KENNISARCHIEF 2023

Nieuws
Naast Schiphol vliegen de uilen
Naast Schiphol vliegen de uilen

Schiphol Trade Park geldt als duurzaamste logistieke bedrijventerrein ter wereld Bij bedrijvigheid rondom het vliegveld denk je waarschijnlijk niet meteen aan natuur. Toch bombardeerde IVN Natuureducatie juist Schiphol Trade Park tot een van de inspirerende showcases van hun project ‘Werklandschappen van de toekomst’. ‘Ze zijn echt koploper in de categorie nieuwbouw en tonen ambitieus leiderschap’, zegt Daphne Teeling over het project van gebiedsontwikkelaar Schiphol Area Development Company (SADC). Missie Teeling werkt al zestien jaar bij IVN Natuureducatie, met als missie om mens en natuur te verbinden. In 2020 besloten Teeling en haar collega’s om naast natuurexcursies en het vergroenen van woonwijken en schoolpleinen zich ook te gaan richten op bedrijventerreinen. ‘Nederland telt zo’n 3.500 bedrijventerreinen, goed voor 30 procent van alle banen’, zegt Teeling. ‘Heel veel mensen zijn daar dus dagelijks aan het werk. Als die terreinen veranderen van grijs en onaantrekkelijk in biodivers en groen, dan versterkt dat ook de band van mensen met natuur.’ Vossen en uilen Het publiek-private SADC had in 2020 al grootse ontwikkelplannen voor een 350 hectare groot logistiek bedrijventerrein bij Schiphol. Buurtbewoner en IVN-lid Corinne Kalisvaart zat daar niet echt op te wachten. In het groene gebied naast haar huis ziet ze tijdens wandelingen altijd veel dieren, bijvoorbeeld vossen en uilen. Foto’s plaatst ze op het Instagramaccount faunahaarlemmermeer dieren. Bij SADC mocht Kalisvaart de stem van de dieren vertolken in het opstellen van de ecologische visie voor het gebied. Ook de Vogelbescherming, kennisinstellingen en medewerkers van IVN praatten mee. In grote lijnen beoogt de ecologische visie dat er ná de ontwikkeling van het hele gebied meer dieren en plantensoorten leven dan ervóór. Vroege timing Het maakt SADC tot schoolvoorbeeld van wat IVN voorstaat, zegt Teeling. Ze raadt andere bedrijventerreinen ook aan om mensen uit de buurt te betrekken. Vroege timing is daarbij belangrijk. Teeling: ‘Als je de grond openlegt om het energievraagstuk aan te pakken, kun je meteen een landschappelijk plan maken voor biodiversiteit en klimaatadaptatie. Als je aan de voorkant slim inrekent, kun je veel meer doen voor dezelfde kosten.’ Prettiger Het levert bovendien een prettiger omgeving op voor de mensen die er werken, vindt Eva Klein Schiphorst, directeur van SADC. Ze trad vorig jaar aan als directeur en schreef een nieuwe strategie tot 2030. Een van de speerpunten daarin is de zichtbaarheid van groene bedrijventerreinen rondom Schiphol. Klein Schiphorst: ‘We willen een duurzame look and feel om dit ook de buitenwereld te laten zien.’ Stoeptegels Een ander speerpunt uit de nieuwe strategie is dat SADC innovatief wil zijn. Een voorbeeld daarvan zijn de stoeptegels en stoepranden in het Schiphol Trade Park: die zijn gemaakt van een nieuw soort ­beton. Het bedrijf Biobound maakt tegels met daarin gerecycled beton en olifantsgras. Dat olifantsgras is een snelgroeiende rietachtige plant, die al rondom Schiphol werd verbouwd om ganzen te weren. Met die duurzame ingrediënten heeft de bestrating een veel lagere CO2-voetafdruk dan normaal beton. Klein Schiphorst: ‘Als je verandering wilt, moet je ook dingen durven te doen die nog niet aan alle kanten beklopt en betast zijn. In de experimentele fase kun je het klein houden, maar als het werkt, draag je het groot uit. Dan hebben aandeelhouders er ook profijt van.’   Link naar het originele artikel: Naast Schiphol vliegen de uilen (binnenlandsbestuur.nl)

21-12-2023
Nieuws
Nieuwe koers voor Noordzeekanaalgebied
Nieuwe koers voor Noordzeekanaalgebied

