NIEUWS, ACHTERGRONDEN EN OPINIES

Opinie

card image

Column van Theo Föllings

De mogelijkheden liggen voor het het oprapen, maar dan moet je wel willen bukken.

Opinie

Column van Theo Föllings

De mogelijkheden liggen voor het het oprapen, maar dan moet je wel willen bukken.

We leven in een bijzonder tijdsgewricht. Komend uit een pandemiecrisis, draait de stuwende en verzorgende economie op volle toeren. Met name de high tech industrie, horeca en detailhandel komen langzaam uit de kreukels. Tekenend voor deze ontwikkeling is de enorme roep op arbeidskrachten, die iedere dag nog stijgt. "Hé hé", zult u denken. We kunnen weer even achteroverleunen. Helaas, niets is minder waar.

De keerzijde van deze positieve ontwikkeling is de sterk stijgende klimaatcrisis. Als we deze laatste crisis niet weten te bezweren, stokt straks vanzelf de economie. Dit leidt ertoe dat we letterlijk en figuurlijk stikken of onderwater komen te staan. In Nederland en ook in het buitenland zien we dat we voor het oplossen van de snelle, levensbedreigende pandemiecrisis miljarden in no time weten vrij te maken, maar voor de eveneens levensbedreigende klimaatcrisis denken we nog even de tijd te nemen.

Onder het mom 'geen woorden maar daden' ziet SKBN de kracht van bedrijventerreinen. Niet alleen op het gebied van verdienvermogen, maar juist ook op het gebied van maatschappelijke impact. Tal van bedrijven en overheden slaan de handen inéén, om te kijken welke bijdrage vanuit bedrijventerreinen geleverd kan worden aan dit vraagstuk. Het betreft niet alleen circulair bouwen, maar ook circulair produceren en het daadwerkelijk implementeren van energiebesparende maatregelen en dito opwekmogelijkheden. 

Prachtige voorbeelden hebben we in Nederland op diverse bedrijventerreinen ontwikkeld. Het begrip biodiversiteit wint aan terrein en echt niet alleen op nieuwe bedrijventerreinen. Op bestaande terreinen zien we prachtige voorbeelden. Relevant denkt u? Jazeker, die steeds schaarser wordende arbeidskrachten willen ook graag in een vriendelijke omgeving werken.

Nu hebben we wel prachtige voorbeelden, maar het lijkt alsof we op ieder terrein het wiel opnieuw moeten uitvinden. Terwijl de concrete voorbeelden er zijn. Gelet op de klimaaturgentie die verschillende partijen zeggen serieus te nemen, voegen diezelfde partijen helaas niet de daad bij het woord. Het is vreemd om te lezen dat bijvoorbeeld zonnedaken nog steeds bijna niet door verzekeringsmaatschappijen zijn te verzekeren, onze netwerkinfrastructuur niet voldoende op orde is en voor onder andere windmolens en circulaire toepassingen, we zoveel regels weten te bedenken dat deze alleen op zee toepasbaar lijken te zijn. Vreemd dat er nog altijd partijen zijn die gelet op de urgentie, zich blijkbaar niet verantwoordelijk voelen om mee te denken in oplossingen en alleen maar drempels opwerpen. 

Bedrijventerreinen hebben de kracht in zich om te werken aan het verdienvermogen van Nederland en tegelijkertijd wezenlijk te kunnen bijdragen aan het oplossen van de klimaatcrisis. Op 10 november kunnen we verder werken aan de Kracht van Bedrijventerreinen. De mogelijkheden liggen voor het het oprapen, maar dan moet je wel willen bukken.

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Vastgoedmarkt: SKBN - lichte bedrijvigheid kan prima in woongebied

Nieuws

Nieuws

Vastgoedmarkt: SKBN - lichte bedrijvigheid kan prima in woongebied

Gebruik de woningbouw als motor voor functiemenging. Door in de nieuwe stadswijken ruimte te bieden aan bedrijvigheid, draag je bij aan een nieuwe stedelijkheid, waarin wonen, werken en recreëren met elkaar verweven worden.

Dat beveelt de Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (SKBN) aan in de paragraaf over functiemenging van haar recent gepubliceerde manifest voor een maatschappelijke herwaardering van bedrijventerreinen.

Koortsachtige zoektocht

Gemeenten zoeken volgens SKBN ‘koortsachtig’ naar locaties om het woningtekort niet nog verder op te laten lopen. In februari dit jaar raamde ABF Research, dat in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de cijfers onderzocht, het huidige tekort op 331.000 woningen.

In de zoektocht naar woningbouwlocaties zijn de ogen van gemeenten ‘nadrukkelijk gericht’ op bedrijventerreinen, schrijft SKBN. Uit eerder onderzoek in opdracht van de SKBN kwam naar voren dat in de afgelopen vijf jaar 46 vierkante kilometer aan bedrijventerreinen verdween. Het verlies van die bedrijfsruimte manifesteert zich op circa 300 van de 3.800 Nederlandse  bedrijventerreinen. Twee derde hiervan betreft werkgebied binnen de stad.

Gemiste kans

Ondernemers voelen zich geregeld in het nauw gedreven omdat ze op veel plekken moeten wijken voor huizenbouw, stelt SKBN-voorzitter Theo Föllings. Een gemiste kans volgens hem. ‘De verbinding biedt veel meer mogelijkheden, ook voor het gebruik van de schaarse ruimte. Juist in een tijd waarin wonen, werken, recreëren en verblijven steeds meer vervlochten zijn met elkaar is  functiemenging heel kansrijk. Denk daarbij ook aan het thuiswerkeffect als gevolg van corona.’

