SADC, gemeente Haarlemmermeer, Port of Amsterdam en gemeente Amsterdam hebben de ambitie om werklocaties volgens circulaire principes te ontwikkelen.

De urgentie is hoog. De ontwikkeling van werklocaties leidt tot een groot beslag op energie, materialen en water. Het grootste deel van dit gebruik vindt plaats door ontwikkelaars en ondernemers bij de realisatie en exploitatie van bedrijfsgebouwen. Alleen al in de Metropoolregio Amsterdam vinden tot 2030 nog 1.500 gronduitgiftes plaats. De relatief korte levensduur van bedrijfsgebouwen en werklocaties, maakt het nog belangrijker om na te denken over adaptiviteit van locaties en herbruikbaarheid van materialen. Voor meerdere locaties en bedrijfsgebouwen die nu gerealiseerd worden, geldt dat ze nog tijdens de periode van het klimaatakkoord (tot 2050) worden herontwikkeld.

In de dagelijkse praktijk van gebiedsontwikkeling zien we een kloof tussen ambitie en realisme. Samen met Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (SKBN) is daarom een praktijkonderzoek uitgevoerd naar manieren om deze kloof te overbruggen. Door een multidisciplinair team (Metabolic, APTO Architects, Ecorys en Akro Consult) is een afwegingskader voor circulaire gronduitgifte opgesteld. Dit afwegingskader is een hulpmiddel om de samenwerking tussen gebiedsontwikkelaars, markt en overheid goed vorm te geven. Deze samenwerking concentreert zich rondom de uitgifte van gronden; het moment waarop verantwoordelijkheden en ambities worden overgedragen en ook geborgd moeten worden. Hier wordt de basis gelegd voor een circulaire bouw, exploitatie en uiteindelijk hergebruik van de bedrijfsgebouwen.

Tijdens de Week van de Circulaire economie, op vrijdag 18 januari 2019 van 13:00 tot circa 15:30 uur, wordt het Afwegingskader circulaire gronduitgifte werklocaties gelanceerd. Dit zal plaatsvinden bij co-working space C-Bèta aan de Rijnlanderweg 916 in Hoofddorp. Tijdens dit evenement wordt het afwegingskader toegelicht door het onderzoeksteam en gaan we graag met elkaar in discussie over de toepassing van de resultaten. Bent u benieuwd? U kunt zich via info@sadc.nl aanmelden.

card image

Event

2019-05-15
Studiereis naar Parijs

Event

2019-05-15

Studiereis naar Parijs

Grand Paris, pionier in duurzaamheid 

Van woensdag 15 mei tot vrijdag 17 mei 2019 organiseert de SKBN een werkbezoek aan Parijs. Parijs: de stad van literatuur, wetenschap, kunst en economie, maar ook de stad van de guillotine, mei ’68, gele hesjes. Je zou haast vergeten dat Parijs ook gewoon een stad is. Eigenlijk is het een staat in een staat, waar ontzettend veel gebeurt op het vlak van duurzame stedelijke ontwikkeling.

De Fransen doen daarbij geen half werk. Een traditie die begon met de grote verbouwing van ‘de lichtstad’ door Baron Haussmann in de tweede helft van de negentiende eeuw, duurt nog altijd voort. De Métropole du Grand Paris, die met centrumstad Parijs en voorsteden Hauts-de-Seine, Seine-Saint-Denis en Val-de-Marne een gebied van 814 km2 beslaat, pioniert op het gebied van duurzame energie, duurzame gebiedsontwikkeling en duurzame mobiliteit. Drie ontwikkelingen die we centraal stellen tijdens ons drie dagen durende programma. 

Eerste operationele smart grid

Parijs beschikt over het eerste operationele smart grid van de wereld: het IssyGrid in Issy-les-Moulineaux. Voor warmtevoorziening experimenteert de Parijse regio al 40 jaar met geothermie. Parijs is momenteel hét Europese centrum voor nieuwe boringen naar aardwarmte. In het centrum van Parijs bestiert energiebedrijf ENGIE het grootste koude-netwerk van Europa met water uit de Seine. Ook als publieke opdrachtgever zet Parijs de toon. De gemeente pioniert met een lifecycle-contract voor openbare verlichting ter waarde van €800 miljoen.

