De ruimte naast de entree van bedrijventerreinen die aan belangrijke logistieke routes liggen, vormen cruciale hotspotlocaties voor toekomstbestendige voorzieningen. Denk aan duurzame tank- en laadinfra voor logistiek, bezoekers en OV, maar ook truck parking en horeca- en overnachtingvoorzieningen voor chauffeurs en gedeelde ruimte voor gevestigde bedrijven. Door ambities en verplichtingen neemt de behoefte naar zulke locaties richting 2050 sterk toe. Tegelijkertijd is de ruimte op bedrijventerreinen schaars.

Dit is een belangrijke uitkomst van een onderzoek dat Buck Consultants International  uitvoerde in opdracht van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) naar de ruimtelijke impact van de uitrol van duurzame tank- en laadinfrastructuur. Doel van de studie: een eerste indicatie  krijgen op basis van bestaande onderzoeken en prognoses. Ook was het de vraag of bestaande prognoses al voldoende beeld geven van de kwantitatieve ruimtelijke impact.

Duurzame laad- en tankinfrastructuur is verplicht

In het nationaal Klimaatakkoord (2019), het Schone Lucht Akkoord (2020) en in verschillende Green Deals zoals Green Deal Zero Emissie Stadslogistiek (2019) en Green Deal Zeevaart, Binnenvaart en Havens (2019) zijn afspraken gemaakt voor reductie van schadelijke emissies in de logistiek. Een voorwaarde voor reductie van emissies is de beschikbaarheid van duurzame laad- en tankinfrastructuur. Om in deze behoefte te voorzien, stelde de Alternative Fuel Infrastructure Regulation -afgekort AFIR- (2023) daarom eisen aan EU-lidstaten voor de realisatie van laad- en tankinfrastructuur. Nederland is dus verplicht om locaties te ontwikkelen voor duurzame laad- en tankinfrastructuur.

Om hoeveel duurzame voer- en vaartuigen gaat het?

Momenteel zijn er in Nederland 1.000.000 bestelwagens en 150.000 vrachtwagens geregistreerd en 5.000 binnenvaartschepen varen onder de Nederlandse vlag. Daarnaast zijn er c.a. 55.000 mobiele bouwwerktuigen. De verwachting is kort gezegd, dat deze aantallen richting 2050 ongeveer gelijk zullen blijven. Ingroei van duurzame energiedragers is nodig om de inzet van al deze voer-, vaar- en werktuigen duurzaam uit te kunnen voeren. Hoe deze ingroei gaat verlopen, daar lopen de scenario’s en perspectieven over uiteen. Hoe dan ook, voldoende laadinfrastructuur zou hier geen belemmerende factor voor moeten zijn, dit geldt ook voor Clean Energy Hubs (CEH) met aanbod van duurzame energiedragers.

Er is behoefte aan meerdere typen laad- en tanklocaties

Op welke locaties elektrische voertuigen elektrisch gaan laden is afhankelijk van het ritpatroon. De standplaats van een voertuig is echter in alle gevallen een belangrijke locatie om te laden. Daarnaast zijn laadpleinen langs logistieke routes belangrijk voor tussentijds laden (van zowel bouw- als wegvervoer), en truckparking zijn van belang voor opladen gedurende de nacht bij internationale ritten.

Clean Energy Hubs  (met synthetische brandstoffen, biobrandstoffen, aardgas (CNG/ LNG) en/ of waterstof) worden altijd gebruikt gedurende de vaar- of rij rit. De vraag naar CEH landt grotendeels op bedrijventerreinen langs vaar- en autowegen en (beperkt) op verzorgingsplaatsen langs de Rijkswegen. Batterijcontainers voor elektrische binnenvaartschepen worden op eenzelfde type locatie aangeboden als de bredere CEH (en is soms ook onderdeel van een CEH). Dit leidt tot de indeling in de onderstaande figuur.

