SADC organiseert tijdens PROVADA beurs de sessie Digital Twin Airport Corridor.

SADC heeft een Digital Twin laten ontwikkelen van de Airport Corridor, het gebied dat loopt van de Amsterdamse Zuidas naar Schiphol en station Hoofddorp. De Metropoolregio Amsterdam staat voor een grote verstedelijkingsopgave. Binnen de Airport Corridor is ruimte voor de ontwikkeling van nieuwe, hoogwaardige en duurzame woon-werklocaties. Dit brengt wel uitdagingen met zich mee. Hoe gaan we bijvoorbeeld om met de energietransitie en duurzame bereikbaarheid in een regio met zoveel mensen en beperkte ruimte?

Om de beste keuzes te maken voor de toekomst, moet je de economische en maatschappelijke consequenties kunnen overzien. Dat vraagt om actuele, bruikbare informatie. De databronnen die hiervoor nodig zijn, zijn nu vaak per thema verspreid over verschillende publieke en private partijen.

Daarom heeft SADC het initiatief genomen om samen met andere partijen, een Digital Twin van de Airport Corridor te ontwikkelen. Een innovatief instrument voor gebiedsontwikkeling, dat een digitale weergave van de werkelijkheid creëert en waarmee je alle relevante informatie kunt combineren, analyseren en simuleren. Zo kun je digitaal in beeld brengen, wat de gevolgen van bepaalde keuzes zouden zijn in de echte wereld. Bijvoorbeeld voor financiële waarde, duurzame bereikbaarheid of de bijdrage aan de Sustainable Development Goals.

Tijdens de sessie vertellen we er meer over, en gaan daarna in gesprek met panelleden die ook Digital Twins ontwikkelen. Ook is er volop ruimte om vragen te stellen en mee te praten.

Programma

14.55 – 15.00 uur            Inloop

15.00 – 15.15 uur            Presentatie Digital Twin Airport Corridor door Peter Heida, projectmanager SADC

15.15 – 16.00 uur            Panelgesprek, onder leiding van Peter Heida, met:

  • Abe Ferwerda, projectmanager, SADC
  • Caren van der Merwe, Sustainable Business Advisory Team, Rabobank
  • Emile Revier, Partner, PosadMaxwan
  • Ilco Slikker, Sr. Business Consultant Adviesgroep Novius, Royal HaskoningDHV
  • Lieke Dreijerink, Programma Ontwikkelaar, AMS Institute

Entree(kaart)

Het is niet nodig om je voor deze sessie aan te melden. Er geldt een vrije inloop.

Wél is het noodzakelijk om (zelf) een entreekaart voor de PROVADA te hebben. Deze kan je hier online bestellen.

Datum en tijd

  • Woensdag 15 juni
  • 15.00 – 16.00 uur (14.55 uur inloop)

Locatie

De PROVADA wordt gehouden in de Amsterdamse RAI, in het Holland Complex, entree C (hal 10, 11 en 12).

De sessie Digital Twin Airport Corridor vindt plaats in zaal E106. Zaal E106 is op de 1e verdieping te vinden, rechts bovenaan de roltrap. Bekijk hier de plattegrond van de RAI.

Aandacht voor parkeren

De organisatie van de PROVADA waarschuwt dat parkeren bij de RAI dit jaar voor ‘grote uitdagingen’ zal worden. Hier kan je meer informatie over mogelijke alternatieven lezen. Goed om te weten om tijd bij de sessie aanwezig te kunnen zijn!

Foto: Gerd Altmann via Pixabay

Nieuws
Podcast MRA: Sleutel voor grote transities op vaak ‘vergeten’ bedrijventerreinen.
Podcast MRA: Sleutel voor grote transities op vaak ‘vergeten’ bedrijventerreinen.

Bedrijventerreinen spreken vaak maar weinig tot de verbeelding. Veelal zijn het terreinen aan de rand van een gemeente, waar bezoekers alleen komen als ze er echt moeten zijn. Maar dat beeld is langzaam aan het veranderen. Niet alleen zijn bedrijventerreinen goed voor maar liefst een kwart van alle werkgelegenheid in de Metropoolregio Amsterdam (MRA), ze kunnen ook een essentiële rol spelen in de ontwikkeling naar een circulaire economie, rond de energietransitie en vergroening van de leefomgeving. Bedrijventerreinen lopen echter tegen grenzen aan, onder meer op het gebied van ruimte en energie. Hierover gaat de nieuwste podcast in de serie Metropoolregio Actueel. ‘Dit moet lokaal op de agenda.’ Tot een jaar of vijf geleden was sprake van een overschot aan bedrijventerreinen in de MRA, maar inmiddels zijn er tekorten in alle deelregio’s en in de meeste gemeenten in de regio. Dit brengt de balans tussen de groei van het aantal inwoners en werkgelegenheid in gevaar. Samenwerking van provincies en gemeenten is nodig om hiervoor de beste oplossingen te vinden, staat in het voorwoord van de Bedrijventerreinenstrategie van de MRA, die in februari 2024 wordt gepresenteerd. Aan het woord in deze podcast van de Metropoolregio Amsterdam (MRA) komen Noord-Hollands gedeputeerde Esther Rommel, tevens bestuurlijk trekker van de Bedrijventerreinenstrategie van de MRA, Pieter Dijckmeester, directeur Projecten bij SADC en Cees-Jan Pen, lector van het lectoraat ‘De ondernemende regio’ aan de Fontys Hogeschool.  Lees hier het hele bericht en luister de podcast.  

