KENNISARCHIEF 2018 - 2019

Nieuws

card image

Nieuws

Limburgse gedeputeerde Burlet verkent duurzaam Leudal

Nieuws

Nieuws

Limburgse gedeputeerde Burlet verkent duurzaam Leudal

Bezoek aan Bedrijvenpark Zevenellen en Geelen Counterflow

Donderdag 14 november 2019 bezocht gedeputeerde Burlet van de Provincie Limburg de gemeente Leudal. Het bezoek volgde op de uitnodiging van de gemeente Leudal en de samenwerkende ontwikkelaars op Bedrijvenpark Zevenellen: Ontwikkelingsmaatschappij Midden-Limburg (OML) en World Biobased Centre Zevenellen (WBCZ). Duurzaamheid en circulariteit stonden centraal tijdens deze middag met een bezoek aan Zevenellen en het meest duurzame kantoor ter wereld van Geelen Counterflow.

Gedeputeerde Burlet: “De provincie staat achter jullie. Ga zo door met biobased en de circulaire ontwikkelingen zoals Bedrijvenpark Zevenellen.”

Wethouder Piet Verlinden (portefeuille Economische ontwikkeling, Milieu en Financiën) heette gedeputeerde Burlet (Duurzaamheid en Milieu) welkom in het gemeentehuis. “De gemeente Leudal heeft de ambitie om in 2020 de duurzaamste gemeente van Midden-Limburg te zijn en is koploper met hernieuwbare energie.“ vertelde wethouder Piet Verlinden. “In onze visie gaat duurzaamheid over energie, afval, circulaire economie, maatschappelijk verantwoord ondernemen, biodiversiteit en groenbeheer, voedsel, mobiliteit, duurzaam inkopen, leefbaarheid, schoon milieu en meer.“

Samen bouwen aan duurzame toekomst

“Als overheid hebben we een voorbeeldrol, vertelt wethouder Verlinden. Zo neemt de gemeente Leudal als één van de eerste gemeentes van Nederland lokaal opgewekte stroom af van de eerste Limburgse energiecoöperatie Leudal Energie.” We scharen ons achter ontwikkelingen als Duurzaam Multifunctioneel Bedrijvenpark Zevenellen.” OML en WBCZ, de ontwikkelende partijen van het bedrijvenpark, vragen bedrijven die zich daar willen vestigen om de circulaire economie te versterken. “Samen bouwen we aan een duurzame toekomst,” aldus wethouder Verlinden. “Iedereen doet wat.”

Zevenellen

De gedeputeerde verkende aansluitend samen met aanwezigen vanuit de gemeente, OML, WBCZ, Waterschap en enkele lokale, duurzame bedrijven, Bedrijvenpark Zevenellen (Haelen). Geheel in stijl: te voet. Zevenellen is voor ondernemers de plek om duurzame ambities te verwezenlijken. Op Zevenellen gaat het vooral om de samenwerking tussen de te vestigen bedrijven; bedrijven gaan gebruik maken van elkaars productieproces. Hierbij valt te denken aan het uitwisselen van energie, afvalstoffen, restproducten in de vorm van warmte, stroom, water en andere reststromen. In een circulaire economie wordt niets meer weggegooid, vernietigd of ongebruikt gelaten. Zevenellen draagt daarmee, in de klimaat-opgave die er ligt, volop bij aan de reductie van CO2 (koolstofdioxide, het voornaamste broeikasgas). 

De ontwikkeling van het bedrijvenpark is goed voor de (lokale en regionale) economie en werkgelegenheid en tevens voor de leefbaarheid van de inwoners van Leudal. 

Regio al circulair bezig: bezoek meest duurzame kantoor ter wereld

Naast aankomende ontwikkelingen is de regio al geruime tijd circulair bezig. Dat bleek tijdens het bezoek aan Geelen Counterflow in Haelen. Sander Geelen is een bevlogen ondernemer in de machinebouw voor de voedingsmiddelenindustrie, die zeer begaan is met het milieu. Dat blijkt ook uit de toekenning in 2016 van de hoogste score ooit (99,94%) door internationale certificeringsinstantie BREEAM voor de duurzaamheid van het houten kantoor van Geelen Counterflow. Anno 2019 staat dit gebouw nog steeds bovenaan de lijst met meest duurzame kantoren ter wereld.

Gedeputeerde Burlet, wethouder Verlinden, de samenwerkende ontwikkelaars OML en WBCZ en overige aanwezigen waardeerden het werkbezoek zeer. Een mooi moment voor nadere kennismakingen en kruisbestuivingen.

