Er liggen voldoende kansen om de Achterhoek nóg productiever te maken. Maar hoe verzilver je deze kansen? Die vraag staat centraal tijdens het kennis- en netwerkevent ‘De kracht van de regio – naar een nog productieve Achterhoek’ dat vakblad BT en Regionaal Bedrijvenpark Laarberg op woensdagmiddag 18 januari 2023 organiseren. 

De Achterhoek bruist van de economische activiteit. De Achterhoek heeft van oudsher een sterke landbouwsector met daaromheen een grote verwerkende en toeleverende industrie. De innovatieve maakindustrie dankt de regio aan de haar industriële verleden. In de Achterhoek lag ijzererts aan de oppervlakte en langs de Oude IJssel ontstonden diverse gieterijen. De gieterijen zijn inmiddels grotendeels verdwenen maar legden een fundament voor het ontstaan van hoogwaardige maakindustrie die steeds slimmer wordt, met een wereldwijde afzet. Op grond van het aantal patenten is de Achterhoek de tweede innovatie-regio, na Eindhoven. Alleen al de regio Oost-Achterhoek heeft de economische omvang van 80 procent van de regio Eindhoven. Het aandeel industriële werkgelegenheid in de Achterhoek is ook fors hoger (17 procent) dan het Gelderse en landelijke gemiddelde (resp. 11 en 10 procent).

Maar de economische ontwikkeling van de regio staat continu onder druk. Er is sprake van een constante trek van jong talent uit de regio. Structurele arbeidsmarktkrapte door vergrijzing komt daar bovenop. En ondanks het technologisch vernuft, blijft de arbeidsproductiviteit in de Achterhoek achter bij het landelijk gemiddelde. De regio ontbeert bovendien een dominant stedelijk centrum en daarmee gepaard gaande agglomeratievoordelen. Daar staan een prachtige woonomgeving en betaalbare huizen tegenover, maar dan moeten die huizen er wel zijn. Tot slot stelt de energietransitie voor grote uitdagingen. Lokaal geproduceerde duurzame energie stuit vooralsnog op congestie op het net en wettelijke beperkingen die gelden voor lokale energie-uitwisseling.

Wat: Kennis- en netwerkevent ‘De kracht van de regio – naar een nog productievere Achterhoek’
Wanneer: Woensdagmiddag 18 januari 2023
Waar: BINX Smartility, Bolwerk 2, Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Groenlo
Voor wie: Gemeentelijke- en provinciale ambtenaren, (inter)regionale bedrijven en andere organisaties, plus iedereen die professioneel bij de ontwikkeling van de Achterhoek of vergelijkbare regio’s betrokken is.
Kosten: Aan deelname zijn geen kosten verbonden

Klik hier voor aanmelden!

 

Nieuws
Schiedam benut vrijkomende erfpacht voor herprogrammering
Schiedam benut vrijkomende erfpacht voor herprogrammering

