WELKOM BIJ SKBN

De Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (SKBN) deelt en ontwikkelt kennis op het gebied van verdienvermogen en de ontwikkeling van het vestigingsklimaat. Heel concreet gaat het om de (her-)ontwikkeling en het beheer van werklocaties en hoe dit aan te pakken. Ook organiseert SKBN de ontmoeting tussen alle betrokken belangen. En SKBN levert – gevraagd en ongevraagd – beleidsinput op basis van haar kennis.

card image

Event

15-04-2020
Studiereis - Duurzame transitie in Stuttgart

Event

16-10-18

Studiereis - Duurzame transitie in Stuttgart

De omschakeling naar elektrische auto’s kost zo’n 400.000 banen in Duitsland. En waar de hardste klappen zullen vallen is Stuttgart, de autostad bij uitstek. Hoe schakelt deze stad, die bekend staat om haar auto-industrie, om naar een nieuwe, duurzame economie? Wat vraagt dat van het bedrijfsleven, van de mobiliteit en de inzet van techniek? 

Een belangrijke speler in deze duurzame transitie is het Verband Region Stuttgart. Binnen dit regioverband maakt men zich sterk voor slimme mobiliteit, nieuwe bedrijvigheid, energietransitie, een levendige binnenstad, goede planning en toegankelijkheid van natuur.

Tijdens de SKBN Studiereis van woensdag 15 tot en met vrijdag 17 april 2020 gaan we ontdekken hoe dat in z’n werk gaat. We verdiepen ons ook in de energietransitie die de stad voortvarend aanpakt in haar Energiewende, waarbij middelen worden ingezet om de hele maatschappij mee te krijgen. Ook kijken we naar de effectiviteit van een publiek-private strategiedialoog voor de ontwikkeling van nieuwe mobiliteit. 

Dit alles uiteraard in een omgeving met veel werklocaties en toonaangevende ondernemingen. Stuttgart is immers een van Duitslands oudste industriële stad. Met een duidelijke toekomstambitie. De stad, die meerdere universiteiten huisvest, doet er dan ook alles aan om haar vele talenten binnen de stadsgrenzen te houden. Met succes!

Gaat u mee op deze SKBN Studiereis?
Zet 15, 16 en 17 april alvast in uw agenda!

Het programma en de kosten volgen spoedig.

  • Wat: SKBN Studiereis Stuttgart
  • Datum: Woensdag 15 mei t/m vrijdag 17 april 2020
  • Inclusief: Heen- en terugreis vanaf Utrecht Centraal of Arnhem Centraal, 3 lunches, 2 hotelovernachtingen, een intensief programma met lokale sprekers en gidsen, vervoer ter plaatse, 1 slotdiner, evaluatie en reisverslag.
  • Meer info:
    - Logistiek en organisatie: Tessa van der Heiden: 033 870 0100, t.vanderheiden@elba-rec.nl.
    - Inhoud: Mieke Naus, m.naus@elba-rec.nl, 06 48 38 67 39 

 

Lees verder

Opinie

card image

Column Theo Föllings

"Tijd voor de zesde Nota Ruimtelijke Ordening"

Opinie

Opinie

"Tijd voor de zesde Nota Ruimtelijke Ordening"

Het is hoog tijd voor een zesde Nota Ruimtelijke Ordening, stelt Theo Föllings, voorzitter van SKBN. Verschillende bestemmingen schreeuwen om een duidelijke leidraad voor de komende jaren. "Niet alleen bedrijventerreinen, maar ook de woningbouwlocaties, natuurlocaties, landbouwlocaties en nog vele andere ruimteclaims."

Föllings reageert hiermee op het BNR-nieuws van dinsdag 14 januari, waar uit een inventarisatie van de nieuwszender blijkt dat er een groot tekort aan bedrijventerreinen is in een groeiend aantal gemeenten. Op sommige plekken moeten bedrijven tien jaar wachten op een plek. Als belangrijkste reden wordt de druk van de woningbouw genoemd. Op een groot aantal locaties moeten bedrijven plaatsmaken voor huizen, waardoor ondernemers moeten uitwijken naar andere plekken.

