Een belangrijk kenmerk van een revolverend fonds is dat het voor een bepaald doel bijeengebrachte kapitaal op verschillende manieren (bijvoorbeeld leningen) kan worden ingezet, waarbij het na verloop van tijd weer terugvloeit in het fonds. Revolverende fondsen kunnen worden ingezet door zowel overheden als non-profitorganisaties waarbij (naast financieel rendement) duidelijk sprake is van maatschappelijk belang. Een recent voorbeeld is de stimulering van de woningbouwproductie bij binnenstedelijke transformatieprojecten. Vanaf begin dit jaar heeft het ministerie van BZK een financieringsfaciliteit gestart die het mogelijk maakt ‘om kortlopende zakelijke leningen aan te vragen om de voorfase van woningbouwprojecten te financieren’.

De laatste jaren is een duidelijke trend zichtbaar om meer gebruik te maken van revolverende fondsen. Als we met minder beslag op de financiële middelen meer projecten van de grond kunnen krijgen dan zal niemand daar op tegen kunnen zijn. Maar is dit dan een nieuw wondermiddel dat elk financieel probleem binnen de binnenstedelijke gebiedsontwikkeling oplost? Is dit een smeermiddel om de stroeve raderen van vastgoedprocessen soepeler te laten draaien? Of ligt dit toch genuanceerder?

Ontwikkelingsmaatschappij Utrecht (OMU) financiert en investeert al jaren, middels een revolverend fonds vanuit de provincie Utrecht, op een succesvolle wijze projecten in de voorfase op werklocaties. Belangrijkste conclusie van de afgelopen jaren is dat geen enkel project hetzelfde is en er altijd sprake is van maatwerkoplossingen. Belangrijke aspecten die bij het vinden van een oplossing een rol spelen, worden bepaald door marktwerking, woningbehoefte, werkgelegenheid, bancaire richtlijnen, wet- en regelgeving, staatsteun, bestuurlijke verhoudingen, et cetera. En dat varieert vervolgens nog sterk per regio en functie. Dat vraagt om vastgoedkennis vanuit zowel de publieke als de private kant. Integrale gebiedsontwikkeling wordt immers steeds complexer en de beschikbare ruimte in dit land is (zeker in de Randstad) beperkt. Daar moeten we zeer zorgvuldig mee omgaan.

Bij voorkeur wordt een revolverend fonds ingezet bij grootschalige gebiedsontwikkelingen, maar de praktijk heeft ons geleerd dat de aanpak op kavelniveau vaak al complex genoeg is. Desalniettemin draagt ook deze organische gebiedsontwikkeling op kavelniveau bij aan de start of doorontwikkeling van een grootschaliger gebiedsaanpak. En wie weet, kunnen we met onze ervaringen op kavelniveau in de loop van de tijd dit schaalniveau steeds iets verder opschroeven. Daar ligt wat ons betreft de grootste uitdaging voor ons revolverende fonds.

Frank Hazeleger

secretaris SKBN en directeur van NV OMU


Frank Hazeleger
card image

Event

12-12-2019
Debat #6 | Werklandschappen als speeltuin voor de toekomst

Event

12-12-2019

Debat #6 | Werklandschappen als speeltuin voor de toekomst

Architectuur van Arbeid #6: slotdebat

In de strijd om ruimte tussen alle stedelijke opgaven, lijken bestaande werklandschappen de enige plek te zijn waar alles mag en iedereen welkom is. Kunnen deze gebieden een nieuw paradigma vertegenwoordigen van anders samenleven en -werken? Hoe is dit te sturen en wie is aan zet?