Voor de toekomst van het Noordzeekanaalgebied (NZKG) is een nieuwe gemeenschappelijke koers vastgesteld: het Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied. Het Noordzeekanaalgebied staat voor veel uitdagingen tegelijk. Daarom werken Rijk, regio en partners samen vanuit 1 gezamenlijke koers. De komende decennia is het Noordzeekanaalgebied van nationaal belang voor het realiseren van forse opgaven. Thema’s als energietransitie, circulaire economie, woningbouw, sterke haven- en industriegebieden én een gezondere leefomgeving komen aan bod in het Ontwikkelperspectief. Ook klimaatadaptatie, versterking van landschap en ecologie zijn belangrijke thema’s.  Samen sturen op nationale opgaven  De belangrijkste onderdelen van het Ontwikkelperspectief zijn:  Het ruimtelijke inpassen van de nieuwe energiehoofdstructuur. Hierbij moet je denken aan het aansluiten van zeekabels naar het NZKG, het inpassen van extra transformatoren in het landschap, ondergrondse aansluiting op het nieuwe waterstofnetwerk van Nederland en import en productie van waterstof en groene vloeibare brandstoffen.  De realisatie van de Energiehaven (rond de Averijhaven) en Energiehaven Plus als groeiambitie voor de langere termijn.  Verruiming van beschikbare risicoruimte met name aan de westzijde van Westpoort, in een omgeving waar dat verantwoord mogelijk gemaakt kan worden. Door verruiming van risicoruimte kan het bestaande haven- en industriegebied ruimtelijk intensiever worden gebruikt waardoor het  landschap gespaard wordt in de toekomst.  Verbeteren van wet- en regelgeving voor een gezonde leefomgeving voor omwonenden.  Woningbouw op en rond haven- en industriegebieden. Hiervoor maakt de regio afspraken over het tempo en fasering van verschillende transformatieprojecten in het gebied. De regio gaat door met projecten die al in gang zijn gezet.  Voor toekomstige transformaties in de haven- en industriegebieden vindt wordt om de 4 jaar afstemming plaats.  Stedelijke vernieuwing van naoorlogse wijken. De regio geeft hier extra prioriteit aan locaties waar de leefbaarheid sociaal en fysiek om aandacht vraagt. In Amsterdam Nieuw-West en Zaanstad Oost wordt al geïnvesteerd in vernieuwing. Voor de IJmond wordt een vergelijkbare aanpak voorbereid met provincie en Rijk.  De effecten van klimaatverandering. Om het watersysteem te ontlasten is het uitgangspunt bij alle ontwikkelingen ‘water- en bodem sturend’. Dat betekent bijvoorbeeld: anticiperen op zeespiegelstijging, verzilting voorkomen, rekening houden met droge periodes en tekorten aan zoet water en met periodes met te veel water door hevige buien. Rond het Noordzeekanaal is in de toekomst ruimte nodig in diepe polders om overtollig water te bergen.  Toekomst Houtrakpolder Voor de Houtrakpolder, waar nu een strategische reservering ligt voor een mogelijk havenbekken, wordt gekeken of daar combinaties van functies mogelijk zijn. De diepe, verzilte Houtrakpolder is mogelijk een strategische plek voor toekomstige waterberging. Het Ontwikkelperspectief draagt bij aan voorwaarden waarin de ontwikkeling van de Houtrakpolder als havenbekken in de toekomst niet nodig is. Als over een paar jaar blijkt dat er voldoende nautische-, milieu- en fysieke ruimte is in haven- en industriegebieden, kan de reservering in de Houtrakpolder worden geschrapt en kan die worden ingezet voor een andere combinatie van functies, zoals waterberging en ecologie.  Vierjaarlijkse actualisatie Het Ontwikkelperspectief is op 19 december 2023 vastgesteld door het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK), de provincie Noord-Hollland en de gemeenten Amsterdam, Beverwijk, Haarlemmermeer, Heemskerk, Velsen en Zaanstad. Het Ontwikkelperspectief helpt aangesloten partners in het Bestuursplatform NZKG bij het nemen van besluiten. Dit zijn Port of Amsterdam, Tata Steel en Zeehaven IJmuiden N.V. Deze koers is tevens onderschreven door de dagelijks besturen van de waterschappen: Waterschap Amstel, Gooi en Vecht, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en het Hoogheemraadschap van Rijnland. Elke 4 jaar (voor het eerst In 2027) wordt het Ontwikkelperspectief geactualiseerd. 

20-12-2023
Nieuws
Slechts een vijfde Nederlandse bedrijventerreinen zijn 'Paris Proof'
Slechts een vijfde Nederlandse bedrijventerreinen zijn 'Paris Proof'

Een schamele negentien procent van alle Nederlandse bedrijventerreinen is Paris Proof. Dit blijkt uit een inventarisatie van Rienstra beleidsonderzoek en ELBA/REC, in samenwerking met de Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (SKBN) en Dutch Green Building Council (DGBC). Voor het onderzoek zijn gedetailleerde statistische gegevens uit 2022 van het CBS onderzocht over het gebruik van aardgas en elektriciteit op 3.771 Nederlandse bedrijventerreinen, zoals bedrijfsgebouwen, kantoren, winkels, gevangenissen en sportgebouwen. Ondanks het beperkte aantal dat voldoet aan de norm, laten deze gegevens een forse daling zien van bedrijventerreinen die extreem veel energie verbruiken. Het onderzoek onderscheidt drie verschillende categorieën energieverbruik: Paris-proof, minder milieubelastend (één tot drie keer de Parijs-norm) en zwaar milieubelastend (meer dan drie keer de Parijs-norm). Hierbij zorgde de afname van bedrijven met hoog energieverbruik vooral voor verschuivingen van zwaar belastende naar minder belastende bedrijventerreinen. Zo stootten er in 2022 nog 912 bedrijventerreinen méér dan drie keer de toegestane energienorm uit (33 procent). Dat zijn er 750 minder dan in 2021. Daarnaast hadden in hetzelfde jaar 1344 bedrijventerreinen (49 procent) een energieverbruik van één tot drie keer de Parijs-norm, 397 meer dan in 2021. “De sterk gestegen energieprijzen van het tweede halfjaar van 2022 hebben de energiebesparing van bedrijventerreinen gestimuleerd”, zegt Gerlof Rienstra, economisch geograaf bij Rienstra beleidsonderzoek. “Steeds meer bedrijven lijken afstand te doen van aardgas, gebruiken hernieuwbare energiebronnen, en gooien energie-intensieve bedrijfsactiviteiten om óf sluiten ze zelfs. Toch moeten zij hard blijven werken om de doelen van Parijs te bereiken.” Vooruitzicht Met stijgende prijzen van aardgas en elektriciteit zullen ook komend jaar zwaar energie verbruikende bedrijven de noodzaak voelen minder energie te verbruiken. Hierdoor verwacht Rienstra dat bedrijven eerder zullen neigen naar energiebesparing en het verminderen of stopzetten van industriële productieprocessen met een hoge energie-intensiteit: “Zwaar energie verbruikende bedrijven hebben dertig jaar de tijd om hun verbruik onder drie keer de norm te krijgen. Daarvoor is het belangrijk dat zij investeren in energietransitie en verduurzaming van hun bedrijventerreinen. Door netcongestie zullen bedrijven steeds vaker via Smart Energy Hubs op het terrein zelf en het vormen van energiecoöperaties duurzame energie moeten opwekken. De verwachting is dan ook dat volgend jaar de Paris Proof-groep groter en de zwaar energie verbruikende groep kleiner wordt.” Energiezuinigheid Net als voorgaande jaren scoren logistieke bedrijventerreinen nog steeds hoog op energiezuinigheid. Ondanks dat deze locaties veel oppervlakte hebben, verbruiken ze relatief weinig energie per vierkante meter. Ook beschikken ze vaker over zonnepanelen voor duurzame energie. Bedrijventerreinen Moerdijk, Hessenpoort en Trade Port Noord voeren de top 10 aan van bedrijven met een aflopend energiegebruik. Rienstra: “Voor sommige sectoren is het lastiger om energiezuiniger te werken dan voor andere sectoren. Industrieterreinen of terreinen die vooral datacenters huisvesten voldoen bijvoorbeeld vaak niet aan de norm. Toch is het belangrijk dat iedereen zich inzet om zo duurzaam mogelijk te werken.”

