Op 8 november ondertekenden Hans Pluckel (Hoogheemraadschap Rijnland) en Dick van der Harst (Schiphol Trade Park) een strategische samenwerkingsagenda voor de ontwikkeling van Schiphol Trade Park. Beide organisaties werken samen aan duurzaam waterbeheer op dit bedrijventerrein dat de ambitie heeft het duurzaamste in Europa te worden.

Schiphol Trade Park heeft grote ambities op het gebied van innovatie en circulaire gebiedsontwikkeling. Er is bij de inrichting volop nagedacht over het gebruik van groene energie, hergebruik van grondstoffen én een duurzame omgang met water. Voor het watervraagstuk zocht Schiphol Trade Park de samenwerking met het Hoogheemraadschap van Rijnland. Hans Pluckel: ‘Door Rijnland in de voorfase bij dit project te betrekken, is het mogelijk een duurzaam watersysteem in een veranderend klimaat te realiseren. We willen de innovatiekracht van zoveel mogelijk bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijk organisaties bundelen. Ook dat is vastgelegd in onze strategische samenwerkingsagenda.’

Klimaatverandering

Dick van der Harst: ‘We hebben allemaal belang bij een groeiende economie. Maar als we kijken naar de klimaatverandering, dan zien we dat er iets moet veranderen. We moeten circulair gaan denken. Dat houdt onder meer in dat we alle grondstoffen, ook water, duurzaam gaan hergebruiken.’ Een voorbeeld van duurzaam waterbeheer is het afvoeren van regenwater naar het oppervlaktewater. Zo worden het riool van de gemeente en de zuivering van Rijnland ontlast. Een andere maatregel is de aanleg van een watersysteem waarin het waterpeil lager of hoger kan worden gezet, afhankelijk van de weersomstandigheden.

Piekberging

Om Schiphol Trade Park meer klimaatbestendig te maken, komt er een piekberging om het water tijdens hoosbuien op te vangen. In deze polder komen gewassen te staan die tegen meer natte omstandigheden kunnen. Deze gewassen worden zonder gebruik van bestrijdingsmiddelen geteeld en duurzaam toegepast. Daarnaast werken de partners aan duurzame methodes om lokaal afvalwater te zuiveren. Belangrijk hierbij is dat energie en grondstoffen kunnen worden teruggewonnen.

Ambities

Schiphol Trade Park en Rijnland benadrukken dat een toekomstbestendige omgeving echt alleen te bereiken is als de héle keten meedoet. SADC stelt daarom hoge eisen aan partijen die geïnteresseerd zijn in vestiging. Ook van hen worden duurzame ambities verwacht.

SADC

SADC is sinds 2011 participant van SKBN. SADC (Schiphol Area Development Company) ontwikkelt een samenhangend portfolio van hoogwaardige, bereikbare, (inter)nationaal concurrerende werkmilieus op de WESTAS van de Metropoolregio Amsterdam.

info@sadc.nl
020 - 20 666 40

SADC
card image

Opinie

De ontbrekende schakel

Opinie

16-07-2019

De ontbrekende schakel

Eind april stuurde Staatssecretaris Mona Keijzer van Economische Zaken en Klimaat de 25 missies voor het missiegedreven innovatiebeleid naar de Kamer. De missies en doelen moeten uiteindelijk leiden tot versterking van een aantal economische thema’s, waarbij de grootste uitdagingen misschien liggen in energietransitie en duurzaamheid. 

Elke provincie wil graag een bijdrage leveren en innoveren om de energietransitie vorm te geven. Dat is natuurlijk te prijzen, maar moeten alle provincies ook een eigen energielab oprichten? De valkuil is dat we allemaal op eigen houtje het wiel proberen uit te vinden. In mijn ogen richten we ons beter op de sterke punten van regio’s. Op de ene plek is er veel ruimte om windmolenparken in te richten, in een andere regio is veel kennis aanwezig op het gebied van smart grids. Die innovatiekracht moeten we benutten.

We doen in Nederland veel om het verdienvermogen te verbeteren, maar de innovatieplannen van het kabinet dreigen vast te lopen in versnippering als we niet zorgen voor een plek waar ze kunnen ‘landen’. Met goede faciliteiten en een duidelijke focus. Er zijn innovatieve hotspots nodig waar krachtenbundeling, valorisatie en kruisbestuiving kunnen optreden: het ecosysteem voor innovatie. Veel van deze hotspots zullen in de buurt liggen van universiteiten en kennisinstellingen, waarmee de samenwerking kan worden gezocht. Andere belangrijke partners hierin zijn de regionale overheden en de regionale ontwikkelingsmaatschappijen (ROM's), bijvoorbeeld door het inrichten van proeftuinen en fieldlabs en het betrekken van het mkb.

