Donderdag 27 september hebben 37 partijen, waaronder SADC, een samenwerkingsovereenkomst ondertekend om de komende 3 jaar baanbrekende stappen te zetten in het verduurzamen en aardasvrij verwarmen van woningen en andere gebouwen met warmtenetten.

Binnen het Warmte & Koude programma voor de Metropoolregio Amsterdam (MRA) komen de vraagstukken en belangen van de verschillende partijen bij elkaar en werken we gezamenlijk aan het toepasbaar maken van nieuwe ontwikkelen en het stimuleren van duurzame warmtenetten.

SADC heeft vanuit de ontwikkeling van het Green Datacenter Campus op Schiphol Trade Park actief bijgedragen aan het programma.

Met het Warmte & Koude programma werken overheid en marktpartijen in de Metropoolregio Amsterdam samen aan de ontwikkeling van duurzame warmtenetten tegen zo laag mogelijke kosten. Deze samenwerking startte in 2015 en wordt nu met drie jaar verlengd. Het aanleggen van warmtenetten vraagt om nauwe afstemming tussen vele partijen. We stimuleren onderzoek en toepassing van duurzame warmtebonnen, initiëren de aanleg van warmtenetten en zorgen voor verbindingen tussen die netten voor leveringszekerheid van duurzame warmte.

Een warmtenet is een ondergronds buizenstelsel met warm water waarmee gebouwen verwarmd worden. Warmtenetten bieden een belangrijk alternatief voor de levering van warmte op basis van aardgas; zoals het verwarmen van huizen, gebouwen en glastuinbouw. Met de aanleg van warmtenetten zullen de komende jaren vele woningen ‘aardgasvrij’ verwarmd worden. Warmtenetten bieden in steden een duurzaam alternatief voor bestaande woningen en gebouwen. Voor nieuw te ontwikkelen woongebieden zijn lage temperatuur warmtenetten kansrijk. Naast ‘all electric’ oplossingen om te verwarmen.

Bestaande warmtenetten

Warmtenetten binnen de MRA worden gevoed met warmte vanuit een afvalverbrander of elektriciteitscentrale (Amsterdam, Almere, Amstelveen) of een aparte biomassaketel (Purmerend en Lelystad) Dat is duurzaam ‘dubbelgebruik’ van energie. We staan met elkaar voor de grote opgave om de warmtenetten te voeden met duurzame warmtebronnen. Dit zijn relevante stappen op weg naar een CO2-neutrale en fossielvrije leefomgeving.

Verduurzamen van warmtenetten kan door toepassing van biomassa (op de korte termijn), geothermie en lage temperatuur warmtebronnen zoals aquathermie en datacenters.

Doelstellingen 2018 – 2021

Het programma zet in op:

  • Strategische verdeling van warmte (hoge en lage temperatuur) over de regio, door het aanbod van de verschillende type warmte efficiënt te koppelen aan die locaties waar die warmte haalbaar en betaalbaar toegepast kan worden (HT voor oudere delen van steden, LT voor nieuwbouw);
  • Stimuleren en financieren van onderzoek naar geothermie als belangrijkste duurzame bron voor hoge temperatuur warmte;
  • Stimuleren van toepasbaar maken van nieuwe en kansrijke inzichten zoals warmte uit oppervlaktewater (aquathermie);
  • Toepasbaar maken van gebruik van restwarmte uit datacenters;
  • Afspraken over marktwerking en de mogelijkheid van ‘open netten’;
  • Afspraken met de rijksoverheid over beleid en regels om de ontwikkeling van duurzame warmtenetten te stimuleren en haalbaar te krijgen;
  • Afstemming over het aan elkaar koppelen van (boven)lokale warmtenetten voor de verduurzaming en zekerheid van warmtelevering op lange termijn;
  • Op weg naar betaalbare warmte als alternatief voor aardgas.


Actieprogramma

In de komende maanden stelt de warmteregisseur in samenwerking met de partners een werkprogramma op met de volgende onderdelen:

  • Sterke samenwerking tussen publieke en private partijen op marktwerking (haalbare businesscases en open netten) en beleid en regelgeving;
  • Creëren van een platform voor kennisuitwisseling voor de realisatie van de benodigde warmtecapaciteit en de noodzakelijke verbinding van (boven)lokale netten;
  • Ondersteuning van de Regionale Energie Strategie in de aanpak naar aardgasvrij;
  • Vertegenwoordiging van de belangen van de samenwerkende partijen;
  • Initiëren en versnellen van belangrijke projecten.