19-12-2023
Nieuws
NMCX nieuwe huurder in loods C-Bèta Work in Hoofddorp
NMCX nieuwe huurder in loods C-Bèta Work in Hoofddorp

Per half december 2023 heeft NMCX zijn intrek genomen in drie units in de circulair gerenoveerde loods van C-Bèta Work. NMCX Centrum voor Duurzaamheid is een onafhankelijk loket dat zich inzet om gemeente Haarlemmermeer en omstreken groener en klimaatbestendiger te maken. Het bedrijf met circa twintig medewerkers organiseert en faciliteert evenementen, workshops en activiteiten voor bedrijven, bewoners en scholen, en geeft informatie en advies over het verduurzamen van de woon-, werk- en leefomgeving. Karen Meinhardt, directeur NMCX: “We zijn blij met ons nieuwe kantoor in de loods van C-Bèta. Opgericht vanuit circulaire motieven is dit de perfecte plek voor ons werk rondom duurzaamheid.” Thema’s waar NMCX zich op richt zijn Afval & Circulariteit, Groen & Biodiversiteit, Bedrijf & Ondernemers, Energie & Mobiliteit, Water & Klimaatadaptatie, Voedsel & Voeding en Educatie. Zero Waste Zo helpt NMCX helpt ondernemers bij de wettelijke regelgeving omtrent Single Use Plastic. Deze regelgeving verplicht klanten van afhaallocaties, bezorglocaties en supermarkten om te betalen voor wegwerpbekers en -bakjes die plastic bevatten. Hiermee wil de overheid de hoeveelheid wegwerpplastic verminderen. Volgens Karen Meinhardt is het goed dat de overheid dit doel nastreeft, alleen leidt de regelgeving niet tot het gewenste resultaat. De invoering is complex voor bedrijven en klanten zullen gebruik blijven maken van plastic verpakkingen. Karen: “ Eigenlijk zien we het liefst dat bedrijven gaan werken vanuit een zerowaste-gedachte. Dat men voor afhaaleten überhaupt geen verpakkingsmateriaal (ook al is dit gerecycled) meer gebruikt, maar dat men overgaat op een statiegeldsysteem met herbruikbare bakjes en bekers. En dat men op kantoor in plaats van een gerecyclede kartonnen beker een aardewerken kopje of mok gebruikt.” Lokale samenwerking voor meer groen NMCX zet zich ook in op het gebied van klimaatadaptatie en biodiversiteit. Door kennisgeving hierover maar ook door inwoners te activeren om zelf meer te vergroenen. Het duurzaamheidscentrum biedt bijvoorbeeld praktische ondersteuning bij het adopteren van een boomspiegel of geveltuin of het aanleggen van een buurttuin. Of biedt inwoners een gratis tegelophaalservice aan als ze hun tuin onttegelen. Voor dit soort acties en campagnes werkt NMCX regelmatig samen met lokale partners. Teambuildingsactiviteiten met een betekenis Bedrijven die de bewustwording van duurzaamheid bij medewerkers willen vergroten, kunnen bij NMCX deelnemen aan diverse teambuildingsactiviteiten op verschillende duurzaamheidsthema’s. Denk daarbij thema’s als Schoon, Biodiversiteit, Klimaat, Hack-je-office of Energie. Karen: “Bij het thema Biodiversiteit geven we een informatieve workshop en gaan daarna buiten aan de slag. Bijvoorbeeld door het planten van een voedselbos, struiken/heesters, het inzaaien van bloemenzaad of het maaisel van het terrein afharken. Bij het thema Klimaat gaat de groep fysiek aan de slag door in een privé-tuin tegels en zand te verwijden en te vervangen door tuinaarde en beplanting om de tuin zo waterbestendig te maken, maar ook voor verkoeling, een grotere biodiversiteit en vergroting van het welzijn van de bewoners.” Energieloket voor Bedrijven Voor bedrijven is de energietransitie een grote opgave. Om ondernemers hierbij te helpen is Energieloket voor Bedrijven Haarlemmermeer opgezet. Een initiatief van de gemeente, waarbij NMCX met partners de uitvoering doet. Bij dit loket kunnen ondernemers terecht voor informatie en advies over energiezuinige maatregelen, regelgeving, subsidies en lezen hoe andere ondernemers hebben verduurzaamd. Ook biedt het een loket een (gratis) energiescan aan, waar elk bedrijf in Haarlemmermeer gebruik van kan maken. Duurzame lessen op scholen NMCX faciliteert ook duurzame lessen op scholen in Haarlemmermeer, zowel voor basis-en middelbare scholen. Hiermee levert de stichting ook een bijdrage aan het lerarentekort door uitgevallen lessen op te vangen met eigen docenten. Meer hierover is op de website www.groenekapstok.nl te lezen. Eelco Kienhuis, Salesmanager SADC, gebiedsontwikkelaar en eigenaar van C-Bèta Work: “Wij zijn heel blij met de komst van NMCX. De onderwerpen waar zij zich mee bezighouden sluiten naadloos aan bij de ambities van C-Bèta.”

