Op donderdag 14 maart organiseert SKBN in samenwerking met Vakblad BT en ROm de live-stream ‘Zo borg je ruimte voor werk met de Omgevingswet’.
Leer hoe je het Omgevingswet-instrumentarium zo optimaal mogelijk aanwendt voor economisch ruimtegebruik. 

 

KLIK HIER OM DIT EVENT TOE TE
VOEGEN AAN JE AGENDA

Dit kun je verwachten:

  • Wat de Omgevingswet anders maakt dan haar voorganger (de Wro) voor zover relevant voor het borgen en plannen van economische ruimte;
  • Wat de kerninstrumenten van de Omgevingswet zijn, zoals de ‘omgevingsvisie’, het ‘omgevingsplan’ en het ‘programma’ waarin sectorale doelen kunnen worden vastgelegd;
  • Hoe deze en afgeleide instrumenten kunnen worden aangewend om economische ruimte te borgen en te plannen;
  • Hoe het proces van ruimtelijke planvorming precies in elkaar steekt en hoe ‘economie’ daar het beste bij kan aanhaken.

De Omgevingswet voor het economische domein

De Omgevingswet wordt bij het bedrijfsleven, en in mindere mate ook bij economische afdelingen van overheden, vereenzelvigd met juridische trajecten en vooral beroepsprocedures.

Maar de Omgevingswet biedt ook het raamwerk voor gezamenlijke visie- en planvorming voor het borgen van ruimte vóór bedrijven en economische ontwikkeling.

Basisprincipe van de nieuwe wet is om functies ruimtelijk evenwichtig toe te delen. Dat doe je in overleg, met collega-ondernemers, met sectoren binnen de (gemeentelijke) overheid en met belanghebbende omwonenden. Geen zaak dus van alleen juristen. Sterker: daar moet je als economisch-ruimtelijk vakprofessional bij zijn!

Het spel van ruimtelijke planvorming wordt vooral goed begrepen door het woondomein, die traditioneel nauw verwant is met het ruimtelijk ordening-domein. Om te voorkomen dat ruimte voor economie wéér op de tweede plaats komt, is het zaak dat het economische domein – of het nu het bedrijfsleven of de overheid is – in een vroeg stadium bij het spel van de ruimtelijke planvorming aanhaakt. 

Programma Ruimte voor Economie

Om ruimte te geven aan economische transities wil EZK-minister Micky Adriaansens dat er tot 2050 15 procent meer ruimte komt voor economie: van 2,6 procent landbeslag nu naar 3 procent in 2050, aldus haar in oktober gepresenteerde programma Ruimte voor Economie.

Dat ‘programma’ is een omgevingswetinstrument waarin sectorale doelen worden vastgelegd. Samen met de omgevingsvisie (op nationaal niveau de Nota Ruimte) zijn programma’s de belangrijke instrumenten van de Omgevingswet voor beleidsontwikkeling.

Het borgen en plannen van economische ruimte zal uiteindelijk decentraal moeten worden afgehecht, met regionale en lokale omgevingsvisies, lokale programma’s en decentrale regels zoals lokale omgevingsplannen waarin ruimte voor werk juridisch is geborgd
 

KLIK HIER OM DIT EVENT TOE TE
VOEGEN AAN JE AGENDA

 

Programma 

11.00 uur - Welkom Jan Jager, hoofdredacteur BT

Q&A: Nationaal Programma Ruimte voor Economie
In gesprek met Kristel Wattel-Meijers, programmamanager werklocaties, ministerie van EZK

11.05 uur - Introductie: Omgevingswet als kans voor het borgen van ruimte voor werk  - Willem Buunk, managing consultant, Berenschot

11.15 uur - Praktijkcasus Metropoolregio Rotterdam Den Haag
Jeroen Kraaij, strateeg Werklocaties Gemeente Den Haag

11.25 uur - Reacties panel
Kristel Wattel-Meijers, programmamanager werklocaties, ministerie van EZK
Frank den Brok, wethouder economie gemeente Oss, voorzitter pijler economie & werk G40-stedennetwerk
Willem Buunk, managing consultant, Berenschot

11.40 uur - Praktijkcasus Groene Metropoolregio Arnhem Nijmegen 
Michel Hek, speerpuntcoördinator Toekomstbestendige Werklocaties

11.50 uur - Reacties panel

12.05 uur - Beantwoording kijkersvragen en afronding

12.15 uur - Einde

 