Figuur: Overzicht  van typen laad- en tanklocaties per doelgroep, BCI 2025


Hoeveel locaties zijn nodig

Op basis van een combinatie van bestaande prognoses kan nog geen harde kwantitatieve ruimteclaim worden gedaan. Wel komt hieruit het volgende beeld:

  • Publieke laadlocaties waar vrachtwagens terecht kunnen moeten van c.a. 800 laadpunten nu, worden uitgebreid naar 2.500 publieke laadpunten richting 2040.
  • Voor e-bestelwagens zijn c.a. 4.000 publieke laadpunten nodig richting 2030.
  • CEH voor wegtransport moeten richting 2050 van c.a. 80 locaties worden uitgebreid naar c.a. 150 locaties.
  • Voor de binnenvaart zijn er momenteel 3 locaties voor het verwisselen van elektrische batterijcontainers, dit aantal moeten in ieder geval uitgebreid worden richting de 30 en dan voor CEH breed (dus met aanbod van meerdere brandstoffen).
  • Voor de bouw zijn er momenteel een tweetal centrale hotspots voor opladen bekend. In de toekomst zullen vooral in het buitengebied veel bouwwerkzaamheden worden uitgevoerd. Hiervoor moet gezocht worden naar een combinatie van tijdelijke oplossingen, bestaande publieke laadlocaties op korte afstand en eventueel centrale hotspots. Naast elektrisch materieel wordt er in de bouw ook -zij het nog heel beperkt- gewerkt met waterstof. Verwacht wordt dat er in 2030 5.000 mobiele werktuigen op waterstof werken.

Hoeveel ruimte vraagt een locatie

Voor laadpleinen in combinatie met een CEH voor wegtransport zijn locaties nodig van gemiddeld tussen de 1.000 en 4.000 m2. Dit is namelijk het oppervlak voor 5 opstelplekken (kleine hub) tot 20 opstelplekken (grotere hub).

Waar landt de grootste ruimtelijke claim?

Van de bovenstaande 12 typen  laad- en tanklocaties worden alleen type 1 (publiek laadplein langs de snelweg), type 4 (laden in woonwijken) en type 10 (Clean Energy Hubs langs snelwegen) niet op een bedrijventerrein gerealiseerd. Voor alle andere typen is er een kans dat deze wel gaan landen op bedrijventerreinen. Daarbij gaat de voorkeur uit naar de ruimte nabij de entree van bedrijventerreinen, zodat gebruikers niet over het hele terrein hoeven te rijden.

Op bedrijventerreinen is dus een grote extra ruimtevraag te verwachten. Dit geldt in het bijzonder voor bedrijventerreinen langs belangrijke logistieke routes. De onderstaande hittekaart toont het patroon van concentraties van laadvraag, hierbij zijn extra concentraties te zien in de logistieke regio’s.


Naar een nationale locatiestrategie

Strategische locaties op logistieke bedrijventerreinen zijn zeer belangrijk voor de transitie naar duurzamere logistiek en bedrijventerreinen. Hier kunnen verschillende functies gecombineerd worden zodat efficiënt met de ruimte wordt omgegaan. Denk aan een combinatie van een laadplein met een CEH, een truck- parking en voorzieningen voor chauffeurs.

De ruimte staat echter flink onder druk in Nederland en strategische locaties zijn vergeven voor we het doorhebben. Daarnaast zijn kavels of ruimte naast de entree beperkt. Een locatiestrategie en sturing op ruimte op terreinen langs logistieke routes is dus essentieel.