19-12-2023
Nieuws
Duurzaam toekomstperspectief voor Rotterdamse haven
Duurzaam toekomstperspectief voor Rotterdamse haven

De haven van Rotterdam zit midden in een verandering; van fossiel naar CO2-neutraal. Hoe kan die transitie in goede balans plaatsvinden met andere uitdagingen zoals woningbouw en een goede leefomgeving? Om die vraag te beantwoorden heeft de provincie, samen met de Rijksoverheid, de gemeente Rotterdam en het Havenbedrijf Rotterdam een ontwikkelperspectief (pdf, 18 MB) voor de haven opgesteld. Op 7 december 2023 is dit ondertekend door Minister Mark Harbers, gedeputeerde Jeannette Baljeu, wethouder Chantal Zeegers en Eric van der Schans namens het Havenbedrijf. De partijen hebben afgesproken om vanaf nu samen de keuzes te maken voor de toekomst van het Rotterdamse havengebied en hoe de haven sneller duurzaam gemaakt kan worden. Hierbij betrekken ze het bedrijfsleven en gemeenten in de regio. Sleutelrol in transitie De Rotterdamse haven moet in 2050 CO2-neutraal zijn en tegelijk concurrerend blijven: dat doel hebben de NOVEX-partners zich gesteld. De Rotterdamse haven is dé plek voor de energietransitie, grondstoffentransitie en materialentransitie. Met unieke kenmerken zoals geschikte terreinen voor de industrie, goede ontsluiting met verschillende vervoersvormen en aanlanding van wind op zee, speelt de haven een sleutelrol bij het realiseren van de transities en de klimaatopgave. Metropoolregio De kracht van de haven in transitie is dat de haven omringd is door de metropoolregio, want de economie van de regio en de economie van de haven hangen nauw met elkaar samen. Ook wonen havenwerknemers graag in een aantrekkelijke stad. Net als overal in Nederland, moeten ook in de omgeving van de Rotterdamse haven huizen worden gebouwd. Dit maakt de veranderingen in het havengebied extra complex en betekent dat bij alle nieuwe initiatieven in het Rotterdamse havengebied keuzes gemaakt moeten worden. Het ontwikkelperspectief brengt alle uitdagingen duidelijk in kaart. Samen keuzes maken Met het vaststellen van het ‘Ontwikkelperspectief NOVEX-gebied Rotterdamse haven’ is door de samenwerkende partijen afgesproken om samen de lastige keuzes te maken en samen op te trekken in de uitvoering en de financiering van alle veranderingen. Drie strategische vraagstukken worden uitgewerkt: Omgevingsveiligheid in relatie tot de transitie van de haven. Een aantrekkelijk woon- en leefklimaat in relatie tot (milieu) ruimte voor de haven. Omgaan met ruimtegebrek. Slim ruimtegebruik De veranderingen die op de haven afkomen vragen om slim gebruik van de beperkte ruimte. Als ontwikkelprincipe wordt allereerst gedacht aan herstructureren en vervolgens aan intensiveren, transformeren of krimp. Als alle mogelijkheden voor inbreiden en het benutten van de bestaande ruimte zijn gebruikt, wordt er gedacht  aan onderzoek naar zeewaartse uitbreiding. Het ontwikkelperspectief beschrijft ook knelpunten die op korte termijn opgelost moeten worden: veiligheid rond opslag en vervoer van de waterstofdrager ammoniak, een gebiedsgerichte oplossing voor stikstof, een visie op geluid en oplossingen voor netcongestie (krapte op het elektriciteitsnet). Over NOVEX Met het ‘Programma NOVEX’ werken alle bestuurslagen intensief samen aan het toekomstbestendig maken én eerlijk verdelen van de schaarse ruimte. Provincies werken aan de ruimtelijke vertaling van de nationale en regionale opgaven in een ruimtelijk voorstel. Daarnaast werken Rijk en regio samen in zestien specifieke gebieden waar de opgaven zó stapelen en zó complex zijn dat een gebiedsgerichte oplossing nodig is. De partijen werken daarom aan een gedeeld toekomstbeeld voor het gebied en de (ruimtelijke) keuzes die daarvoor nodig zijn: het ontwikkelperspectief. ‘NOVEX-gebied Rotterdamse haven’ is een van de zestien NOVEX-gebieden.

