Door een klein percentage van de landbouwgrond om te zetten naar ruimte voor bedrijven en energie-infrastructuur, kan de rest van de economie zich weer vele tientallen jaren ontwikkelen. Dat schrijft Peter Wennink in zijn rapport dat hij opstelde in opdracht van het demissionaire kabinet.

In het langverwachte rapport ‘De route naar toekomstige welvaart’ pleit de voormalig CEO van ASML Wennink voor structurele investeringen in de Nederlandse economie. De komende 10 jaar voor een bedrag van 180 miljard euro. Een nationale investeringsbank met 10 miljard startkapitaal moet daarbij als aanjager fungeren. Het rapport legt sterk de nadruk op ruimte voor economie, technologie en infrastructuur. Frank Hazeleger, voorzitter van SKBN, en Wendy de Jong, voorzitter van ROM-Nederland, reageren op de aanbevelingen van Wennink en gaan in op de gevolgen voor ruimte voor werk en regionale economie.

Volgens de voormalig ASML-topman is een herverdeling van de fysieke ruimte een noodzakelijke randvoorwaarde voor economische groei. De huidige schaarste aan ruimte voor bedrijven is volgens hem geen natuurgegeven, maar het resultaat van keuzes. ‘66 procent van de Nederlandse grond wordt gebruikt voor landbouw, tegenover minder dan 3 procent door bedrijven, die wel het overgrote deel van de economische waarde creëren.’

Die analyse wordt herkend door Frank Hazeleger, voorzitter van SKBN en directeur van Ontwikkelingsmaatschappij Utrecht (OMU). Volgens hem is het rapport een belangrijk tegengeluid in een ruimtelijk debat dat de afgelopen jaren sterk door woningbouw is gedomineerd. ‘Er mag wat minder nadruk liggen op wonen en meer op werken. Ruimte voor werk is cruciaal voor werkgelegenheid en voor het nationaal economisch product.’

Ook Wendy de Jong, voorzitter van ROM-Nederland en directeur van Oost NL, onderschrijft de nadruk die hij legt op randvoorwaarden. ‘Samen met Wennink zijn wij het eens dat we in Nederland iets te doen hebben aan de randvoorwaarden voor economische groei. Kapitaal alleen is niet de oplossing.’

Fysieke ruimte als randvoorwaarde

Wennink benadrukt dat geld alleen niet voldoende is. Hij besteedt veel aandacht aan randvoorwaarden, waaronder voldoende fysieke ruimte voor economie en (data)infrastructuur, het oplossen van knelpunten als stikstof en energie en het versnellen van ruimtelijke procedures. Die staan economische ontwikkeling nu vaak in de weg.

‘Pak de nationale regie terug voor projecten die van groot economisch en strategisch belang zijn voor Nederland. Wijs hiervoor locaties aan en implementeer gedoogconstructies voor parallelle bouw- en vergunningverlening’, schrijft Wennink. Ook wil hij dat gemeenten worden verplicht om voldoende grond voor bedrijven uit te geven.

Volgens Hazeleger is het waardevol dat Wennink expliciet benoemt dat keuzes onvermijdelijk zijn. ‘Hij zegt niet alleen dat we moeten kiezen, maar ook ten koste waarvan. Dat maakt het verschil met andere visies, zoals de Ruimtelijke Economische Visie, waar uitbreiding van werklocaties minder expliciet wordt benoemd.’

De Jong benadrukt daarbij het belang van samenwerking tussen overheden. ‘Het klinkt als een no-brainer, maar we moeten blijven samenwerken, ook bovenregionaal. Op regionaal niveau weten organisaties elkaar goed te vinden, maar kijk ook naar hoe andere regio’s successen boeken en wat daarvan kan worden overgenomen. Not invented here is soms juist een kracht en geen bedreiging.’ Volgens haar brengen ROM’s daarbij de combinatie in van landelijke dekking en diepe regionale worteling.

Technologie en campussen

Een betere verdeling van schaarse ruimte is volgens Wennink nodig om minimaal 1,5 tot 2,0 procent structurele economische groei te realiseren. Die groei is noodzakelijk om de welvaartsstaat betaalbaar te houden en speelt ook een rol in de nationale veiligheid. ‘Zonder voldoende economische kracht zijn we niet in staat om ons land effectief te verdedigen in een eventueel gewapend conflict.’

