WELKOM BIJ SKBN

De Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (SKBN) deelt en ontwikkelt kennis op het gebied van verdienvermogen en de ontwikkeling van het vestigingsklimaat. Heel concreet gaat het om de (her-)ontwikkeling en het beheer van werklocaties en hoe dit aan te pakken. Ook organiseert SKBN de ontmoeting tussen alle betrokken belangen. En SKBN levert – gevraagd en ongevraagd – beleidsinput op basis van haar kennis.

card image

Event

14-04-2021
Studiereis - Duurzame transitie in Stuttgart

Event

16-10-18

Studiereis - Duurzame transitie in Stuttgart

De omschakeling naar elektrische auto’s kost zo’n 400.000 banen in Duitsland. En waar de hardste klappen zullen vallen is Stuttgart, de autostad bij uitstek. Hoe schakelt deze stad, die bekend staat om haar auto-industrie, om naar een nieuwe, duurzame economie? Wat vraagt dat van het bedrijfsleven, van de mobiliteit en de inzet van techniek? 

Een belangrijke speler in deze duurzame transitie is het Verband Region Stuttgart. Binnen dit regioverband maakt men zich sterk voor slimme mobiliteit, nieuwe bedrijvigheid, energietransitie, een levendige binnenstad, goede planning en toegankelijkheid van natuur. Tijdens de SKBN Studiereis gaan we ontdekken hoe dat in z’n werk gaat.

Ook kijken we naar de effectiviteit van een publiek-private strategiedialoog voor de ontwikkeling van nieuwe mobiliteit. Dit alles uiteraard in een omgeving met veel werklocaties en toonaangevende ondernemingen. Stuttgart is immers een van Duitslands oudste industriële stad. Met een duidelijke toekomstambitie. De stad, die meerdere universiteiten huisvest, doet er dan ook alles aan om haar vele talenten binnen de stadsgrenzen te houden. Met succes!

Gaat u mee op deze SKBN Studiereis?

Programma (onder voorbehoud)

Woensdag 14 april
We worden welkom geheten door het Region Verband Stuttgart, de Wirtschaftsförderung en de Industrie- und Handelskammer Region Stuttgart. Voor welke opgaven staan de stad en regio? En hoe gaan zij deze uitdagingen gezamenlijk aan?
 
Donderdag 15 april
Deze dag verdiepen we ons in de IBA2027, een vliegwiel dat de regio toepast voor de versnelling van bouwprojecten en energietransitie. We gaan terug naar de IBA van 100 jaar geleden in Stuttgart: de modernistische wijk Weissenhof. Ook nemen we een kijkje bij de M.Tech Accelerator, een boeiende start-up facilitator. Tot slot laten we ons rondleiden in de wijk Feuerbach, waar Bosch van oudsher een grote stempel drukt op de ontwikkelingen. We sluiten de dag af in het Porsche Museum. 
 
Vrijdag 16 april
De laatste dag verdiepen we ons in de betekenis van mobiliteit en de productie daarvan voor de toekomst. Hoe zorgt de stad ervoor dat de ontwikkeling van duurzame mobiliteit genoeg tempo heeft, en voor voldoende nieuwe economie zorgt?

Samenvattend

  • Wat: SKBN Studiereis Stuttgart
  • Datum: Woensdag 14 mei t/m vrijdag 16 april 2021
  • Inclusief: Heen- en terugreis vanaf Utrecht Centraal of Arnhem Centraal, 3 lunches, 2 hotelovernachtingen, een intensief programma met lokale sprekers en gidsen, vervoer ter plaatse, 1 slotdiner, evaluatie en reisverslag.
  • Kosten: € 949,- ex btw
  • Meer info:
    - Logistiek en organisatie: Tessa van der Heiden: 033 870 0100, t.vanderheiden@elba-rec.nl.
    - Inhoud: Mieke Naus, m.naus@elba-rec.nl, 06 48 38 67 39 

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Dierx Groep kiest voor toekomstige uitbreiding op Merummerpoort in Herten/Roermond

Nieuws

Nieuws

Dierx Groep kiest voor toekomstige uitbreiding op Merummerpoort in Herten/Roermond

Casper Dierx eigenaar van de Dierx Groep heeft een kavel van ca. 1.400 m2 gekocht van OML. Het bedrijf is reeds gevestigd op Merummerpoort in Herten/Roermond en met deze kavel is het bedrijf  klaar voor de toekomst.