18-12-2023
Nieuws
Succesvolle lancering economische monitor Groene Metropoolregio
Succesvolle lancering economische monitor Groene Metropoolregio

Donderdag 14 december 2023 werd de eerste variant van de regionale Economische Monitor gepresenteerd. De lancering vond plaats in het Technoforum in Wijchen; een inspirerende omgeving waar innovatie, ondernemerschap en techniek samenkomen. Even inspirerend waren de gastsprekers Henri de Groot, Gert-Jan Hospers en Anne Berndsen die hun eigen blik en visie deelden op deze monitor. Economie: Wat vertelt deze monitor ons? Henri de Groot is hoogleraar Regionaal Economische Dynamiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam en Kroonlid van de Sociaal-Economische Raad. Het valt Henri op dat dit een zeer gevarieerde en gemiddelde regio is, een fascinerende kopie van de landelijke economie. Henri benadrukte tijdens zijn presentatie het belang van een economisch goed ontwikkelde regio. Elke regio worstelt met zijn eigen vraagstukken. We staan voor een aantal grote transities en de arbeidsmarkt is daarbij de belangrijkste sleutel. Omscholing is daarbij veel meer het probleem dan de tekorten op de arbeidsmarkt. We moeten woningen bouwen voor de ouderen van straks en niet voor de jongeren van nu, om een financiële crisis straks te voorkomen.   Gezondheidszorg en onderwijs staan zwaar onder druk. De kracht van deze regio zit in het medische- en het energiecluster. Logistieke sector is groot maar de toegevoegde waarde is relatief beperkt. Vanuit de brede welvaart gedachte moeten we tot onvermijdelijke keuzes komen en daarnaar handelen. Er liggen ook hier grote duurzaamheids- en inclusiviteitsuitdagingen. De trend van Glocalisering zet volgens hem door; Glocalisering is het groeiende belang van een sterke regio in een wereld die steeds meer verweven is.   ‘Een arbeidsmarkt die past bij de transities waar we voor staan, dat is de sleutel voor een toekomstbestendige economie' Arbeidsmarkt: Hoe werkgevers ‘The Next Generation’ aan zich binden Anne Berndsen is ondernemer bij First Thing & Voor Morgen en legde het publiek haarfijn uit waarom werkgevers meer aandacht moeten hebben voor de volgende generatie. Over 15 jaar is gemiddeld 42% van de huidige werknemers met pensioen. Daarom hebben we de nieuwe generatie hard nodig. Haar belangrijkste boodschap? De nieuwe generatie heeft tijdens hun loopbaan meer behoefte aan een variatie aan werkgevers, flexibelere werktijden en continue ontwikkeling. Anne raadt onder andere aan om jongeren meer mee te nemen in de besluitvorming en om te denken in mogelijkheden om mee te denken in het ritme en het leven van de nieuwe generatie. Ook valt haar op dat er nog te veel bedrijven onvoldoende zichtbaar zijn. Hierdoor kiest nieuw talent eerder voor bedrijven met een bekende naam buiten de regio. ‘Over 15 jaar is gemiddeld 42% van de huidige werknemers met pensioen. Daarom hebben we de nieuwe generatie hard nodig.’ Werklocaties: De toekomst van werklocaties Aansluitend op het verhaal van Anne gaf Gert-Jan Hospers, hoogleraar Sociale Geografie aan de Radboud Universiteit Nijmegen en directeur van de stichting ‘Stad & Regio’, zijn visie op de werklocaties van morgen. Gert-Jan herkent het verhaal van Anne en voegt hieraan toe dat die arbeidskrachten van de toekomst wel willen werken op een fijne en bereikbare werkplek. Maar waar bouwen we die? En hoe combineren we werken en wonen op een slimme manier? Gert-Jan geeft aan dat er een groeiende behoefte is aan hubs waar verschillende bedrijven hun werknemers laten werken. Ook in het digitale tijdperk blijft er behoefte om elkaar in het echt te ontmoeten. Gert/Jan raadt bedrijven ook aan om meer samen te werken met andere bedrijven. Waarom zou je bijvoorbeeld niet de lunch samen in één kantine organiseren? Hierdoor ontstaat meer interactie en sociale cohesie tussen bedrijven en werknemers. ‘Ook in het digitale tijdperk blijft er behoefte om elkaar in het echt te ontmoeten.’ Muzikale afsluiting en netwerklunch De ochtend werd op een creatieve manier samengevat door ´standup musician´ Bart Kiers. Na afloop werd er nog verder gediscussieerd over de thema´s onder het genot van een goed verzorgde lunch in de prachtige kantine van het bedrijf Modderkolk. De monitor wordt een terugkerende methode om de voortgang en aandachtsgebieden binnen onze regio te volgen en het gesprek hierover met elkaar aan te gaan. U kunt de monitor ook op gemeenteniveau filteren, waarmee u de cijfers onderling kunt vergelijken. Ontdek de monitor

15-12-2023
Nieuws
Metropoolregio investeert in de kwaliteit van bedrijventerreinen
Metropoolregio investeert in de kwaliteit van bedrijventerreinen

