Duurzaam Multifunctioneel Bedrijvenpark Zevenellen (DMBZ) in Haelen gaat de volgende fase in: het ontwerpen en bouwrijp maken. Onlangs is de bouwteamovereenkomst ondertekend door Ontwikkelingsmaatschappij Midden-Limburg BV (OML) en Strukton Civiel Zuid. Op woensdag 8 mei was de officiële kick-off van de realisatie van DMBZ. Door OML, Strukton en gemeente Leudal is letterlijk de schop in de grond gezet. 

Serge Hoppenbrouwers (directeur OML): “We zijn optimistisch over de ontwikkeling van Zevenellen. Na een aanbestedingsprocedure hebben we in Strukton een samenwerkingspartner gevonden die in staat is om voor OML de complexe werkzaamheden op bedrijvenpark Zevenellen in goede banen te leiden. De eerste taak van het bouwteam zijn de ontwerpwerkzaamheden. Daarna zullen – aan het eind van de zomer – de eerste fysieke contouren zichtbaar worden op het bedrijvenpark. Zo wordt bijvoorbeeld de infrastructuur aangelegd. We verwachten eind dit jaar de eerste kavels uit te kunnen geven. Hiertoe zijn we in gesprek met meerdere kopers en erfpachters. Tegelijkertijd vinden we het belangrijk om belanghebbenden op de hoogte te houden van de ontwikkelingen en voortgang. Ook dat is een taak van het bouwteam. Daarom wordt kort na de zomer een informatiemiddag gepland voor betrokkenen, omwonenden en andere belangstellenden. Meer informatie hierover volgt nog.”

Duurzaam Multifunctioneel Bedrijvenpark Zevenellen (DMBZ)

DMBZ is een bedrijventerrein dat in alle opzichten duurzaam ontwikkeld wordt. Dit draagt OML zelf uit door het toepassen van slimme en toekomstbestendige materialen zoals onder andere multifunctionele lantaarnpalen, een gasnet dat geschikt is voor meerdere soorten gas waaronder waterstofgas en het strategisch aanbrengen van mantelbuizen. Ook bij de aanleg van de wegen en het bouwrijp maken van Zevenellen denkt OML duurzaam. “Een gedeelte van het benodigde zand wordt per schip aangevoerd in plaats van over de weg.” licht Serge Hoppenbrouwers toe. “Daarnaast stimuleert en faciliteert OML het ontstaan van een energiecollectief en een gezamenlijke zuiveringsinstallatie van proceswater.”

Ook aan de bedrijven die zich op Zevenellen vestigen vraagt OML om de circulaire economie te versterken. In een circulaire economie wordt niets meer weggegooid, vernietigd of ongebruikt gelaten. Op DMBZ gaat het vooral om de samenwerking tussen de te vestigen bedrijven; bedrijven gaan gebruik maken van elkaars productieproces. Hierbij valt te denken aan het uitwisselen van energie, afvalstoffen, restproducten in de vorm van warmte, stroom, water en andere reststromen.

Over OML

OML BV draagt bij aan de economische ontwikkeling van de regio Midden-Limburg en doet dit in samenwerking met gelieerde partijen, bedrijfsleven en overheden. OML heeft de volgende kerntaken: advisering bij ruimtelijk-economische vraagstukken, locatie- en gebiedsontwikkeling, acquisitie van bedrijven en sales van bedrijventerreinen alsmede de ontwikkeling en uitgifte van nieuwe bedrijventerreinen. 

OML BV heeft percelen te koop op de bedrijventerreinen: Businesspark ML in Echt, Windmolenbos en Zevenellen in Haelen, Merummerpoort, De Hanze, Boven de Wolfskuil, De Grinderij en Oosttangent in Roermond. Op de bedrijventerreinen Roerstreek-Zuid en Roerstreek-Noord in Roermond en bedrijventerrein Koeweide in Maasbracht is elk nog één kavel beschikbaar.

OML B.V.