Eerste circulaire bedrijfspark

Ondertussen bouwt de stad nieuwe ‘quartiers’ die voldoen aan de hoogste standaarden voor duurzaamheid en circulariteit, zoals het Clichy-Batignolles ecodistrict in het 17de arrondissement (opgeleverd in 2012). Een Nederlands team onder leiding van architectenbureaus RAU, karres+brands en SeARCH werkt aan het eerste circulaire bedrijfspark Triango als onderdeel van de ‘Inventons la Metropole de Grand Paris’: de grootste Europese competitie voor stedenbouw, architectuur en openbare ruimte.

Duurzame mobiliteit

De burgemeester van Parijs maakte de rechteroever van de Seine autovrij, dieselauto’s gaan vanaf 2025 in de ban. In een unieke samenwerking met de gemeente Parijs biedt Groupe Renault – Europa’s grootste fabrikant van elektrische auto’s – elektrische mobiliteit aan inwoners en bezoekers van Parijs en Île-de-France. Ondertussen werken Franse ingenieurs aan de Grand Paris Express: een derde metronetwerk met 160 kilometer nieuw spoor verdeeld over vier nieuwe lijnen met in totaal 60 nieuwe stations. Het nieuwe net ligt voor 90 procent ondergronds en moet in 2024 klaar zijn voor de duurzaamste Olympische spelen ooit.

De grootste stad van de post-Brexit EU (als dat allemaal doorgaat) telt inclusief voorsteden ruim 7 miljoen inwoners en is meer dan de ingeslapen wereldstad waar ze wel eens voor wordt gehouden. De hoofdstad van Frankrijk is dé toonaangevende hoofdstad van duurzame urbane ontwikkeling. De SKBN nodigt u uit om dit zelf te gaan bekijken, waarbij we focussen op duurzame energie, duurzame gebiedsontwikkeling en duurzame mobiliteit, maar ook de positie van de Métropole du Grand Paris in de Europese en mondiale economie belichten.

Kortom: hoe Parijs ondanks de woelige baren stug voortbouwt op de idealen die de stad hebben gemaakt tot wat ze nu is. En hoe de metropool zich blijft vernieuwen op technologisch, economisch en cultureel vlak, met een stevig maakbaarheidgeloof dat de tandem overheid–bedrijfsleven tot grote prestaties heeft gebracht en nog steeds brengt. 

MELD JE NU AAN VIA: HTTPS://KENNISLAB.TYPEFORM.COM/TO/RDM9FN

Lees verder

Achtergrond

card image

13-03-2019

Van kostenpost naar verdienmodel: circulaire lessen uit Circl

Achtergrond

13-03-2019

Van kostenpost naar verdienmodel: circulaire lessen uit Circl

Van kostenpost naar verdienmodel. Met een circulaire benadering kunnen we veel meer waarde halen uit onze omgeving. Voor ABN AMRO betekent een omslag naar de circulaire economie ook dat nieuwe financieringsvormen nodig zijn. ‘We moeten ons gaan realiseren dat we in een circulaire economie echt anders moeten gaan denken en doen’, zegt Petran van Heel, sectorbanker bouw bij ABN AMRO.

Dit interview komt uit vakblad BT#1 en is onderdeel van een special over de circulaire economie. De special verschijnt eind maart. BT Magazine is hét vakblad voor iedereen die zich bezighoudt met regionale innovatiekracht en vestigingsklimaat. 

