Datum: 12 maart 2024
Tijd: 12:15 – 18:00 uur
Locatie: Provinciehuis Zuid-Holland, Zuid-Hollandplein 1, Den Haag

MEER INFORMATIE & AANMELDEN

Doelgroep: Bedrijven die last hebben van netcongestie en meer willen weten over slimme oplossingen. Stakeholders die hier aan willen bijdragen en van willen leren.

Wat kun je verwachten?

In deze bijeenkomst:

  • Geven we informatie over de laatste stand van het elektriciteitsnet en de consequenties voor bedrijven in 2024-2029;
  • laten we zien welke slimme oplossingen nu al op bedrijventerreinen worden toegepast en hoe je hier zelf gebruik van kunt maken;
  • delen we de plannen en tijdspaden van partijen die zich nu inzetten voor versnelling van energiehubs door middel van het mogelijk maken van groeps-to’s, certificering, datadeling en subsidies;
  • vragen we de deelnemers om hun eigen slimme oplossingen te delen zodat we het inventieve kapitaal van ondernemers kunnen inzetten (in plaats van dat overheden en netbeheerders verzinnen hoe bedrijven straks moeten ondernemen);
  • creëren we een gezamenlijk doel voor 2024 en doen we een duidelijke oproep aan elkaar om stappen te zetten om sneller en creatiever naar mogelijkheden voor bedrijven toe te werken. 

Aanleiding: Ieder bedrijventerrein is een Energy Hub

Wat als jouw bedrijf niet kan doorgroeien of geen nieuwe activiteiten kan starten omdat het geen toegang krijgt tot het elektriciteitsnet voor afname of invoeding?

De aankomende jaren zijn rigoureuze maatregelen nodig om het vestigingsklimaat voor bedrijven te behouden. Verzwaren van het elektriciteitsnet is een belangrijke stap maar komt voor duizenden MKB bedrijven jaren te laat. Daarom werken we gelijktijdig aan slimmer gebruik van het elektriciteitsnet. Slim gebruik van het net kan nu en in de toekomst voor meer mogelijkheden zorgen voor bedrijven.

Een samenwerking tussen bedrijven met slimme oplossingen noemen we een energy hub al spreken we steeds vaker over lokale gedistribueerde energiesystemen. Hoe je het ook noemt, het vraagt om flink omdenken voor bedrijven, overheden, netbeheerders en energiebedrijven.

Wil je weten wat congestie voor jou betekent? Met wie je hierin kan samenwerken? En welke oplossingen voor slim gebruik er nu al zijn? Wil je weten of die oplossingen al geimplementeerd kunnen. worden, en zo niet wanneer dat wel kan en wat je dan nu al kunt doen? Dan is deze bijeenkomst een aanrader.

Organisatie

Dit is een initiatief van de Provincie Zuid-Holland en stichting Energy Scale-Up. Deze bijeenkomst is onderdeel van een reeks bijeenkomsten. Zie voor meer informatie daarover op energyscale-up.nl

Datum: 12 maart 2024
Tijd: 12:15 – 18:00 uur
Locatie: Provinciehuis Zuid-Holland, Zuid-Hollandplein 1, Den Haag

MEER INFORMATIE & AANMELDEN

card image

Event

2024-04-17
Studiereis campussen, innovatieve werklocaties en start-ups

Event

2024-04-17

Studiereis campussen, innovatieve werklocaties en start-ups

Ontwikkelruimte voor kennisclusters en campussen is één van de vier speerpunten van het Nationaal Programma Ruimte voor Economie, met bijzondere aandacht voor de fysieke doorgroeimogelijkheden voor start-ups en scale-ups. Dat is ook niet zo vreemd: wereldwijd verandert de economie in een kenniseconomie. De werkgelegenheid op campussen groeit veel harder dan op andere plekken. Daarnaast werkt het kabinet aan maatregelen om de arbeidsmarktkrapte tegen te gaan.

Op campussen, innovatieve werklocaties en in start-up omgevingen komen beide opgaven samen. Het zijn dé plekken waar bedrijven innoveren en waar talent wordt opgeleid, met belangrijke spin-off naar de regionale arbeidsmarkt en economie.

