De jaarlijkse SKBN Studiereis ging eind mei naar de Oostenrijkse hoofdstad Wenen. Het was een reis waarbij de deelnemers kennismaakten met 'The other Vienna' en het ‘Fachkonzept Produktive Stadt'. Jan Jager, hoofdredacteur van BT en programmamanager van de reis, tikt 10 learnings op. 

De ontwikkeling van Wenen vertoont veel gelijkenis met andere Europese steden: een van vallen en opstaan. Alleen waren de pieken in Wenen hoger, en de dalen dieper. Als hoofdstad van het ooit machtige Habsburgse rijk telde de stad in 1910 meer mensen (2,1 miljoen) dan nu. Na het uiteenvallen van het Habsburgse rijk kelderde de populatie, tot een dieptepunt van 1,48 miljoen in 1987. Sinds de val van het IJzeren Gordijn groeit de stad weer als kool, vooral door immigratie. Wenen telt inmiddels weer iets meer dan 2 miljoen inwoners, verspreid over een oppervlakte van bijna tweemaal Amsterdam.

Wenen staat bekend om haar zeer actieve grondpolitiek, in combinatie met publiekrechtelijk instrumentarium zoals de Weense Bouwcode uit 2019. Die voorziet in maximale transactieprijzen voor grond voor gesubsidieerde, betaalbare woningbouw, gecombineerd met een eis van 2/3 betaalbaarheid van het wonen. Die betaalbaarheidseis rond woningbouw laat in mixgebieden weinig ruimte voor het ‘verweven’ van betaalbare bedrijfsruimte, en zo komen mixprojecten moeilijk van de grond. Mede hierom zette de stad recent de helft van de ‘pink zones’ (mixgebieden met een eis van minimaal 50 procent bedrijfsruimte) om in ‘red zones’ (dedicated bedrijventerreinen). Dat betekent niet dat de stad tegen mixen is. Sterker: Wenen wil in beginsel overal mixen (‘red zones’ uitgezonderd), maar het is grotendeels ‘non-productive mix’.

Om te voorkomen dat de woningmarkt economisch ruimtegebruik wegdrukt heeft de stad besloten vijf procent van haar grondoppervlak te borgen voor productieve economie. Het is één van de afspraken die beleidsmatig is vastgelegd in het uitgebreide ‘Fachkonzept Produktive Stadt’.

Op kleinere schaal realiseert de Wirtschaftsagentur (Vienna Business Agency) namens de stad normale en speciale bedrijfsruimtes en verhuurt deze voor betaalbare prijzen aan ondernemingen. Een voorbeeld van zo’n speciaal concept  is het Gewerbehof Seestadt: een gestapeld bedrijfsruimteconcept met circa 7.500 m2 vloeroppervlakte in het hart van het nieuwe stadsdeel Seestadt. Feitelijk verhuurt de Wirtschaftsagentuur de ruimtes voor commerciële prijzen omdat anders sprake is van staatssteun, en helpt huurders om hun of haar bedrijf op te starten. De ‘truc zit aan de achterkant, namelijk de realisatie van het gebouw en de financiering daarvan heeft een terugverdientijd van 40 jaar in plaats van de gebruikelijke 6-8 jaar in Nederland, waardoor andere huurprijzen kunnen worden gehanteerd.

Onder het beleidskader Produktive Stadt hangt het ‘productive sectoral plan’ uit 2017, waarin gebruiksmogelijkheden van grond in kleurcodes zijn vastgelegd met naast de hierboven beschreven ‘pink’ en ‘red’ zones ook de ‘kleurloze’ Integrierte Einzelstandorte: geïsoleerde fabrieksterreinen. Ook deze beschermt de stad actief.

Andere opvallende zaken

>> De Weense ‘mixmores’ is niet afwijzend tegenover grootschalige en overlast gevende ‘leisure’ op bedrijventerreinen. Sterker: productieve economie en leisure accorderen volgens de stad in beginsel met elkaar.