Het tot stand brengen van stedelijke werkmilieus is juist nu interessant, meent Föllings. ‘Uiteraard hoort industrie op het industrieterrein, maar het huisvesten van lichte bedrijvigheid zou een speerpunt moeten zijn in de aanleg van de nieuwe woonwijken. Het levert mogelijkheden op voor efficiënte energieuitwisseling tussen bedrijven en inwoners, draagt bij aan minder transportbewegingen, aan kortere ketens in de voedselvoorziening en industrie. Met andere woorden: multifunctioneel ruimtegebruik.’

Doorbreek ruimtelijke doctrine

Juist in een tijd waar de ruimte steeds schaarser wordt, is het doorbreken van de ruimtelijke doctrine van functiescheiding interessant, stelt SKBN. Grondgebonden mkb-bedrijven zijn bovendien van cruciaal belang voor de maatschappelijke eneconomische structuur van een stad of gemeente. Hun aanwezigheid is bijvoorbeeld ook van belang voor behoud van voorzieningen als winkels en horeca in centra.

De woningbouwopgave, behoud van een aantrekkelijk vestigingsklimaat en de energietransitie; die functies niet naast elkaar laten bestaan, maar met elkaar verweven is de opgave. Het Havenkwartier in Deventer is hier een sprekend voorbeeld van. Het gebied, dat met een oppervlakte van 13 hectare ingesloten is tussen de binnenstad, een woonwijk en een industrieterrein, raakte een jaar of twintig geleden in verval, maar is stap voor stap aangepakt. Oude panden werden opgeknapt en kregen nieuwe bestemmingen voor wonen, werken, horeca of een combinatie daarvan. Inmiddels mag het Havenkwartier zich de hipste buurt van de stad noemen.

Deventer stuurt op functiemenging

Dat heeft Deventer gedaan met onder meer uitnodigingsplanologie; de gemeente bepaalt op hoofdlijnen welke ruimtelijke veranderingen wenselijk zijn. Marktpartijen geven daar vervolgens invulling aan. Zo kan Deventer sturen op functiemenging, zonder zelf veel grond te bezitten. Om ontwikkelaars uit te nodigen tot investeringen in wonen en werken, nam de gemeente Deventer in het Havenkwartier wel de openbare ruimte op de schop. De uitstraling van het gebied verbeterde aanzienlijk, wat het gebied voor private partijen interessant maakte.

Aanbevelingen SKBN: 

  • Gebruik de woningbouw als motor voor functiemenging. Door in de nieuwe stadswijken ruimte te bieden aan bedrijvigheid, draag je als overheid bij aan een nieuwe stedelijkheid, waarin wonen, werken en recreëren met elkaar verweven worden.
  • Denk na over de faciliterende rol die je als overheid wilt vervullen om de ruimtelijke doctrines van functiescheiding te doorbreken.
  • Versterk de synergie tussen de functies als wonen, werken, onderwijs en recreëren, met de openbare ruimte. Synergie tussen functies leidt tot hogere bestedingen, levendigheid en leefbaarheid. Het is de motor voor dynamiek in de stad, op korte en lange termijn.
  • Geef de economie ook ruimte in nieuwe woonwijken. Zware industrie hoort uiteraard thuis op het industrieterrein, maar lichte bedrijvigheid – we gaan naar een schone economie toe – is helemaal niet zo vies als wordt verondersteld. Bedrijven met een lage milieucategorie zouden een plek moeten krijgen in nieuwe woonwijken. Hetzelfde geldt voor de logistieke functies. Kleinschalige logistiek voor ‘last mile delivery’ zou prima in wijken, dicht bij de afnemers, gesitueerd kunnen worden. Van zulke bedrijvigheid dicht bij huis profiteren woningeigenaren overigens ook: de waarde van gemengde gebieden is per vierkante meter hoger dan monofunctionele gebieden.
  • Zorg voor duidelijkheid over de toekomst van bedrijventerreinen in relatie tot woningbouwplannen. Ondernemers gaan niet investeren in hun bedrijf of hun circulaire ambities op het moment dat die ontbreekt.

Rondetafelgesprek Provada

SKBN-voorzitter Theo Föllings is een van de deelnemers aan het rondetafelgesprek dat Vastgoedmarkt organiseert over de uitdagingen bij brownfield ontwikkelingen op dinsdagmiddag 26 oktober 2021 tijdens de Provada in de RAI te Amsterdam.

Andere deelnemers zijn: Wim Beelen, ontwikkelaar van de Amsterdam Logistic Cityhub; Jeroen Gerritsen van industrieel en logistiek vastgoedonderneming Panatonni;  en Armand van de Laar, wethouder van Ruimtelijke en Economische ontwikkeling  van de gemeente Rijswijk. Het gesprek vindt plaats onder leiding van Erik Wiegerinck, senior redacteur, in de stand van Vastgoedmarkt, tussen 15.45 en 16.30 uur.


Dit artikel is op 30 september 2021 verschenen op Vastgoedmarkt.

Lees verder

Achtergrond

card image

01-10-2021

Digital twin voorspelt effecten ontwikkelingen Schipholregio

Achtergrond

01-10-2021

Digital twin voorspelt effecten ontwikkelingen Schipholregio

In het magazine Terzake van het Kadaster verscheen in september een artikel over de Digital twin die SADC in samenwerking met het Kadaster ontwikkelt. Lees hieronder het interview met Reinoud Fleurke (SADC) en Matthieu Zuidema (Kadaster).

Schiphol Area Development Company (SADC) ontwikkelt hoogwaardige werklocaties rondom Schiphol en Amsterdam. De concurrentie tussen internationale luchthavenregio’s groeit en maatschappelijke vraagstukken maken gebiedsontwikkeling complexer. SADC onderzocht met het Kadaster de mogelijkheden voor een informatievoorziening die deze complexiteit aankan.

