Het regionaal beleid is gedecentraliseerd. Daarmee is de sturing in de ruimtelijke economie losgelaten en ontwikkelt elke regio zijn eigen clusters. Regio’s ontberen echter sturingsinformatie om tot goede ruimtelijk-economische beleidskeuzes te kunnen komen. Tegelijk staan regio’s voor grote uitdagingen. Enerzijds groeien bevolking, economie en mobiliteit verder, anderzijds is er minder ruimte beschikbaar en neemt de behoefte aan leefbaarheid, milieukwaliteit en welzijn toe.

Tijdens het kennissymposium ‘Sturen op de regionale economie’ dat BT en ROm samen met NEO Observatory en Rienstra Beleidsonderzoek en Beleidsadvies op donderdag 23 mei organiseren, krijgen beleidsmakers nieuwe handvaten om goede ruimtelijk-economische keuzes te maken.

U leert:

  • Ruimtelijk gedrag van bedrijven in beeld brengen;
  • Aan de hand van een input-output analyse de samenhang in beeld brengen van bedrijfstakken in regionale en stedelijke economieën;
  • Inzicht krijgen in de ‘drivers’ van de regionale economie: welke sectoren zijn bepalend voor het economisch succes in een regio, welke sectoren als volgers zijn te bestempelen;
  • Met opgedane kennis economische effecten van beleidskeuzes beter inzichtelijk maken;
  • Formele én informele werklocaties optimaal inzetten voor meer dynamiek, minder mobiliteit en meer welzijn.

Voor meer informatie en het programma, lees je hier verder.

 

Nieuws

card image

Nieuws

Ruimtelijke uitwerking werklocaties Arnhem-Nijmegen vastgesteld

Nieuws

card image

Nieuws

Congres 'Geboeid door stedelijke kavelruil'sluit stimuleringsprogramma positief af

Nieuws

29-04-2019

Congres 'Geboeid door stedelijke kavelruil'sluit stimuleringsprogramma positief af

"Het spel is op de wagen"

Op donderdag 11 april werd het jaarlijkse congres over stedelijke kavelruil gehouden in de Mariënhof in Amersfoort met als thema ‘Geboeid door stedelijke kavelruil.’ Het congres vormde de officiële afsluiting van 2,5 jaar stimuleringsprogramma waarbij 14 verschillende pilotprojecten betrokken waren. Kortom, tijd om de balans op te maken.

In totaal telt het congresprogramma 24 verschillende workshops verdeeld over drie verschillende rondes. Tijdens de workshops komen verschillende vragen aan bod zoals: “Wat hebben we geleerd, hoe werkt stedelijke kavelruil, wat is de toegevoegde waarde van stedelijke kavelruil, zijn er aanbevelingen en wat zijn de ervaringen?” Tamara Slob (Kadaster) is op het congres aanwezig als één van de sprekers. “Het is erg leuk en interessant om de verschillende invalshoeken van alle partijen te zien en te beluisteren. Zo kun je tijdens de workshops ervaringen uitwisselen en leren van elkaar.” Tijdens de workshop ‘Slim ruimtegebruik, doen met Data’ spreekt zij namens het Kadaster over interactieve tools die ontwikkeld zijn om leegstand in het centrum aan te pakken. Het geven van workshops zoals die van vandaag vindt zij erg boeiend. “Je krijgt vragen waar je van tevoren niet op hebt gerekend. Juist dat interactieve spreekt mij erg aan. Zo komen er dingen aan bod die je zelf op voorhand niet bedacht zou hebben.”

Praktijkcasus

Jan-Hans Jonker (Pas BV) maakt tijdens zijn workshop ‘Financiële arrangementen KerkstraatBodegraven’ met behulp van een praktijkcasus de werking van stedelijke kavelruil inzichtelijk. Aan de hand van een financiële uitwerking van een situatie in een winkelstraat in Bodegraven legt hij de systematiek van stedelijke kavelruil en de daarvoor benodigde stappen uit. Drie winkelpanden, verdeeld over vijf kavels, worden herverkaveld waarbij met nieuwbouw een flink stuk wonen aan het complex wordt toegevoegd om de leefbaarheid van de omgeving te vergroten. Een interessante casus die de toehoorders verschillende mogelijkheden en uitkomsten laat zien.