Effect programma

In 2015 is de eerste samenwerkingsovereenkomst gesloten. Daarin zijn de volgende resultaten behaald:

  • Met een ‘Grand Design’ van een regionaal warmtenet van IJmuiden tot Almere en van Zaanstad tot Aalsmeer is in kaart gebracht waar de grootste warmtevragers zitten, wat de huidige en toekomstige warmtebronnen zijn en waar de infrastructuur voor de warmtenetten kan komen te liggen;
  • Ook is de ‘Routekaart Duurzame Warmte in de MRA’ vastgesteld, waarin afspraken staan hoe het regionale warmtenet gerealiseerd kan worden.

TNO en ECN Duurzaam hebben in opdracht van het programma Warmte en Koude in de Metropoolregio Amsterdam uitgezocht hoe duurzaam de warmtebronnen in de warmtenetten van de regio Amsterdam zijn. Naar aanleiding van dit onderzoek is een CO2-ladder voor de warmtebronnen ontwikkeld om afnemers van warmte inzicht te geven in het nut van warmtenetten. In alle gevallen is de CV-ketel thuis het minst duurzaam.

De partners van het MRA Warmte en Koude Programma

AEB Amsterdam, Alliander Duurzame Gebiedsontwikkeling, Amsterdam Economic Board, Eneco Warmte en Koude, ENGIE, ENnatuurlijk, Gemeente Aalsmeer, Gemeente Almere, Gemeente Amstelveen, Gemeente Amsterdam, Gemeente Beverwijk, Gemeente Diemen, Gemeente Haarlem, Gemeente Haarlemmermeer, Gemeente Heemskerk, Gemeente Hilversum, Gemeente Ouder-Amstel, Gemeente Uithoorn, Gemeente Velsen, Gemeente Zaanstad, Greenport Aalsmeer, HVC, Liander, Nuon Warmte, OCAP, Omgevingsdienst IJmond, Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, Port of Amsterdam, Provincie Noord-Holland, PWN, Stadsverwarming Purmerend, Tata Steel, TNO/ECN, Waternet, Gasunie New Energy en SADC.

SADC

SADC is sinds 2011 participant van SKBN. SADC (Schiphol Area Development Company) ontwikkelt een samenhangend portfolio van hoogwaardige, bereikbare, (inter)nationaal concurrerende werkmilieus op de WESTAS van de Metropoolregio Amsterdam.

info@sadc.nl
020 - 20 666 40

SADC
card image

Event

15-05-2019
Studiereis naar Parijs

Event

15-05-2019

Studiereis naar Parijs

Grand Paris, pionier in duurzaamheid 

Van woensdag 15 mei tot vrijdag 17 mei 2019 organiseert de SKBN een werkbezoek aan Parijs. Parijs: de stad van literatuur, wetenschap, kunst en economie, maar ook de stad van de guillotine, mei ’68, gele hesjes. Je zou haast vergeten dat Parijs ook gewoon een stad is. Eigenlijk is het een staat in een staat, waar ontzettend veel gebeurt op het vlak van duurzame stedelijke ontwikkeling.

De Fransen doen daarbij geen half werk. Een traditie die begon met de grote verbouwing van ‘de lichtstad’ door Baron Haussmann in de tweede helft van de negentiende eeuw, duurt nog altijd voort. De Métropole du Grand Paris, die met centrumstad Parijs en voorsteden Hauts-de-Seine, Seine-Saint-Denis en Val-de-Marne een gebied van 814 km2 beslaat, pioniert op het gebied van duurzame energie, duurzame gebiedsontwikkeling en duurzame mobiliteit. Drie ontwikkelingen die we centraal stellen tijdens ons drie dagen durende programma. 

Eerste operationele smart grid

Parijs beschikt over het eerste operationele smart grid van de wereld: het IssyGrid in Issy-les-Moulineaux. Voor warmtevoorziening experimenteert de Parijse regio al 40 jaar met geothermie. Parijs is momenteel hét Europese centrum voor nieuwe boringen naar aardwarmte. In het centrum van Parijs bestiert energiebedrijf ENGIE het grootste koude-netwerk van Europa met water uit de Seine. Ook als publieke opdrachtgever zet Parijs de toon. De gemeente pioniert met een lifecycle-contract voor openbare verlichting ter waarde van €800 miljoen.

