De economic boards zijn in opkomst. Nederland telt er inmiddels ongeveer twintig. De boards kunnen een belangrijke katalysatorfunctie vervullen en een brug vormen tussen de triple helix van overheid, kennisinstellingen en het bedrijfsleven. Een aantal boards zijn primair een overleg- en adviesorgaan. Anderen gaan veel verder in hun activiteiten. Wat doen de boards wel en wat juist niet? En wat leveren de economic boards écht op voor het verdienvermogen in de regio?

SKBN-voorzitter Theo Föllings ziet voor de economic boards een belangrijke rol weggelegd in het vergroten van het regionaal verdienvermogen. ‘Op allerlei vlakken zijn de regio’s aan zet. Dat geldt voor het sociale domein, voor de economie en de energietransitie. We hebben de triple helix nodig om de lijnen uit te zetten voor de toekomst. Waar gaan we straks ons geld mee verdienen? In het licht van digitalisering en de energietransitie is dat een heel urgente vraag.’

Voorgaande is een selectie uit het artikel dat onlangs verscheen in BT Magazine.
Of lees het volledige artikel hier.

Elba\Rec

Elba\Rec en SKBN werken al jaren nauw samen en sinds medio 2018 is Elba\Rec ook kennispartner van SKBN. Via vakmedia zoals BT Magazine en Stadszaken, en o.a. door het BT Event is Elba\Rec een bron van informatie voor bedrijventerreinprofessionals.

info@elba-rec.nl
033 - 87 00 100

Elba\Rec
card image

Event

15-05-2019
Studiereis naar Parijs

Event

15-05-2019

Studiereis naar Parijs

Grand Paris, pionier in duurzaamheid 

Van woensdag 15 mei tot vrijdag 17 mei 2019 organiseert de SKBN een werkbezoek aan Parijs. Parijs: de stad van literatuur, wetenschap, kunst en economie, maar ook de stad van de guillotine, mei ’68, gele hesjes. Je zou haast vergeten dat Parijs ook gewoon een stad is. Eigenlijk is het een staat in een staat, waar ontzettend veel gebeurt op het vlak van duurzame stedelijke ontwikkeling.

De Fransen doen daarbij geen half werk. Een traditie die begon met de grote verbouwing van ‘de lichtstad’ door Baron Haussmann in de tweede helft van de negentiende eeuw, duurt nog altijd voort. De Métropole du Grand Paris, die met centrumstad Parijs en voorsteden Hauts-de-Seine, Seine-Saint-Denis en Val-de-Marne een gebied van 814 km2 beslaat, pioniert op het gebied van duurzame energie, duurzame gebiedsontwikkeling en duurzame mobiliteit. Drie ontwikkelingen die we centraal stellen tijdens ons drie dagen durende programma. 

Eerste operationele smart grid

Parijs beschikt over het eerste operationele smart grid van de wereld: het IssyGrid in Issy-les-Moulineaux. Voor warmtevoorziening experimenteert de Parijse regio al 40 jaar met geothermie. Parijs is momenteel hét Europese centrum voor nieuwe boringen naar aardwarmte. In het centrum van Parijs bestiert energiebedrijf ENGIE het grootste koude-netwerk van Europa met water uit de Seine. Ook als publieke opdrachtgever zet Parijs de toon. De gemeente pioniert met een lifecycle-contract voor openbare verlichting ter waarde van €800 miljoen.

Eerste circulaire bedrijfspark

Ondertussen bouwt de stad nieuwe ‘quartiers’ die voldoen aan de hoogste standaarden voor duurzaamheid en circulariteit, zoals het Clichy-Batignolles ecodistrict in het 17de arrondissement (opgeleverd in 2012). Een Nederlands team onder leiding van architectenbureaus RAU, karres+brands en SeARCH werkt aan het eerste circulaire bedrijfspark Triango als onderdeel van de ‘Inventons la Metropole de Grand Paris’: de grootste Europese competitie voor stedenbouw, architectuur en openbare ruimte.

Duurzame mobiliteit

De burgemeester van Parijs maakte de rechteroever van de Seine autovrij, dieselauto’s gaan vanaf 2025 in de ban. In een unieke samenwerking met de gemeente Parijs biedt Groupe Renault – Europa’s grootste fabrikant van elektrische auto’s – elektrische mobiliteit aan inwoners en bezoekers van Parijs en Île-de-France. Ondertussen werken Franse ingenieurs aan de Grand Paris Express: een derde metronetwerk met 160 kilometer nieuw spoor verdeeld over vier nieuwe lijnen met in totaal 60 nieuwe stations. Het nieuwe net ligt voor 90 procent ondergronds en moet in 2024 klaar zijn voor de duurzaamste Olympische spelen ooit.

De grootste stad van de post-Brexit EU (als dat allemaal doorgaat) telt inclusief voorsteden ruim 7 miljoen inwoners en is meer dan de ingeslapen wereldstad waar ze wel eens voor wordt gehouden. De hoofdstad van Frankrijk is dé toonaangevende hoofdstad van duurzame urbane ontwikkeling. De SKBN nodigt u uit om dit zelf te gaan bekijken, waarbij we focussen op duurzame energie, duurzame gebiedsontwikkeling en duurzame mobiliteit, maar ook de positie van de Métropole du Grand Paris in de Europese en mondiale economie belichten.

Kortom: hoe Parijs ondanks de woelige baren stug voortbouwt op de idealen die de stad hebben gemaakt tot wat ze nu is. En hoe de metropool zich blijft vernieuwen op technologisch, economisch en cultureel vlak, met een stevig maakbaarheidgeloof dat de tandem overheid–bedrijfsleven tot grote prestaties heeft gebracht en nog steeds brengt. 

