NIEUWS, ACHTERGRONDEN EN OPINIES

Opinie

card image

Column van Frank Hazeleger

Revolverend fonds: wondermiddel, smeermiddel of maatwerkoplossing?

Opinie

Column van Frank Hazeleger

Revolverend fonds: wondermiddel, smeermiddel of maatwerkoplossing?

Een belangrijk kenmerk van een revolverend fonds is dat het voor een bepaald doel bijeengebrachte kapitaal op verschillende manieren (bijvoorbeeld leningen) kan worden ingezet, waarbij het na verloop van tijd weer terugvloeit in het fonds. Revolverende fondsen kunnen worden ingezet door zowel overheden als non-profitorganisaties waarbij (naast financieel rendement) duidelijk sprake is van maatschappelijk belang. Een recent voorbeeld is de stimulering van de woningbouwproductie bij binnenstedelijke transformatieprojecten. Vanaf begin dit jaar heeft het ministerie van BZK een financieringsfaciliteit gestart die het mogelijk maakt ‘om kortlopende zakelijke leningen aan te vragen om de voorfase van woningbouwprojecten te financieren’.

De laatste jaren is een duidelijke trend zichtbaar om meer gebruik te maken van revolverende fondsen. Als we met minder beslag op de financiële middelen meer projecten van de grond kunnen krijgen dan zal niemand daar op tegen kunnen zijn. Maar is dit dan een nieuw wondermiddel dat elk financieel probleem binnen de binnenstedelijke gebiedsontwikkeling oplost? Is dit een smeermiddel om de stroeve raderen van vastgoedprocessen soepeler te laten draaien? Of ligt dit toch genuanceerder?

Ontwikkelingsmaatschappij Utrecht (OMU) financiert en investeert al jaren, middels een revolverend fonds vanuit de provincie Utrecht, op een succesvolle wijze projecten in de voorfase op werklocaties. Belangrijkste conclusie van de afgelopen jaren is dat geen enkel project hetzelfde is en er altijd sprake is van maatwerkoplossingen. Belangrijke aspecten die bij het vinden van een oplossing een rol spelen, worden bepaald door marktwerking, woningbehoefte, werkgelegenheid, bancaire richtlijnen, wet- en regelgeving, staatsteun, bestuurlijke verhoudingen, et cetera. En dat varieert vervolgens nog sterk per regio en functie. Dat vraagt om vastgoedkennis vanuit zowel de publieke als de private kant. Integrale gebiedsontwikkeling wordt immers steeds complexer en de beschikbare ruimte in dit land is (zeker in de Randstad) beperkt. Daar moeten we zeer zorgvuldig mee omgaan.

Bij voorkeur wordt een revolverend fonds ingezet bij grootschalige gebiedsontwikkelingen, maar de praktijk heeft ons geleerd dat de aanpak op kavelniveau vaak al complex genoeg is. Desalniettemin draagt ook deze organische gebiedsontwikkeling op kavelniveau bij aan de start of doorontwikkeling van een grootschaliger gebiedsaanpak. En wie weet, kunnen we met onze ervaringen op kavelniveau in de loop van de tijd dit schaalniveau steeds iets verder opschroeven. Daar ligt wat ons betreft de grootste uitdaging voor ons revolverende fonds.

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Duurzame Maximacentrale en Flevokust

Nieuws

Nieuws

Duurzame Maximacentrale en Flevokust

ENGIE, Provincie Flevoland en de gemeente Lelystad versterken hun samenwerking om diverse duurzame ontwikkelingen op en rondom Flevokusthaven en de Maxima-centrale te realiseren. Daarom vernieuwen ze de in januari 2017 gesloten intentieovereenkomst.

 

Aanpak

De Maxima-centrale zou bedrijven kunnen voorzien van energie door warmte, koeling en stoomuitwisseling. Daarnaast wordt er gekeken naar het realiseren van extra zonne- en windenergie, smartgrid oplossingen en de levering van groen gas aan bebouwde omgeving en industrie. Een 5MW batterij kan het elektriciteitsnetwerk ondersteunen en de opgeslagen elektriciteit gebruiken voor de te vestigen bedrijven, elektrisch varen en/of elektrisch rijden. Energie- en CO2-neutraal is de ambitie. Om de samenwerking te bekrachtigen wordt ENGIE ook partner in de Flevolandse Energieagenda.

