Tijdens het ‘Webinar succesvolle innovatieomgevingen’ dat Buck Consultants International (BCI) op donderdag 13 oktober in samenwerking met vakblad BT/Stadszaken.nl organiseert, staat de vraag centraal hoe je een succesvolle innovatie-omgeving ontwikkelt.

Innovatiedistricten, campussen, fieldlabs, broedplaatsen, science parks, incubators, accelerators…..

Het barst van de initiatieven om jonge en doorstartende innovatieve bedrijven de juiste plek en werkomgeving te bieden.

Daarbij gaat het om de ‘software’ (zoals innovatie-ecosystemen, begeleiding en financiering van startups en business development) én de hardware (adequate gebouwen en een aantrekkelijk gebied).
  
Deelvragen zijn:

  • Wat zijn de kritische voorwaarden om een succesvolle innovatie-omgeving te realiseren?
  • Hoe creëer je onderscheidend vermogen in relatie tot die andere meer dan 150 initiatieven voor campussen/incubators/field labs et cetera in Nederland?
  • Wat is een passende rolverdeling tussen overheden, vastgoedpartijen en andere betrokkenen als het gaat om investeringen, exploitatie en organisatie van een innovatie-omgeving?

Tijdens het webinar geeft BCI-directeur René Buck inzicht in concrete frameworks en kengetallen, maar presenteert hij ook concepten en ervaringen van meerdere typen innovatie-omgevingen. Met ander woorden: wat werkt wel, wat werkt niet?
 
Buck Consultants International is toonaangevend op het gebied van innovatie-omgevingen en kan bogen op ruime praktijkervaring met het begeleiden van campussen, innovatiedistricten en innovatieclusters. Alleen al in de laatste anderhalf jaar voerde en voert BCI projecten uit in Leiden, Rotterdam, Maastricht, Twente, Utrecht, Tilburg, Helmond, Sittard-Geleen, Amsterdam, Venlo, Heerlen en ’s-Hertogenbosch.
 
Datum: Donderdag 13 oktober, 11.00 - 12.00 uur
Locatie: Online
Voor wie: Beleids- en programmamedewerkers van overheden, vastgoedontwikkelaars en -beleggers, campusorganisaties, medewerkers van publieke en private ontwikkelings- en herstructureringsmaatschappijen.
Kosten: de bijeenkomst is gratis

Klik hier voor aanmelden 

 

card image

Event

2022-11-10
BT Event 2022 | DE STRIJD OM DE RUIMTE

Event

2022-11-10

BT Event 2022 | DE STRIJD OM DE RUIMTE

Ruim 3.800 bedrijventerreinen en werklocaties in Nederland herbergen 50 procent van alle banen en vertegenwoordigen 60 procent van alle R&D-investeringen. Van de grootste R&D-bedrijven is zelfs 80 procent gesitueerd op een bedrijventerrein.

Volgens de meest actuele raming van het ministerie van EZK bestaat er tot 2030 behoefte aan 5500 tot 9500 hectare betaalbare ruimte voor werken. Afgelopen jaren verdween echter een oppervlakte van 4600 hectare bedrijventerrein, vaak door transformatie naar wonen. En die druk op de ruimte door wonen houdt de komende jaren ook aan.

Ondertussen neemt de vraag naar milieuruimte alleen maar toe vanwege de transitie naar een circulaire economie. Bestaande (milieu)ruimte op werklocaties wordt echter nog onderbenut. Dat geldt eveneens voor het – enorme – verduurzamingspotentieel op bedrijventerreinen en werklocaties.
 
Tijdens het 17e BT Event op donderdag 10 november in Lumen Hotel & Events in Zwolle, staan het borgen van ruimte voor werken en het werken aan toekomstbestendige werklocaties centraal.

Voor een economisch sterker en duurzamer Nederland kúnnen en mógen werklocaties niet over het hoofd worden gezien.

