Er liggen prachtige kansen voor ontwikkelaars om stedelijke transformatiegebieden zoals M4H, Schieoevers Delft en de Binckhorst nieuwe mixgebieden te realiseren van wonen én werken. Bovendien zijn dit vaak de plekken waar ruimte voor innovatieve bedrijven gewenst is. Steden wijzen in het bijzonder op het belang van voldoende betaalbare bedrijfsruimte te midden van andere functies (zoals wonen), en willen daarop sturen.

Maar in de praktijk kiezen marktpartijen vaak voor wonen. Als het niet voor opbrengstmaximalisatie is, dan wel voor het sluiten van de grex. En marktpartijen gegeven vaan de voorkeur aan ‘pure play’. Óf wonen, óf werken.

Ontwikkelaars onderkennen het maatschappelijke belang van gemengde omgevingen. NEPROM-voorzitter Desirée Uitzetter verklaarde op het BT Event 2023 dat het patroon van monofunctionele woonomgevingen moet worden doorbroken, om uiteindelijk betere steden te krijgen, zodat stedelingen niet alleen kunnen wonen, maar ook werken. En vitale voorzieningen onder handbereik hebben.

MRDH VASTGOEDDEBAT op de PROVADA
Hoe kunnen gemeente en markt optimaal samenwerken bij het realiseren van voldoende betaalbare bedrijfsruimte in stedelijke transformatiegebieden?

Die vraag staat centraal tijdens het MRDH Vastgoeddebat ‘Ruimte voor wonen én werk in stedelijke transformatiegebieden’ dat de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) samen met SKBN/Vakblad BT voor economische gebiedsontwikkeling op dinsdag 11 juni op de PROVADA organiseren, om 10.00 uur in ruimte E107.
 

De initiatiefnemers roepen in het bijzonder vastgoedontwikkelaars op aan te schuiven bij deze ‘marktconsultatie’. Doe mee en geef samen met collega’s vanuit het gemeentelijk domein vorm aan de stad van morgen!


PROGRAMMA (ov)

10.00 uur
Welkom namens gastheren door moderator Jan Jager (BT)

10.05 uur
Stedelijke transformatiegebieden: sturen op ruimte voor werk
Korte pitches vanuit gemeenten. Hoe stuur je op betaalbare ruimte voor werk: de stok, of de wortel? Gebieden en instrumentaria onder de loep.

.Programma Innovatiedistrict Delft: sturingsprincipes
Jeanet van Antwerpen, programmadirecteur Innovatiedistrict Delft
.M4H Rotterdam
David Louwerse, gebiedsadviseur Ruimtelijke Economie Gemeente Rotterdam
 

10.25 uur
Ontwikkelaars aan het woord: visie op ruimte voor wonen én werken
Wat hebben ontwikkelaars nodig om (betaalbare) ruimte voor werken te realiseren in stedelijke mixgebieden?

.NEPROM
Fahid Minhas, directeur
.AM Gebiedsontwikkeling
Mieke Verschoor, manager Mixed Zones
.Amvest
Olga Wagenaar, ontwikkelmanager

10.45 uur
Gezamenlijke roundup: actieagenda 2025-2030

11.00 uur
Einde – Lunch op stand Gemeente Den Haag/Rotterdam

 


PRAKTISCHE INFORMATIE
Wat: BT-SKBN/MRDH Vastgoeddebat: ruimte voor wonen én werk in stedelijke transformatiegebieden
Datum: Dinsdag 11 juni, 10.00 – 11.00 uur;
Locatie: PROVADA, zaal E107
Voor wie: Iedereen die op de PROVADA aanwezig is en gelooft in gebalanceerde steden en ook zelf, dan wel met ontwikkelpartners, meer wil ontwikkelen dan huizen alleen.
Kosten: Geen, wel dien je een toegangsticket voor de PROVADA te hebben.
Aanmelden: Niet nodig, iedereen welkom tot zover de zaalcapaciteit toelaat.
Meer informatie: Mieke Naus, [email protected]

 

 

Nieuws
Utrecht zet nieuwe stap richting circulair bedrijvenpark Strijkviertel
Utrecht zet nieuwe stap richting circulair bedrijvenpark Strijkviertel

