KENNISARCHIEF 2026

Nieuws
Kabinet borgt behoud ruimte voor economie in Nota Ruimte
Kabinet borgt behoud ruimte voor economie in Nota Ruimte

In de definitieve Nota Ruimte moet worden vastgelegd dat er op nationale schaal geen netto-afname van ruimte voor bedrijven ontstaat. Dat schrijft minister Elanor Boekholt-O'Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening in een brief aan de Tweede Kamer. Bij transformatie van bedrijventerreinen moet lokaal of regionaal compensatie plaatsvinden.‘Dit betekent niet dat er nergens een bedrijventerrein zal verdwijnen of kleiner zal worden’, schrijft de minister over de aanscherping van de Nota Ruimte aan de Tweede Kamer. Daarmee reageert het kabinet op aangenomen moties rond de Ontwerp-Nota Ruimte en op zorgen over de druk op werklocaties.De brief volgt op het Notaoverleg over de Ontwerp-Nota Ruimte en de stemmingen over 29 aangenomen moties. Boekholt-O'Sullivan informeert de Kamer mede namens meerdere bewindspersonen over de manier waarop het kabinet deze moties verwerkt in de definitieve Nota Ruimte.Ruimte voor bedrijvenVoor bedrijventerreinen wordt de lijn aangescherpt. Het kabinet wil bestaande terreinen beschermen en waar nodig strategisch uitbreiden. Bij transformatie moet ruimte voor bedrijvigheid lokaal of regionaal worden gecompenseerd. Daarmee krijgt bedrijfsruimte een steviger plek in ruimtelijke afwegingen.De keuze betekent volgens de minister niet dat ieder bedrijventerrein behouden blijft. Terreinen kunnen nog steeds verdwijnen, krimpen of transformeren, bijvoorbeeld voor woningbouw. Daar staat tegenover dat het verlies aan bedrijfsruimte elders moet worden opgevangen, zodat de totale ruimte voor bedrijven nationaal niet afneemt.Daarmee verschuift de discussie over transformatie van bedrijventerreinen. Het wordt minder een afzonderlijke lokale woningbouwafweging en meer een regionale keuze over de balans tussen wonen, werken, bereikbaarheid en economische ontwikkeling. Vooral in stedelijke regio’s kan dat zwaar wegen. Een recent conflict tussen Delft en de provincie Zuid-Holland laat zien hoe concreet die spanning kan worden. Ook vreest Delft bijvoorbeeld dat provinciale bescherming van ruimte voor zware bedrijvigheid woningbouw en campusontwikkeling belemmert, terwijl Zuid-Holland juist ruimte wil borgen voor bedrijven in hogere milieucategorieën.  SamenwerkingsagendaHet compensatiebeginsel wordt ook onderdeel van de Samenwerkingsagenda Ruimte voor Economie. Die agenda wordt onder leiding van de minister van Economische Zaken opgesteld met decentrale overheden. Het rijksbeleid daarin volgt uit het Nationaal Programma Ruimte voor Economie en de Ruimtelijk Economische Visie.Rik Enequist van werkgeversorganisatie VNO-NCW noemt de keuze van het kabinet op LinkedIn een belangrijke stap. Volgens hem hebben zowel VNO-NCW als MKB-Nederland gepleit voor nationale borging van economische ruimte, omdat ruimte voor ondernemers en bedrijven schaars is en beter beschermd moet worden.Voor werkgeversorganisaties gaat ruimte voor economie niet alleen over hectares. Enequist wijst onder meer op innovatie, maakindustrie, logistiek, verduurzaming, circulaire bedrijvigheid, watergebonden functies en toekomstige banen. Die functies vragen vaak om locaties die niet eenvoudig elders zijn in te passen.Ook voor de circulaire economie wordt de Nota Ruimte aangescherpt. Het kabinet wil de ruimtelijke randvoorwaarden explicieter opnemen. Daarbij gaat het om duurzame energie, infrastructuur, milieuruimte en water. Actuele onderzoeken en het Nationaal Programma Circulaire Economie worden daarbij betrokken.Cees-Jan Pen, lector duurzame stedelijke transformatie bij Fontys, zegt in een reactie op LinkedIn dat het terecht is dat ruimte voor de circulaire economie in de Nota Ruimte een extra stevige plek krijgt. ‘Ook al is de ruimtevraag onduidelijk. Dit is een cruciale kanttekening aangezien we nog maar aan de vooravond staan van de circulaire transitie en veel onduidelijk is’, aldus Pen. Hij noemt de eerdere motie van kamerleden Ani Zalinyan (PRO) en Pieter Grinwis (ChristenUnie) om ruimtelijke randvoorwaarden circulair, maar ook duurzame energie, infrastructuur, milieuruimte en water expliciet op te nemen. ‘Bedrijventerreinen spelen een veel grotere rol dan menigeen denkt voor het faciliteren van dit soort opgaven. Ik ben benieuwd of het betrekken van de laatste inzichten uit het Nationale Programma Circulaire economie ook betekent dat de extra ruimtevraag van zeker 15 procent een plek gaat krijgen. We weten dat binnenhavens een cruciale hierbij spelen’, aldus Pen. Datacenters en energieVoor datacenters werkt het kabinet aan een geïntegreerde nationale aanpak. De Kamer krijgt daarover voor de zomer een aparte brief. De ruimtelijke kant van die aanpak wordt verwerkt in de Nota Ruimte, inclusief criteria voor hyperscale datacentra en aandacht voor groeiend verbruik.De ruimtelijke kant van de nationale datacenteraanpak wordt verwerkt in de definitieve Nota Ruimte. Daarbij betrekt het kabinet ook moties over datacenters, datakabels, hyperscale datacentra en de verwachte groei van het energieverbruik.Volgens de huidige planning van het ministerie van VRO zal de definitieve vaststelling van de Nota Ruimte later dit jaar plaatsvinden.Bron: BT Online.nl