Klik hier voor meer informatie over het programma en aanmelden

Over het congres

Het BT Event is sinds 2006 hét netwerkevenement waarop het maatschappelijk en economisch belang van werklocaties en bedrijventerreinen centraal staan. De nadruk ligt niet alleen op fysieke ruimte voor werklocaties, maar tevens op het functioneren van deze werklocaties in een snel veranderende wereld. Dat gaat zowel over het economische functioneren van werklocaties en innovatiemilieus, als over de snel veranderende duurzame eisen die natuur én mens stellen aan onze leef- en werkomgevingen.
 
Het BT Event is een initiatief van SKBN en vakblad BT, en wordt dit jaar georganiseerd in samenwerking met Gemeente Zwolle, Provincie Overijssel en Oost NL.

 

Lees verder

Achtergrond

card image

14-03-2022

Veel meer aandacht nodig voor lokale economie: ‘in gelul kun je niet werken’

Achtergrond

14-03-2022

Veel meer aandacht nodig voor lokale economie: ‘in gelul kun je niet werken’

De economie verdient veel meer prioriteit bij de collegevorming na de gemeenteraadsverkiezingen. Vooral het nijpende tekort aan bedrijfslocaties moet hoog op de agenda. ‘In gelul kun je niet werken.’

Die kordate woorden zijn van René Buck. De adviseur maakt daarmee een knipoog naar de beroemde uitspraak van de markante Amsterdamse wethouder Jan Schaefer uit de jaren zeventig ‘in gelul kun je niet wonen’.

De ceo van adviesbureau Buck Consultants International, dat onder andere gemeenten en regio’s terzijde staat bij ruimtelijke en economische vraagstukken, volgt de verkiezingen met grote belangstelling. ‘Het nationale coalitieakkoord van eind vorig jaar ademt de sfeer van dat een bloeiende economie een gegeven is. En dat we ons alleen hoeven bezig te houden met ongelijkheid/herverdeling/brede welvaart.’

Ruw wakker geschut

Bestuurders lijken inmiddels ruw wakker geschud te worden nu werkgeversverenigingen, banken, centrale banken en instellingen al weken over elkaar buitelen in sombere bespiegelingen over de economische gevolgen van de oorlog in de Oekraïne. ‘Nog los van het verloop van de oorlog zelf is duidelijk dat de impact op de economie behoorlijk is‘, analyseert Buck. ‘Gestegen grondstof- en energieprijzen, verstoorde supply chains en een hoge inflatie die langer duurt dan een paar maanden hebben het euforische gevoel van het einde van corona en een snel opverende economie snel laten wegebben.’

Feit blijft volgens Buck dat er een groot acuut tekort bestaat aan beschikbare bedrijventerreinen ‘en dat daar dringend iets aan gedaan moet worden’. ‘Regeren is vooruit zien. Je moet je niet laten leiden door de waan van de dag. Er moet nu gehandeld worden om de economische ontwikkeling voor de toekomst veilig te stellen. Vergeet niet dat het vaak zes tot acht jaar duurt voor het eerste bedrijf zijn deuren kan openen, nadat een gebied is aangewezen als bedrijventerrein.’

Achtersluispolder

Buck vindt bovendien dat de nieuwe colleges veel meer een integrale afweging moeten maken om te voorkomen dat woningbouw altijd en overal voorrang krijgt. Helemaal als het gaat om bestaande bedrijventerreinen die worden getransformeerd tot woonlocatie. Buck noemt in dit verband de geruchtmakende Achtersluispolder in Zaanstad. ‘Een goed lopend bedrijventerrein aan het Noordzeekanaal waar de gemeente 10.000 woningen wil bouwen. Die bedrijven zitten daar volstrekt legaal, zorgen nauwelijks voor overlast. Toch moet een deel weg. Maar waar ze heen moeten, mogen ze zelf uit zoeken!’

