Op 20 december 2018 heeft Ontwikkelingsmaatschappij Midden-Limburg B.V. (OML) een koopovereenkomst gesloten met Puts Verhuur. De verkochte kavel van circa 3.400 m2 ligt op bedrijventerrein Boven de Wolfskuil in Roermond/Herten. Peter Puts – tevens eigenaar van Puts Elektro – gaat op Boven de Wolfskuil bedrijfsunits voor de verhuur ontwikkelen. De bouw van de units start naar verwachting medio 2019.

 

Bedrijventerrein Boven de Wolfskuil

Bedrijventerrein Boven de Wolfskuil is volop in ontwikkeling. In 2018 zijn meerdere verkopen gerealiseerd door OML B.V. Alle kantoorkavels zijn nu uitgegeven. Een viertal bedrijfskavels is nog beschikbaar voor bedrijven tot en met milieucategorie 3.2. 

Kerntaken OML

OML B.V. heeft de volgende kerntaken: advisering bij ruimtelijk-economische vraagstukken, locatie- en gebiedsontwikkeling, acquisitie van bedrijven en sales van bedrijventerreinen alsmede de ontwikkeling en uitgifte van nieuwe bedrijventerreinen.

OML B.V.

Ontwikkelingsmaatschappij Midden-Limburg (OML) is sinds 2011 participant van SKBN. OML is opgericht door een aantal gemeenten in de regio Midden-Limburg, en heeft het doel om in Midden-Limburg het vestigingsklimaat te verbeteren en de regionale economische structuur te versterken.

info@oml.nl
0475 - 42 62 42

OML B.V.
card image

Event

27-06-2019
Seminar ‘Energietransitie als procesopgave’

Event

27-06-2019

Seminar ‘Energietransitie als procesopgave’

Van ambitie naar uitvoeringsgericht programma

Aan ambities geen gebrek: 2040, 2035, een enkele bestuurder wil al in 2030 energieneutraal zijn. Een groot deel van de energieopgave slaat neer in de gebouwde omgeving. Kunnen ambtelijke organisaties bestuurlijke ambities waarmaken? Juist in de gebouwde omgeving valt of staat een goede uitvoering met een goede organisatie. Tijdens het seminar ‘Energietransitie als procesopgave’ dat ROm/Stadszaken.nl samen met Twynstra Gudde organiseert, krijgt u handvatten om van ambitie te komen tot een uitvoeringsgericht programma.
 
Tijdens het ROm-seminar ‘Energietransitie als procesopgave’ leert u:

  • hoe u een goede programmaorganisatie opzet om de energietransitie regionaal en lokaal in te bedden;
  • hoe u bij de uitvoering van het programma aanhaakt bij de bestaande lijnorganisatie;
  • welke manier van sturen het beste past bij uw organisatie en lokale context;
  • hoe u invulling geeft aan effectief gebieds- en omgevingsmanagement;
  • hoe u stakeholders en burgers het beste kunt mobiliseren in een lokale context;
  • hoe u inhoudelijke invulling geeft aan de gebiedsgerichte energietransitie.

PROGRAMMA

13.00 uur  
Inloop en opening door dagvoorzitter Marcel Bayer, hoofdredacteur ROm en Zenzi Pluut, managing partner Twynstra Gudde
 
13.30 uur 
Regionale samenwerking in de praktijk 
Charles Hussels, expeditieleider Energieneutraal wonen in Drenthe, kwartiermaker Regio Deal Zuid en Oost Drenthe
 
14.00 uur 
Bouwen aan vertrouwen in de gebouwde omgeving
Martin Andriessen, programmadirecteur energietransitie, gemeente Den Haag
 
14.30 uur
Korte pauze
 
14.45 uur
Dialoogtafels

  1. Tafel 1: Programma-aansturing bij gemeentelijke energietransitie. Welke aanpak past het beste bij u?
  2. Tafel 2: Warmtenetten als governance-vraagstuk. Welke rol kunt u spelen als gemeente?
  3. Tafel 3: Mensgerichte energietransitie. Wanneer gaan bewoners écht meedoen?
  4. Tafel 4: Case Engie: transformatie van een elektriciteitscentrale naar een duurzaam bedrijventerrein
  5. Tafel 5: Energieneutrale bedrijventerreinen. Hoe stuur je bij kaveluitgifte op duurzaamheid?
  6. Tafel 6: Strategisch omgevingsmanagement. Hoe betrek je de omgeving bij gebiedsgerichte energietransitie?

16.00 uur  
Borrel

facts & figures

Wat: Seminar ‘Energietransitie als procesopgave’
Wanneer: Donderdag 27 juni 2019, 13.30 – 17.00
Waar: Amersfoort (locatie volgt)
Voor wie: Professionals bij gemeenten, provincies en regionale samenwerkingsverbanden en andere professionals die op strategisch niveau aan energietransitie in de gebouwde omgeving werken

MEER INFORMATIE EN AANMELDEN

Lees verder
card image

Nieuws

Nieuwe Reiswijzer Gebiedsontwikkeling – begin 2019

Nieuws

14-01-2019

Nieuwe Reiswijzer Gebiedsontwikkeling – begin 2019

Sinds het uitbrengen van de Reiswijzer Gebiedsontwikkeling 2011, het handboek voor samenwerken bij gebiedsontwikkeling, is het landschap van ruimtelijke ontwikkeling in Nederland sterk veranderd. In 2014, toen de crisis zich steeds verder verdiepte, hebben we daarvoor de Handreiking ‘Houd het simpel’ opgesteld.