Vooralsnog wordt de kavel aangewend als parkeervoorziening en opslaglocatie. De kavel, gelegen direct naast het bedrijf van Casper Dierx, was de laatst beschikbare kavel op het bedrijventerrein Merummerpoort. De heer Hans Coppus, directeur OML, is trots op deze verkoop aan Dierx. Hiermee is dit vooruitstrevende bedrijf verzekerd van een uitstekende en toekomstbestendige locatie dichtbij de A73.

Dierx Electroservice

Dierx Electroservice is inmiddels uitgegroeid van een lokale E-installateur naar een ambitieuze partner op het gebied van E-installaties voor zowel regionale alsook landelijke klanten. Zij voorziet E-installaties in de particuliere markt en adviseert en levert aan midden en grote bedrijven en organisaties met veelal landelijke vestigingen.  De Dierx Groep biedt diverse specialiteiten in (serie) woningbouw, huisautomatisering, data en glasvezeltechniek, industriële automatisering, grootvermogens (eigen trafostations) en utiliteitsgebouwen. Daarnaast beschikt zij over een contract-servicedienst welke 24uur per dag 365 dagen per jaar stand-by is.  

Kerntaken OML

OML B.V. heeft de volgende kerntaken: ontwikkeling en uitgifte van nieuwe bedrijventerreinen, acquisitie van bedrijven en sales van bedrijventerreinen, locatie- en gebiedsontwikkeling alsmede advisering bij ruimtelijk-economische vraagstukken. OML heeft percelen te koop op de bedrijventerreinen: Businesspark Midden-Limburg in Echt, Windmolenbos en Zevenellen in Haelen, De Schroof, De Hanze, Boven de Wolfskuil, De Grinderij en Oosttangent in Roermond.

Lees verder

Opinie

card image

Column Theo Föllings

"Jaag je bedrijven weg, dan verarm je de stad"

Opinie

Opinie

"Jaag je bedrijven weg, dan verarm je de stad"

Bedrijventerreinen worden hoe langer hoe meer verdreven uit de stad om plaats te maken voor woningen. Theo Föllings argumenteert dat dat de leefbaarheid van de stad aantast. "Juist in deze tijd, waarin het openbare leven grotendeels stil ligt, moet je nadenken over de bedrijvige stad."

Dit opiniestuk is op 24 september verschenen in De Telegraaf.

Het woningtekort in Nederland groeit al jaren. Tot 2030 moeten er 845.000 nieuwe woningen bij komen. Lukt dat, dan betekent dat niet dat de woningnood opgelost is. Nee, daarmee voorkomen we slechts dat het huidige tekort verder oploopt. De urgentie van bouwen, die zal met dit statistiekje uit de ‘Staat van de Woningmarkt 2020’ wel duidelijk zijn.

Om die reden klinkt de roep om een terugkeer van de minister van Volkshuisvesting ook steeds luider. In maart sprak een meerderheid van de Tweede Kamer die wens voor de volgende kabinetsperiode zelfs al hardop uit. Dat de oude ministerspost na de Tweede Kamerverkiezingen nieuw leven ingeblazen wordt, is wat mij betreft niet eens zo relevant. Veel interessanter is welke koers de nieuwe vakminister gaat varen.

Hels karwei

De volkshuisvesting aanjagen, dat wordt een sowieso een hels karwei. Gemeenten en provincies zijn de afgelopen jaren tenslotte niet onwelwillend op het gebied van woningbouw geweest, maar zij kregen de bouw onvoldoende aan de praat. Het is allemaal niet zo gek als je bedenkt hoe schaars de ruimte in steden is. De stad is er voor wonen, voor recreëren, voor sport, voor cultuur, voor onderwijs, voor ontmoeting. O ja, daar hoort werken ook bij.