Volgens deze adviseur is het slechts ‘een van de vele voorbeelden’ waar bedrijven het veld moeten ruimen voor woningbouw. Hij staat met zijn betoog niet alleen. Al twee jaar geleden luidde de Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (SKBN) de noodklok over het vrijwel geruisloos verdwijnen van 46 vierkante kilometer aan bedrijventerreinen in de vijf jaar ervoor. ‘Sindsdien is de situatie alleen maar verergerd.’ Buck verwijst ook naar een rapport van de Raad voor de Leefomgeving, die de behoefte aan bedrijfsruimte tot 2030 raamt op 5.500 tot 9.500 hectare.

Geen kavels

‘Ik denk dat er een heleboel grote en middelgrote gemeenten momenteel al ‘neen’ moeten verkopen als een eigen industrieel bedrijf voor een uitbreiding aanklopt met de vraag om een kavel van drie hectare’, betoogt hij gedreven. ‘Let wel: dan heb ik het dus niet over een grote logistieke operatie van vijftien hectare. Want dergelijke kavels zijn momenteel helemaal nauwelijks meer beschikbaar. Zelfs niet in de logistieke hotspots zoals Venlo of Waalwijk, waar vroeger ruimte in overvloed was.’

Volgens Buck wordt er weliswaar regelmatig gehamerd door vooral landelijke politici over het belang van een goed vestigings- en ondernemersklimaat. Maar dat betreft vooral (fiscale) regelgeving en de vraag of we al dan niet een belastingparadijs zijn.

Elektriciteitsnet

Buck: ‘De politieke discussie gaat hoofdzakelijk over hoofdkantoren en brievenbusfirma’s op de Zuidas. Mijn betoog is dat het tegenwoordig schort aan de invulling van de basale behoeften van de gemiddelde industriële, logistieke of handelsonderneming, die zich hier nieuw wil vestigen of uitbreiden. Dan heb ik het dus over de beschikbaarheid van fysieke ruimte. Maar óók over zoiets fundamenteels als aansluiting op het elektriciteitsnet en niet te vergeten beschikbaarheid van personeel. Op al die drie punten schiet Nederland op dit moment tekort.’

Hij haalt het voorbeeld aan van een cliënt, een Amerikaanse toeleverancier van plastic slangetjes van een grote Nederlandse producent van medische apparatuur, die zich in ons land wil vestigen. In de zoektocht naar een geschikte plaats voor nieuwbouw stuitte Buck en zijn mensen recentelijk niet alleen op een gebrek aan kavels, maar ook op de beperkingen van het elektriciteitsnetwerk. Want die staat door de energietransitie enorm onder druk. ‘Je moet op sommige plekken jaren wachten op een aansluiting. Maar zo’n bedrijf heeft haast. Na zeven verschillende provincies afgegaan te zijn, hebben we uiteindelijk toch een geschikte locatie gevonden.’

Toestroom arbeidsmigranten

Buck realiseert zich ook dat veel logistieke hotspots worstelen met een enorme toestroom van arbeidsmigranten. Zij nemen vaak het laaggeschoolde werk voor hun rekening in distributiecentra en zetten de overspannen lokale woningmarkt nog verder onder druk. In combinatie met de verdozingsdiscussie, de aantasting van het landschap door XXL-dc’s, zorgt dat ervoor dat gemeenten zeer terughoudend zijn met het aanwijzen van nieuwe bedrijventerreinen voor grootschalige logistiek.

‘Huisvesting van arbeidsmigranten is inderdaad een reëel probleem, dat zeker aandacht verdient bij de collegevorming in veel gemeenten’, stelt hij.’ Polenhotels op bedrijventerreinen is inderdaad geen ideale oplossing. Maar het is wel veel beter dan huisvesting in stapelbedden in schuren of caravans. En we moeten gewoon eerlijk zijn: we hebben die mensen heel hard nodig en een groot deel mag zich hier ook als EU-burgers vrijelijk vestigen. Dus moeten die mensen ook fatsoenlijk gehuisvest worden.’

