MEDIA

Opinie

card image

Column van Theo Föllings

Opinie 'Breng niet bewoners, maar bedrijven naar de binnenstad'

Opinie

Column van Theo Föllings

Opinie 'Breng niet bewoners, maar bedrijven naar de binnenstad'

Lege panden in het centrum ombouwen naar woningen? Niet doen, vindt Theo Föllings, want dan wordt de binnenstad een dooie boel. Geef bedrijven juist meer de ruimte. 

Vorig jaar becijferde de Rabobank dat in overtollig winkelvastgoed circa 10.000 tot 20.000 woningen te realiseren zijn. Een druppel op een gloeiende plaat als je uitgaat van een bouwopgave van één miljoen woningen.

Om leegstand tegen te gaan, lijkt transformatie naar wonen niettemin een effectieve oplossing, want de vraag naar woonruimte is erg groot. Maar gemeenten hopen met deze ingrijpende verandering ook de leefbaarheid van winkelgebieden te vergroten. Het vorige kabinet reserveerde hier nog 100 miljoen euro voor. Minister Micky Adriaansens van economische zaken en klimaat bevestigde onlangs dat die regeling binnenkort wordt opengesteld.

Sinds de Middeleeuwen

Maar gemeenten die dit budget effectief willen inzetten, moeten zich realiseren dat binnensteden in eerste instantie economische centra zijn. Dit zijn ze al sinds de Middeleeuwen en daar is in al die eeuwen niets in veranderd. Toch bleek uit een enquête die vlak voor de pandemie onder 107 gemeenten werd afgenomen, dat die gemeenten de oplossing voor kwakkelende stads- en dorpscentra vooral zoeken in cultuur, toerisme, zorg, diensten, onderwijs en bij bewoners. Ook in het maatschappelijk debat over onze (binnen)steden lijkt sprake van een blinde vlek voor de betekenis die juist bedrijven kunnen spelen in de verlevendigen van stads- en dorpscentra.

Diverse deskundigen, onder wie de rijksbouwmeester, pleiten voor een groen-, recreatief-, woon-stadscentrum. En dat zijn allemaal nobele doelen, maar ze doen zowel bedrijven als (binnen)steden tekort.

Onze steden kampen met een ernstig tekort aan ruimte voor bedrijven. De afgelopen vijf jaar alleen al verdween een oppervlakte van 46 vierkante kilometer aan bedrijventerreinen, vaak omdat er woonwijken kwamen. Dat wonen goed mixt met een typische binnenstadfuncties, is een notoir misverstand. Wonen is geen economische activiteit, maar een relatief besloten privé-bezigheid. Bewoners vinden rust meestal belangrijk, wat zich slecht verhoudt tot de drukte van het centrum.

Ga op een willekeurige dag eens naar een willekeurige woonwijk: zelfs waar duizenden mensen verblijven is het over het algemeen heel rustig. En dat willen de bewoners ook. Zij hebben hooguit behoefte aan een supermarkt in de wijk, maar niet automatisch aan voorzieningen als cafés, daarvoor gaan ze juist naar het centrum.

Broodje in het centrum

Terwijl werken en winkel- en vrijetijdsfuncties elkaar wél goed aanvullen. Werknemers kunnen in het centrum terecht voor een broodje of gewoon een bezoek aan een winkel. Voor (toevallige) ontmoetingen die niet op het kantoor zelf (kunnen) plaatsvinden biedt het centrum alle gelegenheid. De werkweek kan informeel worden afgesloten in een kroeg om de hoek. Als het licht in de winkels en kantoren uitgaat, gaat de avondstad aan.

Daarbij, digitalisering maakt de aantrekkingskracht van binnensteden als werk- en ontmoetingsplek alleen maar groter. Zo trekken bedrijven nu van de Amsterdamse Zuidas naar de binnenstad. Ze geven voorkeur aan een stedelijke omgeving, want dat willen hun werknemers. Centrumbeleid zou meer gericht moeten zijn op het aantrekken van nieuwe economische functies in plaats van de nadruk die nu nog ligt op transformatie naar wonen en voorzieningen.

Opinieartikel door Theo Föllings, voorzitter van SKBN in Trouw

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Expertadviezen aan De Jonge: ‘Maak van woonopgave een woon-werkopgave’

Nieuws

Nieuws

Expertadviezen aan De Jonge: ‘Maak van woonopgave een woon-werkopgave’

Eén miljoen huizen en 5.530 tot 9.370 hectare extra bedrijfsruimte tot 2030 krijg je niet weggezet op de schaarse ruimte die we in Nederland hebben, zolang we wonen en werken als losse opgaven beschouwen, ook omdat de miljarden voor de woningbouwimpuls érgens verdiend moet worden. Dat is de toon van expertreacties op een rondgang door Stadszaken.

Onder druk van woningbouwplannen komt cruciale werkgelegenheid die zorgt voor praktische banen in de verdrukking op bedrijventerreinen als de Achtersluispolder in Zaandam, Bickhorst in Den Haag en Schieoevers in Delft. Werkgevers beklaagden zich in het Financieele Dagblad dat hen geen alternatief geboden wordt, of ze moeten verkassen naar de Flevopolder. In plaats daarvan pleiten werkgevers voor de bouw van méér huizen in de Almere, zodat zij niet hoeven te wijken voor nieuwe woningen. Voor Stadszaken was het aanleiding om een rondgang langs experts te doen, met de vraag: Wat moet VRO-minister Hugo de Jonge doen om ruimte voor werken in de stad te garanderen?

Theo Föllings, Voorzitter SKBN: ‘Meer ruimte voor economie en maatschappij in de stad’

‘Het is goed om te zien dat nu ook het FD het onderwerp dynamiek in de stad in het vizier heeft en zelfs op de voorpagina heeft geplaatst. Het is een issue dat de stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (kortweg SKBN) al geruime tijd aan het agenderen is, op tal van burelen. Met het voorbeeld uit Zaanstad heeft het FD een mooie case uitgewerkt waarin precies het dilemma wordt weergegeven waar de wethouders nu maar ook na de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2022 mee worden geconfronteerd. En dit probleem speelt zich niet alleen af in Zaanstad maar in zeer veel gemeenten in Nederland.

