Medio november heeft de Raad van Commissarissen van de LHB ingestemd met een garantiestelling aan de gemeente Heerlen. Op bedrijventerrein De Beitel wordt het nu mogelijk de doorsteek van de Eisterweg te realiseren. LHB tracht met een garantiestelling partijen bij elkaar te brengen en het project financieel mogelijk te maken.

In de regio Parkstad is inmiddels op 6 bedrijventerreinen gestart met de 1e fase van herstructurering. In totaal wordt voor circa € 5 miljoen aan werk uitgevoerd, waarvan de gemeenten en Parkstad Limburg respectievelijk € 3 en € 2 miljoen bij elkaar gebracht hebben. Eind 2012 zullen de meeste werkzaamheden opgeleverd worden. Met deze forse impuls wordt met name de kwaliteit van het openbaar gebied op de bedrijventerreinen sterk verbeterd. Samen met een aantal gemeenten en vastgoedeigenaren is LHB ook bezig met de planvorming van herstructurering in het private domein.

LIOF

LIOF was sinds de oprichting van SKBN tot 2016 participant van SKBN. LIOF heeft haar activiteiten op het gebied van herstructurering van bedrijventerreinen (waaronder het investeringsfonds LHB) beƫindigd en daarom ook haar lidmaatschap van SKBN.

[email protected]
043 - 328 02 80

LIOF
card image

Nieuws

FD: Wonen tussen de bedrijven? In de Zaanse Achtersluispolder is dat nog geen uitgemaakte zaak

Nieuws

30-01-2022

FD: Wonen tussen de bedrijven? In de Zaanse Achtersluispolder is dat nog geen uitgemaakte zaak

Zaanstad wil duizenden woningen bouwen in de Achtersluispolder, een bedrijventerrein met honderden ondernemingen. Voor de bedrijven die mogelijk weg zouden moeten, is nog geen andere plek gevonden. Bovendien ligt het gebied pal achter de Amsterdamse haven.

In het kort:

  • Zaanstad wil duizenden woningen bouwen op de Achtersluispolder.
  • In die polder werken ruim vierduizend mensen bij zo'n vierhonderd bedrijven.
  • Veel ondernemers moeten verhuizen, maar waarheen is niet duidelijk.
  • Ondernemers zijn bang dat werken en wonen nit goed samengaan.

'Ik vind het prachtig', zegt Richie Oberegger, terwijl een vrachtschip, de Bulk Greece, voor het venster van de ontvangstruimte boven de productiehal door het Noordzeekanaal glijdt. 'Natuurlijk is het een mooie plek, zo aan het water. Ik snap dat ze hier woningen willen bouwen.'

Oberegger is directeur van Maza, een Zaanse fabrikant van hummus, een kikkererwtenpuree. De ondernemer geniet vaak van het uitzicht op het kanaal. Ook de 120 medewerkers kunnen aan hun trekken komen: in de zomer pauzeren zij graag in de smalle strook gras en riet die de fabriek scheidt van het kanaal.

Maza is een van de ondernemingen op de Achtersluispolder in Zaandam, een dichtbebouwd en florerend, maar verouderd bedrijventerrein van 80 hectare waar Zaanstad ruimte wil vrijmaken om de woningnood aan te pakken. Niet alle vierhonderd bedrijven moeten weg, maar wel voldoende voor een kleine tienduizend nieuwe woningen.

Met zicht op de tanks

De plannen zijn nog in een vroeg stadium. Donderdag neemt de gemeenteraad een besluit over aanvullend onderzoek. Daarvoor is 2,5 jaar uitgetrokken. Enige haast is er wel. Want Zaanstad is onderdeel van de Metropool Regio Amsterdam (MRA) en die club van ruim dertig gemeenten van IJmuiden tot Lelystad heeft met het Rijk afgesproken dat de Achtersluispolder een van de vijf 'ontwikkelingslocaties'is, waar zo mogelijk nog eens 45.000 woningen meoten komen, vóór 2030. Dat aantal komt bovenop de 175.000 waarover al overeenstemming was voor de MRA als geheel.

