De markt voor logistiek vastgoed in Nederland stond in 2018 in het teken van een grote vraag naar distributiecentra en grootschalige opslagruimten, zowel door bedrijven - logistieke dienstverleners, retailers en producenten - als door beleggers. Sterker nog: de vraag naar logistiek vastgoed was nog nooit zo groot als in het afgelopen jaar.

Dat blijkt uit onderzoek door NVM Business. Volgens de NVM-publicatie is vorig jaar in totaal 3,1 miljoen vierkante meter logistiek vastgoed afgezet. Daarbij ging het niet alleen om ruimten die op de vrije markt werden verhuurd en verkocht, maar ook om gebouwen die door bedrijven zelf voor eigen rekening werden neergezet, de zogenoemde eigenbouw. Opvallend was dat van de in 2018 gerealiseerde afzet bijna 2,2 miljoen vierkante meter betrekking had op nieuwbouw, wat in vergelijking met het jaar ervoor een duidelijke toename betekende. 

Behalve een grotere vraag naar nieuwbouw, werd de markt ook gekenmerkt door een toename van het aantal gehuurde ruimten, met als gevolg dat het aandeel van de huursector in de totale opname boven de 75 procent lag. Het zuiden van het land nam – net als in andere jaren overigens – het grootste deel van de vraag naar logistiek vastgoed voor zijn rekening. Dat was vooral te danken aan de gang van zaken in de provincie Noord-Brabant, waar meer dan 800.000 vierkante meter zijn weg naar gebruikers vond.

Aanbod bleef ook groot

Ondanks de grote vraag naar logistiek vastgoed ging in 2018 het direct beschikbare aanbod van distributiecentra en grootschalige opslagruimten nauwelijks omlaag. Dat het aanbod vrijwel onveranderd bleef, kwam doordat er door beleggers en projectontwikkelaars meer logistieke gebouwen op risico in aanbouw werden genomen, dat wil zeggen zonder de zekerheid van voorverhuur. Eind 2018 stond ongeveer 2,33 miljoen vierkante meter te huur en te koop. Daarvan bestond 725.000 vierkante meter uit nieuwbouw. 

Volgens NVM Business is het wel positief dat het structurele of langdurige aanbod vorig jaar verder omlaag ging, met ongeveer 35 procent. Bovendien vertoonde de aanbodsituatie grote regionale verschillen. Terwijl bijvoorbeeld Noord-Holland werd geconfronteerd met een sterke toename van leegstaande distributiecentra, was in Noord-Brabant sprake van een flinke daling van het aantal beschikbare meters.

Weinig invloed op huurprijzen

De ontwikkeling van vraag en aanbod had echter weinig effect op de gerealiseerde huurprijzen; die bleven over het geheel genomen stabiel. Alleen in de regio’s Rotterdam en Eindhoven ging het gemiddeld huurprijsniveau iets omhoog. Hoewel de huurprijzen dus nauwelijks van hun plaats kwamen, gingen de aanvangsrendementen die beleggers bereid waren te betalen, wel omlaag, wat uiteraard tot een stijging van de prijzen leidde. Voor werkelijk eersteklas objecten daalde het netto-aanvangsrendement tot iets onder de 4,6%. 

Ter vergelijking: in 2008 lag het netto-aanvangsrendement van distributiecentra op 7%. Er werd vorig jaar ook flink in distributiecentra belegd. Volgens NVM Business ging het om € 2,3 miljard, een absoluut record. Daarvan had 70 procent betrekking op distributiecentra met een omvang van 30.000 vierkante meter en meer.

Elba\Rec

Elba\Rec en SKBN werken al jaren nauw samen en sinds medio 2018 is Elba\Rec ook kennispartner van SKBN. Via vakmedia zoals BT Magazine en Stadszaken, en o.a. door het BT Event is Elba\Rec een bron van informatie voor bedrijventerreinprofessionals.

info@elba-rec.nl
033 - 87 00 100

Elba\Rec
card image

Nieuws

‘Food hub’ in plaats van olieterminal op laatste stukje Europoort

Nieuws

01-05-2019

‘Food hub’ in plaats van olieterminal op laatste stukje Europoort

Het laatste stukje leeg bedrijfsterrein van het Rotterdamse Europoort moet een cluster van bedrijven in de voedingssector worden, de ‘Rotterdam Food Hub’. Met deze ambitie heeft het Havenbedrijf Rotterdam eindelijk een bestemming gevonden voor het al vijftig jaar braak liggende gebied.