Wennink hamert daarnaast op het belang van technologie en campussen. ‘Campussen zijn cruciale fysieke plekken waar kennis, innovatie en industrie samenkomen. Zonder versterking, uitbreiding en structurele financiering ervan verzwakt Nederland economisch en technologisch.’

Hazeleger onderschrijft het belang van het hoogwaardige, innovatieve deel van de economie, maar plaatst daarbij wel een kanttekening. ‘Het rapport is sterk gericht op de bovenkant van de markt. Dat is begrijpelijk en noodzakelijk, maar er is ook een grote groep bedrijven die die top ondersteunt. Denk aan maakindustrie, logistiek en circulaire bedrijvigheid. Die komen minder nadrukkelijk terug, terwijl ook zij ruimte nodig hebben.’

De Jong sluit daarbij aan en wijst op het belang van de juiste plek voor bedrijven. ‘Bedrijven moeten voldoende en geschikte ruimte hebben, en op de juiste plek, in het juiste ecosysteem. Die verantwoordelijkheid ligt niet bij ons, maar ROM’s hebben wel een signaalfunctie.’ Volgens haar zien ROM’s waar innovatieve bedrijven tegenaan lopen en waar kansen en knelpunten ontstaan. ‘Dat signaleren we niet alleen, maar we helpen bedrijven ook bij het vinden van oplossingen en zorgen dat signalen op de juiste bestuurlijke tafels terechtkomen.’

Procedures versnellen

Voor bedrijven die wel een locatie hebben, is het verkrijgen van een bouwvergunning vaak een langdurig en complex proces. Volgens Wennink is er sprake van grote variatie in structuur, formulering en detaillering van ruimtelijke procedures tussen gemeenten, wat veel capaciteit kost.

Hij pleit onder meer voor kortere vergunningstrajecten, consistente omgevingsregels en een wettelijke verankering van nationale regie op economische sleutelprojecten via een aanpassing van de Omgevingswet. Ook stelt hij een aparte versnellingsregeling voor cruciale projecten voor en wil hij succesvolle regionale werkwijzen breder toepassen.

Volgens Hazeleger raakt Wennink hiermee een belangrijk uitvoeringsprobleem. ‘Het gaat niet alleen om visie, maar vooral om uitvoeringskracht, en die ligt vaak op regionaal niveau. In zowel de Nota Ruimte als andere beleidsstukken mis ik soms die concrete vertaalslag naar de praktijk.’

Wet Regie Bedrijven

Net als bij woningbouw zou ruimte voor bedrijven volgens Wennink onder een versnelde procedure moeten vallen. Hij pleit daarom voor een ‘Wet Regie Bedrijven’, naar analogie van de Wet Regie Volkshuisvesting, om bezwaar- en beroepsprocedures te verkorten.

Dat het anders kan, blijkt volgens hem uit de snelle realisatie van de LNG-terminal in de Eemshaven, waar het Rijk vanwege internationale ontwikkelingen ingreep.

(Data)infrastructuur en investeringen

Een belangrijk deel van het rapport is gewijd aan economische infrastructuur, zoals zeekabels, glasvezel, datacenters en supercomputers. Zonder uitbreiding daarvan dreigt Nederland kennis en werkgelegenheid te verliezen. ‘Onze strategische afhankelijkheid op digitaal gebied is nu al enorm.’

Ook hier ziet Hazeleger een duidelijke lijn. ‘Wennink laat zien wat economische groei daadwerkelijk oplevert. Die opbrengsten kunnen vervolgens ook worden ingezet om andere maatschappelijke opgaven aan te pakken, zoals de transitie in de landbouw.’

De Jong wijst in dat verband op de discussie over een nationale investeringsbank. ‘Die discussie blijft zich ontwikkelen. Iedereen is het erover eens dat ROM’s goed moeten samenwerken met een nationale investeringsinstelling, onder meer om te zorgen voor een goed gevulde pijplijn van kansrijke investeringen.’ In aanloop naar zo’n instelling is Invest-NL recent extra gekapitaliseerd. ‘Dat vraagt ook van ROM’s meer risicokapitaal voor vroegefase-startups, om die pijplijn te kunnen blijven voeden.’

Ruimtelijke prioritering

Volgens Wennink vraagt schaarste om scherpe keuzes, zowel in investeringen als in de fysieke leefomgeving. ‘We moeten inzetten op hoogproductieve sectoren en niet op laagproductieve economische activiteiten.’

