Vlaanderen is één van de meest ruimte-intensief gebruikte regio’s van Europa. Meer dan een derde van de oppervlakte is bebouwd. Nieuwe bedrijventerreinen ontwikkelen wordt steeds moeilijker: de Bouwshift, klimaatopgaven en de groeiende vraag naar ruimte voor wonen, zetten druk op de beperkte ruimte die overblijft. Tegelijkertijd doemen er nieuwe schaarstes op zoals energieruimte. Tegelijk is er nood aan voldoende en kwalitatieve ruimte om te ondernemen: voor vitale economische activiteiten, innovatieve maakbedrijven, logistiek en andere productieve functies die onze welvaart, transities en strategische weerbaarheid schragen.  

Sturen op ruimtelijke productiviteit
Na 20 jaar komt het Nederlandse BT Event naar Vlaanderen, mét Nederlandse casuïstiek, maar evengoed Vlaamse oplossingen. Waar opgaven aan beide kanten van de grens voor een belangrijk deel overlappen, kunnen we in oplossingen (ondanks institutionele verschillen) véél van elkaar leren. Voldoende en kwalitatieve ruimte voor economie is daarbij een gemeenschappelijke missie.

Het Vlaamse-Nederlands Bedrijventerrein Congres staat deze eerste editie in het teken van ‘beter benutten’. Hoe zetten we (bestaande) bedrijventerreinen en economische clusters optimaal in voor economische doeleinden? Hoe verweven we (lichtere) bedrijfsactiviteiten in stads- en wijkcentra en transformatiegebieden? Hoe sturen overheid en private partners op een hogere ruimtelijke productiviteit met een lager beslag op meervoudige schaarstes, zonder dat een gezonde economische dynamiek en vrijheid van ondernemerschap worden belemmerd.

Slim, selectief, samen…
Het congres is een beleids- en vooral praktijkgericht netwerkevent. We verkennen instrumenten, governance-modellen en samenwerkingsvormen die grip geven op toekomstig economisch ruimtegebruik dat bijdraagt aan economische sterke regio’s. Met inspirerende voorbeelden uit de Lage Landen (Nederland en Vlaanderen), praktische handvatten, en ruimte voor dialoog willen we lokale en regionale besturen, intercommunales en (her)ontwikkelingsmaatschappijen versterken om de economische ruimte van morgen slim, selectief en samen te programmeren.

Naam: Vlaams-Nederlands Bedrijventerrein Congres
Datum: Donderdag 26 maart 2026
Tijd: 09:30 – 16:30 uur. Start programma 10.30 uur.
Locatie: Bruges Meeting & Convention Centre
Meer informatie en aanmelden


Nieuws
Waarom Eindhoven creatieve broedplek Sectie-C koopt: ‘Beste scenario’
Waarom Eindhoven creatieve broedplek Sectie-C koopt: ‘Beste scenario’

