WELKOM BIJ SKBN

De Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (SKBN) deelt en ontwikkelt kennis op het gebied van verdienvermogen en de ontwikkeling van het vestigingsklimaat. Heel concreet gaat het om de (her-)ontwikkeling en het beheer van werklocaties en hoe dit aan te pakken. Ook organiseert SKBN de ontmoeting tussen alle betrokken belangen. En SKBN levert – gevraagd en ongevraagd – beleidsinput op basis van haar kennis.

Sinds medio 2010 is SKBN al actief met het ontwikkelen en delen van kennis over (her)ontwikkeling van bedrijventerreinen. In onze stichting werken regionale en stedelijke ontwikkelingsmaatschappijen uit heel Nederland samen. SKBN wil graag in contact komen en blijven met andere ontwikkelingsmaatschappijen en staat open voor nieuwe participanten en kennispartners.

Lees op deze website bij Nieuws waar onze participanten in het dagelijks werk mee bezig zijn en wat zij realiseren. Nieuwsfeiten die al wat ouder zijn, kunt u in het Archief lezen. Bij Agenda kunt u lezen waar u ons en onze participanten kunt treffen. Wie onze participanten en kennispartners zijn, leest u onder Participanten. En als u contact wilt opnemen met SKBN of met een van de bestuursleden van SKBN kan dat Contact.

card image

Event

15-05-2019
Studiereis naar Parijs

Event

16-10-18

Studiereis naar Parijs

Grand Paris, pionier in duurzaamheid 

Van woensdag 15 mei tot vrijdag 17 mei 2019 organiseert de SKBN een werkbezoek aan Parijs. Parijs: de stad van literatuur, wetenschap, kunst en economie, maar ook de stad van de guillotine, mei ’68, gele hesjes. Je zou haast vergeten dat Parijs ook gewoon een stad is. Eigenlijk is het een staat in een staat, waar ontzettend veel gebeurt op het vlak van duurzame stedelijke ontwikkeling.

De Fransen doen daarbij geen half werk. Een traditie die begon met de grote verbouwing van ‘de lichtstad’ door Baron Haussmann in de tweede helft van de negentiende eeuw, duurt nog altijd voort. De Métropole du Grand Paris, die met centrumstad Parijs en voorsteden Hauts-de-Seine, Seine-Saint-Denis en Val-de-Marne een gebied van 814 km2 beslaat, pioniert op het gebied van duurzame energie, duurzame gebiedsontwikkeling en duurzame mobiliteit. Drie ontwikkelingen die we centraal stellen tijdens ons drie dagen durende programma. 

Eerste operationele smart grid

Parijs beschikt over het eerste operationele smart grid van de wereld: het IssyGrid in Issy-les-Moulineaux. Voor warmtevoorziening experimenteert de Parijse regio al 40 jaar met geothermie. Parijs is momenteel hét Europese centrum voor nieuwe boringen naar aardwarmte. In het centrum van Parijs bestiert energiebedrijf ENGIE het grootste koude-netwerk van Europa met water uit de Seine. Ook als publieke opdrachtgever zet Parijs de toon. De gemeente pioniert met een lifecycle-contract voor openbare verlichting ter waarde van €800 miljoen.

Eerste circulaire bedrijfspark

Ondertussen bouwt de stad nieuwe ‘quartiers’ die voldoen aan de hoogste standaarden voor duurzaamheid en circulariteit, zoals het Clichy-Batignolles ecodistrict in het 17de arrondissement (opgeleverd in 2012). Een Nederlands team onder leiding van architectenbureaus RAU, karres+brands en SeARCH werkt aan het eerste circulaire bedrijfspark Triango als onderdeel van de ‘Inventons la Metropole de Grand Paris’: de grootste Europese competitie voor stedenbouw, architectuur en openbare ruimte.

Duurzame mobiliteit

De burgemeester van Parijs maakte de rechteroever van de Seine autovrij, dieselauto’s gaan vanaf 2025 in de ban. In een unieke samenwerking met de gemeente Parijs biedt Groupe Renault – Europa’s grootste fabrikant van elektrische auto’s – elektrische mobiliteit aan inwoners en bezoekers van Parijs en Île-de-France. Ondertussen werken Franse ingenieurs aan de Grand Paris Express: een derde metronetwerk met 160 kilometer nieuw spoor verdeeld over vier nieuwe lijnen met in totaal 60 nieuwe stations. Het nieuwe net ligt voor 90 procent ondergronds en moet in 2024 klaar zijn voor de duurzaamste Olympische spelen ooit.

