Vrijdag 25 november 2011 hebben de gemeente Waalwijk, de Brabantse Herstructureringsmaatschappij voor Bedrijventerreinen B.V. (BHB) en de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij (BOM) een Samenwerkings- en participatieovereenkomst ondertekend voor de herstructurering Haven 1 t/m 6. Tegelijkertijd is ook een Samenwerkingsovereenkomst businesscases vernieuwing sluis en ontwikkeling Oostelijke insteekhaven ondertekend.

 

Herstructurering Haven 1 t/m 6

Met deze Samenwerkings- en participatieovereenkomst pakken de gemeente Waalwijk, BHB en BOM gezamenlijk verouderde bedrijfskavels en -gebouwen op de bedrijventerreinen Haven 1 t/m 6 aan. Hiervoor is een Masterplan+ opgesteld. Mogelijkheden zijn onderzocht om het bedrijfsleven een beter ondernemersklimaat te bieden door een aantal problemen aan te pakken. Hierbij valt te denken aan: inefficiënt ruimtegebruik, braakliggende terreinen, leegstand en verpaupering. Het Masterplan+ schept een kader om van het bedrijventerrein Haven weer een modern en dynamisch bedrijventerrein te maken door een gezamenlijke aanpak van de geconstateerde verouderingsproblemen en knelpunten. Het Masterplan+ besteedt ruim aandacht aan de gewenste herstructurering van private kavels. Een lokaal herstructureringsfonds wordt opgericht om dit mede mogelijk te maken.

Samen met bedrijfsleven

Het Masterplan+ is door de gemeente en de BOM, in samenwerking met het bedrijfsleven opgesteld De ervaring en ambities van de betrokken ondernemers zijn geïnventariseerd en uitgewerkt in kansen en knelpunten in met name private ruimten op Haven 1 t/m 6. De geplande projecten voor de openbare ruimte worden gekoppeld aan de meerjarenprogramma’s van de gemeente.

Lokaal Herstructureringsfonds Waalwijk

Voor de uitvoering van het Masterplan + richten partijen het Lokaal Herstructureringsfonds Waalwijk op en leggen in totaal 6 miljoen euro in om te participeren in de herontwikkeling van private kavels.

Samenwerkingsovereenkomst businesscase sluis/Oostelijke insteekhaven
Door het college van Waalwijk zijn, gesteund door de gemeenteraad, 2 varianten gekozen met als doel om de bereikbaarheid over water voor Waalwijk Noord toekomstbestendig te maken.

De “Samenwerkingsovereenkomst businesscases vernieuwing sluis en ontwikkeling Oostelijke insteekhaven” heeft tot doel om de businesscases voor de sluis en de oostelijke insteekhaven op te stellen met diverse betrokken publieke en private partijen. Deze businesscases kennen een uitwerking op het gebied van de civiele techniek, financiële haalbaarheid (incl. een risicoanalyse) en ruimtelijke ordening/planologie. De samenwerkingsovereenkomst heeft een looptijd tot 30 april 2012.

Op basis van deze businesscases kan de gemeenteraad van Waalwijk in mei volgend jaar een vergelijking maken tussen de 2 varianten en een afgewogen beslissing nemen of en zo ja op welke wijze de havenontwikkeling aangepakt wordt. De volgende partijen zijn betrokken bij deze samenwerking: gemeente Waalwijk, BOM/BHB, Midpoint Brabant, Brabant Intermodal, Zand - en grindhandel Waalwijk, MCA en het Waalwijks Bedrijvenplatform.

BOM

De BOM was sinds de oprichting van SKBN tot 2018 participant van SKBN. Doordat de beleidsactiviteiten van BOM Bedrijfslocaties (en het BHB-fonds) naar de Provincie Noord-Brabant zijn teruggegaan, heeft de BOM haar lidmaatschap van SKBN beƫindigd.

info@bom.nl
088 - 831 11 20

BOM
card image

Event

10-11-2021
BT Event 2021: De kracht van werklocaties

Event

10-11-2021

BT Event 2021: De kracht van werklocaties

Op woensdag 10 november organiseert SKBN samen met BT Magazine en ELBA\REC de 16e editie van het BT Event. Dit jaar zijn we op de locatie van de Brainport Industries Campus in Eindhoven. Onze gastheren zijn: Eindhoven Airport, Flight Forum, gemeente Eindhoven en provincie Noord-Brabant.

De kracht van werklocaties

Stedelijke werklocaties zijn samen met de binnenstad de drijvende kracht van de stedelijke economie. Ze zorgen voor banen en de producten en diensten waar de moderne samenleving op draait. Steeds meer fungeren ze ook als draaischijven in de stadslogistiek, hub voor kennis en innovatie, broedplaats voor creatieve pioniers. Maar die stedelijke werklocaties staan onder druk vanwege de toenemende ruimtebehoefte van andere stedelijke functies, wonen voorop, en het beleid om overlast door verkeer, lawaai en geur te voorkomen. Tegelijkertijd spelen grote transities in bijvoorbeeld de energievoorziening en als gevolg van klimaatverandering.