“Wij zijn gebiedsontwikkelaar en verkopen bouwrijpe kavels aan projectontwikkelaars en bedrijven. Ook verbeteren we bestaande bedrijfsterreinen. Zo realiseren we hoogwaardige locaties om te werken”, aldus Reinoud Fleurke, manager gebiedsontwikkeling bij SADC.

Nieuwe ontwikkelingen

Het creëren van goede werklocaties staat niet los van andere ontwikkelingen in het Schipholgebied. Fleurke: “Aan de ene kant zijn er economische belangen als bedrijfshuisvesting en werkgelegenheid. Aan de andere kant zijn er maatschappelijke belangen als wonen, bereikbaarheid, biodiversiteit en duurzaamheid. Hoe bied je een hoge kwaliteit van werken en wonen in een regio met zoveel mensen en zo weinig ruimte? Dat vraagstuk wordt nog actueler bij het doortrekken van de Noord/Zuidlijn van de Zuidas naar Hoofddorp. Dit gebied is nu al internationaal een magneet voor bedrijven en heeft de potentie om uit te groeien tot de nationale entree van Nederland.”

Behoefte aan nieuwe informatievoorziening

Goede beslissingen neem je op basis van goede data, aldus Fleurke. Tot nu toe combineerde SADC handmatig allerlei data: “Denk aan economische cijfers, vergelijkingen met internationale luchthavenregio’s, aanbod van vastgoed, vergunningen of bouwtekeningen.” Maar de nieuwe ruimtelijke vraagstukken van Nederland verlangen een krachtiger type informatievoorziening: “Eentje waarbij je vanuit allerlei perspectieven actuele data bij elkaar brengt en koppelt, zowel van overheid als markt. We vroegen het Kadaster samen met ons te onderzoeken of een digital twin een oplossing was.”

Virtuele tweeling

Matthieu Zuidema ziet als adviseur vanuit het Kadaster de vraag naar digital twins toenemen. “Je moet het zien als een digitaal model van de werkelijkheid, een virtuele tweeling. Een computersysteem dat data gebruikt om het model zo realistisch mogelijk te maken, vaak inclusief een 3D-weergave. Door realtime data te koppelen, verandert het model mee met de werkelijkheid. En niet te vergeten: door data of instellingen aan te passen, kun je de effecten van ontwikkelingen simuleren en voorspellen.”

Bouwstenen Kadaster

Het Kadaster ondersteunde met het visualiseren van het gebied, dat luchthaven Schiphol, Hoofddorp tot en met de Amsterdamse Zuidas omvat. Zuidema: “Ook pasten we data toe uit 3D-topografie, Basisregistratie Kadaster, Basisregistratie Adressen en Gebouwen en het Actuele Hoogtebestand Nederland. Daarmee krijgt SADC antwoord op vragen als: welk type vastgoedeigenaren zijn er, op welke gronden nemen zij posities in, hoe ontwikkelen de vastgoedprijzen zich?”

Objectief gesprek voeren

Volgens Fleurke is het grote voordeel van een digital twin dat je een objectief gesprek kunt voeren met alle betrokken partijen in de regio: “Je ziet immers als belanghebbenden allemaal hetzelfde. Je komt samen tot inzichten die je anders niet had gekregen. En beter inzicht leidt tot betere keuzes voor investeringen in infrastructuur en gebiedsontwikkeling.”

Effecten van keuzes voorspellen

Ook kan SADC met een digital twin de effecten van keuzes meten. Zo kan het de mogelijke waardevermeerdering van een gebied voorspellen: “Als je van een toekomstig metrostation een 3D-model kunt maken, kun je simulaties uitvoeren: hoeveel stijgt de waarde van bouwgrond en vastgoed rond dat gebied? Of, stel, je wilt zoveel mogelijk woningen en arbeidsplaatsen realiseren rondom een station. Hoe ver kun je gaan met het dicht bij elkaar plaatsen van voorzieningen, gebouwen en infrastructuur?”

Maatschappelijke waarde meten

Fleurke geeft aan dat de focus van SADC niet alleen ligt op de economie: “We vinden het ook erg belangrijk om met cijfers inzicht te krijgen in de waarde die we creëren voor de maatschappij. Dat doen we bijvoorbeeld door onze bijdrage aan de Duurzaamheidsdoelen van de Verenigde Naties te meten.”

Plan van aanpak

SADC heeft de samenwerking met het Kadaster ervaren als een partnership met een gezamenlijke zoektocht. Fleurke: “De ervaring en gedrevenheid van het Kadaster inspireerde ook de andere betrokken partijen zoals de provincie Noord-Holland, de gemeenten Amsterdam en Haarlemmermeer, Schiphol Group en het CBS. We hebben laten zien dat een digital twin antwoorden kan geven op ons specifieke vraagstuk. Bovendien kunnen we er ook over meerdere jaren de ontwikkelingen in het gebied mee blijven volgen en sturen. We schrijven nu dan ook met veel plezier samen het plan voor de doorontwikkeling van de digital twin.”

Bron: Terzake, Kadaster

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Vastgoedmarkt: Waarom SKBN veel kansen ziet voor verduurzaming bedrijventerreinen

Nieuws

Nieuws

Vastgoedmarkt: Waarom SKBN veel kansen ziet voor verduurzaming bedrijventerreinen

Verduurzaming van bedrijventerreinen verdient minstens evenveel aandacht als de verduurzaming van woonwijken. Tegelijkertijd mogen overheden van ondernemers verwachten dat ze mee-investeren in verduurzaming en klimaatadaptatie.

