Op 25 september informeerde minister Beljaarts van Economische Zaken de Tweede Kamer over de stand van zaken rond het programma Ruimte voor Economie. Ook bood hij de Ruimtelijke Economische Verkenning aan. 


In dit lunchwebinar wordt deze Kamerbrief mondeling toegelicht. Kristel Wattel (Programmamanager Werklocaties bij Ministerie EZ) praat ons bij over een aantal lopende onderzoeken vanuit het Ministerie over onder andere de ruimtebehoefte van de duurzame industrie, de circulaire economie en campussen, en over het sturen op ruimte voor werk met de Omgevingswet.

Sjoerd van Dommelen (Senior Beleidsmedewerker bij Ministerie EZ) zal een toelichting geven op de Ruimtelijke Economische Verkenning. 

Na beide presentaties is er uitgebreid de ruimte voor vragen.

Meer informatie een aanmelden

Nieuws
Kabinet borgt behoud ruimte voor economie in Nota Ruimte
Kabinet borgt behoud ruimte voor economie in Nota Ruimte

In de definitieve Nota Ruimte moet worden vastgelegd dat er op nationale schaal geen netto-afname van ruimte voor bedrijven ontstaat. Dat schrijft minister Elanor Boekholt-O'Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening in een brief aan de Tweede Kamer. Bij transformatie van bedrijventerreinen moet lokaal of regionaal compensatie plaatsvinden.‘Dit betekent niet dat er nergens een bedrijventerrein zal verdwijnen of kleiner zal worden’, schrijft de minister over de aanscherping van de Nota Ruimte aan de Tweede Kamer. Daarmee reageert het kabinet op aangenomen moties rond de Ontwerp-Nota Ruimte en op zorgen over de druk op werklocaties.De brief volgt op het Notaoverleg over de Ontwerp-Nota Ruimte en de stemmingen over 29 aangenomen moties. Boekholt-O'Sullivan informeert de Kamer mede namens meerdere bewindspersonen over de manier waarop het kabinet deze moties verwerkt in de definitieve Nota Ruimte.Ruimte voor bedrijvenVoor bedrijventerreinen wordt de lijn aangescherpt. Het kabinet wil bestaande terreinen beschermen en waar nodig strategisch uitbreiden. Bij transformatie moet ruimte voor bedrijvigheid lokaal of regionaal worden gecompenseerd. Daarmee krijgt bedrijfsruimte een steviger plek in ruimtelijke afwegingen.De keuze betekent volgens de minister niet dat ieder bedrijventerrein behouden blijft. Terreinen kunnen nog steeds verdwijnen, krimpen of transformeren, bijvoorbeeld voor woningbouw. Daar staat tegenover dat het verlies aan bedrijfsruimte elders moet worden opgevangen, zodat de totale ruimte voor bedrijven nationaal niet afneemt.Daarmee verschuift de discussie over transformatie van bedrijventerreinen. Het wordt minder een afzonderlijke lokale woningbouwafweging en meer een regionale keuze over de balans tussen wonen, werken, bereikbaarheid en economische ontwikkeling. Vooral in stedelijke regio’s kan dat zwaar wegen. Een recent conflict tussen Delft en de provincie Zuid-Holland laat zien hoe concreet die spanning kan worden. Ook vreest Delft bijvoorbeeld dat provinciale bescherming van ruimte voor zware bedrijvigheid woningbouw en campusontwikkeling belemmert, terwijl Zuid-Holland juist ruimte wil borgen voor bedrijven in hogere milieucategorieën.  SamenwerkingsagendaHet compensatiebeginsel wordt ook onderdeel van de Samenwerkingsagenda Ruimte voor Economie. Die agenda wordt onder leiding van de minister van Economische Zaken opgesteld met decentrale overheden. Het rijksbeleid daarin volgt uit het Nationaal Programma Ruimte voor Economie en de Ruimtelijk Economische Visie.Rik Enequist van werkgeversorganisatie VNO-NCW noemt de keuze van het kabinet op LinkedIn een belangrijke stap. Volgens hem hebben zowel VNO-NCW als MKB-Nederland gepleit voor nationale borging van economische ruimte, omdat ruimte voor ondernemers en bedrijven schaars is en beter beschermd moet worden.Voor werkgeversorganisaties gaat ruimte voor economie niet alleen over hectares. Enequist wijst onder meer op innovatie, maakindustrie, logistiek, verduurzaming, circulaire bedrijvigheid, watergebonden functies en toekomstige banen. Die functies vragen vaak om locaties die niet eenvoudig elders zijn in te passen.Ook voor de circulaire economie wordt de Nota Ruimte aangescherpt. Het kabinet wil de ruimtelijke randvoorwaarden explicieter opnemen. Daarbij gaat het om duurzame energie, infrastructuur, milieuruimte en water. Actuele onderzoeken en het Nationaal Programma Circulaire Economie worden daarbij betrokken.Cees-Jan Pen, lector duurzame stedelijke transformatie bij Fontys, zegt in een reactie op LinkedIn dat het terecht is dat ruimte voor de circulaire economie in de Nota Ruimte een extra stevige plek krijgt. ‘Ook al is de ruimtevraag onduidelijk. Dit is een cruciale kanttekening aangezien we nog maar aan de vooravond staan van de circulaire transitie en veel onduidelijk is’, aldus Pen. Hij noemt de eerdere motie van kamerleden Ani Zalinyan (PRO) en Pieter Grinwis (ChristenUnie) om ruimtelijke randvoorwaarden circulair, maar ook duurzame energie, infrastructuur, milieuruimte en water expliciet op te nemen. ‘Bedrijventerreinen spelen een veel grotere rol dan menigeen denkt voor het faciliteren van dit soort opgaven. Ik ben benieuwd of het betrekken van de laatste inzichten uit het Nationale Programma Circulaire economie ook betekent dat de extra ruimtevraag van zeker 15 procent een plek gaat krijgen. We weten dat binnenhavens een cruciale hierbij spelen’, aldus Pen. Datacenters en energieVoor datacenters werkt het kabinet aan een geïntegreerde nationale aanpak. De Kamer krijgt daarover voor de zomer een aparte brief. De ruimtelijke kant van die aanpak wordt verwerkt in de Nota Ruimte, inclusief criteria voor hyperscale datacentra en aandacht voor groeiend verbruik.De ruimtelijke kant van de nationale datacenteraanpak wordt verwerkt in de definitieve Nota Ruimte. Daarbij betrekt het kabinet ook moties over datacenters, datakabels, hyperscale datacentra en de verwachte groei van het energieverbruik.Volgens de huidige planning van het ministerie van VRO zal de definitieve vaststelling van de Nota Ruimte later dit jaar plaatsvinden.Bron: BT Online.nl

