Van ambitie naar uitvoeringsgericht programma

Aan ambities geen gebrek: 2040, 2035, een enkele bestuurder wil al in 2030 energieneutraal zijn. Een groot deel van de energieopgave slaat neer in de gebouwde omgeving. Kunnen ambtelijke organisaties bestuurlijke ambities waarmaken? Juist in de gebouwde omgeving valt of staat een goede uitvoering met een goede organisatie. Tijdens het seminar ‘Energietransitie als procesopgave’ dat ROm/Stadszaken.nl samen met Twynstra Gudde organiseert, krijgt u handvatten om van ambitie te komen tot een uitvoeringsgericht programma.
 
Tijdens het ROm-seminar ‘Energietransitie als procesopgave’ leert u:

  • hoe u een goede programmaorganisatie opzet om de energietransitie regionaal en lokaal in te bedden;
  • hoe u bij de uitvoering van het programma aanhaakt bij de bestaande lijnorganisatie;
  • welke manier van sturen het beste past bij uw organisatie en lokale context;
  • hoe u invulling geeft aan effectief gebieds- en omgevingsmanagement;
  • hoe u stakeholders en burgers het beste kunt mobiliseren in een lokale context;
  • hoe u inhoudelijke invulling geeft aan de gebiedsgerichte energietransitie.

PROGRAMMA

13.00 uur  
Inloop en opening door dagvoorzitter Marcel Bayer, hoofdredacteur ROm en Zenzi Pluut, managing partner Twynstra Gudde
 
13.30 uur 
Regionale samenwerking in de praktijk 
Charles Hussels, expeditieleider Energieneutraal wonen in Drenthe, kwartiermaker Regio Deal Zuid en Oost Drenthe
 
14.00 uur 
Bouwen aan vertrouwen in de gebouwde omgeving
Martin Andriessen, programmadirecteur energietransitie, gemeente Den Haag
 
14.30 uur
Korte pauze
 
14.45 uur
Dialoogtafels

  1. Tafel 1: Programma-aansturing bij gemeentelijke energietransitie. Welke aanpak past het beste bij u?
  2. Tafel 2: Warmtenetten als governance-vraagstuk. Welke rol kunt u spelen als gemeente?
  3. Tafel 3: Mensgerichte energietransitie. Wanneer gaan bewoners écht meedoen?
  4. Tafel 4: Case Engie: transformatie van een elektriciteitscentrale naar een duurzaam bedrijventerrein
  5. Tafel 5: Energieneutrale bedrijventerreinen. Hoe stuur je bij kaveluitgifte op duurzaamheid?
  6. Tafel 6: Strategisch omgevingsmanagement. Hoe betrek je de omgeving bij gebiedsgerichte energietransitie?

16.00 uur  
Borrel

facts & figures

Wat: Seminar ‘Energietransitie als procesopgave’
Wanneer: Donderdag 27 juni 2019, 13.30 – 17.00
Waar: Amersfoort (locatie volgt)
Voor wie: Professionals bij gemeenten, provincies en regionale samenwerkingsverbanden en andere professionals die op strategisch niveau aan energietransitie in de gebouwde omgeving werken

MEER INFORMATIE EN AANMELDEN

card image

Event

2019-06-27
Seminar ‘Energietransitie als procesopgave’

Event

2019-06-27

Seminar ‘Energietransitie als procesopgave’

Van ambitie naar uitvoeringsgericht programma

Aan ambities geen gebrek: 2040, 2035, een enkele bestuurder wil al in 2030 energieneutraal zijn. Een groot deel van de energieopgave slaat neer in de gebouwde omgeving. Kunnen ambtelijke organisaties bestuurlijke ambities waarmaken? Juist in de gebouwde omgeving valt of staat een goede uitvoering met een goede organisatie. Tijdens het seminar ‘Energietransitie als procesopgave’ dat ROm/Stadszaken.nl samen met Twynstra Gudde organiseert, krijgt u handvatten om van ambitie te komen tot een uitvoeringsgericht programma.
 
Tijdens het ROm-seminar ‘Energietransitie als procesopgave’ leert u:

  • hoe u een goede programmaorganisatie opzet om de energietransitie regionaal en lokaal in te bedden;
  • hoe u bij de uitvoering van het programma aanhaakt bij de bestaande lijnorganisatie;
  • welke manier van sturen het beste past bij uw organisatie en lokale context;
  • hoe u invulling geeft aan effectief gebieds- en omgevingsmanagement;
  • hoe u stakeholders en burgers het beste kunt mobiliseren in een lokale context;
  • hoe u inhoudelijke invulling geeft aan de gebiedsgerichte energietransitie.

