De provincie Noord-Brabant en de gemeente Helmond willen het vastgoed van de Automotive Campus overnemen van Bouwbedrijf Van de Ven. Met de voorgenomen aankoop krijgt de campus één publieke eigenaar. De voorgenomen aankoop past in een bredere trend van overheden die strategisch campusvastgoed zelf in bezit nemen.

De gemeente Helmond en de provincie Noord-Brabant hebben een intentieovereenkomst gesloten met Bouwbedrijf Van de Ven over de voorgenomen aankoop van het vastgoed op de Automotive Campus in Helmond. Als de overname doorgaat, komt de campus volledig in publieke handen. De aankoop is nog afhankelijk van een due diligence-onderzoek en goedkeuring door de gemeenteraad van Helmond, Provinciale Staten en de directie van het bouwbedrijf.

De gebouwen op de campus zijn momenteel eigendom van Bouwbedrijf Van de Ven uit Veghel. Het bedrijf heeft de campus in ongeveer vijftien jaar tijd ontwikkeld tot een internationaal opererende innovatieomgeving op het gebied van mobiliteit en automotive. De omliggende gronden zijn al in bezit van de gemeente en de provincie. Met de aankoop van het vastgoed ontstaat één publieke eigenaar die zowel grond als gebouwen in handen heeft.

Niet op financieel rendement sturen

Volgens het Eindhovens Dagblad (ED) speelt bij de aankoop nadrukkelijk de wens om ongewenste (buitenlandse) investeerders buiten de deur te houden. Gemeente en provincie willen voorkomen dat het vastgoed in handen komt van een partij die primair op financieel rendement stuurt. Daarbij bestaat volgens hen het risico dat functies als onderwijs, start-ups en onderzoeksactiviteiten onder druk komen te staan als maximale winst leidend wordt.

De afgelopen periode hebben de drie partijen verschillende constructies onderzocht om de campus verder te ontwikkelen. Er is langdurig gesproken over samenwerking tussen publieke partijen en het bouwbedrijf. Uiteindelijk bleek een gezamenlijke structuur volgens betrokkenen te complex. Ook speelde de vraag wat er op termijn met het vastgoed zou gebeuren als het in private handen zou blijven. 

‘We hadden vertrouwen in een samenwerking met Van de Ven. Fundamentele bedenkingen hadden we over wat er daarna kan gebeuren: wat als zij de campus verkopen? Daar liep het vast’, aldus Brabants gedeputeerde Stijn Smeulders in het ED.

Directeur Frank van de Ven zegt dat hij bereid is het vastgoed te verkopen aan de publieke partijen en dat hij andere geïnteresseerde kopers heeft geweigerd. Hij stelde dat continuïteit van de campusontwikkeling voor hem belangrijker was dan het behalen van de hoogste prijs.

Invloedrijke campus

De Automotive Campus geldt als een van de economische pijlers van Helmond. Automotive is, naast Food(tech) en hightechsystemen en materialen (HTSM), een van de drie topsectoren in het economisch beleid van de stad. Op de campus werken bedrijven, onderwijsinstellingen en onderzoeksorganisaties samen aan vraagstukken rond onder meer elektrificatie, digitalisering, veiligheid en verduurzaming van mobiliteit. De campus behoort volgens betrokken partijen tot de twintig meest invloedrijke campussen van Nederland.

Wethouder Martijn de Kort (Economische Zaken) spreekt in een toelichting op LinkedIn over een volgende fase in de ontwikkeling van de campus, waarbij het doel is om “grip te houden en te vergroten op de ontwikkeling en richting” van de locatie. Hij wijst op het belang van een ecosysteem waarin onderwijs, ondernemers en overheden samenwerken en waar ruimte is voor zowel start-ups als gevestigde bedrijven. De aankoop moet volgens hem bijdragen aan een stabiele basis voor verdere groei.

Campusvastgoed in overheidshanden

De stap van Helmond en de provincie past in een bredere ontwikkeling waarbij overheden vaker strategisch campusvastgoed in eigendom nemen. Op deze website werd vorig jaar al gesignaleerd dat campusvastgoed steeds vaker in publieke handen komt om maatschappelijke belangen en langetermijnontwikkeling te borgen. Campussen worden daarbij gezien als economische infrastructuur met een publieke functie, vergelijkbaar met andere strategische voorzieningen.

Een recent voorbeeld is de Brainport Industries Campus (BIC) in Eindhoven. In maart 2025 werd cluster 1 van deze campus officieel overgedragen aan de gemeente Eindhoven, nadat de gemeenteraad had ingestemd met de aankoop van de Britse eigenaar Capreon. 

Met de overname wilde Eindhoven meer invloed krijgen op de strategische ontwikkeling van de campus en publieke functies, zoals onderwijs, veiligstellen. De Brainport Industries Campus huisvest meer dan veertig bedrijven, onderwijsinstellingen en onderzoeksorganisaties en speelt een belangrijke rol in het hightech maakindustrie-ecosysteem van de regio.