Eindhoven wil creatieve broedplaats Sectie-C zelf kopen en exploiteren om ook op lange termijn betaalbare werkruimte voor makers en ontwerpers te behouden. Volgens het college van B en W kan alleen zo de creatieve functie van deze plek veilig worden gestellen, ondanks woningbouw in dat het gebied. Huurders zijn voorzichtig positief. ‘Op lange termijn is dit de beste manier om de creatieve werkruimte in Sectie-C te borgen’, schrijft het college van B en W aan de raad. Aanleiding is de motie Borging van creatieve werkruimte van 1 oktober 2024, waarin de raad vroeg hoe de broedplaats ook in de toekomst behouden kan blijven.Sectie C is een creatief terrein in Tongelre, aan de oostkant van Eindhoven. In voormalige fabriekspanden werken hier meer dan 250 makers, ontwerpers en ondernemers. Het gebied is bijna 8 hectare groot en geldt als een van de grotere creatieve ecosystemen van Nederland. Met de aankoop van de gebouwen kiest de gemeente er nadrukkelijk voor om niet in tijdelijke oplossingen te blijven hangen. Volgens Samantha van Rooij, projectmanager van Sectie-C, is dat precies de kracht van deze stap. Zij noemt gemeentelijk eigenaarschap de ultieme manier om grip te houden. Andere instrumenten of constructies met andere partijen bieden volgens haar minder kans op succes.  De gemeente handelt daarbij vanuit maatschappelijk belang: waar woningcorporaties betaalbare woningen helpen borgen, doet Eindhoven hier in feite iets vergelijkbaars voor creatieve werkplekken. Goed voor de stad Anne Ligtenberg, eigenaar en hoofdontwerper van Bureau AM, spreekt van ‘iets unieks’ en prijst dat creatieven gelijkwaardig konden meepraten. Wethouder Mieke Verhees, wethouder Wonen, Wijken, Ruimte en Dienstverlening, noemt het principebesluit ‘heel goed voor de stad’ en zegt dat het ‘hard nodig’ is om creatieve ondernemers plek te blijven bieden. ‘Op deze manier zorgen we ervoor dat de ruimtes ook echt worden verhuurd als ateliers en creatieve werkruimtes, zodat Sectie-C een creatief ecosysteem blijft. Ook voor de lange termijn’, aldus Verhees. ‘Door als gemeente eigenaar te worden van de broedplaats Sectie-C, houden we de regie.’ Van Rooij onderstreept dat belang. Wat Eindhoven met Sectie-C doet, noemt ze een van de grootste stappen die de gemeente op dit vlak ooit heeft gezet. Voor zover zij weet, is er geen andere plek waar een gemeente een creatieve broedplaats van deze schaal voor vijftig jaar probeert veilig te stellen.  Met die keuze zet de gemeente niet alleen in op vastgoed, maar ook op stedelijk vestigingsbeleid. In de raadsbrief koppelt het college Sectie-C aan de ambitie om toptechnologie en toonaangevend design aan Eindhoven te blijven binden. Daarbij verwijst het ook naar Design Development Eindhoven, waar niet toevallig de programmalijn ‘ruimte’ centraal staat. De gemeente wil met de overname van  Sectie-C niet alleen de broedplaats behouden, maar ook 1.300 woningen en voorzieningen toevoegen. Uitgangspunt is dat Sectie-C betaalbaar blijft met is een gemiddelde huur van 85 euro per vierkante meter bruto vloeroppervlak. Stichting Sectie-C moet hoofdhuurder worden en vervolgens zorgen voor