Samen sterker

ENGIE, provincie Flevoland en gemeente Lelystad hebben alle drie hun eigen ambities op het gebied van duurzaamheid en energie. Deze kunnen elkaar versterken en leiden tot duurzame activiteiten en bedrijven rondom  Flevokust Haven. Door elkaars ambities te delen en meer samen te werken kunnen ontwikkelingen eerder gerealiseerd worden. Met het ondertekenen van de vernieuwde intentieovereenkomst wordt meer vorm en inrichting gegeven aan deze samenwerking.

Goede resultaten

De afgelopen twee jaar heeft de samenwerking al tot goede resultaten geleid en in de nieuwe intentieovereenkomst worden nieuwe kansen gezien. De nieuwe intentieverklaring is ondertekend door gedeputeerde Jan-Nico Appelman, wethouder Janneke Sparreboom en bestuurders van ENGIE Han Blokland en Harry Talen. Als symbolische start van de vernieuwde overeenkomst plaatsten de drie partijen gezamenlijk het eerste zonnepaneel op het 30 hectare grote zonnepark Flevokust dat nu gerealiseerd wordt. De ontwikkeling van dit project was één van de resultaten van de samenwerking van de afgelopen twee jaar.

Gedeputeerde Jan-Nico Appelman: “Door elkaars ambities te delen en meer samen te werken, kunnen ontwikkelingen eerder gerealiseerd worden. Met het ondertekenen van de intentieovereenkomst wordt meer vorm en inrichting gegeven aan deze samenwerking.”

Wethouder Janneke Sparreboom: “Er is veel belangstelling van bedrijven voor de kavels op het binnendijkse industrieterrein. De voortzetting van de samenwerking biedt voor de komende jaren vele duurzame mogelijkheden voor vestiging van bedrijven in de maaklogistiek en -industrie en agrifood die bijdragen aan innovatie en circulaire economie.”

Ambities

Provincie Flevoland en gemeente Lelystad streven bij de ontwikkeling van Flevokust Haven naar maximale duurzaamheidsprestaties conform de uitgangspunten van BREEAM.NL Gebieds-ontwikkeling. Dit sluit naadloos aan bij de ambitie van ENGIE om op en rond de Maxima-centrale verschillende duurzame projecten te realiseren, zowel op haar percelen in het IJsselmeer als wel op en rondom beoogde percelen van Flevokust.

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

2e dag Ateliers Circulaire Werklocaties 2050

Nieuws

Nieuws

2e dag Ateliers Circulaire Werklocaties 2050

Niet blijven hangen in scenario’s

Op dag twee van de vier atelierdagen, georganiseerd door Architectuur Lokaal samen met Provincie Noord-Holland, SADC en SKBN, gingen de drie multidisciplinaire teams de diepte in met het uitwerken van toekomstscenario’s of een strategie om de transitie naar een circulaire werklocatie mogelijk te maken. Commentaar van mentor Maurits de Hoog: ‘Blijf niet hangen in scenario’s maar kom met aansprekende beelden’. 

 

Hoofddorp

Beukenhorst en omgeving in Hoofddorp vormt het werkgebied van het eerste team. Aanvliegroute: vier scenario’s langs de assen globaal-regionaal en mensen-techniek. In de globale scenario’s zijn Schiphol en internationale verbindingen een belangrijke kapstok. Globaal-technisch heeft het team een arcadisch, circulair landschap voor ogen met grote zwarte dozen voor logistiek en maakindustrie, eventueel gemengd met wonen en via een hyperloop aangetakt op Schiphol en CO2-leiding van Rotterdam naar de IJmond. Het menselijk-globale scenario zette meer in op een transitie naar een grootschalig agro-technisch productiemilieu, zonder wonen maar met een internationale kennishub. In de regionaal-technische variant krijgt het regionale MKB een belangrijke plek, met werkplaatsen waar afgedankte apparaten en materialen een tweede leven krijgen, in combinatie met onderwijsvoorzieningen. Sleutelwoord in de regionaal-menselijke variant was ‘de coöperatie’: kleine zelfvoorzienende dorpjes, al dan niet in hoge dichtheden waar bewoners spullen en diensten delen en haast autarkisch zelf hun producten maken. Vervolgstap voor het team is het uitwerken van een vanzelfsprekend ‘narratief’  en beelden voor alle scenario’s.