Dat stelt de Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (SKBN) in de duurzaamheidsparagraaf van haar recent gepubliceerde manifest voor een maatschappelijke herwaardering van de bedrijventerreinen. ‘We vinden dat bedrijventerreinen een belangrijke rol moeten en kunnen vervullen bij de energietransitie en klimaatadaptatie,’ stelt Theo Föllings, voorzitter van de SKBN.

Niet genoemd

Föllings wijst er op dat het jaarlijkse energieverbruik op bedrijventerreinen en werklocaties met 700 petajoule een veelvoud is van alle Nederlandse huishoudens. ‘Desondanks werden bedrijventerreinen in 2019 niet genoemd in het Klimaatakkoord. Dat is opmerkelijk, want een eenvoudige berekening laat zien dat er grote kansen liggen om daken vol te leggen met zonnecollectoren.’

Neem bijvoorbeeld alleen al de grote bedrijfsdaken – bedrijfsadressen met een minimale vloerendakoppervlakte van 10.000 m2 met een industriefunctie – dan gaat het om 2.759 vestigingen in 2.547 unieke panden, verspreid over 1.026 bedrijventerreinen. Op die bedrijventerreinen gaat het in totaal om een potentieel aan zonne-energie van bijna 18 petajoule. Dat is ongeveer 8 procent van wat er in 2050 volgens de ‘Paris Proofbeoordeling’ voor gebouwen aan (hernieuwbare) energie beschikbaar is. Dat kan dus een substantiële bijdrage zijn.’

Enorme potentie

Zonnepanelen zijn volgens Föllings slechts een van de vele voorbeelden. ‘Op bedrijventerreinen ligt een enorme potentie voor het oprapen. Denk bijvoorbeeld ook aan warmte-koude systemen of waterstof. Maar we moeten wel bereid zijn te bukken. Dat geldt zowel voor de overheid als het bedrijfsleven.’

De impact kan nog eens vergroot worden wanneer er ook meer aandacht komt voor groenblauwe structuren op bedrijventerreinen. Zo’n bedrijventerrein draagt namelijk bij aan klimaatadaptatie (wateroverlast, hittestress), biedt recreatiemogelijkheden voor omwonenden en kan bijdragen aan economische doelen. ‘Denk aan het verlagen van energiekosten, het verlagen van stress bij werkenden. Ook kan een aantrekkelijker werklandschap helpen om goed personeel aan te trekken en te behouden’, licht Föllings toe.

Hoe kan de energietransitie op bedrijventerreinen sneller en effectiever gerealiseerd worden?

Föllings: ‘Wat vooral aandacht verdient, is het ‘verantwoordelijkheidshiaat’. Daarmee bedoel ik dat de wensen en doelen van individuele bedrijven (versnipperd eigendom) en overheden niet synchroon met elkaar lopen. Ondernemers focussen – zeker in en direct na de coronacrisis – op de continuïteit van hun bedrijf. Zij zien de energietransitie niet als een doel op zich, maar als een middel. Dat wil echter niet zeggen dat ondernemers niet bereid zijn te investeren in duurzaamheid. Want dat laatste staat in dienst van die continuïteit. Lukt het wel om de individuele wensen en doelen van ondernemers te verenigen, dan liggen mooie kansen voor het oprapen.’

Kunt u een voorbeeld geven waar het wel goed gaat?

‘Op bedrijvenpark Innofase in Duiven aan de A12 is de ‘industriële symbiose’ bijvoorbeeld al gevonden. Dat gebeurt onder meer met uitwisseling van in- en outputstromen, zoals warmte, elektra, water, biogas, biomassa en restmaterialen. Door deze manier van werken wordt bespaard op primaire grondstoffen, energie, transport en ruimtebeslag.’

Is niet een groot probleem bij de verduurzaming dat veel bedrijventerreinen door het sterk versnipperde eigendom geen of slechts gebrekkig parkmanagement hebben?

‘Helemaal juist. Cruciaal voor de investeringsbereidheid op bedrijventerreinen is dat ze schoon, heel en veilig zijn. Actief parkmanagement ligt aan de basis daarvan. Als het een rotzooitje is, gaan bedrijven niet meer investeren, ook niet in nieuwe energiesystemen. Dan denken ze: ik ga hier weg, het zal mijn tijd wel duren…’

‘Goed parkmanagement bestaat op een aantal terreinen wel degelijk. Dan hebben de bedrijven het zelf georganiseerd. Of ze doen verplicht mee aan het parkmanagement, omdat het een eis was van de gemeente bij de gronduitgifte. Maar er zijn helaas een heleboel terreinen, misschien wel de meerderheid, waar nog altijd geen enkele vorm van parkmanagement bestaat. Wat daarbij ook niet helpt is dat de afdeling Economische Zaken bij veel gemeenten onderbemand is en geen of onvoldoende contactfunctionarissen beschikbaar zijn voor bedrijven. Mooie voorbeelden die aan dit organiserend vermogen werken is een initiatief van de provincie Zuid-Holland op dit gebied en ook de private parkmanagement organisatie Clok timmert flink aan deze weg.’

U luidt hier min of meer de noodklok over de investeringsbereidheid op bestaande bedrijventerreinen. Maar volgens een recent rapport van adviesbureau Stec Groep wordt er juist volop geïnvesteerd door vastgoedbeleggers en eigenaar-gebruikers.
‘Dat komt vooral doordat de maakindustrie en de logistieke sector het momenteel enorm goed doen. Terwijl er tegelijkertijd nauwelijks mogelijkheden zijn om te verhuizen naar nieuwe bedrijventerreinen. Gemeentes zijn erg terughoudend geworden met de uitgifte van greenfieldlocaties, mede door de verdozingsdiscussie en de grote behoefte aan woningbouwlocaties.’

