Op het bedrijvenpark Kraaiven in Tilburg hebben twee buren, de Bibliotheek Midden-Brabant en Trekatex, de handen ineen geslagen om hun terrein te vergroenen. En dat was nodig, want bij regen stonden medewerkers en bezoekers regelmatig tot hun enkels in het water. Hun advies? Wacht niet af, maar pak de kansen die er liggen – met de juiste hulp én financiële ondersteuning.

De aanleiding: overlast en onwetendheid

Beide bedrijven kampten regelmatig met wateroverlast. “Bij flinke regenval stond ons terrein gewoon blank,” vertelt Bart Lauwaars van Bibliotheek Midden-Brabant. “De afwatering kon het simpelweg niet aan.” Ook bij Trekatex waren de problemen merkbaar, vult Rob Swaans aan. “De bestaande grindbakken uit de jaren '60 waren ooit bedoeld om regenwater op natuurlijke wijze te laten infiltreren in de bodem, maar die konden de toenemende piekbuien niet meer verwerken.”

Maar zelf het initiatief nemen om het terrein klimaatbestendig te maken? Dat was er eerlijk gezegd nog niet van gekomen. “Het kost gewoon veel geld,” zegt Rob. “En we wisten helemaal niet dat daar subsidie voor was.”

De start: hulp van buitenaf

Dat veranderde volgens Rob toen adviesbureau Dobro in opdracht van gemeente Tilburg de bedrijven benaderde om hun buitenterrein te vergroenen. "Het adviesbureau had ons perceel op het oog vanwege de omvang en de mogelijkheden voor klimaatadaptieve maatregelen.”

“Zodra we hoorden dat het samen kon met de buren én er ook financiële ondersteuning was van de provincie, gemeente en het waterschap, zijn we serieus gaan kijken,” zegt Bart. “We wisten niet van die mogelijkheden af, maar als we ons steentje kunnen bijdragen zonder een al te grote eigen investering, waarom dan niet?”

De uitvoering: kratten, groen en grasbeton

Het project werd groots aangepakt en duurde vier maanden, met als belangrijkste maatregel het afwateringssysteem. Onder de grond ligt nu een uitgebreid systeem met zogenaamde infiltratiekratten: grote kunststof bakken waarin het regenwater langzaam kan wegzakken in de bodem. Bart: "We hebben een heel aardig zwembad hier onder de grond gestopt, waar je gewoon met een vrachtwagen overheen kunt rijden. En mocht het systeem tóch vollopen, dan is er een overloop naar de riolering. Maar dat is zelden nodig.”

Boven de grond is het terrein opnieuw ingericht. Er kwamen grasbetontegels op de parkeerplaatsen, die waterdoorlatend zijn en ruimte bieden voor groen. Langs de gevels zijn plantvakken aangelegd, en een lange doorgang tussen de panden is vergroend. “Het ziet er niet alleen beter uit,” zegt Rob, “het werkt ook echt. Het water verdwijnt waar het hoort: in de grond, niet op de stoep.”

De begeleiding: cruciale rol voor een tussenpartij

Zonder de hulp van Dobro was dit project er volgens de heren waarschijnlijk niet van gekomen. “Zij hebben alles gecoördineerd,” zegt Bart. “We hebben nooit rechtstreeks contact gehad met de gemeente of provincie – dat regelde Dobro allemaal. Van het eerste plan van aanpak tot de subsidieaanvraag en de uitvoering: alles liep keurig via hen.”

Die ondersteuning was geen overbodige luxe. “Wij zijn ondernemers, geen klimaatspecialisten,” zegt Rob. “De wegen naar instanties kennen we niet goed en het subsidietraject is dan best ingewikkeld. Dan is het fijn als er iemand is die weet wat mogelijk is en hoe je het aan moet pakken.”

Het resultaat: droge voeten en een groener terrein

Het uiteindelijke resultaat is zichtbaar én voelbaar. Wateroverlast is verleden tijd, volgens Rob de allergrootste winst. De planten beginnen goed te groeien en geven het terrein een vriendelijkere uitstraling. Ook medewerkers merken het verschil. “Zo’n stukje groen, hoe klein ook, maakt het gezelliger,” zegt Bart. “Mensen zitten vaker buiten, halen een keer water voor de planten of trekken er wat onkruid uit. Dat is ook gewoon leuk.”