De kern van het grote dilemma is dat we op korte termijn een probleem oplossen inzake de woningbouw, maar op lange termijn de economische dynamiek en broodnodige werkgelegenheid vernielen en de stad uitjagen. Treffend om te zien dat letterlijk een groot aantal banen ook verloren gaan. Het zijn juist die banen die we hard nodig hebben aan de onderkant van de arbeidsmarkt. En de uitdaging circulaire economie vraagt ook om diezelfde bedrijfsruimte.

Om dat op lange termijn te herstellen en alternatieven te zoeken is een kostbare zaak. Natuurlijk vormt woningbouw een issue, daar sluiten we onze ogen niet voor, maar het begrip cost of onwership en een meer maatschappelijke kosten-baten0analyse zou hier op zijn plaats zijn.

Binnenkamers bij de SKBN wordt ook wel eens gemopperd ‘die eerste en tweede miljard voor de woningbouw-impuls moet nog steeds ergens verdiend worden’. Laten we goed kijken naar alternatieven en de handen ineenslaan om te komen tot een integrale afweging van dit soort ruimteclaims. Voor meer relevante adviezen over bedrijfsterreinen, logistieke terreinen en Smart energy hubs terreinen verwijs ik naar het SKBN manifest: waarde voor economie én maatschappij.’

Lisette van der Kolk, adviseur Integrale Gebiedsontwikkeling bij TwynstraGudde: ‘Tweedeling tussen inwoners dreigt’

‘De nieuwe minister voor VRO heeft heel wat op zijn bordje. Wat vaststaat is dat in de beperkte ruimte in de stad naast bestaande functies ook nieuwe grote opgaven ruimte claimen – denk aan de energietransitie of klimaatadaptatie. In combinatie met de enorme woningbouwopgave moeten bestaande functies van de stad, zoals werken, zeker niet worden vergeten.

Met name de ruimte voor de maakindustrie neemt af nu bijna alle steden bezig zijn om bedrijventerreinen te transformeren naar woningbouw. Vroeger was het noodzakelijk om de fabrieken naar de rand van de stad te verplaatsen, vanwege de vervuiling die de maakindustrie veroorzaakt. Nu zijn vooral de steeds hoger stijgende vierkantemeterprijzen door het tekort aan woningen de oorzaak. Het is extreem lastig om nieuwe ruimte voor bedrijvigheid te vinden, maar ook om de bestaande plekken te behouden. Bedrijventerreinen staan onder druk, met als gevolg dat werkplaatsen de stad uit worden geduwd.

Maar let op, want de maakindustrie in de stad heeft een belangrijke economische functie. Het zorgt ervoor dat een diverse groep inwoners in eigen stad aan het werk kan en is daarmee een belangrijke aantrekkingskracht. Er dreigt een tweedeling tussen inwoners die een baan vinden in kantoorachtige omgeving in de stad en inwoners die werken in de maakindustrie en geconfronteerd worden met steeds grotere reisafstanden naar hun werk.

Wat zou helpen om dit negatieve effect te voorkomen is een meer integrale benadering. Het uitgangspunt daarbij is dat ruimtelijke opgaven met elkaar verbonden zijn. Zoals bijvoorbeeld de leefbaarheid van een stad, voldoende aanbod aan divers werk, het welzijn van bewoners, de bereikbaarheid en het realiseren van betaalbare woningen. Om dat te bereiken moet het Rijk meer regie nemen binnen het ruimtelijk domein. Werk minder met sectorale doelen voor de energietransitie, klimaatadaptatie of woningbouw. Het gaat er bij gebiedsontwikkeling in de stad om dat de verschillende opgaven in samenhang met elkaar worden bekeken en afgewogen. En ja, ook werken is daar een belangrijk aspect in.’

Gerlof Rienstra, Rienstra Beleidsonderzoek en Beleidsadvies: ‘Werken plaatsen bij wonen, voor zover mogelijk’

‘Ruimte voor bedrijven in de categorieën industrie, bouw, logistiek en niet te vergeten circulaire activiteiten die zich lastig verhouden tot de functie wonen, moet geborgd blijven. Het is daarom belangrijk dat daarvoor geschikte werklocaties blijven bestaan.

Bovengenoemde bedrijventerreinen zijn met een maximale milieucategorie 4 voor zogenaamde hoge milieucategorie (HMC)-bedrijven. Het zijn vaak beton- en asfaltcentrales die op de schopstoel zitten, omdat die aan kades gevestigd zijn met relatief veel milieuhinder zoals geur, geluid en transportbewegingen per schip of vrachtwagen. Het is nog niet precies te zeggen hoeveel bedrijven moeten wijken, omdat er nog met bedrijven onderhandeld wordt. Wel is op Schieoevers inmiddels een nieuw bedrijfsverzamelgebouw in het voormalige NKF-pand (Nederlandse Kabelfrabriek, red.) gevestigd. Dus daar komen juist bedrijven bij.

Uit het Vestigingenregister van de gemeente Zaanstad blijkt dat op Achtersluispolder 106 van de 190 bedrijfsvestigingen écht op een terrein als deze horen (industrie, bouw en logistiek, red.). Daarnaast zijn op Achtersluispolder veel adviesdiensten, financiële- en facilitaire diensten, detailhandel en horeca gevestigd. Die hadden in principe ook elders kunnen zitten.

Landelijk worden HMC-industrieterreinen overigens voor 80 procent ‘bevolkt’ door bedrijven met een milieucategorie onder de 4. Er is landelijk dus sprake van een significante onderbenutting van milieuruimte op dit soort terreinen. Bedrijven die eigenlijk niet op zo’n HMC-terrein thuishoren, zou je in theorie kunnen uitplaatsen en integreren in nieuwe woon-werkgebieden, al dan niet gestapeld.