Dat laatste wordt nog wel eens ‘vergeten’. In die strijd om ruimte is het populair om binnenstedelijke bedrijventerreinen op de korrel te nemen. De druk op die werklocaties is gigantisch. Steeds meer succesvolle bedrijven worden met het oog op het woongenot van mensen als hinderlijk ervaren. Is een bedrijf succesvol en heeft het behoefte aan uitbreiding? Zoek de ruimte maar in de regio, is dan de boodschap. En waarom ben je überhaupt nog in de stad gevestigd? Op dat bedrijventerrein kunnen we duizenden nieuwe huizen bouwen.

Onderschat

Los van de vaststelling dat de woningnood zich tot ver buiten de Randstad manifesteert – en die ruimte voor succesvolle bedrijven er nauwelijks is - wordt daarmee de toegevoegde waarde van werken voor de stad onderschat. Want wie de economie de stad uitjaagt, smoort indirect ook de creativiteit, de spontaniteit, de ontmoeting en de innovatie. En dat is wat steden nodig hebben, juist in de overgang naar een circulaire en slimme economie. 

Denk verder ook aan aspecten als de mobiliteit en de energievoorziening. Thuiswerken wordt ook na corona een blijvertje. Lange reisafstanden en files willen we voortaan vermijden. Dat kwam naar voren uit onderzoek van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid. Juist in deze tijd, een periode waarin het openbare leven grotendeels stilligt, is het zinvol om na te denken over de bedrijvige stad. Goed bereikbare en bruisende werkplekken in gemengd stedelijk gebied, daar hebben de toekomstige eigenaren van de huizen die gebouwd moeten worden behoefte aan. En wellicht liggen er voor de opwekking en uitwisseling van energie tussen bedrijven en kersverse woningeigenaren zelfs nog mooie kansen in het verschiet.

Regio

Diezelfde behoefte bestaat overigens net zo goed in de regio. Ook daar kunnen vernieuwende werkmilieus kansrijk zijn. Zo is de resourcing en reshoring, het dichter bij huis halen terughalen van de maakindustrie uit het verre buitenland naar Europa en Nederland , een duidelijke economische trend waar we in de bedrijvige stad plek voor moeten vinden. 

Begint het al te dagen hoe complex de opdracht straks voor de volkshuisvesting is? Wat mij betreft wordt het een kwestie van en-en. De woningbouwopgave zou in hand moeten gaan met versterking van werkgelegenheid in stad of dorp.

Lees hier het volledige artikel in De Telegraaf.

Lees verder

Achtergrond

card image

23-09-2020

Zo garandeer je ruimte voor werken in de stad

Achtergrond

Achtergrond

Zo garandeer je ruimte voor werken in de stad

Bedrijvigheid lijkt een ondergeschoven kind bij veel binnenstedelijke ontwikkeling. Hoe garandeer je dus dat de stad haar economische magneetfunctie niet verliest? Functiemenging is het instrument bij uitstek, maar is geen doel op zich. Hoe je het succesvol aanpakt, werd duidelijk tijdens het webinar ‘De bedrijvige stad’.

De druk op de ruimte in de moderne stad wordt opgevoerd. Er moet ruimte zijn voor wonen, recreëren en werken, liefst binnen de bestaande stadsgrenzen. Werken lijkt echter weinig aandacht te genieten in de maatschappelijke discussie over de toekomstbestendige stad. De nadruk lijkt bij veel bestuurders en politici op woningbouw en groen te liggen. Nobele doelen, want de woningnood loopt op en klimaatadaptatie is broodnodig, maar zonder voldoende plaats voor bedrijvigheid verliest de stad één van haar aantrekkingskrachten. Hoe zorg je dus dat economische ontwikkeling en werk voldoende plaats krijgen in het stedelijk gebied? Dat was de centrale vraag bij het webinar ‘De bedrijvige stad – ondernemerschap in het stedelijk gebied’, georganiseerd door SKBN, Buck Consultants International, de vakmedia BT, ROm en stadszaken.nl.

