WELKOM BIJ SKBN

De Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (SKBN) deelt en ontwikkelt kennis op het gebied van verdienvermogen en de ontwikkeling van het vestigingsklimaat. Heel concreet gaat het om de (her-)ontwikkeling en het beheer van werklocaties en hoe dit aan te pakken. Ook organiseert SKBN de ontmoeting tussen alle betrokken belangen. En SKBN levert – gevraagd en ongevraagd – beleidsinput op basis van haar kennis.

card image

Event

29-10-2020
BT Event 2020: DE BEDRIJVIGE STAD

Event

16-10-18

BT Event 2020: DE BEDRIJVIGE STAD

Ondernemerschap in het stedelijk gebied

Een verandering in onze economie die decennia geleden werd ingezet, vindt nu haar strijdtoneel in onze binnensteden. Een shift van productie naar diensten, een hoogvlucht van het aantal zzp’ers, flexibele werkplekken en de roep om innovatie: het vraagt om bruisende plekken waar mensen elkaar spontaan en bewust ontmoeten. Deze bruisende plekken bevinden zich in gemengd stedelijk gebied, en ze vragen om een nieuwe benadering van onze stedelijke economie.

De druk op binnenstedelijke bedrijventerreinen is mede door de grote woningbouwvraag gigantisch; steeds meer bedrijven worden als hinder ervaren voor woongenot en nadelig voor waardecreatie. De ambitie om gemengde woonwerkmilieus te creëren strandt dikwijls bij de uitvoering. Maar het zijn juist dit soort, veelal grondgebonden MKB-bedrijven, die belangrijk zijn voor de maatschappelijke en economische structuur van een stad of gemeente. Een zeker maar onderschat gegeven.

Zogenaamde ‘productiewijken’, stedelijke werkmilieus of innovatiedistricten zijn het enige juiste economische antwoord op onze binnenstedelijke gebieden. Met daarbij onmisbaar de omliggende regio die een zeer belangrijke rol speelt. Tijdens dit BT Event zetten we de vraag centraal hoe we deze wijken gaan realiseren.

Het behouden én terugbrengen van traditionele en nieuwe ambachten in onze stedelijke centra is een enorme opgave, die vraagt om een duidelijke visie, vasthoudendheid en een goede beoordeling van het maatschappelijk rendement. Het vraagt om een andere benadering van onze gebiedsontwikkeling, en van de financiële modellen die daarbij horen. Hoe krijgen we vastgoedpartijen, ontwikkelaars en beleggers, én gemeenten zover dat ze daadwerkelijk gaan investeren in multifunctionele productiewijken? Hoe financier je het, en op welke manier ontwikkel je deze wijken zodat ze ook écht werken?

Onze partners

De Metropoolregio Amsterdam (MRA), gemeente Amsterdam, gemeente Zaanstad, SADC, Ontwikkelingsmaatschappij Noord-Holland Noord (NHN), SKBN en vakblad BT willen met het BT Event de ruimte in binnenstedelijke gebieden verder onderzoeken. Hoe ontwikkelen wij gezamenlijk die nieuwe productieve wijken met ruimte voor bedrijven? Ook kijken we naar de noodzaak van regionale samenwerking in dit verband. Het BT Event vervult een brugfunctie om partijen die elkaar nu nog niet vinden aan elkaar te koppelen, en een geeft antwoord op deze nieuwe manier van binnenstedelijke gebiedsontwikkeling.

Bent u erbij?

De 15e editie van het BT Event vindt plaats in Taets Art & Gallery Parc in Zaanstad en wordt vanuit daar live uitgezonden. De uitzending van het BT Event start op 29 oktober om 13.00 uur en eindigt om circa 17.00 uur. Klik op tickets voor meer informatie.  

Deze 15 editie is in verband met de Coronamaatregelen anders dan anders. Helaas geen fysiek branchemoment in een mooie (industriële) locatie, maar wel met een inhoudelijk sterk programma met topsprekers uit binnen- en buitenland en natuurlijk onder de bevlogen leiding van onze inmiddels vertrouwde dagvoorzitter Roelof Hemmen.