KLIK HIER OM DIT EVENT TOE TE
VOEGEN AAN JE AGENDA

 

Facts & figures

Wat: Live stream
Wanneer: Donderdag 14 maart 2024
Hoelaat: 11.00 uur tot 12.15 uur
Voor wie: Iedereen die bezig is met het borgen en plannen van economische ruimte, van panden tot complete werkgebieden en het regionale fysieke vestigingsklimaat
Waar: Het is een online uitzending (interactief)
Kosten: Deelname is gratis

Nieuws
Rotterdam behaalt doelstelling voor behoud bedrijfsruimte
Rotterdam behaalt doelstelling voor behoud bedrijfsruimte

Rotterdam is de eerste stad in Nederland die een expliciete doelstelling heeft geformuleerd voor het behoud van bedrijfsruimte én deze heeft gerealiseerd. De ambitie van het college voor deze bestuursperiode was om het totale aantal vierkante meters bedrijfsruimte minimaal op peil te houden. Die opgave is ruimschoots gehaald: per saldo is er zelfs 70.657 m² bedrijfsruimte bijgekomen.De totale voorraad bedrijfsruimte in Rotterdam bedraagt momenteel 4.335.128 m² bvo. Sinds 1 juli 2022 is deze voorraad gegroeid met 70.657 m². Om de doelstelling te behalen startte de gemeente het Actieplan Bedrijfsruimte.Wethouder Robert Simons (o.a. Economie): “We hebben als college een duidelijke economische koers gekozen: ruimte voor Rotterdamse ondernemers. Die aanpak werkt. Rotterdam is de eerste gemeente die haar doel voor bedrijfsruimte heeft vastgesteld én gehaald en daarmee de neerwaartse trend keerde. Daarmee blijft de maakindustrie in de stad, behouden we banen en zorgen we dat Rotterdammers ook in de toekomst kunnen rekenen op vakmensen.”Een concreet voorbeeld van hoe dit collegebeleid in de praktijk wordt gebracht, is het behoud van ruimte voor de maritieme maakindustrie op het voormalige Hunter Douglas-terrein op Zuid. Deze sector is van vitaal belang voor zowel de Rotterdamse als de nationale economie. Waar de afgelopen jaren veel bedrijventerreinen zijn getransformeerd voor woningbouw, is hier bewust gekozen voor een trendbreuk. Herontwikkeling was alleen toegestaan onder de voorwaarde dat minimaal 33.000 m² bedrijfsruimte behouden zou blijven.Bedrijventerreinen hebben niet alleen een essentiële maatschappelijke functie als werkplaats van de samenleving; 40 procent van de werkzame Nederlanders heeft een baan op een bedrijventerrein. Op bedrijventerreinen wordt 30 procent van het Bruto Nationaal Product (BNP) verdiend.

06-02-2026
Nieuws
Gemeente Helmond en provincie kopen vastgoed Automotive Campus
Gemeente Helmond en provincie kopen vastgoed Automotive Campus