Met het veranderende karakter van de economie en de logistiek, alsmede door nieuwe trends in hoe we werken, versneld door de coronacrisis, staan stedelijke werkgebieden zelf ook voor transformatieopgaven. De grote uitdaging is om bij de herprofilering in te spelen op genoemde trends en ambities, en zo een volwaardige nieuwe rol in het stedelijk weefsel te kunnen spelen.

Met ons congres "De kracht van werklocaties" willen we dat thema agenderen.

Doel

De deelnemers tonen wat er komt kijken bij het daadwerkelijk bijdragen aan de realisatie van stedelijke ambities door werklocaties. Hoe kun je her profileren en her ontwikkelen naar een gemengd kennis en innovatiedistrict, dat ook voldoet en bijdraagt aan de ambities voor verduurzaming, vergroening etc. Aanmelden voor dit fysieke congres inclusief netwerkborrel is binnenkort mogelijk!

Voor meer informatie kijk op www.btevent.nl.

Lees verder
card image

Opinie

Vergeet niet dat het bedrijventerrein primair een plek voor bedrijven is

Opinie

30-06-2021

Vergeet niet dat het bedrijventerrein primair een plek voor bedrijven is

De aandacht voor bedrijventerreinen lijkt vooral ingegeven door de potentie van deze locaties als gebied voor woningbouw, analyseert Cees-Jan Pen, lector bij Fontys Hogescholen. Terwijl ook bedrijvigheid een plek verdient in de stad. ‘Laat de gebieden soms zijn waarvoor ze bedoeld zijn: monofunctionele bedrijventerreinen waar ruimte is voor ondernemen.'

Er is iets vreemds aan de hand met bedrijventerreinen. Circa een derde deel van de beroepsbevolking en bedrijven is er gevestigd. Ze leveren bovendien een grote bijdrage aan het bereiken van de klimaatdoelstellingen voor de gebouwde omgeving. Desondanks konden bedrijventerreinen zich lange tijd niet bepaald verheugen op politieke en beleidsaandacht. Je moet, net als ik, blijkbaar een afwijking hebben om je blijvend zo druk te maken over het belang en behoud ervan. Gelukkig zie ik het aantal mensen toenemen dat zich ook druk maakt om bedrijventerreinen.

Inmiddels hebben Rijksadviseurs en landschappelijke organisaties bedrijventerreinen hoog op de politieke agenda gezet. Dat komt ongetwijfeld door het oplaaiende debat over de toenemende verdozing van ons landschap. De logistieke XXL-hallen en grote nieuwe datacentra hebben enorme impact op ons landschap. De ophef wordt verder versterkt door de ogenschijnlijk geringe duurzame en ontwerpeisen die worden gesteld aan deze enorme complexen en veel te vrijblijvende regionale en provinciale kaders. Er is überhaupt een toenemende aversie tegen bedrijventerreinen, die ogenschijnlijk woningbouwplannen – en de aanpak van de woningnood – in de weg lijken te zitten. We moeten niet vergeten dat er een trend gaande is voor meer ruimte voor duurzame bedrijven, met vakmanschap, ambachtelijk werk en omarming van de circulaire economie. Ook hier zijn bedrijventerreinen ineens dé essentiële plaats geworden om deze ambities te verwezenlijken.

Opmerkelijk is dat we eigenlijk maar heel weinig weten en onafhankelijk langjarig onderzoek doen naar ruimte voor werken en bedrijventerreinen in het bijzonder en wat bedrijven beweegt. Uit een uitgebreide literatuurstudie (pdf) waaraan ik heb meegewerkt, blijkt hoe weinig er over de lange termijn bekend is. Dit staat in schril contrast met kennis en onderzoek over de benodigde vraag naar en ruimte voor wonen. Een illustratief voorbeeld is het uitgebreide debat over de omvang van de woningnood, de staat van de voorraad, het type benodigde huizen, de omvang en (huur)prijs van die huizen en regionale markten.

Deze onderzoeksmatige dominantie voor wonen vertaalt zich namelijk ook in de ruimtelijke ordeningspraktijk. De aandacht voor bedrijventerreinen lijkt vooral ingegeven door de potentie van deze locaties als gebied voor woningbouw. Vanuit een sectorale en kwantitatieve woningbouwvisie worden momenteel bedrijventerreinen ingekleurd zonder echt rekening te houden met ruimte voor industriële werkfuncties en kennis wat bedrijven beweegt. Het gaat zelfs zo ver dat bedrijven, die ergens al tientallen jaren gevestigd zijn, de schuld krijgen als vertragende factor bij woningbouwplannen die nodig zijn voor het oplossen van de woningnood. Integrale ruimtelijke ordening is ver te zoeken.