onderverhuur en beheer. Scenario's De gemeente onderzocht nog twee andere scenario’s voor het voortbestaan van Sectie-C. In het eerste scenario zou TBFOS eigenaar blijven, maar dan was volgens de gemeente een forse bijdrage nodig en bleef de creatieve functie slechts tijdelijk geborgd. Een tweede variant, met de stichting als eigenaar, strandde op financiering en een nieuwe subsidiebehoefte. Het principebesluit volgt op een langer traject. Al op 7 oktober vorig jaar kregen huurders het conceptschetsontwerp te zien. Stedenbouwkundige Tom van Tuijn en architect Servie Boetzkes lichtten toen toe hoe eerdere reacties in het plan waren verwerkt en welke keuzes nog openlagen. Huurders hoorden daar al dat de plannen voor een gemeentelijke aankoop concreet waren. In dat traject werd ook zichtbaar waar de spanning zit. Huurders vroegen om hoge ruimtes, onder meer voor mezzanines, maar zwaardere constructies maken het plan duurder. Om de werkruimtes betaalbaar te houden, moeten sommige gebouwen daarom eenvoudiger worden uitgevoerd. Daarna volgden participatiesessies over VOSP en mobiliteit, voor omwonenden en huurders. Onder huurders klinkt voorzichtig steun, al zijn er ook zorgen over de toenemende drukte door alle verdichtingsplannen. Van Rooij zegt dat die positief-kritische houding logisch is. Er moet nog veel worden uitgewerkt, en onder huurders leeft ook de vraag: ‘Kunnen we straks alle verschillende typen creatievelingen nog huisvesten?’ Die zorg speelt ook in gesprekken die huurders zelf met de buurt voeren. Zo is er het project Radicale Wegbereiders, een bottom-up-initiatief waarin met de omgeving wordt gesproken over de zachte waarden van het gebied. Een huurder laat ook weten te hopen dat Sectie-C niet de kant op gaat van Strijp-S, waar volgens betrokkenen ruimte voor creativiteit onder druk is komen te staan. Volgens Van Rooij is het daarom belangrijk dat creatieve ondernemers niet pas achteraf mogen reageren, maar daadwerkelijk aan tafel zitten. Dat gebeurt nu ook, onder meer bij de inrichting van de openbare ruimte. De uitdaging is volgens haar om de verschillende belangen in het gebied evenwichtig te bedienen. Zelf zegt zij daar geen grote zorgen over te hebben, juist omdat deze ontwikkeling anders wordt aangepakt dan eerdere binnenstedelijke transformaties. Ingrijpende veranderingen Wel erkent zij dat het gebied ingrijpend zal veranderen. Dat is volgens haar onvermijdelijk, maar biedt ook nieuwe kansen. Op hoofdlijnen zijn Sectie-C, de gemeente en de ontwikkelaar het volgens haar met elkaar eens. Om die balans ook in de uitvoering vast te houden, ligt er een samenwerkingsovereenkomst tussen gemeente, ontwikkelaar en Sectie-C. Volgens de gemeente levert aankoop geen risico’s op rond staatssteun, aanbestedingsrecht of het Didam-arrest. Wel volgt nader onderzoek naar onder meer leegstand, aanloopkosten en governance. Voor de vervolgstappen is 250.000 euro geraamd uit de reserve Strategische Investeringen. Ook is een WOKT-subsidie toegekend voor bovengrondse infrastructuur in Tongelre. De uitwerking moet uiterlijk in juni 2026 zijn afgerond. Lees het artikel ook op Stadszaken.nl