Sloterdijken

Inzet van het team Sloterdijken was meer een procesmatige methodiek voor de transitie van vier verschillende deelgebieden naar een circulaire toekomst. Dit volgens de lijnen van een denkkader, gebiedsprofielen, grondstoffenstromen en (logistieke) verbindingen. Zo werd voor de vier deelgebieden een profiel uitgewerkt aan de hand van een kansenkaart rond acht onderwerpen (klimaat, biodiversiteit, energie e.d.). Dit gesymboliseerd als de organen van het menselijk lichaam. Het noordelijke, havengebonden deel leent zich als circulaire machinekamer waar toegevoegde waarde wordt gecreëerd voor afval- en grondstoffenstromen. Het zuidelijke gebied meer voor een kleinschalig milieu met een mix van wonen en werken. Terwijl de omgeving van station Sloterdijk zich kan ontwikkelen tot een kennisintensief innovatiemilieu. De oosthoek, waar momenteel autosloperijen zijn, kan een toekomstig refurbishment-milieu worden. Volgende stap is een strategie hoe in de verschillende deelgebieden ‘het motortje op gang te brengen’: hoe de wisselwerking met de haven vormgeven, hoe stappen zetten in de waardeketen en hoe volgordelijk de transitie handen en voeten geven. De bestaande infrastructuur van grootschalige wegen en spoorverbindingen vormt daarbij een belangrijke kans. Aandachtspunt: hoe bedrijven en andere stakeholders in de verschillende deelgebieden erbij betrekken?

Atlas Park

Scenario’s vormden ook de benadering van het team Atlaspark, momenteel nog een logistiek- en productieomgeving in het havengebied met open ruimte. Dit langs de assen mono- versus multifunctioneel en creativiteit versus automatisering. In het monofunctionele scenario vormt automatisering met zelfrijdende voertuigen een centrale ingrediënt; eventueel met een hek eromheen maar niet vreselijk spannend als werkmilieu voor mensen. Ook monofunctioneel maar aantrekkelijker voor mensen en minder geautomatiseerd is een scenario waarbij meer verbindingen worden gelegd met het water en groen in de omgeving. Bij de twee andere scenario’s lag het accent op menselijke maat en creativiteit met ruimte voor wonen (multifunctioneel) dan wel met een laboratoriumfunctie voor creatieve maakindustrie en urban mining (monofunctioneel). Dit met een optimale relatie met het kunstenaarsdorp Ruigoord en het landschap in de omgeving.

Commentaar

Hoe verder in de komende atelierdagen? Mentor en mobilitetsprofessor Carlo van de Weijer benadrukte het belang van een scherpe strategie en focus. Hij waarschuwde teamleden zich niet teveel te laten verleiden door onrealistische fantasieën over zelfrijdende auto’s, drones en andere voertuigen. Volgens mentor en stedenbouwkundige Maurits de Hoog moeten de teams nog scherper inzoomen op de vraag waar de regio écht behoefte aan heeft. De Hoog: ‘Je kunt een gebied maar een keer vergeven, er zijn bovendien in de regio niet veel plekken meer met ruimte voor grootschalige logistiek en industrie. Wees er zuinig op’.

Slotsymposium

De volgende atelierdag is donderdag 14 februari (slotbijeenkomst). De resultaten worden gepresenteerd op donderdag 11 april op een symposium in Pakhuis de Zwijger. Dit is gratis toegankelijk. U kunt zich aanmelden via: https://dezwijger.nl/programma/circulaire-werklocaties-2050/?flush=true

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Ateliers Circulaire Werklocaties 2050 van start

Nieuws

Nieuws

Ateliers Circulaire Werklocaties 2050 van start

Hoe ziet de circulaire werklocatie er in 2050 uit en hoe dit mogelijk te maken? Met deze vraag gaan drie multidisciplinaire teams met professionals uit de wereld van ruimtelijk ontwerp, circulariteit en digitalisering de komende weken aan de slag. Dit in opdracht van provincie Noord-Holland, SADC en SKBN.

