Het Rijk wil participeren in de verdere ontwikkeling van de circulaire WESTAS. Dat was de boodschap die minister van Infrastructuur en Milieu, Melanie Schultz van Haegen aan de Tweede Kamer overbracht.

Deze ambitie is voortgevloeid uit het bestuurlijk overleg op 14 oktober 2015 tussen de regio en het Rijk over het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte & Transport (MIRT). Namens de Amsterdamse regio waren vertegenwoordigers aanwezig van de Provincie Noord-Holland, Gemeente Amsterdam, Gemeente Haarlemmermeer, Havenbedrijf Amsterdam, Schiphol Group, VGB, Simadan en Delta Development.

Op initiatief van de Metropoolregio Amsterdam (MRA) hebben het Rijk, de regionale overheden en het bedrijfsleven afspraken gemaakt over de ontwikkeling van de WESTAS. De WESTAS wordt de circulaire werkplaats van de regio Amsterdam en omvat de corridor van Aalsmeer via Schiphol naar het Noordzeekanaalgebied. Hier creëert het bedrijfsleven met hulp van de overheid een plek waar de groei van de economie wordt gekenmerkt door een circulair gebruik van grondstoffen en materialen. De ondersteuning van de overheid zal in eerste aanleg zich richten op regelgeving die ruimte moet geven aan deze vorm van economische groei.

SADC zet samen met de betrokken partners de volgende stap om de circulaire werkplaats van de MRA te realiseren. Het centrale vraagstuk daarbij is: hoe kunnen we onze internationale concurrentiepositie verbeteren en tegelijkertijd een leefbare groei van de MRA mogelijk maken?

Meer, meer, meer…

Meer bewoners en extra economische activiteiten betekenen natuurlijk ook meer consumptie, meer energiebehoefte, meer watergebruik, meer levensmiddelen, meer stedelijke distributie, meer bezoekers, meer verkeersstromen en meer vervoersbewegingen. Meer van alles en dus ook meer afval. Daarbij worden grondstoffen ook nog eens schaarser, zoals fosfaat en zeldzame metalen, zijn de reserves aan olie en gas eindig en wordt de afvalberg alsmaar groter. Eigenlijk weten we al jaren dat onze huidige manier van produceren, vervoeren en consumeren op termijn onhoudbaar is. Een transformatie van onze wegwerpmaatschappij is noodzakelijk.

Innovatieve cross overs

De partners zoeken naar een manier om deze uitdagingen het hoofd te bieden, en kijken als onderdeel van de oplossing naar een uniek gebied in de regio en de wereld: de WESTAS. Op kleine afstand van elkaar zijn vier aan elkaar geschakelde hubs: de haven, luchthaven, greenport, en dataport AMS-IX. Deze vier hubs dragen bij aan een gedifferentieerde omgeving in een relatief klein gebied, een goede bereikbaarheid en een sterke economie. De partners zien kansen voor cross overs bij innovatie, zoals nu al gebeurt in de Hotspot Circular Economy The Valley en Simadan in de haven. Maar dit is nog niet genoeg.

Logistiek ‘enabler’ transitie circulaire economie

We willen gebruik maken van de bestaande (logistieke) bedrijven en de initiatieven en ambities van deze bedrijven om te komen tot een meer circulaire economie. De vier hubs vormen idealiter daarbinnen de draaischijf voor de nieuwe logistieke stromen die hieruit voortvloeien. Daarvoor heeft de WESTAS in potentie de fysieke- en milieuruimte om de stap te kunnen maken naar initiatieven met feitelijke impact.

En nu?

Op dit moment werken de partners van de WESTAS hard om de gezamenlijke ambitie om te zetten in verdere actie. Met de betrokkenheid van het Rijk en de regionale partners worden begin 2016 de afspraken vastgelegd en wordt het programma gestart voor de periode 2016-2018. Alle ervaringen die in de Green Deal Cirkelstad Amsterdam worden ingebracht, dragen hieraan bij.