BCI heeft vier aanbevelingen voor Rijk, regio en gemeenten:

  • Op nationaal schaalniveau: inventariseer behoefte aan ruimte voor verschillende duurzame voorzieningen (laadpleinen, CEH, truck parking) vanuit verschillende doelgroepen (logistiek, bouw, OV) en leg deze naast elkaar. Consulteer hiervoor ook de marktpartijen.
  • Op regionaal schaalniveau: maak een locatiestrategie waarin op gunstig gelegen bedrijventerreinen slimme combinaties van functies gemaakt kunnen worden. Bekijk of er op die bedrijventerreinen ook nog behoeften zijn aan functies die op de locatie gecombineerd kunnen worden. Denk aan gedeelde vergadervoorzieningen, laadpalen voor bezoekers etc.
  • Op lokaal schaalniveau: stimuleer vervolgens dat er tijdig voldoende ruimte wordt georganiseerd op bedrijventerreinen. Betrek hier ook de markt bij. Verken ook of er op bedrijventerreinen met reeds gevestigde bedrijven samengewerkt kan worden. Er zijn al diverse voorbeelden van logistiek dienstverleners die het laadplein dat ze zelf gebruiken ook, onder voorwaarden, openstellen voor andere bedrijven uit logistiek en bouw.
  • Tot slot: ondersteun de oplossing van netcongestie op de strategische locaties. Hier kan integratie van een energy hub een oplossing bieden.
10-12-2025
Nieuws
Ontwikkelingsmaatschappij Midden-Limburg ontvangt BREEAM-NL Gebied-certificaat voor Bedrijvenpark Zevenellen
Ontwikkelingsmaatschappij Midden-Limburg ontvangt BREEAM-NL Gebied-certificaat voor Bedrijvenpark Zevenellen

Duurzaam Multifunctioneel Bedrijvenpark Zevenellen heeft het certificaat BREEAM-NL Gebied ontvangen. Het gebied behaalde hierbij de score Excellent (4 sterren). Deze beoordeling laat zien dat in de ontwikkeling van Bedrijvenpark Zevenellen structureel aandacht is besteed aan duurzaamheid, samenwerking en kwaliteit van de leefomgeving. De certificering is toegekend aan Ontwikkelingsmaatschappij Midden-Limburg (OML), die verantwoordelijk is voor de gebiedsontwikkeling van het noordelijke gedeelte van Zevenellen.BREEAM-NL Gebied is een beoordelingsmethode voor duurzame gebiedsontwikkeling. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar energie en milieu, maar ook naar thema’s als gezondheid, economie, samenwerking, leefkwaliteit en maatschappelijke waarde. Voor Zevenellen betekent dit dat duurzaamheid geen los onderdeel is, maar is meegenomen in de planvorming, inrichting en samenwerking met betrokken partijen.Toekomstbestendig gebiedJohn Giesen, gebiedsontwikkelaar bij OML: “We ontwikkelen hier niet alleen een bedrijventerrein, maar een toekomstbestendig gebied waar ondernemerschap, leefkwaliteit en duurzaamheid elkaar versterken. Dat doen we samen met ondernemers, overheden en de omgeving, en het resultaat van samenwerking zie je nu terug in deze certificering.”Aandacht voor omgeving en leefbaarheidHet bedrijvenpark Zevenellen ligt in het buitengebied van de gemeente Leudal en staat in de belangstelling van omwonenden en andere betrokkenen. In de ontwikkeling is daarom nadrukkelijk aandacht voor landschappelijke inpassing, verkeersveiligheid, natuur en leefbaarheid. Wethouder Jan den Teuling van de gemeente Leudal: “Zevenellen creëert ruimte voor ondernemerschap en biedt perspectief voor de hele regio Midden-Limburg. Dit certificaat laat opnieuw zien dat er veel aandacht is voor de kwaliteit van de leefomgeving. We vinden het belangrijk dat een economische ontwikkeling zorgvuldig gebeurt en in balans is met de omgeving en hoe we die balans kunnen bewaken, samen met partners en de omgeving.”Sterke score op samenwerking en maatschappelijke waardeZevenellen behaalde binnen BREEAM-NL Gebied een goede score op onder meer samenwerking en maatschappelijke waarde. Dit komt voort uit de manier waarop OML samenwerkt met overheden, ondernemers en andere belanghebbenden, en hoe duurzaamheid is verankerd in het ontwikkelproces. Denk bijvoorbeeld aan de Groene Long, het ecologisch gebied op Zevenellen en de synergie tussen bedrijven waardoor koppelkansen ontstaan. Hiermee behoort Zevenellen tot de koplopers op het gebied van duurzame gebiedsontwikkeling in Limburg.  Maikel de Laat, projectmanager BREEAM-NL Gebied bij de Dutch Green Building Council: “Met deze BREEAM NL Gebied certificering wordt bevestigd dat duurzaamheid structureel is verankerd in de gebiedsontwikkeling van Zevenellen. Een voorbeeld hiervan is de manier waarop ruimtelijke structuur, fasering en gezamenlijke afspraken tussen partijen zijn vastgelegd binnen het certificeringskader.” Bedrijvenpark in ontwikkelingZevenellen biedt ruimte aan bedrijven die passen binnen het profiel van het gebied, zoals circulair en biobased ondernemen, opslag en regionaal midden- en kleinbedrijf. De ontwikkeling van het bedrijvenpark vindt gefaseerd plaats, met blijvende aandacht voor kwaliteit, duurzaamheid en inpassing in de omgeving.Foto: OML B.V.