14-03-2026
Achtergrond
Herontwikkeling van Spaanse Polder Rotterdam
Herontwikkeling van Spaanse Polder Rotterdam

Het bedrijventerrein Spaanse Polder is van strategisch belang voor de Rotterdamse economie. Buck Consultants International heeft de gemeente Rotterdam en de partijen die op het terrein gevestigd zijn, ondersteund bij het opzetten van een publiek-private aanpak voor herontwikkeling en herprofilering van het terrein. Deze richt zich op zeven perspectiefvolle locaties in het gebied, geselecteerd met behulp van de kansenzone-aanpak. Zo kunnen Bedrijvenraad en gemeente hun gezamenlijke toekomststrategie realiseren.Strategisch belang van bedrijventerrein Spaanse PolderSpaanse Polder is een Rotterdams bedrijventerrein van ruim 300 hectare groot en huisvest ruim 25.000 banen. Het terrein is strategisch gelegen in stedelijk gebied en tegelijkertijd ontsloten via de A4, A20, A13 en A16. De ligging en omvang maakt dat het terrein een belangrijke rol vervuld in het palet van werklocaties van Rotterdam.Tegelijkertijd heeft het terrein een grote opgave. Onderdelen zijn verouderd of niet goed ingericht voor de gewenste doelgroepen. Daarnaast zijn er veel kansen om de ruimte beter te benutten. De komende vier jaar gaat de gemeente Rotterdam daarom samen met ondernemers, provincie en het Havenbedrijf  aan de slag met de herontwikkeling en herprofilering van de Spaanse Polder. Hiermee krijgt het bedrijventerrein een stevige impuls, die past bij de dynamiek van stad en regio. BCI heeft de gemeente en partijen op het bedrijventerrein geholpen met het maken van de strategie voor deze herontwikkelingsopgave. Hierna volgen de belangrijkste onderdelen hieruit.   Vijf doelgroepen leveren toekomstbestendig profielHet bedrijventerrein heeft vijf belangrijke doelgroepen: de zwaardere industrie, maakindustrie, food, (stedelijke) distributie en de circulaire economie. Deze sectoren bieden volop marktperspectief. Uit analyses blijkt dat deze doelgroepen de komende jaren blijven groeien. Die groei vraagt om extra ruimte en Spaanse Polder kan die ruimte bieden. Het bedrijventerrein is uniek in de Randstad en Rotterdamse Regio. Het beschikt namelijk over droge kavels, watergebonden kavels en kan plek bieden aan bedrijven met een lage én hoge milieu-impact. Bovendien ligt het dicht bij de stad. De strategie is om op Spaanse Polder ruimte vrij te maken voor doorgroeiers en nieuwe bedrijven uit de regio die in deze sectoren vallen.Meest perspectiefvolle plekken aangewezen via kansenzone aanpakHet gebied in één keer herontwikkelen is een enorme uitdaging, gelet op de grote omvang van ruim 300 hectare. Daarom wordt de herontwikkeling gefaseerd aangepakt via zogenaamde kansenzones. In deze door Buck Consultants International (BCI) ontwikkelde kansenzone aanpak zijn vijftien locaties geselecteerd waar herontwikkeling het meest kansrijk is. Op deze locaties is sprake van bijvoorbeeld veroudering, (buur)bedrijven die willen uitbreiden of er zijn strategisch gelegen (natte) kavels voorhanden. Tot slot is voor de zeven meest perspectiefvolle locaties uitgewerkt hoe de herontwikkeling georganiseerd en gefinancierd kan worden.Spaanse Polder op de drempel van daadkrachtig doorpakkenDe zeven meest perspectiefvolle locaties vormen de motor voor ruimtelijk-economische vernieuwing van de Spaanse Polder. Op deze plekken kan morgen al de schop in de grond en kan gebiedstransformatie echt in beweging komen. Het advies dat BCI gegeven heeft om tot uitvoering te komen bestaat uit  twee onderdelen.Zet een passende organisatie op: Om snel tot actie over te gaan maar ook langjarige inzet te garanderen, is naast financiering een passende organisatie cruciaal. Alleen zo kunnen maatschappelijke opgaven en belangen goed worden samengebracht. Hiervoor moet een koepel van de Bedrijvenraad en gemeente -een Taskforce- worden opgericht. Deze Taskforce fungeert als verbindende schakel tussen alle partijen in het gebied met een boegbeeld uit de gemeentelijke organisatie als gezicht, ondersteund door een ervaren projectleider herontwikkeling die aan de slag gaat met de zeven prioritaire kansenzones. Het gemeentelijke Kernteam vormt de motor achter de Taskforce.Herontwikkelingsspecialist Jan Brugman, onderdeel van het projectteam van BCI, zegt hierover: “Bepalend voor een succesvolle start is dat slagvaardig kan worden geopereerd en dat goede vaardigheden, wil, durf, vernieuwing en flexibiliteit zijn geborgd. De bemensing van de organisatie luistert heel nauw.”Het Kernteam stemt direct af met gemeentelijke directies en onderhoudt het contact met ondernemers via Buurtverenigingen. Waar nodig wordt het team uitgebreid met specialisten op het gebied van handhaving, juridische kwesties, vastgoedrekenwerk en projectfinanciering. Zo ontstaat een multidisciplinair, flexibel team met stevige kennis van gebiedsontwikkeling, contractvorming en een ondernemende houding.Organiseer financieringFinanciering is doorslaggevend voor succesvolle herontwikkeling van de Spaanse Polder. Ten eerste is er budget nodig voor inzet op kerntaken als schoon, heel en veilig. “De centrale opgave is het beter benutten van het bedrijventerrein door optimale verkaveling of gebouwen op te toppen, met als doel om meer beschikbare ruimte voor bedrijven te realiseren”, stelt Brugman. “Maar de integrale opgave is breder dan dat alleen. Om bedrijven te verleiden te investeren of zich te vestigen op het terrein, is ook een veilige, schone, groene en gezonde omgeving nodig. Dit is onlosmakelijk met elkaar verbonden.” Ten tweede moet er stevig geïnvesteerd worden in nieuwe en bestaande kades. Dit vraagt om goede samenwerking tussen gemeente, havenbedrijf, provincie en ondernemers. Ten derde is het van belang een revolverend herontwikkelingsfonds in te richten. Met een jaarlijkse reservering ontstaat een fonds voor de komende vier jaar. Het fonds is niet statisch: als het effectief blijkt, vergroten extra stortingen het beschikbare kapitaal. Dit leidt op termijn tot hogere opbrengsten omdat kavels en vastgoed worden doorverkocht. Zo versterkt het fonds zichzelf en blijft het gebied in een constante ontwikkelstroom.Foto: Flickr | Sander Sloots

02-04-2026
Aanmelden nieuwsbrief