De aanwezigheid van talent is voor bedrijven een steeds belangrijker motief om zich op een campus te willen vestigen, naast voorzieningen en het ecosysteem. Het is dan ook niet gek dat bijna elke gemeente of regio in Nederland haar eigen campus of innovatieomgeving wil hebben. En steeds vaker is dat geen universitaire campus.

Campussen heb je in vele soorten en maten. Van klassieke scienceparken en bedrijvencampussen tot campussen rond hbo- en mbo-instellingen, waar leren en werken samensmelt. Steeds meer steden ontwikkelen innovatiedistricten, als integrale binnenstedelijke ontwikkeling.

En elke stad wil bovenal startups de ruimte geven. Maar hoe organiseer je dat? Want marktpartijen investeren niet in hun huisvesting. Er is sprake van marktfalen. Moeten overheden en onderwijs deze rol op zich nemen?

Tweedaagse studiereis

Na drie succesvolle eerdere edities, organiseren vakblad BT en Twynstra Gudde een nieuwe ‘Studiereis campussen, innovatieve werklocaties en start-ups’. Op woensdag 17 en donderdag 18 april reizen we langs een vijftal succesvolle campussen, innovatieve werklocaties en een start-up incubator die een antwoord bieden op bovenstaande en andere vragen.

Tijdens de reis, die onder inhoudelijke leiding staat van campus-expert Gregor Heemskerk (partner Twynstra Gudde), onderzoeken we wat de lessons learned zijn van de onderstaande innovatiehotspots:

MEDIA PARK HILVERSUM
Van besloten bedrijventerrein naar open campus met MBO en HBO.

RDM CAMPUS ROTTERDAM
Unieke leer-werkomgeving in de haven met ruimte voor nieuwe bedrijven die méér haalt uit het mbo-onderwijs.

BLUECITY (in afwachting van bevestiging)
Dit voormalige tropische zwembad aan de Maasboulervard is getransformeerd tot een hub met start-ups die zich richten op circulariteit.

YES!DELFT + GREEN VILLAGE
Bezoek de bekendste incubator van de Nederland + testfaciliteit voor innovatieve duurzaamheid.

THE NEW FARM
Den Haag haalt de maakindustrie terug in de stad. Bezoek het eerste gestapelde bedrijfsverzamelgebouw voor kleinschalige, stedelijke maakbedrijven.

Centrale vraag deze editie is: hoe campussen te organiseren en te financieren?

Subvragen zijn:

  • Hoe organiseer je vastgoedontwikkeling op campussen en innovatieve werklocaties?
  • Hoe zorg je voor huisvesting voor start-ups, hoe bekostig je deze onrendabele faciliteit?
  • Hoe betrek je onderwijsinstellingen en bedrijven bij de campus? 
  • Hoe zet je een triple helix-community of campusorganisatie op en hoe bekostig je dit? 
  • Hoe zorg je voor een cultuur van open innovatie waar bedrijven en onderwijs kunnen samenwerken en wat is daarbij de rol van de campusorganisatie? 
  • Hoe zet je een innovatieprogramma op? 
  • Hoe maak je van een campus een bruisend stukje stad/innovatiedistrict?

Facts & Figures

Wat: 2-daagse campusreis*
Wanneer: woensdag en donderdag 17 & 18 april 2024
Voor wie: ambtenaren van gemeenten en provincie, medewerkers van regionale ontwikkelingsmaatschappijen, mensen uit het onderwijs en iedereen die bij het ontwikkelen en organiseren van campussen en innovatieve werklocaties betrokken is.
Inclusief: compleet verzorgd met lunches, diner, consumpties, overnachting, mogelijke entreegelden, vervoer, reisbegeleiding en een reisverslag achteraf.
Kosten: € 1450,00 (ex. btw)

*Een volledig programma met tijden volgt spoedig

Aanmelden

 

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Bedrijventerreinen kunnen zoveel mooier: betrek "Welstand" er vroeg bij

Nieuws

07-02-2024

Bedrijventerreinen kunnen zoveel mooier: betrek "Welstand" er vroeg bij

Het aantal XXL-bedrijfsgebouwen neemt nog steeds toe, en dat heeft grote gevolgen voor het landschap. Kan verdozing landschappelijk goed worden ingepast? Jazeker, zeggen experts tegen Stadzaken. Voorwaarde is dat de gemeentelijke adviescommissie voor ruimtelijke kwaliteit, voorheen commissie Welstand of Omgevingskwaliteit, vroeg in het proces wordt betrokken. Dat gebeurt nog onvoldoende. ‘Het heeft weinig zin om op het laatst nog over een geveltje te vergaderen.’ 

