De fysieke ruimte voor economische activiteiten mag niet verder afnemen. Dat stelt het kabinet in de Ruimtelijk Economische Visie (REV), waarmee de ministerraad vrijdag heeft ingestemd. Bedrijventerreinen moeten worden behouden of gecompenseerd om het verdienvermogen van Nederland veilig te stellen.

‘Het kabinet geeft hiermee een belangrijk signaal af aan de ondernemers in Nederland’, zegt minister Karremans van Economische Zaken. Hij volgt Dirk Beljaarts op, die wegens het vertrek van de PVV uit de coalitie moest opstappen.

‘We zullen ons, samen met gemeenten en provincies, inzetten om bedrijven de ruimte te geven die zij nodig hebben om te blijven groeien, nu en in de toekomst. Dit is essentieel voor Nederland: voor onze banen en inkomsten, maar ook om niet afhankelijk te zijn van landen buiten Europa', aldus Karremans.

De visie is gebaseerd op de eerder gepubliceerde Ruimtelijke Economische Verkenning 2024, die analyseerde hoe de vraag naar economische ruimte verandert en wat dat betekent voor ruimtelijk beleid. Daarmee onderstreept het kabinet dat toekomstbestendig economisch beleid hand in hand moet gaan met ruimtelijke keuzes.

Drie principes

In het document stelt het kabinet drie principes vast voor het behoud van fysieke economische ruimte. Zo moet er een samenhangend ruimtelijk systeem ontstaan op nationaal en internationaal niveau. Gebieden van nationaal belang, zoals zeehavens en kennisregio’s, worden daarin beschermd.

Ook moet het totaal aan economische ruimte in Nederland minimaal gelijk blijven. Verdwijnende bedrijventerreinen moeten elders worden gecompenseerd. Daarbij wordt diversiteit nagestreefd: ruimte voor zowel industrie als logistiek als kantoren en kennisclusters.

Ten derde moet de kracht van regio’s worden benut. Dat betekent een sterkere afstemming op lokale kenmerken, bestaande bedrijvigheid en strategische ligging.

Vitaliteit van steden

Met de REV reageert het kabinet ook op het rapport Future-proofing the Dutch Economy van PwC. In dat rapport werd opgeroepen tot actiever ruimtelijk-economisch beleid. 

Tevens vormt de visie een inhoudelijke reactie op een motie van Kamerleden Boomsma, Vedder en Meulenkamp, die aandrongen op een economische invalshoek binnen ruimtelijke afwegingen.

Karremans: ‘Hiermee bieden we niet alleen ruimte voor bedrijven, van klein tot groot, maar dragen we ook bij aan het leefklimaat in Nederland, de maatschappelijke vitaliteit in steden en brede welvaart.’ Het kabinet ziet dit als randvoorwaarde voor een toekomstbestendig Nederland.

Bouwsteen Nota Ruimte

De REV vormt een bouwsteen voor de komende Nota Ruimte, waarin de langetermijnvisie op de ruimtelijke inrichting van Nederland wordt vastgelegd. Die nota wil verantwoordelijk minister Keijzer nog voor het zomerreces in de ministerraad laten behandelen en dan in het najaar publiceren.

Daarnaast werkt het kabinet met decentrale overheden en het bedrijfsleven aan een uitvoeringsagenda. Daarmee moet de Ruimtelijk Economische Visie concreet vorm krijgen in beleid en ruimtelijke keuzes.

‘Niet te onderschatten signaal’

Cees-Jan Pen, lector de Ondernemende Regio aan de Fontys Hogeschool Economie en Communicatie, zegt in een eerste reactie tegen Stadszaken dat het besluit van de ministerraad een mooie logische uitkomst is van het Programma Ruimte voor Economie dat in 2023 onder voormalig minister van Economische Zaken en Klimaat, Micky Adriaansens in gang is gezet.