>> Ondanks de ligging ver buiten het centrum van de stad experimenteerde de Wirtschaftsagentur in Seestadt met het aanbieden van gestapelde werkruimte (Gewerbehof Steestadt). Daarmee wil het een voorbeeld stellen aan de markt. In heel Wenen is de ruimte schaars.

>> De Wirtschafsagentur zette als zelfstandige uitvoeringsorganisatie (onderdeel van de stad) een stap vooruit om van Seestadt nadrukkelijke een woon- én werkstad te maken. Het eerste gebouw dat de organisatie neerzette was een bedrijfsgebouw: het Technology Center. Sowieso is het opvallend dat de Wirtschafstagentur naast acquisitie ook bedrijfsruimte aanbiedt.

>> Met het Productive City sectoral plan uit 2017 borgt de stad niet alleen een significant aandeel ruimte voor productieve economie (5 procent, in Nederland is zo’n 2 tot 2,5 procent van de landoppervlakte in gebruik voor economische doeleinden), een transformatieverbod voor ‘red zones’ resulteerde ook in minder ‘gestunt’ door ontwikkelaars hetgeen louterend werkt op de stedelijke grondmarkt, die gevrijwaard bleef van al te dolle speculatiedrift. En de markt schijnt het oké te vinden, die weet waar het aan toe is. Sinds de aanscherping van het ruimtelijke beleid in  de ‘Vienna Building Code’, is grondspeculatie verder afgevlakt.

>> Wenen heeft twee gezichten. Aan ons werd nadrukkelijk ‘het andere Wenen’ gepresenteerd. Niet dat van Strauss, maar ‘The other Vienna: hotspot of technology and production’ zoals de directeur van de industrievereniging het muntte. Dit kwam meermaals terug. Wenen is véél meer. De grootste Duitstalige universiteitsstad met 200.000 studenten, een life-sciences stad, een gateway naar Zuidoost Europa.

>> Life sciences is heel groot in Wenen. Met 23 miljard omzet op 49.000 mensen. Dat is 4,5 ton per persoon. Niet alleen groot, maar ook hoogproductief.

>> In dat opzicht is Wenen misschien voor Oostenrijk een waterhoofd, maar een capital city voor Zuidoost Europa.

>> Wenen heeft in de jaren 80 veel grond gekocht. Dat bleek een hele goede investering!

>> De eigenaar van het bedrijventerrein in Siemering investeert zelf in innovatieve bedrijven die zijn gebied omgekeerd weer meer waarde geven. Deze combinatie van vastgoedexploitatie en bedrijfsinvesteringen pakt voor deze eigenaar op te lange termijn gunstig uit, en voor de stad eveneens.

>> Oostenrijkers hebben een handige constructie gevonden waarmee bedrijven via een stichting hun winsten onbelast of minimaal belast kunnen herinvesteren in R&D-projecten in eigen land. Zo jagen grote farmaceuten via geaffilieerde stichtingen de binnenlandse innovatie aan, die vervolgens weer ten goede kunnen komen aan dat bedrijf.


10 LESSONS LEARNED

1. Beleidsconsistentie is álles, het geeft duidelijkheid, voorkomt gestunt met grond en is uiteindelijk in ieders belang.

2. Ook voor Nederland is herijking van mixambities raadzaam. De stad zet in op méér mixed-use, en niet alleen in de pink zones (mixgebieden) maar in de hele stad. Maar het is grotendeels non-productive mix. Mixen van wonen met productieve economie is financieel lastig gebleken door hoge eisen ten aanzien van betaalbaar wonen. Maar dan nog beschouwt de stad een mix van wonen en productieve economie als uitdagend. De slotsom is dat de mixambitie rond productieve economie flink is afgeschaald en voormalige mixgebieden weer reguliere bedrijventerreinen zijn geworden.

3. Een klein gebaar kan een krachtig signaal geven. Het eerste gebouw in Seestadt was een werkgebouw. De boodschap: Seestadt is om in te werken. Overigens hielp de metrolijn die al op voorhand was aangelegd. De kost gaat soms voor de baat uit. Publieke investeringen lonen.