25-02-2026
Achtergrond
Herontwikkeling van Spaanse Polder Rotterdam
Herontwikkeling van Spaanse Polder Rotterdam

Het bedrijventerrein Spaanse Polder is van strategisch belang voor de Rotterdamse economie. Buck Consultants International heeft de gemeente Rotterdam en de partijen die op het terrein gevestigd zijn, ondersteund bij het opzetten van een publiek-private aanpak voor herontwikkeling en herprofilering van het terrein. Deze richt zich op zeven perspectiefvolle locaties in het gebied, geselecteerd met behulp van de kansenzone-aanpak. Zo kunnen Bedrijvenraad en gemeente hun gezamenlijke toekomststrategie realiseren.Strategisch belang van bedrijventerrein Spaanse PolderSpaanse Polder is een Rotterdams bedrijventerrein van ruim 300 hectare groot en huisvest ruim 25.000 banen. Het terrein is strategisch gelegen in stedelijk gebied en tegelijkertijd ontsloten via de A4, A20, A13 en A16. De ligging en omvang maakt dat het terrein een belangrijke rol vervuld in het palet van werklocaties van Rotterdam.Tegelijkertijd heeft het terrein een grote opgave. Onderdelen zijn verouderd of niet goed ingericht voor de gewenste doelgroepen. Daarnaast zijn er veel kansen om de ruimte beter te benutten. De komende vier jaar gaat de gemeente Rotterdam daarom samen met ondernemers, provincie en het Havenbedrijf  aan de slag met de herontwikkeling en herprofilering van de Spaanse Polder. Hiermee krijgt het bedrijventerrein een stevige impuls, die past bij de dynamiek van stad en regio. BCI heeft de gemeente en partijen op het bedrijventerrein geholpen met het maken van de strategie voor deze herontwikkelingsopgave. Hierna volgen de belangrijkste onderdelen hieruit.   Vijf doelgroepen leveren toekomstbestendig profielHet bedrijventerrein heeft vijf belangrijke doelgroepen: de zwaardere industrie, maakindustrie, food, (stedelijke) distributie en de circulaire economie. Deze sectoren bieden volop marktperspectief. Uit analyses blijkt dat deze doelgroepen de komende jaren blijven groeien. Die groei vraagt om extra ruimte en Spaanse Polder kan die ruimte bieden. Het bedrijventerrein is uniek in de Randstad en Rotterdamse Regio. Het beschikt namelijk over droge kavels, watergebonden kavels en kan plek bieden aan bedrijven met een lage én hoge milieu-impact. Bovendien ligt het dicht bij de stad. De strategie is om op Spaanse Polder ruimte vrij te maken voor doorgroeiers en nieuwe bedrijven uit de regio die in deze sectoren vallen.Meest perspectiefvolle plekken aangewezen via kansenzone aanpakHet gebied in één keer herontwikkelen is een enorme uitdaging, gelet op de grote omvang van ruim 300 hectare. Daarom wordt de herontwikkeling gefaseerd aangepakt via zogenaamde kansenzones. In deze door Buck Consultants International (BCI) ontwikkelde kansenzone aanpak zijn vijftien locaties geselecteerd waar herontwikkeling het meest kansrijk is. Op deze locaties is sprake van bijvoorbeeld veroudering, (buur)bedrijven die willen uitbreiden of er zijn strategisch gelegen (natte) kavels voorhanden. Tot slot is voor de zeven meest perspectiefvolle locaties uitgewerkt hoe de