Op de ruimte die je daarmee vrijspeelt op HMC-terreinen, kunnen nieuwe HMC-bedrijven geplaatst worden. Mocht er ruimte over zijn, dan is het misschien mogelijk een gedeelte te transformeren naar wonen. Er vinden ook natuurlijke mutaties plaats, waarbij de eigenaar of gebiedsregisseur de mogelijkheid heeft meer te sturen op herverkaveling en locatieruil als gevolg van deze mutaties. Dat moet marktconform opgelost kunnen worden! Het kost wel tijd.

Vanuit ruimtelijk-economisch perspectief is vooral belangrijk dat werken bij het wonen wordt geplaatst. Dus als de woonopgave in de metropoolregio Amsterdam grotendeels wordt voorzien in Almere, dan zal ook het werken mee moeten verhuizen. Anders wordt het mobiliteitsprobleem op de A6/A1/A10 Noord alleen maar groter.

Waar het mogelijk is zal de functiescheiding tussen wonen en werken kunnen worden opgeheven. Ook financieel-economisch is dat interessant. Zo blijkt uit cijfers die ik in a2019 voor de provincie Zuid-Holland bestudeerd heb dat functiemening van werken – alleen met wonen of ook met andere gebruiksfuncties samen – in een aantal economische sectoren resulteert in hogere huur-, koop- en grondwaarde van vestigingslocaties.’

Lees verder

Achtergrond

card image

21-01-2022

Stadszaken: Bedrijventerreinen kunnen Rob Jetten helpen met klimaatambities

Achtergrond

21-01-2022

Stadszaken: Bedrijventerreinen kunnen Rob Jetten helpen met klimaatambities

Bedrijventerreinen en werklocaties zijn van grote waarde voor het nieuwe kabinet. Dat is de boodschap van de Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen (SKBN) aan de nieuwe ministers Micky Adriaansens van Economische Zaken en Klimaat, Rob Jetten voor Klimaat en Energie en Hugo de Jonge voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.

In een brief aan deze ministers verwijst de SKBN naar de noodzaak om de ambities uit het regeerakkoord te realiseren, en de bijdrage die bedrijventerreinen daaraan kunnen leveren. Zowel op het domein van Adriaansens als Jetten en De Jonge hebben bedrijventerreinen de oplossingen voor enkele complexe vraagstukken al (deels) klaarliggen. 

Zonnepotentieel en klimaatadaptatie

Bij Jetten wijst de SKBN op het gigantische zonnepotentieel dat beschikbaar is op bedrijventerreinen. De cijfers: Nederland telt 2.547 bedrijfsgebouwen met minimaal 10.000 vierkante meter dakoppervlakte. Omdat het Klimaatakkoord in 2019 bedrijventerreinen over het hoofd zag, valt hier nog veel winst te behalen. Uit de Paris Proof Ranking blijkt dat er op ‘3.250 werklocaties nog een wereld is te winnen.’

Ook het thema klimaatadaptatie wordt aangestipt: ‘Gemiddeld wordt maar 1 procent van de ruimte op bedrijventerreinen gebruikt voor groene of blauwe functies. Hier valt dus nog veel winst te behalen. Groen-blauwe structuren op bedrijventerreinen zorgen daarnaast voor een gezonde werkomgeving.’ Bij het realiseren van de torenhoge klimaatambities kunnen er zo twee grote klappers gemaakt worden, meent de SKBN.

Wonen en werken mengen

De Jonge wordt daarna ‘nadrukkelijk gewezen op het belang van het verbinden van ogenschijnlijk tegenstrijdige belangen en daarbij behorende ruimteclaims.’ Daarmee doelt de SKBN op het mengen van wonen en werken. Beide eisen (veel) ruimte op en lijken daardoor tegenstrijdig. Maar door wonen en werken met elkaar te mengen ontstaat er een ‘win-winsituatie’, omdat de ruimte slimmer wordt gebruikt. SKBN: ‘Wij denken graag mee aan de hand van onze praktijkvoorbeelden.’

Innovatiekennis

Adriaansens wordt tot slot gewezen op de doelstelling om het groei- en innovatief vermogen van het mkb te versterken, en wijst op de taak van de regeringscoalitie om het ondernemersklimaat verder te verstevigen. Omdat 50 procent van alle banen in Nederland en 60 procent van alle R&D-investeringen op bedrijventerreinen gevestigd zijn, mag Adriaansens in zijn zoektocht niet over bedrijventerreinen heen kijken.

De SKBN heeft met verschillende campussen en kennispartners als TwynstraGudde genoeg innovatiekennis in huis om te delen met de minister. ‘Met onze kennispartners kunnen wij meedenken over het versterken van het mkb, in innovatieve ecosystemen die al bestaan of nog ontwikkeld moeten worden’, schrijft de stichting. 

De aanbevelingen van de SKBN zijn niet helemaal nieuw. Eind vorig jaar bracht de stichting al een manifest uit, waarin er nadrukkelijk aandacht werd gevraagd voor een integrale aanpak op bedrijventerreinen.

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

SKBN reikt drie nieuwe bewindslieden de helpende hand

Nieuws

Nieuws

SKBN reikt drie nieuwe bewindslieden de helpende hand

SKBN verstuurde in de week van de installatie van het nieuwe kabinet brieven aan zowel minister Micky Adriaansens van Economische Zaken en Klimaat (EZK), minister Rob Jetten van Klimaat en Energie en minister Hugo de Jonge van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO).