‘Op een moment dat een los initiatief in de gemeentelijke adviescommissie voor ruimtelijke kwaliteit komt, kunnen gemeentelijke adviescommissies een beetje invloed uitoefenen, maar de gebouwen goed inpassen in het landschap kan dan niet meer’, zegt Mariëlle Hoefsloot.  

Zij is sinds eind 2023 directeur van de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit, waar gemeentelijke adviescommissies, vaak nog commissie Welstand genoemd, monumentencommissies, adviesorganen voor ruimtelijke kwaliteit, erfgoed, stedenbouw en landschap bij zijn aangesloten.

Hoefsloot pleit ervoor om ruimtelijke kwaliteit veel meer vooraan het proces van gebiedsontwikkeling te zetten. ‘Als je naar het kwaliteitsstelsel in het geheel kijkt, zijn er momenten waarop je veel grotere slagen kunt maken, dan tijdens de vergunningsaanvraag. Dan heb je veel meer mogelijkheden.’ 

Het is volgens haar een logische stap omdat ruimtelijke kwaliteit een maatschappelijke randvoorwaarde is. In de strijd om ruimte moeten functies gecombineerd worden. 

‘Dat kan alleen met een ruimtelijke kwaliteit. Dat is belangrijk voor de samenleving, want anders wordt de binding met die functies alleen maar minder.’ En daarvan krijg je weerstand, wil ze maar zeggen. ‘Draai het om: vraag je af hoe een groot distributiecentrum een positieve bijdrage kan leveren aan de ruimtelijke kwaliteit?’ 

Borging maar te laat

Onderzoeker en planoloog Merten Nefs, verbonden aan Erasmus UPT, vindt de inzet van dit soort commissies als borging voor ruimtelijke kwaliteit tijdens de vergunningverlening nuttig. Alleen ben je dan volgens Nefs wel voorbijgegaan aan de vraag of deze ontwikkeling op die plek überhaupt gewenst is of niet. 

‘Zet de expertise die je als gemeente hebt opgebouwd al tijdens beleidsvorming in’, zegt Hoefsloot. ‘De architecten, archeologen en landschapsarchitecten passen heel goed in het proces bij de locatiekeuze. Zorg ervoor dat beleid dichter bij praktijk wordt gebracht, zegt ze. ‘Zorg dat visies gestoeld zijn in de uitvoering.’ 

De onderzoeker identificeert drie problemen met de ruimtelijke kwaliteit van XXL-bedrijfshallen. 

  1. Soms staan die op verkeerde plek. ‘Er is een gebrek aan samenhang met de omgeving’; 
  2. Het gebouw levert niets op voor de omgeving. ‘Uiteraard zijn er baten, maar die worden door veel mensen niet gezien’; 
  3. Het ontwerp van de gebouwen levert niets op voor de omgeving. ‘Oudere fabrieksarchitectuur levert soms fantastische gebouwen op. In logistiek bestaat deze traditie niet meer. Het zijn wegwerpgebouwen. Na twintig jaar zijn deze gebouwen niet meer courant.’ 

Nefs zegt dat ruimtelijke kwaliteit niet alleen gaat over of iets mooi of lelijk is. Het gaat ook over gebruiks- en toekomstwaarde. 

Het pleidooi van Hoefsloot en Nefs voor een beleidsmatiger plek van de adviescommissies, past bij de verkenning van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) over systeemfalen in ruimtelijk beleid.  

De conclusie van RLi is dat beleid en uitvoering, en monitoring en reflectie, wel heel ver uit elkaar liggen. 'Breng expertise van de uitvoering vroegtijdig aan tafel’, zegt Hoefsloot. 

‘Verkokering overheden is oplosbaar’ 

Die verkokering in overheidsorganisaties komt Rik Onderdelinden dagelijks tegen. Hij is programmateamleider Omgevingskwaliteit bij Het Oversticht. Die stichting is inmiddels een eeuw actief in welstand- en monumentenadvisering aan gemeenten. 