Over het BT Event

Het BT Event is hét netwerkevenement voor publieke en private partners die zich bezighouden met de ontwikkeling, de herstructurering en revitalisatie van bedrijventerreinen en werklocaties in Nederland.

Het BT Event wordt elk jaar georganiseerd door vakblad BT, SKBN en een van de aangesloten regio’s die het congres host. Dit jaar is dat de Metropoolregio Amsterdam, Gemeente Zaanstad, Gemeente Amsterdam, SADC en Ontwikkelingsmaatschappij Noord-Holland Noord.

Meer informatie via www.btevent.nl.

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Monitor Brabantse bedrijventerreinen 2020

Nieuws

Nieuws

Monitor Brabantse bedrijventerreinen 2020

In Brabant is de match verbeterd tussen vraag en aanbod van grond op bedrijventerreinen, zowel in oppervlakte als in type terreinen. Dat blijkt uit de Monitor Brabantse Bedrijventerreinen 2020.

De werkgelegenheid is ook gestegen, met name in de industrie, logistiek en groothandel. En de productie van stroom via zonnepanelen op daken is in een jaar tijd meer dan verdubbeld. In 2019 is 120 hectare aan nieuwe grond uitgegeven. In 2018 lag deze uitgifte nog op 186 hectare, de hoogste in 15 jaar. De uitgifte vond vooral plaats op grootschalige terreinen (75 ha). Dit correspondeert met de hoge banengroei in de sectoren industrie en logistiek. Deze sectoren vragen grote kavels. Afgelopen jaren is het aanbod aan grond op bedrijventerreinen gedaald tot een niveau waarbij er bijna geen overaanbod meer is in aantal hectaren grond. Ook is er een betere match tussen de vraag naar en aanbod van verschillende typen bedrijventerreinen. Regionaal zijn nog kleinere tekorten en overschotten.

Lees de Monitor Brabantse Bedrijventerreinen 2020

Vraag naar grote kavels blijft

De vraag naar grootschalige bedrijventerreinen zal nog toenemen. Vooral in de regio Midden- en West-Brabant is het aanbod van directe kavels beperkt. Nieuwe terreinen worden ontwikkeld zoals Wijkevoort in Tilburg en Logistiek Park Moerdijk, en ook Heesch-West in Noordoost-Brabant. Tegelijkertijd wordt er ingezet op het her-ontwikkelen van bestaande bedrijventerreinen, zogenoemde brownfields.

Gedeputeerde Erik Ronnes van Ruimte: “De ruimtelijke impact bij ontwikkeling van nieuwe terreinen is groot. Daarom maken we als provincie zorgvuldige afwegingen, samen met de regio’s, waar we wat willen en waar juist niet. De omgevingskwaliteit is hierbij een belangrijke voorwaarde.” Voor kleinschalige bedrijventerreinen hebben gemeenten meer aanbod dan de verwachte vraag tot en met 2030, respectievelijk 235 hectaren en 135 hectaren. Dit speelt vooral in West- en Noordoost-Brabant, maar ook in Zuidoost-Brabant. “Deze uitkomsten en mogelijkheden voor de toekomst worden met de regio’s besproken”, licht gedeputeerde Ronnes toe.

Werkgelegenheid op bedrijventerreinen

Het aantal banen op bedrijventerreinen is in de periode 2014-2019 in Noord-Brabant met 14% toegenomen, daarbuiten met bijna 7%. De grootste groei in het aantal banen op bedrijventerreinen zit in het afgelopen jaar in de sectoren industrie (5.400 banen) en logistiek en groothandel (3.500 banen). De groei in de industrie zit voor het overgrote deel in de regio Zuidoost-Brabant in de High techsystemen en materialen (HTSM). De groei in banen in de logistiek en groothandel vindt plaats in de regio’s West-, Midden- en Noordoost-Brabant.