08-06-2026
Nieuws
Brabant zet in op bottom-up aanpak bij herstructurering werklocaties
Brabant zet in op bottom-up aanpak bij herstructurering werklocaties

De provincie Noord-Brabant werkt aan een bijzondere herontwikkelingsmaatschappij voor bedrijventerreinen. Die moet gemeenten helpen bestaande werklocaties beter te benutten. De aansturing wordt niet top-down, maar loopt via regionale herstructureringsaanpakken, waarin gemeenten en regio’s voorkeurslocaties aanwijzen.‘Als de verkenning en de besluitvorming door Gedeputeerde Staten (GS) en Provinciale Staten (PS) optimaal verloopt, zouden we volgende bestuursperiode een uitvoeringsorganisatie operationeel kunnen hebben’, zegt Lars Torringa, planoloog Werklocaties regio Noordoost-Brabant bij de provincie.Gemeenten geven in regionaal verband aan dat herstructurering van bedrijventerreinen een belangrijk thema is, maar dat zij in de uitvoering tegen knelpunten aanlopen op het gebied van kennis, capaciteit en financiering. De provincie heeft daarop laten verkennen hoe deze opgave beter ondersteund kan worden.‘Wij hebben november vorig jaar van GS de opdracht gekregen om te verkennen hoe provinciaal instrumentarium voor herstructurering vorm kan krijgen‘, zegt Torringa. Conclusie uit het onderzoek was dat dat die overheidsgelieerd moet zijn, maar als organisatie op afstand van de provincie moet staan.'Wij zijn als provincie in dat geval wel aandeelhouder, maar de organisatie moet kunnen handelen als een marktpartij.’ Voor dit nieuwe instrument zijn volgens het onderzoek de basisvoorwaarden: voldoende uitvoeringskracht, revolverendheid, kennisopbouw en opereren op een duidelijke bestuurlijke afstand.Lees het hele artikel op StadszakenBeeld: Bureau BUITEN

28-05-2026
Nieuws
Het werk verdwijnt geruisloos, zo verliest de stad de functies die haar laten draaien
Het werk verdwijnt geruisloos, zo verliest de stad de functies die haar laten draaien

Vierdejaarstudent Geert van de Ven nam een half jaar lang het werken in de stad in het vizier. Hij onderzocht stedelijke werkmilieus; niet om het belang van ruimte voor werk te benadrukken (dat pleidooi is bekend) maar om aandacht te vragen voor het handelingsperspectief van overheid en markt. “Functiemenging zonder regie mondt uiteindelijk vaak uit in functieverlies.”Nederland weet inmiddels uitstekend hoe functiemenging eruitziet op papier. We kennen de discussies, de studies, de analyses, de beleidsnotities. En toch verdwijnt werk gewoon uit de stad, sluipenderwijs en geruisloos. Niet omdat het overbodig is geworden, maar omdat het in de praktijk structureel het onderspit delft. Tegen duurbetaald wonen. Tegen hoogwaardig kantoorwerk. Tegen alles wat meer oplevert op de korte termijn. Zolang werk niet expliciet wordt beschermd, georganiseerd en vertegenwoordigd, verliest het terrein.Meer vraag naar ruimteDat is opmerkelijk, want de cijfers liegen er niet om. Nederland telt ruim 3.800 bedrijventerreinen. Samen beslaan die circa 81.000 hectare, slechts 2,5 procent van het totale landoppervlak van ons land. Op die beperkte ruimte werkt ongeveer 30 procent van de werkzame beroepsbevolking, wordt circa 40 procent van het bruto binnenlands product verdiend en vindt ongeveer 60 procent van de investeringen in onderzoek en ontwikkeling plaats. Tegelijkertijd groeit de vraag naar bedrijfsruimte richting 2030 met 6 tot 13,5 procent, wat neerkomt op een aanvullende ruimtebehoefte van circa 7.000 hectare. De druk op de ruimte voor werk is daarmee geen theoretisch probleem. Het is een structurele opgave die alleen maar zwaarder wordt.Lees het hele artikel op Gebiedsontwikkeling.nu

