Van kostenpost naar verdienmodel. Met een circulaire benadering kunnen we veel meer waarde halen uit onze omgeving. Voor ABN AMRO betekent een omslag naar de circulaire economie ook dat nieuwe financieringsvormen nodig zijn. ‘We moeten ons gaan realiseren dat we in een circulaire economie echt anders moeten gaan denken en doen’, zegt Petran van Heel, sectorbanker bouw bij ABN AMRO.

Dit interview komt uit vakblad BT#1 en is onderdeel van een special over de circulaire economie. De special verschijnt eind maart. BT Magazine is hét vakblad voor iedereen die zich bezighoudt met regionale innovatiekracht en vestigingsklimaat. 

De Amsterdamse Zuidas kenmerkt zich door glimmende kantoorgebouwen en hoogbouw in aanbouw. Aan de voet van een van de hoogste kantoortorens in het gebied, het 105 meter hoge hoofdkantoor van ABN AMRO, staat een opvallend onopvallend gebouw: Circl. Het paviljoen is sinds het najaar van 2017 geopend en bevat naast een aantal conferentie- en vergaderzalen, een exporuimte en een restaurant met rooftopbar en ontmoetingsplek voor het publiek.

Circl biedt voor ABN AMRO niet alleen extra ruimte. Het is ook een gedurfd voorbeeld voor de visie van de bank op circulair vastgoed. Maar niet het hele gebouw is van de bank. ‘Deze lift bijvoorbeeld niet’, vertelt Van Heel, terwijl we onderweg zijn naar de rooftopbar op de bovenste etage van Circl. ‘De installatie blijft eigendom van leverancier Mitsubishi, ABN AMRO betaalt per liftbeweging een bedrag.’ Het is een voorbeeld van een product-as-a-service, ABN AMRO neemt de lift af als dienst. Dat heeft een aantal voordelen. De verantwoordelijkheid voor ontwerp, exploitatie én eindwaarde is in een hand. Van Heel heeft zelf een achtergrond als vastgoedontwikkelaar. ‘Ik heb heel wat gebouwen neergezet, ook hoogbouw. We selecteerden altijd de liftenleverancier die met de laagste bouwkosten inschreef. Maar dat bedrag zegt niets over het energieverbruik of de onderhoudskosten. Laat staan eindwaarde of mogelijkheden van het materiaal aan einde van de levenscyclus. Voor Circl hebben we gekozen het begrip kosten veel breder te trekken: de kosten én opbrengsten over de gehele levenscyclus, en daarna. Dat is van lineair naar circulair.’

Van Square naar Circl

De totstandkoming van Circl was geen vanzelfsprekendheid. De oorspronkelijke – al goedgekeurde – plannen gingen uit van een meer traditioneel paviljoen dat weliswaar erg duurzaam was, maar niet circulair. Aanleiding om anders te gaan nadenken over het eigen grondstofgebruik was de sloop van een gebouw van ABN AMRO aan het Rokin in Amsterdam. De chique natuurstenen gevel van dat gebouw bleek niet herbruikbaar. Zelfs wanneer het geïmporteerde natuursteen gratis werd weggegeven, bleek er geen interesse te zijn vanuit de markt. Vervolgens is het materiaal als puin afgevoerd, vergruisd en waarschijnlijk als onderlaag onder een snelweg toegepast.

Omdat er al een uitgewerkt plan voor een conventioneel paviljoen was uitgewerkt (laten we dat Square noemen), is het mogelijk het materiaalgebruik van een circulair gebouw (Circl) en een niet-circulair gebouw (Square) te vergelijken. Voor Circl is 36 procent minder materiaal nodig, een reductie van 2400 ton beton, staal, aluminium, glas, hout en natuursteen. Doordat een deel van dat materiaal bovendien hergebruikt is, was voor Circl 39 procent minder primaire grondstoffen nodig.

