Ontmoet SKBN tijdens de Provada. In deze sessie - georganiseerd door Buck Consultants International - is Theo Föllings (voorzitter SKBN) panellid.

De stad is om te wonen, te winkelen, te genieten van cultuur, onderwijs te volgen .... én om te werken. Met alle ruimteclaims op tafel - woningbouw voorop - lijken ruimtezoekende bedrijven straks nauwelijks plaats te kunnen vinden in steden. Maar bedrijven willen óók graag in de stad zitten: nabij personeel, openbaar vervoer-knooppunten, gelijksoortige bedrijven en lokale markt.

Functiemenging biedt kansen, als instrument om te vernieuwen, te verlevendigen, te intensiveren en synergie te bereiken. Niet als doel op zichzelf, want soms zijn combinatiemogelijkheden beperkt of is er een sterke logica om juist één functie dominant te laten blijven.

In deze sessie worden 2 praktijkvoorbeelden gepresenteerd met aandacht voor haalbaarheid, succes- en faalfactoren, en organisatie van het proces, gevolgd door een interactieve discussie met experts en aanwezigen. De sessie wordt geleid door Marcel Michon, managing partner van Buck Consultants International (BCI).

Het programma ziet er als volgt uit:

14.00 - 14.15 uur Functiemenging op basis van heldere afwegingen
Hoe komen steden en de vastgoedsector tot een goede afweging van wonen, werken en voorzieningen op diverse typen werklocaties in een stad en tot welke typen werkmilieus en mengvormen van wonen en werken leidt dat Paul Bleumink, managing partner Buck Consultants International.

14.15 - 14.30 uur Verkleuren van een binnenstedelijk bedrijventerrein heeft ook gevolgen voor de ontwikkeling van omliggende gebieden
In Spoorzone Oost in Arnhem worden complexe opgaven van wonen en werken opgelost in een ruimer gebied. Gielijn Blom en Heleen Sauer, beiden senior beleidsadviseur bij de gemeente Arnhem, presenteren de herontwikkeling/transformatie van bedrijventerrein Rijnpark naar een nieuwe woon/werkomgeving. Die forse ingreep vraagt om versnelde herontwikkeling van verouderde bedrijventerreinen en de ontwikkeling van een nieuwe haven voor bedrijven in de directe omgeving van Rijnpark.

14.30 - 14.45 uur Maakindustrie in de stad
Rotterdam Makersdistrict combineert wonen en werken in MerweVierhavens (M4H). Dat betekent kleinschalige maakindustrie inpassen naast wonen en voorzieningen. Harriët Sinnige, manager vastgoed van de Port of Rotterdam, geeft het belang van M4H aan voor het versnellen van de transities in de haven, stad en regio. Innovatieve maakbedrijven zijn daarvoor cruciaal en zij willen in een inspirerende werkomgeving gevestigd zijn. Daarvoor biedt M4H de (ontwikkel)ruimte.

14.45 – 15.15 uur Discussie met panel van deskundigen en met de zaal
Vragen uit de zaal worden beantwoord door een panel van deskundigen, bestaande uit de inleiders, Theo Föllings (voorzitter van SKBN) en Jordi Hubers (senior adviseur Buck Consultants International). Het goed invullen van stedelijke functiemenging is de grote uitdaging voor de komende jaren, want ook maak- en handelsbedrijven horen bij en in de stad. Hoe lossen we de knelpunten op?

Meer informatie

  • Datum: Dinsdag 26 oktober 2021
  • Tijd: 14:00 - 15:15 uur
  • Organisatie: Buck Consultants International in samenwerking met Provada
  • Locatie: RAI, Amsterdam – Zaal E107

NB: Aan deelname aan de Provada zijn kosten verbonden, koop je toegangsbewijs via deze link.

 

Opinie
'Zie bedrijventerreinen niet langer als geïsoleerde zones’
'Zie bedrijventerreinen niet langer als geïsoleerde zones’