Of Zaanstad zijn zin krijgt, is de vraag. Er is weerstand bij ondernemers op het bedrijventerrein in de eeuwenoude polder. Zij zien allerlei praktische obstakels.

Ook Maza-directeur Oberegger. 'Wil je daar tegenover wonen?', vraagt hij, terwijl hij naar de overkant van het Noordzeekanaal blikt. Witte brandstoftanks van de Amsterdamse Petroleumhaven bepalen daar het beeld. 'Die kun je beter eerst weghalen.' En de Maza-fabriek zou niet eens ruimte maken voor woningen. 'Hier moet een park komen', zegt Oberegger een tikkeltje gepikeerd - pas aan de overkant van de straat beginnen de woningen. 

De Petroleumhaven wordt voorlopig niet opgedoekt, en ook na het einde van het tijdperk van de fossiele brandstoffen zou Amsterdam het terrein kunnen blijven gebruiken voor energie, bijvoorbeeld voor waterstof. Daarmee houdt de buurgemeente de plannen van Zaanstad voor de Achtersluispolder wellicht nog lange tijd in een wurggreep.

Hembrugterrein

Hans Krieger, VVD-wethouder voor gebiedsontwikkeling, weet wat de gevolgen kunnen zijn als er woningen te dicht bij zware industrie worden gepland. Aan de overkant van de Zaan lict het Hembrugterrein, waar Zaanstad 1.000 woningen had willen bouwen. In 2019 zette de Raad van State een streep door de plannen na bezwaren die waren ingediend door onder meer een Amsterdams compostbedrijf op de andere oever van het Noordzeekanaal.

'We hebben de kous op de kop gekregen', zegt Krieger. 'De les die we hebben geleerd is dat we meer vanuit de bestaande bebouwing moeten beginnen.'

Voor de Achtersluispolder betekent dit dat begonnen wordt met het noordelijke gedeelte, het Sluiskwartier. 'Daarmee komen we een heel eind.' De wethouder rekent erop dat samen met de gemeente Amsterdam en de haven van Amsterdam een oplossing wordt gevonden voor de rest van het terrein en voorziet bovendien dat 'olie en kolen zullen weggaan, bijvoorbeeld naar Rotterdam'. 'Dat biedt voor ons dan perspectief.'

Purmerend of zelfs Lelystad

Een minstens zo groot probleem is het vinden van locaties voor bedrijven die niet kunnen blijven. Zaanstad wil de ondernemingen het liefst behouden voor de gemeente, ook vanwege de vele banen voor laaggeschoolden. Maar er zijn vrijwel geen kavels beschikbaar op de andere bedrijventerreinen in de gemeente en bouwen in het groen is taboe. Dat dwingt Zaanstad ook naar elders in de regio te kijken. 'We zijn in  gesprek met Alkmaar, Purmerend en Beverwijk. Ook Hoorn kan', zegt Krieger. In de MRA kijken beleidsmakers ook naar de oostflank van de regio Almere en Lelystad.

Oberegger heeft vanwege de woningnood en de 'huizenprijzen die nergens op slaan' begrip voor de woningbouwplannen van de gemeente en vertrekt daarom als dat moet. 'Wij willen niet weg, maar is het zo, dan is het zo.'

Waar moet Maza dan heen? De directeur rekent erop dat er nog ergens in Zaanstad een stukje grond is en anders is Purmerend een mogelijkheid. Maar hij geeft toe dat een verhuizing naar Purmerend voor veel lokale medewerkers zal betekenen dat zij een andere baan moeten zoeken.

Minder ernstig is dat Maza in Purmerend het zinnetje 'Made in Zaandam' dat op sommige verpakkingen staat, moet schrappen. Maza kun je als een afkorting zien van Made in Zaandam. 'Ja, dat moet er dan vanaf. Maar alles is natuurlijk mogelijk.'

Van de Flevopolder of nog verder weg wil hij niets weten. 'Het is van belang om in groot-Amsterdam te zitten. Je ziet er meer dan in een klein plaatsje in Drenthe. Het is een stuk multicultureler en je krijgt meer mee, het zijn onbewuste prikkels.' Maza heeft twee winkels in Amsterdam en Amstelveen waar nieuwe producten in de markt worden getest.