 4. Actieve grondpolitiek loont op de lange termijn. Het vergt alleen een lange adem en beschouw betaalbare bedrijfsruimte ook als dienst van algemeen economisch belang, net als sociale woningbouw. En wissel waar mogelijk een sociale woningbouwnorm in voor een werkruimtenorm.

5. Experimenteer met een gestaffelde grondprijsmethodiek, of creëer  een andere financiële constructie die de realisatie van betaalbare bedrijfsruimte beloont, bijvoorbeeld met lange looptijd financiering of  extra commerciële ontwikkelrechten (met inachtneming van les 2).

6. Acquisitie en huisvesting in één kan lonen. Je kan wel buitenlandse bedrijven aantrekken, maar waar moeten ze landen? In Wenen zit acquisitie en huisvesting (top op zeker hoogte) in één organisatie.

7. Europese strategische autonomie vraagt om nieuwe stedelijke merken. Een ál te toeristisch imago kan een economisch positionering in de weg zitten. Met ‘The other Vienna’ probeert Wenen het hardnekkige imago van Strauss van zich af te schudden. Ook een metropool als Amsterdam wil méér zijn als een museum en werkt momenteel aan een economische positionering.

8. Denk in perspectieven! Als je met een kleine bril kijkt, dan zie je kansen niet en ervaar je Wenen als een waterhoofstad voor Oostenrijk. Als je met een grote bril kijkt is Wenen dé  ‘capital city’ voor Zuidoost-Europa. Hoe zit dat met Nederland steden en regio’s?

9. Doorbreek het platte vastgoed denken. Neem voorbeeld aan de bedrijventerreineigenaar in Siemering die zowel in stenen als in bedrijven investeert en daarmee nadrukkelijk ook stuurt op economische impact.

10. Zoek slimme fiscale constructies die investeringen in binnenlandse innovatie bevorderen, stop met stunten met belastingtarieven om buitenlandse investeerders het hof te maken. Dat eerste zorgt uiteindelijk voor een sterkere economie, en strategische autonomie.
 

DOWNLOAD HIER HET VERSLAG

12-06-2025
Event
SKBN Studiereis 2026 naar Brussel en Charleroi
SKBN Studiereis 2026 naar Brussel en Charleroi

Zet in je agenda: van woensdag 3 t/m vrijdag 5 juni gaat de SKBN op werkbezoek naar Brussel en Charleroi. Het thema van deze reis is Ruimte voor werk en economische vernieuwing.Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest telt twee keer zoveel inwoners per vierkante meter als Amsterdam. Ruimte voor productieve, maar vanuit vastgoedontwikkelingsperspectief minder renderende activiteiten, zijn afgelopen decennia voor een belangrijk deel uit de stad verdwenen, en daarmee ook de praktische banen. Brussel, ooit een industriestad, telt een hoge werkloosheid. De stad werkt het afgelopen decennia daarom intensief aan het borgen van ruimte voor werk in de stad. Niet alleen voor banen, maar ook vitale voorzieningen waar de stad op draait. Bijzondere aandacht gaat daarbij uit naar circulaire activiteiten en stadsdistributie, waar de Brusselse Kanaalzone voor wordt heringericht. Daarnaast zet Brussel bij nieuwe gebiedsontwikkelingen in op het mixen van wonen met bedrijfsactiviteiten, voor zover het kan. Een belangrijke aanjagende rol is daarbij weggelegd voor de gewestelijke ontwikkelingsmaatschappij Citydev.Brussels, dat actief gronden verwerft.Charleroi heeft een overschot aan ruimte in de vorm van uitgestrekte, maar in ongebruik geraakte industrieterreinen. De stad torst ook de sociale ballast van dode industrie. Economische vernieuwing, al dan niet letterlijk op de fundamenten van oude industrieën, is hier de opgave. Dat doet de stad op geraffineerde wijze: niet door het wiel opnieuw uit te vinden, maar door te leren van de aanpak van andere steden en dit door te vertalen naar de eigen situatie. Dat resulteert onder meer in een geheel nieuw sciencepark Biopole ULB Charleroi (BUC), onderdeel van het BioPark Charleroi Brussels South, en logistieke investeringen rond een eigen vliegveld dat met behulp van reconversiegelden tot stand is gekomen.Je leert:Hoe Brussel strategisch grondbeleid voert om ruimte voor werk en sociale doelen te behouden, zelfs onder extreme ruimtedruk. Citydev.Brussels laat zien hoe erfpacht en selectieve gronduitgifte circulaire economie en gemengde wijken mogelijk maken.Hoe het mixen van wonen, werken en cultuur in oude industriële gebouwen levendige, toekomstbestendige wijken creëert, zoals in het Materialendorp en Lavoisiergebouw.Hoe Charleroi oude industrieterreinen herbestemt voor nieuwe economische activiteiten, zoals het Biopole ULB Charleroi (BUC), door slimme herbestemming en publiek-private samenwerking. En nog veel meer. Bovendien, een studiereis is ook bedoeld om van elkaar te leren!Facts&FiguresWat >> SKBN StudiereisWanneer >> Woensdag 3 t/m vrijdag 5 juni 2026Inclusief >> Volledig verzorgde 3-daagse busreis met inhoudelijk programma, 2 overnachtingen, 3 lunches en 1 diner.Prijs >> 1150 euro pp excl. BTWMeld je nu alvast aan 