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Binnendijks bedrijventerrein Flevokust Haven feestelijk geopend

Nieuws

Nieuws

Binnendijks bedrijventerrein Flevokust Haven feestelijk geopend

Donderdag 7 november vond de officiële opening plaats van het multimodale binnendijkse bedrijventerrein Flevokust Haven. Na twee jaar van voorbereiding is fase 1 van het binnendijkse multimodale industrieterrein van Flevokust Haven bouwrijp en gereed om bedrijven te ontvangen.

Onder meer de ruime kavels, de centrale ligging en de uitstekende bereikbaarheid maken dat de belangstelling voor vestiging groot is. In aanwezigheid van ruim 70 genodigden werd het binnendijkse bedrijventerrein feestelijk geopend met het hijsen van de vlaggen.

Haven volledig operationeel

Het binnendijkse bedrijventerrein vormt samen met de buitendijkse haven Flevokust Haven. Het is een samenwerkingsproject waarbij provincie Flevoland het buitendijkse deel van de haven en kade ontwikkelt en de gemeente Lelystad het binnendijkse deel voor haar rekening neemt. De haven is inmiddels een jaar in bedrijf, nu kan er ook gebouwd worden op het binnendijkse bedrijventerrein. De gemeente ontwikkelt in deze fase 43 hectare bedrijventerrein en maakt in fases – in overleg met de afnemende bedrijven – de grond bouwrijp. De eerste fase is nu gereed. Daarmee is de haven compleet en volledig operationeel zowel buitendijks als binnendijks.

Logistieke hotspot

“Er is veel belangstelling. We staan hoog in verschillende lijstjes als logistieke hotspot”, zegt wethouder economische zaken Janneke Sparreboom. “Het is een sterk punt dat wij in Flevoland nog de ruimte hebben voor bedrijven. Bovendien is Lelystad een ondernemersstad, die graag de rode loper uitlegt voor bedrijven. De werkgelegenheid in Lelystad is ook dit jaar weer met ruim 1000 banen toegenomen, vooral in de handel en logistiek.”  

Versterking regionale economie

Gedeputeerde Jan Nico Appelman: “Provincie Flevoland is trots op de ontwikkeling van beide havens in Flevoland! We richten onze blik naar het water. We versterken hiermee onze regionale economie en vestigingsklimaat, midden in Nederland en in het hart van het IJsselmeer. Dit maakt onze provincie aantrekkelijk en uniek voor nieuwe bedrijven.”

Voordelen

Het bedrijventerrein is aantrekkelijk voor bedrijven door de ruime kavels, de goede bereikbaarheid over water, de weg, het spoor en de lucht, de grote bouwhoogte en de hoge milieucategorie (5,3). Flevokust Haven is daardoor bij uitstek geschikt voor logistiek (gerelateerde) bedrijven, maakindustrie en agrifood. Ook de nabijheid van de Maximacentrale, het recent opgeleverde zonnepark van 30 ha en de mogelijkheden die dit biedt voor bedrijven, maakt vestiging op Flevokust Haven interessant.

Nieuwe energieconcepten

Met ENGIE en de provincie is een intentieovereenkomst getekend om met elkaar energieconcepten te onderzoeken en toe te passen binnen Flevokust Haven. Bijvoorbeeld gebruik van restwarmte van de Maximacentrale en het toekomstige datacenter, het toepassen van zonnepanelen op daken van bedrijven en het verwerken van afvalwater binnen het terrein door gebruik te maken van de oude viskweekbakken voor buffering en infiltratie. Dit alles in het kader van duurzame gebiedsontwikkeling.

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Brabantse bedrijventerreinen: bron van werkgelegenheid en duurzame energie

Nieuws

Nieuws

Brabantse bedrijventerreinen: bron van werkgelegenheid en duurzame energie

Brabantse bedrijventerreinen spelen een grote rol in het verder verduurzamen van Brabant. Maar liefst 60% van de geleverde energie aan bedrijven wordt verbruikt op bedrijventerreinen. Daar is bovendien veel potentie voor het opwekken van zonne-energie.

Dit blijkt uit de jaarlijkse bedrijventerreinencijfers van de provincie Noord-Brabant, waarbij dit jaar voor het eerst de energie-opgave op Brabantse bedrijventerreinen in kaart is gebracht. Bovendien laten de cijfers zien dat de werkgelegenheid op Brabantse bedrijventerreinen drie keer zo snel groeit als daarbuiten en de gronduitgifte de hoogste van de afgelopen 15 jaar is.  