De grootste stad van de post-Brexit EU (als dat allemaal doorgaat) telt inclusief voorsteden ruim 7 miljoen inwoners en is meer dan de ingeslapen wereldstad waar ze wel eens voor wordt gehouden. De hoofdstad van Frankrijk is dé toonaangevende hoofdstad van duurzame urbane ontwikkeling. De SKBN nodigt u uit om dit zelf te gaan bekijken, waarbij we focussen op duurzame energie, duurzame gebiedsontwikkeling en duurzame mobiliteit, maar ook de positie van de Métropole du Grand Paris in de Europese en mondiale economie belichten.

Kortom: hoe Parijs ondanks de woelige baren stug voortbouwt op de idealen die de stad hebben gemaakt tot wat ze nu is. En hoe de metropool zich blijft vernieuwen op technologisch, economisch en cultureel vlak, met een stevig maakbaarheidgeloof dat de tandem overheid–bedrijfsleven tot grote prestaties heeft gebracht en nog steeds brengt. 

MELD JE NU AAN VIA: HTTPS://KENNISLAB.TYPEFORM.COM/TO/RDM9FN

Lees verder

Opinie

card image

Column Frank Hazeleger

Revolverend fonds: wondermiddel, smeermiddel of maatwerkoplossing?

Opinie

Opinie

Revolverend fonds: wondermiddel, smeermiddel of maatwerkoplossing?

Een belangrijk kenmerk van een revolverend fonds is dat het voor een bepaald doel bijeengebrachte kapitaal op verschillende manieren (bijvoorbeeld leningen) kan worden ingezet, waarbij het na verloop van tijd weer terugvloeit in het fonds. Revolverende fondsen kunnen worden ingezet door zowel overheden als non-profitorganisaties waarbij (naast financieel rendement) duidelijk sprake is van maatschappelijk belang. Een recent voorbeeld is de stimulering van de woningbouwproductie bij binnenstedelijke transformatieprojecten. Vanaf begin dit jaar heeft het ministerie van BZK een financieringsfaciliteit gestart die het mogelijk maakt ‘om kortlopende zakelijke leningen aan te vragen om de voorfase van woningbouwprojecten te financieren’.

De laatste jaren is een duidelijke trend zichtbaar om meer gebruik te maken van revolverende fondsen. Als we met minder beslag op de financiële middelen meer projecten van de grond kunnen krijgen dan zal niemand daar op tegen kunnen zijn. Maar is dit dan een nieuw wondermiddel dat elk financieel probleem binnen de binnenstedelijke gebiedsontwikkeling oplost? Is dit een smeermiddel om de stroeve raderen van vastgoedprocessen soepeler te laten draaien? Of ligt dit toch genuanceerder?

Ontwikkelingsmaatschappij Utrecht (OMU) financiert en investeert al jaren, middels een revolverend fonds vanuit de provincie Utrecht, op een succesvolle wijze projecten in de voorfase op werklocaties. Belangrijkste conclusie van de afgelopen jaren is dat geen enkel project hetzelfde is en er altijd sprake is van maatwerkoplossingen. Belangrijke aspecten die bij het vinden van een oplossing een rol spelen, worden bepaald door marktwerking, woningbehoefte, werkgelegenheid, bancaire richtlijnen, wet- en regelgeving, staatsteun, bestuurlijke verhoudingen, et cetera. En dat varieert vervolgens nog sterk per regio en functie. Dat vraagt om vastgoedkennis vanuit zowel de publieke als de private kant. Integrale gebiedsontwikkeling wordt immers steeds complexer en de beschikbare ruimte in dit land is (zeker in de Randstad) beperkt. Daar moeten we zeer zorgvuldig mee omgaan.

Bij voorkeur wordt een revolverend fonds ingezet bij grootschalige gebiedsontwikkelingen, maar de praktijk heeft ons geleerd dat de aanpak op kavelniveau vaak al complex genoeg is. Desalniettemin draagt ook deze organische gebiedsontwikkeling op kavelniveau bij aan de start of doorontwikkeling van een grootschaliger gebiedsaanpak. En wie weet, kunnen we met onze ervaringen op kavelniveau in de loop van de tijd dit schaalniveau steeds iets verder opschroeven. Daar ligt wat ons betreft de grootste uitdaging voor ons revolverende fonds.