De gemeente Schiedam benut ‘expirerende erfpacht’ om bedrijventerrein ’s-Gravelandsepolder economisch te herprogrammeren naar innovatiecluster. VolkerWessels-dochter SDK Vastgoed ontwikkelt op de vrijkomende kavels de MICS-campus voor het regionale mechatronica-cluster.Mechatronica Innovatie Campus Schiedam (MICS) is feitelijk een 42 hectare groot innovatiecluster in wording in Schiedam. Het maakt onderdeel uit van gebiedsontwikkeling SchieDistrict, een economische herprogrammering van het Schiedamse deel van bedrijventerrein Spaanse Polder en het Schiedamse bedrijventerrein ’s-Gravelandsepolder. Waar de ’s-Gravelandsepolder-West bestemd is voor circulaire bedrijvigheid en innovatieve maakindustrie, ligt de focus bij MICS op mechatronica: een sector die precisiemechanica, elektrotechniek, software en systeemtechniek combineert in slimme, geautomatiseerde systemen.  De MICS-campus ligt strategisch tussen Delft en Rotterdam, met directe aansluitingen op de A20, trein (Schiedam Centrum en binnenkort Schiedam Kethel), metro, tram, bus en fietsroutes naar de TU Delft, Erasmus Universiteit en technische opleidingen.  Deze ligging maakt MICS in beginsel niet alleen aantrekkelijk voor bedrijven, maar ook voor talent dat in de regio woont en studeert. SDK Vastgoed leverde vorig jaar het eerste pand op voor Metrohm Applikon, een specialist in analysers voor de chemische industrie.  Samenwerking als succesfactor Doekle Terpstra, bestuurlijk verkenner MICS vanuit de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH), benadrukte in een recente podcast dat de Schiedam “goud in handen” heeft, maar dat succes afhangt van duurzame samenwerking tussen overheden, bedrijfsleven, onderwijs- en kennisinstellingen. In de Brainportregio leidde zo’n triple helix-samenwerking tot een economische revival. MICS wil dit voorbeeld volgen, maar dan met een eigen signatuur. De regio Zuid-Holland telt veel mechatronicabedrijven die niet alleen het havenindustrieel complex bedienen, maar wereldwijd opereren. Om deze sector te versterken, is het netwerk ‘Hi Delta’ (Holland Instrumentation Delta) opgericht, dat maakbedrijven, toeleveranciers, kennisinstellingen en overheden moet verbinden. MICS moet de fysieke locatie worden waar deze partijen samenwerken, innovatie versnellen en talent aantrekken.  Van Brainport naar MICS SDK Vastgoed heeft veel ervaring met het creëren van innovatiecampussen. Zo ontwikkelde het bedrijf de Brainport Industries Campus (BIC) in Eindhoven, waar bedrijven en kennisinstellingen onder één dak samenwerken om de snelle wereldwijde ontwikkelingen in de high tech-industrie te kunnen bijbenen.  De sprong van SDK Vastgoed naar Schiedam is minder onlogisch dan het in eerste instantie lijkt. ‘Trek een cirkel van dertig kilometer meter rond deze plek en je telt ruim drie miljoen inwoners. Hier geldt de wet van de grote getallen’, verklaarde SDK-directeur Niels Langenhuizen eerder in vakblad ROm, een zustertitel van BT en Stadszaken. ‘Als je drie keer zoveel mensen hebt als in de regio Eindhoven, zou je ook drie keer zoveel technisch talent moeten kunnen aantrekken’.  Expirerende erfpacht als kathalysator Maar de herprogrammering van bedrijventerrein naar campus is alleen mogelijk doordat per april 2020 84 erfpachtcontracten zijn afgelopen. In principe schrijven de erfpachtvoorwaarden voor dat je aan het eind van de rit het perceel schoon en ontruimd, dus gesloopt en gesaneerd moet opleveren. ‘Dat geeft ons gelegenheid om nieuwe ontwikkeling af te dwingen, eventueel met nieuwe gebruikers’, zegt Liesbeth Roeles’, projectmanager gebiedsontwikkeling bij de gemeente Schiedam en verantwoordelijk voor de gebiedsontwikkeling SchieDistrict. Inmiddels zijn meer dan dertig nieuwe grondovereenkomsten in erfpacht gesloten.Lees het hele artikel ook op Stadszaken.nl

16-03-2026
Nieuws
Vlaams-Nederlands dilemma: wie stuurt doelgericht op ruimte voor economie?
Vlaams-Nederlands dilemma: wie stuurt doelgericht op ruimte voor economie?