Potentie duurzame energie

De opgave van de transitie voor elektriciteit op bedrijventerreinen bedraagt 7,6 miljard kWh. Bij het benutten van alle bedrijfsdaken voor zonne-energie zou in bijna 30% van deze energievraag voorzien kunnen worden. De zogenaamde dakpotentie is daarmee nog groot. Begin 2018 kwam 3% van de totale energievraag van eigen zonnestroom op daken. Door een forse stijging van SDE+ aanvragen voor zonne-energie op daken op bedrijventerreinen is de verwachting dat dit percentage toeneemt.

Groei werkgelegenheid op bedrijventerreinen

De werkgelegenheid op Brabantse bedrijventerreinen groeide het afgelopen jaar drie keer zo snel als de werkgelegenheid daarbuiten. De grootste groei in het aantal banen op bedrijventerreinen zit in de sectoren industrie (5.500 banen) en logistiek en groothandel (5.200 banen). 

Hoogste gronduitgifte sinds jaren

Leegstand op de Brabantse bedrijventerreinen daalt. De gronduitgifte in 2018 is zelfs de hoogste in de afgelopen 15 jaar. Bijna 60% daarvan is uitgifte op grootschalige bedrijventerreinen. De logistieke sector heeft samen met industrie de meeste bedrijfsgrond gevraagd.

Lees hier het Digitaal Magazine van Provincie Noord-Brabant met inspirerende verhalen over het groener en duurzamer maken van Brabantse bedrijventerreinen.

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

‘Nationale aanpak energieneutrale bedrijventerreinen nodig’

Nieuws

Nieuws

‘Nationale aanpak energieneutrale bedrijventerreinen nodig’

Het energiebesparingspotentieel op bedrijventerreinen is enorm. ‘Bedrijventerreinaanpak loont meer dan wijkaanpak’, kopte Stadszaken eind september al. De urgentie is groot, want uit een verkenning van het PBL blijkt dat het klimaatakkoord tot nu toe te weinig oplevert. ‘Tijd voor een nationale aanpak om bedrijventerreinen te verduurzamen’, zegt Cees-Jan Pen, lector Fontys Hogescholen en juryvoorzitter van de BT Award.

Eind vorige week publiceerde het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) haar Klimaat- en Energieverkenning 2019. De boodschap was weinig optimistisch. Meerdere doelen voor 2020 worden naar verwachting niet gehaald, zoals het door de rechter opgelegde Urgendadoel (25 procent afname van broeikasgasemissies) en twee doelen van het Energieakkoord: het aandeel van 14 procent hernieuwbare energie en 100 petajoule energiebesparing.

Een dag voor de publicatie van het PBL stond directeur Bouwen en Energie bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK), Ferdi Licher, op het podium tijdens het BT Event op Industriepark Kleefse Waard in Arnhem. Licher was naar Arnhem gekomen om de deelnemers een uitgestoken hand te bieden. Tegelijkertijd trok hij het boetekleed aan: ‘Tot mijn schaamte moet ik bekennen dat bedrijventerreinen niet worden genoemd in het Klimaatakkoord.’

Ook volgens Cees-Jan Pen is er bij de landelijke overheid te weinig aandacht voor bedrijventerreinen. En dat terwijl een meer landelijk georganiseerde aanpak veel kan opleveren. ‘Lokaal en regionaal wordt te weinig doorgepakt. Er zijn veel ambities en initiatieven, maar de samenhang ontbreekt. Op Rijksniveau is er al infrastructuur en wordt nagedacht over een groot investeringsfonds. Het is hoog tijd dat de Rijksoverheid bedrijventerreinen de aandacht geeft die zij verdienen. Ze moet ook wel om te kunnen leveren wat is afgesproken in het klimaatakkoord.’

Energieverbruik

Uit een rondgang door Stadszaken bleek eerder dat het besparingspotentieel op bedrijventerreinen enorm is. Het totale energieverbruik van bedrijventerreinen en werklocaties in Nederland bedraagt in totaal bijna 700 petajoule (PJ). Dat is veel meer dan het energieverbruik van alle Nederlandse huishoudens bij elkaar. Ook zonder de zware industrie blijft er een groot potentieel voor energiebesparing over bij een meer kansrijke doelgroep. TNO heeft becijferd dat verduurzaming van 250 bedrijventerreinen een totale energiebesparing oplevert van 32 PJ. Dat is ruim 5 Mton bespaarde CO2, méér dan het sectordoel van 3,4 Mton voor de gebouwde omgeving uit het klimaatakkoord.

