Al eens nagedacht over het vergroenen van uw bedrijfsterrein? De Milieu-investeringsaftrek en Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (MIA\Vamil) bieden volop mogelijkheden om fiscaal voordelig te investeren in het klimaatbestendig maken van uw bedrijfsterrein en bedrijfspand. Denk aan het vervangen van tegels door groen, het aanleggen van een groendak of groene gevel, of het vasthouden en benutten van regenwater.

Het belastingvoordeel kan met de MIA\Vamil oplopen tot ruim 14% van het investeringsbedrag. Klimaatbestendige maatregelen zorgen daarnaast voor minder risico op schade en overlast, een beter werkklimaat en een aantrekkelijkere werkomgeving met meer groen en biodiversiteit. 

Milieulijst 2024
In aanmerking komen voor belastingvoordeel? De investeringen op de Milieulijst moeten aan bepaalde eisen voldoen. Raadpleeg hiervoor de beschrijving en doorloop de stappen voor het indienen van een aanvraag als uw investering hieraan voldoet.

MIA\Vamil in de praktijk
Inspiratie nodig? Lees dan wat voorbeelden van ondernemers die gebruik hebben gemaakt van de MIA\Vamil:

In Hillegom zijn de watertoren en het bedrijventerrein klimaatbestendig gemaakt. Ook is aandacht besteed aan circulaire maatregelen, zoals het doorspoelen van toiletten met regenwater. De investeringen zijn gedaan met belastingvoordeel van de Milieu-investeringsaftrek (MIA) en Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil). "We proberen op allerlei fronten duurzaam te zijn", vertelt bedrijfsleider Hans Koppenol van AW Groep. Hoe precies?
“Duurzame bouw maakt de wereld een stukje mooier”   

"Het hoeft maar een bepaalde periode flink hard te regenen, of we hebben in Limburg problemen met wateroverlast", vertelt Janssen. Een manier om dat tegen te gaan, is door het water zoveel mogelijk vast te houden op hoger gelegen gebieden. Dat gebeurt op het bedrijventerrein Technoport Europe. Het regenwater wordt daar opgeslagen in grote buffers. "In het verleden werd het water afgevoerd naar de riolering en vervolgens naar de rioolwaterzuivering. Dat is zonde, want in principe is regenwater schoon."
"Regenwater vasthouden verkleint kans op wateroverlast én verdroging"


Meer weten over MIA\Vamil?
Kijk op de website van RVO

 

04-07-2024
Event
BT Event: ‘Sturende bedrijventerreinen, ruimte maken voor transities’
BT Event: ‘Sturende bedrijventerreinen, ruimte maken voor transities’

‘Sturende bedrijventerreinen – ruimte maken voor transities’ is hét thema van het 19e BT Event op donderdag 14 november in De Fabrique in Utrecht. Want naast een faciliterende rol door het accommoderen van ruimtevragen, hebben de 3800 bedrijventerreinen in Nederland als vitale infrastructuur per definitie een sturende impact op de wereld van morgen. Door te kiezen welke ruimtevragen je wel of niet accommodeert, welke activiteiten je wáár accommodeert, welke circulaire stromen je mogelijk maakt, hoe je ruimte biedt aan opwek en opslag van energie en hoe je een vruchtbare bodem legt voor innovatieclusters, kun je transities helpen versnellen. De ruimte en activiteiten op bedrijventerreinen hebben daarin een cruciale rol.  Het borgen van ruimte voor stadsverzorgende (circulaire) bedrijvigheid en praktische banen in de nabijheid van bevolkingsconcentraties, is een nadrukkelijk doel van gemeenten die bij gronduitgifte steeds vaker op maatschappelijke waardecreatie sturen.  Waar ruimte en grond al zijn vergeven, willen overheden – zo goed en kwaad als het gaat – regie terugpakken op bedrijventerreinen. Creatief omgaan met bestaande/beschikbare ruimte door beter benutten, intensiveren, stapelen en mixen vergroot zowel de maatschappelijke als economische output. Op nationaal niveau ontstaat – gevoed vanuit meervoudige schaarste – een nieuw paradigma van ‘keuzes maken’. Selectieve groei en het mogelijk afschalen van economische sectoren die veel ruimte vragen, maar een beperkte economische en maatschappelijke waarde genereren, zijn geen taboes meer. Tegelijk dringt het besef door dat bepaalde sectoren door digitale en circulaire transities juist méér ruimte nodig hebben. Denk daarbij aan grootschalige (data)logistiek, en de opslag/verwerking van reststromen. Deze relatief nieuwe ruimtevragers moeten zo goed mogelijk worden ingepast. Zowel fysiek-ruimtelijk, als binnen een duurzaam economisch-ruimtelijk systeem. Op het BT Event in Utrecht gaan we, samen met onze partners Provincie Utrecht, Gemeente Utrecht, Gemeente Amersfoort en de NV OMU, aan de slag met de sturende rol die bedrijventerreinen kunnen oppakken. Met een duidelijke focus op processen, praktische oplossingen, financierbaarheid en uitvoerbaarheid. HOUD DE CONGRESSITE IN DE GATEN VOOR MEER INFO.  