'We zitten hier erg strategisch'

Een eind verderop, waar de Achtersluispolder aansluit op het wegennet rond Zaandam, is Vincent van Vliet veel somberder. Van Vliet is voorzitter van de werkgroep transitie Achtersluispolder van Ondernemersvereniging Zaandam Zuid en projectleider bij Sturm, een aannemerij.

Mijn bedrijf is niet gebonden aan de Achtersluispolder. Wet zitten hier wel heel strategisch, want naar al mijn werk in Haarlem, Amsterdam, Alkmaar of Purmerend rijd ik in twintig minuten. Als ik in Purmerend zou zitten, kan het een uur duren voordat ik 's morgens in Amsterdam ben. Dus in die zin hoef ik hier niet weg', zegt Van Vliet. 'Maar er zit hier ook veel maakindustrie. Die bedrijven hebben een werkende fabriek en kunnen pas weg als ergens anders precies dezelfde fabriek werkend is.'

En het alternatief, niet verhuizen en samenleven met de nieuwe Zaankanters in de Achtersluispolder, zoals de gemeente dat voor ogen heeft? Van Vliet ziet dat niet zitten en Oberegger evenmin. Van Vliet: 'Als ik 's morgens om zes uur een rijplaat in de vrachtwagen gooi, vindt iemand dat een keer niet erg en twee keer misschien ook nog niet. Maar als je dat dag in dag uit doet, ga je op een gegeven moment met elkaar vechten.'

Oberegger vreest dat de omwonenden zich storen aan de geuren uit de 'keuken' van Maza en aan het vrachtverkeer, dat bovendien een gevaar vormt voor 'spelende kinderen op straat'.

'Rek is eruit'

De ondernemersvereniging had twee weken geleden Cees-Jan Pen op bezoek, lector aan Fontys Hogescholen in Eindhoven. Pen maakt de plannen van de gemeente met de grond gelijk. Ze zijn 'ondoordacht' en 'onvolledig', zegt hij later. 'Er is nog nauwelijks nagedacht over waar de bedrijven heen moeten, laat staan wat de enorme kosten zijn van uitplaatsen.' Hij meent dat werken en wonen hier niet samengaan en dat de Achtersluispolder gereserveerd moet blijven voor het bedrijfsleven. Ook met het oog op de 'hoge circulaire ambities' van de overheid: er moet ruimte zijn dicht bij de stadscentra voor maak- en ambachtelijke bedrijven die 'repareren' en 'recyclen'. 

Volgens de lector moet Zaanstad accepteren dat het niet lukt om zoveel nieuwe woningen te bouwen. 'De woningnood kun je alleen regionaal oplossen', zegt hij. 'Maar misschien is de rek eruit en moet je als regio veel meer naar Almere kijken. Daar was Almere ook ooit voor bedoeld.'

Betonmolen als buurman

Toch is er ook een bedrijf, uit onverwachte hoek, dat denkt dat wonen en werken juist wel goed te combineren zijn. Dat is Rutte, een weg- en waterbouwbedrijf, dat in de Achtersluispolder in een loods oud beton verwerkt tot de oorspronkelijke grondstoffen.

Het bedrijf is zo goed stofvrij gemaakt en geïsoleerd en afgeschermd tegen geluid, onder andere met geluidswanden die langs de A9 stonden in Badhoevedorp, dat volgens directeur René Rutte direct naast zijn pand woningen kunnen staan. Of erboven. 'De uitdaging die we zijn aangegaan is om vervuilende industrie zo schoon mogelijk te maken.'

Rutte hoopt dan ook te kunnen blijven, of als laatste te moeten vertrekken, 'want de hele transitie kunnen wij faciliteren.' Tegen de zin van de gemeente blijven zitten is geen optie, daar zijn afspraken over gemaakt toen het bedrijf zich enkele jaren geleden in de Achtersluispolder vestigde. 'Dat was part of the deal. Wij gaan als wij moeten gaan.'