Volgens Föllings voert momenteel niemand de regie. Met alle gevolgen van dien. Buiten de Randstad zijn heel veel gemeentes met wel veel ruimte waar bedrijven zich kunnen vestigen, maar die overview is er nu niet. ‘Het zijn de naweeën van de kredietcrisis, en dit was te verwachten. Het is nu al de vierde keer sinds de Tweede Wereldoorlog dat de middelgrote steden rondom de Randstad de groei moeten opvangen.’

"Maar blijkbaar leren we er niets van, of willen we niets leren." Om een vollopend en groeiend Nederland goed te laten functioneren, is er duidelijke regie vanuit Den Haag nodig, vindt Föllings. "Slimme mobiliteit wordt daarbij extreem belangrijk. Er komen 2 miljoen mensen bij, en de ruimteclaims worden, mede door de energietransitie die ook ruimte vraagt, alleen maar groter. Willen we dit kleine landje goed organiseren, dan moet er nu worden geïnvesteerd in duidelijk beleid."

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Ondanks strenge wet- en regelgeving tóch verkoop bedrijfskavels via OML

Nieuws

Nieuws

Ondanks strenge wet- en regelgeving tóch verkoop bedrijfskavels via OML

In december 2019 verkoopt Ontwikkelingsmaatschappij Midden-Limburg B.V. (OML) drie kavels aan lokale ondernemers. Ondanks de huidige onzekerheden ten aanzien van de PAS-uitspraken voor stikstofdepostie in relatie tot vergunningverlening  laten de ondernemers zich niet weerhouden tot ontwikkeling van een nieuw bedrijfspand. In nauw overleg tussen OML, de bevoegde gezagen en ondernemers zijn deze nieuwbouw projecten realiseerbaar.

 

Verkopen in december 2019

Zo kocht Derikx Infra, installatiebedrijf, de naastgelegen kavel op bedrijventerrein Windmolenbos in Haelen voor toekomstige uitbreiding van het bestaande bedrijf. MZ Constructions BV, een gespecialiseerd bouwbedrijf, kocht op hetzelfde bedrijventerrein een mooie kavel van bijna 2.000 m2 voor nieuwbouw van het bedrijf. 
Forelle Eskina BV kocht de allerlaatste bedrijfskavel van OML op Roerstreek-Zuid in Roermond. Op deze, bijna 4.000 m2 grootte kavel gaat Forelle Eskina BV bedrijfsunits bouwen voor de verhuur. De Roermondse vastgoedontwikkelaar speelt hiermee in op de toenemende marktvraag naar bedrijfsruimte.

Laatste kavel op Roerstreek-Zuid verkocht

Op Roerstreek-Zuid heeft OML B.V. door de verkoop van de laatste kavel alle beschikbare bouwgronden verkocht. Op dit moment zijn er in de directe omgeving kavels beschikbaar op Bedrijventerrein Roerstreek-West, gelegen op een steenworp afstand van Roerstreek-Zuid en gelegen dichtbij de A73. Een ideale locatie ten opzichte van Roerstreek-Zuid én -Noord in Roermond. OML B.V. heeft daarnaast bedrijfskavels beschikbaar in de Zuidelijke Stadsrand van Roermond. Diverse andere mogelijkheden zijn beschikbaar in de gemeente Leudal, gemeente Maasgouw en in de gemeente Echt-Susteren. 

Kerntaken OML

OML B.V. heeft de volgende kerntaken: advisering bij ruimtelijk-economische vraagstukken, locatie- en gebiedsontwikkeling, acquisitie van bedrijven en sales van bedrijventerreinen alsmede de ontwikkeling en uitgifte van nieuwe bedrijventerreinen.

 

Lees verder

Achtergrond

card image

30-12-2019

Hoe verdozing in 2019 hoog op de politieke agenda kwam

Achtergrond

Achtergrond

Hoe verdozing in 2019 hoog op de politieke agenda kwam

Het advies van het College van Rijksadviseurs (CRa) om grenzen te stellen aan de verdozing van Nederland met XXL-distributiecentra zorgde voor tal van ­reacties en nationale media-aandacht. Resultaat is nu dat het advies binnen een jaar tijd op de politieke agenda is komen te staan en dat het thema ‘verdozing’ vraagt om een publiek debat met alle stakeholders. Een chronologie over hoe de discussie over die ‘lelijke blokkendozen’ in 2019 doorsijpelde tot in de hoogste regionen van de Haagse politiek.