Op de eerste dag van een vierdaags atelier werd vooral een beeld geschetst van de opgave. Paul Strijp van de provincie Noord-Holland ging in op de betekenis van de Vierde Industriële Revolutie voor werklocaties. Hij ziet een samensmelting van verschillende technologieën, zoals robotisering/3D, platformen (Airbnb, blockchain), Internet of things, biometrie, social media (incl. VR en AR), persuasive technologie (gericht op gedragsverandering) en big data. Vooral de data-economie, platformeconomie en nieuwe productie-economie zullen een grote ruimtelijke impact hebben. 

Circulair samenwerken

Hans Vonk van de provincie Noord-Holland wees daarbij op de snelle toename van het aantal datacenters, met name in de Metropoolregio Amsterdam. De verandering van distributiepatronen door de platformeconomie en nieuwe productiemethoden, zoals robotisering en 3D- en 4Dprinting zullen ook gevolgen hebben voor de situering en inrichting van logistieke centra en daarmee voor infrastructuur, mobiliteit en transport: ‘Zijn er in 2050 nog wel bedrijventerreinen? De circulariteit komt, aldus Vonk, vooral tot uiting in andere vormen van samenwerking van bedrijven: hoe koppel je stromen (materialen, afval, energie, Co2, warmte) aan elkaar en maak je efficiënte kringlopen? 

Lat hoog letten

Reinoud Fleurke, manager gebiedsontwikkeling bij SADC, benadrukte dat op dit moment bij de investeringen in bedrijfsgebouwen en infrastructuur vooral de tijdshorizon een probleem vormt: op korte termijn kosten duurzame investeringen meer en de terugverdientijd is voor veel bedrijven te lang, met alle risico’s van dien. Wat te doen? Fleurke: ‘Leg als overheid de lat hoog, zodat bedrijven wel duurzaam en circulair moeten investeren en benadruk het belang van circulaire terreinen en gebouwen voor je reputatie. Een positieve ontwikkeling is dat beleggers steeds meer belang hechten aan duurzaamheid, bijvoorbeeld in de vorm van green bonds, en beurswaarde daarvan laten afhangen.’

Wingewesten

Fotograaf Theo Baart zette de aanwezigen hard met de voeten op de vloer. Met een groot aantal foto’s liet hij zien dat bedrijventerreinen ‘wingewesten ’zijn die totaal geen relatie omgaan met hun omgeving. De openbare ruimte is vaak zeer laagwaardig: geen trottoirs of fietspaden, auto’s die in de berm parkeren en nauwelijks aandacht voor cultuurhistorische elementen, zoals landschap of oude boerderijen ‘terwijl dit soort elementen een gebied juist identiteit kunnen geven’. Bedrijven zijn in de weekenden vrijplaatsen voor allerlei vormen van criminaliteit en vertier voor jongeren. Schitterende beleidsverhalen en verkoopfolders gaan volgens Baart vaak aan de werkelijkheid voorbij: ‘Als de poëzie vloeit door de aderen van de vastgoedwereld, is het feest in alle zalen.’ Conclusie: circulaire bedrijven zijn vast heel mooi maar ga eerst eens goed inrichten en zorgvuldig beheren.

Kansen en constanten

Na de inleidingen gingen de drie geselecteerde teams aan de slag met ieder een eigen gebied: Sloterdijken (Amsterdam), Atlaspark (Havengebied Amsterdam) en Beukenhorst en omgeving (Hoofddorp). De eerste atelier-dag was vooral kennismaken en agenda bepalen. Opvallend was dat alle teams bestaande kansen en waarden van de gebieden benadrukten en die als vertrekpunt kozen. Rekening houden met de levenscyclus van gebieden was ook een belangrijke notie: landschap en infrastructuur zijn constanten die kaderstellend zijn voor de verdere inrichting en gebouwen. Ofwel: hoe vandaaruit organisch groeien? Vraag is ook hoe ‘autarkisch’ je wilt zijn; op welk schaalniveau moet je kringlopen organiseren. En betekent de relatie met de stedelijke omgeving dat wonen in de toekomst altijd een plek moet hebben of verschilt dat per type bedrijventerrein?