De jury van de BT Award, die onder voorzitterschap van Pen werd uitgereikt tijdens het BT Event, deed in een juryrapport een aantal aanbevelingen. Zo wil de zij overheden, ondernemers en investeerders oproepen gezamenlijk te komen tot een investeringsagenda om op bestaande bedrijventerreinen te zorgen voor een vruchtbare bodem en professioneel parkmanagement. ‘Dit heeft te weinig prioriteit en er zijn nauwelijks fondsen voorhanden. De overheid lijkt zich cru gezegd alleen met bedrijventerreinen bezig te houden als hier mogelijk ruimte is om woningen te bouwen. De grote energiepotentie voor de verduurzaming van bedrijventerreinen blijft zo liggen.’

Nationale aanpak

Hoe zou een nationale aanpak eruit moeten zien? Pen wijst op de zogeheten wijkaanpak. Ambitieuze bestuurders joegen burgers in sommige gevallen de schrik op het lijf met de mededeling dat hun wijk van het gas af moest. ‘Je ziet daar dat draagvlak heel belangrijk is. Dat geldt ook voor bedrijventerreinen. Daar kunnen we dus lessen uittrekken. Anderzijds geldt op bedrijventerreinen veel meer dan bij huishoudens dat je mag verwachten dat ondernemers mee-investeren in onderhoud, beheer, handhaving, verduurzaming en parkmanagementstructuur. De overheid kan dan als aanjager fungeren. Lokaal en regionaal is de aandacht voor dit onderwerp gering. Net als het Rijk lijken ook die overheden het thema bedrijventerreinen vergeten. Er is behoefte aan een vruchtbare bodem. Die is er nu nog niet.’

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Industriepark Kleefse Waard wint Circular Economy Award 2019

Nieuws

Nieuws

Industriepark Kleefse Waard wint Circular Economy Award 2019

Industriepark Kleefse Waard in Arnhem is vandaag uitgeroepen tot Beste Circulaire Werklocatie van Nederland 2019. Andere kanshebbers op de deze Circular Economy Award waren Businesspark De Waarderpolder in Haarlem en Brainport Industries Campus in Eindhoven.

Op het BT Event in Arnhem ontving Industriepark Kleefse Waard (IPKW) de Circular Economy Award uit handen van juryvoorzitter Cees-Jan Pen. De Circular Economy Award wordt voor het derde jaar uitgereikt. Doel is een pluim te geven aan werklocaties die het beste uitvoering geven aan circulaire ambities en nadrukkelijk ook de samenleving betrekken, met inbegrip van het bedrijfsleven. Vorig jaar ging de award naar het Werkspoorkwartier in Utrecht.

De winnaar kwam tot stand via een longlist van de 12 beste circulaire werklocaties van Nederland. Deze werd samengesteld door een onafhankelijk team van zeven experts op het gebied van (her)ontwikkeling van werklocaties en regionale economie. Zij werken landelijk en kennen de beste projecten uit de praktijk. Vervolgens werden er drie finalisten geselecteerd na een deskundig oordeel van de vakjury onder leiding van lector Cees-Jan Pen (Fontys Hogescholen) en waarin verder Guus Mulder (TNO), Aeisso Boelman (Fakton) en Yasha Schadee (SKBN) zitting hebben.

De jury selecteerde drie werklocaties op basis van tien vooraf vastgestelde criteria: circulariteit in visie, circulariteit in organisatie, resultaat, interactie met de omgeving, shared facilities, energie, materialen, afval, biodiversiteit en welbevinden en gezondheid. Volgens juryvoorzitter Cees-Jan Pen zal er publiek en privaat substantieel meer moeten worden geïnvesteerd om de basis van bedrijventerreinen op orde te krijgen, zodat daadwerkelijk de energiepotentie van bedrijventerreinen kan worden benut. ‘We zien enorm veel circulaire initiatieven en energie. Dit staat in schril contrast met de financiële en politieke aandacht om bestaande bedrijventerreinen beter en meer te benutten. De winnaar en genomineerden laten duidelijk zien dat circulair investeringslef en leiderschap nodig is.’

Beste circulaire werklocatie: Industriepark Kleefse Waard

Het was een close-call dit jaar, daar was de jury het unaniem over eens. ‘Het zijn drie heel verschillende werklocaties, met verschillende opgaven. Maar ze gaan daar alle drie op hun manier heel goed mee om.’ Ook het feit dat de drie finalisten een goede koppeling met het hoger onderwijs hebben, werd erg geprezen.

Het winnende Industriepark Kleefse Waard kwam als winnaar uit de bus vanwege haar langdurige vasthoudendheid aan een circulaire visie, met concreet behaalde resultaten. Het IPKW heeft volgens de jury een inclusieve aanpak, waarbij alle en iedereen, van oude meuk tot nieuwe hip, wordt meegenomen. Cees-Jan Pen: ‘Het is een bestaand terrein waar nieuwe ideeën uitvoering vinden. Ze hebben daarmee een voorbeeldfunctie voor werklocaties in Nederland met een vergelijkbare opgave.’ Een terechte winnaar, volgens de jury.