‘Ik hoop dat dit besluit van Karremans leidt tot een substantiëler programma en dan met name om de bestaande ruimtes op bedrijventerreinen beter te benutten. Er was ooit de impulsaanpak binnensteden waar 100 miljoen euro voor beschikbaar was. Eenzelfde bedrag zou ook voor bedrijventerreinen minimaal beschikbaar moeten komen', zegt Pen. 

Het besluit van de ministerraad is ook een hoopgevende stap volgens de lector voor de Nota Ruimte waarin, zo verwacht hij, meer balans komt tussen wonen en werken. ‘Daar lijkt het nu wel op met deze notitie. Er komt gewoon een meer integraler afweging tussen wonen en werken en dat is heel hard nodig. Uiteindelijk is het aan lokale en provinciale partijen om daar invulling aan te geven. Dit besluit van de demissionaire regering is al met al een niet te onderschatten signaal.'

Lees het artikel ook op Stadszaken.nl

 

22-06-2025
Nieuws
Stadseiland-Zuid in Utrecht klaar voor volgende stap naar gemengd en toekomstbestendig stadsdeel
Stadseiland-Zuid in Utrecht klaar voor volgende stap naar gemengd en toekomstbestendig stadsdeel

Stadseiland‑Zuid in Utrecht maakt zich op voor een grote verandering: van bedrijventerrein naar een gemengd stadsdeel waar ruimte is voor wonen, werken en recreëren. In de Programmatische Verkenning staat hoe deze ontwikkeling de komende jaren wordt aangepakt. Dit document vormt het startpunt voor de gesprekken met bewoners, ondernemers, de gemeenteraad en andere partners.Stadseiland‑Zuid heeft de potentie om uit te groeien tot een aantrekkelijk centrumgebied binnen Groot Merwede, met ruimte voor een stevige mix van wonen én werk. Naast de geplande meer dan 10.000 woningen ontstaat er ruimte voor circa 7.100 banen, variërend van maakbedrijven en creatieve ondernemingen tot maatschappelijke en commerciële voorzieningen. Met de komst van de Merwedelijn, groene stadsstraten en het nieuwe oeverpark Rondje Stadseiland krijgt het gebied een compleet nieuw karakter.“De ontwikkeling van Stadseiland‑Zuid vraagt om dappere keuzes en een nauwe samenwerking met de ondernemers en bewoners die hier nu al actief zijn. We willen een gebied maken waar je prettig kunt wonen én werken, met voldoende voorzieningen en ruimte voor economische ontwikkeling,” aldus wethouder Schilderman (o.a. Ruimtelijke Ordening).Het gebied kent ook duidelijke opgaven om bestaande barrières om te zetten in gebiedskwaliteiten. Samen met het Rijk en regionale partners verkent de gemeente in vervolgonderzoeken maatregelen om deze uitdagingen aan te pakken, zoals alternatieven voor de verkeersafwikkeling en slimme oplossingen voor een gezondere en stillere leefomgeving. Deze opgaven maken onderdeel uit van de vervolgstappen.Groot Merwede en RijnenburgStadseiland‑Zuid vormt samen met o.a. Papendorp en Merwede het gebied Groot Merwede, dat tussen Utrecht Centraal en Nieuwegein ligt. Het is één van de grootste toekomstige woningbouwlocaties van Nederland. Samen met de ontwikkeling van Rijnenburg biedt dit gebied ruimte voor de groeiende behoefte aan betaalbare woningen, voorieningen én werklocaties.Het Rijk erkent deze landelijke behoefte: Groot Merwede/Rijnenburg is aangewezen als een van de 17 belangrijkste ontwikkelgebieden van Nederland, met een potentie van 63.000–75.000 woningen en 33.000–45.000 banen.Belangrijke schakel in de zuidwestelijke stadsontwikkelingStadseiland‑Zuid heeft door zijn centrale ligging een cruciale rol tussen Merwede, Papendorp en Rijnenburg. De Merwedelijn, de toekomstige snelle OV-verbinding, is daarbij een belangrijke randvoorwaarde om het gebied goed te ontsluiten voor zowel bewoners als bedrijven.VervolgstappenDe Programmatische Verkenning vormt de eerste stap in een meerjarig planproces. De inzichten worden verder uitgewerkt in een Uitgangspuntennotitie, een Omgevingsvisie en uiteindelijk een Omgevingsplan. De gemeente Utrecht gaat hierover in gesprek met bewoners, ondernemers, de gemeenteraad en andere betrokkenen. 