MELD JE NU AAN VIA: HTTPS://KENNISLAB.TYPEFORM.COM/TO/RDM9FN

Lees verder
card image

Nieuws

Google mag datacenter bouwen op campus Agriport

Nieuws

02-01-2019

Google mag datacenter bouwen op campus Agriport

Google kan per direct aan de slag met de bouw van een hyperscale datacenter op de campus van Agriport A7. De totale omvang van het perceel waar de internetgigant gaat bouwen, is 70 hectare groot. Daarmee is het de tweede partij die aan de slag gaat met de bouw van een hyperscale datacentrum op de Noord-Hollandse locatie.
 

Googles moederbedrijf Alphabet kocht in de eerste helft van dit jaar 70 hectare grond op de Agriport-campus en diende op 28 mei een aanvraag in voor een omgevingsvergunning bij de gemeente Hollands Kroon. De vergunning werd op 19 december goedgekeurd.

Dit betekent dat na Microsoft, dat inmiddels ruim 110 hectare aan datacentercomplexen heeft op het terrein, de tweede grote partij daadwerkelijk gaat bouwen. Onlangs sloot ook CyrusOne een contract met Agriport A7 voor de bouw van een 270MW datacentrum op een perceel van 33 hectare.

De reden dat de locatie ook voor datacentra interessant is, is dat de glastuinbouw veel energie nodig heeft voor het verwarmen van de kassen, maar lang niet alle energie verbruikt. Die energie wordt weer gebruikt door de datacentra die omgekeerd hun warmte terug kunnen leveren aan de kassen.

Groene stroom

Agriport heeft een rechtstreekse verbinding met AMS-IX en een darkfiber-netwerk. Het gebied heeft de beschikking over 600 MW aan voornamelijk groene stroom. Voor het datacentrum van Google komt een 70 KV transformatorstation. Hoeveel megawatt het datacentrum van Google nodig heeft, is niet bekend.

NHN is al sinds Microsoft belangstelling toonde voor deze regio nauw betrokken bij deze ontwikkelingen op Agriport. De economische impact van datacenters op de regio is groot, zoals blijkt uit onderzoek van de Dutch Datacenter Association dat in 2018 is uitgevoerd in opdracht van NHN. Download hier het rapport.

Lees verder
card image

Opinie

Toekomstvisie op werklocaties

Opinie

30-03-2019

Toekomstvisie op werklocaties

De Challenge Circulaire Werklocaties (lees meer in dit artikel dat verschenen is in BT Magazine 01-2019) leverde drie heel verschillende toekomstbeelden op. De inspiratie voor het organiseren ervan kwam mede uit twee ontwerpstudies, namelijk ‘Op zoek naar leefruimte’ (1966) en ‘Nederland nu als ontwerp’ (1987). Het zijn beelden die werken, maar soms op een andere manier dan bedoeld.

‘Op zoek naar leefruimte’ werd gepubliceerd door Rothuizen en Leeflang, samen met de tweelingbroers Robbert en Rudolf Das. In populaire bewoordingen en met futuristische ontwerpen werd de modernistische vrees voor een dichtbevolkte, onhygiënische stad, met oncontroleerbare massa’s en verkeersinfarcten beschreven. Vanuit een geloof in maakbaarheid en urgentiebesef hielden zij een pleidooi voor een andere, betere toekomst: ‘Nederland met zijn bevolkingsgroei kan best bewoonbaar blijven dankzij nieuwe technieken.’

De beelden van de gebroeders Das vormden, als een soort ontwerpend onderzoek avant la lettre, een belangrijke inspiratiebron voor de visie van beleidsmakers op de ontwikkeling van de stedelijke centra (cityvorming), maar vormden tegelijk een aanleiding tot een breed verzet tegen dit soort ontwikkelingen. Niet cityvorming maar zorgvuldige, kleinschalige stadsvernieuwing en stedelijke vernieuwing vormden het motto van de jaren zeventig en tachtig. 

Een grote impact had 20 jaar later het programma ‘Nederland nu als ontwerp’. Dit was een uiterst ambitieus project waarbij teams van ontwerpers en onderzoekers werden uitgedaagd om varianten uit te werken voor verschillende gebiedstypen. Ook in 1987 waren er ‘problemen genoeg in onze bezorgde Nederlandse samenleving’. Maar vooral het ontbreken van een toekomstvisie gaf aanleiding tot het programma; zonder toekomstvisie krijgen ‘handelingen het karakter van tasten in het duister van onvoorspelbare maatschappelijke ontwikkelingen’. 

Het valt op dat het thema werken in beide ontwerpstudies onderbelicht is. Bedrijventerreinen komen nagenoeg niet voor. Ze voegen zich ogenschijnlijk gemakkelijk in de verschillende toekomsten, zolang logistiek en energievoorziening maar op orde zijn. Niets bleek minder waar. Aan het begin van deze eeuw zaten we met een flinke herstructureringsopgave van verweesde werklocaties. Meestal op slecht bereikbare plekken aan de randen van steden, met weinig belevingswaarde.

Toekomstvisie is inderdaad van groot belang. Visie op de toekomst van werken en mobiliteit. Visie op werklocaties als plek waar de transitie naar een circulaire economie wordt vormgegeven. Visie op de rol van werklocaties als ‘powerhouse’ in de energietransitie. De Challenge Circulaire Werklocaties geeft door middel van ontwerpend onderzoek zicht op toekomsten van werk en werklocaties. Zicht op mogelijkheden en oplossingsrichtingen, zodat handelingen een doelbewust en intentioneel karakter hebben. In 2050 zullen we weten of het gelukt is om toekomstbestendige werklocaties te maken. Een verantwoordelijkheid en een mooie uitdaging!

Lees verder