Een Safe Haven is een plek waar industriële bedrijven de ruimte en energievoorzieningen krijgen om te verduurzamen en te groeien.

Door energie infrastructuur vooraf te realiseren, kunnen bedrijven sneller investeren in de energietransitie. In het Noordzeekanaalgebied start nu een verkenning om te onderzoeken of zo’n Safe Haven daar mogelijk is.

In de verkenning wordt gekeken of een Safe Haven kan worden ontwikkeld op bedrijventerrein HoogTij in Zaanstad en in het Westelijk Havengebied in Amsterdam. Dit zijn strategische locaties waar ruimte is voor industrie en waar aansluitingen voor elektriciteit, warmte, waterstof en duurzaam gas kunnen samenkomen. Het doel is om bedrijven duidelijkheid en toekomstperspectief te bieden, zodat verduurzaming en economische ontwikkeling hand in hand kunnen gaan.

Nationaal Programma Verduurzaming Industrie

De verkenning maakt deel uit van het Nationaal Programma Verduurzaming Industrie en wordt ondersteund door het ministerie van Klimaat en Groene Groei. De betrokken partijen werken samen aan een toekomstbestendig industriecluster in het Noordzeekanaalgebied, waarin samenwerking en regie centraal staan.

Intentieverklaring

De start van de verkenning is vastgelegd in een intentieverklaring. Deze is ondertekend door het ministerie van Klimaat en Groene Groei, de provincie Noord-Holland, de gemeenten Amsterdam en Zaanstad, Port of Amsterdam, TenneT, Gasunie, Liander en het Programmabureau Noordzeekanaalgebied.

In september 2026 wordt op basis van de resultaten besloten of het project doorgaat. Als de uitkomst positief is, kan het concept Safe Haven mogelijk ook worden toegepast in andere gebieden in Nederland.

Luchtfoto bedrijventerrein HoogTij ©Topview

09-02-2026
Nieuws
Rotterdam keert dalende trend: 71.000 m² méér bedrijfsruimte
Rotterdam keert dalende trend: 71.000 m² méér bedrijfsruimte

Door het beperken van transformaties, in combinatie met het stimuleren van uitbreiding en subsidies voor maakindustrie, is de voorraad bedrijfsruimte in Rotterdam afgelopen bestuursperiode met bijna 71.000 m² gegroeid. Daarmee heeft het stadsbestuur de aan zichzelf opgelegde doelstelling voor behoud van bedrijfsruimte gehaald.In het ‘Collegetarget Bedrijfsruimte’ uit 2022 staat dat de voorraad bedrijfsruimte tot 2026 minimaal op hetzelfde niveau moet blijven als in 2022: 4.269.525 m² bruto vloeroppervlakte (bvo). Daarmee was Rotterdam de eerste stad in Nederland die een expliciete doelstelling formuleerde voor het behoud van bedrijfsruimte. De teller stond op 1 november op 4.335.128 m² bvo. Dat is 70.657 m² meer dan in 2022, aldus de ‘Eindverantwoording 2022 – 2026’, waarin het college van Leefbaar Rotterdam, VVD, D66 en DENK haar eigen prestaties langs de meetlat legt.Actieplan BedrijfsruimteHet positieve saldo is vooral te danken aan het beperken van transformaties van bedrijfspanden en -locaties naar woningen. Grote, maar ook veel kleinere onttrekkingen zijn tegengehouden. Alleen al ‘op Zuid’ gaat dit om ruim 100.000 m². Daarnaast is nieuwbouw van bedrijfsruimte en uitbreiding gestimuleerd, met onder meer subsidie voor maakbedrijven en andere maatregelen uit het Actieplan Bedrijfsruimte, waarmee het college de bedrijfsruimtedoestellingen ondersteunde.Industrieel (mede)gebruikEen concreet voorbeeld is het besluit van het college van B en W om ruimte voor economie terug te brengen op het vrijgekomen voormalige Hunter Douglas-terrein op het Eiland van Feijenoord op Rotterdam-Zuid. De gemeente heeft ingestemd met herontwikkeling, onder voorwaarde dat er minimaal 33.000 m² bedrijfsruimte terugkomt, waarvan minimaal 18.000 m² in milieucategorie 3.1 of hoger. ‘Hunter Douglas’ wordt als grote trendbreuk in stedelijk beleid gezien, in elk geval in Rotterdam. Waar de afgelopen decennia de meeste voormalige haven- en fabrieksterreinen op Zuid werden getransformeerd naar woningbouw, wordt hier bewust gekozen voor behoud van industrieel (mede)gebruik. De ruimte is bedoeld voor de maritieme maakindustrie. ‘Deze sector is van vitaal belang voor zowel de Rotterdamse als de nationale economie’, aldus de gemeente.Banen voor Rotterdammers‘We hebben als college een duidelijke economische koers gekozen: ruimte voor Rotterdamse ondernemers. Die aanpak werkt. Rotterdam is de eerste gemeente die haar doel voor bedrijfsruimte heeft vastgesteld én gehaald en daarmee de neerwaartse trend keerde’, zegt wethouder Robert Simons. Bron: BT Online.nl

11-02-2026
Nieuws
Van hittestress naar vergroening op bedrijvenpark De President
Van hittestress naar vergroening op bedrijvenpark De President