Tijdens de ontwikkeling van Circl werd samengewerkt met New Horizons Urban Mining van Michel Baars. Dat bedrijf stond aan de basis van het Urban Mining Collective. Hierin werken ongeveer vijftien bedrijven samen om ‘sloopmaterialen’ opnieuw waarde geven. Ze oogsten materialen uit gebouwen en geven die een volgend leven in een nieuw gebouw. In Circl bestaat de houten vloer uit verzameld hardhout uit vijftien gebouwen – onder meer afkomstig van een oud klooster en de bar van voetbalclub TOP Oss. De karakteristieke hardhouten puien van de vergaderruimtes zijn afkomstig uit een oud Philips-gebouw in Hilversum. Wie goed kijkt, ziet dat ze eigenlijk niet helemaal passen in het stramien, waardoor de vergaderruimtes hier en daar een extra ‘passtukje’ hebben gekregen om de wand te sluiten. ‘Het valt eigenlijk pas op, als je het doorhebt.’

‘Materialen hebben vaak een andere levensduur dan de gebouwen waar ze in verwerkt zijn’, zegt Van Heel. ‘De circulaire economie vraagt om andere materialisering, terugneembare en modulaire concepten. En niet alleen hier op de Zuidas. Op werklocaties in het hele land zal dit principe belangrijker worden. Als je tegenwoordig niet duurzaam bent, in de zin van energietransitie, dan tel je eigenlijk niet meer mee. Maar circulariteit, de grondstoftransitie, staat nog aan het begin van een versnelling. In elke situatie kan je nadenken over de hoeveelheid grondstoffen die je verbruikt, welke grondstoffen dat zijn, demontabel bouwen, gemakkelijke reparatie, afvalreductie en andere verdienmodellen. Er zijn ook steeds meer bedrijven die materialen kunnen upcyclen, of ze op een andere manier als tweedehands bouwmaterialen inzetten. De echt innovatieve bedrijven verkopen deze materialen dan ook niet meer, die lenen je de grondstoffen uit als dienst, een product-as-a-service. Daar zie je de verschuiving van bezit naar gebruik. Dat is een principieel verschil van circulaire economie.’

Wat betekent dat concreet voor ondernemers?

‘Daar zijn we als bank nu over aan het nadenken: zo werken we bijvoorbeeld aan een project met de circulaire bedrijfshal van de toekomst. Maar ook: wat is nodig om bestaande bedrijfshallen nu al circulair te maken en welke circulaire verdienmodellen kunnen we daarbij ontwikkelen? De bedrijfshal-as-a-service is als een meccanodoos van onderdelen die uitbreiden, optoppen of inkrimpen en zelfs eenvoudig verplaatsen mogelijk moet maken. Tegelijkertijd zul je zien dat de markt voor tweedehands producten een vlucht gaat nemen; opgestuwd door de Milieuprestatie Gebouwen en de overheidsambitie om in 2030 50 procent circulair te zijn, gaan steeds meer ondernemers hier kansen zien.

‘Ik verwacht dat daardoor ook de eindwaarde van gebouwen weleens heel anders zou kunnen worden. Nu worden leegstaande gebouwen gezien als kostenpost, want ze moeten nog gesloopt en gestort worden. Maar vanuit het perspectief van urban mining staat er een bovengrondse mijn met waardevolle grondstoffen. Misschien zijn veel bedrijventerreinen wel toe aan een upgrade en worden de onderdelen iets waard voor nieuwe bedrijfshallen.

‘Ook leveranciers moeten hun producten en bijbehorende levenscyclus onder de loep nemen. Ontwerpers moeten beginnen met producten te ontwerpen die minder grondstoffen nodig hebben, lang blijven functioneren, gemakkelijk te repareren zijn en natuurlijk weinig energie verbruiken. Als het lukt om een gebouw te ontwikkelen dat energie levert en aan het eind van de gebruiksduur meer waarde heeft als geheel of in onderdelen, dan heb je een winnende businesscase in de circulaire economie.’

Hoe kan een bank circulariteit financieren?

‘Geld is an sich een heel circulair verdienmodel. Maar verduurzaming gaat niet alleen over geld, het gaat ook over kennis en netwerk. Mijn collega’s en ik praten met heel veel bedrijven en we bieden op veel verschillende plekken financiering. De grondstoffentransitie is niet alleen in de bouwsector gaande, maar ook in de industrie, de retail en de logistiek. We faciliteren kruisbestuiving en kennisuitwisseling waar dat kan.