PROGRAMMA

13.00 uur  
Inloop en opening door dagvoorzitter Marcel Bayer, hoofdredacteur ROm en Zenzi Pluut, managing partner Twynstra Gudde
 
13.30 uur 
Regionale samenwerking in de praktijk 
Charles Hussels, expeditieleider Energieneutraal wonen in Drenthe, kwartiermaker Regio Deal Zuid en Oost Drenthe
 
14.00 uur 
Bouwen aan vertrouwen in de gebouwde omgeving
Martin Andriessen, programmadirecteur energietransitie, gemeente Den Haag
 
14.30 uur
Korte pauze
 
14.45 uur
Dialoogtafels

  1. Tafel 1: Programma-aansturing bij gemeentelijke energietransitie. Welke aanpak past het beste bij u?
  2. Tafel 2: Warmtenetten als governance-vraagstuk. Welke rol kunt u spelen als gemeente?
  3. Tafel 3: Mensgerichte energietransitie. Wanneer gaan bewoners écht meedoen?
  4. Tafel 4: Case Engie: transformatie van een elektriciteitscentrale naar een duurzaam bedrijventerrein
  5. Tafel 5: Energieneutrale bedrijventerreinen. Hoe stuur je bij kaveluitgifte op duurzaamheid?
  6. Tafel 6: Strategisch omgevingsmanagement. Hoe betrek je de omgeving bij gebiedsgerichte energietransitie?

16.00 uur  
Borrel

facts & figures

Wat: Seminar ‘Energietransitie als procesopgave’
Wanneer: Donderdag 27 juni 2019, 13.30 – 17.00
Waar: Amersfoort (locatie volgt)
Voor wie: Professionals bij gemeenten, provincies en regionale samenwerkingsverbanden en andere professionals die op strategisch niveau aan energietransitie in de gebouwde omgeving werken

MEER INFORMATIE EN AANMELDEN

Lees verder

Achtergrond

card image

27-03-2019

10 ruimtelijke randvoorwaarden voor circulaire bedrijfslocaties

Achtergrond

27-03-2019

10 ruimtelijke randvoorwaarden voor circulaire bedrijfslocaties

De claim een circulair bedrijventerrein te zijn, wordt vaak ontleend aan het vastgoed dat op dat bedrijventerrein staat. Regionaal bedrijvenpark Laarberg in de Achterhoek komt misschien het dichtst in de buurt van het circulair bedrijventerrein als verzamelplaats van circulaire activiteiten. En zo’n circulair bedrijventerrein voorziet in een behoefte, blijkt. Wat zijn de ruimtelijke randvoorwaarden van een circulair bedrijvenpark?

Dit artikel verscheen eerder in vakblad BT Magazine. BT Magazine is hét vakblad voor iedereen die zich bezighoudt met regionale innovatiekracht en vestigingsklimaat.

Innovatieve Achterhoek

Laten we vooropstellen dat bedrijvenpark Laarberg niet claimt een circulair bedrijvenpark te zijn. En als Laarberg dat al was, dan schreeuwden de Achterhoekers, wars van dikdoenerij, het vast niet van de daken. Het is dan ook niet verwonderlijk dat ze in de Randstad niet weten dat de Achterhoek een zeer innovatieve maakindustrie kent. Die dankt haar afkomst aan de vele ijzergieterijen die de regio ooit telde. In de Achterhoek lag het ijzererts aan de oppervlakte en langs de Oude IJssel ontstonden diverse gieterijen. Gieterijen zijn inmiddels grotendeels verdwenen, maar legden de basis voor een hoogwaardige smart industry met een wereldwijde afzet.

Het verleden brengt de toekomst

‘Op grond van het aantal patenten is de Achterhoek de tweede regio na Eindhoven’, weet Varssevelder en bedrijfsadviseur duurzaamheid Otto Willemsen te vertellen. ‘We hebben de beschikking over twee hoogwaardige metaalprinters. In Varsseveld is de grootste leverancier van onderdelen van landbouwmachines gevestigd – wereldwijd! – die onlangs doorgroeide naar 1500 man personeel. Dat bedrijf werkt met top ICT’ers. Het zijn unieke spelers in de markt. We hebben voortgebouwd op een erfenis uit het verleden. Het verleden brengt de toekomst. Er gebeurt hier ontzettend veel.’