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Duurzame Maximacentrale en Flevokust

Nieuws

Nieuws

Duurzame Maximacentrale en Flevokust

ENGIE, Provincie Flevoland en de gemeente Lelystad versterken hun samenwerking om diverse duurzame ontwikkelingen op en rondom Flevokusthaven en de Maxima-centrale te realiseren. Daarom vernieuwen ze de in januari 2017 gesloten intentieovereenkomst.

 

Aanpak

De Maxima-centrale zou bedrijven kunnen voorzien van energie door warmte, koeling en stoomuitwisseling. Daarnaast wordt er gekeken naar het realiseren van extra zonne- en windenergie, smartgrid oplossingen en de levering van groen gas aan bebouwde omgeving en industrie. Een 5MW batterij kan het elektriciteitsnetwerk ondersteunen en de opgeslagen elektriciteit gebruiken voor de te vestigen bedrijven, elektrisch varen en/of elektrisch rijden. Energie- en CO2-neutraal is de ambitie. Om de samenwerking te bekrachtigen wordt ENGIE ook partner in de Flevolandse Energieagenda.

Samen sterker

ENGIE, provincie Flevoland en gemeente Lelystad hebben alle drie hun eigen ambities op het gebied van duurzaamheid en energie. Deze kunnen elkaar versterken en leiden tot duurzame activiteiten en bedrijven rondom  Flevokust Haven. Door elkaars ambities te delen en meer samen te werken kunnen ontwikkelingen eerder gerealiseerd worden. Met het ondertekenen van de vernieuwde intentieovereenkomst wordt meer vorm en inrichting gegeven aan deze samenwerking.

Goede resultaten

De afgelopen twee jaar heeft de samenwerking al tot goede resultaten geleid en in de nieuwe intentieovereenkomst worden nieuwe kansen gezien. De nieuwe intentieverklaring is ondertekend door gedeputeerde Jan-Nico Appelman, wethouder Janneke Sparreboom en bestuurders van ENGIE Han Blokland en Harry Talen. Als symbolische start van de vernieuwde overeenkomst plaatsten de drie partijen gezamenlijk het eerste zonnepaneel op het 30 hectare grote zonnepark Flevokust dat nu gerealiseerd wordt. De ontwikkeling van dit project was één van de resultaten van de samenwerking van de afgelopen twee jaar.

Gedeputeerde Jan-Nico Appelman: “Door elkaars ambities te delen en meer samen te werken, kunnen ontwikkelingen eerder gerealiseerd worden. Met het ondertekenen van de intentieovereenkomst wordt meer vorm en inrichting gegeven aan deze samenwerking.”

Wethouder Janneke Sparreboom: “Er is veel belangstelling van bedrijven voor de kavels op het binnendijkse industrieterrein. De voortzetting van de samenwerking biedt voor de komende jaren vele duurzame mogelijkheden voor vestiging van bedrijven in de maaklogistiek en -industrie en agrifood die bijdragen aan innovatie en circulaire economie.”

Ambities

Provincie Flevoland en gemeente Lelystad streven bij de ontwikkeling van Flevokust Haven naar maximale duurzaamheidsprestaties conform de uitgangspunten van BREEAM.NL Gebieds-ontwikkeling. Dit sluit naadloos aan bij de ambitie van ENGIE om op en rond de Maxima-centrale verschillende duurzame projecten te realiseren, zowel op haar percelen in het IJsselmeer als wel op en rondom beoogde percelen van Flevokust.

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

2e dag Ateliers Circulaire Werklocaties 2050

Nieuws

Nieuws

2e dag Ateliers Circulaire Werklocaties 2050

Niet blijven hangen in scenario’s

Op dag twee van de vier atelierdagen, georganiseerd door Architectuur Lokaal samen met Provincie Noord-Holland, SADC en SKBN, gingen de drie multidisciplinaire teams de diepte in met het uitwerken van toekomstscenario’s of een strategie om de transitie naar een circulaire werklocatie mogelijk te maken. Commentaar van mentor Maurits de Hoog: ‘Blijf niet hangen in scenario’s maar kom met aansprekende beelden’. 