De volgende atelierdagen zijn woensdag 6 en donderdag 7 februari. Op donderdag 14 februari worden op de slotbijeenkomst de resultaten gepresenteerd. Op donderdag 11 april is er een symposium in Pakhuis de Zwijger. Dit is gratis toegankelijk. 

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Continuïteit voor Coatinc op bedrijventerrein Roerstreek-Noord in Roermond

Nieuws

Nieuws

Continuïteit voor Coatinc op bedrijventerrein Roerstreek-Noord in Roermond

Ontwikkelingsmaatschappij Midden-Limburg B.V. (OML) en Coatinc Roermond B.V. hebben in een nieuwe erfpachtovereenkomst overeenstemming bereikt over het langdurig gebruik van de locatie aan de Randweg in Roermond. Voor een periode van ten minste 30 jaar kan Coatinc gebruik blijven maken van het circa 8.800 m2 grootte perceel op bedrijventerrein Roerstreek-Noord. Tot 2048 is de continuïteit van het bedrijf in Roermond vanuit dit oogpunt veilig gesteld. En er is een optie om dit nogmaals met 30 jaar te verlengen tot en met 2078.


The Coatinc Company

Coatinc Roermond realiseert als onderdeel van de internationale The Coatinc Company klantgerichte, individuele systeemoplossingen voor succesvolle oppervlaktebehandelingen en dienstverleningen. Thermisch verzinken is de corebusiness van Coatinc, maar in de loop der jaren is het scala aan processen behoorlijk uitgebreid. De vestiging in Roermond is gespecialiseerd in natlakken en biedt werkgelegenheid aan circa 25 mensen.

Bedrijventerrein Roerstreek-Noord

Op bedrijventerrein Roerstreek-Noord in Roermond zijn ruim 100 bedrijven gevestigd, waarvan een groot deel in de sectoren industrie, groothandel en logistiek/distributie. Het terrein is bedoeld voor bedrijven die vallen binnen de milieucategorie 2-4, afhankelijk van de locatie op het terrein. Aan de Ringweg heeft OML B.V. een aantrekkelijk laatste kavel van circa 5 hectare te koop. 

Kerntaken OML

OML B.V. heeft de volgende kerntaken: advisering bij ruimtelijk-economische vraagstukken, locatie- en gebiedsontwikkeling, acquisitie van bedrijven en sales van bedrijventerreinen alsmede de ontwikkeling en uitgifte van nieuwe bedrijventerreinen. OML heeft percelen te koop op de bedrijventerreinen: Businesspark ML in Echt, Windmolenbos en Zevenellen in Haelen, Merummerpoort, De Hanze, Boven de Wolfskuil, De Grinderij en Oosttangent in Roermond. Op de bedrijventerreinen Roerstreek-Zuid en Roerstreek-Noord in Roermond is elk nog één kavel beschikbaar.

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Schiphol Trade Park en Eneco werken samen aan meest duurzame werklocatie van Europa

Nieuws

Nieuws

Schiphol Trade Park en Eneco werken samen aan meest duurzame werklocatie van Europa

Schiphol Trade Park gaat samenwerken met Eneco om van het nieuwe bedrijvenpark naast de A4 het meest duurzame bedrijventerrein van Europa te maken. Daartoe ondertekenden beide bedrijven 18 januari 2019 een strategische samenwerkingsovereenkomst.

Als onderdeel van de samenwerking adviseert Eneco als energiepartner bedrijven die zich willen vestigen op deze locatie over energieverduurzaming en -besparing. Het bedrijvenpark Schiphol Trade Park, dat de komende jaren langs de A4 ten zuiden van Hoofddorp verrijst, wordt ontwikkeld om te voorzien in de grote behoefte aan duurzame bedrijfsruimte in de buurt van Amsterdam en Schiphol.