Nu de vastgoedsector weer sterk aantrekt staat deze voor allerlei nieuwe uitdagingen, zoals de grote woningbouwopgave, de versnelling van de woningproductie, de energietransitie en complexe binnenstedelijke transformaties. Hierbij zijn niet alleen de opgaven van aard veranderd, maar verandert ook de samenwerking tussen partijen. Publieke en private partijen moeten met een nieuwe blik naar het vormgeven van de samenwerkingen kijken om een optimaal resultaat te bereiken.

Dit was aanleiding voor Akro Consult, Neprom, het ministerie van Binnenlandse Zaken, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, Platform 31 en Bouwend Nederland om een nieuwe Reiswijzer Gebiedsontwikkeling op te stellen. Met de nieuwe Reiswijzer wordt ingespeeld op de veranderende opgave en de nieuwe uitdagingen. Naast een beschrijving van de gebruikelijke manieren van samenwerking, en de manier waarop deze tot stand komt, gaan we nadrukkelijk op zoek naar de vraag wanneer moet een samenwerking worden aanbesteed en wanneer is er ruimte om dit op een meer vormvrije manier tot stand te brengen. Het doel hiervan is om enerzijds samenwerking eenvoudiger, sneller en tegen lagere kosten te realiseren. Anderzijds vragen complexe opgaven met een mix van publieke en private functies om afstemming. Traditionele aanbestedingsprocedures bieden daar te weinig ruimte voor.

Door in te gaan op de strategische afwegingen bij de voorbereiding, het versimpelen van het tenderlandschap, het uitlichten van het vormgeven van samenwerkingen na tenders, het verder uitwerken van de dialoogprocedure en het introduceren van partnerselectie als nieuw instrument, biedt de nieuwe Reiswijzer een actueel handvat voor gebiedsontwikkeling.

De nieuwe Reiswijzer Gebiedsontwikkeling is daarmee een actueel, vernieuwend en op zichzelf staand product waar overheden, marktpartijen en adviseurs gebruik van kunnen maken wanneer zij zich oriënteren op de vraag hoe tot samenwerking te komen bij de ruimtelijke opgaven van de toekomst. De nieuwe Reiswijzer Gebiedsontwikkeling wordt begin 2019 tijdens een congres van Akro Consult gepubliceerd. Meer informatie over dit congres volgt.

Lees verder
card image

Achtergrond

Economisch zwakke regio profiteert niet van investering in sterkere regio

Achtergrond

01-05-2019

Economisch zwakke regio profiteert niet van investering in sterkere regio

Investeren in sterke regio’s opdat zwakke regio’s meeprofiteren, is niet het antwoord op toenemende regionale ongelijkheid. De economisch zwakke regio heeft namelijk maar mondjesmaat baat bij stimulering van de sterke regio. Anderzijds treedt er wel een trickle-up effect op, waarbij de sterke regio juist veel profijt heeft van de investering in de zwakke regio.

Dat blijkt uit het onderzoek ‘De economische samenhang tussen regio’s in Nederland’ door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), waarbij het planbureau de economische productie in en verbondenheid tussen de Nederlandse provincies onder de loep nam.

Economische verschillen tussen regio’s zijn de afgelopen decennia steeds groter geworden, met allerhande gevolgen. Zo kan in een zwakkere en achterblijvende regio een ‘economie van onvrede’ ontstaan. Huidig economisch beleid richt zich dus niet langer primair op de ‘regionale winnaars’, maar ook juist op het stimuleren van zwakkere regio’s. Daarbij speelt volgens het PBL echter een ‘traditioneel dilemma’: investeer je in economisch sterkere regio’s opdat zwakkere regio’s via trickle down effecten meeprofiteren of investeer je direct in de zwakkere regio’s zelf?

Meeste interactie blijft binnen de regio

Het PBL geeft aan dat dit laatste het grootste effect heeft, want, want uit het onderzoek blijkt dat er zeer weinig aanwijzingen zijn dat zwakke regio’s daadwerkelijk meeliften op het succes van sterkere regio’s. Mark Thissen, onderzoeker Verstedelijking en Mobiliteit en medeauteur van het rapport, verklaart het geringe effect: ‘Het gros van de economische interacties, 70 procent, vindt binnen de regio zelf plaats, wat ervoor zorgt dat maar een klein deel van investeringen in sterke regio’s doorstroomt naar zwakkere regio’s.’

Trickle-upeffect

Als er dan toch interactie tussen de regio’s plaatsvindt, beperkt dit zich veelal tot omliggend gebied. Het effect van investeringen in Groningen valt buiten Groningen voor bijvoorbeeld voor 31 procent neer in Drenthe en valt 21 procent van de investeringen in Friesland neer in Groningen.

Uitzondering op deze nabijheidsregel zijn reeds sterke regio’s. Thissen: ‘Stimulering van alle regio’s slaat met name neer in gebieden als Noord- en Zuid-Holland en Noord-Brabant. Deze sterke regio’s plukken dus ook de vruchten van stimulering van zwakkere regio’s.’ Dit effect, dat het PBL het ‘trickle-upeffect’ noemt, is echter niet zo sterk dat investeringen in zwakkere regio’s ook voor toenemende ongelijkheid zorgen. ‘Doordat het grootste deel van de investeringen toch binnen de regio zelf blijft, is een investering in een zwakkere regio’s alsnog een goede manier om regionale ongelijkheid tegen te gaan,’ zegt Thissen.

Opgenomen in de NOVI

Het PBL voerde het onderzoek uit op verzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koningsrelaties (BZK), in het kader van de Beleidsverkenning Vestigingsklimaat Nederland. De resultaten moeten bijdragen aan visievorming over het regionaal-economisch beleid. Bovendien worden de onderzoeksresultaten volgens Thissen meegenomen in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI).

Lees verder