‘Maar ook onze eigen financieringsproducten maken we passend voor de circulaire economie. Nu de verschuiving van bezit naar gebruik ook in gebouwen postvat, moeten we ons als bank gaan afvragen welke delen van een gebouw we straks nog financieren en welke partij. Is het de eigenaar, de gebruiker, de bezitter van het product?! En hoe regel je dat? Dat maakt circulaire financiering nog tot een hele uitdaging. Maar, al doende leert men.’

ELBA\REC

ELBA\REC en SKBN werken al jaren nauw samen en sinds medio 2018 is ELBA\REC ook kennispartner van SKBN. Via vakmedia zoals BT Magazine en Stadszaken, en o.a. door het BT Event is ELBA\REC een bron van informatie voor bedrijventerreinprofessionals.

info@elba-rec.nl
033 - 87 00 100

ELBA\REC
card image

Event

12-12-2019
Debat #6 | Werklandschappen als speeltuin voor de toekomst

Event

12-12-2019

Debat #6 | Werklandschappen als speeltuin voor de toekomst

Architectuur van Arbeid #6: slotdebat

In de strijd om ruimte tussen alle stedelijke opgaven, lijken bestaande werklandschappen de enige plek te zijn waar alles mag en iedereen welkom is. Kunnen deze gebieden een nieuw paradigma vertegenwoordigen van anders samenleven en -werken? Hoe is dit te sturen en wie is aan zet?


12 december 2019 | 19.00 uur - 21.00 uur | Het Nieuwe Instituut, Museumpark 25, Rotterdam [6de verdieping]

MELD U AAN

PROGRAMMA

19.00 uur - Inleiding

19.10 uur - Daan Zandbelt, Rijksadviseur voor de Fysieke Leefomgeving, College van Rijksadviseurs

De werkende stad & werkende clusters

19.35 uur - Charlotte Ernst, co-founder Hof van Cartesius en eigenaar Buurman Utrecht

Hof van Cartesius – Werkspoorkwartier; circulaire gebiedsontwikkeling werklandschap bottom-up

20.00 uur - Debat onder leiding van Paul Gerretsen

21.00 uur - Afsluiting

------------------------------------------------------

Dit debat wordt georganiseerd door Achitectuur van Arbeid

Over Architectuur van Arbeid

Architectuur van Arbeid is een programma van zes publieke debatten over de ruimtelijke impact van nieuwe vormen van productie en arbeid in Nederland. Het programma is onderdeel van het Guest Programme van Thursday Night Live! van Het Nieuwe Instituut. Het programma vindt plaats tussen maart en december 2019 en is een samenwerking tussen Vereniging Deltametropool, Het Nieuwe Instituut en De Spontane Stad.

MELD U AAN

Lees verder
card image

Nieuws

Limburgse gedeputeerde Burlet verkent duurzaam Leudal

Nieuws

19-11-2019

Limburgse gedeputeerde Burlet verkent duurzaam Leudal

Bezoek aan Bedrijvenpark Zevenellen en Geelen Counterflow

Donderdag 14 november 2019 bezocht gedeputeerde Burlet van de Provincie Limburg de gemeente Leudal. Het bezoek volgde op de uitnodiging van de gemeente Leudal en de samenwerkende ontwikkelaars op Bedrijvenpark Zevenellen: Ontwikkelingsmaatschappij Midden-Limburg (OML) en World Biobased Centre Zevenellen (WBCZ). Duurzaamheid en circulariteit stonden centraal tijdens deze middag met een bezoek aan Zevenellen en het meest duurzame kantoor ter wereld van Geelen Counterflow.

Gedeputeerde Burlet: “De provincie staat achter jullie. Ga zo door met biobased en de circulaire ontwikkelingen zoals Bedrijvenpark Zevenellen.”

Wethouder Piet Verlinden (portefeuille Economische ontwikkeling, Milieu en Financiën) heette gedeputeerde Burlet (Duurzaamheid en Milieu) welkom in het gemeentehuis. “De gemeente Leudal heeft de ambitie om in 2020 de duurzaamste gemeente van Midden-Limburg te zijn en is koploper met hernieuwbare energie.“ vertelde wethouder Piet Verlinden. “In onze visie gaat duurzaamheid over energie, afval, circulaire economie, maatschappelijk verantwoord ondernemen, biodiversiteit en groenbeheer, voedsel, mobiliteit, duurzaam inkopen, leefbaarheid, schoon milieu en meer.“