Geuze, die tijdens een optreden in Zomergasten in 2015 het thema ‘verdozing’ al aansneed, zegt in gesprek met Nieuwsuur zich er vooral aan te ergeren dat bijna elke gemeente plannen maakt voor de komst van XXL-distributiecentra. “Overal.” Deze kritiek uit hij overigens niet voor het eerst. In een interview met de Volkskrant in mei 2018 zegt Geuze:  “Het doet me pijn als kostbare landbouwgrond verdwijnt voor dit soort hallen en loodsen. Maar ja, half Nederland gaat in de verkoop. Als je van het Nederlandse landschap wilt genieten, moet je naar het Rijksmuseum gaan. Gemeenten zijn volkomen blind, behekst, betoverd door het hebben van nieuwe bedrijventerreinen.”

April: CRa start onderzoek ‘verdozing’

De kritiek van Geuze is niet aan dovemansoren gericht. Het College van Rijksadviseurs (CRa) kondigt een onderzoek aan naar wat het zelf noemt ‘ongebreidelde groei van het aantal XXL-distributiecentra in met name logistieke hotspots Noord-Brabant en Tilburg-Waalwijk. Het adviesorgaan onder aanvoering van Rijksbouwmeester Floris Alkemade, stelt dat in dit onderzoekstraject wordt nagegaan wat nu concreet de ruimtelijke impact is van deze ‘verdozing.’

Ruimtelijke impact

Evenals Geuze stelt het CRa vast dat het aantal distributiecentra evenals datacentra de laatste jaren explosief is gegroeid. Met name de super oversized distributiecentra, ook wel XXL-dc’s, zijn populair. “Met oppervlaktes van zo’n veertigduizend vierkante meter of meer staan ze als enorme, raamloze dozen in het landschap. En dat landschap is juist zo belangrijk voor recreatie, natuur en als (internationale) vestigingsvoorwaarde. Bovendien is elke vierkante meter hard nodig voor de verduurzaming van de landbouw. Het CRa stelt dat deze ontwikkeling alle reden is voor nader onderzoek, waarmee het adviesorgaan, dat de regering gevraagd en ongevraagd van adviezen voorziet, meer  zicht wil krijgen op wat er nu precies gebeurt, wat er nog in de pijplijn zit, wat de trends zijn, wat precies de ruimtelijke impact is van de ‘verdozing’, welke sturingsmechanismen er zijn en wat er gedaan kan worden om deze ontwikkeling in goede banen te leiden. Na een expert-meeting, waarin experts vanuit diverse disciplines de ontwikkelingen belichtten, heeft het CRa de Stec Groep uit Arnhem gevraagd om een trendverkenning uit te voeren. Deze verkenning vormt de input van een ontwerpend onderzoek dat onder leiding staat van Rijksadviseur voor de Fysieke Leefomgeving, Berno Strootman. Na de zomer worden de uitkomsten gepresenteerd.

Juni: clash tussen twee werelden

Twee wereldbeelden clashten begin juni tijdens een rondetafelgesprek ‘Logistiek’ van Vastgoedmarkt op de Provada. Berno Strootman neemt tijdens de discussie op de vastgoedbeurs alvast een voorschot op het advies en stelde dat het college wil dat er een rem wordt gezet op de bouw van ‘lelijke blokkendozen’ in het Nederlandse landschap en flink wordt gesnoeid in het aantal landschapvervuilende dc-corridors. Logistiek vastgoed beleggers en adviseurs spraken van het zwartmaken van de logistieke (vastgoed)sector, die een van de belangrijkste pijlers is onder de Nederlandse economie. “We hebben de beste landbouwgrond van de wereld. Juist dit kabinet wil duurzame kringlooplandbouw stimuleren. Daarvoor is juist extra grond nodig die we nu opofferen. We hebben dc-clusters, eenlingen en corridors. De laatste belasten het landschap het ergst. We stellen voor een aantal plekken voor blokkendozen aan te wijzen en de rest af te breken. Ook moet er een verbod op greenfields komen en verouderde dc’s herontwikkelen. Nieuwbouwontwikkelaars moeten daarvoor een deel van de winst afstaan. Het moet draaien om multifunctionaliteit, duurzaamheid en circulariteit”, aldus Strootman.