Natuurlijk vergt het groen ook onderhoud, en er zijn altijd dingen die beter kunnen. “Je moet nadenken over wat je in de plantvakken zet,” zegt Rob. “Niet alles groeit vanzelf, en je moet niet verwachten dat het geen werk meer is. Maar dat heb je op een verhard terrein ook, dat hoort erbij.”

Kijk wat mogelijk is en vraag om hulp

Wat zouden ze andere bedrijven aanraden? “Allereerst: kijk wat er mogelijk is,” zegt Bart. “Wij hadden geen idee dat er subsidie beschikbaar was. Dat is zonde, want het maakt het financiële plaatje een stuk minder. Zo’n kans wil je dus niet laten liggen.”

“Schakel ook hulp in,” vult Rob aan. “Er zijn adviseurs en bureaus die precies weten hoe dit soort projecten werken. Die kunnen je helpen met het plan, de aanvraag en de uitvoering. Dat maakt het ook voor kleinere bedrijven haalbaar.”

Rob en Bart zijn dus tevreden met het resultaat, maar geven ook een waarschuwing mee: “Als je zelf al begonnen bent met wat aanpassingen op je terrein, zoals wij met grindbakken en struikjes, houd er dan rekening mee dat er misschien weer aanpassingen gedaan moeten worden. Dus als je denkt aan vergroening, zoek vooraf uit wat er zoal mogelijk is.”

Deze aanpak is mede mogelijk gemaakt met subsidie van provincie Noord-Brabant, gemeente Tilburg en waterschap. De beschikbare regelingen verschillen per locatie en moment. 

Kijk voor voorbeelden en informatie op de pagina duurzamertilburg.nl

 

Tekst: Michael Doove

01-07-2025
Nieuws
Eerste stap gezet richting Maritime & Seafood Campus Urk
Eerste stap gezet richting Maritime & Seafood Campus Urk

Donderdag 12 februari 2026 zetten Provincie Flevoland en gemeente Urk samen met Firda, Horizon en 10 koploperbedrijven vanuit Urk Seafood en Urk Maritime, een belangrijke eerste stap richting de ontwikkeling van een Maritime & Seafood Campus Urk (MSCU). Met het ondertekenen van een intentieverklaring spreken de partners hun gezamenlijke ambitie en inzet uit om gezamenlijk de planfase vorm te geven. Gezamenlijk bouwen aan MSCU  Op basis van een haalbaarheidsonderzoek door Berenschot en de gesprekken met zowel seafood als maritieme bedrijven, zijn de kansen en mogelijkheden voor een campus verkend. Daaruit kwam naar voren dat een kennis-, innovatie- en opleidingscentrum op het gebied van maritiem en seafood de kansen lokaal en regionaal verder versterkt. Dit wordt door alle partijen onderschreven en daarom zetten ze gezamenlijk de schouders eronder om aan de slag te gaan. De ondertekening van deze intentieverklaring markeert meer dan een formele stap; het is het startpunt van een gezamenlijke beweging. De Maritime & Seafood Campus wordt een motor voor vernieuwing, duurzaamheid en groei. De gemeente Urk heeft hiervoor een kavel gereserveerd op het nieuwe bedrijventerrein Port of Urk.”Als regio pakken we de kansen die voor ons liggen en investeren we doelgericht in de toekomst van de maritieme en seafood sector. Samen zetten we koers naar een krachtige, toekomstbestendige campus”, aldus gedeputeerde Klopman. Van intentie naar uitvoering  De intentieverklaring markeert het begin van de planfase. In deze fase werken de partners samen aan: Concretisering van de campus: uitwerken van plan, programmering, scope, functies en businesscase Samenwerkingsprogramma’s: op duurzaamheid & innovatie en human capital & talentontwikkeling De ondertekening is een belangrijke eerste stap. De echte invulling – wie gaat wat doen, welke middelen zijn er nodig en hoe komen deze beschikbaar – volgt in de komende periode. Met deze stap geven de partners een duidelijk signaal: we gaan ervoor. Samen werken we aan een toekomstbestendige campus die als vliegwiel dient voor samenwerking, innovatie, talent, en groei in de maritieme en seafoodsector in Flevoland. “Een maritieme campus is de kweekvijver voor technische innovatie en maritiem talent in onze regio." aldus Meindert-Jan de Boer – Directeur De Boer Marine. Foto: ©Fotostudio-Wierd