Verdubbeling zonnestroom van daken

In het afgelopen jaar is de productie van zonnestroom op daken op bedrijventerreinen toegenomen van 74 miljoen KWh naar 172 miljoen kWh per jaar. Ook zit er nog veel in de pijplijn; er zijn door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland SDE+subsidies goedgekeurd die zorgen voor nog eens 724 miljoen kWh per jaar. Het openbare net levert nu 8.000 miljoen kWh elektriciteit aan de Brabantse bedrijventerreinen. Dit is 60% van de stroom voor alle bedrijven in heel Brabant. De inschatting is dat met zonnepanelen op daken in de toekomst ongeveer 40 procent van de huidige vraag duurzaam kan worden opgewekt. Daarnaast ligt er op bestaande bedrijventerreinen de uitdaging om gebouwen en processen energiezuiniger te maken.

Effecten coronacrisis nog onduidelijk

Na 5 jaar sterkere economische groei dan landelijk, keerde de groei van de Brabantse economie in 2019 terug naar het landelijk groeipad. Deze lag in 2019 op 1,7%, net iets onder het landelijk gemiddelde. De monitor geeft de cijfers tot en met 2019. Het betreft dus de ontwikkelingen van de Brabantse bedrijventerreinen vóór de coronacrisis. De impact daarvan op onze economie en de sectoren is nog onzeker. De verwachting is dat de economie in 2020 krimpt met 6 tot 8%. De gronduitgifte volgt deze ontwikkeling, meestal met een jaar vertraging. En het loont om gronden pas te ontwikkelen als er concrete vraag naar is vanuit de markt. De provincie wil deze werkwijze in alle regio’s blijven toepassen.

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Bedrijventerreinstrategie 2020 provincie Zuid-Holland gepubliceerd

Nieuws

Nieuws

Bedrijventerreinstrategie 2020 provincie Zuid-Holland gepubliceerd

Een aantrekkelijk en toekomstbestendig vestigings- en werkklimaat voor werkgevers, werknemers en bedrijven realiseren, dat is de inzet van de provincie Zuid-Holland. Aantrekkelijke en concurrerende bedrijventerreinen spelen hierin een belangrijke rol. Daarom is de provinciale bedrijventerreinenstrategie geactualiseerd met als doel om toe te werken naar voldoende geschikte, duurzame bedrijventerreinen in Zuid-Holland.

De provinciale inzet op het beleid voor bedrijventerreinen blijft grotendeels gelijk. De 3 uitgangspunten van het provinciaal bedrijventerreinenbeleid blijven namelijk in stand. Deze beleidslijnen hebben de afgelopen jaren een sterke bijdrage geleverd aan het aantrekkelijk en concurrerend houden van de Zuid-Hollandse bedrijventerreinen en de verwachting is dat dat de komende jaren ook zo zal zijn.

De uitgangspunten zijn:

  1. Evenwicht in vraag en aanbod is het hoofddoel waaraan beleidslijn 2 (beter benutten) en 3 (verduurzamen) een belangrijke bijdrage leveren. Essentieel hierbij is het maken van behoefteramingen om vraag en aanbod inzichtelijk te maken. Het beter benutten van bestaand aanbod, functiemenging en het ontwikkelen van nieuwe terreinen kan leiden tot een vergroot aanbod aan ruimte op bedrijventerreinen.
  2. Beter benutten en functioneren van bestaande bedrijventerreinen. Voorbeelden zijn de bedrijventerreinen Schieoevers bij Delft en Binckhorst bij Den Haag waar men werkt aan mogelijkheden om diverse functies te mengen. In specifieke gevallen is ook (extra) woningbouw mogelijk.
  3. Verduurzamen en voorbereiden op de toekomst: de provincie zet in op het duurzamer en aantrekkelijker maken van bedrijventerreinen. Zo heeft vergroening vele positieve effecten: het leidt tot een verhoging van de ruimtelijke kwaliteit en tot een betere inpasbaar in het landschap. Het biedt betere mogelijkheden tot ontspannen: werknemers en omwonenden kunnen op het bedrijventerrein een 'groener' rondje lopen. Groen en vergroening werkt klimaatadaptief (water stroomt beter weg en helpt tegen hitte). Hiervoor kunnen ondernemers/gemeente planvormingssubsidie aanvragen. Verder komt er een duurzaamheidsregeling, waarin groen ook een belangrijk onderdeel wordt. Voorbeelden hierbij zijn Zuidland in Nissewaard en vanuit Westland, Dordrecht en Den Haag zijn dit jaar subsidieaanvragen ontvangen om zonnepanelen op bedrijfsdaken te realiseren.

