De komende jaren slaat Limburg de handen ineen om de bedrijventerreinen in de provincie verder te verduurzamen. Dit vanwege de noodzakelijke klimaat-opgaven en de uitdagingen op de energiemarkt. Het doel is de Limburgse bedrijven, gevestigd op bedrijventerreinen, te helpen om dit samen en met gerichte ondersteuning aan te pakken.

Om dit doel te kunnen bereiken zet de Provincie Limburg de zogenaamde SPUK-regeling verduurzaming bedrijfsmatig vastgoed in. Deze wordt met name ingezet voor het opzetten of verhogen van de organisatiegraad op Limburgse bedrijventerreinen ten behoeve van verduurzaming. Onderdeel hiervan vormt de realisatie van zogenaamde energyhubs, waar dat een oplossing kan zijn.

De Limburgse Ontwikkelings Maatschappij (LIOF), de Limburgse Werkgevers Vereniging (LWV) en de Ontwikkelingsmaatschappij Midden-Limburg (OML) vormen samen een speciaal hiervoor opgericht consortium. Zij trekken hierin samen op met onder andere de Limburgse gemeenten, RES-en, Enexis en het landelijk Programma Verduurzaming Bedrijventerreinen (PVB) Nederland.

Energyhubs als oplossing voor netcongestie

We worden allemaal geconfronteerd met netcongestie: de overbelasting van het energienet. Het ontwikkelen van een toekomstbestendig bedrijventerrein dat als energyhub voor haar omgeving fungeert, biedt interessante kansen. Een sterke energievraag en vaak ook -aanbod vanuit verschillende partijen komen in een klein gebied samen. De vraag naar energie is er in vele modaliteiten; in de vorm van elektriciteit, warmte en (duurzaam) gas. De oplossing kan zitten in samen slimmer de beschikbare energie in te zetten of gebruik te maken van slimme en duurzame opwek- of opslagsystemen.

Project Verduurzaming Bedrijventerreinen Limburg (VBL)

Onder deze naam gaat het consortium aan de slag. Hierbij wordt nauw samengewerkt met bestaande parkmanagement organisaties of ondernemersverenigingen op de bedrijventerreinen. Deze integrale samenwerking biedt grote mogelijkheden. Het consortium wordt gefinancierd vanuit de SPUK-regeling.

Doel

Het doel is om in 2027 op minimaal 59 Limburgse bedrijventerreinen de organisatiegraad op te zetten of te verhogen ten behoeve van de verduurzaming van deze terreinen. Waarvan bij 49 bedrijventerreinen de primaire inzet gericht is op het opzetten en verhogen van de organisatiegraad. En waarvan op minimaal 10 terreinen de inzet gericht is op het realiseren van een energyhub en/of projecten rondom klimaatadaptatie. Een ambitieuze maar haalbare doelstelling. 

Aftrap op 25 september

Op 25 september 2024 kwam het consortium, Enexis en PVB samen met de Limburgse gemeenten op het Provinciehuis. Doel was elkaar te informeren over de aanpak en mogelijkheden. Met als voorgenomen uitkomst een startlijst van bedrijventerreinen. Speciaal aangestelde ambassadeurs gaan op korte termijn het gesprek aan met de gemeenten, parkmanagement organisaties of ondernemersverenigingen op deze terreinen over de status, mogelijkheden en wensen. Op basis hiervan zal het actieplan worden aangescherpt.

Fotobijschrift
vlnr: Vanessa Silvertand,(OML) Jan Willem Tolkamp (LIOF), Sjoerd Mooren (LWV), Mike Ummels, (PL) Lidy Rutten (LWV), Ronald Pluijmakers (PL), Christa de Ruyter (PVB), Jean Boumans (OML)

25-09-2024
Event
Studiereis: Campussen, innovatiedistricten en startup-hubs
Studiereis: Campussen, innovatiedistricten en startup-hubs