René Buck, directeur van Buck Consultants International, legt uit dat de stad bedrijven nog altijd veel agglomeratievoordelen biedt. ‘Er zijn veel werknemers beschikbaar, er is een afzetmarkt, er zijn veel toeleveranciers, en andere aanwezige bedrijven en kennisinstellingen bieden mogelijkheid tot kruisbestuiving en innovatie.’ Dat laatste ziet hij steeds belangrijker worden. Daartegenover staat dat vestigen in de stad relatief duurder is, door hogere lonen dan op het platteland, soms ondermaatse bereikbaarheid en hogere vestigingskosten. ‘De voordelen blijven groter dan de nadelen,’ zegt Buck. Het is economische geografie pur sang, in lijn met het gedachtegoed van Harvard-econoom Edward Glaeser: dichtheid is goed voor bedrijvigheid en het innoverend vermogen.

Buck verwacht niet dat de economische functie van de stad door het coronavirus structureel zal veranderen. Nicolaas Waaning, Global Head of Corporate Real Estate bij ING, deelt zijn visie op de toekomstige rol van kantoren in de stad. Over ING zegt hij: ‘Wij zijn diepgeworteld in de stad.’ En over kantoren in het algemeen: ‘De rol van het kantoor verandert flink, maar de vraag naar stedelijke werkruimte zal niet afnemen.’ Het kantoor wordt meer een ontmoetingsplek, zeker voor het informele contact tussen werknemers. Dat kan met een soort clubhuismodel of met een meer open opzet waar verschillende bedrijven in samenkomen.

Geen doel op zich

Volgens Buck is het heel goed mogelijk om bedrijvigheid en wonen te combineren. Het zijn elkaar versterkende functies, zowel op postzegel- als op zoneniveau. Die functiemenging zie je in de praktijk al. In Rotterdam is één op de vijf arbeidsplaatsen bij bedrijven met vijf of meer werknemers niet op een officiële bedrijfs- of kantoorlocatie te vinden, in Leiden één op de zes, detailhandel en maatschappelijke functies buiten beschouwing gelaten.

Het mengen van wonen en werken moet echter nooit een op zichzelf staand doel zijn, benadrukt economisch geograaf en planoloog Buck. Het is een instrument. Indien mogelijk kan het de synergie tussen de verschillende bestemmingen versterken, maar in sommige gevallen is de urgentie van één functie dominant, botsen de belangen van bedrijven en bewoners of zijn er ruimtelijke beperkingen.

Buck raadt dus aan om bij de bestuurlijke besluitvorming over functiemenging een van tevoren vastgesteld afwegingskader te gebruiken. Je moet helderheid hebben over de opgaven op stads- en planlocatieniveau, wat moet leiden tot verschillende ontwikkelvarianten met integrale afwegingen. Plannen die zo intensief mogelijk gebruik maken van de ruimte en het al beschikbare vastgoed en die zo veel mogelijk bijdragen aan de stedelijke magneetkracht, moeten daarbij de voorkeur genieten.

In de praktijk

Hoe dit in de praktijk werkt, zien we in Eindhoven. Daar werken de gemeente, de Provincie Noord-Brabant en lokale partners aan het multifunctionele spoorzonegebied. Het project is onderdeel van de Brainport Nationale Actieagenda. Programma- en gebiedsmanager Jos Roijmans: ‘We staan aan de vooravond van een grootse gebiedsontwikkeling in de Spoorzone.’ Die samenhang met de grootschaligere Actieagenda sluit goed aan bij het afwegingen maken op een hoger schaalniveau waar Buck voor pleit.

Het gaat om een hoogstedelijke locatie met veel functiemenging, die als entree van de Brainportregio moet dienen. De infrastructurele verbinding neemt een centrale plek in bij de plannen, met het spoor, het nabijgelegen Eindhoven Airport en een nog te ontwikkelen nieuwe mobiliteithub. Daarmee wordt de soms problematische bereikbaarheid in de stedelijke regio aangepakt.