Hazeleger ziet dat het thema ruimte voor werk de afgelopen tijd nadrukkelijker op de agenda is gekomen, maar plaatst een kanttekening. ‘De aandacht is er, maar de vraag is of dit ook wordt doorgezet in concreet beleid en middelen, zeker met een nieuwe regering. Daar zit nog steeds werk aan de winkel.’

Tot slot benadrukt De Jong dat investeringen alleen maximaal renderen als ook de randvoorwaarden op orde zijn. ‘Naast risicodragend investeren in innovatieve ondernemingen is het essentieel dat Nederland investeert in excellente randvoorwaarden voor ondernemers, óók in de regio. Dat vraagt om een significante verhoging van het structurele budget voor ecosysteemversterking. Met meer middelen kunnen ROM’s bijdragen aan een effectievere uitvoering van innovatie- en industriebeleid, regionaal én bovenregionaal, en kan versnippering van loketten voor ondernemers worden tegengegaan.’


Dit artikel is ook te lezen op bt-online

19-12-2025
Achtergrond
Herontwikkeling van Spaanse Polder Rotterdam
Herontwikkeling van Spaanse Polder Rotterdam

Het bedrijventerrein Spaanse Polder is van strategisch belang voor de Rotterdamse economie. Buck Consultants International heeft de gemeente Rotterdam en de partijen die op het terrein gevestigd zijn, ondersteund bij het opzetten van een publiek-private aanpak voor herontwikkeling en herprofilering van het terrein. Deze richt zich op zeven perspectiefvolle locaties in het gebied, geselecteerd met behulp van de kansenzone-aanpak. Zo kunnen Bedrijvenraad en gemeente hun gezamenlijke toekomststrategie realiseren.Strategisch belang van bedrijventerrein Spaanse PolderSpaanse Polder is een Rotterdams bedrijventerrein van ruim 300 hectare groot en huisvest ruim 25.000 banen. Het terrein is strategisch gelegen in stedelijk gebied en tegelijkertijd ontsloten via de A4, A20, A13 en A16. De ligging en omvang maakt dat het terrein een belangrijke rol vervuld in het palet van werklocaties van Rotterdam.Tegelijkertijd heeft het terrein een grote opgave. Onderdelen zijn verouderd of niet goed ingericht voor de gewenste doelgroepen. Daarnaast zijn er veel kansen om de ruimte beter te benutten. De komende vier jaar gaat de gemeente Rotterdam daarom samen met ondernemers, provincie en het Havenbedrijf  aan de slag met de herontwikkeling en herprofilering van de Spaanse Polder. Hiermee krijgt het bedrijventerrein een stevige impuls, die past bij de dynamiek van stad en regio. BCI heeft de gemeente en partijen op het bedrijventerrein geholpen met het maken van de strategie voor deze herontwikkelingsopgave. Hierna volgen de belangrijkste onderdelen hieruit.   Vijf doelgroepen leveren toekomstbestendig profielHet bedrijventerrein heeft vijf belangrijke doelgroepen: de zwaardere industrie, maakindustrie, food, (stedelijke) distributie en de circulaire economie. Deze sectoren bieden volop marktperspectief. Uit analyses blijkt dat deze doelgroepen de komende jaren blijven groeien. Die groei vraagt om extra ruimte en Spaanse Polder kan die ruimte bieden. Het bedrijventerrein is uniek in de Randstad en Rotterdamse Regio. Het beschikt namelijk over droge kavels, watergebonden kavels en kan plek bieden aan bedrijven met een lage én hoge milieu-impact. Bovendien ligt het dicht bij de stad. De strategie is om op Spaanse Polder ruimte vrij te maken voor doorgroeiers en nieuwe bedrijven uit de regio die in deze sectoren vallen.Meest perspectiefvolle plekken aangewezen via kansenzone aanpakHet gebied in één keer herontwikkelen is een enorme uitdaging, gelet op de grote omvang van ruim 300 hectare. Daarom wordt de herontwikkeling gefaseerd aangepakt via zogenaamde kansenzones. In deze