28-05-2026
Nieuws
Lage Weide slecht bereikbaar per fiets: ondernemers slaan alarm
Lage Weide slecht bereikbaar per fiets: ondernemers slaan alarm

Er moet een gedekt uitvoeringsprogramma komen om de bereikbaarheid en verkeersveiligheid van het Utrechtse bedrijventerrein Lage Weide te verbeteren. Dat staat in een brandbrief waarmee bedrijven georganiseerd invloed willen uitoefenen op het aanstaande coalitieakkoord van de gemeente. Sommige bedrijven bouwen fietsstimuleringsprogramma’s af, en bouwbedrijf Strukton herintroduceerde de shuttlebus naar station Maarssen. ‘Als je prettige werkplekken wilt maken, moeten mensen er ook prettig kunnen komen’, zegt Roeland Tameling, parkmanager van Lage Weide. Ondernemers investeren in vergroening en klimaatadaptatie, maar lopen vast op de openbare ruimte. ‘De verantwoordelijkheid voor fietsveiligheid en bereikbaarheid ligt bij de wegbeheerder: de gemeente’, verduidelijkt Tameling.Tameling noemt kruisingen waar vrachtwagens, fietsers en andere weggebruikers elkaar op korte afstand kruisen, met gevaarlijke situaties tot gevolg. Ook de Demkabrug is een bekend pijnpunt, zegt een woordvoerder van bouwbedrijf Strukton. ‘Een collega weigert eroverheen te gaan. Ze vindt het doodeng.'‘Wij vinden het heel belangrijk dat onze collega’s veilig op de fiets of met ov naar hun werk kunnen komen', aldus Michiel Muller, medeoprichter van online supermarkt Picnic. Picnic heeft meerdere locaties op Lage Weide. ’Voor werknemers heeft Lage Weide helaas hoge drempels om er te kunnen komen!'Te veel uitdagingenJohn Faas, Business Unit Manager van Stiho, herkent dit. ‘Ons grootste kapitaal als 100-jarig familiebedrijf zijn onze medewerkers. Voor collega’s die fietsen of met de bus komen zien wij nu te veel uitdagingen. Dat vinden wij zorgelijk.’Strukton, Picnic en Stiho zijn drie van de 900 bedrijven met een vestiging op Lage Weide die samen ruim 19.000 werknemers tellen. Het terrein is cruciaal voor bouw, logistiek, energie en circulaire economie. Bovendien is de verwachting dat het aantal banen de komende jaren met 4000 zal groeien. Juist daarom is bereikbaarheid volgens Tameling geen intern probleem van ondernemers, maar een stedelijke randvoorwaarde. Acht jaar plannen, weinig daadkracht Sinds 2018 ligt er een analyse die aantoont dat 40 procent van de werknemers op fietsafstand woont. Er volgden goede voornemens, overlegstructuren en de Bereikbaarheidsalliantie A2. Werkgevers gingen aan de slag met fietsstimulering, terwijl wegbeheerders zouden investeren in infrastructuur. Toch ontbreekt daadkracht. Fietsroutes zijn onveilig, openbaar vervoer is voor veel werknemers geen optie door onhandige aankomst- en vertrektijden, en looproutes vanaf haltes zijn op delen onaantrekkelijk of gevaarlijk, zeggen de bedrijven.Bedrijven op Lage Weide waren zelfs zo teleurgesteld dat werd overwogen om met een one-issuepartij aan gemeenteraadsverkiezingen deel te nemen. ‘Dat plan ging uiteindelijk niet door, toen de raad instemde met extra investeringen. Maar dat heeft er niet toe geleid dat alle problemen zijn opgelost.’ Investeringen noodzakelijkCees-Jan Pen, docent Duurzame stedelijke transformatie aan de Hogeschool Fontys en lid van de adviesraad van de kennisalliantie voor bedrijventerreinen SKBN, stelt dat de gemeente actie moet ondernemen. ‘De vorige gemeenteraad in Utrecht heeft het grote sociaaleconomische belang van Lage Weide voor de stedelijke economie en het vestigingsklimaat benadrukt. Waar moeten de bewoners van nieuw te bouwen huizen werken, en hoe komen ze op hun werk?’ De komende jaren zal honderden miljoenen in bereikbaarheid moeten worden geïnvesteerd, aldus Pen. ‘In het geval van Utrecht heeft de gemeente A gezegd, en is de oproep van Lage Weide logisch en noodzakelijk. Het is nu zaak B te zeggen door de nieuwe raad en dezelfde coalitiepartijen.’Een compleet en financieel gedekt plan brengt volgens Pen de basis weer op orde en versterkt het vertrouwen van ondernemers. ‘Dit helpt ook om verdere verduurzamingseisen aan gevestigde bedrijven te stellen en congestie op het wegennet te voorkomen.'Cofinanciering'Ook kun je deze investeringen gebruiken als cofinanciering richting EZ, I&W en VRO, die met stevigere verduurzamingsbudgetten voor werkgebieden moeten komen. De provincie en Ontwikkelmaatschappij Utrecht zullen dan ook eerder geneigd zijn te investeren, net als bedrijven in het gebied zelf.’ Dit sluit aan bij Utrechtse plannen voor ruimte voor circulaire bedrijven. Tameling beaamt dat de oplossing niet in kleine, losse ingrepen ligt, maar dat een groot investeringsplan nodig is. ‘Nu worden vooral cosmetische aanpassingen gedaan op korte stukken. Daarna belanden fietsers op aangrenzende wegen opnieuw in onveilige situaties.’ Lage Weide wil daarom een meerjarig investerings- en uitvoeringsprogramma. Coalitieakkoord beslissend De timing van de brandbrief is bewust gekozen: in Utrecht lopen de coalitiebesprekingen. Lage Weide wil dat het nieuwe college de bereikbaarheid van het bedrijventerrein vastlegt in het coalitieprogramma, inclusief financiële dekking en een uitvoeringspad. Volgens Tameling zijn de contacten met de gemeente goed, maar nog te vrijblijvend. In eerder overleg met wethouders Suzanne Schilderman en Senna Maatough wordt de noodzaak van verbeteringen erkend, maar onvoldoende opgevolgd door actie. De gemeente Utrecht wil voor nu enkel bevestigen de brief te hebben ontvangen en de zorgen van Lage Weide te herkennen. ‘Iets wat ook nadrukkelijk aan bod komt in de Omgevingsvisie Lage Weide die naar verwachting na de zomer ter besluitvorming aangeboden wordt aan de raad.’ ‘Graag zetten we de gesprekken met ILW en de bedrijven op Lage Weide voort en nemen we de signalen uit de brandbrief daarin mee.’Het verbeteren van de bereikbaarheid van bedrijventerreinen is een van de drie hoofdpunten in het huidige provinciale coalitieakkoord. Met ingang van december 2025 rijden er bijvoorbeeld meer bussen naar Papendorp en Lage Weide en is bedrijventerrein Broekweg-Langshaven bij Wijk bij Duurstede voortaan bereikbaar met openbaar vervoer.Bron: BT Online.nl