De Amsterdamse Zuidas kenmerkt zich door glimmende kantoorgebouwen en hoogbouw in aanbouw. Aan de voet van een van de hoogste kantoortorens in het gebied, het 105 meter hoge hoofdkantoor van ABN AMRO, staat een opvallend onopvallend gebouw: Circl. Het paviljoen is sinds het najaar van 2017 geopend en bevat naast een aantal conferentie- en vergaderzalen, een exporuimte en een restaurant met rooftopbar en ontmoetingsplek voor het publiek.

Circl biedt voor ABN AMRO niet alleen extra ruimte. Het is ook een gedurfd voorbeeld voor de visie van de bank op circulair vastgoed. Maar niet het hele gebouw is van de bank. ‘Deze lift bijvoorbeeld niet’, vertelt Van Heel, terwijl we onderweg zijn naar de rooftopbar op de bovenste etage van Circl. ‘De installatie blijft eigendom van leverancier Mitsubishi, ABN AMRO betaalt per liftbeweging een bedrag.’ Het is een voorbeeld van een product-as-a-service, ABN AMRO neemt de lift af als dienst. Dat heeft een aantal voordelen. De verantwoordelijkheid voor ontwerp, exploitatie én eindwaarde is in een hand. Van Heel heeft zelf een achtergrond als vastgoedontwikkelaar. ‘Ik heb heel wat gebouwen neergezet, ook hoogbouw. We selecteerden altijd de liftenleverancier die met de laagste bouwkosten inschreef. Maar dat bedrag zegt niets over het energieverbruik of de onderhoudskosten. Laat staan eindwaarde of mogelijkheden van het materiaal aan einde van de levenscyclus. Voor Circl hebben we gekozen het begrip kosten veel breder te trekken: de kosten én opbrengsten over de gehele levenscyclus, en daarna. Dat is van lineair naar circulair.’

Van Square naar Circl

De totstandkoming van Circl was geen vanzelfsprekendheid. De oorspronkelijke – al goedgekeurde – plannen gingen uit van een meer traditioneel paviljoen dat weliswaar erg duurzaam was, maar niet circulair. Aanleiding om anders te gaan nadenken over het eigen grondstofgebruik was de sloop van een gebouw van ABN AMRO aan het Rokin in Amsterdam. De chique natuurstenen gevel van dat gebouw bleek niet herbruikbaar. Zelfs wanneer het geïmporteerde natuursteen gratis werd weggegeven, bleek er geen interesse te zijn vanuit de markt. Vervolgens is het materiaal als puin afgevoerd, vergruisd en waarschijnlijk als onderlaag onder een snelweg toegepast.

Omdat er al een uitgewerkt plan voor een conventioneel paviljoen was uitgewerkt (laten we dat Square noemen), is het mogelijk het materiaalgebruik van een circulair gebouw (Circl) en een niet-circulair gebouw (Square) te vergelijken. Voor Circl is 36 procent minder materiaal nodig, een reductie van 2400 ton beton, staal, aluminium, glas, hout en natuursteen. Doordat een deel van dat materiaal bovendien hergebruikt is, was voor Circl 39 procent minder primaire grondstoffen nodig.

Tijdens de ontwikkeling van Circl werd samengewerkt met New Horizons Urban Mining van Michel Baars. Dat bedrijf stond aan de basis van het Urban Mining Collective. Hierin werken ongeveer vijftien bedrijven samen om ‘sloopmaterialen’ opnieuw waarde geven. Ze oogsten materialen uit gebouwen en geven die een volgend leven in een nieuw gebouw. In Circl bestaat de houten vloer uit verzameld hardhout uit vijftien gebouwen – onder meer afkomstig van een oud klooster en de bar van voetbalclub TOP Oss. De karakteristieke hardhouten puien van de vergaderruimtes zijn afkomstig uit een oud Philips-gebouw in Hilversum. Wie goed kijkt, ziet dat ze eigenlijk niet helemaal passen in het stramien, waardoor de vergaderruimtes hier en daar een extra ‘passtukje’ hebben gekregen om de wand te sluiten. ‘Het valt eigenlijk pas op, als je het doorhebt.’