De gemeente Utrecht heeft een belangrijke stap gezet richting de ontwikkeling van het vernieuwende en circulaire bedrijvenpark Strijkviertel. Het bestemmingsplan voor het gebied is onherroepelijk geworden. Met deze mijlpaal kan de ontwikkeling van dit innovatieve bedrijvenpark definitief van start gaan.Wethouder Susanne Schilderman (Circulaire Economie):“Met Strijkviertel bouwen we aan de economie van de toekomst. Hier kunnen bedrijven zich vestigen die bijdragen aan een circulaire en duurzame stad. Strijkviertel wordt een motor voor lokale, duurzame werkgelegenheid én dankzij de toevoeging van veel groen, een bijzondere en prettige plek om te werken en te verblijven.” Eerste circulaire bedrijvenpark van Utrecht Strijkviertel wordt het eerste circulaire bedrijvenpark van Utrecht en voorlopig ook het laatste bedrijvenpark dat de gemeente uitgeeft. Het wordt een voorbeeldlocatie voor duurzaam en toekomstbestendig ondernemen. Circulariteit en hoogwaardige inrichting staan centraal: door efficiënt ruimtegebruik wordt de beschikbare grond optimaal benut, terwijl er volop aandacht is voor een groene en aantrekkelijke werkomgeving. Het bedrijvenpark biedt kavels van verschillende omvang, waardoor er ruimte is voor uiteenlopende bedrijven om samen te werken aan nieuwe duurzame initiatieven. Op het terrein komt ruimte voor bedrijven die circulariteit in hun kernactiviteiten hebben verankerd: van hergebruik van materialen en reparatieactiviteiten tot het minimaliseren van afval en het sluiten van grondstofketens. De eerste stappen in de ontwikkeling van het bedrijvenpark worden al snel gezet. Het klaarmaken van de grond voor de bouw start dit jaar. De start van de bouw staat gepland voor 2028. Duurzame banen dichtbij huis Voor Utrechters en Utrechtse bedrijven betekent Strijkviertel een impuls voor duurzame werkgelegenheid dichtbij huis. Het bedrijvenpark biedt ruimte aan circa 1.900 banen en creëert kansen voor lokale vakmensen en ondernemers die willen bijdragen aan een circulaire economie. Denk aan bedrijven die bouwmaterialen hergebruiken, reparatiebedrijven, producenten die werken met gerecyclede grondstoffen of ondernemingen die reststromen van andere bedrijven als grondstof inzetten. Tender voor eerste kavelveld in 2026 Dit jaar start de gemeente de tender voor de ontwikkeling van het eerste kavelveld van Strijkviertel. De gemeente zoekt ontwikkelpartners die dit deel van het terrein willen realiseren volgens de circulaire ambities van het bedrijvenpark en daarbij een positieve impact hebben op het economische klimaat van de stad. Geïnteresseerde ontwikkelpartners kunnen meer informatie vinden op www.utrecht.nl/strijkviertel

02-03-2026
Opinie
'Zie bedrijventerreinen niet langer als geïsoleerde zones’
'Zie bedrijventerreinen niet langer als geïsoleerde zones’