Omgevingsbeleid

De bedrijventerreinenstrategie bevat ook voorstellen voor aanpassing van onderdelen van het provinciale Omgevingsbeleid. Deze strategie doet onder andere voorstellen voor nieuwe mogelijkheden op het gebied van compensatie van bedrijventerreinen, de status van de regionale bedrijventerreinenvisies, de introductie van woon-werk-akkoorden, de structurele inzet op leegstandsaanpak en een bredere inzet op duurzaamheid en energieverbruik.

Meer informatie

Bedrijventerreinenstrategie provincie Zuid-Holland 2020

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Nieuwe vestiging Plieger Express op bedrijvenpark De President

Nieuws

Nieuws

Nieuwe vestiging Plieger Express op bedrijvenpark De President

Na slechts vier maanden bouw heeft Bouwbedrijf Bloed de nieuwe vestiging van Plieger Express op bedrijvenpark De President in Hoofddorp opgeleverd. Op de kavel van 1.330 m2 is in opdracht van Plieger B.V. door Van der Meijden Vastgoed een modern afhaalmagazijn voor de professionele installateur gerealiseerd. De President is een ontwikkeling van Gemeente Haarlemmermeer en SADC.

Met deze nieuwe vestiging in Hoofddorp verstevigt Plieger zijn positie in Noord-Holland. Het nieuwe pand is met een warmtepomp, led-verlichting en vloerverwarming een van de meest duurzame vestigingen van Plieger.

Plieger is een specialist in sanitair, verwarming, installatie, lucht & ventilatie en elektra. Met een eigen expeditie, centraal magazijn en hoofdkantoor in Zaltbommel en 56 vestigingen in Nederland met 750 medewerkers levert Plieger een assortiment van meer dan 150.000 artikelen aan onder andere installateurs, loodgietersbedrijven, detaillisten en bouwmarkten.

Koert Huisman, algemeen directeur Plieger B.V.: “Ons streven altijd in de buurt van de professionele installateur te zitten, is met 56 Express vestigingen in het land echt geen loze kreet te noemen. En we blijven op zoek naar nog meer goede locaties, zoals hier op De President.”

Eelco Kienhuis, Salesmanager SADC: “Plieger is een mooie aanwinst voor De President. De regionale functie past goed op het business park. Door de directe nabijheid van de A4 en A5 zijn ze in staat om hun klanten in de brede regio nog beter van dienst te zijn.”

 

Lees verder

Achtergrond

card image

09-10-2020

Rijk kan veel meer betekenen bij campusontwikkeling

Achtergrond

Achtergrond

Rijk kan veel meer betekenen bij campusontwikkeling

‘De Nederlandse economie draait op innovatie’

Campussen zijn de drijvende innovatiekrachten in Nederland. Overheid, onderwijs en het bedrijfsleven komen er samen. Gemeenten en provincies investeren daarom graag in campusontwikkeling, maar bij de Rijksoverheid is er een blinde vlek. Een roep om meer nationale bemoeienis vanuit de campussen zelf was reden voor Kamervragen.

Meer weten over bedrijven in de stad? Op 29 oktober 2020 organiseren de SKBN en vaklad BT het Event 'De bedrijvige stad'.

Bij gemeenten en provincies staan campussen, gebieden waar kennisinstellingen en bedrijven fysiek bij elkaar zitten, op de radar. Gemeenten verankeren campussen in economisch en ruimtelijk beleid, provincies zijn meer van een afstandje betrokken met bijvoorbeeld regionale ontwikkelingsmaatschappijen. Kijk je naar campussen waar de nadruk echt op research and development ligt en waar substantiële kennisdragers als universiteiten, een TNO of grote R&D-centra van bedrijven aanwezig zijn, dan zijn er in Nederland 35 campussen, verspreid over het hele land.