Koopsom onbekend

De aankoop van campusvastgoed door overheden roept ook vragen op over risico’s en rendement. De betrokken bestuurders in Helmond en Noord-Brabant stellen dat het om een strategische investering gaat, maar doen nog geen uitspraken over de koopsom. Volgens hen moet de campus zich op termijn financieel kunnen bedruipen. De provincie heeft ervaring met deelnemingen in andere campussen, waar vergelijkbare constructies zijn toegepast.

De komende maanden worden gebruikt voor verdere financiële, juridische en organisatorische uitwerking. Pas na afronding van het onderzoekstraject volgt formele besluitvorming. Als de betrokken bestuursorganen instemmen, krijgt de Automotive Campus één publieke eigenaar en sluit Helmond zich aan bij andere steden waar campusvastgoed wordt beschouwd als strategische economische infrastructuur die onder publieke regie wordt gebracht.

Bron: BT Online.nl

11-02-2026
Nieuws
Ruim € 2 miljoen voor verbetering bedrijventerreinen, haventerreinen en winkelgebieden in Noord-Holland
Ruim € 2 miljoen voor verbetering bedrijventerreinen, haventerreinen en winkelgebieden in Noord-Holland

Noord-Holland stelt in 2026 ruim € 2 miljoen beschikbaar voor het verbeteren van bedrijventerreinen, haventerreinen en winkelgebieden. Gemeenten en ondernemers kunnen een subsidie aanvragen om werklocaties energiezuiniger en klimaatbestendiger te maken. De provincie Noord-Holland wil bedrijven ondersteunen die aandacht hebben voor energiegebruik, watergebruik, natuurinclusiviteit, circulariteit, klimaatadaptatie en ruimtelijke kwaliteit. De subsidies Toekomstbestendige Bedrijventerreinen (TOBED) en Ondersteuning Toekomstbestendige Werklocaties (OTW) gaan open van 10 februari tot en met 1 oktober 2026.  Gedeputeerde Esther Rommel: “Op werklocaties zoals bedrijventerreinen, haventerreinen en winkelgebieden werken duizenden mensen en vinden veel economische activiteiten plaats. Met deze 2 subsidies ondersteunt de provincie initiatieven die bijdragen aan energiezuinige en klimaatbestendige werklocaties.”  Toekomstbestendige Bedrijventerreinen (TOBED) De subsidie Toekomstbestendige Bedrijventerreinen (TOBED) kan door gemeenten aangevraagd worden voor maatregelen die bijdragen aan de verduurzaming en ruimtelijke kwaliteit van bedrijventerreinen en haventerreinen. Denk aan het planten van meer groen om wateroverlast tegen te gaan. Of maatregelen die de infrastructuur en (verkeers)veiligheid verbeteren.  Voor deze subsidie is in 2026 € 1,5 miljoen beschikbaar. Hiervan is € 300.000 beschikbaar voor zonnepanelen op grote daken en € 1,2 miljoen voor maatregelen voor verduurzaming en het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit.  Ondersteuning Toekomstbestendige Werklocaties (OTW) De subsidie Ondersteuning Toekomstbestendige Werklocaties (OTW) is voor onderzoek en procesondersteuning, wanneer ondernemers op een bedrijventerreinen en in winkelgebieden beter willen samenwerken om te verduurzamen. Denk aan het opzetten van een samenwerkingsverband, het initiëren van duurzame maatregelen of onderzoek naar het optimaal benutten en hergebruiken van grondstoffen. Deze subsidie kan worden aangevraagd door gemeenten of door de beheerders van een bedrijventerrein of winkelgebied.  Voor de OTW-subsidie is in 2026 € 650.000 beschikbaar. Hiervan is € 400.000 bedoeld voor bedrijventerreinen en € 250.000 voor winkelgebieden.  Aanvragen subsidies 10 februari tot en met 1 oktober 2026 Meer informatie over de regeling Toekomstbestendige Bedrijventerreinen Meer informatie over de regeling Ondersteuning Toekomstbestendige Werklocaties

08-01-2026
Nieuws
Kabinet borgt behoud ruimte voor economie in Nota Ruimte
Kabinet borgt behoud ruimte voor economie in Nota Ruimte