Startups en scale-ups zijn een belangrijke motor voor economische groei en verdienvermogen. Veel startups en scale-ups zijn gevestigd op campussen. Het zijn dé plekken waar bedrijven innoveren en waar talent wordt opgeleid, met belangrijke spin-off naar de regionale arbeidsmarkt en economie. Op 1 en 2 april 2026 organiseren BT en TwynstraGudde de zesde 'campusreis'. Dit keer naar de zuidelijke Randstad. Campusomgevingen treken veel talent aan, wat voor overheden, bedrijven en kennis- en onderwijsinstellingen een motief is samen te werken aan de ontwikkeling van een campus- of innovatiedistrict. Het is dan ook niet gek dat bijna elke gemeente of regio in Nederland haar eigen campus, innovatiedistrict of startup-hub wil hebben. Tweedaagse studiereis Na vijf succesvolle eerdere edities zetten we bij deze zesde ‘Studiereis campussen, innovatiedistricten en startup-hubs’ koers naar de Zuidvleugel van de Randstad. We bezoeken een innovatiedistrict en publieke en private campussen. Soms voortgekomen uit een onderwijscampus die bedrijven naar zich toetrekken, of een bedrijfscampussen met een kennis- en onderwijscomponent. Meestal volwassen campussen, maar dit jaar ook een campus/innovatiedistrict dat nog in een pril stadium verkeert, maar waar een grote gebiedsontwikkelaar uit de Brainport-regio zich al financieel aan heeft verbonden en medio 2025 het eerste bedrijfsgebouwen opleverde. We volgen daarbij nagenoeg de route van de ‘Oude Lijn’ van Leiden naar Dordrecht, die zich steeds meer ontwikkelt als een kennis-as. De te bezoeken campussen kunnen dan ook niet los van elkaar worden gezien.  Tijdens de reis, die onder inhoudelijke leiding staat van campus-expert Gregor Heemskerk (partner TwynstraGudde), onderzoeken we wat de lessons learned zijn van de onderstaande innovatiehotspots: LEIDEN BIO SCIENCE PARK Van universiteits- en bedrijvencampus naar innovatiedistrict UNMANNED VALLEY Van vliegveld naar hét Nederlandse testcentrum voor onbemande technologie TITAAN DEN HAAG Van tabaksopslag naar private broedplaats voor creatieve startups en bedrijven BIOTECH CAMPUS DELFT/ PLANET B.IO Van DSM-site naar witte biotech-bedrijvencampus met opschaalcapaciteit LEERPARK DORDRECHT/DUURZAAMHEIDSFABRIEK Van MBO-campus naar maritime onderwijs- en bedrijvencampus MECHATRONICA INNOVATIE CAMPUS SCHIEDAM (MICS) Van verouderd bedrijventerrein naar high tech systems- en materialencampus Centrale vraag deze editie is:  Hoe ontwikkel, organiseer en financier je een campus en wie speelt daarbij welke rol? Subvragen zijn: Hoe stuur je als overheid op de totstandkoming van een campus en hoe werk je daarbij samen met de markt? Hoe stuur je als private organisatie(s) op de totstandkoming van een campus en hoe werk je daarbij samen met de overheid? Hoe betrek je onderwijs- en zorginstellingen en bedrijven bij de campus? Hoe organiseer je vastgoedontwikkeling op campussen/in innovatiedistricten? Hoe zorg je voor huisvesting voor start-ups, hoe bekostig je deze onrendabele faciliteit? Hoe zet je een triple helix-community of campusorganisatie op en hoe bekostig je dit? Hoe zorg je voor een cultuur van kennisuitwisseling en open innovatie waar bedrijven en onderwijs kunnen samenwerken en wat is daarbij de rol van de campusorganisatie? Hoe zet je een innovatieprogramma op? Hoe zorgt je voor levendigheid op de campus/het innovatiedistrict? Facts & Figures Wat: 2-daagse campusreis*; Wanneer: woensdag en donderdag 1 & 2 april 2026; Voor wie: iedereen die bij het ontwikkelen en organiseren van campussen, innovatiedistricten en start-up hubs betrokken is, of daarmee bezig wil; Inclusief: compleet verzorgd met lunches, diner, consumpties, overnachting, mogelijke entreegelden, vervoer, reisbegeleiding en een reisverslag achteraf; Kosten: € 1.550,00  AANMELDEN  

01-04-2026
Nieuws
Circulaire (binnen)havens in een nieuwe wereld: 10 learnings
Circulaire (binnen)havens in een nieuwe wereld: 10 learnings