herontwikkeling georganiseerd en gefinancierd kan worden.Spaanse Polder op de drempel van daadkrachtig doorpakkenDe zeven meest perspectiefvolle locaties vormen de motor voor ruimtelijk-economische vernieuwing van de Spaanse Polder. Op deze plekken kan morgen al de schop in de grond en kan gebiedstransformatie echt in beweging komen. Het advies dat BCI gegeven heeft om tot uitvoering te komen bestaat uit  twee onderdelen.Zet een passende organisatie op: Om snel tot actie over te gaan maar ook langjarige inzet te garanderen, is naast financiering een passende organisatie cruciaal. Alleen zo kunnen maatschappelijke opgaven en belangen goed worden samengebracht. Hiervoor moet een koepel van de Bedrijvenraad en gemeente -een Taskforce- worden opgericht. Deze Taskforce fungeert als verbindende schakel tussen alle partijen in het gebied met een boegbeeld uit de gemeentelijke organisatie als gezicht, ondersteund door een ervaren projectleider herontwikkeling die aan de slag gaat met de zeven prioritaire kansenzones. Het gemeentelijke Kernteam vormt de motor achter de Taskforce.Herontwikkelingsspecialist Jan Brugman, onderdeel van het projectteam van BCI, zegt hierover: “Bepalend voor een succesvolle start is dat slagvaardig kan worden geopereerd en dat goede vaardigheden, wil, durf, vernieuwing en flexibiliteit zijn geborgd. De bemensing van de organisatie luistert heel nauw.”Het Kernteam stemt direct af met gemeentelijke directies en onderhoudt het contact met ondernemers via Buurtverenigingen. Waar nodig wordt het team uitgebreid met specialisten op het gebied van handhaving, juridische kwesties, vastgoedrekenwerk en projectfinanciering. Zo ontstaat een multidisciplinair, flexibel team met stevige kennis van gebiedsontwikkeling, contractvorming en een ondernemende houding.Organiseer financieringFinanciering is doorslaggevend voor succesvolle herontwikkeling van de Spaanse Polder. Ten eerste is er budget nodig voor inzet op kerntaken als schoon, heel en veilig. “De centrale opgave is het beter benutten van het bedrijventerrein door optimale verkaveling of gebouwen op te toppen, met als doel om meer beschikbare ruimte voor bedrijven te realiseren”, stelt Brugman. “Maar de integrale opgave is breder dan dat alleen. Om bedrijven te verleiden te investeren of zich te vestigen op het terrein, is ook een veilige, schone, groene en gezonde omgeving nodig. Dit is onlosmakelijk met elkaar verbonden.” Ten tweede moet er stevig geïnvesteerd worden in nieuwe en bestaande kades. Dit vraagt om goede samenwerking tussen gemeente, havenbedrijf, provincie en ondernemers. Ten derde is het van belang een revolverend herontwikkelingsfonds in te richten. Met een jaarlijkse reservering ontstaat een fonds voor de komende vier jaar. Het fonds is niet statisch: als het effectief blijkt, vergroten extra stortingen het beschikbare kapitaal. Dit leidt op termijn tot hogere opbrengsten omdat kavels en vastgoed worden doorverkocht. Zo versterkt het fonds zichzelf en blijft het gebied in een constante ontwikkelstroom.Foto: Flickr | Sander Sloots

02-04-2026
Aanmelden nieuwsbrief