Strijd om de ruimte

Volgens Buck is de strijd om de ruimte ‘steeds heftiger en intensiever’ in dit overvolle landje, waarop elk vierkante meter een bestemming rust. En ook nog eens drie andere functies ‘staan te trappelen’ om die functie over te nemen. ‘De aanspraken op de ruimte worden alleen maar groter. Dat geldt niet alleen voor de woningbouw met nog een miljoen te bouwen woningen, maar ook voor de energietransitie, de plekken voor windmolens en zonneparken, nieuwe bedrijventerreinen en landbouw. Een heleboel zaken houden zich nu eenmaal niet aan gemeente- of provinciegrenzen.’

Zijn de ruimtelijke vraagstukken anno 2022 niet domweg te groot voor de plaatselijke politiek? Is het niet tijd voor veel meer regie vanuit Den Haag van de nieuwe minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, Hugo de Jonge? ‘Eerlijk gezegd, ben ik zeer benieuwd wat De Jonge precies gaat doen’, spreekt Buck bedachtzaam. ‘Ik heb namelijk nog niet kunnen ontdekken dat hij nieuwe instrumenten of bevoegdheden heeft gekregen. Die heeft hij wel nodig. Even gechargeerd gezegd: als dezelfde ambtenaren die vroeger werkten voor Binnenlandse Zaken met name voor woningbouw, nu op hun visitekaartje hebben staan ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, en verder verandert er niets, dan heb ik er een hard hoofd in.’

Wortel en stok

Volgens Buck is het zaak voor ‘uitvoeringskracht’ te zorgen zonder dat dit uitmondt in Haagse bedilzucht. ‘Hanteer wortel en stok. Maar ga niet à la Jan Pronk, een oud-minister van Vrom, tot in detail aan gemeenten voorschrijven of zij bijvoorbeeld in Tilburg Zuid of Noord woningbouw of bedrijventerreinen moeten realiseren.’

Bron: Erik Wiegerinck, Vastgoedmarkt 14 maart 2022

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Vernieuwing werklocaties: ‘Elke gemeente een bedrijventerrein-wethouder’

Nieuws

28-03-2022

Vernieuwing werklocaties: ‘Elke gemeente een bedrijventerrein-wethouder’

De tijd van mooie intenties en leunen op sympathieke initiatieven van onderop is voorbij. Vernieuwing en verduurzaming van werklocaties vereist visie en regie. Of die nu vanuit de markt komt of vanuit de overheid. Dat is de boodschap die blijft hangen na het bezoek aan en bespreken van drie totaal verschillende werklocaties in het kader van de tweede digitale ‘SKBN on tour’.

Achtereenvolgens toog SKBN langs Binckhorst in Den Haag, Greenport Venlo en Industriepark Kleefse Waard (IPKW). De Binckhorst is jarenlang leidend voorwerp van een transformatie van werklocatie naar hoogstedelijk woon-werkgebied. De Greenport is een dozenparadijs waar duurzaamheid en landschappelijke inpassing vanaf de start van de ontwikkeling dé leidraad zijn. En Kleefse Waard is een tot campus getransformeerde productielocatie van AkzoNobel met een focus op energie-innovatie.

Via deze link kunt u de uitzending terugkijken

Binckhost: meer regie op werken

Volgens het geldende omgevingsplan komen er 5.000 woningen in het voormalige bedrijvengebied Binckhorst. Daarnaast is er ruimte voor 200.000 vierkante meter nieuwe bedrijfsruimte. ‘Op gegeven moment zegt de gemeente: stop bij 5.000 woningen’, verzekert programmadirecteur Binckhorst Hettie Verheijen van de gemeente Den Haag op locatie. Die woningen moeten in 2025-2026 zijn opgeleverd.