Minister Micky Adriaansens van EZK zal in lijn met de doelstelling van de nieuwe regeringscoalitie om het groei- en innovatief vermogen van het mkb te versterken onder meer moeten zorgen voor een sterker ondernemersklimaat. Veel innovatie vindt plaats op bedrijventerreinen en werklocaties, die circa 50 procent van alle Nederlandse banen herbergen en waar 60 procent van alle R&D-investeringen neerslaan. In de brief aan minister Adriaansens bieden we haar aan om samen met onze kennispartners mee te denken over meer ruimte voor economie en het versterken van het mkb in innovatieve ecosystemen die een aantal werklocaties nu al zijn of kunnen worden. 
 
Minister Rob Jetten is in het nieuwe kabinet verantwoordelijk voor het realiseren van de aangescherpte CO2-reductiedoelstelling. In de brief aan minister Jetten attenderen we hem op het enorme potentieel die de 3.800 bedrijventerreinen en werklocaties in Nederland bieden bij het verwezenlijken van deze doelstelling, alleen al vanwege gigantische hoeveelheid zonne-energie die kan worden opgewekt bovenop 2.547 bedrijfsgebouwen met minimaal 10.000 vierkante meter dakoppervlakte, maar ook door besparing aangezien het totale energieverbruik op bedrijventerreinen met 700 petajoule een veelvoud is van het totale energieverbruik van alle Nederlandse huishoudens bij elkaar. En worden we graag in de gelegenheid gesteld om dit proces op de bedrijventerreinen te versnellen en verder aan te jagen. 
 
Minister Hugo de Jonge moet na de opheffing van het ministerie van VROM in 2010, ruimtelijke ordening weer een plek geven in het kabinetsbeleid. Ondertussen is ruimte alleen maar schaarser geworden en namen het aantal ruimteclaims alleen maar toe, waaronder ruimte voor werken, hét domein waar SKBN voor staat. In de brief aan minister De Jonge wijzen wij hem nadrukkelijk op het belang van het verbinden van ogenschijnlijk tegenstrijdige belangen en daarbij behorende ruimteclaims, en roepen wij hem op een coördinerende rol te vervullen en daarin ook oog te houden voor ruimte voor economie. Hierbij kan ook gedacht worden om samen met ruimtevragers invulling te geven aan ruimtelijke win-wins waaronder het combineren van Wonen en Werken daar waar mogelijk, en niet om eenzijdig bedrijventerreinen op te heffen vanwege de druk vanuit de woningbouwopgave. Graag denken we aan de hand van goede voorbeelden vanuit onze praktijk mee over een nadere invulling van de VRO-opgave.

Lees hier het Manifest 2021 | Waarde voor economie én maatschappij

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Cobouw: Steeds meer bedrijventerreinen op de goede weg naar Parijs

Nieuws

Nieuws

Cobouw: Steeds meer bedrijventerreinen op de goede weg naar Parijs

Nederlandse bedrijventerreinen hebben afgelopen jaar aanmerkelijk minder energie verbruikt dan een jaar eerder. Niet door de coronacrisis, maar als gevolg van energiebesparing en het overschakelen van aardgas naar (duurzame) stroom, blijkt uit een inventarisatie van 3.126 bedrijventerreinen door economisch geograaf Gerlof Rienstra.

Van de door hem onderzochte bedrijventerreinen voldeden er 561 (18 procent) aan de zogeheten ‘Paris Proof’ norm. Dat wil zeggen dat ze CO2-neutraal opereren en dus vooruitlopen op de doelstellingen uit het Klimaatakkoord van Parijs uit 2015. Daarin is vastgelegd dat in 2050 alle energie klimaatneutraal moet worden opgewekt.

Vorig jaar, tijdens Rienstra’s eerste inventarisatieronde, voldeed nog 14 procent van de bedrijventerreinen (485) aan de Paris Proof norm. “Het gaat dus zeker de goede kant op”, zegt Rienstra. “Steeds meer bedrijven zijn zich ervan bewust dat ze kunnen bijdragen aan het bestrijden van de klimaatcrisis door hun energieverbruik te verlagen of te verduurzamen. Dat is het opvallende van deze ontwikkeling: het wordt niet van bovenaf opgelegd. Subsidies spelen een rol, maar de initiatieven voor verduurzaming komen echt van onderop, uit de bedrijven zelf.”

Aardgas

Een belangrijke factor bij het verminderen van de totale hoeveelheid energie die bedrijven op een bedrijventerrein verbruiken is de omschakeling van aardgas naar elektriciteit, een trend die Rienstra al een jaar of zeven signaleert. “Aardgas maakt steeds vaker plaats voor stroom. Aardgas heeft een hogere energiewaarde dan elektriciteit. Als je van aardgas naar elektra overschakelt, daalt daardoor het energieverbruik in gigajoule.”

Die grote dozen lenen zich uitstekend voor zonnepanelen

Bovendien wordt die stroom steeds vaker duurzaam opgewekt. Via windmolens, maar vooral via zonnepanelen op daken, ziet Rienstra. “Niet voor niets doen juist terreinen met veel logistieke bedrijven het goed. Die grote dozen zijn misschien geen aanwinst voor het landschap, maar met hun enorme platte daken lenen ze zich uitstekend voor zonnepanelen. Windmolens worden ook wel geplaatst, maar zijn beduidend minder populair. Waarschijnlijk omdat ze toch vaak op bezwaren van de omgeving stuiten en er eerder gedoe is met vergunningen.”

Mogelijkheden

Volgens schattingen van de Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (SKBN), waar Rienstra mee samenwerkt, zijn de mogelijkheden van zonne-energie op bedrijfsterreinen nog lang niet uitgeput. Op ruim duizend bedrijventerreinen staan gebouwen met een dakoppervlak van minstens 10.000 vierkante meter. Die zijn samen goed voor 18 petajoule aan energie, meer dan een half procent van het totale energieverbruik in ons land.