Op bedrijvenpark De President, heeft PHB als aanjager van toekomstbestendige bedrijventerreinen, samen met ondernemers, parkmanagement en de gemeente, gezorgd voor een aanmerkelijke investering van bijna €900.000 in de vergroening van het bedrijvenpark.Na de succesvolle pilot hebben inmiddels meerdere bedrijven interesse getoondOndanks dat het bedrijventerrein destijds modern was ingericht, was het nog niet voorbereid op klimaatverandering. Door de intensieve bebouwing en beperkte groenzones liep de gevoelstemperatuur op warme dagen op tot wel 37–38°C, was er nauwelijks schaduw langs looproutes én voldeed minder dan de helft van de bedrijven aan de norm voor een koele plek binnen 300 meter. Kortom: het terrein was functioneel ingericht, maar bood op het gebied van klimaatadaptatie nog duidelijk ruimte voor verbetering, met kansen om het toekomstbestendiger en aantrekkelijker te maken voor werknemers, bezoekers en bedrijven. In 2023 gaf het Parkmanagement daarom opdracht om de problemen rondom hitte, groen en wateroverlast in kaart te brengen. De conclusie was helder: structurele verbetering kon alleen worden bereikt door openbare én private ruimte gezamenlijk te vergroenen.De impasse doorbreken De gemeente was in eerste instantie terughoudend over het vergroenen van het bedrijvenpark. Er waren al vaste plannen voor de uitstraling en strakke beheerbudgetten. Ook leek er weinig ruimte in de openbare omgeving door kabels en leidingen onder de grond. Parkmanagement besloot om een ‘aanjager’ via PHB in te schakelen, die zorgde voor gelijkwaardige gesprekken, waarin de verschillende perspectieven vanuit de betrokkenen werden besproken. Er ontstond tussen Parkmanagement, de deelnemende bedrijven en de verschillende afdelingen van de gemeente, begrip en een gesprek over wat mogelijk was. Door te kiezen voor een pilot benadering ontstond voor de gemeente, ruimte om op een andere manier naar ontwerp, beheer en kosten te kijken.Gezamenlijke inspectie in het gebied maakten kansen zichtbaar en creëerde enthousiasme.De bedrijven bleken over het algemeen bereid te investeren in hun eigen terrein, waarvan vijf bedrijven zich committeerden om hun eigen kavels ingrijpend te vergroenen. ‘Onze rol was om deze impasse te doorbreken.’ Nico Meester – PHBVan kansen naar concrete plannen Om snel inzicht te krijgen in haalbaarheid en kosten werd besloten een kansenanalyse te laten maken. Met behulp van een subsidie uit de provinciale regeling Ondersteuning Toekomstige Werklocaties werd €25.000 aan procesgeld toegekend, met 50% co-financiering. Opgebracht door parkmanagement, gemeente en PHB, ieder voor één derde deel. In totaal kwam er zo €50.000 beschikbaar.  Stichting Greendustry werkte vervolgens concrete plannen uit voor vijf bedrijfskavels en aangrenzende openbare ruimte, inclusief een begroting. In nauw overleg met alle partijen ontstonden realistische, gedragen ontwerpen.Ondernemers werden enthousiast en de gemeente ging van een afwachtende naar een actieve partner. ‘PHB speelde een belangrijke, aanjagende rol in het project en wist verschillende partijen met elkaar te verbinden.’ Hugo Kranenburg – GreendustrySubsidie als accelerator De totale investering voor de uitwerking van de vergroening bedraagt bijna €900.000.  Via de provinciale subsidieregeling Toekomstbestendige Bedrijventerreinen is 25% hiervan toegekend.  De uitvoering start in begin 2026 en bestaat onder andere uit: Groene bedrijfstuinen Wandelvriendelijke, schaduwrijke stoepen Vergroende gevels en koele verblijfsplekken De vergroening van de omgeving moet zorgen voor minder hittestress en wateroverlast en een fijne en aantrekkelijke werkomgeving.  ‘Door de korte lijnen met PHB en financiële ondersteuning is het project uiteindelijk ook in de uitvoeringsfase gekomen.’ Rob ten Bok – Parkmanager De PresidentSamen investeren in de toekomst Als deze case ons één ding heeft geleerd, dan is het dat samenwerking essentieel is. De gemeente en het bedrijfsleven moeten het samen doen en succes ontstaat wanneer ze beide eigenaarschap voelen. Nog meer learnings:  Betrek ontwerp, beheer én budgethouders vanaf het begin. Een gezamenlijke kijkronde breekt barrières af en maakt kansen zichtbaar en tastbaar Focus op de voordelen: mooiere uitstraling, meer comfort, hogere productiviteit, een koelere omgeving en minder wateroverlast. Wees helder over kosten en subsidiemogelijkheden Schetssessies stimuleren creativiteit en samenwerking.  Een integrale aanpak voor zowel openbare als private ruimte is cruciaal Een duidelijk integraal plan zorgt voor draagvlak en maakt uitvoering mogelijk De kracht van de bedrijvenvereniging van bedrijvenpark de President zit in samenwerken, duidelijke kaders, concrete cijfers, een gezamenlijke rekensom en heldere afspraken over wie wat doet. Juist een kleinschalige pilot bleek de sleutel tot blijvend draaglak en kansen voor opschaling. ‘De ervaringen die we met dit project hebben opgedaan, worden inmiddels meegenomen in projecten op andere werklocaties in de Haarlemmermeer.’ Ed Nieuwenhuizen – Procesbegeleider Duurzame Werklocaties,- Gemeente Haarlemmermeer Beeld: Bedrijvenpark De President, gemaakt door The Flying Dutchmen

06-03-2026
Aanmelden nieuwsbrief