Bedrijventerreinen moeten niet langer uitsluitend worden bekeken als afgebakende werkgebieden met een functionele of logistieke rol. Volgens Karel Van den Berghe, planoloog en universitair hoofddocent ruimtelijke planning en stedelijke ontwikkeling aan de TU Delft, vraagt de veranderende economie om een bredere blik op de rol van deze gebieden.‘Van oorsprong zijn bedrijventerreinen een organisatorisch, topografisch en defensief concept, het gaat om zoveel vierkante meters, zoveel banen en zoveel milieuruimte’, zegt Van den Berghe.  Lange tijd was dat volgens de universitair hoofddocent - en lid van de Adviesraad van SKBN - een logische manier om economische functies ruimtelijk te ordenen. Maar die manier van kijken past volgens hem steeds minder goed bij de economische werkelijkheid van nu. Ook in het ruimtelijk debat worden bedrijventerreinen volgens hem nog vaak te beperkt benaderd. ‘Bedrijventerreinen worden vaak vergeten of puur technisch en logistiek ingestoken, en komen als laatste aan bod bij het bedenken en ontwerpen van stedelijke en regionale systemen’, zegt hij.  Daarmee raken ze gemakkelijk op de achtergrond in discussies over woningbouw, gemengde gebieden en stedelijke ontwikkeling. Historisch gegroeid perspectief De planoloog plaatst die onderwaardering nadrukkelijk in een historische context. Volgens hem is het klassieke denken over bedrijventerreinen sterk verbonden met het economische tijdperk waarin nationale economieën en sectoren centraal stonden.  ‘Veel concepten die we vandaag gebruiken, hebben een origine in verschillende momenten in deze verschillende tijdperken.’  ‘Tijdens Bretton Woods, met naties als dominante organisatie, was het handig om vergelijkingen tussen deze naties en activiteiten te maken. Hieruit komen de concepten van bruto nationaal product en “economische sector”.’ Het brede gebruik van bedrijventerreinen kwam volgens Van den Berghe pas echt op gang vanaf de jaren zeventig, toen de globalisering op stoom kwam.  ‘Om deze groei in economie te sturen, werden bedrijventerreinen een essentieel planologisch instrument om deze te bundelen, op zoek naar agglomeratievoordelen en specialisatie, en vooral het beheersen van externe factoren, zoals logistiek, lawaai of geur.’ In die zin waren bedrijventerreinen tegelijk aanjager en beheersinstrument van economische groei. Volgens de universitair hoofddocent aan de TU Delft veranderde dat tijdens de periode van hyperglobalisering ingrijpend. Nederland wist zich sterk te positioneren in handel, logistiek en internationale dienstverlening.  ‘Voor de immateriële diensten zijn het best gekend de gebiedsontwikkelingen Amsterdam-Zuid of de Kop van Zuid in Rotterdam’, zegt hij.  ‘Op het andere aspect was er geen plek in de wereld die zo goed zijn havens en infrastructuur uitbouwde om de enorme groei van logistiek tijdens hyperglobalisatie te accommoderen.’ Die ontwikkeling had ook gevolgen voor de positie van bedrijventerreinen buiten de grote logistieke en stedelijke knooppunten.  ‘Bedrijventerreinen, althans die buiten de havens, werden steeds minder belangrijk. De bedrijventerreinen, en al zeker die in of nabij grote steden, die tijdens hyperglobalisatie wel nog overbleven, daarvan kan men vandaag stellen dat die het volhielden ondanks en niet dankzij de ruimtelijke ordening.’Bedrijventerrein als schakel Volgens de TU Delft-onderzoeker is dat oude perspectief nog steeds zichtbaar in de manier waarop bedrijventerreinen vandaag worden benaderd.  Ook nu ziet hij dat terreinen in en nabij steden geregeld worden herontwikkeld vanuit een discours van creativiteit, menging of circulariteit, maar dat de uitkomst vaak vooral residentieel of commercieel is. ‘Eerst met het “omarmende” of “zalvende” discours van “creatief”, “woon/werk milieus”, “circulair” of “gemengd ontwikkelen”, maar in realiteit vaak toch wel overwegend richting residentieel en commercieel landgebruik.' Tegelijk vindt de van origine Vlaming dat juist nu een andere blik nodig is. Volgens hem leven we in een periode waarin deglobalisering, geopolitieke spanningen en kwetsbare ketens de economie veranderen. Dat betekent volgens de planoloog niet het einde van het bedrijventerrein. ‘Integendeel’, zegt hij, juist een herwaardering ervan.‘Bij veel herontwikkelingen van bedrijventerreinen in of nabij grote steden zie je nu al dat ze moeilijk bereikbaar, betaalbaar en afrondbaar zijn. En de grote schokken moeten waarschijnlijk nog komen.’ Van den Berghe benadrukt met name dat bedrijventerreinen niet als losse locaties moeten worden gezien, maar als onderdelen van een groter systeem.  ‘We moeten bedrijventerreinen niet langer zien als geïsoleerde zones, maar als onderdelen van een groter, cross-sectoraal netwerk dat innovatie, veerkracht en maatschappelijke waarde genereert’, zegt hij.  Daarmee verschuift ook de betekenis van zulke gebieden: niet alleen wat er direct op het terrein gebeurt telt, maar ook de rol die het speelt in bredere productieketens, logistieke structuren en samenwerkingsverbanden. De universitair hoofddocent wijst daarbij op plekken als Eindhoven, Leuven, Gent, Delft en Leiden. Zulke terreinen zijn volgens hem succesvol omdat ze ‘de kracht van de stad benutten - toegang tot talent en nabijheid van politieke en financiële centra - en tegelijk genoeg ruimte bieden om echt bedrijventerrein te zijn’.  Maar, voegt hij eraan toe: ‘Ze staan nooit op zichzelf. Ze zijn onderdeel van een groter netwerk van bedrijven en terreinen.’ Meer dan BNP en werkgelegenheid Volgens Van den Berghe gaat het mis als bedrijventerreinen alleen worden verdedigd met cijfers over banen, rendement of bruto nationaal product (BNP). ‘Toch worden die terreinen vaak verdedigd met simpele argumenten: hun aandeel in het BNP of het aantal banen dat ze opleveren.'  ‘Maar dit soort argumenten zijn vooral defensief en ‘calimero achtig’.’ Daarmee blijft volgens hem buiten beeld wat bedrijventerreinen maatschappelijk en economisch mogelijk maken. Een van de voorbeelden die hij noemt, is circulariteit. Die ontstaat volgens hem lang niet altijd op één locatie, maar juist in netwerken tussen bedrijven op verschillende terreinen.  ‘Ons recente onderzoek laat bijvoorbeeld zien dat circulariteit in Nederland juist wordt gedragen door de goede samenwerking tussen bedrijven verspreid over verschillende bedrijventerreinen.’ Juist daarom is volgens de planoloog een ‘vernieuwende manier van ruimtelijk-economisch denken nodig, die verder gaat dan ‘rendement’, ‘BNP’, ‘topsector’, ‘winst’ of ‘aantal banen’. Die andere manier van denken heeft volgens hem ook gevolgen voor de ruimtelijke planning. De betekenis van zonering kan de komende jaren kantelen.  ‘Zonering zal in dit geval niet zoals vanaf de jaren 1970 zorgen voor het beperken van de ‘last’ van bedrijventerreinen, maar zonering zal er steeds meer voor zorgen dat bedrijventerreinen steeds minder 'last' hebben van de stad.’  'De kijk op bedrijventerreinen, stedelijke omgevingen en havengebieden moet anders. Beschouw ze niet als losse werelden, maar als onderdelen van hetzelfde economische en maatschappelijke systeem.'