Het doel is om het bedrijfsleven, kennisinstellingen, cultuur en wonen tot één geheel te maken in het gebied. Die blurring kan op campussen, maar ook op reguliere woon- of werklocaties.  ‘Het werken is aan het veranderen. Het gaat om nu om kennis, kunde en kassa. Dus de kennis die ontwikkeld wordt omzetten naar commercieel belang. Daarmee moet Eindhoven op internationaal niveau haar concurrentiepositie behouden.’ Aldus Roijmans.

Woningbouw is een aantrekkelijkere investering dan bedrijfsruimte, merkt een toeschouwer op. Hoe maak je dus dat investeerders hun kapitaal in bedrijvigheid steken? ‘Met honing en azijn,’ zegt Roijmans. ‘We voeren samen met onze Brainportpartners actief acquisitiebeleid, waarbij we goed peilen hoe ontwikkelaars in de functiemening staan. De identiteit van het gebied wordt heel duidelijk aan hen gecommuniceerd. Een ontwikkelaar mag dan investeren in woningen, maar moet ook ruimte bieden aan bedrijvigheid. Bijvoorbeeld in de plinten.’ Ook grondbeleid speelt hierin een rol. Bij plinten worden functies die niet direct renderend zijn, gecompenseerd met woonfuncties. Zo kan een ontwikkelaar een positieve businesscase opbouwen.

Het volledige webinar kunt u hieronder terugkijken:

 

Foto: KCAP

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

OML koopt Attero-terrein op Zevenellen in Haelen

Nieuws

Nieuws

OML koopt Attero-terrein op Zevenellen in Haelen

Kavels met strategische ligging aan haven

Ontwikkelingsmaatschappij Midden-Limburg B.V. (OML) heeft gronden en gebouwen van Attero gekocht op Bedrijvenpark Zevenellen in de gemeente Leudal. Met dit gebied breidt OML haar verkoopportefeuille op Zevenellen uit met bijna tien hectare.

“Het zijn bijzondere kavels, met name vanwege de strategische ligging aan de haven én het soort bedrijven dat zich er kan vestigen,” aldus Hans Coppus, directeur OML. “Een gewilde plek voor ondernemers met duurzame ambities én een mooie, toekomstige, impuls voor de economische ontwikkeling in deze Midden-Limburgse regio. Naar verwachting kunnen bedrijven zich vanaf medio 2021 vestigen op dit deel van Bedrijvenpark Zevenellen.” 

Het terrein dat OML heeft verworven op Zevenellen in Haelen kent al een industriële geschiedenis sinds halverwege de jaren vijftig van de vorige eeuw. Toen werd de voormalige elektriciteitscentrale gebouwd. Lokaal bekend als de Maascentrale en de PLEM. Tot 2013 was het gebouw dat OML nu heeft overgenomen, het hoofdkantoor van Attero. Daar was ook de directie gevestigd. Tot op heden werken er nog zo’n twintig medewerkers. Het betreft voornamelijk stafpersoneel dat woonachtig is in Limburg en ook vaak werkzaam is op de andere locaties van Attero. Hans Hermkes, procesmanager Vastgoed & Nazorg bij Attero: “Attero had geen eigen plannen met haar perceelgedeelte; met de verkoop van de kantoorgebouwen en de gronden aan OML, maken we als Attero de weg vrij voor duurzame initiatieven en gebouwen in dit gebied.” De nieuwe OML-locatie is bijna tien hectare groot. De ligging aan de haven maakt deze extra interessant voor bedrijven die zich hier kunnen vestigen: bedrijven tot en met de zogenaamde milieucategorie 4.2 en 5.1.