‘Advies is onduidelijk’

Het betoog van Strootman is tegen het zere been van René Buck, directeur van Buck Consultancy International, die liet tijdens de discussie blijken dat het advies vooral onduidelijk is. “Eerst hadden ze een probleem met lelijke dozen, nu mogen mooiere nieuwe dc’s ook niet meer. De afgelopen vijf jaar zijn er maar drie mega-dc’s per jaar bijgekomen. In Nederland bestaat maar drie procent van alle grond uit bedrijventerrein. Het klopt dus niet dat heel Nederland wordt opgeofferd voor logistiek. Er zit geen enkel dc op een illegale plek; provincies en Raad van State hebben alles netjes goedgekeurd.”

Juni: ‘wildgroei dc’s ongewenst’

Het Rijk blijft niet achter en mengt zich ook in de verdozingsdiscussie en zegt bij monde van minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) dat de wildgroei aan distributiecentra in Nederland een halt moet worden toegeroepen. Ollongren wil daarom afspraken maken met gemeenten en provincies over de bouw van nieuwe distributiecentra. “Een aaneenschakeling van grootschalige, eenvormige opslag- en distributiecentra langs rijkswegen moet zoveel mogelijk worden voorkomen”, schrijft Ollongren in het Ontwerp van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI).  Volgens de minister is wat zij noemt ‘verloodsing’ ongewenst, want het zet de ‘landschappelijke kwaliteit onder druk’.

Oktober: ‘Brabant rafelrand’

Het advies van het CRa moet nog gepresenteerd worden, maar in Brabant neemt BrabantAdvies alvast een voorschot met een rapport waarin wordt gesteld dat er toenemende zorg is over de verdozing van het landschap in deze provincie. “Er moeten meer eisen worden gesteld aan de vestiging van deze ‘dozen’, want anders dreigt onze provincie de rafelrand van de Randstad te worden”, stelt het regionale adviesorgaan half oktober. Volgens het advies staat het gros van de distributiecentra die Nederland naar schatting rijk is, in Brabant, gevolgd door Limburg. Naar aanleiding van deze constatering waarschuwt het orgaan ‘dat logistiek in Brabant onontkoombaar is, maar dat gemeenten zich veel nadrukkelijker moeten afvragen wat de toegevoegde waarde is’.

Oktober: presentatie verdozing advies

Alleen nieuwe distributiecentra bouwen op bestaande bedrijventerreinen en bij hoge uitzondering op grond die nu nog beschouwd wordt als greenfield en dan alleen bij speciale ‘clusters’ van bedrijfshallen. Dat is de kern van het adviesrapport dat Berno Strootman namens het CRa eind oktober presenteerde in Het Nieuwe Instituut in Rotterdam. De vijf belangrijkste punten in het advies zijn: zet in op meer sturing en regie om Nederland concurrerend en aantrekkelijk te houden, faciliteer niet alles, maar wees selectief, stimuleer herontwikkeling van brownfields met behulp van financiële prikkels en (nieuw) instrumentarium, stimuleer clustering van distributiecentra in een beperkt aantal multimodale knooppunten, maak knooppunten dusdanig aantrekkelijk dat bedrijven zich er willen vestigen. Na de presentatie van het advies is er ook gelijk kritiek. Zo stelt haveneconoom Bart Kuipers dat het advies dat ‘dozen’ in dit advies te veel gegeneraliseerd worden. “Er zijn ‘dozen’ die een heel belangrijke maatschappelijke functie hebben waar veel maakindustrie plaatsvindt en er zijn distributiecentra die voor de circulaire economie in de toekomst heel veel gaan betekenen. Ik vind het jammer dat dit onderscheid niet wordt gemaakt.”

Ook vindt Kuipers het teleurstellend dat in het advies gepleit wordt voor een stop op de bouw van dc’s op greenfields. “Ik denk dat je juist moet pleiten voor greenfield ontwikkelingen dicht bij multimodale infrastructuur, waar het College ook juist voor pleit in zijn advies. Als je roept als adviesorgaan dat alleenstaande distributiecentra moeten worden verplaatst en als je ook versnippering wilt voorkomen dan moeten ze ergens centraal gebundeld worden op hotspot locaties als Logistiek Park Moerdijk en de Maasvlakte.”