Schaarste aan ruimte, energie en netcapaciteit dwingt Vlaanderen en Nederland tot scherpere keuzes. Op het eerste Vlaams-Nederlandse Bedrijventerrein Congres in Brugge werd zowel vanuit Vlaamse als Nederlandse zijde duidelijk dat economische weerbaarheid niet ontstaat door afwachten, maar door actief sturen op waar, hoe en voor wie ruimte voor economie beschikbaar wordt gesteld.Kennisdeling over de grens is niet nieuw, maar zelden was die uitwisseling zo doelgericht als tijdens deze eerste gezamenlijke Vlaams-Nederlands Bedrijventerrein Congres. Zo’n tweehonderd beleidsmakers, ontwikkelorganisaties en experts zowel Vlamingen als Nederlanders spraken afgelopen week in het Bruges Meeting & Convention Centre (BMCC) over de vraag hoe bedrijventerreinen en economische ruimte kunnen bijdragen aan een weerbare economie, in een context waarin uitbreiden niet langer vanzelfsprekend is.In zijn opening via een videoverbinding plaatste Vlaams minister-president en minister van Economie Matthias Diependaele de centrale opgave expliciet in het hart van het economisch beleid. Productiviteit en competitiviteit zijn kernambities van het Vlaamse regeerakkoord, maar staan steeds vaker onder druk door fysieke grenzen.‘Economische groei en innovatie hebben ruimte nodig’, stelde Diependaele. ‘Ruimte voor ondernemingen om te investeren, te produceren en te innoveren. En precies daar ligt vandaag een van de grootste uitdagingen: ruimte is schaars.’Die schaarste vraagt volgens hem om doelgerichter sturen. ‘We moeten de ruimte die we hebben strategisch inzetten en expliciete keuzes maken over waar en hoeveel ruimte we voorzien voor economische activiteiten.’Met het Vlaamse actieplan ruimte voor bedrijvigheid wil de regering voorkomen dat economische ontwikkelingsruimte versnipperd raakt of langdurig onbenut blijft. Daarbij ziet hij een actieve rol voor de overheid, samen met lokale besturen en Vlaamse intercommunales. Via VLAIO wil Vlaanderen optreden als partner bij de complexe opgave om ruimte voor economie daadwerkelijk mogelijk te maken.Het Vlaams-Nederlandse karakter van het congres noemde hij daarbij essentieel. ‘We kunnen veel van elkaar leren. Ik ben ervan overtuigd dat we samen de Rijn-Maas-Scheldedelta verder kunnen uitbouwen tot een van de belangrijkste economische motoren van Europa.’Weerbaarheid centraalDe keynote van econoom Johan Albrecht (Itinera Institute, Universiteit Gent) plaatste die bestuurlijke ambities in een bredere Europese context. Volgens Albrecht is Europa de afgelopen jaren vooral bezig geweest met het compenseren van crises, in plaats van het versterken van zijn economische fundamenten.‘In 2022 en 2023 heeft Europa bijna 800 miljard euro uitgegeven aan energie? en crisissubsidies’, zei Albrecht. ‘Twee derde tot drie kwart daarvan is terechtgekomen bij gezinnen en bedrijven die die steun eigenlijk niet nodig hadden. Dat is pure verspilling.’Die aanpak maakt Europa volgens hem niet sterker voor toekomstige schokken. ‘We moeten stoppen met herstellen achteraf en werken aan structurele weerbaarheid.’ Die noodzaak wordt zichtbaar door de opeenvolging van geopolitieke spanningen en de grote afhankelijkheid van mondiale productieketens, ook voor vitale goederen.‘Vrijwel alle antibiotica en actieve farmaceutische stoffen worden vandaag geproduceerd in India en China. Als die supply chains worden doorgeknipt, kunnen Europese ziekenhuizen binnen één maand niet meer opereren.’Sturen noodzakelijkDe centrale vraag die Albrecht stelde, raakte direct aan het congresthema: wie stuurt werkelijk op economische ruimte? ‘Willen we economische ruimte actief aansturen, of blijven we doen alsof we alleen faciliteren en zien we wel wat er gebeurt?’In situaties van schaarste – aan ruimte, energie of netcapaciteit – worden volgens hem altijd keuzes gemaakt. ‘Als er netcongestie