Ontwikkelingsmaatschappij Airport Lelystad Almere (OMALA) - gebiedsontwikkelaar van Lelystad Airport Businesspark (LAB) - en Somerset Capital Partners hebben de koopovereenkomst getekend van 10,2 hectare grond voor de ontwikkeling van een ultramodern distributiecentrum (DC) van in totaal 65.000 vierkante meter.

Deze ontwikkeling, vanwege de omvang van meer dan 40.000 vierkante meter ook wel een XXL-ontwikkeling genoemd, vindt gefaseerd plaats. Oplevering van de 1e fase is naar verwachting het 4e kwartaal van 2019. Daarnaast tekenen Somerset Capital Partners en gemeente Lelystad voor de ontwikkeling van 2 datacenters op ruim 10 hectare grond op Bedrijventerrein Flevokust Haven.

Lelystad als XXL-ontwikkeling

Rob Verhoeff, directeur van OMALA: ‘’We zijn erg blij met deze nieuwe ontwikkeling. Er wordt al langere tijd gesproken over het ‘Inditex-effect’. Deze nieuwe XXL-ontwikkeling bevestigt de belangstelling van partijen voor ontwikkelingen in het gebied.’’ Gerwin Vos van Somerset Capital Partners: “Wij zien al langer de mogelijkheden op LAB en hebben enorm veel vertrouwen in de regio Flevoland. Als ontwikkelaar van logistiek vastgoed zijn we onder meer al actief in de regio’s Schiphol, Utrecht en Venlo. De logistieke regio Almere-Lelystad-Zeewolde is een mooie aanvulling vanwege de multimodale ligging in het land en de beschikbare ruimte.” Aandeelhouders van OMALA zijn gemeente Lelystad, gemeente Almere en provincie Flevoland. LAB maakt deel uit van de nieuwe logistieke hotspot Almere-Lelystad-Zeewolde.

Logistieke hotspot en groei werkgelegenheid

Provincie Flevoland participeert al jaren in een aantal topwerklocaties zoals Flevokust Haven en LAB om het logistieke cluster in de provincie verder te kunnen ontwikkelen. De resultaten mogen er zijn; uit het werkgelegenheidsonderzoek dat de provincie onlangs presenteerde, is gebleken dat het afgelopen jaar de werkgelegenheid in de logistieke sector met 5,6% is gegroeid. “Met deze ontwikkelingen van Somerset Capital Partners groeit het cluster de komende jaren nog verder door”, zeggen gedeputeerden Jan de Reus (ruimtelijke ontwikkeling) en Jan-Nico Appelman (economische zaken). Janneke Sparreboom, wethouder Economische Zaken van gemeente Lelystad: “’Afgelopen jaar hebben we in Lelystad 1.000 nieuwe banen gerealiseerd, met een sterk accent op handel/logistiek. Met de ontwikkelingen op LAB en Flevokust Haven, recent uitgebreid naar 43 hectare vanwege de grote belangstelling, wordt deze trend nog sterker doorgezet. De ruime kavels, de centrale ligging en de uitstekende weg-, water-, spoor- en luchtverbindingen maken zowel LAB als Flevokust Haven heel geschikt voor allerlei bedrijven. Het geeft een boost aan de economische ontwikkeling van stad en regio en bevordert de werkgelegenheid. ’’ Maaike Veeningen, wethouder Economische Ontwikkeling van de gemeente Almere: ’’Ook Almere is blij met deze nieuwe grote logistieke ontwikkeling in de regio. Het versterkt het logistieke profiel van de regio als geheel en daar profiteren we als Almere van mee."

Provincie Flevoland

Provincie Flevoland is sinds 2017 kennispartner van SKBN. Provincie Flevoland heeft het belang om de regionale economie te versterken, waarbij bedrijventerreinen een belangrijk onderdeel vormen.

info@flevoland.nl
0320 - 265 265

Provincie Flevoland
card image

Event

15-05-2019
Studiereis naar Parijs

Event

15-05-2019

Studiereis naar Parijs

Grand Paris, pionier in duurzaamheid 

Van woensdag 15 mei tot vrijdag 17 mei 2019 organiseert de SKBN een werkbezoek aan Parijs. Parijs: de stad van literatuur, wetenschap, kunst en economie, maar ook de stad van de guillotine, mei ’68, gele hesjes. Je zou haast vergeten dat Parijs ook gewoon een stad is. Eigenlijk is het een staat in een staat, waar ontzettend veel gebeurt op het vlak van duurzame stedelijke ontwikkeling.