12-02-2026
Nieuws
Zuid-Holland introduceert ‘bedrijfje erbij’ in omgevingsbeleid
Zuid-Holland introduceert ‘bedrijfje erbij’ in omgevingsbeleid

Terwijl ‘straatje erbij’ nog volop onderwerp van debat is, komt Zuid-Holland nu met een opvallende nieuwe variant: ‘bedrijfje erbij’. De provincie wil beperkte uitbreiding van bedrijventerreinen als aparte uitzondering opnemen in de Omgevingsverordening. In het Statenvoorstel voor de herziening van de Omgevingsvisie trekt Zuid-Holland tegelijk een strakkere lijn voor bouwen in de open ruimte.  De provincie wil een ‘beschermingsgebied onbebouwde ruimte’ opnemen in de Omgevingsverordening. Daarbinnen worden stedelijke ontwikkelingen sterker begrensd. Uitzonderingen blijven wel mogelijk.  Naast grote buitenstedelijke bouwlocaties, ‘straatje erbij’ en enkele kleinschalige ontwikkelingen noemt de provincie nu ook ‘bedrijfje erbij’: een regeling voor beperkte uitbreiding van bedrijventerreinen.  Die keuze is opmerkelijk omdat Zuid-Holland een term uit het woningbouwdebat doortrekt naar werken en economie.  ‘Straatje erbij’ draait om kleine woningbouwlocaties aan de rand van stad of dorp. Met ‘bedrijfje erbij’ zegt de provincie feitelijk dat ook bedrijven soms extra ruimte nodig hebben, terwijl de open ruimte juist beter moet worden beschermd. Uitzondering in streng ruimtebeleid De achtergrond is een bredere koerswijziging. Zuid-Holland wil zuiniger omgaan met de schaarse ruimte en onbebouwde gebieden beter beschermen.  Die ruimte is volgens de provincie nodig voor landbouw, water, energie en natuur. De provincie zet wonen en werken daarbij bewust naast elkaar. Voor ‘straatje erbij’ geldt al een specifieke regeling. Voor bedrijventerreinen in Zuid-Holland komt er nu een vergelijkbare route.  Daarmee wordt ‘bedrijfje erbij’ een nieuw instrument in hetzelfde debat over ruimte aan de randen van stad en dorp.  In de zienswijzen klonk bovendien door dat gemeenten behoefte hebben aan maatwerk en eigen afwegingen. Ook werden de regels voor ‘straatje erbij’ als te strikt ervaren.Functiemenging op campussen  De nieuwe term staat niet los van ander economisch beleid. In hetzelfde voorstel van GS staat dat de eind 2024 vastgestelde Ruimtelijk Economische Visie is verwerkt in het omgevingsbeleid. Ook zijn nieuwe regels opgenomen om de milieuruimte op bestaande bedrijventerreinen beter te benutten.  Op zwaardere terreinen moet de nieuwe vestiging van lichtere bedrijven worden beperkt. Verder wordt functiemenging mogelijk op campussen als Leiden Bio Science Park, TU Delft Campus en NL Space Campus.  De provincie herschrijft daarmee haar aanpak voor bedrijventerreinen op meerdere punten. Dat hangt ook samen met de nieuwe VNG-handreiking over milieuzonering.In de zienswijzen klonk zorg over die nieuwe systematiek, over risico’s voor bestaande terreinen en over te weinig uitbreidingsruimte in de onbebouwde ruimte. In reactie daarop zijn regels aangepast.  Tegelijk is ‘bedrijfje erbij’ daaraan toegevoegd. De term krijgt een plek in de Omgevingsverordening en wordt daarmee onderdeel van de regels waarmee de provincie richting geeft aan gemeentelijke omgevingsplannen.  Provinciale Staten nemen woensdag 3 juni 2026 een besluit over het voorstel.Lees het artikel ook op Stadszaken.nl

01-04-2026
Aanmelden nieuwsbrief