In de definitieve Nota Ruimte moet worden vastgelegd dat er op nationale schaal geen netto-afname van ruimte voor bedrijven ontstaat. Dat schrijft minister Elanor Boekholt-O'Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening in een brief aan de Tweede Kamer. Bij transformatie van bedrijventerreinen moet lokaal of regionaal compensatie plaatsvinden.‘Dit betekent niet dat er nergens een bedrijventerrein zal verdwijnen of kleiner zal worden’, schrijft de minister over de aanscherping van de Nota Ruimte aan de Tweede Kamer. Daarmee reageert het kabinet op aangenomen moties rond de Ontwerp-Nota Ruimte en op zorgen over de druk op werklocaties.De brief volgt op het Notaoverleg over de Ontwerp-Nota Ruimte en de stemmingen over 29 aangenomen moties. Boekholt-O'Sullivan informeert de Kamer mede namens meerdere bewindspersonen over de manier waarop het kabinet deze moties verwerkt in de definitieve Nota Ruimte.Ruimte voor bedrijvenVoor bedrijventerreinen wordt de lijn aangescherpt. Het kabinet wil bestaande terreinen beschermen en waar nodig strategisch uitbreiden. Bij transformatie moet ruimte voor bedrijvigheid lokaal of regionaal worden gecompenseerd. Daarmee krijgt bedrijfsruimte een steviger plek in ruimtelijke afwegingen.De keuze betekent volgens de minister niet dat ieder bedrijventerrein behouden blijft. Terreinen kunnen nog steeds verdwijnen, krimpen of transformeren, bijvoorbeeld voor woningbouw. Daar staat tegenover dat het verlies aan bedrijfsruimte elders moet worden opgevangen, zodat de totale ruimte voor bedrijven nationaal niet afneemt.Daarmee verschuift de discussie over transformatie van bedrijventerreinen. Het wordt minder een afzonderlijke lokale woningbouwafweging en meer een regionale keuze over de balans tussen wonen, werken, bereikbaarheid en economische ontwikkeling. Vooral in stedelijke regio’s kan dat zwaar wegen. Een recent conflict tussen Delft en de provincie Zuid-Holland laat zien hoe concreet die spanning kan worden. Ook vreest Delft bijvoorbeeld dat provinciale bescherming van ruimte voor zware bedrijvigheid woningbouw en campusontwikkeling belemmert, terwijl Zuid-Holland juist ruimte wil borgen voor bedrijven in hogere milieucategorieën.  SamenwerkingsagendaHet compensatiebeginsel wordt ook onderdeel van de Samenwerkingsagenda Ruimte voor Economie. Die agenda wordt onder leiding van de minister van Economische Zaken opgesteld met decentrale overheden. Het rijksbeleid daarin volgt uit het Nationaal Programma Ruimte voor Economie en de Ruimtelijk Economische Visie.Rik Enequist van werkgeversorganisatie VNO-NCW noemt de keuze van het kabinet op LinkedIn een belangrijke stap. Volgens hem hebben zowel VNO-NCW als MKB-Nederland gepleit voor nationale borging van economische ruimte, omdat ruimte voor ondernemers en bedrijven schaars is en beter beschermd moet worden.Voor werkgeversorganisaties gaat ruimte voor economie niet alleen over hectares. Enequist wijst onder meer op innovatie, maakindustrie, logistiek, verduurzaming, circulaire bedrijvigheid, watergebonden functies en toekomstige banen. Die functies vragen vaak om locaties die niet eenvoudig elders zijn in te passen.Ook voor de circulaire economie wordt de Nota Ruimte aangescherpt. Het kabinet wil de ruimtelijke randvoorwaarden explicieter opnemen. Daarbij gaat het om duurzame energie, infrastructuur, milieuruimte en water. Actuele onderzoeken en het Nationaal Programma Circulaire Economie worden daarbij betrokken.Cees-Jan Pen, lector duurzame stedelijke transformatie bij Fontys, zegt in een reactie op LinkedIn dat het terecht is dat ruimte voor de circulaire economie in de Nota Ruimte een extra stevige plek krijgt. ‘Ook al is de ruimtevraag onduidelijk. Dit is een cruciale kanttekening aangezien we nog maar aan de vooravond staan van de circulaire transitie en veel onduidelijk is’, aldus Pen. Hij noemt de eerdere motie van kamerleden Ani Zalinyan (PRO) en Pieter Grinwis (ChristenUnie) om ruimtelijke randvoorwaarden circulair, maar ook duurzame energie, infrastructuur, milieuruimte en water expliciet op te nemen. ‘Bedrijventerreinen spelen een veel grotere rol dan menigeen denkt voor het faciliteren van dit soort opgaven. Ik ben benieuwd of het betrekken van de laatste inzichten uit het Nationale Programma Circulaire economie ook betekent dat de extra ruimtevraag van zeker 15 procent een plek gaat krijgen. We weten dat binnenhavens een cruciale hierbij spelen’, aldus Pen. Datacenters en energieVoor datacenters werkt het kabinet aan een geïntegreerde nationale aanpak. De Kamer krijgt daarover voor de zomer een aparte brief. De ruimtelijke kant van die aanpak wordt verwerkt in de Nota Ruimte, inclusief criteria voor hyperscale datacentra en aandacht voor groeiend verbruik.De ruimtelijke kant van de nationale datacenteraanpak wordt verwerkt in de definitieve Nota Ruimte. Daarbij betrekt het kabinet ook moties over datacenters, datakabels, hyperscale datacentra en de verwachte groei van het energieverbruik.Volgens de huidige planning van het ministerie van VRO zal de definitieve vaststelling van de Nota Ruimte later dit jaar plaatsvinden.Bron: BT Online.nl

08-06-2026
Aanmelden nieuwsbrief