met de betrokken gemeenten, waterschappen en niet in de laatste plaats de sector zelf.” 

Stevige basis

Digitalisering heeft een omvangrijke en groeiende impact op de provincie Noord-Holland, zowel voor onze inwoners als voor onze bedrijven. Deze ontwikkeling zorgt voor toenemend dataverkeer en vraagt een stevige digitale infrastructuur. Datacenters zijn daarvoor noodzakelijk. 

De datacenterstrategie zet in op een stevige basis voor groeiende digitale economie. Noord-Holland wil koploper in duurzaamheid en innovatie zijn. In de Omgevingsverordening staat dat alleen nog op een aantal specifieke bedrijventerreinen in Amsterdam, Haarlemmermeer, Diemen en Hollands Kroon datacenters gevestigd mogen worden. Buiten deze gebieden zijn nieuwe datacenters niet mogelijk.

Afspraken

Daarnaast wordt het verplicht dat de gemeenten waar datacenters zich nog kunnen vestigen met de provincie afspraken maken over de manier waarop de datacenters worden ingepast in het landschap en het gebruik van energie, water en het benutten van restwarmte. Met de datacentersector maken we aanvullende afspraken over duurzaamheidsprestaties. Via vergunningverlening, toezicht en handhaving sturen we op naleving van de regels in bestemmingsplannen en op het gebied van milieu. 

De concept-datacenterstrategie wordt met meerdere partijen besproken. Eind 2021 stellen Provinciale Staten een definitieve datacenterstrategie vast.

 

Photo by Lars Kienle on Unsplash

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Noordzeekanaalgebied op weg naar duurzame en circulaire industrie

Nieuws

Nieuws

Noordzeekanaalgebied op weg naar duurzame en circulaire industrie

De industrie in het Noordzeekanaalgebied (NZKG) tussen IJmuiden en Amsterdam werkt aan het verduurzamen van haar productieprocessen.

Bedrijven ontwikkelen plannen om van fossiele brandstoffen over te stappen op duurzame energievoorziening. Daarvoor is niet alleen meer duurzame elektriciteit in het gebied nodig, maar ook waterstof (voor productieprocessen met hoge temperatuur), warmte en stoom. Om de afgesproken klimaatdoelen voor 2030 te halen is de afvang en opslag van CO2 een noodzakelijke tussenoplossing. De projecten die het verduurzamen van de industrie in het NZKG mogelijk gaan maken, zijn beschreven in de Cluster Energie Strategie (CES) NZKG. Deze wordt tweejaarlijks geupdate om actuele ontwikkelingen mee te nemen. Zo loopt er nu een haalbaarheidsstudie naar een alternatief voor de verduurzaming van Tata Steel, waarin wordt onderzocht of versneld overgestapt kan worden op waterstof. 

Afspraken Klimaatakkoord

In het Klimaatakkoord zijn afspraken gemaakt over het terugdringen van de CO2-uitstoot. De ambitie van de industrie in het NZKG is om in 2030 de CO2-uitstoot met de helft te verminderen en in 2050 volledig CO2-neutraal en circulair te zijn. Daarnaast is het gezonder maken van de leefomgeving in het NZKG van groot belang. De verduurzamingsmaatregelen die het bedrijfsleven in de regio willen nemen dienen dan ook verschillende doelen: het terugdringen van de CO2-uitstoot, het gezonder maken van de leefomgeving en het bieden van duurzame energie voor de bebouwde omgeving en mobiliteit. Daarmee ontstaan ook kansen voor nieuwe groene en circulaire bedrijvigheid in het NZKG. 

Uitbreiding energienetwerken en aanlanding windmolens op zee

Voldoende groene energie en infrastructuur om de energie te transporteren zijn noodzakelijk voor verduurzaming van de industrie. Voor het NZKG zijn met name de volgende ontwikkelingen urgent en van groot belang:

  • Aanlanding van de energie van windmolens op zee en aansluiting op het landelijke elektriciteitsnet.
  • Uitbreiding en verzwaring van het elektriciteitsnetwerk (verkenning 150/380 kV stations rond Westpoort, Velsen en tussen Beverwijk (ten zuiden van het Noordzeekanaal) en Vijfhuizen).
  • Ontwikkeling van een leidingennetwerk voor waterstof.
  • Aanleg warmte/stoomnetwerk.
  • CO2-afvang en -opslag in lege olie- en gasvelden op de Noordzee (inclusief transport via buisleidingen).

Voor het transport van waterstof kunnen doorgaans bestaande gasleidingen worden gebruikt en moeten deels nieuwe leidingen worden aangelegd. Daarnaast is er ruimte nodig voor waterstofproductie. Het gaat een aantal jaar duren voordat er genoeg groene elektriciteit en waterstof is om alle bedrijven te verduurzamen. Ook het elektriciteitsnetwerk in het Noordzeekanaalgebied (bestaande uit transformatorstation en boven- en ondergrondse leidingen en kabels) moet worden uitgebreid. Voor het gebruik van de restwarmte van de industrie wordt een warmte/stoom netwerk aangelegd. Op deze manier kunnen woningen worden verwarmd als zij van het gas af gaan. CO2-opslag in lege gasvelden onder de Noordzee is een tussenoplossing om nu CO2-uitstoot in de lucht te voorkomen, terwijl er gewerkt wordt aan een lange termijn oplossing in de vorm van CO2-vrije productie.

Uniek gebied

Het Noordzeekanaalgebied is een uniek gebied, waar veel verschillende functies naast elkaar bestaan. Het is een van de 6 grote industrieclusters van Nederland. Met haar ligging aan de kust heeft het NZKG een internationaal concurrerende zeehaven en grote windparken op zee nabij. Tegelijkertijd is het een stedelijk gebied, waar ruimte wordt geboden aan toekomstige woningbouw, bereikbaarheid, natuur, recreatie en andere ontwikkelingen. Het is een uitdaging om te midden van al deze functies en ontwikkelingen de energietransitie te realiseren en ruimte te vinden voor de benodigde energie-infrastructuur.

Vervolgtraject

Hoe de hierboven genoemde plannen er precies uit gaan zien en wat dat betekent voor de omgeving, wordt nog verder uitgewerkt. 

Lees verder

KENNISARCHIEF