Bedrijventerreinen met veel zware en energieslurpende industrie daarentegen halen de Paris Proof norm vrijwel nooit, blijkt uit Rienstra’s inventarisatie. “Dat is op zich natuurlijk logisch. Het betreft vaak bedrijventerreinen uit de jaren zestig en zeventig, waar er nog heel veel van zijn. Toch zullen ook zij eraan moeten geloven. Op sommige bedrijventerreinen moet het energieverbruik voor 2050 met twee derde omlaag om daar aan te komen.”

Samenwerken

Die doelstelling is haalbaar als de bedrijven en bedrijventerreinen onderling gaan samenwerken bij het opwekken en verdelen van energie, denkt Rienstra. Bijvoorbeeld door restwarmte te delen en lokale opslag van elektriciteit mogelijk te maken die vervolgens naar behoefte onder de bedrijven kan worden verdeeld. “De oplossing ligt echt in collectiviteit. Maar dan nog zal niet ieder bedrijventerrein aan de klimaatdoelstellingen kunnen voldoen.”

De oplossing ligt in collectiviteit

Intussen dreigt een ander probleem roet in het eten te gooien bij de verdere verduurzaming van de Nederlandse bedrijventerreinen: het terugleveren van stroom aan het elektriciteitsnet, voor bedrijven een mogelijkheid om een deel van hun investeringen terug te verdienen, stokt omdat het elektriciteitsnetwerk het aanbod van stroom niet aankan. Rienstra: “Het is erg belangrijk dat de capaciteit van het netwerk snel wordt verhoogd.”

De vijf duurzaamste bedrijventerreinen zijn Vossenberg en Vossenberg West II in Tilburg, Majoppeveld Noord in Roosendaal, Weststad Fase 1 +2 in Oosterhout en Atlaspark in Amsterdam.

 

Bron: dit artikel is op 10 december 2021 gepubliceerd door Cobouw.

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Sterke daling energieverbruik bedrijventerreinen

Nieuws

Nieuws

Sterke daling energieverbruik bedrijventerreinen

Het aandeel bedrijventerreinen dat nu al aan de ‘Parijse’ energienorm van 2050 voldoet is in 2020 gestegen van 14 naar 18 procent. Dat blijkt uit een inventarisatie van gebruiksgegevens van 3.126 bedrijventerreinen in Nederland.

Volgens economisch geograaf Gerlof Rienstra, die de ‘Paris Proof Ranking’ samen met SKBN uitvoerde, is de toename vooral toe te schrijven aan duurzame opwek op bedrijventerreinen zelf en de conversie van gas naar elektra.

In 2020 voldeden 561 terreinen aan de Paris Proof-norm (zie onder), 76 terreinen meer dan in 2019 toen 485 bedrijventerreinen aan de norm voldeden. 1.120 bedrijventerreinen hebben energieverbruik tussen één en drie keer ‘Paris Proof’ (1.056 in 2019). ‘In principe moet het mogelijk zijn die score in 30 jaar terug te brengen tot één keer de norm of minder. Dat wil zeggen dat het energieverbruik met tweederde terug moet’, aldus Rienstra. 1.445 bedrijventerreinen scoren meer dan drie keer de norm (1.662 in 2019). ‘Dat betekent dat deze bedrijventerreinen een meer dan gemiddelde inspanning moeten verrichten om hun energiegebruik terug te dringen tot de Paris Proof-norm. Ze hebben daar nog wel 30 jaar de tijd voor.’

Rienstra verklaart groei van het aandeel terreinen dat aan Paris Proof-norm voldoet onder door de groei van duurzame energie-opwek op bedrijventerreinen door zon en wind. SKBN bracht eerder in kaart dat verspreid over 1.026 bedrijventerreinen 2.547 panden met een dakoppervlakte van minimaal 10.000 m2 een potentieel aan zonne-energie van bijna 18 petajoule (PJ) herbergen. Het is volgens Rienstra ook niet toevallig dat relatief veel logistieke bedrijventerreinen nu al aan de Paris Proof-norm voldoen, zoals in onderstaande lijst van bedrijventerreinen met PPindex (Paris Proof-index) van 1 of later is te zien. Een score van 1 of lager is een Paris Proof-score.

Nu al voldoen aan de Parijse norm betekent niet dat gebouweigenaren achterover kunnen leunen, stelt Rienstra. Hij rangschikte bovenstaande terreinen naar omvang van het totale energieverbruik, om te laten zien waar het grootste potentieel ligt voor nog meer bezuinigingen en te voorkomen dat alleen nieuwere bedrijventerreinen of terreinen die qua commercieel vastgoed nog volop in ontwikkeling zijn, het beeld zouden bepalen.

Om die redenen viel Trade Port Noord in Venlo, vorig jaar nog nummer twee op de lijst, dit jaar buiten de rangorde. En dat is volgens Rienstra een verdienste. Trade Port Noord bespaarde met een zonne-energieprogramma in één jaar meer dan 30 procent energie, waardoor het energieverbruik decimeerde en het terrein niet meer tot de grootverbruikers behoort die tegelijk aan de Paris Proof-norm voldoen.

Een andere verklaring dat het aantal bedrijventerreinen dat nu al aan de Parijse norm voldoet is gegroeid, is volgens Rienstra de verduurzaming van productieprocessen en de conversie van gas naar elektra. ‘Aardgas heeft een hogere energiewaarde dan elektra. Als je van aardgas naar elektra gaat, dan gaat het energieverbruik in gigajoule omlaag’. Corona speelde volgens Rienstra geen rol van betekenis.

Methode

Om te bepalen of een bedrijventerrein Paris Proof is, legde Rienstra de verbruikscijfers van 3.878 Nederlandse bedrijventerreinen uit 2020 naast een Paris Proof-norm voor gebouwtypen en activiteiten van de Dutch Green Building Council (DGBC), ervan uitgaande dat het energieverbruik van de gebouwde omgeving met tweederde omlaag moet ten opzichte van het huidige verbruik. Dat leverde voor 3.126 bedrijventerreinen een match op. In 2050 moet volgens het Parijse klimaatakkoord alle energie duurzaam worden opgewekt, bijvoorbeeld met zon en wind. Uitgangspunt is dat er in 2050 610 PJ duurzame energie beschikbaar is, ongeveer een derde van het huidige energieverbruik in Nederland. Uitgaand van de huidige verdeling van het energieverbruik is voor gebouwen dan 36 procent van die 610 PJ beschikbaar, ofwel 220 PJ.