Plek voor circulaire economie 

Zevenellen is een ideale plek voor ondernemers bij wie circulaire economie hoog in het vaandel staat. Duurzaamheid is ook één van de speerpunten van de gemeente Leudal, de duurzaamste gemeente van Limburg. Circulaire economie is ook wat het provinciebestuur in Limburg wil. In aansluiting op Rijks- en Europees beleid. Over tien jaar moet het gebruik van grondstoffen en fossiele brandstoffen al zijn gehalveerd om de uitputting van de aarde aan te pakken. Het kringloopprincipe levert naast minder afval, ook forse energiebesparingen en CO2-reducties op. Hans Coppus: “Met deze locatie kunnen we voldoen aan de interesse van bedrijven met een circulaire ambitie. Met ook nog eens strategische ligging aan de haven. Dat maakt deze plek uniek voor Limburg. Met dank aan de gezamenlijke aandeelhouders van OML, de gemeenten Leudal, Roermond, Maasgouw, Roerdalen en Echt -Susteren, die deze aankoop in het belang van Midden-Limburg mogelijk maken.” Voor meer informatie over de mogelijkheden, kunnen geïnteresseerden contact opnemen met OML.

Beschikbaar vanaf medio 2021

De komende tijd benut OML om het voormalig Attero-terrein bouwrijp te maken. Naar verwachting kunnen bedrijven zich hier vanaf medio 2021 vestigen. Met deze kavels komt de herontwikkeling van de haven in versnelling. OML beschikt al over kavels aan de haven op Bedrijvenpark Zevenellen. 

Over bedrijvenpark Zevenellen

Zevenellen, gevestigd in de gemeente Leudal, is een duurzaam, multifunctioneel bedrijvenpark. Voor ondernemers de plek om duurzame ambities te verwezenlijken. Het terrein kent meerdere grondeigenaren, waar-onder Ontwikkelingsmaatschappij Midden-Limburg BV (OML) en World Biobased Centre Zevenellen, die hun deel van het bedrijventerrein voor eigen rekening en risico ontwikkelen. OML heeft 5 aandeelhouders, waaronder de gemeente Leudal. De gemeente verleent vergunning aan bedrijven die zich willen vestigen op Zevenellen. Afhankelijk van de aard van de activiteit kan dit ook de Provincie Limburg zijn. Zevenellen is prima bereikbaar over de weg en over water (haven). De ontwikkeling van het bedrijvenpark is goed voor de economie, werkgelegenheid en tevens voor de leefbaarheid van de inwoners van Leudal. https://oml.nl/portfolio/duurzaam-multifunctioneel-bedrijvenpark-zevenellen 

Over Attero 

Attero is een landelijk en internationaal opererend milieubedrijf dat behoort tot de top van de wereld. Het is al ruim 90 jaar actief in het terugwinnen en hergebruiken van de energie en grondstoffen uit afval.  

Lees verder

Achtergrond

card image

19-09-2020

Het hoe en waarom van biodiverse bedrijventerreinen

Achtergrond

Achtergrond

Het hoe en waarom van biodiverse bedrijventerreinen

Waarom behoud van biodiversiteit en ecosystemen cruciaal is voor onze economie en het bedrijfsleven

Biodiverse bedrijventerreinen bestaan. Mondjesmaat weliswaar, maar de gerealiseerde voorbeelden smaken naar meer. Hiervoor is intensieve samenwerking nodig tussen ecologen, ontwikkelaars en andere gebiedspartijen. Dat voelt soms als een interculturele kennismaking, waarbij je eerst elkaars taal, eten en opvattingen moet leren kennen en waarderen. Maar het is het waard om uit de eigen bubbel te stappen, met open geest te luisteren naar ‘anderstaligen’, om door te vragen en mee te denken. Het resultaat kan verrassend en mooi zijn.

Bedrijventerreinen zijn geen natuurgebieden. Ze kunnen echter wel leefruimte bieden voor planten en dieren. En er zijn veel extra baten. Gelukkig maar, want ‘het is goed voor zweefvliegen en klaprozen’ is voor de meeste partijen nou eenmaal niet een voldoende sterk argument om de inrichting en het beheer van een bedrijventerrein te veranderen.