Sterk landbouwcluster

Daarnaast heeft de Achterhoek van oudsher een sterke landbouwsector met daaromheen een grote verwerkende en toeleverende industrie. ‘Juist op een bedrijvenpark als Laarberg kan uit dat innovatieve maakcluster en de landbouwgerelateerde bedrijvigheid een unieke symbiose ontstaan’, benadrukt Willemsen, die twee boeken schreef over duurzaam ondernemen. Hij is duidelijk gecharmeerd van de ontwikkeling op bedrijvenpark Laarberg.

Biobased cluster

De gemeenten Berkelland en Oost Gelre formuleerden als ambitie om op bedrijvenpark Laarberg een biobased cluster te realiseren. Adviseur Henk Hoogmoed van Twynstra Gudde schreef mee aan het masterplan waarin de contouren van het bedrijvenpark werden uitgetekend, en nog steeds het kader vormt van de ontwikkeling van Laarberg. Hoogmoed, die nog altijd als financieel manager en interim-directeur bij de gebiedsonderneming Bedrijvenpark Laarberg betrokken is, benadrukt dat het masterplan in eerste instantie een ambitie is. Maar nu het bedrijvenpark steeds meer vorm begint te krijgen, lijkt de werkelijkheid redelijk in de pas te lopen met de ambitie.

Als we Laarberg als voorbeeld nemen van een bedrijvenpark dat in de buurt komt van een circulair bedrijvenpark, wat zijn dan de ruimtelijke randvoorwaarden?

Randvoorwaarde 1: Reserveer ruimte voor de circulaire economie

Dit lijkt voor de hand liggend, maar in een tijd van multifunctioneel ruimtegebruik en omgekeerde bestemmingsplannen mag het nog weleens gezegd worden: er zijn altijd activiteiten die zich minder goed verhouden tot typisch stedelijke functies als wonen en recreëren, benadrukte Cees-Jan Pen, lector De Ondernemende Regio van Fontys Hogescholen in een artikel in NL Magazine. ‘De circulaire economie is helemaal niet schoon’, zegt hij desgevraagd nog eens. Volgens Pen is het noodzakelijk om ruimte te reserveren voor circulaire activiteiten. De komst van regionaal bedrijvenpark Laarberg juicht hij dan ook van harte toe. ‘Over 50 jaar zijn bedrijven in meer of mindere mate circulair, wat zich vertaalt in een grote vraag naar dit soort locaties’, aldus Pen.

Hoogmoed benadruk dat de gebiedsonderneming niet veel moeite hoeft te doen om juist ondernemingen binnen te halen met een circulair profiel. ‘Er zitten veel bedrijven in de regio, al dan niet gerelateerd aan de agrarische sector, die iets met recycling doen, maar vaak worden beperkt in hun uitbreidingsruimte. De komst van Bedrijvenpark Laarberg komt voor hen als geroepen. Zo is het bedrijf Klein Gunnewiek gevestigd op Laarberg, een bedrijf dat gespecialiseerd is in demontage van auto’s tot op het laatste onderdeel. Een circulaire, maar relatief ruimtevretende activiteit.

Randvoorwaarde 2: Zorg voor veel milieuruimte

En als je toch ruimte reserveert, zorg dan ook voor ruimte in de hoogste of bijna hoogste milieucategorie. Laarberg is opgedeeld in twee zones, gescheiden door een groene corridor die ligt op de fundamenten van een oude linie (de Grolse Linie uit 1627). Boven deze linie ligt een biobased transitiepark van 20 hectare en daaronder een ‘regulier’ bedrijventerrein van ongeveer 40 hectare. Zowel op het transitiepark als op het reguliere park is planologisch ruimte gereserveerd voor bedrijven in de hoogste milieucategorie. ‘Het demonteren, ontleden van producten of verwerken van afvalstoffen tot nieuwe grondstoffen gaat niet altijd zonder dat er geluid of andere overlast ontstaat’, benadrukt Henk Hoogmoed.

Randvoorwaarde 3: Pas grondprijs aan aan het gebruik

Op het transitiepark is een grote bioraffinaderij van het Duitse concern RMS gepland. De komst van deze bioraffinagefabriek van circa 8,6 hectare, die mest als grondstof gebruikt en dit omzet in onder meer groen gas, sluit aan op de regionale agrarische structuur van de Achterhoek. Volgens Hoogmoed vervult de bioraffinagefabriek een vitale functie voor de agrarisch bedrijven in de regio. Het transitiepark vormt daarmee feitelijk een vitaal onderdeel van de infrastructuur die ten dienste staat van de verduurzaming van de regionale economie. Het is een van de redenen waarom de gebiedsonderneming op het transitiepark een lagere grondprijs rekent dan op het reguliere deel van het bedrijvenpark.