De Paris Proof Ranking is een initiatief van Rienstra Beleidsonderzoek en Beleidsadvies en vakblad BT, en is in samenwerking met SKBN voor de tweede maal uitgevoerd. Doel is om in kaart te brengen in hoeverre het energiegebruik op Nederlandse bedrijventerreinen nu al aan de normen van Paris Proof voldoet. Anderzijds willen de initiatiefnemers in beeld brengen in hoeverre er een ontwikkeling waar te nemen is in het verminderen van het energiegebruik op bedrijventerreinen.

 

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

In de stad kunnen wonen en werken niet zonder elkaar

Nieuws

Nieuws

In de stad kunnen wonen en werken niet zonder elkaar

De tijd dat wonen en werken zoveel mogelijk gescheiden werden, lijkt achter de rug. Want een krachtige werklocatie hoort goed op de stad aan te sluiten, en een krachtige stad heeft dan weer goed geïntegreerde werklocaties nodig. Bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat dring het besef opnieuw door: ‘De urgentie om tot herwaardering van bedrijventerreinen te komen is hoog.’ En ook voor anderen is het duidelijk: ‘Het uit elkaar halen van functies is in het verleden niet goed gegaan.'

Het succes van de Brainport Industries Campus (BIC) maakt de groene locatie ten noordwesten van Eindhoven tot de ideale plek voor het BT Event 2021. Veel dynamiek, onderwijs en experimenteerruimte voor de moderne maakindustrie zijn hier met elkaar verbonden, op loopafstand van Eindhoven Airport. Maar op 5 kilometer en met een matige busverbinding met het centrum verbonden. Dat BIC nog steeds maar moeilijk te bereikbaar is per openbaar vervoer is een goede aanleiding om met dagvoorzitter Roelof Hemmen de eerste paneldiscussie van de dag op gang te schieten. Roel Hellemons (CEO Eindhoven Airport), Edward Voncken (CEO KMWE), Bart Verschut (CEO Flight Forum) en Erik Ronnes (gedeputeerde Ruimte en Wonen) zijn het met elkaar eens dat samenwerking essentieel is om een krachtige werklocatie te ontwikkelen, die ‘complementair is aan de stad.’ ‘We hebben teveel naar ons zelf gekeken. Dat geldt ook voor overheden. We moeten nadrukkelijker gaan samenwerken’, aldus Verschut.

Hoe die er in Eindhoven uit gaat zien, daar worstelen de betrokkenen mee en daarom staat dit onderwerp op het programma. Hoe integreer je werkgebieden, die in het verleden aan de rand van de stad zijn ontwikkeld, meer in het stedelijk weefsel?  De ‘stip op de horizon’ is er blijkbaar. Op het Flight Forum, een bedrijvenpark dicht bij Eindhoven Airport en BIC, moet er korte termijn ander soort bedrijvigheid en short stays voor werknemers komen om er elk moment van de dag reuring te laten plaatsvinden. Er is hoop op een World Trade Center en een Tramportlijn, een directe lijn die de high tech bedrijvenparken rond Eindhoven verbindt met Eindhoven Airport en Eindhoven Centraal. Dat alles om de identiteit en mobiliteit te versterken. ‘We proeven de energie om stappen te gaan zetten’, klinkt het. Maar nu is aan de orde welke stappen ze eerst zetten, wie wat doet en wie het gaat betalen. 

Pittsburgh en Brno als voorbeeld

De urgentie is hoog, geeft ook voormalig burgemeester Rob van Gijzel aan. "Alleen in Eindhoven komen er in volgende jaren 6.000 werknemers van ASML en 6.000 werknemers van toeleverende bedrijven bij. Hoe gaan we ervoor zorgen dat dat goed blijft gaan?” Daarvoor moet wonen en werken weer veel dichter bij elkaar komen. Hij benadrukt dat het uit elkaar drijven van verschillende stedelijke functies de stad kwetsbaar heeft gemaakt. Als je de werkgebieden, los van de kantoren, naar buiten drukt en er ontstaan problemen in de economie dan komt de hele stad in grote problemen. Hij verwijst naar wat er in Detroit is gebeurd, toen de autoindustrie instortte. Daarentegen laat Pittsburgh zien hoe je je als stad wel kunt aanpassen aan een veranderende economie. “Daar hebben de bedrijven bijgedragen aan de voorzieningen in het centrum en de woonwijken, die daarmee weerbaarder werden."

Ralph de Munnik van belegger CTP, die wereldwijd in bedrijvenparken investeert en sinds kort ook in Amsterdam aan de slag gaat bij de Amsterdam Logistic Cityhub (ALC) laat zien hoe ze dat in Brno hebben gedaan. Bedrijvenlocaties met maak- en experimenteerruimtes, tegelijk met distributiecentra en bedrijfsverzamelgebouwen, maar ook woonflats voor de werknemers en de nodige voorzieningen. ‘We werken hier met 250 partners en die zitten echt niet alleen maar aan de randen van de stad. Soms zelfs tegen het centrum aan. Je ziet dat dat werkt.’

Rijksadviseur voor de fysieke leefomgeving Wouter Veldhuis is blij met de hernieuwde aandacht voor werklocaties in de stad. Verdichting is nodig zeker, en er moeten veel woningen in de stedelijke omgeving bij komen, maar altijd in combinatie met nieuwe werklocaties, zo benadrukt hij. Maar neem geen overhaaste besluiten, voordat je daar een duidelijke visie en plan van aanpak voor hebt. ‘Laat je niet uit elkaar spelen door het grote geld. Op dit moment souperen de partijen met de dikste portemonnee de beschikbare ruimte op. Met dure appartementen is nou eenmaal meer geld te verdienen dan met bedrijvenparken.’ 