De baten van een biodivers bedrijventerrein:

  • Klimaatadaptatie en -mitigatie: groen en water verkoelen;
  • Waterberging: ruimte voor opvang van hevige buien voorkomt schade;
  • Gezondheid: vegetatie vangt fijnstof en een fraaie omgeving nodigt uit tot bewegen;
  • Recreatieve infrastructuur: op en door (nieuwe) bedrijventerreinen is ruimte voor (doorgaande) wandel- en fietsroutes, bankjes, etc.;
  • Natuurbescherming: extra leefgebied en nieuwe verbindingen tussen natuurgebieden en geïsoleerde populaties;
  • Lokale steun: een fraaie inrichting levert lokaal steun op voor een (nieuw) bedrijventerrein;
  • Competitive advantage: voor bedrijven met een serieuze maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO)-strategie;
  • Toekomstbestendigheid: vooruitlopend op mogelijke regelgeving n.a.v. de stikstofproblematiek en de biodiversiteitscrisis;
  • Hogere vastgoedwaarde: een groene omgeving is waardevol.

Uiteraard zijn er niet alleen maar voordelen. Groen en blauw kosten ruimte en dus geld. Maar bijna elk bedrijventerrein heeft groen en met een natuurlijkere inrichting en beheer is al veel winst te behalen. Meestal zijn er bovendien mogelijkheden om doelen (en soms ook financiële middelen) te combineren. Hoe eerder in het (her)ontwikkelingsproces van een bedrijventerrein de mogelijkheden worden verkend, hoe groter de kans op succes.

Invloed

Verschillende partijen kunnen op verschillende manieren invloed hebben op de inrichting en het beheer van een bedrijventerrein. Overheden zijn kaderstellend en spelen daarmee een cruciale rol. Ook hebben ze soms grondposities of zijn mede-ontwikkelaar. Investeerders, architecten, ontwikkelaars en bouwers hebben allen inbreng. Een aantal van hen onderscheidt zich als ‘duurzaam’ of ‘groen’. Hoe vroeger in het proces een groene partij wordt betrokken, hoe meer mogelijkheden er zijn om een verschil te maken. Omwonenden kunnen een heel bepalende rol hebben. Deze zal nog toenemen na invoering van de Omgevingswet, omdat participatie dan verplicht wordt. Vaak zijn omwonenden niet per definitie tegen, maar maken zij zich zorgen om bijvoorbeeld hun uitzicht. Ook in dit geval: ga vroeg in het proces praten en probeer er samen uit te komen.

Crises

De crisisberichten volgen elkaar in rap tempo op en ze hebben allemaal een relatie tot de biodiversiteitscrisis. Dat zeldzame soorten kwetsbaar zijn en dreigen uit te sterven – en dat soms ook daadwerkelijk doen - weten we al heel lang. Maar de laatste jaren wordt ook steeds duidelijker dat algemene soorten in aantal achteruitgaan. Soms langzaam, soms in gierende vaart zoals de soorten van het landelijk gebied. De aantallen weidevogels, akkerkruiden en bijen bijvoorbeeld lopen snel terug. De biomassa aan vliegende insecten is in 27 jaar met meer dan 75 procent afgenomen.

Om iets te doen aan het steeds leger worden van onze omgeving heeft de Vogelbescherming het concept ‘Basiskwaliteit voor Natuur’ bedacht. In het kort betekent dit: als het milieu, de inrichting en het beheer op orde zijn, dan blijven algemene soorten algemeen. Basiskwaliteit voor Natuur zou eigenlijk een ondergrens moeten zijn voor een bedrijventerrein.

Het behoud van biodiversiteit en ecosystemen is cruciaal voor onze economie en het bedrijfsleven. Het World Economic Forum doet jaarlijks een groot internationaal onderzoek onder publieke en private leiders naar de grootste problemen voor economie en samenleving. Milieuproblemen gaan hierin steeds meer domineren. Het Global Risks Report 2020 zegt hierover: “Biodiversity loss has critical implications for humanity, from the collapse of food and health systems to the disruption of entire supply chains.”. Hoog tijd voor actie dus.

Aansprekende voorbeelden uit de praktijk zijn er al

TU Delft Campus Zuid: een gebiedsontwikkeling van 125 hectare, waarvan 100 hectare bestemd als Tijdelijke Natuur. Ecologische waarden en beheer zijn al in de planvorming meegenomen. Het stedenbouwkundig plan gaat uit van vijf ecologische principes: ecologische verbindingen, ecologisch waterbeheer, natuurvriendelijke oevers, natuur inclusief bouwen en beleid gericht op doelsoorten.