Dat schrijft het Financieele Dagblad (FD). Het 60 hectare grote gebied moet vanaf 2020 huisvesting bieden aan bedrijven die zich specialiseren in bewerking, overslag en opslag van diepgevroren en gekoelde voedingsmiddelen.

De eerste van deze bedrijven is inmiddels bekend, meldt het FD. Vruchtensappenproducent Innocent Drinks, onderdeel van Coca-Cola, investeert ongeveer 250 miljoen euro in een nieuwe vestiging in het gebied. Verder zegt het Havenbedrijf Rotterdam tegen het FD met een aantal andere bedrijven ‘serieus’ in gesprek te zijn over vestiging in de nieuwe food hub.

Minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat zegt tegen het FD dat de komst van Innocent Drinks ‘bijdraagt aan de versterking van ons internationale voedselcluster’.

Een nieuwe richting

De nieuwe focus op voedingsmiddelen in het gebied is opvallend. Europoort staat vooral bekend om zijn zware petrochemische industrie. De afgelopen jaren lagen er voor het braakliggende gebied dan ook plannen voor een chemiefabriek van Kodak, een gasterminal van Liongas en een Russische olieterminal.

Al deze projecten vonden echter nooit doorgang, waardoor het Havenbedrijf Rotterdam ging nadenken over een nieuwe bestemming. Emile Hoogsteden, directeur van het Havenbedrijf Rotterdam, zegt tegen het FD: ‘We hebben toen pas op de plaats gemaakt. Gaan we verder op dezelfde weg of zijn er nog andere mogelijkheden?’

De keuze viel op de voedingsmiddelen omdat dit door bevolkingstoename en welvaartsgroei een groeimarkt is, zegt Hofsteden tegen de krant. Bovendien voorziet het Havenbedrijf koppelkansen met tuinders in het Westland en grote verpakkings- en distributiecentra in Ridderkerk en Barendrecht.

Lees verder
card image

Nieuws

'Personeel mijdt onbereikbaar bedrijventerrein'

Nieuws

10-04-2019

'Personeel mijdt onbereikbaar bedrijventerrein'

Het is slecht gesteld met de ov-bereikbaarheid van bedrijventerreinen. Nu krapte op de arbeidsmarkt een steeds nijpender probleem vormt voor bedrijven, haken sommige groepen medewerkers af. Zij kunnen sommige werklocaties eenvoudigweg niet bereiken.

Bereikbaarheid is een groot issue op werklocaties ten westen van Rotterdam, stelt Boyd Bartels, themaleider ov-bereikbaarheid bij De Verkeersonderneming. ‘Ondernemers op door ov slecht ontsloten werklocaties zijn doorgaans vooral bezig met hun primaire werkproces. Maar deze zelfde ondernemers klagen dat ze vanwege hun relatief geïsoleerde ligging de concurrentiestrijd om arbeid verliezen zodra de vraag aantrekt door de economische groei.’

Afhaken

Remco Oomen is operationeel manager bij Tempo Team in Rotterdam. Hij onderschrijft de stelling van de Verkeersonderneming. ‘Bedrijventerreinen in de Botlek, Europoort en Maasvlakte zijn niet of nauwelijks per openbaar vervoer te bereiken’, zegt hij. ‘Er is een busverbinding naar het Transferium op de Maasvlakte, maar veel bedrijven liggen daar nog kilometers van verwijderd. Bovendien voelen veel medewerkers zich onveilig op de bedrijventerreinen, zij willen niet nog een stuk moeten lopen van en naar de bushalte.’

‘Voor het werk in de havengebieden vallen bepaalde groepen daardoor eenvoudigweg af’, zegt Oomen. ‘Bijvoorbeeld herintreders op de arbeidsmarkt. Voor hen vormt de bereikbaarheid vaak een onoverkomelijk obstakel. En dat terwijl dit nu juist een doelgroep is die we aan het werk willen helpen en waaraan grote behoefte is bij bedrijven rond Rotterdam.’

‘Dat het niet goed gesteld is met de ov-bereikbaarheid is niets nieuws’, stelt regiodirecteur Zuidwest Nederland van Randstad, Alex Groeneveld. ‘Maar het probleem vormt juist nu een grote uitdaging door de krapte op de arbeidsmarkt. Het is voor bedrijven al erg lastig om goed personeel te vinden. En des te meer als dat medewerkers moeten zijn met eigen vervoer.’