November: de kritiek en de politiek

Het advies van het CRa is ook terechtgekomen bij de provinciebestuur van Gelderland. Die onderneemt actie en wil de bouw van XXL-distributiecentra aan banden leggen. Grote dozen mogen van het Gelderse provinciebestuur alleen nog maar verrijzen rond de logistieke hotspots Tiel, Nijmegen en Zevenaar en vlak over de grens in het Duitse Emmerich. Dit besluit wil de provincie vastleggen in plannen na overleg met Gelderse gemeenten.

Opnieuw kritiek Buck

René Buck, criticaster van het eerste uur van het CRa, kraakt in diverse media het CRa-advies in een ingezonden artikel. “Als logistiek vastgoed adviseurs bepleiten wij al jarenlang zorgvuldige werklocatieplanning in Nederland. Inzicht in toekomstige vraag naar en aanbod van bedrijventerreinen – kwantitatief, maar ook kwalitatief – gekoppeld aan flexibelere planning, moet voorkomen dat er grote regionale overschotten of tekorten ontstaan. Op het eerste gezicht sluit dit advies daarop aan. Maar dit rapport slaat te veel planken mis om een afgewogen basis te vormen voor betere planning van logistieke bedrijventerreinen.”

Onjuiste redeneringen

De onderbouwing van de conclusies in het rapport is mager en onevenwichtig, vindt Buck. Er is volgens hem geen uitgewerkte kosten-batenanalyse en er zou sprake zijn van een beperkte verantwoording. Ook is er vrijwel geen onderbouwende vakliteratuur en er zou sprake zijn van onjuiste redeneringen. Ook vindt Buck dat het adviesorgaan dusdanig bevooroordeeld aan zijn werk is begonnen, dat het advies precies overeenkomt met de interviews die werden gegeven voorafgaand aan hun advieswerk. “Van een afgewogen, onderbouwd advies is helaas geen sprake”, aldus Buck.

Motie tegen verdozing

Aan de politiek lijkt het betoog van Buck voorbij te gaan, want eind november wordt naar aanleiding van het advies van het CRa met een grote Kamermeerderheid – alleen PVV stemde tegen – een motie aangenomen, waarin de Kamerleden Mustafa Amhaouch (CDA) en Eppo Bruins (ChristenUnie) de regering oproepen om de toename van het aantal XXL-distributiecentra in Nederland aan banden te leggen. Beide Kamerleden willen dat het ministerie van Economische Zaken de in hun ogen ‘ongewenste verdozing van het Nederlandse landschap afremt’. Hierbij moet het ministerie niet in haar eentje optreden, maar in samenspraak met provincies en gemeenten.

Publiek debat

René Buck op zijn beurt, zegt dat het advies gezorgd heeft voor een valse start van een urgente discussie. Hij roept dan ook op tot een publiek debat met alle stakeholders, dus ook de eindgebruikers van distributiecentra die tot op heden onzichtbaar zijn in de hele verdozingsdiscussie, ‘die zijn nu aan zet’ zoals Wim Eringfeld (directeur Stec Groep) stelde in zijn blog begin november. Wordt vervolgd dus in 2020….

Bron: Logistiek.nl

Lees verder

Achtergrond

card image

30-12-2019

Zo betrek je ondernemers bij je bedrijventerrein

Achtergrond

Achtergrond

Zo betrek je ondernemers bij je bedrijventerrein

Veroudering, circulariteit, energietransitie, de war on talent en het creëren van een aangenamer verblijfsklimaat. De oplossingen voor de opgaven waar bedrijventerreinen voor staan kun je niet alleen organiseren. Succesvolle werklocaties laten zien dat collectiviteit een impuls kan geven aan innovatie. Maar hoe doe je dat dan?

Danielle van Steeg en Gregor Heemskerk van TwynstraGudde verzorgden tijdens het afgelopen BT Event op Industriepark Kleefse Waard in Arnhem een sessie over het organiseren van collectiviteit. Onder de titel ‘Zo betrek je ondernemers bij de werklocatie’ gingen zij in gesprek met de deelnemers. ‘Een aantal van hen vroegen naar een standaard aanpak voor verouderde bedrijventerreinen, maar die bestaat helaas niet. Het blijft maatwerk’, zegt Heemskerk. ‘Er zijn wel vaste stappen die je moet doorlopen om tot die maatwerkaanpak te komen: De eerste is om heel goed te luisteren naar de ondernemers op een locatie. De tweede is het in kaart brengen van de agenda van de industrie. Als je het belang van de bedrijven kunt dienen met een collectieve aanpak én een goed voorstel, dan zijn zij sneller bereid om te investeren. Immers, zij worden er beter van.’