De jury wil ook nadrukkelijk een pluim geven aan de wijze waarop de twee andere finalisten Businesspark De Waarderpolder en Brainport Industries Campus uitvoering geven aan circulaire ambities. ‘Waarderpolder staat op het podium omdat ze hele grote stappen zetten en goed omgaan met het versnipperd eigendom op hun locatie. Bovendien is er ruimte voor alle milieucategorieën. Brainport Industries Campus wordt geroemd om haar allure die Nederland overstijgt, hun hele DNA is circulair en ze zijn daarmee een échte voorloper.’

Geschiedenis

Al sinds 2005 roept BT jaarlijks het beste bedrijventerrein van Nederland uit. Zo gingen Kennispark Twente, High Tech Campus Eindhoven, Bio Science Park, Industriepark Kleefse Waard en Energiepark Boekelermeer al met deze titel aan de haal. De verkiezing groeide uit tot een begrip in werklocatieland en levert jaarlijks veel publiciteit op. Maar de markt verandert. Gemeenten en regio’s richten zich de laatste jaren meer en meer op economisch duurzame ontwikkeling van de fysieke leefomgeving, een trend die BT van harte toejuicht met haar vakblad, events en de Circular Economy Award.

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Stedelijke kavelruil in Omgevingswet: 'gesprek brengt partijen in beweging'

Nieuws

Nieuws

Stedelijke kavelruil in Omgevingswet: 'gesprek brengt partijen in beweging'

'Lichte regeling' gemodelleerd naar kavelruil landelijk gebied

Met de onlangs aangenomen Aanvullingswet grondeigendom maakt stedelijke kavelruil straks onderdeel uit van de Omgevingswet. Het instrument moet binnenstedelijke transformatie vergemakkelijken en maakt de aanpak van versnipperde gebieden mogelijk.

Versnippering is een belangrijk obstakel voor binnenstedelijke gebiedsontwikkeling. Via stedelijke kavelruil kunnen grondeigenaren op een slimme manier gronden uitruilen om nieuwe ontwikkelingen mogelijk te maken. De kavelruil in de Aanvullingswet is gemodelleerd naar kavelruil in het landelijk gebied, die is opgenomen in de Wet inrichting landelijk gebied (Wilg). Uitgangspunten zijn onder meer dat geen van de betrokken private partijen slechter wordt van een ruil, en dat de kosten en risico’s liggen bij degenen die baat hebben bij een kavelruil. Een belangrijk verschil met de regeling voor de landelijke gebieden is er wel: in het stedelijke gebied is er geen mogelijkheid om deelname af te dwingen.

Omgevingswet

‘Het idee van de kavelruil sluit heel goed aan bij de Omgevingswet’, zegt Marc van Geene van het Kadaster. ‘Het is een bottom-up proces, waarbij niet de overheid grond hoeft aan te kopen, maar eigenaren zelf bepalen hoe hun woon- en werkomgeving eruit komt te zien. Ze profiteren zelf doordat ze maximaal inbreng hebben en er transparantie ontstaat over de wensen van anderen.’

Van Geene was namens het Kadaster betrokken bij een aantal pilots van het stimuleringsprogramma stedelijke kavelruil (SSKR). Dit programma was bedoeld om ervaring op te doen met het instrument. Het Kadaster begeleidde de eigenaren bij een aantal projecten. Van Geene: ‘Allereerst door aan de hand van de eigendomsgegevens en kaarten inzicht te bieden in de feitelijke situatie. Vervolgens door als onafhankelijk partij eigenaren met elkaar in gesprek te laten gaan en te onderzoeken hoe iedereen er beter van kan worden. Door die bijeenkomsten komen eigenaren in beweging. Wanneer je van elkaar weet welke belangen en ambities bestaan, kun je onderzoeken waar je elkaar kunt vinden. In die gesprekken gaat het balletje rollen.’

Een aantal pilots heeft na afloop van het programma een vervolg gekregen in de vorm van overeenkomsten. Van Geene ziet naast het realiseren van compactere winkelgebieden ook kansen voor versnipperde bedrijventerreinen en bijvoorbeeld verouderde recreatieparken. ‘Kavelruil kan een belangrijk instrument zijn voor vernieuwing en revitalisering in gebieden die beter moeten gaan functioneren en waar in ieder geval een deel van de eigenaren gevestigd wil blijven en investeren.’

