Op 31 oktober heeft Rli haar advies over de verduurzaming van bedrijventerreinen aangeboden aan minister Adriaansens van EZK. De raad constateert in dit advies dat de verduurzaming van bedrijventerreinen te traag verloopt. Dit is een gemiste kans, want duurzame bedrijventerreinen bieden veel meerwaarde voor zowel ondernemers als de Nederlandse samenleving. De raad pleit daarom voor beleid dat zich niet alleen richt op bedrijven, maar ook op bedrijventerreinen.

Graag licht Evert Nieuwenhuis van de Rli het advies nader toe aan het netwerk van SKBN. Ook is er de vraag hoe we tot een versnelling van toekomstbestendige werklocaties komen. Wat is daarvoor nodig? Er is voldoende ruimte voor input en vragen.

Het webinar vond plaats op woensdag 13 december van 10 tot 11 uur.

Kijk hier dit webinar terug

 

Event
BT Event: ‘Sturende bedrijventerreinen, ruimte maken voor transities’
BT Event: ‘Sturende bedrijventerreinen, ruimte maken voor transities’

‘Sturende bedrijventerreinen – ruimte maken voor transities’ is hét thema van het 19e BT Event op donderdag 14 november in De Fabrique in Utrecht. Want naast een faciliterende rol door het accommoderen van ruimtevragen, hebben de 3800 bedrijventerreinen in Nederland als vitale infrastructuur per definitie een sturende impact op de wereld van morgen. Door te kiezen welke ruimtevragen je wel of niet accommodeert, welke activiteiten je wáár accommodeert, welke circulaire stromen je mogelijk maakt, hoe je ruimte biedt aan opwek en opslag van energie en hoe je een vruchtbare bodem legt voor innovatieclusters, kun je transities helpen versnellen. De ruimte en activiteiten op bedrijventerreinen hebben daarin een cruciale rol.  Het borgen van ruimte voor stadsverzorgende (circulaire) bedrijvigheid en praktische banen in de nabijheid van bevolkingsconcentraties, is een nadrukkelijk doel van gemeenten die bij gronduitgifte steeds vaker op maatschappelijke waardecreatie sturen.  Waar ruimte en grond al zijn vergeven, willen overheden – zo goed en kwaad als het gaat – regie terugpakken op bedrijventerreinen. Creatief omgaan met bestaande/beschikbare ruimte door beter benutten, intensiveren, stapelen en mixen vergroot zowel de maatschappelijke als economische output. Op nationaal niveau ontstaat – gevoed vanuit meervoudige schaarste – een nieuw paradigma van ‘keuzes maken’. Selectieve groei en het mogelijk afschalen van economische sectoren die veel ruimte vragen, maar een beperkte economische en maatschappelijke waarde genereren, zijn geen taboes meer. Tegelijk dringt het besef door dat bepaalde sectoren door digitale en circulaire transities juist méér ruimte nodig hebben. Denk daarbij aan grootschalige (data)logistiek, en de opslag/verwerking van reststromen. Deze relatief nieuwe ruimtevragers moeten zo goed mogelijk worden ingepast. Zowel fysiek-ruimtelijk, als binnen een duurzaam economisch-ruimtelijk systeem. Op het BT Event in Utrecht gaan we, samen met onze partners Provincie Utrecht, Gemeente Utrecht, Gemeente Amersfoort en de NV OMU, aan de slag met de sturende rol die bedrijventerreinen kunnen oppakken. Met een duidelijke focus op processen, praktische oplossingen, financierbaarheid en uitvoerbaarheid. HOUD DE CONGRESSITE IN DE GATEN VOOR MEER INFO.  