door Buck Consultants International (BCI) ontwikkelde kansenzone aanpak zijn vijftien locaties geselecteerd waar herontwikkeling het meest kansrijk is. Op deze locaties is sprake van bijvoorbeeld veroudering, (buur)bedrijven die willen uitbreiden of er zijn strategisch gelegen (natte) kavels voorhanden. Tot slot is voor de zeven meest perspectiefvolle locaties uitgewerkt hoe de herontwikkeling georganiseerd en gefinancierd kan worden.Spaanse Polder op de drempel van daadkrachtig doorpakkenDe zeven meest perspectiefvolle locaties vormen de motor voor ruimtelijk-economische vernieuwing van de Spaanse Polder. Op deze plekken kan morgen al de schop in de grond en kan gebiedstransformatie echt in beweging komen. Het advies dat BCI gegeven heeft om tot uitvoering te komen bestaat uit  twee onderdelen.Zet een passende organisatie op: Om snel tot actie over te gaan maar ook langjarige inzet te garanderen, is naast financiering een passende organisatie cruciaal. Alleen zo kunnen maatschappelijke opgaven en belangen goed worden samengebracht. Hiervoor moet een koepel van de Bedrijvenraad en gemeente -een Taskforce- worden opgericht. Deze Taskforce fungeert als verbindende schakel tussen alle partijen in het gebied met een boegbeeld uit de gemeentelijke organisatie als gezicht, ondersteund door een ervaren projectleider herontwikkeling die aan de slag gaat met de zeven prioritaire kansenzones. Het gemeentelijke Kernteam vormt de motor achter de Taskforce.Herontwikkelingsspecialist Jan Brugman, onderdeel van het projectteam van BCI, zegt hierover: “Bepalend voor een succesvolle start is dat slagvaardig kan worden geopereerd en dat goede vaardigheden, wil, durf, vernieuwing en flexibiliteit zijn geborgd. De bemensing van de organisatie luistert heel nauw.”Het Kernteam stemt direct af met gemeentelijke directies en onderhoudt het contact met ondernemers via Buurtverenigingen. Waar nodig wordt het team uitgebreid met specialisten op het gebied van handhaving, juridische kwesties, vastgoedrekenwerk en projectfinanciering. Zo ontstaat een multidisciplinair, flexibel team met stevige kennis van gebiedsontwikkeling, contractvorming en een ondernemende houding.Organiseer financieringFinanciering is doorslaggevend voor succesvolle herontwikkeling van de Spaanse Polder. Ten eerste is er budget nodig voor inzet op kerntaken als schoon, heel en veilig. “De centrale opgave is het beter benutten van het bedrijventerrein door optimale verkaveling of gebouwen op te toppen, met als doel om meer beschikbare ruimte voor bedrijven te realiseren”, stelt Brugman. “Maar de integrale opgave is breder dan dat alleen. Om bedrijven te verleiden te investeren of zich te vestigen op het terrein, is ook een veilige, schone, groene en gezonde omgeving nodig. Dit is onlosmakelijk met elkaar verbonden.” Ten tweede moet er stevig geïnvesteerd worden in nieuwe en bestaande kades. Dit vraagt om goede samenwerking tussen gemeente, havenbedrijf, provincie en ondernemers. Ten derde is het van belang een revolverend herontwikkelingsfonds in te richten. Met een jaarlijkse reservering ontstaat een fonds voor de komende vier jaar. Het fonds is niet statisch: als het effectief blijkt, vergroten extra stortingen het beschikbare kapitaal. Dit leidt op termijn tot hogere opbrengsten omdat kavels en vastgoed worden doorverkocht. Zo versterkt het fonds zichzelf en blijft het gebied in een constante ontwikkelstroom.Foto: Flickr | Sander Sloots

02-04-2026
Nieuws
Onderzoek naar ruimtegebrek in de Rotterdamse haven en verbeteren leefomgeving van start
Onderzoek naar ruimtegebrek in de Rotterdamse haven en verbeteren leefomgeving van start