‘De provincie wijst een globale locatie aan waar grootschalige industrie en bedrijvigheid zijn toegestaan, maar daar heeft welstand nog niets mee te maken. Daarna komt een Omgevingsvisie en -plan. Soms worden we om advies gevraagd, maar er mist vaak een wettelijk kader’, zegt hij. ‘Daar zit 80 procent van de problematiek.’  

Het is oplosbaar, zegt Onderdelinden. ‘Maak voor dit soort zones een goed beeldkwaliteitsplan en stuur daarop.’ Stel bijvoorbeeld eisen aan volumes en harde lijnen van architectuur en groenlijnen, zegt hij. 

‘Neem Almelo XL. Dat is een terrein voor grote dingen. Daar is een beeldkwaliteitsplan voor gemaakt en dan kun je sturen op de kwaliteit van de gevels.’ Dan zijn er ook best mogelijkheden voor zestig vrachtwagens op een rij, zegt Onderdelinden. ‘Daar kun je met een beeldkwaliteitsplan best wat van maken.’ 

De programmateamleider van Het Oversticht noemt ook Zwolle als positieve uitschieter. ‘Daar heeft de gemeentelijke adviescommissie wel invloed, want er ligt en stevig beeldkwaliteitsplan. Zoals tijdens de eerste fase van het distributiecentrum van Wehkamp, waar ze veel aandacht gevraagd hebben voor materiaal- en kleurkeuze.’ 

Nefs kent ook goede voorbeelden. ‘Heembouw let bijvoorbeeld op een aantrekkelijke werkomgeving en Henning Larsen maakt een houten distributiecentrum in Lelystad met groen dak.’ 

‘Of neem Wijkevoort bij Tilburg. Als je daar als bedrijf naartoe wil, moet je aantonen dat gebouw van hoog niveau is, biodiversiteit bevordert en banen genereert in het belang van Tilburg, en aansluit op de opleidingen. Alleen dozen schuiven mag niet.’ 

Ook Deventer en Enschede kennen een selectiemethode, toegestaan onder het Didam-arrest, waarbij ondernemingen moeten aantonen wat ze bijdragen aan de gemeente en omgeving.  

Hoefsloot hoopt dat de lokale politiek zich voortaan de vraag stelt wat een distributiecentrum kan doen voor de gemeente, in plaats van wat de gemeente kan doen voor een distributiecentrum. 'Hoe levert zo’n megadoos iets op voor de ruimtelijke kwaliteit van het gebied en z’n omgeving?’ 

Aanpassen visies voor functiemenging 

Gemeenten kunnen bedrijven helpen om relevanter te zijn voor de omgeving, zegt Nefs. Zoals met functiemenging. 'Zet woningen tegen de wanden van de distributiecentra. Aan drie van de vier wanden zit geen loading dock. Alleen mag dat vaak niet in bestemmingsplannen. Dat moeten gemeenten aanpassen.’ 

Want waarom zou je in binnenstad wel mogen stapelen en mixen, maar op bedrijventerreinen niet, vraagt Nefs zich af. ‘Kleinschalige logistiek heeft geen geluids- of milieubeperkingen. In Parijs, bij Chapelle International, gebeurt dat al!’  

‘Onderzoeksbureau Urban Synergy heeft eens gekeken naar de situatie in Almere (pdf). Als een gebouw dicht bij de stad en de snelweg ligt, het logisch om een sportcomplex daarbovenop maken’, zegt Nefs. Zoals het voetbalveld boven op de Ikea in Utrecht. 

‘Zit je dichter bij een bos, cluster de distributiecentra dan en plaats er veel bomen eromheen. Aan de buitenkant zie je dan alleen een bos.’ 

Volgens Onderdelinden zijn dit soort oplossingen een zege voor de automobilist. De programmateamleider gruwt van de doorgaande bebouwing langs snelwegen in sommige delen van West- Nederland. ‘Het lándschap is het decor van de weg, niet die logistieke dozen.’ 

‘Multinationals hoeven niet te beknibbelen’ 

Bedrijven zijn vaak best bereid om te helpen met de ruimtelijke kwaliteit. Nefs deed onderzoek naar de benadering van multinationals. ‘Die hoeven niet te beknibbelen. Die hebben een groot belang, want ze willen het liefst tientallen jaren op een goede locatie zitten.’ 