De Fransen doen daarbij geen half werk. Een traditie die begon met de grote verbouwing van ‘de lichtstad’ door Baron Haussmann in de tweede helft van de negentiende eeuw, duurt nog altijd voort. De Métropole du Grand Paris, die met centrumstad Parijs en voorsteden Hauts-de-Seine, Seine-Saint-Denis en Val-de-Marne een gebied van 814 km2 beslaat, pioniert op het gebied van duurzame energie, duurzame gebiedsontwikkeling en duurzame mobiliteit. Drie ontwikkelingen die we centraal stellen tijdens ons drie dagen durende programma. 

Eerste operationele smart grid

Parijs beschikt over het eerste operationele smart grid van de wereld: het IssyGrid in Issy-les-Moulineaux. Voor warmtevoorziening experimenteert de Parijse regio al 40 jaar met geothermie. Parijs is momenteel hét Europese centrum voor nieuwe boringen naar aardwarmte. In het centrum van Parijs bestiert energiebedrijf ENGIE het grootste koude-netwerk van Europa met water uit de Seine. Ook als publieke opdrachtgever zet Parijs de toon. De gemeente pioniert met een lifecycle-contract voor openbare verlichting ter waarde van €800 miljoen.

Eerste circulaire bedrijfspark

Ondertussen bouwt de stad nieuwe ‘quartiers’ die voldoen aan de hoogste standaarden voor duurzaamheid en circulariteit, zoals het Clichy-Batignolles ecodistrict in het 17de arrondissement (opgeleverd in 2012). Een Nederlands team onder leiding van architectenbureaus RAU, karres+brands en SeARCH werkt aan het eerste circulaire bedrijfspark Triango als onderdeel van de ‘Inventons la Metropole de Grand Paris’: de grootste Europese competitie voor stedenbouw, architectuur en openbare ruimte.

Duurzame mobiliteit

De burgemeester van Parijs maakte de rechteroever van de Seine autovrij, dieselauto’s gaan vanaf 2025 in de ban. In een unieke samenwerking met de gemeente Parijs biedt Groupe Renault – Europa’s grootste fabrikant van elektrische auto’s – elektrische mobiliteit aan inwoners en bezoekers van Parijs en Île-de-France. Ondertussen werken Franse ingenieurs aan de Grand Paris Express: een derde metronetwerk met 160 kilometer nieuw spoor verdeeld over vier nieuwe lijnen met in totaal 60 nieuwe stations. Het nieuwe net ligt voor 90 procent ondergronds en moet in 2024 klaar zijn voor de duurzaamste Olympische spelen ooit.

De grootste stad van de post-Brexit EU (als dat allemaal doorgaat) telt inclusief voorsteden ruim 7 miljoen inwoners en is meer dan de ingeslapen wereldstad waar ze wel eens voor wordt gehouden. De hoofdstad van Frankrijk is dé toonaangevende hoofdstad van duurzame urbane ontwikkeling. De SKBN nodigt u uit om dit zelf te gaan bekijken, waarbij we focussen op duurzame energie, duurzame gebiedsontwikkeling en duurzame mobiliteit, maar ook de positie van de Métropole du Grand Paris in de Europese en mondiale economie belichten.

Kortom: hoe Parijs ondanks de woelige baren stug voortbouwt op de idealen die de stad hebben gemaakt tot wat ze nu is. En hoe de metropool zich blijft vernieuwen op technologisch, economisch en cultureel vlak, met een stevig maakbaarheidgeloof dat de tandem overheid–bedrijfsleven tot grote prestaties heeft gebracht en nog steeds brengt. 

MELD JE NU AAN VIA: HTTPS://KENNISLAB.TYPEFORM.COM/TO/RDM9FN

Lees verder
card image

Nieuws

Kennissessie BREEAM door Dutch Green Building Council en SADC

Nieuws

22-03-2019

Kennissessie BREEAM door Dutch Green Building Council en SADC

Vrijdag 22 maart organiseerde SADC in samenwerking met Dutch Green Building Council (DGBC) een kennissessie over circulaire gebiedsontwikkeling en de BREEAM-certificering. Tezamen met Wethouder Wendy van Eijk (VVD) bracht een grote vertegenwoordiging van de gemeente Weert een werkbezoek aan Schiphol Trade Park.