‘Materialen hebben vaak een andere levensduur dan de gebouwen waar ze in verwerkt zijn’, zegt Van Heel. ‘De circulaire economie vraagt om andere materialisering, terugneembare en modulaire concepten. En niet alleen hier op de Zuidas. Op werklocaties in het hele land zal dit principe belangrijker worden. Als je tegenwoordig niet duurzaam bent, in de zin van energietransitie, dan tel je eigenlijk niet meer mee. Maar circulariteit, de grondstoftransitie, staat nog aan het begin van een versnelling. In elke situatie kan je nadenken over de hoeveelheid grondstoffen die je verbruikt, welke grondstoffen dat zijn, demontabel bouwen, gemakkelijke reparatie, afvalreductie en andere verdienmodellen. Er zijn ook steeds meer bedrijven die materialen kunnen upcyclen, of ze op een andere manier als tweedehands bouwmaterialen inzetten. De echt innovatieve bedrijven verkopen deze materialen dan ook niet meer, die lenen je de grondstoffen uit als dienst, een product-as-a-service. Daar zie je de verschuiving van bezit naar gebruik. Dat is een principieel verschil van circulaire economie.’

Wat betekent dat concreet voor ondernemers?

‘Daar zijn we als bank nu over aan het nadenken: zo werken we bijvoorbeeld aan een project met de circulaire bedrijfshal van de toekomst. Maar ook: wat is nodig om bestaande bedrijfshallen nu al circulair te maken en welke circulaire verdienmodellen kunnen we daarbij ontwikkelen? De bedrijfshal-as-a-service is als een meccanodoos van onderdelen die uitbreiden, optoppen of inkrimpen en zelfs eenvoudig verplaatsen mogelijk moet maken. Tegelijkertijd zul je zien dat de markt voor tweedehands producten een vlucht gaat nemen; opgestuwd door de Milieuprestatie Gebouwen en de overheidsambitie om in 2030 50 procent circulair te zijn, gaan steeds meer ondernemers hier kansen zien.

‘Ik verwacht dat daardoor ook de eindwaarde van gebouwen weleens heel anders zou kunnen worden. Nu worden leegstaande gebouwen gezien als kostenpost, want ze moeten nog gesloopt en gestort worden. Maar vanuit het perspectief van urban mining staat er een bovengrondse mijn met waardevolle grondstoffen. Misschien zijn veel bedrijventerreinen wel toe aan een upgrade en worden de onderdelen iets waard voor nieuwe bedrijfshallen.

‘Ook leveranciers moeten hun producten en bijbehorende levenscyclus onder de loep nemen. Ontwerpers moeten beginnen met producten te ontwerpen die minder grondstoffen nodig hebben, lang blijven functioneren, gemakkelijk te repareren zijn en natuurlijk weinig energie verbruiken. Als het lukt om een gebouw te ontwikkelen dat energie levert en aan het eind van de gebruiksduur meer waarde heeft als geheel of in onderdelen, dan heb je een winnende businesscase in de circulaire economie.’

Hoe kan een bank circulariteit financieren?

‘Geld is an sich een heel circulair verdienmodel. Maar verduurzaming gaat niet alleen over geld, het gaat ook over kennis en netwerk. Mijn collega’s en ik praten met heel veel bedrijven en we bieden op veel verschillende plekken financiering. De grondstoffentransitie is niet alleen in de bouwsector gaande, maar ook in de industrie, de retail en de logistiek. We faciliteren kruisbestuiving en kennisuitwisseling waar dat kan.

‘Maar ook onze eigen financieringsproducten maken we passend voor de circulaire economie. Nu de verschuiving van bezit naar gebruik ook in gebouwen postvat, moeten we ons als bank gaan afvragen welke delen van een gebouw we straks nog financieren en welke partij. Is het de eigenaar, de gebruiker, de bezitter van het product?! En hoe regel je dat? Dat maakt circulaire financiering nog tot een hele uitdaging. Maar, al doende leert men.’

Lees verder