Bron: FD 30 januari 2022

Lees verder
card image

Achtergrond

Goede innovatie-omgevingen versterken stedelijk profiel

Achtergrond

19-05-2022

Goede innovatie-omgevingen versterken stedelijk profiel

Nederland kent zo’n honderdvijftig initiatieven voor campussen, science parks, broedplaatsen, accelerators en makerspaces. Buck Consultants International presenteert er enkele en bespreekt de succesfactoren en de rol van vastgoed.

Geografische nabijheid van soortgelijke innovatie en technologiegedreven bedrijven en relevante kennisinstellingen werkt, getuige de honderden science parken en campussen in Europa. Nederland blaast zijn partij goed mee, want Buck Consultants International telt zo’n honderdvijftig initiatieven, al gerealiseerd of nog op de tekentafel.

Indeling innovatie-omgevingen

Om in de veelheid aan fysieke innovatie-omgevingen ordening aan te brengen is allereerst een hoofdonderscheid nodig: hebben we het over één gebouw of een gebied? Ook de plek is van belang: binnenstedelijk of buitenstedelijk?

Vervolgens is de vraag wat de attractiefactor vormt:

  • Kennis als magneet: daarbij gaat het vaak om een universiteit en/of universitair medisch centrum die als magneet fungeert (in een enkel geval ook een HBO-instelling).
  • Bedrijven als magneet: daarbij kan het gaan om (in eerste instantie) een groot R&D-centrum van één bedrijf (bijv. Philips – High Tech Campus Eindhoven; Thales – High Tech Systems Park Hengelo; DSM – Brightlands Chemelot Campus en Biotech Campus Delft) of juist een verzameling van gelijkgezinde bedrijven (bijv. Automotive Campus Helmond, Technology Park Ypenburg voor composietbedrijven).
  • Concept/locatie & doelgroep als startpunt: voorbeelden zijn Strijp S en Strijp T in Eindhoven, het Smart Services Innovatiedistrict Tilburg en het Amsterdam Life Sciences District.
  • Specifieke (gezamenlijke) innovatiefaciliteit(en) als uitgangspunt: hiertoe kunnen Pivot Park Oss, Green Chemistry Campus in Bergen op Zoom en Technology Base Twente worden gerekend.

Ecosysteemversterking

Bij alle onder deze vier noemers te rangschikken initiatieven speelt ook de vraag: is er alleen sprake van ‘hardware’ (gebouw, gebied) of is er ook sprake van actieve, systematische ecosysteemversterking? Onder deze ‘software’ vallen onder andere startersbegeleiding, business development en het gezamenlijk nemen van initiatieven voor open toegankelijke ontwikkelings-, demo- en trainingsfaciliteiten.

Rekening houdend met al die factoren ontstaat onderstaand kader.


Kader Fysieke Innovatie-omgevingen Bron: Buck Consultants International

Belangrijke conclusie: de ene fysieke innovatie-omgeving is niet op voorhand beter dan de andere – voor verschillende doelgroepen met uiteenlopende wensen zijn uiteenlopende innovatie-omgevingen adequaat.

Voorbeeld binnenstedelijk gebied: Strijp T – Eindhoven

Met 25 hectare binnenstedelijk terrein ontwikkelt Strijp T zich tot een innovation powerhouse in Eindhoven. Het Strijp T-model is: make – create – innovate. Anders dan buurlocatie Strijp S (ook een voormalig Philips fabriekscomplex) is dit óók een plek voor maakbedrijven. Het terrein vlak bij een spoorstation kent een actieve community. De bestaande gebouwen zijn nagenoeg volledig verhuurd; het terrein kent nog volop verdichtingsmogelijkheden.

Voorbeeld buitenstedelijk gebied: Technology Park Ypenburg

Aan de rand van Den Haag startte in 2018 Technology Park Ypenburg (TPY). Een aantal bedrijven (zoals Airborne, KVE, Promolding en GMT) willen samen met het Fieldlab Digital Factory for Composites (DFC) deze locatie laten uitgroeien tot een internationale hot spot voor producten op basis van hightech materials, met name composieten. Vastgoedbedrijf Dream Advisors heeft recentelijk TPY (vijf gebouwen) gekocht en het terrein verder wordt ontwikkeld tot campus met actieve ecosysteemversterking (bijvoorbeeld start-upbegeleiding, co-creatie-initiatieven, soft landing programma, community-ontwikkeling).