Ontwikkelingsmaatschappij Midden-Limburg (OML) is sinds 2011 participant van SKBN. OML is opgericht door een aantal gemeenten in de regio Midden-Limburg, en heeft het doel om in Midden-Limburg het vestigingsklimaat te verbeteren en de regionale economische structuur te versterken.

info@oml.nl
0475 - 42 62 42

OML B.V.
card image

Event

14-04-2021
Studiereis - Duurzame transitie in Stuttgart

Event

14-04-2021

Studiereis - Duurzame transitie in Stuttgart

De omschakeling naar elektrische auto’s kost zo’n 400.000 banen in Duitsland. En waar de hardste klappen zullen vallen is Stuttgart, de autostad bij uitstek. Hoe schakelt deze stad, die bekend staat om haar auto-industrie, om naar een nieuwe, duurzame economie? Wat vraagt dat van het bedrijfsleven, van de mobiliteit en de inzet van techniek? 

Een belangrijke speler in deze duurzame transitie is het Verband Region Stuttgart. Binnen dit regioverband maakt men zich sterk voor slimme mobiliteit, nieuwe bedrijvigheid, energietransitie, een levendige binnenstad, goede planning en toegankelijkheid van natuur. Tijdens de SKBN Studiereis gaan we ontdekken hoe dat in z’n werk gaat.

Ook kijken we naar de effectiviteit van een publiek-private strategiedialoog voor de ontwikkeling van nieuwe mobiliteit. Dit alles uiteraard in een omgeving met veel werklocaties en toonaangevende ondernemingen. Stuttgart is immers een van Duitslands oudste industriële stad. Met een duidelijke toekomstambitie. De stad, die meerdere universiteiten huisvest, doet er dan ook alles aan om haar vele talenten binnen de stadsgrenzen te houden. Met succes!

Gaat u mee op deze SKBN Studiereis?

Programma (onder voorbehoud)

Woensdag 14 april
We worden welkom geheten door het Region Verband Stuttgart, de Wirtschaftsförderung en de Industrie- und Handelskammer Region Stuttgart. Voor welke opgaven staan de stad en regio? En hoe gaan zij deze uitdagingen gezamenlijk aan?
 
Donderdag 15 april
Deze dag verdiepen we ons in de IBA2027, een vliegwiel dat de regio toepast voor de versnelling van bouwprojecten en energietransitie. We gaan terug naar de IBA van 100 jaar geleden in Stuttgart: de modernistische wijk Weissenhof. Ook nemen we een kijkje bij de M.Tech Accelerator, een boeiende start-up facilitator. Tot slot laten we ons rondleiden in de wijk Feuerbach, waar Bosch van oudsher een grote stempel drukt op de ontwikkelingen. We sluiten de dag af in het Porsche Museum. 
 
Vrijdag 16 april
De laatste dag verdiepen we ons in de betekenis van mobiliteit en de productie daarvan voor de toekomst. Hoe zorgt de stad ervoor dat de ontwikkeling van duurzame mobiliteit genoeg tempo heeft, en voor voldoende nieuwe economie zorgt?

Samenvattend

  • Wat: SKBN Studiereis Stuttgart
  • Datum: Woensdag 14 mei t/m vrijdag 16 april 2021
  • Inclusief: Heen- en terugreis vanaf Utrecht Centraal of Arnhem Centraal, 3 lunches, 2 hotelovernachtingen, een intensief programma met lokale sprekers en gidsen, vervoer ter plaatse, 1 slotdiner, evaluatie en reisverslag.
  • Kosten: € 949,- ex btw
  • Meer info:
    - Logistiek en organisatie: Tessa van der Heiden: 033 870 0100, t.vanderheiden@elba-rec.nl.
    - Inhoud: Mieke Naus, m.naus@elba-rec.nl, 06 48 38 67 39 

Lees verder
card image

Opinie

Kansen in kansarm vastgoed

Opinie

02-01-2020

Kansen in kansarm vastgoed

Uit een recent verschenen marktrapportage van Cushman & Wakefield , verricht in opdracht van NV Ontwikkelingsmaatschappij Utrecht (NV OMU) kwam een mooie paradox naar voren. Want wat door de ene partij wordt gezien als kansarm vastgoed, wordt door de ander partij gezien als kansrijk vastgoed.