Cees-Jan Pen heeft nog wel bedenkingen bij het berekenen van een lagere grondprijs voor een circulaire activiteit zoals een bioraffinaderij. ‘Dit is geen basis voor het creëren van een circulaire economie die ook op eigen benen moet kunnen staan.’ Hij is bang dat ‘gestunt’ met grondprijzen een eigen vraag genereert en daarmee juist niet duurzaam is.

Randvoorwaarde 4: Zorg voor uitwisseling met de omgeving

Laarberg staat niet op zichzelf, maar onttrekt als regionaal bedrijvenpark vooral grondstoffen uit de regio. Het past volgens Otto Willemsen bij de DOE-aanpak (Duurzaam Ondernemen en Energie) van het Achterhoekse mkb waar hij als adviseur bij betrokken is. ‘Wij willen dat waardevolle materialen niet als afval op de vuilnisbelt belanden. Gelukkig zijn er in de Achterhoek inmiddels legio voorbeelden van bedrijven die stappen zetten in de circulaire economie, zoals het bedrijf Daas Baksteen, dat duurzaam produceert door klei binnen een omtrek van 60 kilometer te halen en proceswater te hergebruiken.’

Op het reguliere bedrijvenpark heeft zich inmiddels een mooi aantal bedrijven gevestigd die bij uitstek zijn aangehaakt bij de regionale economie, zoals Mueller, producent van rvs procestanks. Willemsen: ‘Mueller heeft als missie een bijdrage te leveren aan een goede en gezonde voedselvoorziening op de wereldmarkt. Toepassingen van hun producten in de circulaire procesindustrie zijn overal nodig. Bovendien deelt het bedrijf zijn opleidingsfaciliteiten met bedrijven in de regio.’

Tevens wordt gewerkt aan de ontwikkeling van een proteïnecluster, een platform voor ondernemers uit het midden- en kleinbedrijf in Gelderland die willen aanhaken bij de groeiende vraag naar ingrediënten en producten op basis van plantaardige eiwitten.

Randvoorwaarde 5: Zorg voor synergie op het park

Dan is er nog ‘de economie’ op het bedrijvenpark zelf die volgens Henk Hoogmoed zowel voorwaardestellend als voorwaardescheppend is voor het aantrekken van nieuwe functies. Zo bouwde brandstoffenhandelaar Kuster Olie een nieuw tankstation op Laarberg omdat hij ervan uitgaat dat op Laarberg afnemers zitten, maar op termijn ook leveranciers van duurzame brandstoffen zoals het biogas van RMS of de elektriciteit van het solarpark waarmee de Tesla’s bij het tankstation kunnen worden opgeladen.

Een ander bedrijf op Laarberg dat kan bijdragen aan de duurzame energievoorziening is houtleverancier Ten Damme, die niet alleen strooisel voor stallen maakt, maar ook houtchips als biomassa voor palletkachels.

Randvoorwaarde 6: Zorg voor een circulaire hardware

Voor we het vergeten is er nog de hardware. Een bedrijventerrein bestaat uit wegen, gebouwen, verlichting, natuur; of natuur is weggehaald en moet gecompenseerd worden. Daar is allemaal in voorzien. De wegen zijn van ‘groen’ asfalt, de ledverlichting is circulair en houdt rekening met vleermuizen die al in het gebied aanwezig waren voor de bedrijven kwamen. Natuur keerde deels terug in de vorm van bosranden met bomen en afvalwater wordt zoveel mogelijk op natuurlijk wijze in het gebied gezuiverd en teruggebracht in het waterecosysteem.

Randvoorwaarde 7: Beheer op orde

Cees-Jan Pen benadrukt nog dat het beheer van de werklocaties op orde moet zijn. Dat is voor hem belangrijker dan de vraag of een terrein in erfpacht wordt uitgegeven (en de gemeente dus duurzaam eigenaar blijft) of gewoon verkocht (op Laarberg heeft de koper keuze, om zo minder afhankelijk te zijn van de bank). ‘Alleen door goed onderhoud en beheer is de kwaliteit van een werklocatie te borgen. Dit vereist een professioneel functionerende ondernemersvereniging die meer doet dan post bezorgen en energie inkopen.’

Randvoorwaarde 8: Lange adem

Otto Willemsen hoopt dat Gebiedsonderneming Laarberg van haar aandeelhouders de tijd krijgt om de biobased-strategie consistent uit te rollen. ‘Dat betekent dat je die strategie ook tot uitvoering brengt in de bedrijven die zich op het terrein vestigen’.