De duurzaamheidsambities van Schiphol Trade Park zijn groot. Er wordt bij de inrichting volop nagedacht over het opwekken en gebruik van hernieuwbare energie, hergebruik van grondstoffen én een duurzame omgang met water. Concreet is daarbij het uitgangspunt dat alle nieuwbouw op het terrein voldoet aan de BREAAM Excellent score, de op een na hoogste categorie voor duurzame bouw. Waar mogelijk worden samenwerkingspartners aangetrokken.

Dick van der Harst, projectdirecteur van Schiphol Trade Park: “Om die ambitie waar te maken zochten wij een partner die brede kennis en ervaring heeft ten aanzien van het verduurzamen van bedrijfsruimte. Wij willen vestigers in ons gebied stimuleren slimme en duurzame energietoepassingen in hun ontwikkeling toe te passen. Deze specifieke kennis is bij hen vaak niet of onvoldoende aanwezig. Eneco voert een duurzame koers en heeft alle knowhow in huis over onderwerpen als hernieuwbare energie, duurzame warmte, slim energiemanagement en elektrisch vervoer.”

In haar rol als energiepartner adviseert Eneco nieuwkomers op het bedrijventerrein vrijblijvend over integrale oplossingen voor een duurzame of energieneutrale bedrijfsvoering. Hans Peters, Chief Customer Officer van Eneco: “Ik ben zeer verheugd met deze samenwerking, waardoor we een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de ambitie om van Schiphol Trade Park een circulaire hotspot te maken. Dat past ook goed bij onze ambitie om heel Nederland te helpen om te schakelen naar een duurzame, slimme en schone energievoorziening.”

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Lancering van strategie voor circulaire gronduitgifte werklocaties

Nieuws

Nieuws

Lancering van strategie voor circulaire gronduitgifte werklocaties

Tijdens de Week van de Circulaire economie heeft Schiphol Area Development Company (SADC) samen met Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (SKBN) het rapport Circulaire werklocaties: een afwegingskader voor gronduitgifte officieel gelanceerd.

Het rapport is overhandigd aan Jurgen Nobel, wethouder van de gemeente Haarlemmermeer: "Het circulair ontwikkelen van bedrijfsparken is een heel interessante ontwikkeling. Een hoogwaardig aanbod van werklocaties  is belangrijk voor Haarlemmermeer en de Metropoolregio Amsterdam. Wij gaan graag de samenwerking tussen markt en overheid in het circulair ontwikkelen van werklocaties aan. Dit rapport kan handvatten bieden."

In de dagelijkse praktijk van circulaire gebiedsontwikkeling bestaat een kloof tussen ambitie en realisme. SADC heeft daarom samen met SKBN, gemeente Haarlemmermeer, Port of Amsterdam en gemeente Amsterdam een praktijkonderzoek uitgevoerd naar manieren om deze kloof te overbruggen. Het rapport laat zien op welke wijze circulariteit in gronduitgifte kan worden geïntegreerd, hoeveel dit kost en oplevert, en welke samenwerkingsvormen kunnen worden gehanteerd. Het onderzoek is uitgevoerd door een multidisciplinair team bestaande uit Metabolic, APTO Architects, Ecorys, Akro Consult en HorYzoN.

Reinoud  Fleurke, Manager Gebiedsontwikkeling SADC: "Wij hebben de ambitie om koploper te zijn in de ontwikkeling van circulaire werklocaties. Dat lukt alleen als we intensief samenwerken met ondernemers, ontwikkelaars en beleggers die investeren op onze locaties. Samen maken we plekken waar je als werknemer graag wil werken en waar je als ondernemer succesvol kunt zijn. Met als gevolg dat locaties aantrekkelijk zijn voor beleggers."

De betrokken partijen willen de methode uit het afwegingskader verder concretiseren in pilotprojecten. SKBN gaat aan de slag om de opgedane kennis te delen in haar landelijke netwerk.

Het rapport is nu ook online beschikbaar. Dit rapport is tot stand gekomen in het kader van het programma Westas.

Lees verder

KENNISARCHIEF