Eerste circulaire bedrijfspark

Ondertussen bouwt de stad nieuwe ‘quartiers’ die voldoen aan de hoogste standaarden voor duurzaamheid en circulariteit, zoals het Clichy-Batignolles ecodistrict in het 17de arrondissement (opgeleverd in 2012). Een Nederlands team onder leiding van architectenbureaus RAU, karres+brands en SeARCH werkt aan het eerste circulaire bedrijfspark Triango als onderdeel van de ‘Inventons la Metropole de Grand Paris’: de grootste Europese competitie voor stedenbouw, architectuur en openbare ruimte.

Duurzame mobiliteit

De burgemeester van Parijs maakte de rechteroever van de Seine autovrij, dieselauto’s gaan vanaf 2025 in de ban. In een unieke samenwerking met de gemeente Parijs biedt Groupe Renault – Europa’s grootste fabrikant van elektrische auto’s – elektrische mobiliteit aan inwoners en bezoekers van Parijs en Île-de-France. Ondertussen werken Franse ingenieurs aan de Grand Paris Express: een derde metronetwerk met 160 kilometer nieuw spoor verdeeld over vier nieuwe lijnen met in totaal 60 nieuwe stations. Het nieuwe net ligt voor 90 procent ondergronds en moet in 2024 klaar zijn voor de duurzaamste Olympische spelen ooit.

De grootste stad van de post-Brexit EU (als dat allemaal doorgaat) telt inclusief voorsteden ruim 7 miljoen inwoners en is meer dan de ingeslapen wereldstad waar ze wel eens voor wordt gehouden. De hoofdstad van Frankrijk is dé toonaangevende hoofdstad van duurzame urbane ontwikkeling. De SKBN nodigt u uit om dit zelf te gaan bekijken, waarbij we focussen op duurzame energie, duurzame gebiedsontwikkeling en duurzame mobiliteit, maar ook de positie van de Métropole du Grand Paris in de Europese en mondiale economie belichten.

Kortom: hoe Parijs ondanks de woelige baren stug voortbouwt op de idealen die de stad hebben gemaakt tot wat ze nu is. En hoe de metropool zich blijft vernieuwen op technologisch, economisch en cultureel vlak, met een stevig maakbaarheidgeloof dat de tandem overheid–bedrijfsleven tot grote prestaties heeft gebracht en nog steeds brengt. 

MELD JE NU AAN VIA: HTTPS://KENNISLAB.TYPEFORM.COM/TO/RDM9FN

Lees verder
card image

Opinie

Toekomstvisie op werklocaties

Opinie

30-03-2019

Toekomstvisie op werklocaties

De Challenge Circulaire Werklocaties (lees meer in dit artikel dat verschenen is in BT Magazine 01-2019) leverde drie heel verschillende toekomstbeelden op. De inspiratie voor het organiseren ervan kwam mede uit twee ontwerpstudies, namelijk ‘Op zoek naar leefruimte’ (1966) en ‘Nederland nu als ontwerp’ (1987). Het zijn beelden die werken, maar soms op een andere manier dan bedoeld.

‘Op zoek naar leefruimte’ werd gepubliceerd door Rothuizen en Leeflang, samen met de tweelingbroers Robbert en Rudolf Das. In populaire bewoordingen en met futuristische ontwerpen werd de modernistische vrees voor een dichtbevolkte, onhygiënische stad, met oncontroleerbare massa’s en verkeersinfarcten beschreven. Vanuit een geloof in maakbaarheid en urgentiebesef hielden zij een pleidooi voor een andere, betere toekomst: ‘Nederland met zijn bevolkingsgroei kan best bewoonbaar blijven dankzij nieuwe technieken.’

De beelden van de gebroeders Das vormden, als een soort ontwerpend onderzoek avant la lettre, een belangrijke inspiratiebron voor de visie van beleidsmakers op de ontwikkeling van de stedelijke centra (cityvorming), maar vormden tegelijk een aanleiding tot een breed verzet tegen dit soort ontwikkelingen. Niet cityvorming maar zorgvuldige, kleinschalige stadsvernieuwing en stedelijke vernieuwing vormden het motto van de jaren zeventig en tachtig. 

Een grote impact had 20 jaar later het programma ‘Nederland nu als ontwerp’. Dit was een uiterst ambitieus project waarbij teams van ontwerpers en onderzoekers werden uitgedaagd om varianten uit te werken voor verschillende gebiedstypen. Ook in 1987 waren er ‘problemen genoeg in onze bezorgde Nederlandse samenleving’. Maar vooral het ontbreken van een toekomstvisie gaf aanleiding tot het programma; zonder toekomstvisie krijgen ‘handelingen het karakter van tasten in het duister van onvoorspelbare maatschappelijke ontwikkelingen’. 