is en niet alles kan worden aangesloten, doet iemand industriebeleid. Alleen gebeurt dat vandaag vaak door netbeheerders en toezichthouders, zonder democratisch mandaat.’Dat leidt tot een impliciet en reactief industriebeleid. ‘Wat we nodig hebben, is een proactief en strategiegedreven industriebeleid waarin we durven kiezen.’Ruimte als hefboomInternationale voorbeelden laten volgens Albrecht zien dat zulke keuzes effect kunnen hebben. Landen als Hongarije en Polen wisten in relatief korte tijd een batterij-industrie op te bouwen met gerichte staatssteun, snelle vergunningverlening, vooraf ingerichte bedrijventerreinen en gegarandeerde energie-aansluitingen. Duitsland ontwikkelde rond Dresden een halfgeleidercluster, vooral gericht op automotive toepassingen. Voor Vlaanderen en Nederland ligt de sleutel niet in kopiëren, maar in het benutten van eigen sterktes. Daarbij waarschuwde Albrecht voor ver doorgeschoten specialisatie van bedrijventerreinen. ‘De echte bron van economische vooruitgang is diversiteit, niet specialisatie. Innovatie ontstaat op het snijpunt van sectoren.’Dat pleit voor gemengde economische omgevingen waarin functies elkaar versterken. ‘Je moet niet elk park één functie geven. Juist menging vergroot de kans op kruisbestuiving.’Deelsessies in teken van visie naar instrumentNaast het plenaire programma boden de break-out sessies tijdens het Vlaams-Nederlandse Bedrijventerrein Congres, een initiatief van vakblad BT in samenwerking met partners VLAIO en Vlinter (een samenwerkingsverband van 12 Vlaamse intergemeentelijke verenigingen voor streekontwikkeling en de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten, red.), verdieping rond de vraag hoe beter benutten in de praktijk vorm krijgt. Waar het plenaire debat draaide om richting en keuzes, stonden in de deelsessies instrumenten, governance en uitvoering centraal. De focus lag op de ‘hoe vraag’ dus het (beter) benutten van bestaande sturingsmiddelen, zoals het Vlaamse terugkooprecht, bovenlokale programmering en afspraken over uitgifte en herontwikkeling. Daarbij ging het minder om juridische techniek dan om bestuurlijke vragen: wie stuurt, wanneer grijp je in en hoe houd je dat legitiem. Ook herontwikkeling van bestaande terreinen, verweving van functies en de noodzaak van regionale samenwerking kwamen herhaaldelijk terug. Gezamenlijk lieten de sessies zien dat het debat is verschoven van of sturing nodig is naar hoe die sturing uitvoerbaar en consistent wordt ingericht. De vragen die in de break?out sessies concreet op tafel kwamen, raken daarmee aan een fundamentelere kwestie: hoe kijken we eigenlijk naar bedrijventerreinen in ons economische en ruimtelijke denken?Die vertaalslag stond centraal in het plenaire gesprek tussen Mark Andries (directeur VLAIO) en Jurgen Geelhoed (directeur Regio & Ruimte bij het Nederlandse ministerie van Economische Zaken). Beide deden een poging om concreet te maken wat ‘beter benutten’ in beleid en praktijk betekent. Geelhoed schetste hoe Nederland de afgelopen jaren scherper is gaan kiezen. ‘We hebben een aantal sectoren aangewezen met hoge toegevoegde waarde of een duidelijke bijdrage aan transities en weerbaarheid. Daar koppelen we het begrip productief ruimtegebruik aan.’Andries benadrukte dat beter benutten meer is dan verdichten alleen. ‘Productiviteit gaat niet alleen over arbeid, maar ook over ruimte. Hoe halen we meer waarde uit elke vierkante meter die we gebruiken?’Dat vraagt volgens hem ook om innovatie op bedrijventerreinen zelf. ‘Op veel terreinen in Vlaanderen lijkt de tijd stil te staan. Daar moet opnieuw durf en experiment in komen.’Schaarste dwingt tot keuzesNetcongestie maakt volgens beide sprekers duidelijk dat sturen onvermijdelijk is. ‘In Nederland staan duizenden bedrijven op de wachtlijst voor een aansluiting’, aldus Geelhoed. ‘Dan moet je prioriteiten stellen.’Die keuzes worden vaak impliciet gemaakt. Volgens Andries hoort dat niet zo. ‘De vraag is niet of we kiezen, maar wie kiest en op basis waarvan.’ Dat vraagt om gezamenlijke programmering tussen rijk, regio’s en gemeenten, in plaats van adhoc beslissingen.Een gevoelig punt daarbij is de verhouding tussen landbouw en industrie. Geelhoed wees erop dat herverdeling van landbouwgrond ruimte kan bieden voor transities, maar Andries waarschuwde voor polarisatie. ‘Landbouw is economie. Zonder landbouw geen voedingsindustrie. Een groot gevecht tussen sectoren is niet productief.’Volgens Andries ligt de sleutel vooral bij het activeren van gronden die al bestemd zijn voor bedrijvigheid. ‘In Vlaanderen liggen nog honderden hectaren industriegrond die vandaag niet economisch worden benut. Daar moeten we gerichter op sturen.’In de afsluitende keynote plaatste planoloog Karel Van den Berghe (TU Delft) het hernieuwde belang van bedrijventerreinen in een historisch en conceptueel kader. Volgens hem is het denken over bedrijventerreinen decennialang heen en weer geschoten tussen afwijzing en idealisering - een jojo-beweging die leidt tot inconsistent beleid, aldus Van den Berghe. Van den Berghe duidde dat met het concept van een trilemma: duurzaamheid, veiligheid en betaalbaarheid. ‘Het is een onoplosbare keuze. Elke richting die je kiest, heeft per definitie negatieve gevolgen voor de andere twee.’ Dat botst volgens hem met het diepgewortelde idee van maakbaarheid in de ruimtelijke planning, waarin gebieden worden ontworpen alsof ze afgerond en geoptimaliseerd kunnen worden.De geschiedenis van de globalisering laat zien hoe die keuzes verschuiven. Na de oorlog stond veiligheid centraal en werd economie vooral nationaal georganiseerd. Daarna volgde een sterke focus op betaalbaarheid en schaalvoordelen, met globalisering en vergaande zonering als ruimtelijke vertaling. Bedrijventerreinen fungeerden toen vooral als plekken om economische activiteit te kanaliseren en af te schermen van wonen. Die fase is volgens Van den Berghe voorbij. In een tijd van deglobalisatie en geopolitieke onzekerheid staat productie opnieuw centraal. Daarmee keren bedrijventerreinen terug als cruciale schakels in economische systemen. Maar hij waarschuwde voor een nieuwe valkuil: het uitsluitend defensief benaderen van bedrijventerreinen met losse argumenten als werkgelegenheid, circulariteit of innovatie. ‘Dat is een Calimero discussie, en daardoor kwetsbaar.’Bedrijventerreinen zijn onderdelen van netwerkenVolgens Van den Berghe moeten bedrijventerreinen worden benaderd als onderdelen van netwerken van waarde. Niet het individuele bedrijf is doorslaggevend, maar de samenhang tussen bedrijven, sectoren en regio’s - vaak over gemeente? en landsgrenzen heen. Daarbij gaat het niet alleen om start ups of scaleups. ‘Ook de ogenschijnlijk gewone bedrijven zijn cruciaal om economische levenscycli draaiende te houden.’De kernboodschap van Van den Berghe luidde: de stad heeft bedrijventerreinen nodig, maar bedrijventerreinen hebben ook de stad nodig. 'Onder hyperglobalisatie zochten steden economische betekenis en had de stad bedrijventerreinen nodig; in het huidige tijdsgewricht zijn bedrijventerreinen afhankelijk van stedelijke netwerken, kennis, arbeidsmarkten en voorzieningen om relevant te blijven.'Daarmee sluit hij aan bij de centrale conclusie bij de eerste editie van het Vlaams-Nederlandse Bedrijventerrein Congres. In een context van schaarste vraagt economische weerbaarheid niet om nostalgie of romantisering, maar om consequent beleid waarin keuzes expliciet worden gemaakt. Bedrijventerreinen zijn volgens de planoloog geen probleem dat moet worden opgelost, maar een strategische realiteit waarmee zorgvuldig moet worden omgegaan.

02-04-2026
Aanmelden nieuwsbrief