Dutch Green Building Council is dé netwerkorganisatie voor duurzaam bouwen en vastgoed. Met als missie het verduurzamen van de gebouwde omgeving. Zij beheert en ontwikkelt de BREEAM-NL certificering: hét instrument om integraal de duurzaamheid van nieuwe gebouwen, bestaande gebouwen, gebieden en sloopprojecten te meten en te beoordelen.

Met een toelichting over de visie van SADC op het gebied van circulair ontwikkelen, deed Jeanet van Antwerpen, directeur van SADC, de aftrap. Jeanet van Antwerpen: “Het was mooi om te zien dat steeds meer interesse uitgaat naar het verkrijgen van dit certificaat en wij zijn er trots op dat we deze middag onze rol als katalysator hebben kunnen laten zien”.

Tijdens de middag lichtte Maikel de Laat van DGBC toe wat de beoordelingsrichtlijn BREEAM-NL inhoudt en hoe je een certificaat kunt krijgen. “De integrale beoordeling van duurzame gebiedsprocessen biedt partijen veel houvast. Je ziet dat dit op Schiphol Trade Park bij heeft gedragen om verschillende elementen met elkaar te verbinden. Zoals het vroeg betrekken van de toekomstige gebruikers en hun behoeften. Hopelijk biedt dit project zo veel inspiratie voor andere partijen”, aldus Maikel de Laat.

Daarna volgde projectdirecteur Dick van der Harst met een presentatie over Schiphol Trade Park, dat een BREEAM-NL excellent-score (4 sterren) certificaat heeft behaald voor de ontwerpfase. Hij deelde met de aanwezigen zijn ervaring met circulaire gebiedsontwikkeling, in het bijzonder met het opstellen van een circulair inrichtingsplan en het toepassen van een circulaire aanbesteding voor de infrastructuur. Dick van der Harst: “In dit gebied zijn we ambitieus en kiezen we voor circulaire gebiedsontwikkeling. De enorme waardeontwikkeling van het gebied die we hiermee bereiken, compenseert ruimschoots de extra investeringen die wij aan onze vestigers en onszelf vragen.”

De gemeente Weert heeft met haar presentatie over bedrijventerrein Kampershoek aangegeven geïnteresseerd te zijn in het behalen van een BREEAM-NL certificaat. Wethouder Wendy van Eijk: “Het is voor ons heel leerzaam en inspirerend om te zien hoe SADC circulaire principes toepast bij gebiedsontwikkeling en hoe BREEAM een rol heeft gespeeld bij de verduurzaming en positionering van Schiphol Trade Park. In Weert willen we op bedrijvenpark Kampershoek 2.0 op dezelfde wijze de nieuwe vestigers inspireren. Het is daarbij belangrijk dat onze investeringen in de duurzaamheid en kwaliteit objectief meetbaar zijn en op die wijze tastbaar voor de markt. Goed voorbeeld doet tenslotte goed volgen.”

Na een discussie over een aantal prikkelende stellingen, gaf projectdirecteur Dick van der Harst de aanwezigen een rondleiding over Schiphol Trade Park.

Het event vond plaats op SADC’s circulaire hotspot C-Bèta. Een oude omgebouwde hoeve, werkplek en ontmoetingsplek op Schiphol Trade Park waar circulair ondernemen letterlijk en figuurlijk de ruimte krijgt door onder andere evenementen en kennissessies voor bedrijven te laten plaatsvinden. Schiphol Trade Park is een unieke werklocatie ten zuiden van luchthaven Schiphol en een broedplaats voor internationale handel en innovatieve logistiek.

Lees verder
card image

Achtergrond

Van kostenpost naar verdienmodel: circulaire lessen uit Circl

Achtergrond

13-03-2019

Van kostenpost naar verdienmodel: circulaire lessen uit Circl

Van kostenpost naar verdienmodel. Met een circulaire benadering kunnen we veel meer waarde halen uit onze omgeving. Voor ABN AMRO betekent een omslag naar de circulaire economie ook dat nieuwe financieringsvormen nodig zijn. ‘We moeten ons gaan realiseren dat we in een circulaire economie echt anders moeten gaan denken en doen’, zegt Petran van Heel, sectorbanker bouw bij ABN AMRO.

