Het is het kip en ei dilemma. Waterstof is een zeer schone brandstof, maar zolang er geen aanbod en infrastructuur is, stappen automobilisten en vrachtwagenchauffeurs niet over. En zonder klanten is er geen interesse van investeerders voor het produceren van brandstofcellen, het aanleggen van tankstations en het ombouwen van leidingnetwerken.

Zie daar de uitdaging van Jan Willem Langeraar van waterstofleverancier HYGRO. Want hoe trek je de productie van waterstof dan vlot? Door gewoon te beginnen, is het antwoord. "We moeten de mindset veranderen van gebruikers, overheden, exploitanten van tankstations en windturbines. De techniek voor auto’s en vrachtwagens die op waterstof rijden bestaat al en werkt, maar goede infrastructuur en businessmodellen ontbreken. De klanten dus ook. Die impasse willen wij doorbreken.’’

Eerste waterstofwindmolen ter wereld

Het idee is om met elektriciteit van windmolens (eerst op land, later op zee) via elektrolyse water om te zetten in waterstof. Bij offshore wind zal de duurzaam geproduceerde waterstof via een hogedruk composietleiding aan land worden gebracht en ingezet als groene transportbrandstof. Om dit concept te testen bouwt een consortium onder leiding van HYGRO in de Wieringermeer op het windturbinetestveld van onderzoekinstituut ECN de eerste waterstofwindmolen ter wereld. Hij moet in 2020 draaien. De bedoeling is dat hij de schone brandstof gaat leveren voor vijf waterstoftankstations en 100 vrachtwagens. In de turbine van de molen worden twee technieken gecombineerd. De geproduceerde elektriciteit wordt direct gebruikt voor elektrolyse, de techniek die water scheidt in waterstof en zuurstof. De duurzaam geproduceerde waterstof wordt gebruikt in zogenaamde brandstofcel-elektrische vrachtwagens, die de waterstof gebruiken als energiebron in plaats van een batterij. "Het enige restproduct is waterdamp en warmte. De directe uitstoot is dus vrij van schadelijke emissies. Waterstof als brandstof is op termijn ook nog eens goedkoper en efficiënter dan elektriciteit, mits we kunnen opschalen. Het kan zelfs worden gebruikt als vervanging van gas in woningen. Mijn overtuiging is dat met waterstof en het op deze manier inzetten van windturbines de energietransitie veel eenvoudiger wordt," aldus Langeraar.

Doorbraak

Schaalgrootte is nodig voor de doorbraak van de waterstoftechnologie, benadrukt Langeraar. "De brandstofcellen worden pas goedkoper als we grote aantallen seriematig kunnen produceren. We moeten over dat dode punt heen." Om vraag te creëren moet dus eveneens aan de gebruikerskant worden doorgepakt. "Het een kan niet zonder het ander." Gelukkig is daarvoor in 2018 een belangrijke stap gezet. Alkmaar krijgt als eerste plaats in Noord-Holland een waterstoftankstation bij het huidige NXT-tankstation van GP Groot op bedrijventerrein Boekelermeer. Dankzij een zogeheten DKTI-subsidie, een subsidieregeling voor bedrijven die zich bezighouden met duurzame transportoplossingen en vermindering van CO2-uitstoot, kan het project nu officieel van start.

In de regio Noord-Holland zitten we goed

De waterstofwindmolen is onderdeel van het Noord-Hollandse project Duwaal. Duwaal werkt aan de ontwikkeling van een groene waterstofeconomie in de regio Holland boven Amsterdam. Het is opgezet door een groep bedrijven, waaronder HYGRO en wordt ondersteund door New Energy Coalition en het Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord. "We willen gezamenlijk en gelijktijdig de vraag en aanbod van waterstof organiseren," legt Langeraar uit. "Juist in Noord-Holland is de kennis en infrastructuur aanwezig om het project tot een succes te maken, zoals de gasleidingen die bij Den Helder het land binnenkomen, de windparken op zee, de kennis die we in huis hebben met ECN, het testveld Wieringermeer en de vele toeleveranciers. Ik ben er ook van overtuigd dat er met de composietbedrijven en incubators als Investa fantastische synergie mogelijk is. Hier zitten we goed."