31-03-2026
Nieuws
Rotterdam behaalt doelstelling voor behoud bedrijfsruimte
Rotterdam behaalt doelstelling voor behoud bedrijfsruimte

Rotterdam is de eerste stad in Nederland die een expliciete doelstelling heeft geformuleerd voor het behoud van bedrijfsruimte én deze heeft gerealiseerd. De ambitie van het college voor deze bestuursperiode was om het totale aantal vierkante meters bedrijfsruimte minimaal op peil te houden. Die opgave is ruimschoots gehaald: per saldo is er zelfs 70.657 m² bedrijfsruimte bijgekomen.De totale voorraad bedrijfsruimte in Rotterdam bedraagt momenteel 4.335.128 m² bvo. Sinds 1 juli 2022 is deze voorraad gegroeid met 70.657 m². Om de doelstelling te behalen startte de gemeente het Actieplan Bedrijfsruimte.Wethouder Robert Simons (o.a. Economie): “We hebben als college een duidelijke economische koers gekozen: ruimte voor Rotterdamse ondernemers. Die aanpak werkt. Rotterdam is de eerste gemeente die haar doel voor bedrijfsruimte heeft vastgesteld én gehaald en daarmee de neerwaartse trend keerde. Daarmee blijft de maakindustrie in de stad, behouden we banen en zorgen we dat Rotterdammers ook in de toekomst kunnen rekenen op vakmensen.”Een concreet voorbeeld van hoe dit collegebeleid in de praktijk wordt gebracht, is het behoud van ruimte voor de maritieme maakindustrie op het voormalige Hunter Douglas-terrein op Zuid. Deze sector is van vitaal belang voor zowel de Rotterdamse als de nationale economie. Waar de afgelopen jaren veel bedrijventerreinen zijn getransformeerd voor woningbouw, is hier bewust gekozen voor een trendbreuk. Herontwikkeling was alleen toegestaan onder de voorwaarde dat minimaal 33.000 m² bedrijfsruimte behouden zou blijven.Bedrijventerreinen hebben niet alleen een essentiële maatschappelijke functie als werkplaats van de samenleving; 40 procent van de werkzame Nederlanders heeft een baan op een bedrijventerrein. Op bedrijventerreinen wordt 30 procent van het Bruto Nationaal Product (BNP) verdiend.

06-02-2026
Aanmelden nieuwsbrief