Lichte regeling

In welke gevallen stedelijke kavelruil soelaas biedt, hangt vooral af van de betrokken grondeigenaren. De Aanvullingswet grondeigendom bevat slechts een lichte regeling. Er zijn geen bepalingen opgenomen die een ruil afdwingbaar kunnen maken voor het geval een plan met draagvlak bij bijna alle deelnemers toch door een enkeling gedwarsboomd wordt. Terwijl dat in de praktijk een waardevolle aanvulling kan zijn. ‘In het landelijke gebied zien we dat een regeling die iets meer dwang mogelijk maakt effectiever kan zijn’, zegt Van Geene. ‘Ook in de pilots van het stimuleringsprogramma merk ik dat. Al is het maar als stok achter de deur. Het feit dat iets afgedwongen kan worden, zorgt er in veel gevallen juist voor dat dat niet nodig is. Er is nog een ander verschil met de kavelruil voor het landelijke gebied: de Aanvullingswet bevat geen instrumenten om kavelruil financieel te stimuleren. Zo zijn ruilende grondeigenaren in het landelijk gebied bijvoorbeeld vrijgesteld van overdrachtsbelasting, waarmee deelname extra aantrekkelijk wordt.’

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Den Helder broedplaats voor maritieme drones

Nieuws

Nieuws

Den Helder broedplaats voor maritieme drones

De Noordzee wordt steeds intensiever gebruikt door onder andere de aanleg van windparken, duurzame energieopwekking op zee en drukker scheepvaartverkeer. Meer toezicht is daarbij noodzakelijk. Hiervoor zijn maritieme drones een oplossing. Om die reden is in Den Helder het cluster Maritime Drone Initiative Noord-Holland (MDI) opgericht.

Een belangrijke voorziening van MDI is het Mobile Field Lab Maritieme Drones. Het Field Lab bestaat uit twee containers die ingericht zijn als instructie- annex briefingsruimte en onderhoudswerkplaats. Ze zijn beschikbaar bij test- en demonstratievluchten in de regio met (maritieme) drones. Het regionaal programma ‘De Kop Werkt’ heeft bijgedragen aan het Field Lab. Vandaag (donderdag 24 oktober) heeft wethouder Kees Visser het Mobile Field Lab Maritieme Drones officieel in gebruik genomen.

MDI is een van de uitkomsten van de civiel-militaire samenwerking, die grote kansen biedt voor het innovatie- en ondernemersklimaat in de regio Holland boven Amsterdam. De sterke vertegenwoordiging in Den Helder van maritieme, mariene en offshore (energie) bedrijven, de Koninklijke Marine en de Kustwacht met haar toezichthoudende taak op de Noordzee, vormen omstandigheden om in de regio Den Helder  een ‘vliegende start’ te maken rond maritieme drones.

Drones hebben een grote potentie in het maritieme domein. Het gaat vooral om kleine, lichte systemen die flexibel zijn in te zetten op vaartuigen of constructies op zee. De drones in de huidige markt zijn niet geschikt voor gebruik onder extreme omstandigheden op zee, in de zoute omgeving en voor dataverzameling. In het MDI worden maritieme drones ontwikkeld die wél aan deze eisen voldoen. Voor partijen als de Koninklijke Marine, Kustwacht Nederland en de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij (KNRM) zijn deze specialistische drones met extreem lange vliegduur zeer belangrijk.

Kans voor Nederlandse dronebedrijven

Nederlandse dronebedrijven krijgen dankzij dit initiatief de kans hun drones door te ontwikkelen. Het MDI heeft Den Helder Airport als thuisbasis. In en rond deze locatie is het mogelijk om testen en vluchten uit te voeren en marktdemonstraties te geven. Met het Field Lab kunnen vluchtresultaten worden vastgelegd vanaf elke zee- of landlocatie in de regio. Door start- en scale-ups aan te trekken draagt MDI bij aan de ambitie om meer mensen in de Noordkop te laten werken, wonen en ondernemen. Bovendien vervult het de behoefte om meer arbeidsplaatsen te creëren op het gebied van kennis en technologie, waar jongere generaties zich toe aangetrokken voelen.

Wethouder Kees Visser van gemeente Den Helder: “Als Den Helder en regio hebben we al jaren de ambitie om hier een dronecentrum te vestigen. Het is een logische plek, gezien de ligging van onze stad. We zijn dan ook blij dat het MDI nu wordt gelanceerd. Het is daarbij mooi dat partijen als de Koninklijke Marine, Commando Luchtstrijdkrachten CLSK, de Kustwacht en de KNRM bij het initiatief zijn betrokken. Deze ontwikkeling geeft weer een extra toekomstperspectief aan onze (lucht)havens.”