Sowieso is het van belang dat gemeenten regionaal samenwerken, zegt Veldhuis: ‘Gemeenten moeten het grondbeleid en het vestigingsbeleid met elkaar afstemmen en vasthouden.’ Hij waarschuwt dat we nu geen dingen moeten doen waar we over tien jaar spijt van krijgen. Hoe we nu denken over een circulaire economie, daar lachen we over tien jaar om. ‘In de toekomst gaat het niet meer over het vergroten van de welvaart. We gaan van een welvaartseconomie naar een welzijnseconomie, denk ik. Die gaat over je goed voelen en over een betekenisvol leven. Kijk nu eens naar de grote problemen in de logistiek… Er zijn wachtlijsten voor producten. We gaan naar een tijd waarin dingen op zijn. Bedrijventerreinen moeten mee in die gedachten. Maak pas op de plaats tot we weten wat we willen, al kunnen ze wel de eigen ruimte beter gaan benutten. Ik zie veel bedrijventerreinen met uitgestrekte parkeerterreinen die grote delen van de dag leegstaan.’

'We moeten geen dingen doen waar we over tien jaar spijt van krijgen'

De uit Londen overgevlogen stedenbouwkundige Chris Choa die veel stadsbesturen adviseert en zichzelf ‘stadspsychiater’ noemt, houdt de zaal voor dat de stad moet leren omgaan met veranderingen. Dat is altijd zo geweest en zal altijd zo blijven. Het hoeft ook geen probleem te zijn als je het bredere perspectief – jouw plaats in het grotere geheel – maar niet uit het oog verlies, doorbouwt op je unieke kwaliteiten en voor goede samenwerkingsverbanden smeedt om die veranderingen aan te gaan. ‘Je moet het samen doen’. Het is een boodschap die we vaker horen.

Manifest 2021

Als SKBN-directeur Theo Föllings het manifest aanbiedt aan de digitaal aanwezige Mirjam Visscher (directeur Regio) namens het ministerie van Economie Zaken & Klimaat benadrukt hij dat nog een keer. ‘Ik ben blij dat jullie er zijn, hier hebben we jaren voor geknokt. Laten we samen werken aan de werklocaties van de toekomst.’

Lees hier het Manifest 2021 | Waarde voor economie én maatschappij

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Manifest 2021 | Waarde voor economie én maatschappij

Nieuws

Nieuws

Manifest 2021 | Waarde voor economie én maatschappij

Samen zijn wij dagelijks bezig met de belangrijke maatschappelijke en stedelijke uitdagingen van het moment. De ‘strijd’ om de beschikbare ruimte in een land als Nederland is urgent, waarin het tekort aan woningen en voldoende oog voor het creëren van een gunstig en duurzaam vestigingsklimaat vaak niet samen lijken te gaan. Bedrijventerreinen kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de klimaatdoelstellingen en door toe te werken naar een circulaire economie.

Tegelijkertijd blijven deze toekomstbestendige bedrijventerreinen een belangrijke bijdrage blijven leveren aan het verdienvermogen van Nederland. Hoe dat er in de praktijk uit kan zien is door de SKBN opgetekend in een manifest. Dit is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met een groot aantal kennisinstellingen en partners uit het veld.

Lees hier het Manifest 2021 | Waarde voor economie én maatschappij.

"Dit is het moment om ruimtelijke opgaven als de economie, klimaat, wonen, mobiliteit, circulariteit en werken met elkaar te verbinden. Want dat biedt ontzettend veel kansen om Nederland nog mooier en economisch nog sterker te maken. Met integrale oplossingen wordt het mogelijk om de ruimtelijke opgaven duurzaam in te passen. Creëer een minister van Ruimtelijke Ordening en niet alleen een minister van Wonen. Wie pakt met ons de handschoen op?"

Economisch herstel na corona, goed geïsoleerde bedrijfspanden met daken die vol liggen met zonnepanelen, locaties waar wonen, werken, onderwijs en andere voorzieningen naadloos op elkaar aansluiten, de schaarse ruimte in Nederland nóg slimmer benutten, werk maken van de circulaire economie, de landschapskwaliteit bewaken dankzij sturing op de bouw van nieuwe logistieke centra. Dit is hét moment om te investeren in de 3.800 bedrijventerreinen en werklocaties die Nederland rijk is.

Niet alleen voor de economie, maar ook voor de woningbouwopgave. Werken verbinden met wonen, zo ingewikkeld is het niet. Besparing, opwekking en uitwisseling van energie tussen bedrijven en inwoners? Het is niet ondenkbaar als we werk durven maken van functiemenging. Kortere en schone ketens in de industrie en logistiek? Binnen handbereik dankzij elektrificatie, waterstof en vergroening. Op weg naar circulariteit in 2050 is het zaak om verstandige keuzes te maken.

Het vraagt echter wel een omslag in het denken. Verduurzaam de wereld, begin op het bedrijventerrein. Maak van wonen en werken, binnen en buiten de stad, een win-winsituatie. Geef het motorblok van de economie de ruimte. Nu er, eindelijk, aandacht is voor de regie op de schaarse ruimte en er toegewerkt wordt naar een circulaire economie, is dit volgens de SKBN het moment om ruimtelijke opgaven als de economie, klimaat, wonen, mobiliteit, circulariteit en werken, met elkaar te verbinden. Want dat biedt ontzettend veel kansen om Nederland nóg mooier en economisch nóg sterker te maken.

Met integrale oplossingen wordt het mogelijk om de ruimtelijke opgaven, complex en urgent, daadwerkelijk duurzaam in te passen. 