Met die woningbouw komt het wel goed, verzekert Gert-Joost Peek, voorzitter van stichting I’m Binck. Dat is een netwerk van bedrijven, vastgoedeigenaren en andere stakeholders die een ambitie delen om de Binckhorst beter, inclusiever en duurzamer te maken. ‘Ik woon vlakbij de Binckhorst. Als ik de straat uit kijk zie ik een hele hoge kraan.’ Volgens Peek was de ruimte voor de bouw van nieuwe woningen ‘binnen twee minuten’ vergeven, waarna de spreekwoordelijke stop er al op moest. ‘Maar ik vraag me af wanneer er op de startknop wordt gedrukt met de bedrijvenlocaties.’

Met de nieuwe ruimte voor werken vlot het volgens Peek nog niet zo. De lector gebiedsontwikkeling aan de Hogeschool Rotterdam heeft wel een vermoeden waarom. Pakweg vijftien jaar geleden startte de gemeente samen met marktpartijen ambitieus in een publiek private samenwerking met de herontwikkeling. Toen kwam de crisis, waardoor private partners uitstapten, en de transformatie via kleine bottom-up initiatieven tot stand moest komen. De huidige ontwikkelmethode omschrijft hij als ‘developing apart together’, waarbij het initiatief uiteindelijk bij de markt ligt. En daar wringt volgens hem deels de schoen. Want marktpartijen willen maar wat graag huizen bouwen, maar de bouw van nieuwe werkvoorzieningen komt volgens hem niet of nauwelijks van de grond.

Gebiedsmandjes

Nicole Maarsen, voorzitter van de Nederlandse afdeling van het Urban Land Institute en oprichter van ontwikkelende belegger Home Earth, benadrukt dat de markt functiecombinaties van wonen en werken wel degelijk omarmt. Maar er is wel behoefte aan houvast om zekerheid te hebben welke kant een gebied opgaat.

Knelpunt volgens Peek is dat, zodra de prijs van de grond door de woonfunctie gedefinieerd wordt, werken buiten handbereik komt te liggen. Een oplossing zou volgens hem kunnen zijn dat de gemeente gaat werken met ‘gebiedsmandjes’ voor het stapsgewijs ontwikkelen van werken samen met wonen. ‘Als de appetite voor het bouwen van huizen zo groot is, waarom niet het zoet met het zuur combineren?’

Co-referent Cees-Jan Pen, lector De Ondernemende Regio aan Fontys, ziet het liefst dat gewoon een harde eis wordt gesteld aan het aandeel werklocaties dat in een gebiedsontwikkeling moet komen. Net zoals er harde eisen gesteld worden aan een percentage sociale woningbouw.

Er is maar één grote werklocatie in Den Haag, en ruimte voor werken moet volgens Pen geborgd worden. Als het niet goedschiks gaat, dan maar kwaadschiks. Een belangrijke conclusie die de gespreksdeelnemers stellen is dat een duidelijke visie op het soort werkgelegenheid waar je als stad ruimte aan wil bieden, vooraf moet gaan aan de herontwikkeling van een woon-werkgebied. Volgens Pen denken maar weinig gemeenten over die vraag na.

Greenport Venlo: goede gebiedsorganisatie

Het tweede gebied dat de SKBN tijdens de digitale tour onder de loep neemt is Greenport Venlo. Een nieuwe ontwikkeling voor grootschalige distributie en logistiek. En waar grootschalige logistiek wel eens in een kwaad daglicht staat. Greenport kenmerkt zich door een aansprekende landschapsarchitectuur met fietspaden en het nodige groen, voorzieningen die dankbaar gebruikt worden door bewoners uit te omgeving. De daken van de bedrijven liggen bedekt met zonnepanelen en de bodem is waterdoorlatend. Daardoor kan het gebied grootschalig worden afgekoppeld. En mede vanwege die hoge duurzame standaard blijkt Greenport Venlo een magneet voor soortgelijke bedrijven met duurzaamheid als uitgangspunt.

Hét geheim van Greenport Venlo is dat er een goede gebiedsorganisatie aan ten grondslag ligt. En dat hier vanaf de start van de ontwikkeling pakweg tien jaar terug expliciet wordt gewerkt met hoge duurzaamheidseisen en een verplicht parkmanagement. Dat wordt verzorgd door de Stichting Parkmanagement Duurzame Bedrijventerreinen.