Partners Maritime Drone Initiative Noord-Holland

De eerste partners van MDI zijn het Maritiem Drone Team van de Koninklijke Marine, Kustwacht en KNRM, Commando Luchtstrijdkrachten CLSK, NLR – Koninklijk Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum, Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord, het Nederlands Instituut voor Zee Onderzoek, CHC Helicopters en Den Helder Airport. Texel Airport en Vliegveld Middenmeer sluiten zich ook aan.

Thijs Pennink, directeur Ontwikkelingsbedrijf NHN: “De ontwikkelingen op de Noordzee zorgen voor nieuwe bedrijvigheid. Denk bijvoorbeeld aan inspectie en onderhoud van windparken of het vervoer van goederen en materialen naar schepen. Met het MDI kunnen we als regio hoogwaardige technologische bedrijven aantrekken en tegelijk een boost geven aan technologische innovaties rondom drones. En dit is iets waar onze regio sterk behoefte aan heeft. Een win-win situatie dus.

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Nieuw thuis voor vissen en ruimte voor twee kavels aan de haven van bedrijvenpark Zevenellen

Nieuws

Nieuws

Nieuw thuis voor vissen en ruimte voor twee kavels aan de haven van bedrijvenpark Zevenellen

Vroeger gebruikte de elektriciteitscentrale op Duurzaam Multifunctioneel Bedrijvenpark Zevenellen het koelwaterkanaal. Diverse vissen hebben zich door de jaren heen het koelwaterkanaal op het bedrijvenpark in Haelen (Gemeente Leudal) eigen gemaakt. 

Een plek waar vanuit de ontwikkeling van Zevenellen twee kavels zijn voorzien, liggend aan de kop van de haven. “Om deze twee kavels te kunnen realiseren, hebben we een deel van het koelwaterkanaal, gedempt,” vertelt John Giesen, gebiedsontwikkelaar bij Ontwikkelingsmaatschappij Midden-Limburg (OML). “Bij het uitzetten van de vissen zijn we zorgvuldig te werk gegaan. Met de plotselinge hitte én droogte van de zomer vroeg dat extra aandacht. Inmiddels hebben we de vissen een nieuwe plek bezorgd.” 

“Zowel via een lokale visser als ook vanuit het flora- en fauna-onderzoek wisten we dat er vissen leven in het koelwaterkanaal,” vertelt John Giesen, gebiedsontwikkelaar bij OML. “Dempen van het kanaal is dan niet zomaar aan de orde. Dat vraagt aandacht voor de vissen. Daarbij hadden we een tweetal opties: dat de vissen naar het deel van het voormalig koelwaterkanaal zwommen dat open bleef of ‘verhuizen’ naar de haven.”

Karpers, baarsjes en roofblei

“De werkzaamheden voor het dempen van het koelwaterkanaal zijn uitgevoerd onder toezicht van een ecoloog. Een gedeelte van de vissen is zelf naar de haven gezwommen een gedeelte is naar het diepste gedeelte van het koelwaterkanaal gezwommen wat niet gedempt is. We zijn begonnen met het dempen in het ondiepste gedeelte van het kanaal. Op die manier zijn de vissen rustig naar het diepste gedeelte gezwommen en vandaaruit naar het gedeelte dat open blijft. Het laatste deel van het dempen was even spannend. Door de plotselinge hitte en droogte afgelopen zomer ontstond er zuurstoftekort in het water van het laatste stukje koelwaterkanaal. Gelukkig hebben we met behulp van enkele pompen vers water in het kanaal kunnen pompen. Tijdens het laatste vangmoment hebben we nog 25 karpers, 2 baarsjes en een roofblei kunnen vangen. Deze zijn allemaal uitgezet in de haven,”  vertelt John.

Groen verblijfsgebied en opvang overtollig regenwater

“Het deel van het koelwaterkanaal dat in stand blijft, richten we in als een groen verblijfsgebied. In dit deel van Zevenellen kunnen straks mens, dier en insect samen van het groen genieten. Daarnaast zetten we het resterende koelwaterkanaal in als infiltratiebuffer voor het overtollige regenwater, afkomstig van de nieuwe kavels.”

Kavels aan de haven

Met het dempen van een deel van het koelwaterkanaal, is er ruimte ontstaan voor twee, zogenaamde watergebonden kavels. Liggend aan de kop van de haven in een gebied met aansluiting op de Maas.  Ideaal voor bedrijven die de haven willen gebruiken voor aan- en/of afvoer van materialen/goederen over water. Zevenellen kent zowel via de weg als via het water uitstekende verbindingen.