Gek? Nee, juist niet! Het hangt vooral af van de doelstelling en de rol die een partij in de markt vervult die bepalen wat voor die specifieke partij kansrijk of kansarm is. Wat voor de meeste commerciële partijen, vooral bezien vanuit financieel rendement, wordt gezien als kansarm, kan voor partijen die meer streven naar maatschappijelijk rendement juist kansrijk zijn.

De vraag naar kantoor-, bedrijfs- en winkelruimte concentreert zich steeds nadrukkelijker op specifieke locaties, terwijl het genoemde rapport een aanzienlijk deel van de leegstaande kantoor- en bedrijfsruimtemarkt in de provincie Utrecht bestempelt als kansarm. Er is sprake van geconcentreerde schaarste en de verschillen tussen het beste vastgoed en de rest nemen nog steeds verder toe. Want buiten de zogenaamde toplocaties is er nog altijd veel kansarm vastgoed.

Zorgvuldiger, efficiënter, duurzamer

De ruimte in ons land is beperkt en dus moeten we zorgvuldiger, efficiënter en duurzamer omgaan met bestaande werklocaties. Commercieel gezien mogen de toplocaties het meest interessant zijn; vanuit maatschappelijk oogpunt bezien moet er natuurlijk ook het nodige gebeuren met verouderde bedrijventerreinen, leegstaande kantoren en retail. Want hoewel er sprake is van toenemende vraag dankzij de economische groei, is er in de provincie Utrecht nog altijd meer dan een miljoen vierkante meter problematische kantoor- en bedrijfsruimte beschikbaar. We moeten dus ook die gebieden aanpakken die commerciële partijen links laten liggen (c.q. waar sprake is van marktfalen).

Stimuleren bestaande locaties

Een goed instrument daartoe is het in het leven roepen van een zogenoemd revolverend fonds waarin door de overheid het werkkapitaal wordt gestort waarmee het fonds op de markt kan opereren. Dit kapitaal is nadrukkelijk niet bedoeld als subsidie maar met name bedoeld voor financiering van marktpartijen dan wel van eigen investeringen. Een dergelijk fonds acteert als ware het een commerciële partij onder marktconforme condities, maar wel met een andere insteek dan de reguliere vastgoedfinanciers. Naast financieel rendement is maatschappelijk rendement dan ook een belangrijke doelstelling. In een kleinere provincie als de provincie Utrecht moet er zorgvuldig worden omgegaan met ruimte en ligt de focus van overheidsbemoeienis bij het stimuleren van slecht functionerende bestaande bedrijventerreinen/werklocaties.

Verschuiving

In de provincie Utrecht is deze rol vooral neergelegd bij NV OMU. Oorspronkelijk lag de focus bij NV OMU alleen op bedrijventerreinen maar deze is gaandeweg uitgebreid met de leegstand van kantoren en retail, de twee grootste zorgenkindjes in vastgoedland op dit ogenblik. Wat je ziet is dat alles prima gaat in het centrum van Utrecht en Leidsche Rijn Centrum maar op andere locaties in de provincie, is nog steeds sprake van structurele leegstand, ondanks de economische groei. Dit is een gevolg van zowel een kwantitatieve als een kwalitatieve mismatch, oftwel er is te veel gebouwd en er is te weinig rekening gehouden met de daadwerkelijke eisen en wensen van gebruikers. Daar komt dan ook nog eens de invoering van energielabel-C per 1 januari 2023 overheen. Er is wat betreft dat laatste aspect nog heel wat (potentieel) kansarm kantoorvastgoed.

Deze projecten worden vaak niet door de markt opgepakt, dit veelal als gevolg van het ontbreken van financieringsmogelijkheden in met name de risicovolle ontwikkelingsfase van projecten. Commerciële partijen kiezen vooral de kansrijkere projecten, waar de risico's lager zijn. De aandacht van een fonds als NV OMU gaat juist uit naar de complexere projecten, die zonder financiële hulp  niet van de grond komen. Er is daarbij vaak sprake van een pioniersrol en een rol als aanjager van het op gang brengen van een project. Als het ontwikkelingsproces eenmaal loopt en risico's (bestemming, vergunning, verhuur of verkoop) zijn geëlimineerd, stappen de commerciële partijen wel weer in. 