08-06-2026
Achtergrond
Herontwikkeling van Spaanse Polder Rotterdam
Herontwikkeling van Spaanse Polder Rotterdam

Het bedrijventerrein Spaanse Polder is van strategisch belang voor de Rotterdamse economie. Buck Consultants International heeft de gemeente Rotterdam en de partijen die op het terrein gevestigd zijn, ondersteund bij het opzetten van een publiek-private aanpak voor herontwikkeling en herprofilering van het terrein. Deze richt zich op zeven perspectiefvolle locaties in het gebied, geselecteerd met behulp van de kansenzone-aanpak. Zo kunnen Bedrijvenraad en gemeente hun gezamenlijke toekomststrategie realiseren.Strategisch belang van bedrijventerrein Spaanse PolderSpaanse Polder is een Rotterdams bedrijventerrein van ruim 300 hectare groot en huisvest ruim 25.000 banen. Het terrein is strategisch gelegen in stedelijk gebied en tegelijkertijd ontsloten via de A4, A20, A13 en A16. De ligging en omvang maakt dat het terrein een belangrijke rol vervuld in het palet van werklocaties van Rotterdam.Tegelijkertijd heeft het terrein een grote opgave. Onderdelen zijn verouderd of niet goed ingericht voor de gewenste doelgroepen. Daarnaast zijn er veel kansen om de ruimte beter te benutten. De komende vier jaar gaat de gemeente Rotterdam daarom samen met ondernemers, provincie en het Havenbedrijf  aan de slag met de herontwikkeling en herprofilering van de Spaanse Polder. Hiermee krijgt het bedrijventerrein een stevige impuls, die past bij de dynamiek van stad en regio. BCI heeft de gemeente en partijen op het bedrijventerrein geholpen met het maken van de strategie voor deze herontwikkelingsopgave. Hierna volgen de belangrijkste onderdelen hieruit.   Vijf doelgroepen leveren toekomstbestendig profielHet bedrijventerrein heeft vijf belangrijke doelgroepen: de zwaardere industrie, maakindustrie, food, (stedelijke) distributie en de circulaire economie. Deze sectoren bieden volop marktperspectief. Uit analyses blijkt dat deze doelgroepen de komende jaren blijven groeien. Die groei vraagt om extra ruimte en Spaanse Polder kan die ruimte bieden. Het bedrijventerrein is uniek in de Randstad en Rotterdamse Regio. Het beschikt namelijk over droge kavels, watergebonden kavels en kan plek bieden aan bedrijven met een lage én hoge milieu-impact. Bovendien ligt het dicht bij de stad. De strategie is om op Spaanse Polder ruimte vrij te maken voor doorgroeiers en nieuwe bedrijven uit de regio die in deze sectoren vallen.Meest perspectiefvolle plekken aangewezen via kansenzone aanpakHet gebied in één keer herontwikkelen is een enorme uitdaging, gelet op de grote omvang van ruim 300 hectare. Daarom wordt de herontwikkeling gefaseerd aangepakt via zogenaamde kansenzones. In deze door Buck Consultants International (BCI) ontwikkelde kansenzone aanpak zijn vijftien locaties geselecteerd waar herontwikkeling het meest kansrijk is. Op deze locaties is sprake van bijvoorbeeld veroudering, (buur)bedrijven die willen uitbreiden of er zijn strategisch gelegen (natte) kavels voorhanden. Tot slot is voor de zeven meest perspectiefvolle locaties uitgewerkt hoe de