Bedrijventerreinen moeten niet langer uitsluitend worden bekeken als afgebakende werkgebieden met een functionele of logistieke rol. Volgens Karel Van den Berghe, planoloog en universitair hoofddocent ruimtelijke planning en stedelijke ontwikkeling aan de TU Delft, vraagt de veranderende economie om een bredere blik op de rol van deze gebieden.‘Van oorsprong zijn bedrijventerreinen een organisatorisch, topografisch en defensief concept, het gaat om zoveel vierkante meters, zoveel banen en zoveel milieuruimte’, zegt Van den Berghe.  Lange tijd was dat volgens de universitair hoofddocent - en lid van de Adviesraad van SKBN - een logische manier om economische functies ruimtelijk te ordenen. Maar die manier van kijken past volgens hem steeds minder goed bij de economische werkelijkheid van nu. Ook in het ruimtelijk debat worden bedrijventerreinen volgens hem nog vaak te beperkt benaderd. ‘Bedrijventerreinen worden vaak vergeten of puur technisch en logistiek ingestoken, en komen als laatste aan bod bij het bedenken en ontwerpen van stedelijke en regionale systemen’, zegt hij.  Daarmee raken ze gemakkelijk op de achtergrond in discussies over woningbouw, gemengde gebieden en stedelijke ontwikkeling. Historisch gegroeid perspectief De planoloog plaatst die onderwaardering nadrukkelijk in een historische context. Volgens hem is het klassieke denken over bedrijventerreinen sterk verbonden met het economische tijdperk waarin nationale economieën en sectoren centraal stonden.  ‘Veel concepten die we vandaag gebruiken, hebben een origine in verschillende momenten in deze verschillende tijdperken.’  ‘Tijdens Bretton Woods, met naties als dominante organisatie, was het handig om vergelijkingen tussen deze naties en activiteiten te maken. Hieruit komen de concepten van bruto nationaal product en “economische sector”.’ Het brede gebruik van bedrijventerreinen kwam volgens Van den Berghe pas echt op gang vanaf de jaren zeventig, toen de globalisering op stoom kwam.  ‘Om deze groei in economie te sturen, werden bedrijventerreinen een essentieel planologisch instrument om deze te bundelen, op zoek naar agglomeratievoordelen en specialisatie, en vooral het beheersen van externe factoren, zoals logistiek, lawaai of geur.’ In die zin waren bedrijventerreinen tegelijk aanjager en beheersinstrument van economische groei. Volgens de universitair hoofddocent aan de TU Delft veranderde dat tijdens de periode van hyperglobalisering ingrijpend. Nederland wist zich sterk te positioneren in handel, logistiek en internationale dienstverlening.  ‘Voor de immateriële diensten zijn het best gekend de gebiedsontwikkelingen Amsterdam-Zuid of de Kop van Zuid in Rotterdam’, zegt hij.  ‘Op het andere aspect was er geen plek in de wereld die zo goed zijn havens en infrastructuur uitbouwde om de enorme groei van logistiek tijdens hyperglobalisatie te accommoderen.’ Die ontwikkeling had ook gevolgen voor de positie van bedrijventerreinen buiten de grote logistieke en stedelijke knooppunten.  ‘Bedrijventerreinen, althans die buiten de havens, werden steeds minder belangrijk. De bedrijventerreinen, en al zeker die in of nabij grote steden, die tijdens hyperglobalisatie wel nog overbleven, daarvan kan men vandaag stellen dat die het volhielden ondanks en niet dankzij de ruimtelijke ordening.’Bedrijventerrein als schakel Volgens de TU Delft-onderzoeker is dat oude perspectief nog steeds zichtbaar in de manier waarop bedrijventerreinen vandaag worden benaderd.  Ook nu ziet hij dat terreinen in en nabij steden geregeld worden herontwikkeld vanuit een discours van creativiteit, menging of circulariteit, maar dat de uitkomst vaak vooral residentieel of commercieel is. ‘Eerst met het “omarmende” of “zalvende” discours van “creatief”, “woon/werk milieus”, “circulair” of “gemengd ontwikkelen”, maar in realiteit vaak toch wel overwegend richting residentieel en commercieel landgebruik.' Tegelijk vindt de van origine Vlaming dat juist nu een andere blik nodig is. Volgens hem leven we in een periode waarin deglobalisering, geopolitieke spanningen en kwetsbare ketens de economie veranderen. Dat betekent volgens de planoloog niet het einde van het bedrijventerrein. ‘Integendeel’, zegt hij, juist een herwaardering ervan.‘Bij veel herontwikkelingen van bedrijventerreinen in of nabij grote steden zie je nu al dat ze moeilijk bereikbaar, betaalbaar en afrondbaar zijn. En de grote schokken moeten waarschijnlijk nog komen.’ Van den Berghe benadrukt met name dat bedrijventerreinen niet als losse locaties moeten worden gezien, maar als onderdelen van een groter systeem.  ‘We moeten bedrijventerreinen niet langer zien als geïsoleerde zones, maar als onderdelen van een groter, cross-sectoraal netwerk dat innovatie, veerkracht en maatschappelijke waarde genereert’, zegt hij.  Daarmee verschuift ook de betekenis van zulke gebieden: niet alleen wat er direct op het terrein gebeurt telt, maar ook de rol die het speelt in bredere productieketens, logistieke structuren en samenwerkingsverbanden. De universitair hoofddocent wijst daarbij op plekken als Eindhoven, Leuven, Gent, Delft en Leiden. Zulke terreinen zijn volgens hem succesvol omdat ze ‘de kracht van de stad benutten - toegang tot talent en nabijheid van politieke en financiële centra - en tegelijk genoeg ruimte bieden om echt bedrijventerrein te zijn’.  Maar, voegt hij eraan toe: ‘Ze staan nooit op zichzelf. Ze zijn onderdeel van een groter netwerk van bedrijven en terreinen.’ Meer dan BNP en werkgelegenheid Volgens Van den Berghe gaat het mis als bedrijventerreinen alleen worden verdedigd met cijfers over banen, rendement of bruto nationaal product (BNP). ‘Toch worden die terreinen vaak verdedigd met simpele argumenten: hun aandeel in het BNP of het aantal banen dat ze opleveren.'  ‘Maar dit soort argumenten zijn vooral defensief en ‘calimero achtig’.’ Daarmee blijft volgens hem buiten beeld wat bedrijventerreinen maatschappelijk en economisch mogelijk maken. Een van de voorbeelden die hij noemt, is circulariteit. Die ontstaat volgens hem lang niet altijd op één locatie, maar juist in netwerken tussen bedrijven op verschillende terreinen.  ‘Ons recente onderzoek laat bijvoorbeeld zien dat circulariteit in Nederland juist wordt gedragen door de goede samenwerking tussen bedrijven verspreid over verschillende bedrijventerreinen.’ Juist daarom is volgens de planoloog een ‘vernieuwende manier van ruimtelijk-economisch denken nodig, die verder gaat dan ‘rendement’, ‘BNP’, ‘topsector’, ‘winst’ of ‘aantal banen’. Die andere manier van denken heeft volgens hem ook gevolgen voor de ruimtelijke planning. De betekenis van zonering kan de komende jaren kantelen.  ‘Zonering zal in dit geval niet zoals vanaf de jaren 1970 zorgen voor het beperken van de ‘last’ van bedrijventerreinen, maar zonering zal er steeds meer voor zorgen dat bedrijventerreinen steeds minder 'last' hebben van de stad.’  'De kijk op bedrijventerreinen, stedelijke omgevingen en havengebieden moet anders. Beschouw ze niet als losse werelden, maar als onderdelen van hetzelfde economische en maatschappelijke systeem.'

31-03-2026
Aanmelden nieuwsbrief