14-11-2024
Opinie
Wat mogen we verwachten van intensiveren?
Wat mogen we verwachten van intensiveren?

We willen steeds meer doen op de bestaande ruimte. Intensief ruimtegebruik wordt als oplossing gezien. Wat mogen we hiervan verwachten? Bedrijven die groeien, meer woningen, betere maatschappelijke voorzieningen, een grotere capaciteit op het energienet, ruimte voor water, groen en ecologie: we moeten en willen ook steeds meer doen in dezelfde ruimte. De strijd om de ruimte is dan ook al sinds enkele jaren een bekend onderwerp van debat.  Regelmatig kom ik overheden tegen die met concepten voor intensief ruimtegebruik aan de slag gaan als oplossing voor die ruimtelijke strijd. En als het gaat om de bedrijvenkant dan krijgen ook vastgoedontwikkelaars en eindgebruikers hier steeds meer oren naar. Maar is intensief ruimtegebruik dan ook echt dé oplossing? En hoe komen we nu tot daadwerkelijke realisatie? Intensiveren als oplossing Laten we wel wezen: de ruimtelijke ordening van enkele decennia geleden laat nog wel eens te wensen over. Zo worden mijn collega’s en ik regelmatig geconfronteerd met bedrijventerreinen uit de jaren ’80 en ’90 -of zelfs ouder- die behoorlijk inefficiënt en ook nog eens niet duurzaam zijn ingericht en nu met de problemen kampen. Op deze locaties is inderdaad winst te behalen met intensiever gebruik van de ruimte ofwel: ‘verdichten’.  Tegelijkertijd wil ik graag benadrukken dat als het om bedrijventerreinenruimte gaat, de cijfers voor leegstand van bedrijfsvastgoed in de afgelopen jaren zeer laag zijn, ver onder de gezonde frictieruimte van 5 procent. Dit is zo laag dat er op sommige plekken in Nederland zelfs te weinig schuifruimte is op bedrijventerreinen om de noodzakelijke herontwikkeling te kunnen bereiken. Herontwikkeling is immers vaak de eerste stap om te komen tot verdichting. Dit betekent dat naast intensiveren, ook altijd nog méér ruimte nodig is voor bedrijventerreinen.  Onze mening is dat landelijk minimaal 10 procent van de toekomstige ruimtevraag richting 2030 – 2040 opgevangen moet worden met herontwikkeling en intensivering, waarbij in Randstedelijke regio’s en specifieke werkmilieus 30 procent geambieerd zou kunnen worden. Concepten van de toekomst Intensiveren betekent:  de nieuwe locaties die nog ontwikkeld kúnnen worden efficiënt inrichten; herontwikkeling van bestaande bedrijventerreinen zodat deze vervolgens beter ingericht kunnen worden; functiemenging in bijvoorbeeld woonwijken, stadscentra of bedrijventerreinen, waarbij voor bedrijventerreinen geldt: monofunctioneel als moet, mengen als kan. Next level in verdichten is aan de slag gaan met bouwconcepten die de hoogte ingaan. De eerste tweelaagse logistieke en industriële panden zijn inmiddels in Nederland in opkomst, denk aan de tweelaagse wearhouse van DSV in Venlo of het tweelaags distributiecentrum van Jumbo in Woerden langs de A12. Dit is echter nog een handjevol.  Nog een stap verder zijn meerlaagse gebiedsinrichtingen. Dit zijn concepten waarbij op gebiedsniveau de hoogte in wordt gegaan.  Dit kan bijvoorbeeld door het maaiveld een niveau op te tillen waardoor een geheel gebied gebruik kan maken van twee lagen, met als voordelen dat de businesscase voor individuele gebruikers beter wordt door collectieve ontsluiting van de twee gebruikslagen en de kans voor goede ruimtelijke inpassing verbetert.  