03-06-2026
Nieuws
MEAN WELL vestigt Europees hoofdkantoor op De President in Hoofddorp
MEAN WELL vestigt Europees hoofdkantoor op De President in Hoofddorp

MEAN WELL vestigt zich op Businesspark De President, een gebiedsontwikkeling van SADC in Hoofddorp. De vestiging van MEAN WELL bevestigt de aantrekkingskracht van het businesspark voor internationaal opererende, technologie gedreven ondernemingen. De bouw van het nieuwe Europese hoofdkantoor start naar verwachting in het tweede kwartaal van 2026. De realisatie wordt verzorgd door Aan de Stegge Twello, met een geplande oplevering in mei 2027. Het gebouw wordt ontwikkeld op een kavel van 7.993 m² en krijgt een totale bruto vloeroppervlakte van 8.247 m² en een parkeerdek van 1.095 m² BVO. Over MEAN WELL MEAN WELL Europe is een internationaal bekende Taiwanese fabrikant van industriële elektrische voedingen, toegepast in onder meer ledverlichting, medische apparatuur, laadstations voor elektrische voertuigen en slimme energieopslagsystemen. Het bedrijf werd in 1982 opgericht door Jerry Lin in New Taipei City (Taiwan) en produceert sindsdien gestandaardiseerde elektrische voedingen onder eigen merknaam. MEAN WELL Europe ontving in 2025 de Amsterdam International Award voor zijn lokale betrokkenheid, technologische expertise en maatschappelijke impact. Met de vestiging op Businesspark De President zet MEAN WELL een volgende stap in de verdere uitbouw van zijn Europese activiteiten. Coleman Liu, Directeur MEAN WELL Europe: “MEAN WELL wil een duurzaam en technologie gedreven Europees hoofdkantoor realiseren dat eersteklas product- en technische ondersteuning biedt aan onze Europese klanten. De President, gelegen in het hart van Haarlemmermeer vlakbij Schiphol, biedt strategische voordelen dankzij zowel internationale als lokale bereikbaarheid. Naast deze strategische keuze zien wij ook een sterke match tussen de duurzaamheidsvisie van SADC en de maatschappelijke verantwoordingsdoelstellingen van MEAN WELL. Wij zullen een gebouw realiseren dat voldoet aan de LEED-richtlijnen voor groene gebouwen, met als doel het verhogen van de energie-efficiëntie en het waarborgen van duurzame bouw en exploitatie.” Een doordacht gebouw & uniek ontwerp Snow Lee, HR & Projectmanager MEAN WELL Europe: “Het door Hoogeveen architecten ontworpen gebouw sluit nauw aan bij de bedrijfsvisie en filosofie van MEAN WELL op het gebied van elektronische voedingen en energievoorzieningen. Het ronde gebouw is vormgegeven met vloeiende lijnen die vanuit een centraal atrium naar alle ruimten stromen. Dit concept weerspiegelt de werking van een stroomvoorziening als het hart van een systeem dat zorgt voor een betrouwbare energiestroom. In de nieuwbouw worden de eigen producten van MEAN WELL toegepast, onder