‘De vraag is echter hoelang brownfieldlocaties nog soelaas kunnen bieden om de vraag naar bedrijfsruimte te faciliteren. Ook de mogelijkheden tot verdichting, revitalisering en complete herontwikkeling van bestaande bedrijfsterreinen lopen tegen de grenzen aan. Let wel: volgens de jongste prognose van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat moet er tenminste 5.500 tot 9.000 hectare bedrijventerrein extra bijkomen. Dan heb je het per definitie over greenfieldlocaties. Maar van die urgentie zien we in de praktijk niets terug bij gemeenten en provincies.’


Dit artikel is op 29 september 2021 verschenen op Vastgoedmarkt.
 

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Vastgoedmarkt: Herwaardering belang bedrijventerreinen hard nodig

Nieuws

Nieuws

Vastgoedmarkt: Herwaardering belang bedrijventerreinen hard nodig

Het belang van bedrijventerreinen als economisch motorblok raakt in de vergetelheid. In een puntig manifest pleit de Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (SKBN) voor een politieke en maatschappelijke herwaardering van deze werklocaties.

Over zijn belangrijkste wens voor een nieuw kabinet hoeft SKBN-voorzitter Theo Föllings geen seconde na te denken: een minister van Ruimte! ‘Met alleen een nieuwe minister van Volkshuisvesting krijgt wonen eenzijdig weer alle aandacht. Wij pleiten voor een integrale afweging bij alle ruimteclaims. Dat kan alleen met een minister voor Ruimtelijke Ordening.’

Volgens de SKBN-voorzitter is de opheffing van het ministerie van VROM (Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu) elf jaar geleden een grote fout geweest. ‘Daar plukken we al jaren de wrange vruchten van. We leven nu eenmaal in een klein landje met heel veel mensen en wensen. Zonder centrale regie kom je er niet uit.’

Centraal wat moet

SKBN hanteert daarbij het uitgangspunt ‘centraal wat moet, maar decentraal wat kan’. ‘Wat in ieder geval centraal is het vaststellen van de eisen die gesteld worden aan bedrijventerreinen op het gebied van de energietransmissie, biodiversiteit en klimaatadaptie’, licht Föllings toe. ‘Nu stelt de ene gemeente en/of regio wel eisen aan bijvoorbeeld de groenvoorziening, zaken als hittestress, het plaatsen van zonnepanelen op daken, of het parkmanagement en de andere gemeente helemaal niet of nauwelijks. Dat geeft een ongelijk speelveld en is zeer ongewenst. Feitelijk leidt het tot een vorm van concurrentievervalsing.’

Noodklok

Vorig jaar luidde SKBN ook al de noodklok over het geruisloos verdwijnen van veel binnenstedelijke bedrijventerreinen, hoofdzakelijk door oprukkende woningbouw. Zo is de afgelopen vijf jaar 46 vierkante kilometer aan bedrijventerreinen opgedoekt.

Volgens Föllings heeft die trend het afgelopen jaar zich onverminderd voortgezet. Terwijl de behoefte juist steeds groter wordt door de enorme groei van e-commerce en de grote vraag naar logistiek vastgoed. Nearshoring, het terughalen van productie uit het Verre Oosten, zorgt voor extra vraag naar bedrijfsruimte. Vastgoedadviseur CBRE becijferde recentelijk dat tot 2025 behoefte is aan 1,25 miljoen vierkante meter extra logistieke ruimte.

9.500 hectare er bij

Het meest recente prognosemodel van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat raamt de behoefte aan aanvullende bedrijfsruimte tot 2030 zelfs op 5.500 tot 9.500 hectare. De SKBN vindt mede gezien het postcorona economisch herstel, de energietransitie en de enorme behoefte aan meer bedrijfsruimte dit dan ook het ‘uitgelezen moment om volop te investeren in de 3.800 bedrijventerreinen die Nederland rijk is’.

Het belang van dergelijke werklocaties voor Nederland is volgens de SKBN-voorzitter  ‘evident’. Ondernemers op bedrijventerreinen zorgen voor een economisch toegevoegde waarde van ongeveer 300 miljard euro per jaar – bijna 40 procent van ons bruto binnenlands product – en circa 60 procent van de jaarlijkse R&D-investeringen. Van de grootste R&D-bedrijven in Nederland is zelfs 80 procent gesitueerd op een bedrijventerrein. ‘Nu de coronacrisis vooralsnog getemd lijkt, kunnen deze bedrijven ook wezenlijk bijdragen aan een snel economisch herstel van de BV Nederland’, aldus Föllings.

Economische dynamiek

Corona heeft het afgelopen jaar de economische dynamiek in verschillende opzichten versterkt. Zo is de toename van vestiging van grote distributiecentra volgens SKBN ‘onomkeerbaar’. Föllings: ‘Door corona is de e-commerce alleen maar verder gegroeid.’

Maar de impact van grote distributiecentra op het landschap is groot en vraagt om sturing van de overheid om de landschapskwaliteit te bewaken, constateerde het ministerie van Binnenlandse Zaken vorig jaar als reactie op de Nationale Omgevingsvisie (Novi) al. Om de gevolgen voor milieu, natuur, mobiliteit en infrastructuur in te perken én om ruimte te bieden aan de economie, maakte het ministerie zich hard voor meer landelijke regie, in samenspraak met provincies. Gedacht wordt aan concentratie van grote distributiecentra, eerst op bestaande terreinen en vervolgens op knooppunten langs nationale en internationale corridors.