Het valt op dat het thema werken in beide ontwerpstudies onderbelicht is. Bedrijventerreinen komen nagenoeg niet voor. Ze voegen zich ogenschijnlijk gemakkelijk in de verschillende toekomsten, zolang logistiek en energievoorziening maar op orde zijn. Niets bleek minder waar. Aan het begin van deze eeuw zaten we met een flinke herstructureringsopgave van verweesde werklocaties. Meestal op slecht bereikbare plekken aan de randen van steden, met weinig belevingswaarde.

Toekomstvisie is inderdaad van groot belang. Visie op de toekomst van werken en mobiliteit. Visie op werklocaties als plek waar de transitie naar een circulaire economie wordt vormgegeven. Visie op de rol van werklocaties als ‘powerhouse’ in de energietransitie. De Challenge Circulaire Werklocaties geeft door middel van ontwerpend onderzoek zicht op toekomsten van werk en werklocaties. Zicht op mogelijkheden en oplossingsrichtingen, zodat handelingen een doelbewust en intentioneel karakter hebben. In 2050 zullen we weten of het gelukt is om toekomstbestendige werklocaties te maken. Een verantwoordelijkheid en een mooie uitdaging!

Lees verder
card image

Opinie

Revolverend fonds: wondermiddel, smeermiddel of maatwerkoplossing?

Opinie

09-02-2019

Revolverend fonds: wondermiddel, smeermiddel of maatwerkoplossing?

Een belangrijk kenmerk van een revolverend fonds is dat het voor een bepaald doel bijeengebrachte kapitaal op verschillende manieren (bijvoorbeeld leningen) kan worden ingezet, waarbij het na verloop van tijd weer terugvloeit in het fonds. Revolverende fondsen kunnen worden ingezet door zowel overheden als non-profitorganisaties waarbij (naast financieel rendement) duidelijk sprake is van maatschappelijk belang. Een recent voorbeeld is de stimulering van de woningbouwproductie bij binnenstedelijke transformatieprojecten. Vanaf begin dit jaar heeft het ministerie van BZK een financieringsfaciliteit gestart die het mogelijk maakt ‘om kortlopende zakelijke leningen aan te vragen om de voorfase van woningbouwprojecten te financieren’.

De laatste jaren is een duidelijke trend zichtbaar om meer gebruik te maken van revolverende fondsen. Als we met minder beslag op de financiële middelen meer projecten van de grond kunnen krijgen dan zal niemand daar op tegen kunnen zijn. Maar is dit dan een nieuw wondermiddel dat elk financieel probleem binnen de binnenstedelijke gebiedsontwikkeling oplost? Is dit een smeermiddel om de stroeve raderen van vastgoedprocessen soepeler te laten draaien? Of ligt dit toch genuanceerder?

Ontwikkelingsmaatschappij Utrecht (OMU) financiert en investeert al jaren, middels een revolverend fonds vanuit de provincie Utrecht, op een succesvolle wijze projecten in de voorfase op werklocaties. Belangrijkste conclusie van de afgelopen jaren is dat geen enkel project hetzelfde is en er altijd sprake is van maatwerkoplossingen. Belangrijke aspecten die bij het vinden van een oplossing een rol spelen, worden bepaald door marktwerking, woningbehoefte, werkgelegenheid, bancaire richtlijnen, wet- en regelgeving, staatsteun, bestuurlijke verhoudingen, et cetera. En dat varieert vervolgens nog sterk per regio en functie. Dat vraagt om vastgoedkennis vanuit zowel de publieke als de private kant. Integrale gebiedsontwikkeling wordt immers steeds complexer en de beschikbare ruimte in dit land is (zeker in de Randstad) beperkt. Daar moeten we zeer zorgvuldig mee omgaan.

Bij voorkeur wordt een revolverend fonds ingezet bij grootschalige gebiedsontwikkelingen, maar de praktijk heeft ons geleerd dat de aanpak op kavelniveau vaak al complex genoeg is. Desalniettemin draagt ook deze organische gebiedsontwikkeling op kavelniveau bij aan de start of doorontwikkeling van een grootschaliger gebiedsaanpak. En wie weet, kunnen we met onze ervaringen op kavelniveau in de loop van de tijd dit schaalniveau steeds iets verder opschroeven. Daar ligt wat ons betreft de grootste uitdaging voor ons revolverende fonds.

Lees verder