Dit interview komt uit vakblad BT#1 en is onderdeel van een special over de circulaire economie. De special verschijnt eind maart. BT Magazine is hét vakblad voor iedereen die zich bezighoudt met regionale innovatiekracht en vestigingsklimaat. 

De Amsterdamse Zuidas kenmerkt zich door glimmende kantoorgebouwen en hoogbouw in aanbouw. Aan de voet van een van de hoogste kantoortorens in het gebied, het 105 meter hoge hoofdkantoor van ABN AMRO, staat een opvallend onopvallend gebouw: Circl. Het paviljoen is sinds het najaar van 2017 geopend en bevat naast een aantal conferentie- en vergaderzalen, een exporuimte en een restaurant met rooftopbar en ontmoetingsplek voor het publiek.

Circl biedt voor ABN AMRO niet alleen extra ruimte. Het is ook een gedurfd voorbeeld voor de visie van de bank op circulair vastgoed. Maar niet het hele gebouw is van de bank. ‘Deze lift bijvoorbeeld niet’, vertelt Van Heel, terwijl we onderweg zijn naar de rooftopbar op de bovenste etage van Circl. ‘De installatie blijft eigendom van leverancier Mitsubishi, ABN AMRO betaalt per liftbeweging een bedrag.’ Het is een voorbeeld van een product-as-a-service, ABN AMRO neemt de lift af als dienst. Dat heeft een aantal voordelen. De verantwoordelijkheid voor ontwerp, exploitatie én eindwaarde is in een hand. Van Heel heeft zelf een achtergrond als vastgoedontwikkelaar. ‘Ik heb heel wat gebouwen neergezet, ook hoogbouw. We selecteerden altijd de liftenleverancier die met de laagste bouwkosten inschreef. Maar dat bedrag zegt niets over het energieverbruik of de onderhoudskosten. Laat staan eindwaarde of mogelijkheden van het materiaal aan einde van de levenscyclus. Voor Circl hebben we gekozen het begrip kosten veel breder te trekken: de kosten én opbrengsten over de gehele levenscyclus, en daarna. Dat is van lineair naar circulair.’

Van Square naar Circl

De totstandkoming van Circl was geen vanzelfsprekendheid. De oorspronkelijke – al goedgekeurde – plannen gingen uit van een meer traditioneel paviljoen dat weliswaar erg duurzaam was, maar niet circulair. Aanleiding om anders te gaan nadenken over het eigen grondstofgebruik was de sloop van een gebouw van ABN AMRO aan het Rokin in Amsterdam. De chique natuurstenen gevel van dat gebouw bleek niet herbruikbaar. Zelfs wanneer het geïmporteerde natuursteen gratis werd weggegeven, bleek er geen interesse te zijn vanuit de markt. Vervolgens is het materiaal als puin afgevoerd, vergruisd en waarschijnlijk als onderlaag onder een snelweg toegepast.

Omdat er al een uitgewerkt plan voor een conventioneel paviljoen was uitgewerkt (laten we dat Square noemen), is het mogelijk het materiaalgebruik van een circulair gebouw (Circl) en een niet-circulair gebouw (Square) te vergelijken. Voor Circl is 36 procent minder materiaal nodig, een reductie van 2400 ton beton, staal, aluminium, glas, hout en natuursteen. Doordat een deel van dat materiaal bovendien hergebruikt is, was voor Circl 39 procent minder primaire grondstoffen nodig.

Tijdens de ontwikkeling van Circl werd samengewerkt met New Horizons Urban Mining van Michel Baars. Dat bedrijf stond aan de basis van het Urban Mining Collective. Hierin werken ongeveer vijftien bedrijven samen om ‘sloopmaterialen’ opnieuw waarde geven. Ze oogsten materialen uit gebouwen en geven die een volgend leven in een nieuw gebouw. In Circl bestaat de houten vloer uit verzameld hardhout uit vijftien gebouwen – onder meer afkomstig van een oud klooster en de bar van voetbalclub TOP Oss. De karakteristieke hardhouten puien van de vergaderruimtes zijn afkomstig uit een oud Philips-gebouw in Hilversum. Wie goed kijkt, ziet dat ze eigenlijk niet helemaal passen in het stramien, waardoor de vergaderruimtes hier en daar een extra ‘passtukje’ hebben gekregen om de wand te sluiten. ‘Het valt eigenlijk pas op, als je het doorhebt.’