Samen bouwen aan duurzame toekomst

“Als overheid hebben we een voorbeeldrol, vertelt wethouder Verlinden. Zo neemt de gemeente Leudal als één van de eerste gemeentes van Nederland lokaal opgewekte stroom af van de eerste Limburgse energiecoöperatie Leudal Energie.” We scharen ons achter ontwikkelingen als Duurzaam Multifunctioneel Bedrijvenpark Zevenellen.” OML en WBCZ, de ontwikkelende partijen van het bedrijvenpark, vragen bedrijven die zich daar willen vestigen om de circulaire economie te versterken. “Samen bouwen we aan een duurzame toekomst,” aldus wethouder Verlinden. “Iedereen doet wat.”

Zevenellen

De gedeputeerde verkende aansluitend samen met aanwezigen vanuit de gemeente, OML, WBCZ, Waterschap en enkele lokale, duurzame bedrijven, Bedrijvenpark Zevenellen (Haelen). Geheel in stijl: te voet. Zevenellen is voor ondernemers de plek om duurzame ambities te verwezenlijken. Op Zevenellen gaat het vooral om de samenwerking tussen de te vestigen bedrijven; bedrijven gaan gebruik maken van elkaars productieproces. Hierbij valt te denken aan het uitwisselen van energie, afvalstoffen, restproducten in de vorm van warmte, stroom, water en andere reststromen. In een circulaire economie wordt niets meer weggegooid, vernietigd of ongebruikt gelaten. Zevenellen draagt daarmee, in de klimaat-opgave die er ligt, volop bij aan de reductie van CO2 (koolstofdioxide, het voornaamste broeikasgas). 

De ontwikkeling van het bedrijvenpark is goed voor de (lokale en regionale) economie en werkgelegenheid en tevens voor de leefbaarheid van de inwoners van Leudal. 

Regio al circulair bezig: bezoek meest duurzame kantoor ter wereld

Naast aankomende ontwikkelingen is de regio al geruime tijd circulair bezig. Dat bleek tijdens het bezoek aan Geelen Counterflow in Haelen. Sander Geelen is een bevlogen ondernemer in de machinebouw voor de voedingsmiddelenindustrie, die zeer begaan is met het milieu. Dat blijkt ook uit de toekenning in 2016 van de hoogste score ooit (99,94%) door internationale certificeringsinstantie BREEAM voor de duurzaamheid van het houten kantoor van Geelen Counterflow. Anno 2019 staat dit gebouw nog steeds bovenaan de lijst met meest duurzame kantoren ter wereld.

Gedeputeerde Burlet, wethouder Verlinden, de samenwerkende ontwikkelaars OML en WBCZ en overige aanwezigen waardeerden het werkbezoek zeer. Een mooi moment voor nadere kennismakingen en kruisbestuivingen.

Lees verder
card image

Nieuws

Bedrijventerreinaanpak loont meer dan wijkaanpak

Nieuws

30-09-2019

Bedrijventerreinaanpak loont meer dan wijkaanpak

Het totale energieverbruik van bedrijventerreinen en werklocaties in Nederland bedraagt in totaal bijna 700 petajoule* (PJ). Dat is veel meer dan het energieverbruik van alle Nederlandse huishoudens bij elkaar. Ook zonder de zware industrie blijft er een groot potentieel voor energiebesparing over bij een meer kansrijke doelgroep. Het verduurzamen van ruim 4000 bedrijventerreinen en werklocaties in Nederland verdient daarom minstens zoveel aandacht als de verduurzaming van woonwijken.

Die bijna 700 PJ is gebaseerd op een analyse van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) op basis van CBS-cijfers over de energiegebruiken van bedrijven op bedrijventerreinen en werklocaties in 2016. Ter vergelijking: alle huishoudens verbruikten in 2016 bij elkaar opgeteld 412,6 PJ aan energie. Wat opvalt is, dat op bedrijventerreinen en werklocaties méér elektrische energie verbruikt wordt (384 PJ) dan energie uit gas (314 PJ). Bij Nederlandse huishoudens is deze verhouding omgekeerd (81,6 PJ elektra en 297,2 PJ uit gas). Het totale energieverbruik in 2016 in Nederland was 3144 PJ.