Randvoorwaarde 9: Stem regionaal af

Een circulair bedrijvenpark vervult een vitale regionale functie, dan moet je als regio ook samenwerken, vindt Cees-Jan Pen. En dat betekent dat vitale functies die onder de nimby-noemer vallen een plek moeten krijgen op het bedrijvenpark, zoals een betoncrusher.

Randvoorwaarde 10: Sterke identiteit

Otto Willemsen heeft ook nog enkele suggesties voor de twee ontwikkelende gemeenten. Naast een lange adem en consistente bewaking van het concept, raadt Willemsen aan het bedrijvenpark een eigentijdse uitstraling te geven, vooral met het oog op de mensen die er moeten werken. ‘Dat betekent geen standaard blokkendozen. Zorg ervoor dat het gebied een uitstraling heeft waar circulaire bedrijven zich in thuis voelen en vooral ook het personeel zich senang voelt. Als je luncht, moet het leuk zijn.’

Zie ook het artikel 'circulaire bedrijventerreinen: welke bedrijfslocatie kiest u?'

Lees verder

Achtergrond

card image

01-05-2019

Economisch zwakke regio profiteert niet van investering in sterkere regio

Achtergrond

01-05-2019

Economisch zwakke regio profiteert niet van investering in sterkere regio

Investeren in sterke regio’s opdat zwakke regio’s meeprofiteren, is niet het antwoord op toenemende regionale ongelijkheid. De economisch zwakke regio heeft namelijk maar mondjesmaat baat bij stimulering van de sterke regio. Anderzijds treedt er wel een trickle-up effect op, waarbij de sterke regio juist veel profijt heeft van de investering in de zwakke regio.

Dat blijkt uit het onderzoek ‘De economische samenhang tussen regio’s in Nederland’ door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), waarbij het planbureau de economische productie in en verbondenheid tussen de Nederlandse provincies onder de loep nam.

Economische verschillen tussen regio’s zijn de afgelopen decennia steeds groter geworden, met allerhande gevolgen. Zo kan in een zwakkere en achterblijvende regio een ‘economie van onvrede’ ontstaan. Huidig economisch beleid richt zich dus niet langer primair op de ‘regionale winnaars’, maar ook juist op het stimuleren van zwakkere regio’s. Daarbij speelt volgens het PBL echter een ‘traditioneel dilemma’: investeer je in economisch sterkere regio’s opdat zwakkere regio’s via trickle down effecten meeprofiteren of investeer je direct in de zwakkere regio’s zelf?

Meeste interactie blijft binnen de regio

Het PBL geeft aan dat dit laatste het grootste effect heeft, want, want uit het onderzoek blijkt dat er zeer weinig aanwijzingen zijn dat zwakke regio’s daadwerkelijk meeliften op het succes van sterkere regio’s. Mark Thissen, onderzoeker Verstedelijking en Mobiliteit en medeauteur van het rapport, verklaart het geringe effect: ‘Het gros van de economische interacties, 70 procent, vindt binnen de regio zelf plaats, wat ervoor zorgt dat maar een klein deel van investeringen in sterke regio’s doorstroomt naar zwakkere regio’s.’

Trickle-upeffect

Als er dan toch interactie tussen de regio’s plaatsvindt, beperkt dit zich veelal tot omliggend gebied. Het effect van investeringen in Groningen valt buiten Groningen voor bijvoorbeeld voor 31 procent neer in Drenthe en valt 21 procent van de investeringen in Friesland neer in Groningen.

Uitzondering op deze nabijheidsregel zijn reeds sterke regio’s. Thissen: ‘Stimulering van alle regio’s slaat met name neer in gebieden als Noord- en Zuid-Holland en Noord-Brabant. Deze sterke regio’s plukken dus ook de vruchten van stimulering van zwakkere regio’s.’ Dit effect, dat het PBL het ‘trickle-upeffect’ noemt, is echter niet zo sterk dat investeringen in zwakkere regio’s ook voor toenemende ongelijkheid zorgen. ‘Doordat het grootste deel van de investeringen toch binnen de regio zelf blijft, is een investering in een zwakkere regio’s alsnog een goede manier om regionale ongelijkheid tegen te gaan,’ zegt Thissen.

Opgenomen in de NOVI

Het PBL voerde het onderzoek uit op verzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koningsrelaties (BZK), in het kader van de Beleidsverkenning Vestigingsklimaat Nederland. De resultaten moeten bijdragen aan visievorming over het regionaal-economisch beleid. Bovendien worden de onderzoeksresultaten volgens Thissen meegenomen in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI).

Lees verder