12-02-2024
Nieuws
‘Koester binnenstedelijke bedrijventerrein voor last mile en bouwdistributie’
‘Koester binnenstedelijke bedrijventerrein voor last mile en bouwdistributie’

Er is in de stad meer ruimte nodig voor stadslogistiek. Daarvoor is het nodig dat binnenstedelijke bedrijventerreinen worden gekoesterd, aldus Jordi Hubers van Buck Consultants International (BCI). Logistieke aanbieders blijven sceptisch over mengen met wonen, toont nieuw onderzoek van BCI. Juist vanwege die groeiende behoefte van last mile-stadsdistributie wijst senior adviseur Hubers op het belang van het behoud van binnenstedelijke bedrijventerreinen. ‘Maar óók voor bijvoorbeeld installatie- en bouwbedrijven, andere stadsverzorgende functies en natuurlijk ook de maakindustrie'. Veranderingen in onze economie en maatschappij leiden tot een toename van het aantal logistieke bewegingen, van en naar de stad. Dat vraagt om fysieke ruimte. Niet alleen in de stad of aan de rand (stadshubs), maar óók buiten de stad in de vorm van grotere distributiecentra, stelt Hubers. In de felle strijd om de ruimte in de stad is volgens hem herontwikkeling van bestaande verouderde binnenstedelijke bedrijventerreinen een deel van de oplossing voor het ruimtetekort. ‘Naast stadsdistributie, installatie- en bouwbedrijven, andere stadsverzorgende functies en de maakindustrie vormen deze terreinen ook een oplossing voor een betere en duurzamere afhandeling van bouwlogistiek.’  ‘Zo maar naar de bouwplaats rijden kan écht niet meer’, verklaarde directeur Ron Frazer van VolkerWessels Materieel & Logistiek (VWML) vorig jaar in een interview met Logistiek.nl. VWML ontwikkelde afgelopen jaren al vier bouwhubs in en nabij steden. Frazer is fel pleitbezorger van de ontwikkeling van een landelijk netwerk van duurzame white label bouwhubs. Herontwikkeling succesvol Maar ruimte in de stad is schaars. Om voldoende ruimte te creëren voor logistiek in stedelijke omgevingen is volgens Hubers herontwikkeling van verouderde en onderbenutte bedrijvenzones nodig.  Uit een inventarisatie van een twintigtal herontwikkelingsprojecten in West- en Zuid-Nederland dat BCI medio vorig jaar uitvoerde, blijkt dat herontwikkeling van verouderde zones op bedrijventerreinen naar moderne gebouwen voor met name logistiek succesvol kan zijn, stelde het adviesbureau zelf vast. ‘De intensiteit van het ruimtegebruik nam in de 20 casussen met 84 procent toe, de werkgelegenheid verzevenvoudigde en verouderde gebouwen op vervuilde terreinen zijn vervangen door toekomstbestendige en duurzame logistieke gebouwen', aldus Hubers. ‘De gebouwen hebben vrijwel allemaal het BREEAM-duurzaamheidskenmerk en zijn energiezuinig gebouwd en vaak van zonnepanelen voorzien.’ Op herontwikkelde terreinen die BCI onderzocht, vonden voorheen vaak aflopende industriële activiteiten en opslag plaats. Mede daarom moest er wel vaak gesaneerd worden, wat in drie op de vier gevallen resulteerde in vijf tot vijftien procent meerkosten in vergelijking met een “greenfield-ontwikkeling” in dezelfde regio. De maatschappelijke baten wegen daar volgens hem vaak tegenop. Goede woon-werkbalans Hubers somt nog wat voordelen op van herontwikkeling. Zo is op brownfields vaak nog een netaansluiting aanwezig, terwijl het op greenfield-locaties nog maar de vraag is of je aansluiting kunt krijgen.  ‘Vooral oude fabriekslocaties zijn zeer geschikt. Vaak zijn deze locaties oorspronkelijk als werklocatie ontwikkeld, ze liggen dicht bij het centrum, met een goede aansluiting op infra en uitvalswegen en personeel dichtbij.’ Hubert onderkent dat wonen qua platte grondopbrengst vaak meer oplevert, maar gemeenten ook moeten zorgen voor een goede woon-werkbalans en gevarieerde ruimte voor economie. ‘Anders word je als stad een monocultuur en liggen complementaire functies wonen en werken te ver uit elkaar. Dubbelgebruik door het mengen van wonen en werken, ziet de Nederlandse logistieke sector (nog) niet zitten. ‘Dat lukt vrijwel nooit’, oordelen twee op de drie respondenten in een nieuw onderzoek uit januari waarin BCI de logistieke sector bevroeg over nieuwe ontwikkelingen in het veld. Laat staat verticaal op gebouwniveau, waarmee in steden als Londen en Parijs wordt geëxperimenteerd. Ronduit positief oordelen de respondenten van het nieuwe onderzoek ‘Perspectief op logistiek Vastgoed 2024’ over functiecombinaties van logistiek met andere bedrijfssectoren, en redelijk positief over combinaties met kantoren en landschappelijk inpassing van logistiek. Volgens Hubers zou de vraag voorop moeten staan hoe functies elkaar kunnen versterken. ‘Woon-werkwijken zorgen voor een bepaalde reuring. Maar wonen combineren met zwaar transport – ook al is het technisch mogelijk – is vragen om moeilijkheden.’ Het mixen van kantoren anders dan de kantoren van de logistieke bedrijven zelf op logistieke terreinen zou Hubers niet willen aanmoedigen. Kantoorpersoneel is volgens hem nu al moeilijk naar kantoor te krijgen. ‘Op de kantorenmarkt zien we een verschuiving van functionele naar meer betekenisvolle kantorenlocaties waar werknemers graag willen werken.' 'Dit leidt ertoe dat omgevingen en gebouwen met veel dynamiek en interactie meer in trek raken. Logistieke bedrijventerreinen zijn daarom geen goede ‘match’ met zelfstandige kantoren.’ Een aantrekkelijke werkomgeving staat volgens hem voorop. En geen werkomgeving die verstoord wordt door continue logistieke stromen. Transit oriented development Opvallend is dat respondenten aangeven dat bereikbaarheid per openbaar vervoer een belangrijker locatieselectie- en ontwerpcriterium wordt: 59 procent belangrijk tot zeer belangrijk in 2023 naar 85 procent belangrijk tot zeer belangrijk in 2027. Hubers wijst in dat verband op het belang van ‘transit oriented development’ van bedrijvenlocaties nabij OV-voorzieningen. Dat betekent niet dat hij verwacht dat logistieke terreinen zullen verrijzen nabij treinstations. ‘Die locaties zullen toch eerder voorbehouden blijven aan woon- of woonwerkomgevingen.' 'Maar het is wel iets waar je aan de voorkant van economische gebiedsontwikkeling rekening mee moet houden, dat er bijvoorbeeld buslijnen zijn ingepland, die ook nog eens op gunstige tijden rijden. Dit is zowel een opdracht aan overheden als aan bedrijven zelf. In sommige gevallen zal de sector bereid moeten zijn mobiliteitsconcepten mee te organiseren.’ BCI informeerde bij de logistieke sector in hoeverre zij verwachten de komende drie jaar dat overheden eisen en stringentere randvoorwaarden gaan stellen aan de realisering van distributiecentra.  ‘Met het stellen van architectonische normen, eisen rond zonnepanelen op het dak van grotere distributiecentra, het verplicht delen van energie én het garanderen van een goede en veilige werkomgeving voor personeel kunnen de vastgoedontwikkelaars en beleggers goed uit de voeten.' ‘De ‘gaten’ tussen wat vastgoedpartijen nu al doen en wat ze denken dat de overheden in 2027 verplicht gaan stellen, zitten vooral in energieneutraliteit van gebouwen, de meest stringente BREEAM-normen als ‘good’, ‘very good’ en ‘excellent’ en klimaatadaptieve maatregelen, zoals een groen dak, biodiversiteit en regenwateropvang.’ Resumerend concludeert Hubers dat stedelijke regio’s niet voldoende ruimte hebben om álle ruimtevragen te accommoderen en beter benutten van bestaande ruimte daarom prioriteit moet krijgen. Daarvoor is hoe dan ook geld nodig.  Het ministerie van EZK stelt in haar Programma Ruimte voor Economie negen miljoen euro beschikbaar voor pilots beter benutten. Hij moedigt EZK en andere overheden aan daar meer geld in te steken. Voor een belangrijk deel is dit geld volgens hem revolverend, mits er een goede organisatie achter zit. Tegenover de kosten die niet revolverend zijn zouden idealiter wel maatschappelijke opbrengsten moeten staan, bijvoorbeeld milieuwinst. Lees het volledige artikel ook op Stadszaken.nl

26-02-2024