Energieverbruik op bedrijventerreinen in PJ (2016)

Bron: CBS
In pj Electriciteit Gas Totaal
Groningen 26 40 66
Friesland 13 8 21
Drenthe 10 6 16
Overijssel 20 9 29
Gelderland 43 34 77
Flevoland 10 5 15
Noord-Holland 56 45 102
Zuid-Holland 69 80 149
Utrecht 17 9 26
Zeeland 15 5 21
Noord-Brabant 71 48 119
Limburg 32 25 57
Totaal 384 314 699

De verbruikscijfers op bedrijventerreinen en werklocaties zijn verder nog op te splitsen in energieverbruik van ‘grootverbruikers’: de zware industriële bedrijvigheid die gebonden is aan de Meerjarenafspraken energie-efficiëntie (MJA/MEE) en jaarlijks 395 PJ energie verbruikt. Daarnaast is er de reguliere bedrijvigheid op de bekende reguliere (gemengde) bedrijventerreinen zoals bijna elke gemeente binnen haar grenzen heeft en die goed is voor circa 304 PJ: nog steeds ongeveer een tiende van het totale energieverbruik in Nederland.

Bedrijventerreinen en werklocaties** per provincie (2017)

Bron: IBIS Bedrijventerreinen database
  Aantallen Bruto opp. (ha)
Groningen 202 5.853
Friesland 314 5.469
Drenthe 134 3.520
Gelderland 526 11.065
Flevoland 123 5.136
Noord-Holland 360 12.631
Zuid-Holland 631 19.821
Utrecht 156 3.963
Zeeland 220 5.649
Noord-Brabant 680 20.476
Limburg 364 10.103
Overijssel 428 8.444
Totaal 4.138 112.130

Gigantisch besparingspotentieel

‘Gesommeerd valt op bedrijventerreinen veel energiewinst te halen bij een kansrijke doelgroep: bedrijven’, stelt onderzoeker Guus Mulder van TNO. Hij is een van de drijvende krachten achter stichting BE+ (Bedrijventerreinen Energiepositief). Doelstelling van BE+ is om 250 bedrijventerreinen CO2-neutraal te maken in 5 jaar. Mulder: ‘Wanneer we 250 bedrijventerreinen verduurzamen, realiseren we een totale energiebesparing van 32 PJ. Dat is ruim 5 Mton bespaarde CO2, méér dan het sectordoel van 3,4 Mton voor de gebouwde omgeving uit het klimaatakkoord. Hiervoor is wel meer nodig dan de realisatie van de maatregelen die onder de informatieplicht energiebesparing vallen.’

BE+ is in 2017 opgericht door WM3 Energy, TNO, Oost NL en Kortman DGO, nadat het idee was ontstaan binnen de huidige partner SKBN. Daarna is het een onafhankelijke stichting geworden, met Oost NL en TNO in het bestuur. Inmiddels heeft BE+ samenwerkingen opgezet met Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord, Projectbureau Herstructurering Bedrijventerreinen (PHB) en de Zuid-Hollandse ontwikkelingsmaatschappij Innovation Quarter.

Van wijkaanpak naar bedrijventerreinenaanpak

In ‘energietransitieland’ gaat veel aandacht uit naar de zogeheten wijkaanpak. Ambitieuze bestuurders lieten in de afgelopen jaren brieven bezorgen bij burgers met de mededeling dat hun wijk van het gas afgaat, soms tot schik van de bewoners zelf, die nog niet voorbereid zijn op een gasloze toekomst. Laat staan de gemeente of het energiebedrijf zelf. TNO’er Guus Mulder vindt het frappant dat bedrijventerreinen en werklocaties tot op heden amper in de discussie worden meegenomen. Die geringe aandacht voor een ‘bedrijventerreinaanpak’ verbaast hem anderzijds ook niet. ‘Bedrijventerreinen vallen na aanleg vaak al snel buiten het zichtveld van de gemeentelijke autoriteiten. De kwaliteit van woonwijken wordt over het algemeen belangrijker gevonden.’ Tegelijkertijd zijn ondernemers een kansrijke doelgroep: ze weten wat het is om te investeren, zijn redelijk goed georganiseerd (bijna iedere ondernemer is wel lid van een ondernemersvereniging of brancheorganisatie) en daarmee makkelijker collectief te benaderen, en hun klanten vragen vaak om duurzame bedrijfsvoering. Mulder: ‘BE+ voorziet in een integrale aanpak richting een diffuse doelgroep van ondernemers die in de energietransitie nog té weinig aandacht krijgt en waarvoor slechts een gefragmenteerd beleidsinstrumentarium bestaat.’

