Drie bedrijventerreinen in de provincie Zuid-Holland behoren tot de eerste 12 terreinen van Nederland die worden klaargestoomd tot inspirerende werklocaties voor de toekomst: ITC Hazerswoude-Dorp in Alphen a/d Rijn en bedrijventerrein Plaspoelpolder in Rijswijk zijn door de selectiecommissie van Werklandschappen van de Toekomst verkozen tot ‘Ambassadeursterrein’. Schieoevers/TU Delft is benoemd tot ‘Living Lab’.

Op deze Zuid-Hollandse bedrijventerreinen wordt binnenkort begonnen met onderzoek en innovatie, waarna ze als voorbeeldlocaties kunnen dienen voor de rest van Nederland. De missie van Werklandschappen van de Toekomst is dat binnen 8 jaar 1.000 bedrijventerreinen in ons land stappen aan het zetten zijn naar een duurzame, gezonde en groene toekomst.

De provincie Zuid-Holland tekende in 2023 als eerste provincie van Nederland een Green Deal met Stichting Werklandschappen van de Toekomst. Hierin werd afgesproken de komende jaren samen te werken aan de overgang naar toekomstbestendige bedrijventerreinen. Iets wat ook van groot belang is voor een florerende economie. In Zuid-Holland liggen zo’n 600 bedrijventerreinen. Hierop zijn 26.000 bedrijven gevestigd, samen goed voor een derde van de totale werkgelegenheid in Zuid-Holland. Deze bedrijventerreinen zijn vaak sterk versteend, waardoor ze gevoelig zijn voor de negatieve effecten van klimaatverandering.

Win-winsituatie

Meindert Stolk, gedeputeerde Economie en Innovatie voor de provincie Zuid-Holland: "Verduurzaming van bedrijventerreinen is essentieel voor een toekomstbestendige economie. Door groen en innovatief te ondernemen, versterken we niet alleen onze lokale gemeenschappen, maar dragen we ook bij aan de biodiversiteit en een gezonder Zuid-Holland. Een groen bedrijventerrein stimuleert het blokje om tijdens de lunchpauze. Een win-winsituatie dus. De 3 bedrijventerreinen in Zuid-Holland gaan een belangrijke ambassadeursrol vervullen en worden hét voorbeeld voor heel Nederland. Met elkaar maken we op deze manier het verschil."

De 3 bedrijventerreinen in Zuid-Holland, die gaan deelnemen aan het programma, worden ook door de selectiecommissie van Werklandschappen van de Toekomst geroemd om hun ambities. "Deze bedrijventerreinen kiezen bewust voor de rol van koploper. Hoewel nog niet alles bekend is over het programma dat we samen gaan doorlopen, hebben zij alle vertrouwen in de meerwaarde voor de aanwezige bedrijven op het terrein. Als selectiecommissie hebben we niet alleen naar de schriftelijke indiening van de aanvragen gekeken; we hebben de locaties ook bezocht. Zo konden we tijdens goede dialogen ons beeld compleet maken," zegt voorzitter Laurens de Lange van de selectiecommissie Werklandschappen van de Toekomst.

Noodzaak

Dat bedrijventerreinen in transitie gaan, is op alle fronten hard nodig. Veel terreinen zijn niet klimaatbestendig. Op zomerse dagen is het er snikheet en bij flinke regenval is er al snel sprake van hevige wateroverlast. Dit zorgt voor schade aan wegen en gebouwen. Daarnaast geldt voor de meeste bedrijventerreinen dat het onaantrekkelijke, grauwe werklocaties zijn. Slechts 1% van de 100.000 hectare aan bedrijventerrein bestaat uit natuur. Ook voor de biodiversiteit valt er dus veel te winnen.

Proeftuinen

De afgelopen maanden meldden zich in heel Nederland 43 bedrijventerreinen aan voor het programma. Daaruit heeft de werving -en selectiecommissie vier Living Labs en acht Ambassadeursterreinen gekozen.

Op de Living Labs, die fungeren als een soort proeftuinen, wordt vooral onderzoek verricht en zullen uitvindingen worden getest. Zo zal er bijvoorbeeld onderzoek worden gedaan naar de koelende waarde van groene gevels en het effect van een groene werkomgeving op gezondheid en productiviteit van werknemers.

Op de Ambassadeursterreinen worden de geteste innovaties breed toegepast, zodat zij gaan gelden als inspirerende voorbeeldlocatie voor een Werklandschap van de Toekomst.

‘Nieuw normaal’

Werklandschappen van de Toekomst is een brede coalitie van organisaties die zich inzetten voor een transitie naar toekomstbestendige bedrijventerreinen. Om deze beweging te versnellen, wordt samengewerkt met provincies, gemeenten, waterschappen, bedrijven, ondernemersverenigingen, bedrijventerreinen zelf en andere stakeholders. Samen wordt gewerkt aan onderzoek, innovatie en kennisdeling om uiteindelijk te komen tot een ‘nieuw normaal’.