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Rondetafelgesprek over brownfields: ‘Gemeenten moeten tender uitschrijven voor één ontwikkelaar’

Nieuws

Nieuws

Rondetafelgesprek over brownfields: ‘Gemeenten moeten tender uitschrijven voor één ontwikkelaar’

Wat zijn de uitdagingen voor projectontwikkelaars, beleggers en overheden bij de herontwikkeling van brownfields? Vastgoedmarkt-redacteur Erik Wiegerinck sprak hierover op de eerste dag van de Provada met verschillende belanghebbenden uit de logistieke vastgoed.

Marcel Michon, managing partner bij Buck Consultants International, begon de sessie met het in kaart brengen van hoe grond wordt gebruikt in Nederland. Uit zijn onderzoek blijkt dat logistiek vastgoed slechts 1,7 procent van Nederlands grondgebruik beslaat. De vraag naar logistiek vastgoed zal blijven groeien, want mensen blijven spullen bestellen via internet, en het bestelgedrag van consumenten kan je aanpassen, maar het zal niet minder worden.

Deelnemers van de rondetafel:

  • Wim Beelen, ontwikkelaar van de spraakmakende Amsterdam Logistic Cityhub;
  • Theo Föllings, voorzitter van SKBN;
  • Jeroen Gerritsen, directeur Nederland bij Panattoni;
  • Armand van de Laar, wethouder Ruimtelijke en Economische Ontwikkeling, Duurzaamheid en Stadsbeheer van de gemeente Rijswijk;
  • Marcel Michon, managing partner Buck Consultants International
  • Moderator:  Erik Wiegerinck, senior redacteur Vastgoedmarkt

De eerste vraag om de discussie mee op te starten is of het herontwikkelen van brownfields niet te complex is. Maar volgens projectontwikkelaar Wim Beelen is er niets complex aan brownfields. ‘Stikstof is een groter probleem.’

Ambtelijke hulp nodig

Volgens Jeroen Gerritsen van projectontwikkelaar Pannatonni is het wat betreft het herontwikkelen van brownfields evident dat er complexiteit aan vastzit. ‘Het is aan eenieder zelf hoe je dat oplost, er liggen heel veel kansen. Vijftien jaar geleden richtten gemeenten fondsen op om bedrijventerreinen te herontwikkelen. Wij hebben nu geen subsidie meer nodig, de enige hulp die we nodig hebben, is ambtelijke hulp om de processen sneller te laten verlopen.’

Wethouder Armand van de Laar van de Gemeente Rijswijk noemt het herontwikkelen van brownfields noodzakelijk omdat er anders geen ruimte is om bedrijvigheid te faciliteren. Enerzijds vanwege de beperkte ruimte die er in Nederland is, maar ook omdat in de politiek procedures en bestemmingsplannen lastiger liggen voor brownfields en functiemengingen lastig zijn vanwege milieueisen.

Politieke agenda

Volgens Theo Föllings van SKBN moet je bedrijvigheid en woningbouwlocaties blijven combineren en logistiek de ruimte geven. ‘Nu staat wonen ten opzichte van bedrijvigheid veel hoger op de politieke agenda, maar je wil een bepaalde mate van industrie dicht bij het woongebied, vooral voor praktisch opgeleiden.’

Volgens Beelen moet je vooral groot denken. Meerdere kleine locaties is veel werk om te herontwikkelen, je moet volgens hem één grote locatie hebben. ‘Gemeenten hebben die locaties. Ik zou ze willen uitnodigen om een tender uit te schrijven en die aan één ontwikkelaar te geven. Je ziet bijvoorbeeld bij de High Tech Campus in Eindhoven, dat het er goed uitziet en netjes onderhouden is. Eén eigenaar heeft één belang, en dat is dat het er allemaal zo goed mogelijk uitziet. Gedeeld bezit is drama, dat ziet er niet uit.’

Meer of minder regie?

Het gesprek ontwikkelt zich richting de vraag of de gemeente bij een ontwikkeling meer of minder regie moet krijgen. Volgens Föllings moet dat meer zijn. Hij noemt daarbij de provincie Gelderland, waar de lokale overheid drie locaties heeft aangewezen voor bedrijventerreinen en waar tegelijkertijd ook plaats wordt gemaakt voor huisvesting van arbeidsmigranten.

Beelen vindt juist dat er mínder regie moet komen. ‘Wel eens een ondernemende ambtenaar gezien? Je moet ondernemen aan de ondernemer laten, want die heeft geen prikkels nodig om een goed product neer te zetten. Geef de ontwikkelaar de ruimte en ruimere kaders. De gemeente wil op de stoel van ondernemer zitten. In China gaat dat prima, daar luistert iedereen maar in Nederland werkt het anders.’

Visie op het hele gebied

Van de Laar vindt het daarentegen wel nuttig dat gemeenten de plekken aanwijzen waar herontwikkelingen moeten plaatsvinden. ‘We willen niet op de stoel van de ondernemer zitten, maar we moeten wel samenwerken. Zeker als het om brownfields gaat, spelen er heel veel andere belangen, zoals op het gebied van duurzaamheid, en die moeten we blijven verdedigen.

Projecten die bij ons het snelst gaan, zijn projectontwikkelaars die een visie hebben op het hele gebied. Die begrijpen duurzaamheid en groen.’

Gerritsen zou graag zien dat gemeenten de regie wat meer loslaten. ‘Goede ambities op het gebied van duurzaamheid worden vaak gemicromanaged en daardoor moeilijk gemaakt en dat is zonde.’ De Panattoni-directeur zou behalve lossere teugels vooral graag zien dat gemeenten hun personeelsbestand uitbreiden omdat onderbemanning vaak tot grote vertragingen leidt. ‘Een stikstofrapport kan in een middag gemaakt worden, waarom duurt het zes maanden om daarnaar te kijken? Dat is zonde.’

Kijk hier het rondetafelgesprek terug

 

Bron: Vastgoedmarkt

Lees verder