Ecomunitypark, Oosterwolde: een bedrijvenpark van 17 hectare dat privaat ontwikkeld wordt door het bedrijf Ecostyle. De helft van het gebied blijft natuur. Het park heeft een BREEAM-certificering van 5 sterren (het maximum) voor gebiedsontwikkeling. Succesfactoren zijn samenwerking met natuurorganisaties en kennisinstellingen en een goed plan, dat aanhaakt op de bodem en biodiversiteit van de omgeving. Inmiddels trekt het park duurzame bedrijven aan. Zij zijn verplicht lid van een vereniging die het parkmanagement verzorgt.

Kempisch bedrijvenpark, Bladel: een bedrijventerreinontwikkeling van 69 hectare, ontwikkeld door een Gemeenschappelijke Regeling van vier gemeenten. De bouwkavels zijn ‘kamers in het groen’ die aansluiten bij bestaande natuur. Bij het ontwerp zijn een landschapsarchitect en een ecoloog samen opgetrokken. Het groen is in het beheer van het parkmanagement. Ondernemers betalen hieraan mee. Omwonenden zijn vroegtijdig betrokken bij de ontwikkeling. Ook zijn meteen afspraken gemaakt met provincie en waterschap, zodat doelen gekoppeld konden worden, zoals de realisatie van een verbindingszone in het Natuur Netwerk Nederland en een compensatieplicht voor water.

Lessen

Uit deze en andere voor het onder dit artikel liggende onderzoek bekeken casussen kan een aantal algemene conclusies worden getrokken. De grootste kansen liggen:

  • Bij grootschalige terreinen zoals havens en industrie waar open ruimte moet blijven vanwege de veiligheid;
  • Bij campusontwikkelingen en kantoorparken met hooggeschoold personeel dat hoge eisen stelt aan de werkomgeving;
  • Op terreinen van multinationals en ondernemers met een serieus MVO-beleid;
  • Bij nieuwe ontwikkelingen waar vanaf de planvorming wordt gekozen voor een ruime en toekomstbestendige opzet;
  • Op locaties waar functies kunnen worden gecombineerd (o.a. landschapsherstel, natuurontwikkeling, recreatie en waterberging);
  • Als er een of meer gepassioneerde trekkers zijn met een goed verhaal.

Bij alle onderzochte bedrijventerreinen met groenstructuren/natuur is sprake van collectief beheer (parkmanagement/gebiedsmanagement). Meestal betalen vestigers verplicht mee aan realisatie en beheer van het collectieve groen. Bij alle ontwikkelingen is sprake van het koppelen van biodiversiteit met andere doelen, waaronder:

  • Klimaatadaptatie (wateroverlast, droogte en hittestress);
  • Recreatiemogelijkheden voor omwonenden;
  • Creatie van een aantrekkelijk werklandschap om goed personeel aan te trekken en te behouden;
  • Gezondheidswinst, doordat een groene omgeving fijnstof afvangt, stress verlaagt en aanzet tot bewegen;
  • Economische doelen (bijvoorbeeld verlaging energiekosten).

Tot slot

Nauwe samenwerking – bijvoorbeeld tussen ecologen en ontwikkelaars – hoeft niet te leiden tot het vloeiend leren spreken van elkaars taal. Dat is ook niet nodig; het verrijkt beide partijen wel. Het samen oppakken van de uitdaging om een biodivers bedrijventerreinen te realiseren is vergelijkbaar met vakantie. De zintuigen staan open, nieuwe woorden worden opgepikt en obstakels worden gezien als uitdagingen die de bron vormen voor smakelijke anekdotes. Met als bonus boven het gewone vakantiegevoel de bevrediging om aan iets bijzonders te hebben bijgedragen.

Karin Maatje is projectleider bij provincie Flevoland, Arnold van Kreveld is werkzaam bij Bureau Ulucus en programma coördinator stichting Tijdelijke Natuur.

Foto's: Arnold van Kreveld

Lees verder