De grote animo voor en miljoeneninvesteringen in campussen zijn niet verbazingwekkend. Het samenbrengen van bedrijvigheid en kennis sluit naadloos aan bij het aloude economisch geografische adagium ‘proximity is key’. Cluster bedrijven die elkaar wat te bieden hebben, en ze versterken en inspireren elkaar. Voeg er een kennisinstelling aan toe, en je geeft een flinke impuls aan het innoverend vermogen. Kruisbestuiving gedijt bij nabijheid.

Het succes van campussen blijkt uit de cijfers. In de periode 2014-2018 was de groei van het totale aantal arbeidsplaatsen op campussen 22 procent, ten opzichte van 6 procent in de gemeenten waar zij gevestigd zijn. Bij de ruim 2.200 bedrijven op de 17 grootste campussen werken meer dan 47 duizend mensen, becijferde Buck Consultants International (BCI).

Gregor Heemskerk, partner en adviseur bij Twynstra Gudde, moedigt campusontwikkeling van harte aan: ‘Gemeenten en provincies investeren graag in campussen en ook het bedrijfsleven ziet er steeds meer het belang van in. De Nederlandse economie draait op innovatie. Campussen en de samenkomst van overheid, markt en onderwijs die zij faciliteren, zijn daarin essentieel. Zij zorgen voor koppeling van theoretische kennis aan uitdagingen vanuit het bedrijfsleven.’ Heemskerk werkte met Twynstra Gudde onder meer aan de Brainport Industries Campus in Eindhoven, het Utrecht Science Park en de Novio Tech Campus in Nijmegen.

Rijk is amper betrokken

Schitterend in afwezigheid bij de regie op campussen is het Rijk. Vanuit het topsectorenbeleid wordt in 2020 bijna vijf miljard euro geïnvesteerd in kennisontwikkeling en innovatie, deels met geld afkomstig van maar liefst acht ministeries. In het Kennis- en Innovatie Convenant van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK), waarin de miljardeninvestering wordt toegelicht, blijft het fysieke aspect van innovatie echter nagenoeg onbelicht.

Voor de tien grootste campussen van Nederland, verenigd in het Nationaal Campussen Overleg, was de dit reden om in juli het manifest Toplocaties te publiceren. Hierin pleiten de partijen voor een actievere betrokkenheid van de centrale overheid. ‘Dat campussen en scienceparken belangrijk zijn voor innovatie in Nederland staat vast. Qua ‘beleid’ vallen we echter tussen wal en schip. Zowel vanuit Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) als EZK wordt er geen actief ‘toplocaties-beleid’ gevoerd,’ staat in het document.

‘Als we op Europees niveau aan de top willen blijven, is meer Rijksregie nodig’
René Buck, directeur van BCI, deed de afgelopen jaren veel onderzoek naar de rol van campussen in de Nederlandse economie. Hij duidt de beperkte betrokkenheid van het Rijk: ‘Nederland kent een geschiedenis van nationaal ruimtelijk en economisch beleid. Denk bijvoorbeeld aan Pieken in de Delta. Nu is economische en ruimtelijke ontwikkeling gedecentraliseerd. De bal ligt bij de regio’s, maar meer regie vanuit het Rijk is wenselijk.’ Lex Boon, directeur van de Automotive Campus Helmond, sluit zich daarbij aan: ‘We voeren in Nederland geen industriepolitiek meer. Onze buurlanden Frankrijk en Duitsland doen dat wel. Als we op Europees niveau aan de top willen blijven op het gebied van innovatie, is meer Rijksregie nodig.’