De 21 wethouders Economie van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag hebben besloten tot investeringen van bijna een miljoen euro in het versterken van regionale bedrijventerreinen. MRDH-bestuurder Aart Jan Spoon: “We pakken de regie op de ontwikkeling van regionale bedrijventerreinen. De ruimte voor de uitbreiding van bedrijventerreinen in onze metropoolregio is beperkt. Tegelijkertijd zoeken bestaande bedrijven naar uitbreidingsmogelijkheden en zijn er ook nieuwe bedrijven die zich graag vestigen in de metropoolregio Rotterdam Den Haag. Daarom zetten we in op het efficiënter benutten van bedrijventerreinen. De uitdaging is om nu uitvoering te geven aan de ambities om bedrijventerreinen toekomstbestendig te maken. Samen kunnen we dat voor elkaar krijgen. Door vier financiële bijdrages zetten we belangrijke eerste stappen om onze ambities te realiseren.” Bedrijventerreinen Plaspoelpolder en Westvlietweg Voor de bedrijventerreinen Plaspoelpolder (Rijswijk) en Westvlietweg (Den Haag) wordt € 560.000 uitgetrokken. Hiervoor zetten de twee betrokken gemeenten Industrieschap Plaspoelpolder in, waarvoor zij eerder dit jaar een investeringsagenda van zes miljoen euro hebben vastgesteld. Deze forse impuls zorgt ervoor dat nieuwe innovatieve ideeën, zoals meerlaagse bedrijfsruimte, kunnen worden ontwikkeld. Het geeft bovendien een extra impuls om de transformaties van verouderd vastgoed ter hand te nemen. De extra financiële impuls biedt ook kansen voor herstructurering en verduurzaming. Daarnaast wordt extra capaciteit ingehuurd om samen met ondernemers te werken aan gewenste toekomstige ontwikkelingen op beide bedrijventerreinen. Bedrijventerrein Schieoevers Het bedrijventerrein Schieoevers wordt in samenhang met de aangrenzende TU Delft Campus ontwikkeld tot Innovatiedistrict Delft (IDD). Dit bedrijventerrein wordt getransformeerd tot een werk-woongebied met ruimte voor woningen en (nieuwe) bedrijvigheid. In Delft zijn alle ingrediënten aanwezig voor een succesvol innovatiedistrict, maar de aanpak vraagt om langdurige samenwerking en programmatische aanpak. De MRDH trekt nu €130.000 uit en is bedoeld als een bijdrage aan het programma IDD, waar gemeente Delft, provincie, MRDH, TU Delft en de bedrijvenkring Schieoevers aan samenwerken. Bedrijventerrein Halfweg-Moelenwatering Voor versterking van een van de grootste bedrijventerreinen in Nissewaard, Halfweg-Molenwatering is €106.500 beschikbaar gesteld om mogelijkheden voor intensivering en beter benutten van het terrein te verkennen. De gemeente Nissewaard investeert eenzelfde bedrag. De kwaliteit van het bedrijventerrein moet worden verbeterd en er komt ruimte voor groei van bedrijven die zich bijvoorbeeld richten op de toekomst van het havenindustrieel complex. Het succes van deze pilot staat of valt bij de medewerking van de vastgoedeigenaren.  Bedrijventerrein Klappolder Op bedrijventerrein Klappolder in de gemeente Lansingerland waren vooral tuinbouw gerelateerde logistieke- en distributiebedrijven gevestigd. Mede door de komst van Zalando en de sluiting van de veilingen van Royal Flora Holland en de Greenery verandert de aard van het bedrijventerrein. Om meer sturing te geven en de toekomst van Klappolder zeker te stellen wordt door de MRDH voor een opgavenstudie Klappolder 2050 € 71.430,- beschikbaar gesteld. Ook in dit geval investeert de gemeente Lansingerland zelf in het project. Met de diverse investeringen wordt invulling gegeven aan de regionale ambitie om actief in te zetten op het beter benutten en het stimuleren van een kwaliteitsimpuls van bestaande terreinen, zoals opgenomen in de Strategie Bedrijventerreinen MRDH 2023-2030 en de Strategische Agenda 2023-2026.

13-12-2023
Achtergrond
OHG begeleidt en financiert Gelderse ontwikkelingen met maatschappelijke relevantie: ‘We beginnen niet meteen over het geld’
OHG begeleidt en financiert Gelderse ontwikkelingen met maatschappelijke relevantie: ‘We beginnen niet meteen over het geld’