20-05-2026
Nieuws
Zoetermeers mixplan voor logistiek en wonen: antwoord in ruimtestrijd?
Zoetermeers mixplan voor logistiek en wonen: antwoord in ruimtestrijd?

Een distributiecentrum van 15.000 vierkante meter of 300 huizen? Een mixproject in Zoetermeer van logistiek vastgoedontwikkelaar Intospace voorziet in ruimte voor beide. De gemeente en de ontwikkelaar sloten onlangs een intentieovereenkomst voor de beoogde ontwikkeling. Het project vormt een mogelijk antwoord op een groeiende ‘ruimteclash’ tussen economie en wonen in Zuid-Holland, aangewakkerd door provinciale omgevingsplannen.Het gaat om de herontwikkeling van het voormalige Miss Etam-hoofdkantoor en distributiecentrum aan de Oostweg 2 in Zoetermeer, dat al geruime tijd leegstaat. Intospace wil op de plek een van de eerste colocatie-projecten van Nederland realiseren, waarbij logistiek en wonen bewust op één locatie worden gecombineerd.‘Met deze intentieovereenkomst zetten we een belangrijke stap om deze plek opnieuw te gebruiken. We onderzoeken samen hoe wonen, werken en logistiek hier goed kunnen samengaan’, zegt wethouder Bouke van Velzen van wonen en ruimtelijke ordening.In geen enkele provincie knelt de ruimte zoals in Zuid-Holland. Om ook in de toekomst voldoende ruimte voor industriële activiteiten te hebben, zet de provincie bij de herziening van het omgevingsbeleid in op een betere benutting van milieuruimte op bedrijventerreinen.Lichtere bedrijfsactiviteiten die nu nog vaak kostbare milieuruimte op bedrijventerreinen bezet houden, wil de provincie uitfaseren. Dat betekent dat deze activiteiten deels een plek moeten krijgen in andere omgevingen zoals woonwijken en centrumgebieden. Met de beleidswijziging hoopt de provincie milieuruimte vrij te spelen voor de circulaire transitie en andere vitale industrieën.Economie versus wonenHoewel de voorgestelde beleidswijziging ruimte laat voor maatwerk, is vanuit steden als Delft en Leiden met zorg gereageerd op het voorstel van Gedeputeerde Staten, die minder ruimte laat voor functiemenging op bedrijventerreinen. Ook is er scepsis over de mogelijkheid om lichtere activiteiten te verweven in woonomgevingen.Tim Beckmann, CEO van Intospace, stelt dat de discussie niet alleen moet gaan over  functiemenging met wonen. ‘Een grote bedrijfshal zou je in theorie naast een theater kunnen zetten, met een gezamenlijke parkeervoorziening die overdag wordt gebruikt door werknemers en ‘s avonds door het theaterpubliek.’Op de plek van het voormalige Miss Etam-hoofdkantoor en -distributiecentrum, dat Intospace circa vijf jaar geleden aankocht, wil het vastgoedbedrijf logistiek, wonen en groen combineren.Die functiemix tussen urban logistics en wonen is onder meer al toegepast in Londen, waar logistiek vastgoedontwikkelaar SEGRO samen met Barratt Developments een voormalig Nestlé-fabriekscomplex omkatte tot distributiecentrum en woonpark.Beckmann: ‘We kijken nog te vaak geïsoleerd naar functies, terwijl slimme combinaties juist kunnen zorgen voor efficiënter ruimtegebruik.’ Hij beschouwt nieuwe functiemixen als ‘noodzakelijk’ om te kunnen inspelen op de vraag naar ruimte voor zowel logistiek als voor andere doeleinden.Dubbelbestemming: planologisch spannendIn Zoetermeer wil Intospace een nieuw te realiseren distributiecentrum van circa 15.000 vierkante meter aan drie zijden ‘inpakken’ met woningbouw. Op het dak van het distributiecentrum komt een tuin voor bewoners van de circa 300 beoogde woningen. Aanvankelijk wilde Intospace daar een publiek toegankelijke ruimte realiseren, maar dat is volgens Beckmann regelgevingstechnisch complex.Intospace heeft bij de gemeente aangegeven het naastgelegen braakliggende kavel te willen kopen en integraal te willen betrekken bij de ontwikkeling. Deze kavel, gelegen tussen Oostweg 2 en de woonwijk ‘Happy Days’, is eigendom van de gemeente. Door integrale ontwikkeling kan mogelijk meer programma worden gerealiseerd dan wanneer de gemeente haar kavel uitgeeft aan een (andere) marktpartij om deze separaat te ontwikkelen. Diverse marktpartijen hebben belangstelling getoond.HaalbaarheidsonderzoekDe gemeente en de ontwikkelaar gaan de plannen gezamenlijk toetsen op maatschappelijke, juridische en financiële haalbaarheid. Over het onderzoeksproces en de gemoeide kosten zijn afspraken gemaakt in de intentieovereenkomst.Na een positief haalbaarheidsonderzoek worden de ruimtelijke randvoorwaarden voor het project door de gemeente uitgewerkt in een planuitwerkingskader die later ter besluitvorming aan de raad wordt voorgelegd. Dit geldt ook voor het financiële kader van de eventuele vervolgfase van het project, aldus de gemeente in een raadsbrief.De resultaten van de haalbaarheidsfase worden door de gemeente gebruikt om een goede afweging te kunnen maken tussen de soms tegenstrijdige belangen van de diverse belanghebbenden. Bovendien worden de gevolgen van de ontwikkeling, waaronder de financiële, onderzocht en meegenomen in de besluitvorming over een eventueel vervolg na de haalbaarheidsfase.Wat betreft de mogelijke uitgifte van de naastgelegen kavel ter versterking van een integrale ontwikkeling, zal beargumenteerd moeten worden dat dit past binnen geldende wet- en regelgeving, onder meer de kaders van het Didam-arrest.Intospace is er alles aan gelegen om de gemeente mee te krijgen in haar plannen, waarvoor een bestemmingsverruiming is vereist. Zowel voor logistiek (nu nog geldt er een beperking voor mode-logistiek) als voor wonen is een aanpassing nodig. ‘Het gaat om een dubbelbestemming. Iedereen vindt het planologisch heel spannend. Maar wonen boven een supermarkt gebeurt ook al. We hebben er vertrouwen in dat een goede mix mogelijk is’, zegt Beckmann.OntwerpkrachtIntospace werkt bij de uitwerking van het plan samen met bouwbedrijf De Vries en Verburg die actief is in zowel de logistieke wereld als in de woningbouw. ‘Wij zijn experts in bedrijfsunits, niet in wonen. We trekken daarom samen op met een partner die bekend is in beide werelden en ontwerpkracht in huis heeft.’Huurders voor de logistieke ruimte heeft Intospace nog niet. ‘Zolang we geen vergunning hebben, kunnen we niets toezeggen. Maar voor zo’n strategische locatie gaan we die huurder wel vinden. Het is een goede plek voor stadslogistiek, mogelijk ook voor een distributiecentrum van een supermarktketen.'Beckmann: ‘We hopen dat de intentieovereenkomst de opmaat is naar een anterieure overeenkomst en bestemmingswijziging, zodat de weg open ligt naar een omgevingsvergunning.  Als dit project slaagt, toont het hoe Nederland functies slimmer kan combineren en schaarse ruimte beter kan benutten.’Uitgaande van een in de raadsbrief opgenomen indicatieve planning beslist de raad in het derde kwartaal 2027 over de plannen, gevolgd door het sluiten van een anterieure overeenkomst met Intospace. De eventuele aanvraag van de vergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) staat indicatief ingepland voor 2029, waarna de bouw in 2030 zou kunnen starten, aldus de inschatting van de gemeente.Bron: BT Online.nl