De provincie Noord-Brabant en de gemeente Helmond willen het vastgoed van de Automotive Campus overnemen van Bouwbedrijf Van de Ven. Met de voorgenomen aankoop krijgt de campus één publieke eigenaar. De voorgenomen aankoop past in een bredere trend van overheden die strategisch campusvastgoed zelf in bezit nemen.De gemeente Helmond en de provincie Noord-Brabant hebben een intentieovereenkomst gesloten met Bouwbedrijf Van de Ven over de voorgenomen aankoop van het vastgoed op de Automotive Campus in Helmond. Als de overname doorgaat, komt de campus volledig in publieke handen. De aankoop is nog afhankelijk van een due diligence-onderzoek en goedkeuring door de gemeenteraad van Helmond, Provinciale Staten en de directie van het bouwbedrijf.De gebouwen op de campus zijn momenteel eigendom van Bouwbedrijf Van de Ven uit Veghel. Het bedrijf heeft de campus in ongeveer vijftien jaar tijd ontwikkeld tot een internationaal opererende innovatieomgeving op het gebied van mobiliteit en automotive. De omliggende gronden zijn al in bezit van de gemeente en de provincie. Met de aankoop van het vastgoed ontstaat één publieke eigenaar die zowel grond als gebouwen in handen heeft.Niet op financieel rendement sturenVolgens het Eindhovens Dagblad (ED) speelt bij de aankoop nadrukkelijk de wens om ongewenste (buitenlandse) investeerders buiten de deur te houden. Gemeente en provincie willen voorkomen dat het vastgoed in handen komt van een partij die primair op financieel rendement stuurt. Daarbij bestaat volgens hen het risico dat functies als onderwijs, start-ups en onderzoeksactiviteiten onder druk komen te staan als maximale winst leidend wordt.De afgelopen periode hebben de drie partijen verschillende constructies onderzocht om de campus verder te ontwikkelen. Er is langdurig gesproken over samenwerking tussen publieke partijen en het bouwbedrijf. Uiteindelijk bleek een gezamenlijke structuur volgens betrokkenen te complex. Ook speelde de vraag wat er op termijn met het vastgoed zou gebeuren als het in private handen zou blijven. ‘We hadden vertrouwen in een samenwerking met Van de Ven. Fundamentele bedenkingen hadden we over wat er daarna kan gebeuren: wat als zij de campus verkopen? Daar liep het vast’, aldus Brabants gedeputeerde Stijn Smeulders in het ED.Directeur Frank van de Ven zegt dat hij bereid is het vastgoed te verkopen aan de publieke partijen en dat hij andere geïnteresseerde kopers heeft geweigerd. Hij stelde dat continuïteit van de campusontwikkeling voor hem belangrijker was dan het behalen van de hoogste prijs.Invloedrijke campusDe Automotive Campus geldt als een van de economische pijlers van Helmond. Automotive is, naast Food(tech) en hightechsystemen en materialen (HTSM), een van de drie topsectoren in het economisch beleid van de stad. Op de campus werken bedrijven, onderwijsinstellingen en onderzoeksorganisaties samen aan vraagstukken rond onder meer elektrificatie, digitalisering, veiligheid en verduurzaming van mobiliteit. De campus behoort volgens betrokken partijen tot de twintig meest invloedrijke campussen van Nederland.Wethouder Martijn de Kort (Economische Zaken) spreekt in een toelichting op LinkedIn over een volgende fase in de ontwikkeling van de campus, waarbij het doel is om “grip te houden en te vergroten op de ontwikkeling en richting” van de locatie. Hij wijst op het belang van een ecosysteem waarin onderwijs, ondernemers en overheden samenwerken en waar ruimte is voor zowel start-ups als gevestigde bedrijven. De aankoop moet volgens hem bijdragen aan een stabiele basis voor verdere groei.Campusvastgoed in overheidshandenDe stap van Helmond en de provincie past in een bredere ontwikkeling waarbij overheden vaker strategisch campusvastgoed in eigendom nemen. Op deze website werd vorig jaar al gesignaleerd dat campusvastgoed steeds vaker in publieke handen komt om maatschappelijke belangen en langetermijnontwikkeling te borgen. Campussen worden daarbij gezien als economische infrastructuur met een publieke functie, vergelijkbaar met andere strategische voorzieningen.Een recent voorbeeld is de Brainport Industries Campus (BIC) in Eindhoven. In maart 2025 werd cluster 1 van deze campus officieel overgedragen aan de gemeente Eindhoven, nadat de gemeenteraad had ingestemd met de aankoop van de Britse eigenaar Capreon. Met de overname wilde Eindhoven meer invloed krijgen op de strategische ontwikkeling van de campus en publieke functies, zoals onderwijs, veiligstellen. De Brainport Industries Campus huisvest meer dan veertig bedrijven, onderwijsinstellingen en onderzoeksorganisaties en speelt een belangrijke rol in het hightech maakindustrie-ecosysteem van de regio.Koopsom onbekendDe aankoop van campusvastgoed door overheden roept ook vragen op over risico’s en rendement. De betrokken bestuurders in Helmond en Noord-Brabant stellen dat het om een strategische investering gaat, maar doen nog geen uitspraken over de koopsom. Volgens hen moet de campus zich op termijn financieel kunnen bedruipen. De provincie heeft ervaring met deelnemingen in andere campussen, waar vergelijkbare constructies zijn toegepast.De komende maanden worden gebruikt voor verdere financiële, juridische en organisatorische uitwerking. Pas na afronding van het onderzoekstraject volgt formele besluitvorming. Als de betrokken bestuursorganen instemmen, krijgt de Automotive Campus één publieke eigenaar en sluit Helmond zich aan bij andere steden waar campusvastgoed wordt beschouwd als strategische economische infrastructuur die onder publieke regie wordt gebracht.Bron: BT Online.nl

11-02-2026
Aanmelden nieuwsbrief