Van de werkzaamheden op Bedrijvenpark Zevenellen is door samenwerkingspartner Strukton Civiel Zuid een mooie drone-film gemaakt. Bekijk hier de film.

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Finalisten Circular Economy Award bekend: dit zijn de 3 beste circulaire werklocaties van Nederland

Nieuws

Nieuws

Finalisten Circular Economy Award bekend: dit zijn de 3 beste circulaire werklocaties van Nederland

Brainport Industries Campus in Eindhoven, Industriepark Kleefse Waard in Arnhem en Businesspark Waarderpolder in Haarlem maken dit jaar kans om de Circular Economy Award te winnen. Dat heeft de jury van de Circular Economy Award 2019 maandag bekend gemaakt.

De Circular Economy Award wordt voor het tweede jaar georganiseerd. Doel is een pluim te geven aan werklocaties die het beste uitvoering geven aan circulaire ambities en nadrukkelijk ook de samenleving betrekken, met inbegrip van het bedrijfsleven. De Circular Economy Award 2019 wordt uitgereikt op donderdag 31 oktober op het BT Event in Arnhem.

De vakjury bestaande uit Cees-Jan Pen (Fontys Hogescholen, voorzitter), Guus Mulder (TNO), Aeisso Boelman (Fakton) en Yasha Schadee (SKBN), selecteerde de drie werklocaties op basis van tien vooraf vastgestelde criteria: circulariteit in visie, circulariteit in organisatie, resultaat, interactie met de omgeving, shared facilities, energie, materialen, afval, biodiversiteit en welbevinden en gezondheid. In totaal maakten twaalf werklocaties kans op een plek in de finale.

Businesspark Waarderpolder - Haarlem

Dit is een businesspark dat laat zien dat je jezelf continue kunt blijven herwaarderen, schrijft de jury. Mooi dat hier ook oog is voor hogere milieucategorieën, een breed pallet aan gebruikers zorgt ook voor bestendigheid. Bovendien wordt met een diversiteit aan bedrijven innovatie onderling gestimuleerd, en daarmee kunnen bedrijven op deze locatie groeien. De Waarderpolder heeft een actieve parkmanagementvereniging die inzet op duurzaamheid, en zij denken ook na over shared facilities.

Industriepark Kleefse Waard – Arnhem

Kleefse Waard heeft een duidelijke visie waar langjarig aan vast wordt gehouden. Er zijn mooie plannen gerealiseerd, vindt de jury, die op een duidelijke wijze worden gecommuniceerd. Ze zijn onderscheidend in: testen, innovatie, gewoon doen! Concrete resultaten zijn het oprichten van een afvalteam, gebouwen duurzaam herontwikkelen, elektrische laadpunten en veel gezamenlijke faciliteiten. Goed dat de incubator Greenhouse expliciet is.

Brainport Industries Campus - Eindhoven

Deze nieuwe zelfvoorzienende en energieneutrale campus heeft veel impact, aldus de jury. Er zijn concrete uitwerkingen van circulair economie, zoals: focus op alle stromen in het gebied, modulaire bouw, PV-cellen. Er is een open werkomgeving met een innovatieve en goede verbinding tussen bedrijfsleven en kennisinstellingen. Ze zijn gericht op de deeleconomie wat verdergaat dan normaal, niet alleen vergaderruimtes en catering maar ook testruimtes en productiefaciliteiten.

Juryvoorzitter Cees-Jan Pen: ‘We zien heel veel locaties waar circulaire ambities hoog in het vaandel staan. Veel van die ambities bevinden zich echter nog in de planfase, het zijn ontzettend goede ideeën en plannen. De drie finalisten laten zien dat dat er ook resultaten worden geboekt, waar andere werklocaties weer van kunnen leren. Het is in deze fase voor iedereen waardevol om naar de goede en concrete voorbeelden te kijken.’

Geschiedenis

Al sinds 2005 roept BT jaarlijks het beste bedrijventerrein van Nederland uit. Zo gingen Kennispark Twente, High Tech Campus Eindhoven, Bio Science Park, Industriepark Kleefse Waard en Energiepark Boekelermeer al eens met deze titel aan de haal. De verkiezing groeide uit tot een begrip in werklocatieland en levert jaarlijks veel publiciteit op. Maar de markt verandert. Gemeenten en regio’s richten zich de laatste jaren meer en meer op economisch duurzame ontwikkeling van de fysieke leefomgeving, een trend die BT van harte toejuicht met haar vakblad, events en de Circular Economy Award. Vorig jaar ging de Circular Economy Award naar Werkspoorkwartier Utrecht.

Lees verder

KENNISARCHIEF