24-03-2026
Nieuws
Rotterdam keert dalende trend: 71.000 m² méér bedrijfsruimte
Rotterdam keert dalende trend: 71.000 m² méér bedrijfsruimte

Door het beperken van transformaties, in combinatie met het stimuleren van uitbreiding en subsidies voor maakindustrie, is de voorraad bedrijfsruimte in Rotterdam afgelopen bestuursperiode met bijna 71.000 m² gegroeid. Daarmee heeft het stadsbestuur de aan zichzelf opgelegde doelstelling voor behoud van bedrijfsruimte gehaald.In het ‘Collegetarget Bedrijfsruimte’ uit 2022 staat dat de voorraad bedrijfsruimte tot 2026 minimaal op hetzelfde niveau moet blijven als in 2022: 4.269.525 m² bruto vloeroppervlakte (bvo). Daarmee was Rotterdam de eerste stad in Nederland die een expliciete doelstelling formuleerde voor het behoud van bedrijfsruimte. De teller stond op 1 november op 4.335.128 m² bvo. Dat is 70.657 m² meer dan in 2022, aldus de ‘Eindverantwoording 2022 – 2026’, waarin het college van Leefbaar Rotterdam, VVD, D66 en DENK haar eigen prestaties langs de meetlat legt.Actieplan BedrijfsruimteHet positieve saldo is vooral te danken aan het beperken van transformaties van bedrijfspanden en -locaties naar woningen. Grote, maar ook veel kleinere onttrekkingen zijn tegengehouden. Alleen al ‘op Zuid’ gaat dit om ruim 100.000 m². Daarnaast is nieuwbouw van bedrijfsruimte en uitbreiding gestimuleerd, met onder meer subsidie voor maakbedrijven en andere maatregelen uit het Actieplan Bedrijfsruimte, waarmee het college de bedrijfsruimtedoestellingen ondersteunde.Industrieel (mede)gebruikEen concreet voorbeeld is het besluit van het college van B en W om ruimte voor economie terug te brengen op het vrijgekomen voormalige Hunter Douglas-terrein op het Eiland van Feijenoord op Rotterdam-Zuid. De gemeente heeft ingestemd met herontwikkeling, onder voorwaarde dat er minimaal 33.000 m² bedrijfsruimte terugkomt, waarvan minimaal 18.000 m² in milieucategorie 3.1 of hoger. ‘Hunter Douglas’ wordt als grote trendbreuk in stedelijk beleid gezien, in elk geval in Rotterdam. Waar de afgelopen decennia de meeste voormalige haven- en fabrieksterreinen op Zuid werden getransformeerd naar woningbouw, wordt hier bewust gekozen voor behoud van industrieel (mede)gebruik. De ruimte is bedoeld voor de maritieme maakindustrie. ‘Deze sector is van vitaal belang voor zowel de Rotterdamse als de nationale economie’, aldus de gemeente.Banen voor Rotterdammers‘We hebben als college een duidelijke economische koers gekozen: ruimte voor Rotterdamse ondernemers. Die aanpak werkt. Rotterdam is de eerste gemeente die haar doel voor bedrijfsruimte heeft vastgesteld én gehaald en daarmee de neerwaartse trend keerde’, zegt wethouder Robert Simons. Bron: BT Online.nl

11-02-2026
Aanmelden nieuwsbrief