‘Materialen hebben vaak een andere levensduur dan de gebouwen waar ze in verwerkt zijn’, zegt Van Heel. ‘De circulaire economie vraagt om andere materialisering, terugneembare en modulaire concepten. En niet alleen hier op de Zuidas. Op werklocaties in het hele land zal dit principe belangrijker worden. Als je tegenwoordig niet duurzaam bent, in de zin van energietransitie, dan tel je eigenlijk niet meer mee. Maar circulariteit, de grondstoftransitie, staat nog aan het begin van een versnelling. In elke situatie kan je nadenken over de hoeveelheid grondstoffen die je verbruikt, welke grondstoffen dat zijn, demontabel bouwen, gemakkelijke reparatie, afvalreductie en andere verdienmodellen. Er zijn ook steeds meer bedrijven die materialen kunnen upcyclen, of ze op een andere manier als tweedehands bouwmaterialen inzetten. De echt innovatieve bedrijven verkopen deze materialen dan ook niet meer, die lenen je de grondstoffen uit als dienst, een product-as-a-service. Daar zie je de verschuiving van bezit naar gebruik. Dat is een principieel verschil van circulaire economie.’

Wat betekent dat concreet voor ondernemers?

‘Daar zijn we als bank nu over aan het nadenken: zo werken we bijvoorbeeld aan een project met de circulaire bedrijfshal van de toekomst. Maar ook: wat is nodig om bestaande bedrijfshallen nu al circulair te maken en welke circulaire verdienmodellen kunnen we daarbij ontwikkelen? De bedrijfshal-as-a-service is als een meccanodoos van onderdelen die uitbreiden, optoppen of inkrimpen en zelfs eenvoudig verplaatsen mogelijk moet maken. Tegelijkertijd zul je zien dat de markt voor tweedehands producten een vlucht gaat nemen; opgestuwd door de Milieuprestatie Gebouwen en de overheidsambitie om in 2030 50 procent circulair te zijn, gaan steeds meer ondernemers hier kansen zien.

‘Ik verwacht dat daardoor ook de eindwaarde van gebouwen weleens heel anders zou kunnen worden. Nu worden leegstaande gebouwen gezien als kostenpost, want ze moeten nog gesloopt en gestort worden. Maar vanuit het perspectief van urban mining staat er een bovengrondse mijn met waardevolle grondstoffen. Misschien zijn veel bedrijventerreinen wel toe aan een upgrade en worden de onderdelen iets waard voor nieuwe bedrijfshallen.

‘Ook leveranciers moeten hun producten en bijbehorende levenscyclus onder de loep nemen. Ontwerpers moeten beginnen met producten te ontwerpen die minder grondstoffen nodig hebben, lang blijven functioneren, gemakkelijk te repareren zijn en natuurlijk weinig energie verbruiken. Als het lukt om een gebouw te ontwikkelen dat energie levert en aan het eind van de gebruiksduur meer waarde heeft als geheel of in onderdelen, dan heb je een winnende businesscase in de circulaire economie.’

Hoe kan een bank circulariteit financieren?

‘Geld is an sich een heel circulair verdienmodel. Maar verduurzaming gaat niet alleen over geld, het gaat ook over kennis en netwerk. Mijn collega’s en ik praten met heel veel bedrijven en we bieden op veel verschillende plekken financiering. De grondstoffentransitie is niet alleen in de bouwsector gaande, maar ook in de industrie, de retail en de logistiek. We faciliteren kruisbestuiving en kennisuitwisseling waar dat kan.

‘Maar ook onze eigen financieringsproducten maken we passend voor de circulaire economie. Nu de verschuiving van bezit naar gebruik ook in gebouwen postvat, moeten we ons als bank gaan afvragen welke delen van een gebouw we straks nog financieren en welke partij. Is het de eigenaar, de gebruiker, de bezitter van het product?! En hoe regel je dat? Dat maakt circulaire financiering nog tot een hele uitdaging. Maar, al doende leert men.’

Lees verder