20-05-2026
Nieuws
Gelderland werkt aan toekomstbestendige bedrijventerreinen
Gelderland werkt aan toekomstbestendige bedrijventerreinen

Op de Gelderse bedrijventerreinen Aalsvoort en op Kwinkweerd in Lochem zijn BedrijvenInvesteringsZones (BIZ) gerealiseerd. Met de subsidieregeling Toekomstbestendige Bedrijventerreinen biedt de Provincie Gelderland procesondersteuning. Met een concreet resultaat: een sterke gezamenlijke basis voor de toekomst van deze bedrijventerreinen in de gemeente Lochem. Versterking samenwerkingBedrijventerreinen zijn belangrijk voor de economie en werkgelegenheid in Gelderland. Tegelijk staan ze voor grote uitdagingen. Denk aan veiligheid, de energietransitie, klimaatadaptatie, circulariteit en biodiversiteit. Om hier goed op in te spelen, is het belangrijk dat bedrijventerreinen klaar zijn voor de toekomst. Een Bedrijveninvesteringszone (BIZ) versterkt samenwerking op een bedrijventerrein. In een BIZ investeren ondernemers samen in hun omgeving op gezamelijke uitdagingen en promotie van het terrein. Ondernemers betalen hiervoor een vaste bijdrage. Het voordeel van een BIZ is dat er voor een periode van 5 jaar structureel geld beschikbaar is. Hierdoor kunnen gemeenten ook voor langere tijd middelen reserveren en samen met ondernemers werken aan verbeteringen op het terrein. Grote betrokkenheidBas Haarhuis is Bedrijvenparkmanager van Aalsvoort en Kwinkweerd. Hij is blij met de steun van de provincie, gemeente en vooral ook van de ondernemers zelf. “De BIZ op Aalsvoort en Kwinkweerd is tot stand gekomen door grote betrokkenheid van de kartrekkers.” Volgens Haarhuis wierp vooral de persoonlijke benadering zijn vruchten af. En het tijdig en continu blijven communiceren.“Een mooi voorbeeld daarvan zijn de rondes die we zowel op Aalsvoort als Kwinkweerd hebben gelopen, waarbij we alle bedrijven bezochten. Binnen de BIZ willen we inzetten op thema’s als veiligheid, uitstraling en collectieve (inkoop)projecten. En we willen elkaar (beter) leren kennen om zo de lokale economie te versterken.”

12-05-2026
Nieuws
Zo stuurt Noord-Holland op een toekomstbestendige economie
Zo stuurt Noord-Holland op een toekomstbestendige economie