14-11-2024
Nieuws
Stec: ‘Verdichting logistieke brownfieldlocaties levert veel ruimte op’
Stec: ‘Verdichting logistieke brownfieldlocaties levert veel ruimte op’

Herontwikkelingslocaties met logistiek vastgoed hebben een intensiveringspotentie van een half miljoen vierkante meter extra gebruiksruimte. Dit is 25 procent hoger ten opzichte van de huidige bebouwing, concluderen bureaus Stec Groep en DENC na een analyse van 75 locaties in drie regio’s.   De onderzoekers stellen dat intensivering haalbaar is, op voorwaarde dat overheden actief grondbeleid voeren en marktpartijen bereid zijn om een nieuwe standaard te ontwikkelen op het vlak van verdichting en functiemenging.  Stec Groep becijferde samen met architecten- en ingenieursbureau DENC, onderdeel van de Zweedse architecten en-ingenieursgroep Sweco, of grootschalige logistieke kavels van meer dan 25 jaar oud, dus nog van voor 2000, geschikt zijn voor beter benutten door te verdichten.   Uit 75 onderzochte cases, ondergebracht in een whitepaper, blijkt volgens beide bureaus dat het om 500.000 vierkante meter aan extra te realiseren logistiek vastgoed gaat.   Vertaald naar nationaal niveau scheelt dit volgens de onderzoekers 200 tot 300 hectare aan ontwikkeling van nieuwe logistieke greenfieldlocaties.   ‘Deze potentie blijkt groot te zijn en is op termijn zelfs nog veel groter.’   Tijdens het onderzoek is ingezoomd op de regio’s West-Brabant, Utrecht en de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen. In deze drie regio’s staan 400 distributiecentra. De helft staat op een kavel dat groter is dan drie hectare. Voor deze plekken is de potentie voor intensivering en het optimaliseren van ruimtegebruik beoordeeld.  Nieuwe vestigings- en ontwikkelruimte voor (grootschalige) logistiek is volgens Stec Groep schaars in Nederland. Bedrijven zijn steeds vaker aangewezen op bestaande locaties op bedrijventerreinen om groei in hun activiteiten te realiseren. Ongeveer 15 tot 20 procent van de logistieke dynamiek sinds 2018 betrof, zo blijkt uit cijfers van het bureau, een herontwikkeling van bestaand vastgoed of kavel. In provincies met schaarste en veel vraag is het aandeel hoger. Volgens Hub Ploem, partner bij Stec Groep, ging het bij een groot deel van die herontwikkelingen tot op heden vooral om voormalige industrie- of productiesites die naar logistiek werden omgebouwd. ‘Interessant is juist om ook de bestaande (verouderde) logistieke vastgoedmarkt onder de loep te nemen.’   Verdichting op deze herontwikkelingslocaties blijkt volgens de onderzoekers ook financieel en maatschappelijk haalbaar. Van de in totaal 75 geanalyseerde cases zijn vijf cases tot in detail onderzocht.   Daarvan bleken in totaal vier een positieve businesscase te hebben. In één geval is de businesscase licht negatief, maar te optimaliseren, aldus de onderzoekers.   Conservatieve schatting ‘We verwachten dat op deze locaties een intensiveringspotentie mogelijk is van een miljoen vierkante meter. Tegelijkertijd zeggen we ook dat dit niet allemaal te realiseren valt, omdat er plekken zijn waarop dit niet mogelijk is’, zegt Hub Ploem, partner bij Stec Groep.  Daarom is volgens Ploem de inschatting van het verdichtingspotentieel conservatief ingestoken. ‘500.000 vierkante meter is heel reëel en nog altijd 25 procent bovenop wat er nu op deze plekken gebouwd is.’   