Het Rijk, de provincie Zuid-Holland, de gemeente Rotterdam en het Havenbedrijf Rotterdam starten vanuit NOVEX een onderzoek naar oplossingen voor het ruimtegebrek in de haven én het verbeteren van de leefomgeving in de regio. Dit is nodig om de transitie (energie-, grondstoffen- en materialentransitie) van de haven te versnellen en tegelijk te zorgen voor een aangename leef- en werkomgeving. De Rotterdamse haven staat voor een unieke uitdaging in zijn geschiedenis, waarbij niet groei maar de transitie van de haven centraal staat. Deze transitie is essentieel om de duurzaamheidsdoelen te behalen en tegelijkertijd een belangrijke bijdrage te leveren aan het toekomstige verdienvermogen, de leveringszekerheid en de strategische autonomie van Nederland en Europa. Het havenindustrieel complex is een cruciale motor voor economische ontwikkeling en speelt een sleutelrol in de energievoorziening en strategische autonomie van Nederland en Europa. Maar de beschikbare ruimte wordt steeds schaarser. Hoewel er ruimte vrijkomt door de afname van fossiel-gebaseerde bedrijven, blijkt uit eerdere studies dat deze ruimte, zelfs met inbreiding, onvoldoende zal zijn. Tegelijkertijd moet de leefomgeving in de regio worden verbeterd, omdat deze nu minder goed is dan gewenst. Daarom hebben het Rijk, de provincie Zuid-Holland, de gemeente Rotterdam en het Havenbedrijf Rotterdam besloten het ruimtegebrek in de haven te onderzoeken. Deze verkenning richt zich zowel op het oplossen van het dreigende ruimtegebrek als het verbeteren van de leefomgeving in de regio Rotterdam. We onderzoeken welke oplossingsrichtingen er zijn om ruimte te creëren voor de energietransitie, zoals de aanleg van groene waterstoffabrieken, de import en opslag van waterstof (en waterstofdragers), en de aansluiting van windparken op zee. Ook wordt gekeken naar de inzet op weerbaarheid en de mogelijkheden voor Defensie en militaire mobiliteit, waarbij het creëren van meer ruimte ook een belangrijke rol speelt. Het belang van de transitie De transitie van de haven is niet alleen essentieel voor duurzaamheid, maar ook voor het toekomstige verdienvermogen en de leveringszekerheid van Nederland en Europa. In de verkenning worden drie hoofdrichtingen onderzocht om het ruimtegebrek aan te pakken: Intensivering en optimalisering van het ruimtegebruik binnen de bestaande haven, met als uitgangspunt ‘zorgvuldig ruimtegebruik’. Herontwikkeling van bedrijventerreinen in de bredere regio van Rotterdam. Zeewaartse uitbreiding van de Maasvlakte. Zeewaartse uitbreiding is geen doel op zich en geen vanzelfsprekendheid, maar wel één van de mogelijke oplossingen die we onderzoeken. Hetzelfde geldt voor de herinrichting en herontwikkeling van bestaande bedrijventerreinen in de regio. Bij een mogelijke zeewaartse uitbreiding wordt uiteraard rekening gehouden met ecologische impact, de noodzaak van natuurcompensatie en de effecten op de visserij. Relevante belanghebbenden zullen hierbij worden betrokken. Duurzaamheid en leefomgeving De koppeling van de ruimtebehoefte van de haven met de verbetering van de leefomgeving onderstreept de noodzaak van een vitale regio en een sterke metropool. De transitie van de haven kan namelijk alleen slagen als de regio als geheel gezond en duurzaam blijft groeien. Het verbeteren van de leefomgeving betekent niet alleen meer aandacht voor natuur en recreatie, maar ook voor de gezondheid van de bewoners. Strategische en militaire betekenis Naast de economische en ecologische betekenis van de haven, speelt de Rotterdamse haven ook een onmisbare rol voor de strategische autonomie van Nederland en Europa. De haven vormt de basis voor de opslag en doorvoer van strategische goederen en biedt de benodigde infrastructuur voor militaire mobiliteit. Dit maakt de haven van groot belang voor de nationale en Europese veiligheid, en voor de logistiek van de NAVO en Defensie. Planning en vervolgstappen Het onderzoek wordt naar verwachting eind 2027 afgerond. Afhankelijk van de uitkomsten zullen de volgende stappen in het proces worden bepaald. De betrokken partijen werken nauw samen om de verkenning zorgvuldig en transparant uit te voeren, en betrekken ook de relevante stakeholders hierbij. De afspraken maken onderdeel uit van het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Ruimte, Infrastructuur en Transport (BO MIRT) van 5 januari jl. Tijdens het BO MIRT hebben Rijk en regio ook andere belangrijke afspraken gemaakt voor onze provincie, zoals investeringen in infrastructuurmaatregelen die bijdragen aan een snellere realisatie van nieuwe woningen, verbeteringen van bestaande stations langs de spoorlijn tussen Leiden en Dordrecht en verbeteringen en doorstroming van het autonetwerk in Zuid-Holland. Alle afspraken zijn terug te vinden via deze GS-brief aan PS

13-01-2026
Aanmelden nieuwsbrief