De provincie Noord-Holland faciliteert energie-intensieve industrie alleen nog bij energieknooppunten, en ondersteunt enkel nog economische ontwikkeling die bijdraagt aan een toekomstbestendige economie. Daarvoor hanteert de provincie vijf afwegingsprincipes. Dat staat in conceptontwerp van de omgevingsvisie.Netwerkinfrastructuur voor mobiliteit, energie, drinkwater en data worden sowieso sturender voor toekomstig ruimtegebruik. ‘Tot nu toe was het gebruikelijk dat we de netwerken die nodig waren aanpasten aan het gebruik’, schrijft de provincie in de conceptontwerp omgevingsvisie.Functies worden daarbij zoveel mogelijk geclusterd op plekken waar belangrijke infrastructuur zoals energie en mobiliteit en economische activiteit en innovatie samenkomen. Selectief locatiebeleidDe provincie benadrukt dat het niet meer allen activiteiten overal kan faciliteren, maar enkel ruimtelijke ondersteuning biedt aan economische ontwikkelingen die bijdragen aan een toekomstbestendige economie. Daarvoor hanteert de provincie randvoorwaarden. Dit zijn: een hoge arbeidsproductiviteit of bijdrage aan productiviteitsgroei, efficiënt ruimtegebruik, efficiënt watergebruik, efficiënt energiegebruik, klimaat en gezonde leefomgeving in balans, en de vermindering van het gebruik van grondstoffen. DatacentersNoord-Holland huisvest momenteel de meeste datacenters van Nederland, wat een belangrijke bijdrage levert aan de economie en digitale soevereiniteit. De provincie erkent het belang van datacenters, maar benadrukt de noodzaak van selectiviteit en duurzaamheid in hun plaatsing en beheer, gelet op de beperkte beschikbaarheid van ruimte, energie en water.Vijf afwegingsprincipes voor een toekomstbestendige economie1. Zuinig omgaan met ruimte en beperkte middelenSelectief en efficiënt inzetten van schaarse ruimte en middelen, zoals arbeid, zoetwater en milieuruimte.2. Water en bodem als ordenend principeHet water- en bodemsysteem bepaalt mede waar en hoe ontwikkelingen mogelijk zijn, met aandacht voor waterveiligheid, waterkwaliteit en bodemcondities.3. Omgevingskwaliteit en gezonde leefomgeving waarborgen en bevorderenRuimtelijke ontwikkelingen moeten passen binnen een gezonde, veilige en aantrekkelijke leefomgeving, met respect voor natuur, landschap en erfgoed.4. Sturen vanuit netwerkenNetwerken voor energie, drinkwater, data en mobiliteit worden sturend voor toekomstig ruimtegebruik. Ontwikkelingen vinden plaats waar deze netwerken samenkomen.5. Sturen op randvoorwaarden voor een toekomstbestendige economieEconomische activiteiten worden alleen gefaciliteerd als ze voldoen aan randvoorwaarden voor duurzaamheid, circulariteit en strategische meerwaarde.Rond woningbouwopgaven stapt de provincie af van het adagium ‘eerst bewegen, dan bouwen’, zodat de woningbouw niet verder vertraagd wordt door knelpunten op de mobiliteitsnetwerken (lees ook: Noord-Holland bouwt door, bereikbaarheid komt later wel).De provincie stuurt daarom ook aan op clustering van woon- en werkomgevingen in elkaars nabijheid. Achterliggend doel is ook om een nieuwe mobiliteitsvraag te beperken, aangezien de netwerken tegen de bovengrens van hun capaciteiten aanlopen. 

12-05-2026
Achtergrond
Herontwikkeling van Spaanse Polder Rotterdam
Herontwikkeling van Spaanse Polder Rotterdam