11-12-2024
Nieuws
Brabant zet in op bottom-up aanpak bij herstructurering werklocaties
Brabant zet in op bottom-up aanpak bij herstructurering werklocaties

De provincie Noord-Brabant werkt aan een bijzondere herontwikkelingsmaatschappij voor bedrijventerreinen. Die moet gemeenten helpen bestaande werklocaties beter te benutten. De aansturing wordt niet top-down, maar loopt via regionale herstructureringsaanpakken, waarin gemeenten en regio’s voorkeurslocaties aanwijzen.‘Als de verkenning en de besluitvorming door Gedeputeerde Staten (GS) en Provinciale Staten (PS) optimaal verloopt, zouden we volgende bestuursperiode een uitvoeringsorganisatie operationeel kunnen hebben’, zegt Lars Torringa, planoloog Werklocaties regio Noordoost-Brabant bij de provincie.Gemeenten geven in regionaal verband aan dat herstructurering van bedrijventerreinen een belangrijk thema is, maar dat zij in de uitvoering tegen knelpunten aanlopen op het gebied van kennis, capaciteit en financiering. De provincie heeft daarop laten verkennen hoe deze opgave beter ondersteund kan worden.‘Wij hebben november vorig jaar van GS de opdracht gekregen om te verkennen hoe provinciaal instrumentarium voor herstructurering vorm kan krijgen‘, zegt Torringa. Conclusie uit het onderzoek was dat dat die overheidsgelieerd moet zijn, maar als organisatie op afstand van de provincie moet staan.'Wij zijn als provincie in dat geval wel aandeelhouder, maar de organisatie moet kunnen handelen als een marktpartij.’ Voor dit nieuwe instrument zijn volgens het onderzoek de basisvoorwaarden: voldoende uitvoeringskracht, revolverendheid, kennisopbouw en opereren op een duidelijke bestuurlijke afstand.Lees het hele artikel op StadszakenBeeld: Bureau BUITEN

28-05-2026
Nieuws
Waarom Eindhoven creatieve broedplek Sectie-C koopt: ‘Beste scenario’
Waarom Eindhoven creatieve broedplek Sectie-C koopt: ‘Beste scenario’