Demonstraties van benutting van de hoogte op gebiedsniveau zien we bijvoorbeeld op het voormalig Prodentterrein in Amersfoort dat strak tegen het stadcentrum aanligt en door vastgoedontwikkelaar Schipper & bos meerlaags en multifunctioneel wordt ontwikkeld, gefaseerd gedurende meerdere jaren.  Gerealiseerde voorbeelden waarbij echt het maaiveld verhoogd is zien we nog niet, maar in het ruimtelijk plan voor het gebied Strijkviertel in Utrecht komen we het wel tegen. Naar intensiveren met impact In de praktijk ligt het grootste deel van de kansen voor intensivering op bestaande bedrijventerreinen en dat hiervoor herontwikkeling nodig is als eerste stap. Herontwikkeling is het gemakkelijkste te realiseren als er sprake is van één groter verouderd en inefficiënt ingericht kavel, bijvoorbeeld voor de logistiek. De extra vierkante meters oppervlak die teruggebouwd kunnen worden verdienen de sanering en wederopbouw terug.  Ook binnenstedelijke locaties met hoge grondprijzen die door één vastgoedpartij ontwikkeld worden zijn kansrijk. Het aantal van dit soort locaties is echter beperkt.  Het gros van de verouderde bedrijventerreinen in Nederland vraagt om een herontwikkelingsaanpak, in de vorm van kansenzones waar bedrijven zijn die willen uitbreiden en investeren in combinatie met ondernemers die willen verplaatsen of stoppen, en een overheid die mee wil doen in een langjarig herontwikkelingsproces en ook de aanpak van de publieke ruimte hierin meeneemt.  Bij de herontwikkeling van bestaande bedrijventerreinen hoort soms ook: bedrijven een betere plek bieden op “informele locaties” zodat de bedrijventerreinruimte daardoor optimaal benut kan worden voor bedrijven die daar écht horen. Denk bij informele locaties aan inpassing in woonwijken of bedrijfshuisvesting in plinten.  Belangrijk aandachtspunt bij deze vorm van intensiveren is dat bedrijfsruimte op deze locaties veelal duurder is, hiervoor kunnen oplossingen worden geboden zoals sturing met bestemmingsplannen of een fonds. Grondprijzen en grondschaarste Als het gaat om meerlaagse gebouwen en gebiedsinrichting, dan zijn hoge grondprijzen en grond schaarste een absolute voorwaarde. Kijk maar naar plekken zoals Hong Kong en Singapore waar logistieke en industriële partijen het presteren om soms wel tot vijftien verdiepingen de lucht in te gaan.  Grondschaarste is ook de belangrijkste driver bij gebiedsconcepten. Natuurlijk vraagt dit ook om ruimte in het omgevingsinstrumentarium en andere manieren van gebiedsontwikkeling bij gemeenten en provincies, en een aanpassing van financieringsvoorwaarden bij financiële partijen.   Lees de publicatie ook op Stadszaken.nl.   Dit is een column van Marije Groen is principal consultant at Buck Consultants International (BCI). Ze is expert op het gebied van energietransitie en duurzaamheid in de economie, in de logistiek en op werklocaties. Na haar afstuderen aan de Universiteit van Amsterdam werkte ze bij de Provincie Zuid-Holland, totdat ze in 2017 in dienst trad bij BCI. Marije heeft brede ervaring met ruimtelijk-economische en duurzaamheidsstudies, bestuurlijke advisering en het opzetten van visies, strategieën, programma’s en actieplannen.

11-06-2024
Aanmelden nieuwsbrief