meer voor gebouwbeheer, ledverlichting en zonne-energiesystemen. Het programma omvat een magazijnfunctie van 4.309 m², aangevuld met 2.843 m² aan kantoor-, seminar- en gemeenschappelijke ruimten. Hiermee wordt een combinatie gerealiseerd van logistieke functies, technische ondersteuning en hoogwaardige werk- en ontmoetingsplekken.” Koen Hoogeveen, Technisch directeur en architect van Hoogeveen architecten: “Als architect hebben we de essentie van MEAN WELL vertaald naar architectuur: een gebouw waarvan het DNA is gevormd door energie, beweging en verbondenheid.” Het ontwerp is gericht op het realiseren van een natuurlijke en prettige werkomgeving, met veel daglicht, lucht en een sterke verbinding tussen architectuur, landschapsontwerp en groen binnen en buiten. Duurzaamheid en toekomstbestendigheid Het gebouw wordt ontwikkeld volgens de LEED-richtlijnen voor groene gebouwen. MEAN WELL heeft in samenwerking met SADC een Value Added Plan opgesteld, waarin bedrijfsspecifieke en innovatieve oplossingen worden vastgelegd op het gebied van onder meer energie, biodiversiteit, circulair materiaalgebruik en het welzijn van medewerkers. Voor de ontwikkeling van MEAN WELL Europe omvat het Value Added Plan onder meer een groen sedumdak, begroeid met vetplanten die water opslaan in hun bladeren en daardoor onderhoudsarm en droogtebestendig zijn. Dit wordt gecombineerd met zonnepanelen, een parkeergebouw met laadpalen en een door HOSPER Landschapsarchitectuur ontworpen buitenruimte met een vijver, groenstructuren en waterdoorlatende verharding. Regenwater wordt via infiltratiekratten rechtstreeks in de bodem geïnfiltreerd. Daarnaast worden grote delen van het gebouw begroeid met klimplanten, waaronder klimop en blauwe regen. In het landschapsontwerp is gekozen voor (nagenoeg) inheemse boom- en plantsoorten en voor een vijver met natuurvriendelijke oevers. Samen met de begroeide gevels en balkonranden draagt dit bij aan een versterking van de lokale biodiversiteit en een hoogwaardige, groene leefomgeving. Eva Klein Schiphorst, Algemeen Directeur SADC: “De vestiging van MEAN WELL Europe op Businesspark De President bevestigt de positie van dit gebied als hoogwaardige vestigingslocatie voor internationaal opererende bedrijven in de innovatieve hightech-sector. MEAN WELL is een duidelijke aanwinst voor de gemeente Haarlemmermeer, niet alleen vanwege de economische betekenis, maar ook door de sterke maatschappelijke betrokkenheid en de actieve inzet op duurzaamheid binnen de bedrijfsvoering. Wij zijn verheugd dat MEAN WELL voor De President heeft gekozen en kijken uit naar de realisatie van dit architectonisch en duurzaam onderscheidende gebouw. Wij wensen MEAN WELL veel succes met de bouw van het nieuwe Europese hoofdkantoor.”