Het is pakweg tien jaar geleden dat de RLI met het rapport Mainports voorbij de havens terzijde schoof ten faveure van Brainport Eindhoven. ‘Die nationale havens, dat leek een beetje de economie van gisteren, maar de realiteit is juist dat binnenhavens in de transitie van een lineaire naar circulaire economie de toekomst hebben.’ Dat was de boodschap van lector Cees-Jan Pen tijdens het BT & SKBN seminar 'Hoe maak je ruimte voor circulaire bedrijvigheid in binnenhavens?' op 13 februari 2025 in Amersfoort. ‘Het RLI-rapport ging destijds natuurlijk over de rol die havens speelden in een lineaire wereld, met een focus op doorvoer.’ Tijden zijn veranderd volgens de lector, (binnen)havens en watergebonden bedrijfskavels hebben vervullen een sleutelrol in een circulaire toekomst. Maar wie waakt er over die waardevolle kades, waar de circulaire stromen nu nog dun zijn, maar die al te gemakkelijk ten prooi vallen aan woningbouwontwikkelaars? Ontwikkelaars die deze kades willen omvormen tot een nieuwe goudkust met luxe appartementen en een sloepje voor de deur?  Dat het onderwerp leefde, bleek wel uit de grote opkomst van mensen uit het hele land die zich, vanuit zowel publieke als private zijde, inzetten voor binnenhavens in relatie tot de circulaire transitie en de bijbehorende modal shift. NVB: ‘Sterkere rol overheid nodig’ Tijdens een inleidend dubbelinterview met haveneconoom Bart Kuipers (Erasmus UPT) en Maarten van Gaans-Gijbels, voorzitter van de Vereniging van Binnenhavens (NVB), pleitte laatstgenoemde voor een ‘sterkere rol van de overheid’ om binnenhavens te beschermen. Kuipers legde de link met netcongestie: ‘Opeens is dat een probleem geworden, mede door onder andere de opkomst van de elektrische auto. Dat risico loop je ook met de circulaire economie. Opeens is die er. Dat betekent veel meer logistieke stromen die gekanaliseerd moeten worden. Havens – en vooral binnenhavens – spelen daarin een cruciale rol.’ Kuipers verwees ook naar transitiekundige (en inmiddels ‘nationale mental coach’) Derk Loorbach, die hout beschouwt als dé nieuwe drager van de Rotterdamse haven. Maar zo ver is het nog niet, constateerde de haveneconoom. Tot zijn spijt krijgen veel bedrijven hun circulaire businesscase nog niet rond. Dat geldt zowel voor de overslag zelf als voor producenten die hinder ondervinden van goedkope Chinese wegwerpalternatieven. Toch betekent dat volgens hem allerminst dat de publieke sector een afwachtende houding moet aannemen. ‘Die circulaire economie komt er sowieso.’ Port of Zwolle als voorbeeld Van Gaans-Gijbels pleitte voor een ‘zee- en binnenhavenstrategie’, waarbij zeehavens het grovere werk op zich nemen – waarvoor meer milieuruimte nodig is – en binnenhavens die zich specialiseren in bijvoorbeeld upcycling. ‘Havens moeten complementair aan elkaar zijn, en dat vereist afstemming.’ Hij wees op Port of Zwolle als goed voorbeeld: ‘vier havens die elk een eigen rol vervullen.’ Marije Groen van Buck Consultants International (BCI) vertelde over de Gebiedsvisie voor binnenhaven Maasbracht, waar zij als adviseur aan heeft meegeschreven. De kades van de haven zijn eigendom van Rijkswaterstaat (RWS), die in principe beleidsarm handelt, wist ze te vertellen. Maar zodra de gemeente een nieuwe ruimtelijke koers uitzet en dit in een visie vastlegt, brengt RWS de erfpachtvoorwaarden daarmee in overeenstemming. Zo wist de gemeente, zonder harde planregels, de toekomst van de binnenhaven als haven veilig te stellen. L’Ortye: ‘Iedereen in de keten moet profiteren’ Jean L’Ortye, directeur van grondwinnings- en transportbedrijf L’Ortye uit het Limburgse Elsloo, deelde tot slot zijn ervaring met de modal shift – of althans, de poging die het familiebedrijf had ondernomen om 7000 vrachtwagens van de weg te halen met vervoer van huishoudelijk restafval via het water. Dat liep vooralsnog spaak, omdat alle partijen in de keten op één lijn moeten zitten. Dat is lastig zolang er nog veel oude inkoopafspraken zijn en er ruis zit tussen beleids- en inkoopafdelingen van overheden en grote bedrijven. En natuurlijk spelen gevestigde belangen een rol. Zijn tip: de modal shift slaagt alleen als álle partijen in de keten er profijt van hebben – dus ook de vrachtvervoerder die in eerste instantie vracht verliest. Na de deelsessies koppelden deelnemers plenair terug wat zij als kritische succesfactoren zagen voor het creëren van ruimte voor circulaire bedrijvigheid in binnenhavens. Lector Cees-Jan Pen vatte de opbrengst van deze memorabele middag samen in tien takeaways: 10 learnings over circulaire binnenhavens Soms is een logistiek makelaar nodig. Het komt nog te vaak voor dat kadegebonden circulaire bedrijven vanaf de weg worden bevoorraad, met alle overlast van dien; Use it or lose it: een vaak geopperde manier om watergebonden kavels daadwerkelijk voor ‘nat’ gebruik in te zetten. Wat Pen betreft is dit een ‘last resort’; Zorg ervoor dat iedereen in de keten profijt heeft van de circulaire economie of modal shift; Zorg voor flexibiliteit, ook bij de afdeling vergunningen. De circulaire economie is nog in ontwikkeling; economen begrijpen dat, maar de afdeling vergunningverlening moet ook wendbaar blijven; Een belangrijke opmerking uit een subplenaire groep: betrek ondernemers bij de planning van watergebonden bedrijventerreinen. Port of Lille deed dit goed: als eigenaar én exploitant van de haven heeft zij beter zicht op de daadwerkelijk te verwachten stromen; You can’t beat the market: circulaire economie vraagt om sturing – ofwel in de vorm van vraagstimulering, ofwel door barrières op te werpen tegen dumping; Kijk kritisch naar aanbestedingsregels en mededingingsbeleid. Deze vormen niet zelden een belemmering voor duurzame innovaties; ‘Trek het tapijt weg onder gevestigde belangen’, stelt onderzoeker Merten Nefs. Regelgeving beschermt volgens hem vaak primair bestaande marktpartijen. Groei is nodig als motor voor de circulaire transitie, aldus Pen, die meer heil ziet in groei dan in ‘gebodsplanologie’. Zo zou zelfs de groei van de defensie-industrie een enorme boost kunnen geven aan de circulaire transitie. Last but not least: we stoppen circulaire economie te veel weg. Maak circulaire economie sexy.

19-02-2025
Aanmelden nieuwsbrief