12 december 2019 | 19.00 uur - 21.00 uur | Het Nieuwe Instituut, Museumpark 25, Rotterdam [6de verdieping]

MELD U AAN

PROGRAMMA

19.00 uur - Inleiding

19.10 uur - Daan Zandbelt, Rijksadviseur voor de Fysieke Leefomgeving, College van Rijksadviseurs

De werkende stad & werkende clusters

19.35 uur - Charlotte Ernst, co-founder Hof van Cartesius en eigenaar Buurman Utrecht

Hof van Cartesius – Werkspoorkwartier; circulaire gebiedsontwikkeling werklandschap bottom-up

20.00 uur - Debat onder leiding van Paul Gerretsen

21.00 uur - Afsluiting

------------------------------------------------------

Dit debat wordt georganiseerd door Achitectuur van Arbeid

Over Architectuur van Arbeid

Architectuur van Arbeid is een programma van zes publieke debatten over de ruimtelijke impact van nieuwe vormen van productie en arbeid in Nederland. Het programma is onderdeel van het Guest Programme van Thursday Night Live! van Het Nieuwe Instituut. Het programma vindt plaats tussen maart en december 2019 en is een samenwerking tussen Vereniging Deltametropool, Het Nieuwe Instituut en De Spontane Stad.

MELD U AAN

Lees verder
card image

Nieuws

Ateliers Circulaire Werklocaties 2050 van start

Nieuws

04-02-2019

Ateliers Circulaire Werklocaties 2050 van start

Hoe ziet de circulaire werklocatie er in 2050 uit en hoe dit mogelijk te maken? Met deze vraag gaan drie multidisciplinaire teams met professionals uit de wereld van ruimtelijk ontwerp, circulariteit en digitalisering de komende weken aan de slag. Dit in opdracht van provincie Noord-Holland, SADC en SKBN.

Op de eerste dag van een vierdaags atelier werd vooral een beeld geschetst van de opgave. Paul Strijp van de provincie Noord-Holland ging in op de betekenis van de Vierde Industriële Revolutie voor werklocaties. Hij ziet een samensmelting van verschillende technologieën, zoals robotisering/3D, platformen (Airbnb, blockchain), Internet of things, biometrie, social media (incl. VR en AR), persuasive technologie (gericht op gedragsverandering) en big data. Vooral de data-economie, platformeconomie en nieuwe productie-economie zullen een grote ruimtelijke impact hebben. 

Circulair samenwerken

Hans Vonk van de provincie Noord-Holland wees daarbij op de snelle toename van het aantal datacenters, met name in de Metropoolregio Amsterdam. De verandering van distributiepatronen door de platformeconomie en nieuwe productiemethoden, zoals robotisering en 3D- en 4Dprinting zullen ook gevolgen hebben voor de situering en inrichting van logistieke centra en daarmee voor infrastructuur, mobiliteit en transport: ‘Zijn er in 2050 nog wel bedrijventerreinen? De circulariteit komt, aldus Vonk, vooral tot uiting in andere vormen van samenwerking van bedrijven: hoe koppel je stromen (materialen, afval, energie, Co2, warmte) aan elkaar en maak je efficiënte kringlopen? 

Lat hoog letten

Reinoud Fleurke, manager gebiedsontwikkeling bij SADC, benadrukte dat op dit moment bij de investeringen in bedrijfsgebouwen en infrastructuur vooral de tijdshorizon een probleem vormt: op korte termijn kosten duurzame investeringen meer en de terugverdientijd is voor veel bedrijven te lang, met alle risico’s van dien. Wat te doen? Fleurke: ‘Leg als overheid de lat hoog, zodat bedrijven wel duurzaam en circulair moeten investeren en benadruk het belang van circulaire terreinen en gebouwen voor je reputatie. Een positieve ontwikkeling is dat beleggers steeds meer belang hechten aan duurzaamheid, bijvoorbeeld in de vorm van green bonds, en beurswaarde daarvan laten afhangen.’