Overheden en marktpartijen zijn volgens de bureaus nu aan zet om structureel werk te maken van dit verdichtingspotentieel. Het verruimen van planologische kaders, het wegnemen van belemmeringen en financiële interventies zijn nodig om als publieke partijen regie te krijgen op die herontwikkelingen.  ‘Zij moeten minder denken vanuit geijkte beleggingsproducten en hiervoor een nieuwe marktstandaard ontwikkelen’, is de boodschap van de onderzoekers.  Volgens Joost van Gilse, directeur bij DENC is de vastgoed- en bouwtechnische waarde van potentiële verdichtinglocaties beneden gemiddeld of is een waardesprong mogelijk omdat de maximale (planologische) mogelijkheden niet worden benut.   ‘Zo is meestal maar 45 procent van de kavel bebouwd en is de bouwhoogte gemiddeld circa tien meter.’  Schuifruimte noodzakelijk Financieel is ‘verdichting’ op herontwikkelingslocaties met logistiek vastgoed al haalbaar, zegt Wim Eringfeld, directeur van Stec Groep.   ‘De investeringskosten waarbij zowel gekeken is naar meervoudig ruimtegebruik als functiemenging – zijn al (bijna) terug te verdienen vanuit de toegenomen opbrengstpotentie, door het toevoegen van meer vierkante meters en meer gebruiksoppervlakte.’  Voor het slagen van herontwikkeling in combinatie met verdichting is medewerking van (lokale) overheden een vereiste. ‘Zij kunnen dit door zelf de regie te nemen door actiever (grond)beleid. Bovendien is schuifruimte noodzakelijk, zodat een grootschalige herontwikkeling mogelijk is’, aldus Ploem.   Grootste belemmeringen voor intensivering zijn de (geldende) parkeernormen, de beperkte capaciteit van de omliggende infrastructuur en het gebrek aan stikstofruimte en netcongestie. Investeerders moeten minder denken vanuit geijkte beleggingsproducten   ‘Die zijn op te lossen als overheden actief meedenken met marktpartijen over verdichting en intensivering op potentieel geschikte locaties. Bijvoorbeeld collectieve parkeeroplossingen of slim gebruik van multimodaal vervoer’, zegt Ploem.   Daken kunnen als energyhubs fungeren voor de locatie zelf en voor de omgeving. Bovendien beschikken bestaande locaties meestal al over een (zware) aansluiting op het energienetwerk.  Volgens Eringfeld zijn investeringen goed zijn voor de toekomstbestendigheid van zowel bestaande panden als bedrijventerreinen. ‘Het stimuleert ook andere bedrijven en vastgoedeigenaren op een herontwikkelingslocatie om te investeren.’  Potentieel verdichting neemt toe Als op basis van de onderzochte pilotregio’s een landelijk verdichtingspotentieel wordt berekend dan schat Ploem dat uiteindelijk circa drie tot vier miljoen vierkante meter extra capaciteit op logistieke brownfields tot de mogelijkheden behoort.  Oplossingen voor herontwikkeling in combinatie met verdichting liggen voor het oprapen  ‘Ons onderzoek wijst uit dat de oplossingen voor herontwikkeling in combinatie met verdichting voor het oprapen liggen. De aanpak zorgt ervoor dat geen ingreep noodzakelijk is op de toch al schaarse greenfields in Nederland.’  Hij wijst ook op het feit dat het potentieel van meervoudig ruimtegebruik alleen maar toeneemt, omdat logistiek vastgoed uit de periode 2000 en 2010 op middellange termijn eveneens rijp is voor verdichting en intensivering.  ‘Ons advies is om ook al na te denken over de toekomst van deze panden, vooral omdat de schaarste aan ruimte en grond blijvend is.’   Lees het volledige artikel op Stadszaken.nl Beeld: DENC