‘We hebben in de afgelopen vier jaar bereikt dat er ontwikkelingen van de grond zijn gekomen die dankzij het zetje in de rug wat moois bijdragen aan Gelderland. OHG geeft initiatiefnemers een eerlijke kans en om aan de bal te komen en kunnen vastgoedprojecten met een maatschappelijk belang in het zadel helpen door advies en indien nodig ook met financiële steun.’ Aan het woord zijn Ron de Gruyter en William van de Worp van Ontwikkelings- en Herstructureringsmaatschappij Gelderland, kortweg OHG. Een zelfstandig fonds dat helpt rendabele projecten met een maatschappelijke impact te realiseren, daar waar knelpunten verdere ontwikkeling in de weg staan. Het fonds heeft momenteel 18 miljoen euro in kas om transformaties van beeldbepalende gebouwen of gebiedsontwikkelingen in Gelderland, waar leegstand op de loer ligt, vlot te trekken. De Gruyter, verantwoordelijk voor het fonds, benadrukt dat eerst vanuit een helikopterview naar de opgave wordt gekeken alvorens men over geld begint te praten. ‘We hoeven niet altijd te financieren, vaak is advies en bemiddeling al voldoende’, vult Van de Worp hem aan. Van de Worp is senior projectmanager bij OHG en afkomstig uit het bankwezen. ‘Wij kunnen ontwikkelaars helpen door samen met hen in gesprek te gaan bij de gemeente of hun bank en ervoor te zorgen dat er aan de juiste knoppen wordt gedraaid, waardoor er tóch een opening wordt gevonden of een lening kan worden gegeven, die eerder misschien was afgewezen.’ Wanneer banken het risico toch te groot vinden om het volledige bedrag te financieren, kan OHG eventueel het tekort aanvullen met een lening uit het fonds. Voor het zover is, begint iedere casus die bij OHG wordt ingebracht met een goede afstemming en contacten tussen gemeenten, ontwikkelaars, beleggers, financiers, gebruikers of bewoners.  Het is een lening, geen subsidie Om in aanmerking te komen voor financiering vanuit OHG, is maatschappelijke relevantie een voorwaarde, omdat het fonds zijn bestaansrecht dankt aan publieke middelen vanuit de provincie Gelderland. ‘Wij zijn geen bank en opereren zonder winstoogmerk, maar het geld dat wij uitlenen moet wel altijd weer terugvloeien in het fonds. Onze leningen hebben een revolverend karakter. Het is dus echt een lening en geen subsidie’, verduidelijkt De Gruyter, die sinds de oprichting vier jaar geleden door de provincie Gelderland leiding geeft aan het team van OHG. Verbinden De provincie Gelderland heeft het fonds ondergebracht bij ontwikkelingsmaatschappij Oost NL. Oost NL beheert het fonds OHG en voert het ontwikkelprogramma uit. De Gruyter, zelf afkomstig uit de vastgoedontwikkeling, heeft binnen Oost NL een team met professionals samengesteld die allen zowel in het ruimtelijke domein hebben gewerkt en ook ervaring hebben binnen de commerciële vastgoedmarkt. ‘Ons team is hierdoor goed in staat te begrijpen wat er tijdens een project gebeurt en wat er nodig is om de verbinding te maken tussen de verschillende partijen om zo een gebouw- of gebiedsontwikkeling succesvol te realiseren.’ De reden voor de provincie Gelderland om OHG in het leven te roepen was dat ze, net zoals woonminister De Jonge, meer regie en grip wilde op de herstructurering en transformaties van maatschappelijke relevante gebieden en gebouwen. Omdat de uitvoering onder de verantwoordelijkheid van de desbetreffende gemeenten valt en de provincies doorgaans alleen een toetsende rol uitvoeren, kwam de provincie met het idee om een eigen ontwikkelbedrijf op te richten om ontwikkelingen te ondersteunen die een aantoonbare toegevoegde waarde hebben voor het sociaal-maatschappelijke domein en een steuntje in de rug nodig hebben. "Wanneer ik een lening moet toewijzen, pas ik dezelfde analyse toe als toen ik bij de bank werkte. Ik kijk alleen nu door een iets andere bril dan bij de bank. Zo hoeven wij niet het volledige risico af te dekken en is het maatschappelijke rendement leidend." Ontwikkelaars en initiatieven kunnen bij OHG maximaal 2,5 miljoen euro lenen voor een project. ‘Als wij de door ons geselecteerde projecten financieel helpen, moet dit leiden tot een casus die op den duur wel rendabel wordt’, aldus Van de Worp. Het toewijzen van een OHG-lening verloopt daarom via dezelfde toetsingen als die van de banken. ‘Wanneer ik een lening moet toewijzen, pas ik dezelfde analyse toe als toen ik bij de bank werkte. Ik kijk alleen nu door een iets andere bril dan bij de bank. Zo hoeven wij niet het volledige risico af te dekken en is het maatschappelijke rendement leidend.’ Hoe zit het qua snelheid bij het aanvragen van financiële steun bij OHG? Van de Worp antwoordt: ‘Als een zaak financierbaar is gemaakt, dan zijn wij vaak sneller dan bij een reguliere bank.’ Dankzij OHG kunnen 120 ondernemers in Nijmegen hun werkzaamheden weer voortzetten Op de vraag of er een praktijkvoorbeeld kan worden beschreven van een succesvolle ontwikkeling die mede door hulp van OHG tot stand is gekomen noemen De Gruyter en Van de Worp het project NYMA Makersplaats in Nijmegen. Aanleiding voor de casus was dat dat een groep van 120 ondernemers de leegstaande voormalige Honig-fabriek moest verlaten vanwege herontwikkelingsplannen. De groep had zijn oog laten vallen op een oud pand van de gemeente, om hun bedrijfsactiviteiten in door te kunnen zetten. Ze hadden de kennis, kunde en de middelen niet om het pand te herontwikkelen. OHG heeft de ondernemers hierin begeleid en hen ondersteund in de afstemming met de gemeente Nijmegen en hun eigen bank die ook vertrouwen had in hun plannen. De samenwerking resulteerde in een win-winsituatie: een leegstaand pand werd getransformeerd van inactief naar actief en uiteindelijk meer dan 120 ondernemers kunnen hun werkzaamheden en bron van inkomsten voortzetten. De hulpvragen die bij OHG worden ingediend worden niet beoordeeld via een vast format. Men bekijkt per casus de grootte van de impact, de toegevoegde waarde voor de samenleving en of het project in de toekomst rendabel is. Ook mag het fonds van de provincie Gelderland zelf relevant vastgoed aankopen, als het dat nodig acht. ‘Maar dat is in de afgelopen vier jaar nog niet gebeurd’, aldus De Gruyter. Bron: Vastgoedjournaal.nl

13-12-2023
Nieuws
Bedrijventerreinen-advies Rli: 'Genoeg bouwstenen voor nieuw kabinet'
Bedrijventerreinen-advies Rli: 'Genoeg bouwstenen voor nieuw kabinet'