Bereikbaarheid

In het manifest Toplocaties doen de campussen een aantal aanbevelingen aan het Rijk. De meest voor de hand liggende is hulp bij financiering. Verder kan het Rijk op het gebied van infrastructurele ontsluiting een grotere rol spelen. Goede bereikbaarheid is één van de belangrijkste vestigingsfactoren voor bedrijven. Zonder goede spoor- of wegverbinding is de kans van slagen voor een campus aanzienlijk kleiner. Deze infra is vaak regio-overstijgend of gaat de pet van de provincie te boven, dus een proactieve Rijksoverheid is hier geboden.

Ook kan het Rijk bijdragen aan meer kennisuitwisseling tussen de Nederlandse campussen. Dan wordt voorkomen dat het innovatie-eilandjes worden. Buck: ‘Op dit moment komen de tien grootste campussen al regelmatig bij elkaar. Maar ook de kleinere en groeiende campussen kunnen van elkaar leren, zodat niet op verschillende campussen het wiel telkens opnieuw hoeft te worden uitgevonden.’ Deze uitwisseling is vooral in het belang van het midden- en kleinbedrijf. Grote (internationale) bedrijven zijn vaak zelf in staat hun weg te vinden.

Sturing op waar campussen worden ontwikkeld, is er niet vanuit het Rijk. Campusdirecteur Boon zou dat wel graag zien. ‘Campusontwikkeling zou niet bij gemeenten moeten liggen, maar bij een hogere overheidslaag. Daarmee voorkom je een wildgroei van campuslocaties, zoals we dat eerder bij reguliere bedrijventerreinen zagen.’ Boon doelt hiermee op het massaal opkopen van landbouwgrond voor bedrijventerreinen, wat voor een versnipperd aanbod van bedrijfslocaties zorgde.

‘Campusontwikkeling zou niet bij gemeenten moeten liggen’

Adviseur Heemskerk ziet wel aanwijzingen dat de aandacht voor campussen vanuit het Rijk toeneemt. Hij noemt de MIRT-studie naar het Utrecht Science Park als voorbeeld. Deze campuslocatie is al jarenlang slecht bereikbaar per auto of openbaar vervoer. Inmiddels heeft een nieuwe tramlijn voor verbetering gezorgd, maar files zijn nog steeds aan de orde van de dag. Doel van het onderzoek, waar twee ministeries betrokken bij zijn, is de bereikbaarheid van het Utrecht Science Park vergroten. Ook wijst hij op onderzoek naar campusontwikkeling in Zuid-Holland dat Twynstra Gudde uitvoert, in opdracht van de Provincie Zuid-Holland, de regionale ontwikkelingsmaatschappij InnovationQuarter en het ministerie van EZK.

Gesprek

Het manifest Toplocaties was reden voor Kamerlid Wiersma (VVD) om Kamervragen te stellen aan minister Van Engelshoven van OCW en staatssecretaris Keijzer van EZK. Begin september gaf van Engelshoven schriftelijk antwoord. Zij kan zich niet vinden in de constatering dat het Rijk te weinig oog heeft voor campussen en schrijft: ‘Onze beoordeling is dat het kabinet voldoende aandacht heeft voor campussen en dat nationale instrumenten, direct en indirect, campussen faciliteren.’

Bij dergelijke instrumenten kan men volgens de minister denken aan rijksbijdragen aan kennisinstellingen vanuit OCW en innovatiesubsidies, innovatiekredieten en andere financieringsmiddelen vanuit EZK. Helemaal onontvankelijk voor de oproep vanuit de campussen is de minister echter niet. ‘We gaan graag in gesprek met de opstellers van het manifest,’ schrijft ze in haar brief.

Lees verder

Achtergrond

card image

08-10-2020

De bedrijvige stad: ‘Dit lukt alleen als er ook lef getoond wordt’

Achtergrond

Achtergrond

De bedrijvige stad: ‘Dit lukt alleen als er ook lef getoond wordt’

Wonen, werken, recreëren en verblijven raken meer en meer vervlochten met elkaar. Het versterkt de roep om multifunctionele gebouwen en om wijken waar gewoond én gewerkt wordt. ‘Maar dan moeten overheden en markt elkaar wel beter gaan verstaan’, zegt Nicole Maarsen, directeur vastgoedbeleggingen bij Syntrus Achmea Real Estate & Finance.