Gelderland

Lovend spreekt Föllings in dit verband over het beleid van de provincie Gelderland. ‘Die provincie heeft de afgelopen jaren nadrukkelijk ervoor gekozen om de verdozing van het landschap door de XXL-distributiecentra te beperken. Slechts op drie locaties is verdere groei toegestaan. Dat is rondom Nijmegen, langs de A12 in de Liemers bij Zevenaar en de A15 bij Tiel.’

Tegelijkertijd wakkerde corona ook de discussie over re- en nearshoring aan. De roep om het terug- en dichterbij halen van productie uit lagelonenlanden wordt versterkt door de digitalisering en robotisering. Toepassingen in de smart industry zijn kansrijk, zeker in de triple helix tussen overheden, onderwijs en ondernemers, om het verdienvermogen in regio’s omhoog te stuwen.

Aanbevelingen

SKBN doet de volgende aanbevelingen om de maatschappelijke en economische betekenis van bedrijventerreinen te optimaliseren:

  • Gemeenten doen er verstandig aan om op lokaal niveau in kaart te brengen welke plannen leven bij de maakindustrie, zodat ze daar in hun ruimtelijke planning nadrukkelijk rekening mee kunnen houden. Daarnaast moet het belang van een schoon, heel en veilig bedrijventerrein consequent vooropstaan.
  • De vraag naar opslag- en distributieruimte is onverminderd groot. Een zorgvuldige planning van en zorgvuldige integratie binnen het werkgebied zijn wenselijk voor nieuwe logistieke centra. De SKBN pleit voor duidelijke kaders met het oog op verduurzaming, landschappelijke kwaliteit en economische waarden.
  • Overheden moeten onderscheid maken in logistieke activiteiten en de regie durven pakken. Stadsdistributie, regionaal gebonden logistiek of meer footloose logistiek verschillen wezenlijk qua functie en nabijheid. Ontwikkel daar een visie op. Het is wenselijk dat logistieke centra een meerwaarde zijn voor de regionale economie.
  • Overheden kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het verdienvermogen in regio’s door meer dan ooit te cofïnancieren in de opschaling van perspectiefvolle technologieën. Met R&D-investeringen wordt de basis gelegd voor innovaties en verduurzaming van ketens en clusters in de maakindustrie.
  • Overheden die werk willen maken van de circulaire economie doen er verstandig aan om investeringen juist op bedrijventerreinen terecht te laten komen. Dat versterkt de innovatie en versterking van de werkgelegenheid op de lange termijn.

 

Dit artikel is op 27 september 2021 verschenen op Vastgoedmarkt.

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Restwarmte Noord-Hollandse industrie kan hele provincie verwarmen

Nieuws

Nieuws

Restwarmte Noord-Hollandse industrie kan hele provincie verwarmen

Met de restwarmte die de Noord-Hollandse industrie loost kunnen in potentie bijna 2 miljoen woningen worden verwarmd.

De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied heeft in opdracht van de provincie Noord-Holland onderzoek gedaan naar de hoeveelheid beschikbare restwarmte in de Noord-Hollandse industrie. Inzicht in de hoeveelheid restwarmte is een eerste stap om te zien of warmte die nu nog wordt geloosd, gebruikt kan worden voor bijvoorbeeld het verwarmen van woningen.

Het onderzoek geeft een eerste indicatie van hoeveel warmte er in Noord-Holland nu nog via industriële schoorstenen de lucht in gaat en hoeveel warmte er via het koelwater op het oppervlaktewater wordt geloosd. Met deze gegevens kunnen gemeenten en warmtebedrijven hun plannen voor nuttig hergebruik van restwarmte verder vormgeven. 

Energietransitie

In het kader van de energietransitie moet de warmtevoorziening in de bebouwde omgeving worden verduurzaamd. Vanaf 2030 moet de helft van de woningen van het gas af zijn en dus op een andere manier verwarmd worden.

Edward Stigter, gedeputeerde Klimaat en Energie van de provincie Noord-Holland: “Restwarmte van de industrie kan daar absoluut aan bijdragen. Tegelijkertijd willen we de industrie zelf verduurzamen. Dit betekent dat er in de toekomst minder restwarmte overblijft. Maar er zal altijd energie nodig blijven bij industriële processen, en dus warmte overblijven die we elders kunnen inzetten. Dat is en blijft een win-win situatie voor inwoners én de industrie.” 

Klimaatambities

Bij het opwekken van schone energie zal ook restwarmte ontstaan. Zoals bijvoorbeeld in toekomstige fabrieken voor waterstof en bij de productie van synthetische brandstoffen. Ook datacenters zijn mogelijk bronnen van warmte voor een warmtenet. De industrie in het Noordzeekanaalgebied (NZKG) neemt deze ontwikkelingen mee in hun klimaatambities, beschreven in het Cluster Energie Strategie NZKG. 

Een compleet beeld

65 bedrijven in onder meer de energiesector, de chemische- en voedselindustrie, en afvalverwerkende bedrijven zijn meegenomen in het onderzoek. Deze bedrijven zijn verantwoordelijk voor meer dan 95 procent van de potentiële restwarmte. Hiermee zijn dus nagenoeg alle relevante industriële bedrijven in Noord-Holland in beeld. Of de warmte daadwerkelijk gebruikt kan worden voor verwarming van woningen is afhankelijk van onder meer de temperatuur en de afstand tot een warmtenet. 

Ophaalrecht

Op dit moment mag de industrie nog een bedrag vragen voor de warmte die een energiebedrijf komt ophalen. Maar hier komt in 2022 verandering in. Dan treedt de Wet Collectieve Warmtevoorziening in werking en moeten producenten restwarmte gratis beschikbaar stellen aan energiebedrijven. Daarmee stimuleert het wetsvoorstel het nuttig gebruik van restwarmte in de gebouwde omgeving.