 

01-12-2015
Nieuws
Drie miljoen voor Zuid-Hollandse innovatiecampussen
Drie miljoen voor Zuid-Hollandse innovatiecampussen

De provincie Zuid-Holland heeft middels het programma Kansen voor West een financiële bijdrage van maar liefst €3 miljoen toegekend aan innovatiecampussen in de regio. De campussen brengen een innovatie-ecosysteem samen waarin bedrijven en kennisinstellingen samenwerken. Ze spelen een essentiële rol in het realiseren van de ambities in de Groeiagenda Zuid-Holland, het stimuleren van innovatie, het creëren van nieuwe bedrijvigheid en de reductie van CO2. Het geld is bedoeld om de campussen te versterken en de samenwerking met mkb-partijen te vergroten. Daarnaast bevordert de subsidie de samenwerking tussen de innovatiecampussen. Een gezamenlijke Investerings- en Samenwerkingsagenda In opdracht van de Economic Board Zuid-Holland en de provincie Zuid-Holland heeft adviesbureau Buck Consultants International een gezamenlijke investerings- en samenwerkingsagenda voor de campussen in Zuid-Holland opgesteld. Deze agenda geeft richting aan de ontwikkeling van de campussen en daarnaast worden terreinen voor samenwerking geïdentificeerd. Meer samenwerking helpt om het volledig potentieel van de campussen te benutten en oplossingen voor de grote maatschappelijke transities te versnellen. Buck heeft berekend dat er voor al deze investeringen – zoals beschreven in de ‘Investerings- en Samenwerkingsagenda’ – minimaal €54 miljoen nodig is. Hierbij geldt de randvoorwaarde dat de campusorganisaties de capaciteit hebben om deze plannen uit te werken en financiering te verkrijgen. Deze financiering zal in veel gevallen afkomstig zijn van diverse partijen, waaronder overheden, kennisinstellingen en het bedrijfsleven, op Europees, nationaal, provinciaal en lokaal niveau. Lees dit artikel ook via Economic Board Zuid-Holland  

14-03-2024
Nieuws
Advies SER Overijssel: Elk bedrijventerrein telt
Advies SER Overijssel: Elk bedrijventerrein telt

Bedrijventerreinen zijn belangrijk als vestigingsplek voor een groot deel van de maakbedrijven en industrie in Overijssel, met zowel praktijk als theoretisch geschoolde werknemers. Ook zijn ze relevant voor de landelijke, provinciale en gemeentelijke ambities op het gebied van brede welvaart, klimaat, duurzaamheid en (regionale) circulaire economie. Verder spelen bedrijventerreinen een rol in de leefbaarheid op het platteland, de lokale energievoorziening en mobiliteit.  SER Overijssel heeft daarom het advies ‘Elk bedrijventerrein telt!’ geschreven aan Gedeputeerde Staten. Immers ook voor Overijssel geldt: ‘Niet alles kan’. Nu door de ruimteclaims vanuit verschillende sectoren zoals wonen, landbouw, natuur, recreatie èn werken, elke m2 zo efficiënt mogelijk moet worden benut, is feitelijk ieder bedrijventerrein relevant. Dit klinkt logisch, maar in de praktijk blijkt dat (te)veel aandacht uitgaat naar nieuwe bedrijventerreinen of het vernieuwen en transformeren van bedrijventerreinen. Het is goed om in Overijssel aandacht te hebben voor topwerklocaties, maar ook het bedrijventerrein om de hoek telt mee en zorgt voor lokale economie, welvaart en leefbaarheid. De provincie Overijssel kiest voor een brede benadering wat betreft werklocaties en erkent de grote rol van bedrijventerreinen voor het (ruimtelijk) faciliteren van de grote transities (energie, circulair, digitaal). Het gaat om duurzaam & gezond, fysiek-ruimtelijk en om de sociaaleconomisch economische ontwikkeling. Bedrijventerrein spelen bovendien een sleutelrol te voldoen aan het Klimaatakkoord. De SER Overijssel heeft adviezen uitgewerkt: Vergroot de organisatiekracht op bedrijventerreinen Zorg dat de basis(locatie)factoren op orde zijn Richt de ruimte toekomstbestendig in Zet een stip op de horizon Versnel de uitvoering door kennisdelen en experimenteren  Het advies ‘Elk bedrijventerrein telt!’ is uitgebracht door de SER Overijssel op verzoek van Gedeputeerde Staten. Diverse stakeholders van binnen en buiten Overijssel hebben hiervoor input geleverd. Het advies dient als bouwsteen voor de komende beleidsperiode. Klik hier om het adviesrapport te lezen.

24-01-2024