Op het BT Event op 29 oktober 2020 gaat Nicole Maarsen dieper in op haar visie op ‘de bedrijvige stad’.

Misverstanden uit de weg ruimen. Daar heeft Maarsen een dagtaak aan, meldt ze gekscherend. Want ja, daar zijn er in het samenspel tussen gemeenten en institutionele beleggers genoeg van. ‘Een hardnekkig misverstand is dat we weinig oog hebben voor de lange termijn, dat we ons niet verantwoordelijk voelen voor maatschappelijke ontwikkelingen zoals de roep om meer groen en de uitvoering van het Klimaatakkoord.’

Dat laatste wil Maarsen gelijk maar uit de weg ruimen. Zo heeft Syntrus Achmea recent het ESG-beleid (environmental, social & governance) flink aangescherpt: in 2050 is de volledige vastgoedportefeuille klimaatneutraal. Maarsen wijst er verder op dat Syntrus Achmea namens zestig institutionele beleggers, merendeels pensioenfondsen, belegt in vastgoed en hypotheken. ‘Juist omdat het om pensioengeld gaat, geeft dat ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid. We moeten zorgvuldig en soms risicomijdend zijn. Met een rendement van 3 procent kunnen wij ook tevreden zijn, zeker als we dat weten te combineren met maatschappelijk rendement.’

Het signaal dat Maarsen ermee wil afgeven: institutionele beleggers zijn niet gefixeerd op hoge winsten, maar geïnteresseerd in een stabiel rendement op de lange termijn. ‘In de vastgoedwereld krijgt iedereen stigma’s opgeplakt, het gaat er soms best opportunistisch aan toe. Om die reden is het nuttig om ook onze afwegingen en onze visie op de markt te delen.’

Mede om die reden deelt Maarsen op het BT Event op 29 oktober graag haar ervaringen over mixed-use vastgoed, in haar ogen een nieuwe beleggingscategorie. ´Voor ons is dit relatief nieuw, maar we zien dat het meer en meer een thema geworden is’, zegt Maarsen. Ze wijst onder meer op de druk die de afgelopen jaren op de stedelijke ruimte is ontstaan. ‘De woningnood – zeg maar gerust een crisis – is al ingewikkeld genoeg, zeker in combinatie met de veranderde vraag vanwege demografische ontwikkelingen als de vergrijzing en steeds meer eenpersoonshuishoudens. Dat alleen al vraagt om verandering van het woningbestand, terwijl ondertussen ook de energietransitie, mobiliteit en de overgang naar een circulaire economie om ruimte vragen. Dat veroorzaakt druk, zeker op de aantrekkelijke locaties in steden. Vanuit die achtergrond is de behoefte ontstaan aan mixed-use vastgoed, waar we meerdere functies in een gebouw combineren.’

Bredere visie

Het vraagt van Syntrus Achmea om een bredere visie op het functioneren van de stad. ‘We zijn als belegger heel erg bezig met die groene, leefbare en inclusieve stad. Vastgoed wordt gebruikt door particulieren of bedrijven. Die gebruikers moeten daar gelukkig zijn, er met plezier wonen of werken. Dat is voor ons het uitgangspunt, juist met het oog op stabiel rendement’, schetst Maarsen.

Functiemenging en -stapeling is gezien de maatschappelijke ontwikkelingen volgens haar dan ook een logische, maar spannende stap. ´Het is de kunst om de behoeften naar specifieke functies op de locaties goed te onderzoeken en te onderbouwen, met het oog op die maatschappelijke meerwaarde.’ Horeca of hotels combineren met werken, dat ligt misschien voor de hand. ‘Wat ik zelf een mooie gedachte vind, is de combinatie tussen appartementen voor senioren en onderwijs of kinderopvang onder één dak. Eenzaamheid onder ouderen is een onderschat maatschappelijk probleem. Uitzicht hebben op een plein met spelende kinderen, daar kijken alleenstaande ouderen graag naar. Kijken is voor hen ook al participeren.’