Een sleutelrol in het innovatielandschap is weggelegd voor startups. De inspanningen van prins Constantijn om hiervoor meer aandacht te krijgen, werpen hun vruchten af. De regering maakt de komende vier jaar 65 miljoen euro extra vrij om startups door te laten groeien naar grote bedrijven. De prins zal veel nuttigs doen met dat geld, maar op internationale schaal is het niet meer dan een goed gevuld marketingbudget. Om innovatieve startups naar de wereldtop te helpen is een programma van een andere orde van grote nodig.

Het kabinet maakt in een later stadium bekend hoe de financiële middelen voor het missiegedreven innovatiebeleid precies besteed gaan worden. Hopelijk ziet zij in dat de innovatieslag niet plaatsvindt op het niveau van het land, maar internationaal en tussen innovatieve regio’s. Het fysieke vestigingsklimaat is in die slag de ontbrekende schakel om van missie naar een rinkelende kassa te komen. De missies verdienen dat!

Lees verder
card image

Achtergrond

Economisch zwakke regio profiteert niet van investering in sterkere regio

Achtergrond

01-05-2019

Economisch zwakke regio profiteert niet van investering in sterkere regio

Investeren in sterke regio’s opdat zwakke regio’s meeprofiteren, is niet het antwoord op toenemende regionale ongelijkheid. De economisch zwakke regio heeft namelijk maar mondjesmaat baat bij stimulering van de sterke regio. Anderzijds treedt er wel een trickle-up effect op, waarbij de sterke regio juist veel profijt heeft van de investering in de zwakke regio.

Dat blijkt uit het onderzoek ‘De economische samenhang tussen regio’s in Nederland’ door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), waarbij het planbureau de economische productie in en verbondenheid tussen de Nederlandse provincies onder de loep nam.

Economische verschillen tussen regio’s zijn de afgelopen decennia steeds groter geworden, met allerhande gevolgen. Zo kan in een zwakkere en achterblijvende regio een ‘economie van onvrede’ ontstaan. Huidig economisch beleid richt zich dus niet langer primair op de ‘regionale winnaars’, maar ook juist op het stimuleren van zwakkere regio’s. Daarbij speelt volgens het PBL echter een ‘traditioneel dilemma’: investeer je in economisch sterkere regio’s opdat zwakkere regio’s via trickle down effecten meeprofiteren of investeer je direct in de zwakkere regio’s zelf?

Meeste interactie blijft binnen de regio

Het PBL geeft aan dat dit laatste het grootste effect heeft, want, want uit het onderzoek blijkt dat er zeer weinig aanwijzingen zijn dat zwakke regio’s daadwerkelijk meeliften op het succes van sterkere regio’s. Mark Thissen, onderzoeker Verstedelijking en Mobiliteit en medeauteur van het rapport, verklaart het geringe effect: ‘Het gros van de economische interacties, 70 procent, vindt binnen de regio zelf plaats, wat ervoor zorgt dat maar een klein deel van investeringen in sterke regio’s doorstroomt naar zwakkere regio’s.’

Trickle-upeffect

Als er dan toch interactie tussen de regio’s plaatsvindt, beperkt dit zich veelal tot omliggend gebied. Het effect van investeringen in Groningen valt buiten Groningen voor bijvoorbeeld voor 31 procent neer in Drenthe en valt 21 procent van de investeringen in Friesland neer in Groningen.

Uitzondering op deze nabijheidsregel zijn reeds sterke regio’s. Thissen: ‘Stimulering van alle regio’s slaat met name neer in gebieden als Noord- en Zuid-Holland en Noord-Brabant. Deze sterke regio’s plukken dus ook de vruchten van stimulering van zwakkere regio’s.’ Dit effect, dat het PBL het ‘trickle-upeffect’ noemt, is echter niet zo sterk dat investeringen in zwakkere regio’s ook voor toenemende ongelijkheid zorgen. ‘Doordat het grootste deel van de investeringen toch binnen de regio zelf blijft, is een investering in een zwakkere regio’s alsnog een goede manier om regionale ongelijkheid tegen te gaan,’ zegt Thissen.

Opgenomen in de NOVI

Het PBL voerde het onderzoek uit op verzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koningsrelaties (BZK), in het kader van de Beleidsverkenning Vestigingsklimaat Nederland. De resultaten moeten bijdragen aan visievorming over het regionaal-economisch beleid. Bovendien worden de onderzoeksresultaten volgens Thissen meegenomen in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI).

Lees verder