Het bedrijventerrein Spaanse Polder is van strategisch belang voor de Rotterdamse economie. Buck Consultants International heeft de gemeente Rotterdam en de partijen die op het terrein gevestigd zijn, ondersteund bij het opzetten van een publiek-private aanpak voor herontwikkeling en herprofilering van het terrein. Deze richt zich op zeven perspectiefvolle locaties in het gebied, geselecteerd met behulp van de kansenzone-aanpak. Zo kunnen Bedrijvenraad en gemeente hun gezamenlijke toekomststrategie realiseren.Strategisch belang van bedrijventerrein Spaanse PolderSpaanse Polder is een Rotterdams bedrijventerrein van ruim 300 hectare groot en huisvest ruim 25.000 banen. Het terrein is strategisch gelegen in stedelijk gebied en tegelijkertijd ontsloten via de A4, A20, A13 en A16. De ligging en omvang maakt dat het terrein een belangrijke rol vervuld in het palet van werklocaties van Rotterdam.Tegelijkertijd heeft het terrein een grote opgave. Onderdelen zijn verouderd of niet goed ingericht voor de gewenste doelgroepen. Daarnaast zijn er veel kansen om de ruimte beter te benutten. De komende vier jaar gaat de gemeente Rotterdam daarom samen met ondernemers, provincie en het Havenbedrijf  aan de slag met de herontwikkeling en herprofilering van de Spaanse Polder. Hiermee krijgt het bedrijventerrein een stevige impuls, die past bij de dynamiek van stad en regio. BCI heeft de gemeente en partijen op het bedrijventerrein geholpen met het maken van de strategie voor deze herontwikkelingsopgave. Hierna volgen de belangrijkste onderdelen hieruit.   Vijf doelgroepen leveren toekomstbestendig profielHet bedrijventerrein heeft vijf belangrijke doelgroepen: de zwaardere industrie, maakindustrie, food, (stedelijke) distributie en de circulaire economie. Deze sectoren bieden volop marktperspectief. Uit analyses blijkt dat deze doelgroepen de komende jaren blijven groeien. Die groei vraagt om extra ruimte en Spaanse Polder kan die ruimte bieden. Het bedrijventerrein is uniek in de Randstad en Rotterdamse Regio. Het beschikt namelijk over droge kavels, watergebonden kavels en kan plek bieden aan bedrijven met een lage én hoge milieu-impact. Bovendien ligt het dicht bij de stad. De strategie is om op Spaanse Polder ruimte vrij te maken voor doorgroeiers en nieuwe bedrijven uit de regio die in deze sectoren vallen.Meest perspectiefvolle plekken aangewezen via kansenzone aanpakHet gebied in één keer herontwikkelen is een enorme uitdaging, gelet op de grote omvang van ruim 300 hectare. Daarom wordt de herontwikkeling gefaseerd aangepakt via zogenaamde kansenzones. In deze door Buck Consultants International (BCI) ontwikkelde kansenzone aanpak zijn vijftien locaties geselecteerd waar herontwikkeling het meest kansrijk is. Op deze locaties is sprake van bijvoorbeeld veroudering, (buur)bedrijven die willen uitbreiden of er zijn strategisch gelegen (natte) kavels voorhanden. Tot slot is voor de zeven meest perspectiefvolle locaties uitgewerkt hoe de herontwikkeling georganiseerd en gefinancierd kan worden.Spaanse Polder op de drempel van daadkrachtig doorpakkenDe zeven meest perspectiefvolle locaties vormen de motor voor ruimtelijk-economische vernieuwing van de Spaanse Polder. Op deze plekken kan morgen al de schop in de grond en kan gebiedstransformatie echt in beweging komen. Het advies dat BCI gegeven heeft om tot uitvoering te komen bestaat uit  twee onderdelen.Zet een passende organisatie op: Om snel tot actie over te gaan maar ook langjarige inzet te garanderen, is naast financiering een passende organisatie cruciaal. Alleen zo kunnen maatschappelijke opgaven en belangen goed worden samengebracht. Hiervoor moet een koepel van de Bedrijvenraad en gemeente -een Taskforce- worden opgericht. Deze Taskforce fungeert als verbindende schakel tussen alle partijen in het gebied met een boegbeeld uit de gemeentelijke organisatie als gezicht, ondersteund door een ervaren projectleider herontwikkeling die aan de slag gaat met de zeven prioritaire kansenzones. Het gemeentelijke Kernteam vormt de motor achter de Taskforce.Herontwikkelingsspecialist Jan Brugman, onderdeel van het projectteam van BCI, zegt hierover: “Bepalend voor een succesvolle start is dat slagvaardig kan worden geopereerd en dat goede vaardigheden, wil, durf, vernieuwing en flexibiliteit zijn geborgd. De bemensing van de organisatie luistert heel nauw.”Het Kernteam stemt direct af met gemeentelijke directies en onderhoudt het contact met ondernemers via Buurtverenigingen. Waar nodig wordt het team uitgebreid met specialisten op het gebied van handhaving, juridische kwesties, vastgoedrekenwerk en projectfinanciering. Zo ontstaat een multidisciplinair, flexibel team met stevige kennis van gebiedsontwikkeling, contractvorming en een ondernemende houding.Organiseer financieringFinanciering is doorslaggevend voor succesvolle herontwikkeling van de Spaanse Polder. Ten eerste is er budget nodig voor inzet op kerntaken als schoon, heel en veilig. “De centrale opgave is het beter benutten van het bedrijventerrein door optimale verkaveling of gebouwen op te toppen, met als doel om meer beschikbare ruimte voor bedrijven te realiseren”, stelt Brugman. “Maar de integrale opgave is breder dan dat alleen. Om bedrijven te verleiden te investeren of zich te vestigen op het terrein, is ook een veilige, schone, groene en gezonde omgeving nodig. Dit is onlosmakelijk met elkaar verbonden.” Ten tweede moet er stevig geïnvesteerd worden in nieuwe en bestaande kades. Dit vraagt om goede samenwerking tussen gemeente, havenbedrijf, provincie en ondernemers. Ten derde is het van belang een revolverend herontwikkelingsfonds in te richten. Met een jaarlijkse reservering ontstaat een fonds voor de komende vier jaar. Het fonds is niet statisch: als het effectief blijkt, vergroten extra stortingen het beschikbare kapitaal. Dit leidt op termijn tot hogere opbrengsten omdat kavels en vastgoed worden doorverkocht. Zo versterkt het fonds zichzelf en blijft het gebied in een constante ontwikkelstroom.Foto: Flickr | Sander Sloots

02-04-2026

KENNISARCHIEF

Aanmelden nieuwsbrief