Voorbeeld binnenstedelijk gebouw: LAB42 Amsterdam

Op het Science Park Amsterdam wordt binnenkort LAB42 geopend, beoogd als dé internationale hub op het gebied van Artificiële Intelligentie (AI). In het gebouw komen niet alleen onderzoekers en studenten van de Universiteit van Amsterdam, maar is ook volop ruimte gecreëerd voor bedrijven van elders. Bedoeling is een community te bouwen waarin studenten, onderzoekers en bedrijven vanuit LAB42 gezamenlijk innovatieve AI-projecten opzetten en uitvoeren. Amsterdam kent al bijna driehonderd AI-bedrijven en heeft twee bachelor- en twee masteropleidingen op het gebied van AI. Via LAB42 wil men deze kennis sneller omzetten in nieuwe business en talent sterker aan de regio binden.


LAB42 in Amsterdam. Beeld: Benthem Crouwel Architects

Voorbeeld buitenstedelijk gebouw: High Tech Factory Enschede

Dit 5.000 m2 grote gebouw is een productiefaciliteit waar bedrijven in de microsystemen- en nanotechnologie producten kunnen maken voor de commerciële markt. De High Tech Factory bevat dertien clean rooms en twintig laboratoria en is gelokaliseerd op het Kennispark Twente.

Twaalf bedrijven zijn er gevestigd, zoals Micronit, Masterpack, Mimetas en PA Imaging. Het apparatuurfonds ‘High Tech Fund’ biedt bedrijven de mogelijkheid productie-equipment voor een periode van vijf tot acht jaar te leasen, waarbij het fonds de apparatuur aanschaft en eigenaar van de equipment blijft.


High Tech Factory Enschede. Foto: Universiteit Twente

Succesfactoren

Voor een succesvolle ontwikkeling van een (fysieke) innovatie-omgeving moeten twee zaken gecombineerd worden. De ‘hardware’, dat wil zeggen het gebouw (ontwikkeling en exploitatie), ontmoetingsruimten en gedeelde ontwikkelings- en innovatiefaciliteiten dan wel het gehele gebouw. En ‘software’, lees: de ontwikkeling van het ecosysteem, stimulering van samenwerking tussen bedrijven, start-upbegeleiding, marketing & acquisitie.

Duidelijk profiel

Een duidelijk profiel, aansluitend bij het DNA van gebied of stad, is tevens van groot belang om een aansprekende propositie voor hardware plus software te kunnen ontwikkelen. Van begin af aan moet ook duidelijk zijn wat het verdienmodel is: moeten alle ecosysteem- en community-initiatieven uit huurinkomsten worden betaald of hebben hardware en software gescheiden financiële huishoudingen, wat in dat geval bij software vaak overheidssubsidies en/of bijdragen van bedrijven inhoudt?

Katalysator

Attractieve en goed lopende innovatie-omgevingen spelen een belangrijke rol als katalysator voor innovatie en stedelijke omgeving. Innovatie is immers gediend met nabijheid van bedrijven en organisaties, die op elkaars wensen en voorwaarden kunnen inspelen in een dynamische interactie-omgeving. Steden hebben baat bij groei van innovatieve (vaak technologiegedreven) bedrijven, die zorgen voor economische groei, werkgelegenheid, profilering en het boeien en binden van talent. Levendige innovatie-omgevingen, in toenemende mate multifunctioneel van opzet, passen immers prima in het concept van De Moderne Stad.

Panneldiscussie Provada

Op woensdag 15 juni 2022 (14.30 – 15.45/zaal 107) vindt tijdens de Provada een interessante discussie plaats over innovatie-omgevingen. Ontwikkelen van innovatie-omgevingen: wat is de ideale rolverdeling tussen vast-goedpartijen en overheden?

Lees verder