Eindhoven wil creatieve broedplaats Sectie-C zelf kopen en exploiteren om ook op lange termijn betaalbare werkruimte voor makers en ontwerpers te behouden. Volgens het college van B en W kan alleen zo de creatieve functie van deze plek veilig worden gestellen, ondanks woningbouw in dat het gebied. Huurders zijn voorzichtig positief. ‘Op lange termijn is dit de beste manier om de creatieve werkruimte in Sectie-C te borgen’, schrijft het college van B en W aan de raad. Aanleiding is de motie Borging van creatieve werkruimte van 1 oktober 2024, waarin de raad vroeg hoe de broedplaats ook in de toekomst behouden kan blijven.Sectie C is een creatief terrein in Tongelre, aan de oostkant van Eindhoven. In voormalige fabriekspanden werken hier meer dan 250 makers, ontwerpers en ondernemers. Het gebied is bijna 8 hectare groot en geldt als een van de grotere creatieve ecosystemen van Nederland. Met de aankoop van de gebouwen kiest de gemeente er nadrukkelijk voor om niet in tijdelijke oplossingen te blijven hangen. Volgens Samantha van Rooij, projectmanager van Sectie-C, is dat precies de kracht van deze stap. Zij noemt gemeentelijk eigenaarschap de ultieme manier om grip te houden. Andere instrumenten of constructies met andere partijen bieden volgens haar minder kans op succes.  De gemeente handelt daarbij vanuit maatschappelijk belang: waar woningcorporaties betaalbare woningen helpen borgen, doet Eindhoven hier in feite iets vergelijkbaars voor creatieve werkplekken. Goed voor de stad Anne Ligtenberg, eigenaar en hoofdontwerper van Bureau AM, spreekt van ‘iets unieks’ en prijst dat creatieven gelijkwaardig konden meepraten. Wethouder Mieke Verhees, wethouder Wonen, Wijken, Ruimte en Dienstverlening, noemt het principebesluit ‘heel goed voor de stad’ en zegt dat het ‘hard nodig’ is om creatieve ondernemers plek te blijven bieden. ‘Op deze manier zorgen we ervoor dat de ruimtes ook echt worden verhuurd als ateliers en creatieve werkruimtes, zodat Sectie-C een creatief ecosysteem blijft. Ook voor de lange termijn’, aldus Verhees. ‘Door als gemeente eigenaar te worden van de broedplaats Sectie-C, houden we de regie.’ Van Rooij onderstreept dat belang. Wat Eindhoven met Sectie-C doet, noemt ze een van de grootste stappen die de gemeente op dit vlak ooit heeft gezet. Voor zover zij weet, is er geen andere plek waar een gemeente een creatieve broedplaats van deze schaal voor vijftig jaar probeert veilig te stellen.  Met die keuze zet de gemeente niet alleen in op vastgoed, maar ook op stedelijk vestigingsbeleid. In de raadsbrief koppelt het college Sectie-C aan de ambitie om toptechnologie en toonaangevend design aan Eindhoven te blijven binden. Daarbij verwijst het ook naar Design Development Eindhoven, waar niet toevallig de programmalijn ‘ruimte’ centraal staat. De gemeente wil met de overname van  Sectie-C niet alleen de broedplaats behouden, maar ook 1.300 woningen en voorzieningen toevoegen. Uitgangspunt is dat Sectie-C betaalbaar blijft met is een gemiddelde huur van 85 euro per vierkante meter bruto vloeroppervlak. Stichting Sectie-C moet hoofdhuurder worden en vervolgens zorgen voor onderverhuur en beheer. Scenario's De gemeente onderzocht nog twee andere scenario’s voor het voortbestaan van Sectie-C. In het eerste scenario zou TBFOS eigenaar blijven, maar dan was volgens de gemeente een forse bijdrage nodig en bleef de creatieve functie slechts tijdelijk geborgd. Een tweede variant, met de stichting als eigenaar, strandde op financiering en een nieuwe subsidiebehoefte. Het principebesluit volgt op een langer traject. Al op 7 oktober vorig jaar kregen huurders het conceptschetsontwerp te zien. Stedenbouwkundige Tom van Tuijn en architect Servie Boetzkes lichtten toen toe hoe eerdere reacties in het plan waren verwerkt en welke keuzes nog openlagen. Huurders hoorden daar al dat de plannen voor een gemeentelijke aankoop concreet waren. In dat traject werd ook zichtbaar waar de spanning zit. Huurders vroegen om hoge ruimtes, onder meer voor mezzanines, maar zwaardere constructies maken het plan duurder. Om de werkruimtes betaalbaar te houden, moeten sommige gebouwen daarom eenvoudiger worden uitgevoerd. Daarna volgden participatiesessies over VOSP en mobiliteit, voor omwonenden en huurders. Onder huurders klinkt voorzichtig steun, al zijn er ook zorgen over de toenemende drukte door alle verdichtingsplannen. Van Rooij zegt dat die positief-kritische houding logisch is. Er moet nog veel worden uitgewerkt, en onder huurders leeft ook de vraag: ‘Kunnen we straks alle verschillende typen creatievelingen nog huisvesten?’ Die zorg speelt ook in gesprekken die huurders zelf met de buurt voeren. Zo is er het project Radicale Wegbereiders, een bottom-up-initiatief waarin met de omgeving wordt gesproken over de zachte waarden van het gebied. Een huurder laat ook weten te hopen dat Sectie-C niet de kant op gaat van Strijp-S, waar volgens betrokkenen ruimte voor creativiteit onder druk is komen te staan. Volgens Van Rooij is het daarom belangrijk dat creatieve ondernemers niet pas achteraf mogen reageren, maar daadwerkelijk aan tafel zitten. Dat gebeurt nu ook, onder meer bij de inrichting van de openbare ruimte. De uitdaging is volgens haar om de verschillende belangen in het gebied evenwichtig te bedienen. Zelf zegt zij daar geen grote zorgen over te hebben, juist omdat deze ontwikkeling anders wordt aangepakt dan eerdere binnenstedelijke transformaties. Ingrijpende veranderingen Wel erkent zij dat het gebied ingrijpend zal veranderen. Dat is volgens haar onvermijdelijk, maar biedt ook nieuwe kansen. Op hoofdlijnen zijn Sectie-C, de gemeente en de ontwikkelaar het volgens haar met elkaar eens. Om die balans ook in de uitvoering vast te houden, ligt er een samenwerkingsovereenkomst tussen gemeente, ontwikkelaar en Sectie-C. Volgens de gemeente levert aankoop geen risico’s op rond staatssteun, aanbestedingsrecht of het Didam-arrest. Wel volgt nader onderzoek naar onder meer leegstand, aanloopkosten en governance. Voor de vervolgstappen is 250.000 euro geraamd uit de reserve Strategische Investeringen. Ook is een WOKT-subsidie toegekend voor bovengrondse infrastructuur in Tongelre. De uitwerking moet uiterlijk in juni 2026 zijn afgerond. Lees het artikel ook op Stadszaken.nl

14-03-2026
Aanmelden nieuwsbrief