Maatschappelijk rendement

Het is vaak een samenloop van factoren die ervoor zorgt dat sommige projecten niet van de grond komen. Initiatiefnemers krijgen de ontwikkelingsfase van een project financieel vaak niet rond omdat bijvoorbeeld de gewenste bestemming nog niet is gerealiseerd. Daarnaast financieren commerciële partijen vaak alleen maar het senior deel van de lening (zo'n 60%). Een revolverend fonds financiert ook het resterende deel voor zover dat nodig is. Het gaat daarbij niet alleen om financieel rendement, maar ook om maatschappelijk rendement. De aanpak van een locatie moet een duidelijke meerwaarde hebbenvoor de plek en de omgeving. Dat vraagt om kennis, maar ook om betrokkenheid. De bemoeienis van een revolverend fonds houdt niet op bij het verstrekken van een lening. Er is constante monitoring van de effectiviteit van de ter beschikking gestelde financiële middelen. Een fonds beschikt veelal over een grote kennis van de lokale vastgoedmarkt, maar weet ook wat er gemeentelijk speelt en biedt daarmee een duidelijke meerwaarde.

Lees verder
card image

Opinie

Functiemenging: wie maakt ruimte?

Opinie

09-04-2020

Functiemenging: wie maakt ruimte?

Het was altijd zo duidelijk! De gedachte van CIAM: een heldere functionele scheiding in de ruimtelijke ordening van ons land. Woongebieden, kantoorgebieden en bedrijventerreinen, gescheiden van elkaar, elk met hun eigen inrichting, openbaar ruimtegebruik en dichtheid. Gelukkig is dat op veel plaatsen nog steeds duidelijk en is het gebrek aan ruimte geen spelbreker.

Hoe anders is dat in veel verstedelijkte en Randstedelijke gebieden. Daar is de ruimte schaars geworden. Enerzijds veroorzaakt door het schrappen vanaf 2009 van gereserveerde terreinen voor bedrijfshuisvesting (er was geen behoefte meer aan en ook financieel niet meer haalbaar), anderzijds door de oprukkende grote vraag naar woningbouw, die we liever niet meer willen opvangen in de nog open gebieden rondom verstedelijkte gebieden. Dat maakt dat er een grote druk binnenstedelijk is op bedrijventerreinen; zelfs op terreinen die uitstekend bezet zijn en prima functioneren.
 
Wat opvalt is dat er steeds meer gelegenheidsargumenten worden gebruikt of verzonnen om functiemenging vooral niet erg te vinden en dat het heel trendy is in onze tijd om te mengen. Echter, de echte argumentatie is het zoeken naar ruimte voor woningbouw; en daar moet bedrijfsruimte voor wijken. Steeds meer komen bedrijven in de knel, laat staan de mogelijkheid tot groei; ze worden als hinder ervaren voor woongenot, nadelig voor waardecreatie, enz. Maar het zijn juist dit soort, veelal grondgebonden MKB-bedrijven, die belangrijk zijn voor de maatschappelijke en economische structuur van een stad of gemeente. Een onderschat gegeven. De gelegenheidsargumenten om bedrijfsruimte als compensatie op te lossen in een plint van een woongebouw is onzin en voor een kleine dienstverlenende sector ongetwijfeld nuttig, maar dat is nooit anders geweest.

Nu staat de trend van functiemenging ook op zichzelf; het thuiswerken, de ecosystemen en vergaande digitalisering maken het werken en wonen in een gemengd systeem logisch en verfrissend. Maar bij al deze ontwikkelingen is absoluut onvoldoende oog voor de MKB- en maakindustrie. Het vraagt om een helder beleid, ook uitgaande van het gegeven dat van de woningbouwopgave meer dan de helft bestaat uit uiterst zachte plannen en de praktijk leert dat niet meer dan de helft van de taakstelling feitelijk wordt gehaald, maar wel de ruimte claimt! Dank aan alle adviesbureaus. 

Het mag duidelijk zijn: We gaan andersom denken! De woningbouw moet ruimte maken voor bedrijvigheid. Dat lijkt me een goede nieuwe trend voor het bevorderen van creatieve oplossingen.

Lees verder