Daarbij kunnen gemeenten wijzen op standaarden die partijen gebruiken, zoals ISO, BREAAM excellent. ‘Dat resoneert bij beleggers’, zegt Nefs.  

‘Eisen stellen aan ontwikkelaars is een kunst. Standaarden helpen daarbij.’ De wetenschapper roept gemeenten dan ook op om aan tafel te gaan zitten bij de organisaties die de internationale standaarden vastleggen. 

Onderdelinden denkt dat gemeenten best eisen mogen stellen. ‘Je hebt zelf toch ook een belang als bedrijf? Je gebouw is toch een visitekaartje voor je commercie?’ Hij vindt in dat kader de ruimtelijke inpassing van de Thales Groep in Hengelo een goed voorbeeld. 

‘Tuurlijk, investeerders zoeken een multifunctioneel en makkelijk te verhuren gebouw. Die interesseert de ruimtelijke kwaliteit niet. Daarom: richt je als gemeente op de regio. Lokaal ondernemerschap heeft zin!’   

Onderdelinden ziet de rol van ruimtelijke kwaliteit daarom toenemen. ‘Voor binnensteden is dat gebruikelijker. Nieuw is die rol op bedrijventerreinen. We missen nog bewustwording in alle lagen van de gemeente en politiek. Dat duurt altijd even.’ 

De commissies zijn er in ieder geval klaar voor de nieuwe rol op bedrijventerreinen, zegt Hoefsloot. 'Er is een stevige professionaliseringsslag geweest afgelopen tijd. Gemeentes en regio’s die lid zijn van de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit hebben indruk op mij gemaakt. Het is mooi om te zien hoe ze pragmatisch werken aan ruimtelijke kwaliteit.’ 

De Omgevingswet kan daarbij helpen, weet Onderdelinden. ‘Mits goed georganiseerd, gaan de omgevingstafels een bijdrage leveren tegen verkokering binnen gemeenten.’ Dan komt de gemeentelijke adviescommissie voor Ruimtelijke Kwaliteit vanzelf aan het woord.

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Podcast MRA: Sleutel voor grote transities op vaak ‘vergeten’ bedrijventerreinen.

Nieuws

12-02-2024

Podcast MRA: Sleutel voor grote transities op vaak ‘vergeten’ bedrijventerreinen.

Bedrijventerreinen spreken vaak maar weinig tot de verbeelding. Veelal zijn het terreinen aan de rand van een gemeente, waar bezoekers alleen komen als ze er echt moeten zijn. Maar dat beeld is langzaam aan het veranderen. Niet alleen zijn bedrijventerreinen goed voor maar liefst een kwart van alle werkgelegenheid in de Metropoolregio Amsterdam (MRA), ze kunnen ook een essentiële rol spelen in de ontwikkeling naar een circulaire economie, rond de energietransitie en vergroening van de leefomgeving. Bedrijventerreinen lopen echter tegen grenzen aan, onder meer op het gebied van ruimte en energie. Hierover gaat de nieuwste podcast in de serie Metropoolregio Actueel. ‘Dit moet lokaal op de agenda.’

Tot een jaar of vijf geleden was sprake van een overschot aan bedrijventerreinen in de MRA, maar inmiddels zijn er tekorten in alle deelregio’s en in de meeste gemeenten in de regio. Dit brengt de balans tussen de groei van het aantal inwoners en werkgelegenheid in gevaar. Samenwerking van provincies en gemeenten is nodig om hiervoor de beste oplossingen te vinden, staat in het voorwoord van de Bedrijventerreinenstrategie van de MRA, die in februari 2024 wordt gepresenteerd.

Aan het woord in deze podcast van de Metropoolregio Amsterdam (MRA) komen Noord-Hollands gedeputeerde Esther Rommel, tevens bestuurlijk trekker van de Bedrijventerreinenstrategie van de MRA, Pieter Dijckmeester, directeur Projecten bij SADC en Cees-Jan Pen, lector van het lectoraat ‘De ondernemende regio’ aan de Fontys Hogeschool. 

Lees hier het hele bericht en luister de podcast.
 

Lees verder