Projectleider Jacko D’Angelo legt uit dat de stichting niet alleen bedrijventerrein Greenport Venlo, maar in totaal 20 bedrijventerreinen in de regio onder beheer heeft. Samen goed voor 1.300 ondernemingen. De financiering komt uit één overkoepelende BIZ (bedrijveninvesteringzone), subsidie van de provincie Limburg en uit Brussel. Door alle duurzame investeringen is Greenport Venlo één van de duurzaamste bedrijventerreinen van Nederland geworden en feitelijk nu al Paris Proof.

Volgens Pen is een bedrijventerrein als GreenPort Venlo het bewijs dat de nationale overheid veel meer moet inzetten op de verduurzaming van bedrijventerreinen. Want hier is enorm veel klimaatwinst te halen, mits een er vorm van samenwerking is die de verduurzaming organiseert, zoals in Venlo het geval is. In de Randstad kunnen ze daar nog wat val leren, aldus Pen. Volgens hem maar vijftien procent van de bedrijventerreinen enige vorm van gebiedsorganisatie kent.

IPKW: niet onderhandelbaar

De derde en laatste locatie die wordt uitgelicht is Industriepark Kleefse Waard (IPKW) in Arnhem. Uniek aan Kleefse Waard is de eigendomsstructuur. Het bedrijventerrein is in 2003 aangekocht door de Amersfoortse ontwikkelende bouwer Schipper Bosch, dat de voormalige productielocatie van Akzo Nobel in krap twintig jaar uitbouwde tot een campus met een focus op energie-innovatie. Een belangrijke rol daarbij is weggelegd voor Connectr, een netwerkorganisatie van overheid, bedrijfsleven en onderwijs die een fysieke locatie zocht voor het cluster rond energie-innovatiebedrijven- en onderwijs, waar de regio Arnhem sterk in is.

Op IPKW ligt de focus op systeemintegratie, energieopslag en duurzame aandrijving, vertelt directeur Kevin Rijke. Rond oplossingen voor energieopslag heeft IPKW zelf een strategische positie opgebouwd. Het geheim van Kleefse Waard is volgens Paul van Dijk, partner bij advies en managementbureau Akro Consult, dat het familiebedrijf achter de ontwikkeling ooit een plan had en daar niet van is afgeweken.

‘Blijf bij je verhaal en maak dat verhaal niet onderhandelbaar’, vat Van Dijk het samen. Hij weet uit zijn eigen ervaring dat vanaf opdrachtgeverszijde nog al eens druk wordt uitgeoefend om sommige duurzaamheidseisen af te zwakken, omdat zo de grondprijs is te drukken. ‘Soms moet je bluf tonen en gewoon je verhaal blijven vertellen.’ Rijke sluit daarbij aan. ‘Wij hebben altijd verhalen verteld die maar voor 70 procent realiseerbaar waren. Daar zaten veel dromen bij. Maar die dromen hebben we wel verwezenlijkt.’

Rijke ontvangt op Kleefse Waard veel bezoekers, die willen weten hoe de campus tot stand is gekomen. Als ze dan horen dat het IPKW één eigenaar heeft, zijn ze volgens hem altijd even uit het lood geslagen. Toch hoeft volgens Pen een versnipperde eigendomssituatie op de meeste ander locaties geen reden te zijn om geen gelijke ambities te koesteren als op IPKW zijn gerealiseerd. Sterker: het moet juist het steven zijn om een mate van gebiedsorganisatie ook bij een andere eigendomssituatie tot stand te brengen. Begin met een goede parkmanagementorganisatie, adviseert hij. Hulp van de lokale politiek kan daarbij van pas komen, benadrukt Rijke. Zo is er in Arnhem – inmiddels – veel commitment van de EZ-wethouder. ‘Eigenlijk zal elke gemeente een bedrijventerreinwethouder moeten hebben.’

Lees verder