Lees verder

Achtergrond

card image

23-09-2021

SADC ontwikkelt digitale gereedschapskist voor gebiedsontwikkeling

Achtergrond

23-09-2021

SADC ontwikkelt digitale gereedschapskist voor gebiedsontwikkeling

Van groene weilanden tot bloeiende bedrijventerreinen. Hoe verloopt zo’n proces efficiënt én naar tevredenheid van alle betrokkenen: gebiedsontwikkelaar, uitvoerders, eindgebruikers en de omgeving? Hoe krijg je als projectmanager inzicht en hou je overzicht? SADC richt samen met MUG Ingenieursbureau een ArcGIS-portaal in voor de eigen organisatie. Deze gereedschapskist voor gebiedsontwikkeling brengt alle informatie op één plek samen, binnen handbereik. Een digital twin helpt de ontwikkelpotentie van gebieden verder maximaliseren. SADC-projectmanager Reinier Folkerts en Bauke Veenstra van MUG vertelden er over tijdens de ESRI GIS Conferentie 2021 op 23 september. 

Als gebiedsontwikkelaar wil SADC niet alleen financieel rendement creëren, maar ook maatschappelijke waarde met duurzame bedrijventerreinen die de concurrentiekracht van de regio versterken. In de regio rond Schipol zijn veel zaken van invloed op de werkzaamheden. Via het webbased ArcGIS worden alle relevante data systematisch ontsloten: geografische gegevens, tekeningen, perceelindeling, verkochte, gereserveerde en beschikbare kavels, kadastergegevens, vastgoed, het kabel- en leidingennet, de infrastructuur en openbaar vervoerverbindingen. Ook de ‘kaders’ worden opgenomen in ArcGIS zoals informatie over vergunningen, bestemmingsplannen en milieueffectrapportages.

De eerste stappen worden gezet om de informatievoorziening voor de projectmanagers onder te brengen in een aantal GIS-applicaties. In de stappen erna zullen deze data en applicaties worden gebruikt om als platform te dienen voor samenwerking met ook klanten, architecten, ingenieurs en aannemers. ArcGIS helpt zo het overzicht houden in de planning, realisatie en het beheer van bedrijventerreinen – drie fases die elkaar kunnen overlappen. Projectmanager Reinier Folkerts: “We hebben alles in kaart en houden iedereen aangehaakt. Zo ontstaat een proces van co-creatie. Er zijn veel bruikbare ideeën van medewerkers, van senioren tot stagiairs, die we verzamelen en vertalen in toepassingen.” Een overleg met klanten over hun wensen voor de bouw of de toekomst is met ArcGIS veel eenvoudiger.

Digital Twin

Dankzij het systeem kunnen we ook beter inspelen op externe ontwikkelingen. Door middel van een uitvoeringscoalitie met partijen in de regio (gemeente Amsterdam, Haarlemmermmeer, Provincie Noord-Holland, Kadaster, Schiphol groep, SKG en AMS instituut), wordt een gezamenlijk beeld gecreerd over de opgaven die met EnterNL samenhangen en wat voor waardevermeerdering met gebiedsontwikkeling wordt behaald. ArcGIS voegt een digital twin toe, een extra laag aan gebiedsontwikkeling, waardoor nieuwe kansen ontstaan. Bij het doortrekken van de Noord/Zuidlijn naar Schiphol kunnen de SADC-business parks bijvoorbeeld waarde toevoegen aan de verbinding en vice versa.

Reinier Folkerts: “Vroeger werkten we met excelbestanden waarvan je niet altijd wist of ze up to date waren. Met ArcGIS is er één waarheid. We besparen nu tijd en geld, omdat we zaken eerder weten en vooruit kunnen kijken. Het resultaat is betere gebiedsontwikkeling en blije medewerkers en klanten.”

Kijk de presentatie terug op YouTube.

Lees verder

Achtergrond

card image

22-09-2021

Binnen vijf kliks inzicht in energiebesparende maatregelen voor logistiek vastgoed

Achtergrond

22-09-2021

Binnen vijf kliks inzicht in energiebesparende maatregelen voor logistiek vastgoed

Welke energiebesparende maatregelen kunnen gebruikers en eigenaren van logistieke gebouwen nemen? Hoe kan ik aardgasloos bouwen? Wat kosten deze maatregelen? En wat leveren ze op? Met de Beslisboom Logistiek Vastgoed, een online tool van Dutch Green Building Council (DGBC) worden deze vragen binnen vijf kliks beantwoord.

Invullen van de Beslisboom Logistieke Gebouwen is heel simpel. Het bouwjaar, de functie en de ambitie met het gebouw leveren uitstekende eerste inzichten in de maatregelen, de kosten en de besparingen met het vastgoed. Ook wordt de invloed van PV panelen meegenomen. Daar liggen grote kansen. Bij een hoge ambitie en dito investering is het zelfs mogelijk een energieleverend gebouw te realiseren. Dit soort gebouwen zijn nodig om de energietransitie in Nederland te laten slagen.

Onderdeel van Routekaart Logistiek

Deze online tool is onderdeel van de deze week gepubliceerde Routekaart Logistiek. Logistieke specialisten hebben in een werkgroep samen met DGBC de kansen voor het verduurzamen van logistiek vastgoed in Nederland verzameld. Ook geven ze aan wat nodig is om die kansen te benutten om zo een bijdrage te leveren aan het behalen van de Parijse klimaatdoelstellingen.