Ondersteuning

Langeraar krijgt op meerdere fronten ondersteuning van het Ontwikkelingsbedrijf. "De samenwerking is goed. Dankzij hen zij we geland in Noord-Holland en in contact gekomen met alle belangrijke regionale partijen, zoals de Port of Den Helder, Marine, ECN, alle gemeenten in de regio, GP Groot en andere interessante ondernemingen. Ze hebben ons geïntroduceerd bij IDEA, waar we nu ons kantoor hebben. Er zijn allerlei linken te maken."

Datacenters Microsoft

Via het Ontwikkelingsbedrijf gaan soms onverwachte deuren open. "Zij hebben ons in contact gebracht met de datacenters in Agriport. Ook voor hen kan onze techniek interessant zijn. Daar staan nu voor de levering van noodstroom grote dieselaggregaten. Diesel is duur en zorgt voor veel emissie. Brandstofcellen kunnen hier een interessante toepassing zijn, zeker als we ze seriematig en dus goedkoper kunnen produceren. Er lijkt belangstelling te zijn en het is technisch haalbaar. Maar tussen wens en werkelijkheid zit een grote overheidsregulatie en een onrendabele top die weggenomen moet worden."

Optimisme

Er zijn dus nog veel hordes te nemen. Toch is Langeraar optimistisch. "Het zou me niets verbazen als alle vrachtwagens over tien jaar op waterstof rijden. Wereldwijd zijn er proeven om waterstoftechnologieën te stimuleren. In Amerika rijden al tienduizenden vorkheftrucks bij Wallmart en Amazon op waterstof. In Azië bouwen Toyota en Hyundai grote fabrieken voor de productie van brandstofcellen. In Zwitserland zet Hyundai in vier jaar tijd 1.600 waterstofvrachtwagens op de weg. Waarom zou het hier dan niet lukken?"

NHN

NHN is sinds 2011 participant van SKBN. Het Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord (NHN) is een uitvoeringsorganisatie van gemeenten in Noord-Holland Noord en Provincie Noord-Holland.

info@nhn.nl
072 - 519 57 74

NHN
card image

Nieuws

DHL opent Life Sciences & Health Care Campus in Wijchen

Nieuws

21-05-2019

DHL opent Life Sciences & Health Care Campus in Wijchen

?Logistieke dienstverlener DHL opende op 20 mei officieel zijn Life Sciences & Health Care Campus in Wijchen-Nijmegen. Dit ontvangst- en verdeelcentrum van goederen is gespecialiseerd in de opslag en distributie van farmaceutische producten en medische apparatuur. Oost NL is betrokken bij deze uitbreiding van DHL met een nieuwe vestiging in Wijchen, waarmee DHL 100 extra banen creëert voor Gelderland.

?In het bijzijn van ruim 50 klanten en relaties verrichtten Michiel Scheffer, Gedeputeerde van Provinciale Staten in Gelderland, en John Scherders, CEO DHL Supply Chain Benelux, de opening.

Modern en duurzaam

Het vernieuwde distributiecentrum gaat de ‘Life Sciences & Healthcare Campus’ heten. Dit megacomplex van 44.000 vierkante meter voorziet duizenden ziekenhuizen, artsen en onderzoekers in meer dan 100 landen van medicijnen en medische hulpmiddelen. De nieuwe distributiehal is modern en duurzaam ingericht. Het drijft volledig op groene energie. Alles is elektrisch, er wordt geen gas gebruikt en het heeft zijn eigen waterreservoir. Andere duurzame aspecten zijn LED-verlichting met bewegingssensoren voor binnen en buitenverlichting, een eigen waterreservoir en een luchtsysteem met warmteteruggave.