Toch komt er dusver weinig initiatief uit deze hoek. Gerlof Rienstra is directeur Rienstra Beleidsonderzoek en Beleidsadvies, en zelf vanuit een economische expertrol betrokken bij vier regionale energiestrategieprojecten in Noord- en Zuid-Holland. Hij wijt dit aan de interne oriëntatie van grote bedrijven met veel energieverbruik, zoals de metaal- en machinebedrijven, de chemische en de zuivelindustrie, op hun eigen productieproces. ‘Als ze geïnteresseerd zijn, leggen ze de contacten liever bilateraal dan in een groter geheel. Het is voor bedrijven en instellingen in woonwijken veel gemakkelijker aansluiting te vinden bij lopende energietransitieprojecten dan voor solitaire bedrijven en bedrijven op bedrijventerreinen.’ Rienstra ziet wel mogelijkheden voor het uitbouwen van parkmanagement op dit gebied en zo mogelijk voor een BiZ-constructie op bedrijventerreinen. ‘De land- en tuinbouw is op dit moment via energiecoöperaties al verder gevorderd op dit traject.’

Kennis en ervaring

Er nemen inmiddels dertig bedrijventerreinen deel aan BE+. Nog eens vijftien bedrijventerreinen hebben gebruikgemaakt van de zogenoemde Energie Potentieelscan, een van de tools die BE+ aanbiedt. De kennis en ervaring die wordt opgedaan wordt steeds ingezet op nieuwe bedrijventerreinen.

Verduurzaming van bedrijventerreinen kan op twee manieren: het aanpakken van bedrijfspanden, al dan niet in collectief verband, en een investering in een collectieve energievoorziening zoals windmolens, een warmtenet of de opwek van collectieve zonne-energie. De belangrijkste les uit 2 jaar pionieren is dat bedrijventerreinverduurzaming valt of staat met het hebben van een goede organisatie. En dat is precies de achilleshiel van veel bedrijventerreinen. ‘Je kan nog zo hard aan investeerders trekken, ze zullen bedanken als je je eigen organisatie niet op orde hebt’, stel Cees Brinkman, projectleider vestigingsklimaat bij ontwikkelingsmaatschappij Noord-Holland Noord en bestuurslid van de SKBN. ‘Bedrijventerreinen verduurzamen begint bij het aanbieden van een exploitabele businesscase. Dan pas zijn externe investeerders bereid om geld te investeren in energetische verduurzaming. We moeten dan ook inzetten op de professionalisering van het management van bedrijventerreinen.’

Verzakelijken

Samen met Cees-Jan Pen, lector Fontys Hogescholen en oud projectleider Ruimte en Economie bij Platform31, geeft Brinkman tijdens het BT Event op 31 oktober een workshop: ‘Zakelijk exploiteren van een versnipperd bedrijventerrein’. Het verzakelijken van bedrijventerreinen was ooit een beleidsdoelstelling van het Rijk en kreeg gestalte in de vorm van zes pilots die werden uitgevoerd door Platform31.

Nu de verduurzamingsopgave er ligt, is verzakelijken urgenter dan ooit. ‘De basis van verzakelijken ligt bij het goed organiseren van beheer en onderhoud. Idealiter zouden we moeten toewerken naar één eigenaar of gebiedsbeheerder voor het hele terrein’, zei Cees-Jan Pen destijds. Nu de verduurzamingsopgave er ligt, is verzakelijken urgenter dan ooit. Want meer eenheid levert schaalvoordelen op en maakt de terugverdientijd voor duurzame investeringen korter. En om externe financiering aan te trekken is volume een absolute voorwaarde.

*1.015 joules

** In 2017 waren er in Nederland ruim 4.000 zogenaamde ‘werklocaties’: gebieden die ruimtelijke bestemd en geschikt zijn om te kunnen ondernemen. Naast bedrijventerreinen (86% van de locaties) gaat het ook om bijvoorbeeld zeehaventerreinen, vliegvelden en meubelboulevards. In 2010 waren dat er nog 3.506. Bron: RVO.nl

Lees verder