Voor de totstandkoming van mixed-use vastgoed acht ze het van het grootste belang dat overheden en markt elkaar beter gaan verstaan. Het mengen van stedelijke functies vraagt van beide partijen om nader te elkaar te komen, weet Maarsen. ‘Ik vind dat gemeenten nog vanuit het principe van de maakbare stad denken. Daarmee bedoel ik dat de blik vaak nog te eendimensionaal is. Men is van wonen, of maatschappelijke functies, of zorg … De stad kan zich alleen goed ontwikkelen als ook gemeenten de stedelijke ontwikkeling integraal benaderen. Het zou goed zijn om samen met markpartijen de prioriteiten te kiezen.’

Stringenter

Maarsen vindt bovendien dat binnen dat principe van de maakbare stad de nadruk ligt op de ruimtelijke ordening. ´Bestemmingsplannen worden alleen maar stringenter. Wij kijken er niet meer van op als het 5 tot 7 jaar duurt voordat herontwikkeling van kantoor of retail tot wonen of zorg mogelijk is. Dat zijn geen prettige vooruitzichten.’ De portefeuille van Syntrus Achmea bevat ook nog verouderde kantoorgebouwen uit de jaren zestig en zeventig, die momenteel in binnensteden leegstaan. ´Voor transformatie hebben we welwillende ambtenaren en politici nodig.’

In het mixed-use segment ziet Maarsen de nodige kansen voor wat zij de ‘werkwijk’ noemt. Dit zijn werkruimtes voor lichte bedrijvigheid en creatieve beroepen in een woonwijk. ‘We hebben thuiswerken als gevolg van COVID-19 meer en meer ontdekt, maar willen dat niet de hele week doen. Voor ontmoeting, voor creatieve sessies en voor vergaderen willen we elkaar opzoeken. Wonen, werken en recreëren komen steeds dichter bij elkaar te staan. Want ja, werken willen we combineren met ontspannen. Op den duur vind ik het zeker niet ondenkbaar dat door die ontwikkeling meerdere goed bereikbare stadscentra in één stad ontstaan.’

Gevraagd naar de uitdagingen om functiemenging serieus van de grond te krijgen, noemt Maarsen de businesscase en de risico’s. ‘Wonen en werken op wijkniveau gemengd met levendige stedelijkheid klinkt mooi, het kan een directe bijdrage leveren aan de doelstellingen van meer woningen en meer ruimte voor bedrijvigheid. Maar dat lukt alleen als er lef wordt getoond’, benadrukt ze.

Zij legt uit dat bij herontwikkeling op bedrijventerreinen het verdienvermogen van bijvoorbeeld woningen is in te zetten om verouderde panden in eigendom te krijgen voor transformatie. Op die manier kunnen beide opgaven in elkaar worden geschoven. ‘Maar dat vraagt om duidelijke keuzes, om flexibiliteit en om vertrouwen in elkaar.’ Ook de businesscase is uiteraard een belangrijk onderwerp. ‘Wij zien mixed-use als een nieuwe beleggingscategorie. Met de juiste structuur is het heel goed mogelijk om een goede businesscase op te tuigen. Functies mengen biedt kansen op diversificatievoordelen. Daarnaast zijn dit soort ontwikkelingen kansrijk met het oog op stedelijke kwaliteit op de lange termijn. Daar zijn wij institutionele beleggers ook mee gediend.’ Dat laatste is wat Maarsen voor zich ziet. ‘Alleen met integrale oplossingen kunnen we de huidige problemen het hoofd bieden.’

Over de geïnterviewde

Nicole Maarsen is sinds mei 2017 als directeur beleggingen werkzaam bij Syntrus Achmea Real Estate & Finance, financier, belegger en ontwikkelaar in vastgoed en hypotheken. In totaal beheert Syntrus Achmea in opdracht van ruim zestig pensioenfondsen en andere institutionele beleggers zoals verzekeraars en charitatieve instellingen, vastgoed ter waarde van zo’n 25 miljard euro.

Lees verder