1. Volg de agenda van de industrie

Heemskerk wijst op de Brainport Industries Campus (BIC) in Eindhoven. De eerste fase werd afgelopen najaar geopend door koning Willem-Alexander en moet een groep hightech toeleveranciers van bedrijven als ASML, Siemens en Boeing op één fysieke locatie gaan verbinden. Het zijn grotendeels MKB-bedrijven die op deze manier gezamenlijk de professionaliteit van de keten en het concurrerend vermogen willen verhogen. ‘Deze bedrijven voelden de noodzaak om anders te gaan werken’, zegt Heemskerk. ‘Deze grote klanten verwachten van hun toeleveranciers dat ze innoveren en vooroplopen in hun vakgebied. Voor afzonderlijke MKB-bedrijven is dat heel moeilijk, maar in coöperatief verband is veel meer mogelijk.’

Een praktisch voorbeeld van die samenwerking is een gezamenlijke pilotfabriek voor het 3D-printen van metalen onderdelen voor de industrie. De fabriek wordt gefinancierd door een aantal lokale bedrijven voor wie een dergelijk experiment te riskant en te duur is om individueel op te pakken. ‘Het is een voorbeeld van hoe veranderende samenwerking in de productieketen leidt tot innovatie’, stelt Heemskerk. ‘Op deze campus draait alles om één markt binnen de techsector. Clustering helpt bedrijven om gelijkgestemden te vinden. Op de Brainport Industries Campus maken die bedrijven een transitie door van een standaard ‘supply chain’, naar een ‘supply network’ en zelf een ‘supply network onder één dak’. Behalve de gewenste innovatieslag, leidt dit ook tot een reductie van de productiekosten.’

Campusvorming is daarnaast ook een ruimtelijk vraagstuk. Ondernemers verhuizen niet graag en doen dat alleen als het nodig is om hun primaire processen te kunnen verbeteren. ‘Die ondernemers weten eigenlijk heel goed wat ze nodig hebben om optimaal te functioneren’, zegt Heemskerk. ‘Een toekomstbestendige productielocatie komt aan die wensen tegemoet: een omgeving die samenwerking tussen bedrijven onderling en met kennisinstellingen stimuleert en daarmee innovatie aanjaagt. Daarnaast biedt een aantrekkelijke campus een openbare ruimte waar het prettig verblijven is, met goede voorzieningen, een goed programma, en een imago en uitstraling waar talent op af komt.’

2. Benut de governance

Ook op de Novio Tech Campus (NTC) in Nijmegen is een campus met een sterke clustering van kennisintensieve bedrijven ingericht. Op het industriële complex van NXP, voorheen de halfgeleiderdivisie van Philips, kwamen enkele jaren geleden verschillende productiegebouwen leeg te staan. Tegelijkertijd was vanuit de bedrijvigheid bij onderzoeksafdelingen op universiteitscampus Heyendaal veel vraag naar ruimte voor spin-offs en commerciële initiatieven, vooral op het snijvlak van health, life sciences en hightech. Na een succesvolle opstartfase van de NTC wordt op dit moment gewerkt aan een groeistrategie voor de komende tien jaar.

‘Het doel is om een aantrekkelijke en stimulerende omgeving te creëren, waarin bedrijven kunnen samenwerken en innoveren’, zegt Van Steeg. ‘Daarvoor moeten zowel de hardware als de software op orde zijn.’ De ruimtelijke visie voor de Novio Tech Campus voorziet in een mix van functies en een aantrekkelijke openbare ruimte – de hardware. Ook is een cruciale rol weggelegd voor de rol van parkeerruimte. ‘Door te kiezen voor parkeerplekken die niet op het maaiveld naast de gebouwen liggen, ontstaat een openbare ruimte die uitnodigt tot verblijf en ontmoeting. Dit soort maatregelen kunnen een groot verschil maken.’