04-04-2024
Nieuws
Masterclass Samen Beter: 'Maak ruimte voor circulaire economie'
Masterclass Samen Beter: 'Maak ruimte voor circulaire economie'

Welke competenties heeft de publieke professional nodig om de circulaire economie op bedrijventerreinen met ondernemers en/of eigenaren aan te jagen? En welke organisatievorm en manier van samenwerking op een terrein is daarvoor nodig? Deze vragen staan centraal in het tweejarige NWO-SIA onderzoek Samen Beter van de Fontys Hogeschool en de HAN University of Applied Sciences met financiële ondersteuning van regieorgaan SIA. Tijdens een bijeenkomst in Arnhem op 25 januari 2024 werd een update van het onderzoek gedeeld. Aanvullend daarop gaven het PBL en de Stec groep gelet op de maatschappelijke actualiteit een presentatie over de ruimtebehoefte van de circulaire economie op bedrijventerrein, en hoe daar nu op te anticiperen. ‘Niet overal kan alles’, opent Cees-Jan Pen, lector Ondernemende Regio aan Fontys Hogeschool de consortiumbijeenkomst op het kantoor van Stec in Arnhem. ‘De ruimtelijke vertaling die circulaire economie vraagt, is een enorm blinde vlek. Circulair zorgt voor een substantiële vraag naar meer - in plaats van de te vaak gedachte minder - (milieu)ruimte voor bedrijven en daar moet nu op worden voorgesorteerd.’ Pen haalt tevens naar voren dat de beeldvorming van circulaire activiteiten dikwijls te rooskleurig en romantisch is. Vaak wordt er gedacht aan hippe recycling- en maakbedrijven. ‘Maar de praktijk is dat er ruimte nodig is voor het grove handen uit de mouwen werk zoals grootschalige puinverwerkers, opslagplekken die idealiter aan waterkades liggen en fabrieken die restpartijen verwerken tot nieuwe producten. Kortom, bedrijven die om HMC-locaties vragen. De vraag is hoe je gemeenten daarin meeneemt, zodat ze deze sleutellocaties vrijspelen.’ Stip op de horizon In samenwerking met de Stichting CLOK is er een onderzoek gedaan naar de bewustwording van circulaire economie op bedrijventerreinen bij de lokale overheden. Bij de vraag welke begrippen onder circulaire economie vallen, werden naast energie, afval- en watermanagement, materiaalstromen, mobiliteit en milieu ook duurzaam bouwen, bedrijfsvoering en sociale inclusiviteit genoemd. Waar men tegenaan loopt, is het feit dat er diverse opvattingen en afbakeningen van het begrip circulaire economie zijn. Ook interne rolverdeling en prioritering werden genoemd, naast  de organisatiekracht van bedrijventerreinen. Bovendien helpt het niet dat er nog steeds weinig praktijkvoorbeelden en resultaten zijn. ‘Maak het pallet niet te breed’, klinkt het uit de zaal. ‘We moeten nadenken welke keuzes we moeten maken, ook geplaatst in een reëel tijdspad. Nu moet je beginnen met iets praktisch en concreets, maar tegelijkertijd vragen bepaalde aspecten van de transitie een lange adem.’ Dat wordt beaamd. Wat nodig is, is het in brokjes verdelen van de opgave, structuur bieden en een stip op de horizon schetsen. Ondernemers denken nu alleen aan de congestie op het energienet, tegelijkertijd moet je hen een stip op de horizon meegeven die breder is dan alleen het energievraagstuk. Skills van publieke professional Op de vraag welke skills er nodig zijn voor de publieke professional die de circulaire economie moet aanjagen, volgt er in de presentatie van Pen een lange lijst. Enkele competenties zijn: verbinder, intrinsiek gemotiveerd, weten wat een ondernemers beweegt, kennis van wet- en regelgeving en het spel binnen de gemeente, het zien en snappen van een business case en inhoudelijk op de hoogte van de circulaire economie. Kortom, sluit Pen zijn betoog, ‘dit is geen individu maar een flink gemeentelijk team!’ Belang van organiserend vermogen Vervolgens was het woord aan Frank de Feijter, senior onderzoeker Circulaire Economie aan de HAN. Hij houdt zich met zijn studenten bezig met de handelingsperspectieven die geboden kunnen worden op de drie grote thema’s: visie, coalitie en realisatie. Hij vergelijkt daarvoor het bedrijventerrein met een ecosysteem, als een oerwoud. ‘Bij de aanpak van bedrijventerreinen moeten we ons realiseren dat het unieke plekken en unieke gebruiker zijn, die we moeten kunnen blijven benutten in symbiose.’ De Feijter geeft aan dat de principes achter een ecosysteem als integraal systeem inspiratie kunnen bieden voor een bedrijventerrein. ‘Het gaat erom vanuit een overkoepelende strategie sturing te geven aan alliantievorming. Tegelijkertijd is een ecosysteem ook een bron van wederkerigheid. Hier werken de producent, consument en afvalverwerker echt goed samen! Verbindingen en netwerken zijn optimaal.’ Gekeken naar de circulaire transitie, vergelijkt De Feijter bijvoorbeeld de ondergrond met het lokaal hergebruik van materialen. De occupatielaag daarboven staat met een grondstoffenhub en het netwerk wat zich daarboven vormt is een datagedreven regionale grondstoffenrotonde. De circulaire transitie krijgt dus vorm op verschillende ruimtelijke schaalniveaus. Daarbij is ook de organisatiegraad van belang, zegt De Feijter. ‘Dit begint met het organiseren van de stakeholder inbreng door bijvoorbeeld parkmanagement. Vervolgens ontstaat een fase van co-creatie met meerdere betrokkenen van gemeente en ondernemers in bijvoorbeeld een vereniging of strategische samenwerking. Een derde niveau heeft betrekking op partnerschap, dan wordt er nadrukkelijk ook financieel samengewerkt, bijvoorbeeld in een PPS of BIZ-constructie.’ ‘Het is belangrijk dat we in de wirwar van begrippen, aanpakken en tijdframes een duidelijke structuur kunnen aanbrengen. We moeten de kluwen ontwaren’, aldus De Feijter, die de resultaten van dit deel van het onderzoek eind dit jaar in een publicatie uitbrengt. Houd rekening met extra ruimtebeslag Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) deed vorig jaar onderzoek naar het ruimtebeslag van circulaire economie op onder meer bedrijventerreinen. Emil Evenhuis, senior onderzoeker Ruimtelijke Economie bij het PBL, presenteerde de vier scenario’s die hiervoor opgesteld zijn: Mondiaal Ondernemend, Snelle Wereld, Groen Land en Regionaal Geworteld. In drie van de verschillende scenario’s is er sprake van groei van het ruimtebeslag op bedrijventerreinen, alleen bij Groen Land is er sprake van een lichte krimp. Evenhuis filtert vanuit deze scenario’s een aantal beleidsadviezen. De eerste is luid en duidelijk: Calculeer extra ruimtevraag in voor Circulaire Economie. ‘Naast een groei aan ruimtevraag door circulaire activiteiten, is er tijdelijke ruimte nodig voor de overgangsfase, en zijn er concurrerende claims in het RO-beleid.’ Het tweede advies dat daarop volgt: Reserveer locaties van strategisch belang. ‘Dat zijn de multimodaal ontsloten HMC-locaties, watergebonden bedrijventerreinen, plek in haven- en industriegebieden, bedrijventerreinen aan de stadsranden en locaties bij ov-punten en winkelcentra.’ Vanuit de zaal vraagt de gemeente Oosterhout zich af op welke schaal ze de vraag het best in kaart kunnen brengen. Is dat per gemeente, of juist per regio? De richting is nu nog niet bepaald, we zijn daarin volgens Evenhuis ook afhankelijk van keuzes op EU-niveau. ‘Maar het helpt om het alvast per terrein in beeld te brengen. Uiteindelijk zal het er op neerkomen dat we grondstoffen en productstromen per regio concreet zullen moeten maken. Anders kom je hier niet uit.’ Strategisch sturen en reserveren Juriën Poulussen van Stec Groep sluit de bijeenkomst af met een presentatie over de locatiedynamiek die het bureau ziet aan de hand van hun jaarlijkse bedrijvenmonitor. ‘Er zijn voorzichtig positieve ontwikkelingen gaande. We zien een stijging van 3% in 2028 naar 10% nu van bedrijvigheid rondom circulaire activiteiten. Dit gebeurt op verschillende typen werklocaties, op verschillende plekken in de stad. Denk aan ambachtscentra, sociale werkplaatsen ook, logistieke hubs als een circulaire bouwhub, start- en scale-ups rondom circulaire economie en hoogwaardige recyclingactiviteiten.’ Er is volgens Poulussen sprake van een enorme diversiteit, van lage huren schuurtjes tot campusachtige omgevingen. Maar hoe reserveer je nu de juiste ruimte voor dit soort bedrijven? Stec onderscheidt vier verschillende typen locaties, en Poulussen noemt bij iedere locatie een aantal voorbeelden van hoe dat reserveren vorm krijgt. Zo is er het reguliere terrein, waarbij zeer selectief moet worden omgegaan met de gronduitgifte. Lansingerland stuurt bijvoorbeeld op de R-strategieën (van de R-ladder van het PBL). Op logistieke terreinen gaat het om benutten van brownfields en noemt hij het voorbeeld van WDP en De Jong verpakkingen. In het stedelijk werkmilieu, waar de woningdruk te hoog is, zijn volgens Poulussen juist dé belangrijke plekken. ‘Dat is de kraamkamer van nieuwe bedrijven en het is belangrijk om deze te behouden. Goede voorbeelden om hier concreet werk van te maken zijn het Actieplan van Rotterdam en de plannen voor de doorontwikkeling van het C-district in Haarlem.’ De HMC-terreinen ten slotte zijn essentieel in de circulaire transitie, maar leveren tegelijkertijd de moeilijkste ruimtelijke dilemma’s op. Poulussen: ‘Er komen van dit soort locaties geen nieuwe terreinen meer bij, dus de plekken die we hebben moeten we goed benutten. Zeker de locaties die aan het water liggen. Als overheid kun je sturen op vrijkomende plekken. Het Havengebied North Sea Ports doet dat al goed.’ Ook noemt Poulussen nog de Beatrixhaven in Maastricht, de Port of Zwolle en de Drechtsteden als goede voorbeelden die nu al bezig zijn met sturen en reserveren. Alsook Provincie Zuid-Holland dat watergebonden locaties beschermt. ‘De opdracht is te financieel’ In de discussie die volgt komen een aantal interessante aspecten naar voren. Zo heeft de gemeente Venlo het over verlies durven nemen als gemeente en wachten tot het juiste bedrijf zich aandient. ‘Dikwijls wordt er toch naar de kortere termijn gekeken en grond uitgegeven vanwege economische motieven.’ Ook gemeente Waalwijk stoeit met de korte termijn excelsheet versus de lange termijn circulaire economie. ‘De opdracht is dikwijls te financieel, maak dat breder en stel een andere doelstelling.’ Volgens Breda moet een gemeente zich eraan committeren dat je er elk jaar geld insteekt: ‘Beter benutten is een keuze en de gemeente moet daarin een stap extra zetten.’ Oost NL werpt de vraag op of we niet meer met erfpachtconstructies zouden moeten werken. ‘Het begrip klinkt misschien niet zo positief, maar wordt er over nagedacht? Ook voor bedrijfjes die nog startende zijn en niet meteen de volle mep kunnen betalen, geef je met erfpacht de mogelijkheid om mee te bewegen.’ In het voorbeeld van het C-district in Haarlem wordt dit al toegepast, en het is zeer kansrijk. Ook gemeente Venlo geeft aan wel eens erfpachtconstructies toe te passen om de betaalbaarheid voor een ondernemer beter mogelijk te maken. Tot slot Cees-Jan Pen sluit de bijeenkomst af met een oproep om met voorbeelden of plannen rondom circulaire economie te komen. Ook plannen die niet zijn gelukt. ‘Waar worden stappen gezet? Kom maar op! Waar nu enorm veel behoefte aan is, zijn concrete voorbeelden.’ Over het onderzoek Samen Beter De bijdrage van bedrijventerreinen aan de transitie naar een meer circulaire economie is enorm groot, maar tegelijkertijd wordt deze zwaar onderschat en ontbreekt er veel praktijkkennis. Om de circulaire potentie van bedrijventerreinen beter te benutten, is de inzet en betrokkenheid van de publieke professional essentieel. De lokale beleidsadviseur en accountmanager kan een effectieve katalysator worden de circulaire potentie te benutten, in co-creatie met relevante stakeholders. Onderzoekers van Fontys Hogeschool en de HAN zijn samen met 11 gemeenten, 3 provincies, ondernemersorganisaties en bedrijventerreinenexperts van Clok, Stec en Gindr op weg om de rol van de publieke professional te versterken. Het project wordt gesteund door lokale werkgeversorganisaties, parkmanagementorganisaties en bedrijventerreinverenigingen.

01-02-2024
Aanmelden nieuwsbrief