Van Bokkum stelde in NRC van 5 juni aan de hand van de illustratieve Amsterdamse case Damen Shipyards, terecht de vraag: is er in de stad nog plek voor industrie, of krijgen woningen prioriteit? Helaas lijkt het er eerder op dat we vanuit ambitieuze woningbouwtargets, de industrie weg willen hebben uit de steden. Voorbij wordt gegaan aan het feit dat niet overal functiemenging mogelijk is. Laat de gebieden en zeker industriële gebieden soms zijn waarvoor ze bedoeld zijn: monofunctionele bedrijventerreinen waar ruimte is voor ondernemen, zeker voor de maakindustrie. Ruimte voor bedrijventerreinen moet niet alleen hoog op de agenda voor het regeerakkoord en de komende gemeenteraadsverkiezingen, maar ook op de agenda van NWO, die de regie voert over onderzoeksfinanciering. Het wordt tijd dat ruimte voor werkende bedrijventerreinen de beleids- en onderzoeksmatige aandacht krijgt die het verdient.

Deze column verscheen eerder op Vastgoedmarkt

Lees verder
card image

Nieuws

Liander gooit stroomnetwerk op slot voor nieuwe grootverbruikers in half Noord-Holland

Nieuws

17-09-2021

Liander gooit stroomnetwerk op slot voor nieuwe grootverbruikers in half Noord-Holland

Het elektriciteitsnetwerk van Liander in een groot deel van Noord-Holland is vol. Het netwerk in dat gebied gaat daarom vanaf vandaag voor vier jaar op slot, meldt netbeheerder Liander.

Er kunnen geen nieuwe grote stroomafnemers zoals grote bedrijven meer bij. Pas in 2025 hoopt Liander het elektriciteitsnetwerk in het gebied voldoende uitgebreid te hebben voor nieuwe aanvragen.

Het besluit geldt voor Alkmaar en elf andere gemeenten om deze stad heen, van Hollands Kroon tot Castricum en van Bergen tot Medemblik. Grote bedrijven die zich hier willen vestigen, kunnen geen elektriciteit meer afnemen.

Ook bestaande bedrijven die stevig willen uitbreiden, kunnen de nieuwe delen niet meer van elektriciteit laten voorzien totdat Liander het elektriciteitsnetwerk heeft uitgebreid.

In nieuwbouwwijken bestaat onzekerheid over de aansluiting van supermarkten en scholen.

Liander is in veel gebieden al hard bezig om meer kabels de grond in te krijgen en meer elektriciteitsverdeelstations te bouwen. Dit is een proces van lange adem. Het wordt bemoeilijkt door een schrijnend personeelstekort en langdurige vergunningtrajecten. Ook liggen grondeigenaren en omwonenden vaak dwars als Liander een transformatorhuisje wil bouwen of een kabel wil aanleggen.

Liander roept de regionale overheden op om mee te werken met de plannen voor uitbreiding, zodat het ’slot’ op het elektriciteitsnetwerk er weer af kan.

Nieuwbouwwijken worden zoveel mogelijk ontzien. Liander heeft rekening gehouden met de stand van zaken rond bouwplannen voor de komende vier jaar. De lopende woningbouwplannen kunnen nog wel worden aangesloten op elektriciteit.

Gedeputeerde Edward Stigter baalt van de situatie. „Ik vind het zeer zorgwekkend dat een groot deel van Noord-Holland oranje kleurt, en rood dreigt te kleuren, op de kaart van Liander. Dit heeft grote gevolgen voor grotere bedrijven. De provincie neemt zijn verantwoordelijkheid om de effecten hiervan zo klein mogelijk te maken.”

Stigter doelt hiermee onder meer op een provinciaal inpassingsplan voor de energieinfrastructuur, waarin ruimte wordt vastgelegd voor verdeelstations, transformatorhuisjes en kabels van Liander.

De snelheid waarmee het elektriciteitsnet vastloopt, heeft hem verrast. „Maar de snelle elektrificatie van de samenleving heeft Liander zelf ook verrast”, constateert hij. Laadpalen voor elektrische auto’s en warmtepompen in huizen bijvoorbeeld, en met name de snelle elektricificatie van de industrie.

Schaarste verdelen

Liander voert in het ’oranje’ gebied nu eerst een onderzoek uit naar zogeheten congestiemanagement. Dit houdt in dat bedrijven in het gebied afspraken maken met Liander over hun stroomgebruik. Bedrijven die op bepaalde tijdstippen minder stroom afnemen, en dus minder ruimte op het net innemen dan hun contract toelaat, kunnen deze niet gebruikte ruimte beschikbaar stellen aan een ander bedrijf in de buurt. Op die manier wordt de schaarse ruimte beter benut.

Liander geeft bedrijven geld die ervoor kiezen om minder stroom af te nemen. Dit gaat middels een congestiemarkt.

Lees verder