Om de stap van werklocatie naar campus te zetten, is programmering en community-management nodig (de software). Van Steeg: ‘Een goede programmering van inhoudelijke evenementen en bijeenkomsten met een meer sociaal karakter draagt bij aan de focus, het concept en de thematisering op een campus. De volgende vraag is dan: hoe zorg je dat bedrijven hieraan willen meebetalen? Uiteraard kijk je dan naar de inhoudelijke behoeften die er zijn en welke events daar het beste bij passen. Maar het belangrijkste is dat de community wordt geactiveerd om het programma zelf te gaan dragen. Uiteindelijk moeten partijen zelf input gaan leveren en inzien dat een goed programma bijdraagt aan hun bedrijfsdoelen.’

Dit kun je volgens de adviseurs organiseren in de governance, de organisatiestructuur op een terrein. Van Steeg: ‘Behalve de vraag “wie betaalt wat?” hoort hier ook bij dat de governance flexibel is ingericht. Nieuwe partijen moeten kunnen toetreden of bedrijven moeten kunnen uittreden als ze dat willen. Ook wil je dat bedrijven en individuen van buitenaf kunnen deelnemen als dat bijdraagt aan de doelen van de campus en het cluster. Op de NTC zoeken bedrijven en het onderwijs elkaar bijvoorbeeld graag op. Studenten leren dat kennis en ideeën de grootste impact hebben wanneer ze worden gekoppeld aan ondernemerschap, bedrijfsvoering en financiering. Tegelijkertijd snappen ondernemers dat innovaties een nieuwe impuls kunnen krijgen door nauwere samenwerking met de wetenschap en het onderwijs.’

Toch is het in deze vorm van collectiviteit belangrijk om de governance-structuur niet leidend te maken, stelt Heemskerk. ‘De structuur is altijd dienend aan de hardware en de software. Wanneer de strategie verandert, moet de structuur kunnen meeveranderen. Dat is niet altijd gemakkelijk, want het vraagt van deelnemers dat ze neutraal en van een afstand naar de gemaakte afspraken blijven kijken. Een te starre governance is een valkuil. Campusmanagement is altijd in beweging en houdt nooit op, juist niet wanneer de gebiedsontwikkeling is afgerond.’

3. Wat kunnen we leren van de BIZ-aanpak?

De voorbeelden uit Eindhoven en Nijmegen laten zien wat collectiviteit kan betekenen. Maar collectiviteit is op de meeste bedrijventerreinen in ons land zeker geen vanzelfsprekendheid. Op nieuwe terreinen kunnen voorwaarden voor collectiviteit zijn opgenomen in de uitgiftecontracten. Maar op bestaande terreinen waar nog geen vorm van parkmanagement is ingericht, speelt vrijwilligheid een veel grotere rol. Juist op de oudere terreinen is het het moeilijkst om collectiviteit te organiseren. Bij sommige ondernemers die hun vastgoed willen moderniseren en verduurzamen is de benodigde investeringsbereidheid misschien aanwezig, maar in veel gevallen zal er ook een groep zijn die niet wil meewerken.

Hoe kun je deze ‘free riders’ dan toch betrekken? Volgens Van Steeg kunnen bedrijventerreinen inspiratie ontlenen aan de bedrijfsinvesteringszones (BIZ), een vorm die vooral in winkelgebieden wordt toegepast. Binnen een BIZ werken ondernemers en eigenaren samen aan de verbetering van hun gebied. De gemeente heft daartoe jaarlijks een bedrag naar rato van de WOZ-waarde van een pand. Met de opbrengst van deze heffing kunnen de deelnemers gezamenlijk investeren in de leefbaarheid, veiligheid, ruimtelijke kwaliteit en economische ontwikkeling van het gebied. Pas als een twee derde meerderheid van de ondernemers (die minimaal 50 procent van de totale WOZ-waarde vertegenwoordigt) voorstander van de heffing is, wordt een BIZ ingericht. Van Steeg: ‘Naast het tegengaan van free riders biedt een BIZ ook veel inzicht. Er wordt een businessplan opgesteld waarin in het proces de ambities van de deelnemers inzichtelijk worden. Ook als die ambitie verder reikt dan het plaatsen van prullenbakken en het bekende ‘schoon, heel en veilig’. Door het proces van oprichten van een BIZ krijg je inzicht in hoe ondernemers denken, wat hen raakt en wat nodig is om de aansluiting van markt en overheid te vinden. Het dwingt diezelfde ondernemers om ook zelf over die vragen na te denken. Ik denk dat dit een aanpak is waar veel paralellen te trekken zijn met waar we heen willen op bedrijventerreinen.’