Perspectief

Rosemarijn Verdoorn en Frans van der Beek van SADC zijn betrokken bij de totstandkoming van de Routekaart Logistiek. Zij beamen de grote kansen om logistiek vastgoed te verduurzamen, maar merken in de praktijk ook de belemmeringen. Van der Beek: “We hebben leiderschap nodig om te versnellen en op te schalen zodat behalve in het primaire proces ook grootschalig in de energietransitie wordt geïnvesteerd.” Verdoorn vult aan: “Bovendien ontbreekt het voor bestaand logistiek vastgoed aan een gelijk speelveld. Er is scherpe regelgeving op dit gebied nodig.”

Logistiek vastgoed biedt veel kansen om te verduurzamen

De logistieke sector biedt grote kansen om te verduurzamen. De logistiek is verantwoordelijk voor 26% van het energiegebruik in de utiliteitsbouw, meer dan elke andere sector. Dat zegt niet alleen iets over het verbruik, maar ook over de grootte en het belang van deze sector. Met logistiek hebben we allemaal te maken. Het verduurzamen van gebouwen is een cruciale schakel om de sector te verduurzamen, vinden Verdoorn en Van der Beek.

Routekaart Logistiek biedt handvatten voor verduurzaming

Juist hierom is het belangrijk gebruikers en eigenaren van logistieke gebouwen handvatten te bieden en mee te nemen in de verschillende fasen van de energietransitie, vinden Verdoorn en Van der Beek. In de Routekaart Logistiek wordt naast de potentie van zonnepanelen ook de meerwaarde van isolatie beschreven. Een groot deel van het energiegebruik gaat naar het verwarmen van een logistiek gebouw. Door gebouwen beter te isoleren, wordt het energiegebruik teruggedrongen.

Van isoleren naar aardgasvrij

Vervolgens wordt in de Routekaart Logistiek stilgestaan bij het aardgasvrij maken van gebouwen. “Uiteindelijk moeten we daarnaartoe, maar met een hybride tussenstap kan soms al snel veel CO2 gereduceerd worden”, zegt Van der Beek. Over dat zelfs nieuwe logistieke gebouwen soms nog worden opgeleverd met een gasaansluiting is de routekaart helder. “Daar moeten we echt andere oplossingen voor bedenken”, stelt Van der Beek. “Bij SADC onderzoeken we gezamenlijk met andere partijen andere oplossingen maar ook aandacht voor het elektriciteitsnetwerk is hierbij cruciaal!”

Met zonnepanelen energieleverancier worden

Daarnaast wordt de potentie van zonnepanelen beschreven. Met een pakket aan gebouwgebonden maatregelen die zich in 10 jaar terugverdienen en zonnepanelen op slechts 5% van het dakoppervlak van een gebouw kan het energiegebruik al met de helft dalen. Wanneer 80% van het dakoppervlak met panelen is belegd, ontstaan zelfs energieleverende gebouwen. “Logistieke gebouwen kunnen zo de directe omgeving en de mobiliteitssector voorzien van elektriciteit”, vertelt Frans van der Beek. “Deze routekaart stelt ons in staat het verhaal over te brengen. Want natuurlijk gaat het om de businesscase, maar het is ook psychologie en sociologie; we moeten partijen inspireren en overtuigen.”

Naar concrete acties: werkgroep pleit voor regelgeving

De werkgroep die de Routekaart Logistiek ontwikkelde, pleit tot slot voor een aantal concrete acties. Een van de meest impactvolle is op het gebied van wet- en regelgeving, tot dusver een ontbrekende schakel voor logistiek vastgoed. Verdoorn: “Wij pleiten daarom voor een gelijk speelveld door middel van regelgeving en leiderschap van koplopers uit de sector. Dat zal een positieve impuls geven aan het benutten van de potentie die logistieke gebouwen hebben in de energietransitie.”

De eerste stap

Verdoorn en Van der Beek roepen eigenaren en gebruikers van logistiek vastgoed op de Routekaart Logistiek goed door te nemen. Onderdeel van deze Routekaart is een online tool waarmee energiebesparende maatregelen worden doorgerekend. Deze zogenoemde beslisboom geeft inzicht in de energiebesparing en in de investering. Kijk op www.dgbc.nl/beslisboom-logistiek lees de Routekaart Logistiek.

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Provinciale Staten Utrecht eens over innovatieve aanpak om bedrijventerreinen te herinrichten

Nieuws

Nieuws

Provinciale Staten Utrecht eens over innovatieve aanpak om bedrijventerreinen te herinrichten

Provinciale Staten van Utrecht (PS) zijn in september akkoord met het Statenvoorstel ‘Aanpak intensivering en verduurzaming bedrijventerreinen’. Het voorstel zet in op het herinrichten van bedrijventerreinen zodat er efficiënter gebruik wordt gemaakt van de beschikbare ruimte voor bedrijven. Tevens wordt voorkomen dat de gewenste uitbreidingsbehoefte geheel ten laste komen van nieuwe uitleg in het (veelal) mooie groen van de provincie. Hiermee is de provincie initiatiefnemer van een innovatief plan om tegemoet te komen aan de grote vraag naar (meer) ruimte voor bedrijfslocaties.

De Staten gaven hun complimenten voor het gedegen voorstel. Toch werden er ook kritische vragen gesteld. Aan de ene kant waren er partijen die vroegen of de ambitie (20-30% intensivering) nog hoger kon. Aan de andere kant werd gevraagd waarom de provincie met dit voorstel komt (laat het over aan de markt). Verder kwam in het debat nog naar voren dat het voorstel in eerste instantie gaat om de intensivering van bedrijventerreinen, maar dat het tegenwoordig ondenkbaar is om niet gelijk te verduurzamen als de mogelijkheden daar liggen. Het voorstel is met ruime meerderheid aanvaard.

De uitvoering van dit plan wordt neergelegd bij de NV Ontwikkelingsmaatschappij Utrecht (OMU).

Lees verder

KENNISARCHIEF