Collectieve maatwerkoplossingen

De Provincie Zuid-Holland werkt aan bewustwording van dit steeds nijpender wordende probleem onder bedrijven. De provincie faciliteert met een bescheiden subsidie onderzoek naar alternatieve bereikbaarheidsoplossingen. Bartels: ‘Steeds meer ondernemersverenigingen doen een beroep op dit provinciale subsidiepotje, bijvoorbeeld voor het doen van draagvlakonderzoek naar collectieve maatwerkoplossingen.’

Tot nu toe lukt het Randstad in de meeste gevallen om iets te organiseren in samenspraak met gemeenten en bedrijven, vertelt Randstad-directeur Groeneveld. Hij wijst op het voorbeeld van containerterminal ECT. Het bedrijf heeft zelf vervoer geregeld. ‘Het liefst regel je dat met meerdere bedrijven tegelijk, maar dat is niet gemakkelijk. De ploegendiensten van andere partijen sluiten niet aan op die van ECT. Die bedrijven moeten daardoor ook een eigen pendeldienst opzetten. Voor kleinere bedrijven moet je kijken naar carpoolafspraken. Ook dat is in veel gevallen niet ideaal, want veel medewerkers staan niet te springen om uitzendkrachten thuis op te halen. Zo lang er geen fijnmazige ov-dienst is, blijft het behelpen.’

Noodklok

Het probleem speelt niet alleen in Rotterdam. Zo luidde in Venlo eind 2017 ondernemersvereniging Ondernemend Venlo de noodklok. De vereniging, waarbij meer dan 1.200 bedrijven zijn aangesloten, plaatste een paginagrote oproep in De Limburger om aandacht te vragen voor de bereikbaarheid van Greenport Venlo. Het gebied dat wordt ontwikkeld en beheerd door Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo, bestaat uit bedrijventerreinen, natuurlandschappen en een campus. Maar er is geen onsluiting via het OV. De komst van het treinstation Grubbenvorst zou een belangrijke oplossing zijn, stelde de ondernemersvereniging destijds.

De politiek weigerde echter om extra geld op tafel te leggen voor het station. Wel kwam er een tijdelijke oplossing, geboden door de provincie Limburg in samenwerking met Arriva, waarbij een busroute over het bedrijventerrein en de Greenportlane werd gereden. Sinds eind 2018 kunnen werknemers gebruik maken van een haal-en-brengservice om vanaf de Arriva-bushaltes tot aan de voordeur van het bedrijf te komen.

Lelylijn

In verschillende delen van het land hamert MKB-Nederland op verbetering van de bereikbaarheid van bedrijventerreinen, zoals in Noord-Brabant. ‘Overall zien we dat er wel goed wordt geïnvesteerd in de infrastructuur in Nederland’, zegt een woordvoerder van de koepelorganisatie. ‘Maar de economische groei gaat ook hard en we komen van ver. Al is het per regio anders, de bereikbaarheid verbetert over het algemeen wel, maar lokaal zijn er zeker nog de nodige problemen, onder meer op bedrijventerreinen.’ Ook maakt MKB Nederland zich hard voor de Lelylijn, een goede en snelle ov-verbinding tussen het westen en het noorden. ‘Daar merken ze dat meer bedrijven vanuit het volle westen naar de Noordoostpolder trekken maar dat de OV-verbinding ontoereikend is’, zegt de woordvoerder. ‘Een goede ov-verbinding biedt daar economische kansen.’

Volgens Bartels verandert er veel op bereikbaarheidsgebied. Hij wijst daarbij op de mobiliteitsmores bij een nieuwe generatie, die niet meer als vanzelfsprekend een auto heeft. ‘Een lastig bereikbare locatie valt bij die generatie dan al snel af. Dan wordt het voor bedrijven op zo’n locatie al snel lastig om de continuïteit voor de toekomst te waarborgen. ‘In het ideale geval gebruik je mobiliteit als het nodig is: het concept van MaaS, mobility as a service’, zegt Bartels. De verkeersonderneming werkt in Rotterdam aan een experiment. Honderd huishoudens laten vrijwillig de auto staan en krijgen in plaats daarvan een mobiliteitspakket waarmee ze toegang krijgen tot andere vormen van vervoer. Bartels spreekt van een succes. ‘Deelnemers komen ontspannen aan op hun plek van bestemming. Dat is ook wat waard.’

Lees verder