Monique van Kampen werkt deels voor het Kadaster en deels als zelfstandige en is enthousiast over het congres. “De workshops zijn erg interessant al komt het toewerken naar een conclusie niet overal even sterk aan bod. Je merkt dat men op zoek is naar manieren waarop je je doel kunt bereiken. Toch kan ‘work-in-progress’ leiden tot onverwachte situaties.” In haar werk heeft zij veel te maken met stedelijke kavelruil binnen het woningbouwgebied. “Een markt die erg in ontwikkeling is.”

De Omgevingswet kan volgens Van Kampen een valkuil zijn. “Sommige mensen ervaren de Omgevingswet nog als ‘ver van mijn bed.’ Toch wordt juist die wet straks erg belangrijk.” Het congres ziet zij niet alleen als een kans om nieuwe inspiratie en kennis op te doen, maar ook om het Kadaster te promoten. “Zij zijn een mooie en onafhankelijke partij die helemaal thuis is in de materie.”

Ervaringen uitwisselen

In de pauze staat Petra Hania, projectmanager bij de gemeente Purmerend om zich heen te kijken. Dit is haar eerste stedelijke kavelruil-congres. “Ik vind het plezierig om ervaringen met collega’s uit te wisselen en de workshops zijn erg interessant om te volgen.” Hania is betrokken bij de Purmerendse pilot van het Stimuleringsprogramma stedelijke kavelruil. “Waar die pilot over gaat? Heb je even?”, zegt ze lachend. “Heel in het kort, we willen het Wagenweggebied transformeren van een bedrijventerrein tot een stedelijk woonmilieu. Voor enkele locaties is kavelruil een optie.”

Over een antwoord op de vraag wat ze in deze pilot heeft geleerd hoeft Hania niet lang na te denken. “Wat opvalt is dat wanneer je als gemeente steeds meer op je bordje neemt, andere partijen steeds verder achterover gaan leunen. Kortom, je moet als gemeente de regie houden maar tegelijkertijd zoeken naar een juiste balans en niet alles zelf willen doen.”

Toekomst

Yvonne van der Laan, afdelingsmanager Omgevingsstelsel en Ontwerp bij het ministerie van Binnenlandse Zaken, en Bert Hoeve, hoofd afdeling ruimte en advies van het Kadaster en geestelijk vader van het stimuleringsprogramma, blikken op hun beurt terug op 2,5 jaar stedelijke kavelruil. Het tweetal is het erover eens dat het stimuleringsprogramma heeft laten zien dat stedelijke kavelruil wel degelijk een kansrijk instrument is bij gebiedsontwikkelingen. “Het feit dat er nog geen daadwerkelijke overeenkomst gesloten is, zegt niks over wat we hebben bereikt”, benadrukt Van der Laan. “De veertien pilots hebben de nodige kennis opgeleverd.”

Hoeve en Van der Laan vinden dat het programma in de afgelopen 2,5 jaar flink heeft bijgedragen aan de bekendheid en toepassing van stedelijke kavelruil om gebiedsontwikkeling op gang te brengen. Yvonne van der Laan: “We zijn nu bij Binnenlandse Zaken een nieuw programma aan het opbouwen waar stedelijke kavelruil een onderdeel van zal zijn. Dit programma met als werktitel Toekomstgericht Grondbeleid, komt ook mede op basis van de lessen en ervaringen van het Stimuleringsprogramma Stedelijke Kavelruil tot stand.” Kortom, het stimuleringsprogramma mag dan wel zijn afgesloten, dat geldt in geen geval voor stedelijke kavelruil. Of zoals één van de sprekers het in zijn betoog verwoordt; “Het spel is op de wagen."

Download: ‘Jaarverslag stimuleringsprogramma stedelijke kavelruil

Bron: Kadaster

Lees verder