Wingewesten

Fotograaf Theo Baart zette de aanwezigen hard met de voeten op de vloer. Met een groot aantal foto’s liet hij zien dat bedrijventerreinen ‘wingewesten ’zijn die totaal geen relatie omgaan met hun omgeving. De openbare ruimte is vaak zeer laagwaardig: geen trottoirs of fietspaden, auto’s die in de berm parkeren en nauwelijks aandacht voor cultuurhistorische elementen, zoals landschap of oude boerderijen ‘terwijl dit soort elementen een gebied juist identiteit kunnen geven’. Bedrijven zijn in de weekenden vrijplaatsen voor allerlei vormen van criminaliteit en vertier voor jongeren. Schitterende beleidsverhalen en verkoopfolders gaan volgens Baart vaak aan de werkelijkheid voorbij: ‘Als de poëzie vloeit door de aderen van de vastgoedwereld, is het feest in alle zalen.’ Conclusie: circulaire bedrijven zijn vast heel mooi maar ga eerst eens goed inrichten en zorgvuldig beheren.

Kansen en constanten

Na de inleidingen gingen de drie geselecteerde teams aan de slag met ieder een eigen gebied: Sloterdijken (Amsterdam), Atlaspark (Havengebied Amsterdam) en Beukenhorst en omgeving (Hoofddorp). De eerste atelier-dag was vooral kennismaken en agenda bepalen. Opvallend was dat alle teams bestaande kansen en waarden van de gebieden benadrukten en die als vertrekpunt kozen. Rekening houden met de levenscyclus van gebieden was ook een belangrijke notie: landschap en infrastructuur zijn constanten die kaderstellend zijn voor de verdere inrichting en gebouwen. Ofwel: hoe vandaaruit organisch groeien? Vraag is ook hoe ‘autarkisch’ je wilt zijn; op welk schaalniveau moet je kringlopen organiseren. En betekent de relatie met de stedelijke omgeving dat wonen in de toekomst altijd een plek moet hebben of verschilt dat per type bedrijventerrein?

De volgende atelierdagen zijn woensdag 6 en donderdag 7 februari. Op donderdag 14 februari worden op de slotbijeenkomst de resultaten gepresenteerd. Op donderdag 11 april is er een symposium in Pakhuis de Zwijger. Dit is gratis toegankelijk. 

Lees verder
card image

Nieuws

’Silicon Valley’ aan het ontstaan in de Duinvallei van Petten

Nieuws

22-03-2019

’Silicon Valley’ aan het ontstaan in de Duinvallei van Petten

De contouren voor de Energy & Health Campus in Petten worden steeds meer zichtbaar. Het ene na het andere onderzoekslab dient zich aan voor het bedrijventerrein in de Pettense Duinvallei. Sommigen spreken nu al van de Silicon Valley voor de nucleaire geneeskunde.

Er waait een frisse wind door de Pettense Duinvallei nu voor veel hoofdpijndossiers een oplossing lijkt te zijn gevonden. Zo investeerde het Rijk vele miljoenen in de afvoer van het historisch nucleair afval en het operationeel houden van de Hoge Flux Reactor, die een belangrijke rol speelt bij de productie van medische isotopen.

En het financieel in zwaar weer verkerende Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) werd vorig jaar ondergebracht bij TNO en losgeknipt van de nucleaire tak NRG.

Centrale rol

Noodzakelijke maatregelen om de hoogwaardige kennis voor Petten te behouden. De blik is nu weer op de toekomst gericht. De vorming van een Energy & Health Campus is een belangrijk besluit geweest om de kennispositie in de Pettense Duinvallei te versterken. De campus moet in Nederland een centrale rol spelen als het gaat om de ontwikkeling van nucleaire medicijnen en duurzame energieoplossingen voor de toekomst.

Volgens campus-coördinator René Zijlstra moet er in 2020 een visie gereed zijn voor welke ontwikkelingen er allemaal gewenst en mogelijk zijn op het terrein. ,,De komende tijd gaan we inventariseren wat bedrijven nodig hebben aan kantoren, laboratoria en parkeerfaciliteiten.’’

Uit de ontwikkelingen in de laatste maanden blijkt dat het geloof in een zonnige toekomst voor ’Petten’ helemaal terug is. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en de provincie investeerden onlangs tientallen miljoenen in verschillende onderzoeksfaciliteiten als een Warmte Laboratorium en een lab dat zich richt op het goedkoper maken van duurzame biobrandstoffen.

Lees verder