 

Hoofddorp

Beukenhorst en omgeving in Hoofddorp vormt het werkgebied van het eerste team. Aanvliegroute: vier scenario’s langs de assen globaal-regionaal en mensen-techniek. In de globale scenario’s zijn Schiphol en internationale verbindingen een belangrijke kapstok. Globaal-technisch heeft het team een arcadisch, circulair landschap voor ogen met grote zwarte dozen voor logistiek en maakindustrie, eventueel gemengd met wonen en via een hyperloop aangetakt op Schiphol en CO2-leiding van Rotterdam naar de IJmond. Het menselijk-globale scenario zette meer in op een transitie naar een grootschalig agro-technisch productiemilieu, zonder wonen maar met een internationale kennishub. In de regionaal-technische variant krijgt het regionale MKB een belangrijke plek, met werkplaatsen waar afgedankte apparaten en materialen een tweede leven krijgen, in combinatie met onderwijsvoorzieningen. Sleutelwoord in de regionaal-menselijke variant was ‘de coöperatie’: kleine zelfvoorzienende dorpjes, al dan niet in hoge dichtheden waar bewoners spullen en diensten delen en haast autarkisch zelf hun producten maken. Vervolgstap voor het team is het uitwerken van een vanzelfsprekend ‘narratief’  en beelden voor alle scenario’s.

Sloterdijken

Inzet van het team Sloterdijken was meer een procesmatige methodiek voor de transitie van vier verschillende deelgebieden naar een circulaire toekomst. Dit volgens de lijnen van een denkkader, gebiedsprofielen, grondstoffenstromen en (logistieke) verbindingen. Zo werd voor de vier deelgebieden een profiel uitgewerkt aan de hand van een kansenkaart rond acht onderwerpen (klimaat, biodiversiteit, energie e.d.). Dit gesymboliseerd als de organen van het menselijk lichaam. Het noordelijke, havengebonden deel leent zich als circulaire machinekamer waar toegevoegde waarde wordt gecreëerd voor afval- en grondstoffenstromen. Het zuidelijke gebied meer voor een kleinschalig milieu met een mix van wonen en werken. Terwijl de omgeving van station Sloterdijk zich kan ontwikkelen tot een kennisintensief innovatiemilieu. De oosthoek, waar momenteel autosloperijen zijn, kan een toekomstig refurbishment-milieu worden. Volgende stap is een strategie hoe in de verschillende deelgebieden ‘het motortje op gang te brengen’: hoe de wisselwerking met de haven vormgeven, hoe stappen zetten in de waardeketen en hoe volgordelijk de transitie handen en voeten geven. De bestaande infrastructuur van grootschalige wegen en spoorverbindingen vormt daarbij een belangrijke kans. Aandachtspunt: hoe bedrijven en andere stakeholders in de verschillende deelgebieden erbij betrekken?

Atlas Park

Scenario’s vormden ook de benadering van het team Atlaspark, momenteel nog een logistiek- en productieomgeving in het havengebied met open ruimte. Dit langs de assen mono- versus multifunctioneel en creativiteit versus automatisering. In het monofunctionele scenario vormt automatisering met zelfrijdende voertuigen een centrale ingrediënt; eventueel met een hek eromheen maar niet vreselijk spannend als werkmilieu voor mensen. Ook monofunctioneel maar aantrekkelijker voor mensen en minder geautomatiseerd is een scenario waarbij meer verbindingen worden gelegd met het water en groen in de omgeving. Bij de twee andere scenario’s lag het accent op menselijke maat en creativiteit met ruimte voor wonen (multifunctioneel) dan wel met een laboratoriumfunctie voor creatieve maakindustrie en urban mining (monofunctioneel). Dit met een optimale relatie met het kunstenaarsdorp Ruigoord en het landschap in de omgeving.

Commentaar

Hoe verder in de komende atelierdagen? Mentor en mobilitetsprofessor Carlo van de Weijer benadrukte het belang van een scherpe strategie en focus. Hij waarschuwde teamleden zich niet teveel te laten verleiden door onrealistische fantasieën over zelfrijdende auto’s, drones en andere voertuigen. Volgens mentor en stedenbouwkundige Maurits de Hoog moeten de teams nog scherper inzoomen op de vraag waar de regio écht behoefte aan heeft. De Hoog: ‘Je kunt een gebied maar een keer vergeven, er zijn bovendien in de regio niet veel plekken meer met ruimte voor grootschalige logistiek en industrie. Wees er zuinig op’.

Slotsymposium

De volgende atelierdag is donderdag 14 februari (slotbijeenkomst). De resultaten worden gepresenteerd op donderdag 11 april op een symposium in Pakhuis de Zwijger. Dit is gratis toegankelijk. U kunt zich aanmelden via: https://dezwijger.nl/programma/circulaire-werklocaties-2050/?flush=true

Lees verder