herontwikkeling georganiseerd en gefinancierd kan worden.Spaanse Polder op de drempel van daadkrachtig doorpakkenDe zeven meest perspectiefvolle locaties vormen de motor voor ruimtelijk-economische vernieuwing van de Spaanse Polder. Op deze plekken kan morgen al de schop in de grond en kan gebiedstransformatie echt in beweging komen. Het advies dat BCI gegeven heeft om tot uitvoering te komen bestaat uit  twee onderdelen.Zet een passende organisatie op: Om snel tot actie over te gaan maar ook langjarige inzet te garanderen, is naast financiering een passende organisatie cruciaal. Alleen zo kunnen maatschappelijke opgaven en belangen goed worden samengebracht. Hiervoor moet een koepel van de Bedrijvenraad en gemeente -een Taskforce- worden opgericht. Deze Taskforce fungeert als verbindende schakel tussen alle partijen in het gebied met een boegbeeld uit de gemeentelijke organisatie als gezicht, ondersteund door een ervaren projectleider herontwikkeling die aan de slag gaat met de zeven prioritaire kansenzones. Het gemeentelijke Kernteam vormt de motor achter de Taskforce.Herontwikkelingsspecialist Jan Brugman, onderdeel van het projectteam van BCI, zegt hierover: “Bepalend voor een succesvolle start is dat slagvaardig kan worden geopereerd en dat goede vaardigheden, wil, durf, vernieuwing en flexibiliteit zijn geborgd. De bemensing van de organisatie luistert heel nauw.”Het Kernteam stemt direct af met gemeentelijke directies en onderhoudt het contact met ondernemers via Buurtverenigingen. Waar nodig wordt het team uitgebreid met specialisten op het gebied van handhaving, juridische kwesties, vastgoedrekenwerk en projectfinanciering. Zo ontstaat een multidisciplinair, flexibel team met stevige kennis van gebiedsontwikkeling, contractvorming en een ondernemende houding.Organiseer financieringFinanciering is doorslaggevend voor succesvolle herontwikkeling van de Spaanse Polder. Ten eerste is er budget nodig voor inzet op kerntaken als schoon, heel en veilig. “De centrale opgave is het beter benutten van het bedrijventerrein door optimale verkaveling of gebouwen op te toppen, met als doel om meer beschikbare ruimte voor bedrijven te realiseren”, stelt Brugman. “Maar de integrale opgave is breder dan dat alleen. Om bedrijven te verleiden te investeren of zich te vestigen op het terrein, is ook een veilige, schone, groene en gezonde omgeving nodig. Dit is onlosmakelijk met elkaar verbonden.” Ten tweede moet er stevig geïnvesteerd worden in nieuwe en bestaande kades. Dit vraagt om goede samenwerking tussen gemeente, havenbedrijf, provincie en ondernemers. Ten derde is het van belang een revolverend herontwikkelingsfonds in te richten. Met een jaarlijkse reservering ontstaat een fonds voor de komende vier jaar. Het fonds is niet statisch: als het effectief blijkt, vergroten extra stortingen het beschikbare kapitaal. Dit leidt op termijn tot hogere opbrengsten omdat kavels en vastgoed worden doorverkocht. Zo versterkt het fonds zichzelf en blijft het gebied in een constante ontwikkelstroom.Foto: Flickr | Sander Sloots

02-04-2026
Aanmelden nieuwsbrief