De baten door meer aandacht van een nieuw kabinet voor de 3600 bedrijventerreinen die Nederland telt, zijn enorm. Stap één is dat het kabinet helpt de organisatiegraad op bedrijventerreinen te vergroten. Zo nodig met een wettelijke regeling. ‘Want zonder organisatie komen verbeteringen niet van de grond.'   Het is alleen zaak dat dit onderwerp op de landelijke politieke agenda komt als de kabinetsformatie begint en dat alle betrokken partijen nu al de handschoen oppakken om de organisatiegraad van bedrijventerreinen te vergroten, want zonder wettelijke vereniging is er geen juridische entiteit. ‘Zet dit debat voort en verrijk het.’  Dat was de boodschap van Jan Jaap de Graeff, voorzitter van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli), bij een publieksbijeenkomst over het recente advies van de regeringsadviseur: ‘Samen werken: kiezen voor toekomstbestendige bedrijventerreinen’.   In een levendig debat gingen werklocatie-experts, vertegenwoordigers vanuit landelijke overheid, gemeenten, provincies en belangenbehartigers uit het bedrijfsleven met elkaar in gesprek over hoe in de praktijk invulling moet worden gegeven aan de drie bouwstenen, waarop het bedrijventerrein-rapport van de regeringsadviseur leunt: formuleer een toekomstbeeld, verbeter de organisatiekracht en kom met een heldere rol en taakverdeling.  Weinig draagvlak verplicht duurzaamheidslabel  Concrete antwoorden of nieuwe inzichten werden niet gegeven tijdens de paneldiscussies rondom de bouwstenen, maar dat was ook niet de intentie van de goed bezochte bijeenkomst. De invoering, bijvoorbeeld van een wettelijk verplicht duurzaamheidslabel om ondernemers duidelijkheid te geven wat er van hen verwacht wordt bij het verduurzamen van een bedrijventerrein, werd door de deelnemers aan de bijeenkomst niet breed omarmd.   Dat vereist maatwerk en met een - door de overheid opgelegde one-size-fits all oplossing - gaat het al helemaal niet lukken met de gewenste verduurzaming van bedrijventerreinen.   Hetzelfde geldt ook voor het wettelijke verplicht stellen van samenwerking van bedrijven op bedrijventerreinen. Daar was in de zaal en binnen een panel bestaand uit Arjen Schep (Bijzonder hoogleraar Heffingen van Lokale Overheden), Geri Wijnen (VNO-NCW Brabant Zeeland), Edwin Markus (Parkmanager, makelaar) en Rli-raadslid Niels Koeman wel consensus over, maar er waren ook de nodige kanttekeningen. Zowel het panel als de deelnemers in de zaal benadrukten dat verplichting niet werkt bij ondernemers, maar met wortel en stok aanpak en verleiding en maatwerk is draagvlak wel degelijk mogelijk.   Bij de discussie over de rol en taakverdeling werd vooral duidelijk dat er meer debat nodig is over de rol van provincies en de regionale ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) om de organisatiegraad van bedrijventerreinen te vergroten.   De rol van ROM’s hierbinnen is nog onduidelijk. ‘Zij zijn belangrijk voor kennisdeling, -infrastructuur en ze voorkomen dat we met zijn allen weer het wiel opnieuw uit gaan uitvinden en dat – hoe positief ook voor dit onderwerp – er een wildgroei aan pilots, projecten en programma’s rondom de verduurzaming van bedrijventerreinen ontstaat’, benadrukte Rli-commissielid Reinoud Fleurke.  Bestaansrecht van bedrijventerreinen Ook commissievoorzitter en Rli-raadslid Erik Verhoef zegt in een interview in de nieuwste editie van vakblad BT dat alle programma-initiatieven rondom het verduurzamen van bedrijventerreinen in principe het goede momentum hebben te pakken, maar tegelijkertijd zet hij zijn vraagtekens bij de continuïteit. 'Als raad adviseren we, bestendig deze initiatieven vooral en pak het op zo’n manier op dat we kunnen opschalen. Ze zijn te bescheiden en niet integraal in hun aanpak. Daarmee doe je het Nederlandse bedrijfsleven tekort. We borduren met dit advies eigenlijk voort op het momentum dat er nu is.’   In gesprek met BT zegt Verhoef ook dat terecht de vraag kan worden gesteld of bedrijventerreinen in Nederland eigenlijk wel bestaansrecht hebben, omdat ze niet beschikken over een juridische entiteit. 'Bedrijventerreinen hebben geen telefoonnummer die een overheid of ondernemer kan bellen voor een vraag of klacht. Dat is wel nodig om die verduurzamingsslag te maken en om onderdeel uit te maken van de oplossing van deze maatschappelijke opgave.’   Het Rli-raadslid en hoogleraar ruimtelijke economie aan de Vrije Universiteit Amsterdam vindt het opmerkelijk dat bedrijven tijdens het onderzoek in het kader van het advies aangaven dat zij hier wel open voor staan. ‘Het blijkt in de praktijk alleen heel moeilijk om dit van de grond te krijgen. Daarom zeggen wij ook: de verduurzamingsopgave is een concrete aanleiding om die organisatiegraad ook echt serieus op te pakken, waarbij de overheid het voortouw moet nemen.’  Advies zal blijvend lonen Rli-voorzitter De Graeff was hierover afgelopen donderdag tijdens de bijeenkomst vrij optimistisch ondanks alle mogelijke onzekerheden als gevolg van de verkiezingsuitslag. ‘We komen terecht in een nieuw politiek vaarwater met andere prioriteiten en andere opgaven.' Betekent dit dan dat hetgeen we als raad adviseren in de kern niet zal lonen voor wat betreft het verduurzamen van bedrijventerreinen en het verbeteren van de organisatiegraad? Op die vraag antwoordde hij dat het wel loont en dat dit advies zijn waarde zal behouden. 'Er blijven opgaven op het vlak van duurzaamheid voor bedrijven, ook waar het gaat om hun collectiviteit.’   Daarbinnen zijn volgens De Graeff twee eisen essentieel. ‘Er moeten niet alleen collectieve eisen worden gesteld aan alleen bedrijventerreinen, maar ook het kunnen - en willen - verenigen van die bedrijven, waar een gemeenschappelijk belang voor geldt. Dat uitgangspunt zal rechtovereind blijven staan onder iedere coalitie van welke kleur dan ook, ook in de verre toekomst.’       De Rli-voorzitter is optimistisch en benadrukte tegen zijn gehoor dat de hoofdboodschap van het advies is geland in ‘Den Haag’. ‘De manier waarop het vorm krijgt, daar valt de komende tijd nog wel het nodige voor te zeggen. Belangrijkste is dat de randvoorwaarde van dit advies blijvend herkend en erkend wordt. Gebeurt dit niet dan komt het niet goed. Ik blijf goede hoop houden, want in de debatten die nog volgen zal er in ons poldermodel altijd wel een oplossing komen, waar iedereen zich in kan vinden.’   Dit artikel is geschreven en gepubliceerd door stadszaken.nl  

12-12-2023

Huidige pagina: 1

Volgende pagina

KENNISARCHIEF