05-01-2026
Nieuws
Start realisatie hoogwaterbescherming en verduurzaming Willem-Alexanderhaven Roermond
Start realisatie hoogwaterbescherming en verduurzaming Willem-Alexanderhaven Roermond

Op 9 februari 2026 hebben Provincie Limburg, gemeente Roermond, Waterschap Limburg en Port of Roermond Coöperatief U.A. een realisatieovereenkomst getekend voor de hoogwaterbescherming en verduurzaming van de Willem-Alexanderhaven in Roermond. Dit is een belangrijke stap richting een hoogwaterveilige, duurzame en economisch sterke toekomst voor het havengebied en de stad Roermond.Het gezamenlijke ‘Maatwerkplan’ voorziet in de versterking en verhoging van de primaire waterkering (dijk) en de aanleg van een aanvullende maatwerkkering met logistieke kades. Hierdoor wordt niet alleen voldaan aan de actuele normen voor waterveiligheid, maar worden ook de bedrijven in het havengebied én het achterliggende gebied, beter beschermd tegen hoogwater.Europese subsidie voor Limburgse binnenhavensHet Maatwerkplan wordt voor een groot deel mogelijk gemaakt door een verkregen Europese subsidie. De Europese Unie stelt een miljoenensubsidie ter beschikking voor de doorontwikkeling van drie Limburgse binnenhavens, de Willem-Alexanderhaven in Roermond, de haven van Chemelot in Stein en de Beatrixhaven in Maastricht. Het betreft in totaal vier projecten met een totale investering van €76,3 miljoen, waarvoor Europa €37,4 miljoen bijdraagt. De subsidie is toegekend op basis van een aanvraag Connecting Europe Facility (CEF, Rhombus Upside I en II). Deze subsidie is bedoeld om projecten te steunen die het netwerk voor vervoer en transport binnen de Europese Unie verbeteren.Gedeputeerde Theuns: “De toegekende Europese subsidie zorgt ervoor dat het Maatwerkplan haalbaar is geworden en stelt ons in staat om onze innovatieve plannen en de mogelijkheden tot verduurzaming te realiseren. Het gezamenlijk vertrouwen van de overheid in dit project zal het havengebied in Roermond zeker een impuls geven”."We bouwen aan een sterkere dijk en tegelijkertijd zorgen we voor minder vrachtwagens op onze wegen en meer vervoer over water. Door veiligheid in Roermond te verbinden met onze andere binnenhavens maken we de logistiek duurzamer, geven we ondernemers nieuwe kansen en versterken we onze lokale economie,” vult gedeputeerde Jasper Kuntzelaers aan.Noodzakelijk dijkversterkingDe huidige kering is een versnipperd geheel van harde constructies en voldoet niet meer aan de eisen. Na de hoogwaterperiodes in de jaren ’90 is weliswaar een nieuwe dijk aangelegd, maar inmiddels is duidelijk dat deze onvoldoende hoog en sterk is. Door de kering op te hogen, te versterken en aan te sluiten op de hoge grond bij de N280, wordt het gebied beter beschermd tegen hoogwater. Belangrijk aangezien we, naast langdurige droogte, steeds vaker te maken krijgen met hogere waterstanden van de Maas.Economische versterkingDe noodzakelijke dijkverbetering wordt benut om de haven tegelijkertijd logistiek te versterken. Door de kering uit te voeren als een logistieke kering ontstaan nieuwe kades die zowel hoogwaterveiligheid bieden als geschikt zijn voor laden en lossen. Dit levert een belangrijke bijdrage aan de verduurzaming.Walstroom en stillere havenIntegraal onderdeel van de plannen is de investering in walstroomvoorzieningen. Hierdoor kunnen schepen tijdens hun verblijf aan de kade hun motoren uitschakelen. Dit zorgt voor minder CO₂- en stikstofuitstoot, minder geluidsoverlast en een aangenamere leefomgeving voor de directe omgeving van de haven.Intensieve samenwerking en financieringMet het ondertekenen van de realisatieovereenkomst is de volgende fase van het project gestart. In deze overeenkomst zijn de rollen, verantwoordelijkheden en financiële verplichtingen van alle partijen vastgelegd.PlanningNa goedkeuring van het projectbesluit door Provincie Limburg starten de bouwwerkzaamheden. Port of Roermond neemt samen met Waterschap Limburg de realisatie op zich. De oplevering van het project staat gepland voor medio 2027.Beeld: Port of Roermond

09-02-2026
Aanmelden nieuwsbrief