Banenmotor in de regio

Het distributiecentrum van DHL biedt werk aan meer dan 300 medewerkers in Nijmegen en Wijchen. Michiel Scheffer: ‘De duurzame DHL campus is een banenmotor in de regio en versterkt de positie van Gelderland als wereldwijde proeftuin voor medische innovatie.’ Ontwikkelingsmaatschappij Oost NL bracht onder meer DHL in contact met bedrijven en lokale overheden en ondersteunde DHL in de verdere groei van logistiek van farmaceutische producten en medische aparatuur. Ook is er een werkgroep opgezet op verzoek van DHL om te onderzoeken of DHL een grotere inhoudelijke rol kan spelen in de logistiek van medicijnen in ziekenhuizen en rechtstreeks naar patiënten thuis. Het distributiecentrum bevestigt de status van Wijchen/Nijmegen als logistieke hotspot en verbindt Logistics valley met één van de andere speerpunten van de regio, namelijk Life Sciences & Health. DHL draagt bij aan betere en betaalbare zorg en een veiligere samenleving

Lees verder
card image

Achtergrond

Economisch zwakke regio profiteert niet van investering in sterkere regio

Achtergrond

01-05-2019

Economisch zwakke regio profiteert niet van investering in sterkere regio

Investeren in sterke regio’s opdat zwakke regio’s meeprofiteren, is niet het antwoord op toenemende regionale ongelijkheid. De economisch zwakke regio heeft namelijk maar mondjesmaat baat bij stimulering van de sterke regio. Anderzijds treedt er wel een trickle-up effect op, waarbij de sterke regio juist veel profijt heeft van de investering in de zwakke regio.

Dat blijkt uit het onderzoek ‘De economische samenhang tussen regio’s in Nederland’ door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), waarbij het planbureau de economische productie in en verbondenheid tussen de Nederlandse provincies onder de loep nam.

Economische verschillen tussen regio’s zijn de afgelopen decennia steeds groter geworden, met allerhande gevolgen. Zo kan in een zwakkere en achterblijvende regio een ‘economie van onvrede’ ontstaan. Huidig economisch beleid richt zich dus niet langer primair op de ‘regionale winnaars’, maar ook juist op het stimuleren van zwakkere regio’s. Daarbij speelt volgens het PBL echter een ‘traditioneel dilemma’: investeer je in economisch sterkere regio’s opdat zwakkere regio’s via trickle down effecten meeprofiteren of investeer je direct in de zwakkere regio’s zelf?

Meeste interactie blijft binnen de regio

Het PBL geeft aan dat dit laatste het grootste effect heeft, want, want uit het onderzoek blijkt dat er zeer weinig aanwijzingen zijn dat zwakke regio’s daadwerkelijk meeliften op het succes van sterkere regio’s. Mark Thissen, onderzoeker Verstedelijking en Mobiliteit en medeauteur van het rapport, verklaart het geringe effect: ‘Het gros van de economische interacties, 70 procent, vindt binnen de regio zelf plaats, wat ervoor zorgt dat maar een klein deel van investeringen in sterke regio’s doorstroomt naar zwakkere regio’s.’

Trickle-upeffect

Als er dan toch interactie tussen de regio’s plaatsvindt, beperkt dit zich veelal tot omliggend gebied. Het effect van investeringen in Groningen valt buiten Groningen voor bijvoorbeeld voor 31 procent neer in Drenthe en valt 21 procent van de investeringen in Friesland neer in Groningen.

Uitzondering op deze nabijheidsregel zijn reeds sterke regio’s. Thissen: ‘Stimulering van alle regio’s slaat met name neer in gebieden als Noord- en Zuid-Holland en Noord-Brabant. Deze sterke regio’s plukken dus ook de vruchten van stimulering van zwakkere regio’s.’ Dit effect, dat het PBL het ‘trickle-upeffect’ noemt, is echter niet zo sterk dat investeringen in zwakkere regio’s ook voor toenemende ongelijkheid zorgen. ‘Doordat het grootste deel van de investeringen toch binnen de regio zelf blijft, is een investering in een zwakkere regio’s alsnog een goede manier om regionale ongelijkheid tegen te gaan,’ zegt Thissen.

Opgenomen in de NOVI

Het PBL voerde het onderzoek uit op verzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koningsrelaties (BZK), in het kader van de Beleidsverkenning Vestigingsklimaat Nederland. De resultaten moeten bijdragen aan visievorming over het regionaal-economisch beleid. Bovendien worden de onderzoeksresultaten volgens Thissen meegenomen in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI).

Lees verder