Dit artikel verscheen eerder in vakblad BT Magazine. BT Magazine is hét vakblad voor iedereen die zich bezighoudt met regionale innovatiekracht en vestigingsklimaat.

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Onderzoek en pilots voor duurzame verbeteringen van luchthaven Lelystad en omgeving

Nieuws

Nieuws

Onderzoek en pilots voor duurzame verbeteringen van luchthaven Lelystad en omgeving

Vanmiddag ondertekenden Lelystad Airport, Lelystad Airport Businesspark, gemeente Lelystad en provincie Flevoland de Samenwerkingsovereenkomst Toekomstbestendige Luchthavenomgeving. Elke partij draagt bij aan toekomstige kansen en aanpak van knelpunten op het gebied van duurzame energie, klimaat, gezondheid, ecologie en economie. Lelystad Airport (Businesspark) is bij uitstek een geschikt gebied voor pilots en onderzoek voor duurzame verbeteringen van de luchthaven(omgeving).

Een gebied met potentie

“Provincie Flevoland ondersteunt de ambitie om uit te groeien tot de meest duurzame luchthaven van Europa, onder meer vanwege de goede inpassing in de leefomgeving”, vertelt gedeputeerde Jan de Reus. Het ‘Onderzoeks- en innovatieprogramma luchthavenomgeving Lelystad toekomstbestendig’ gaat hieraan een bijdrage leveren. Het programma zorgt voor verdere versterking van het hoogwaardige en duurzame karakter van het Businesspark. Het programma geeft een impuls aan de innovatie- en concurrentiekracht van het gebied.

Van ondertekening naar concrete projecten

Onderzoeksinstellingen en omgevingspartners denken al langer mee over ideeën om bij te dragen aan de ontwikkeling en toepassing van kennis en technologie gericht op toekomstbestendige luchtvaart, luchthaven en luchthavenomgevingen. De ondertekening van deze samenwerkingsovereenkomst is de eerste formele stap in de verdere vormgeving van het ‘Onderzoeks- en innovatieprogramma luchthavenomgeving Lelystad toekomstbestendig’.

Versterken lopende projecten

Betrokken onderzoeksinstellingen en omgevingspartners gaan dit programma de komende tijd verder vorm en inhoud geven. Voorbeelden zijn onderzoeksprojecten op het vlak van geluidbeperking, transitie naar schone luchtvaart en/of groen- en voedselvoorziening. Deze versterken al lopende duurzaamheidsprojecten in het gebied. Zoals ‘zonne-initiatieven’ voor een duurzaam energiesysteem en de beperking van vervoersbewegingen. Of hergebruik van materialen en toepassing van innovatieve concepten bij de terminal, verkeerstoren en start- en landingsbaan.

Gebied geschikt voor pilots en onderzoek

De al lopende duurzaamheidsprojecten laten zien waarom het gebied op en om de luchthaven bij uitstek geschikt is voor duurzame verbetering van de luchthaven(omgeving). Lelystad Airport (Businesspark) en omgeving zijn volop in ontwikkeling. Er liggen veel kansen om het gebied zo toekomstbestendige mogelijk te ontwikkelen. Daarvoor is ook de ruimte beschikbaar. De gebiedspartijen werken nauw met elkaar samen op verschillende schaalniveaus. Ze gaan als echte pioniers geen problemen uit de weg, maar zetten ze om in kansen. Door die pioniersmentaliteit is het geen wonder dat dit gebied continu in ontwikkeling is. Dit biedt veel mogelijkheden voor nieuwe puzzelstukjes die bijdragen aan toekomstige kansen en aanpak van knelpunten op het gebied van duurzame energie, klimaat, gezondheid, ecologie en economie.      

Foto

Op de foto van links naar rechts: Rob Verhoeff (directeur OMALA/Lelystad Airport Businesspark), Janneke Sparreboom (wethouder gemeente Lelystad), Jan de Reus (gedeputeerde provincie Flevoland) en Hanne Buis (directeur Lelystad Airport). 
Fotografie door Fotostudio Wierd

Lees verder