Eind april stuurde Staatssecretaris Mona Keijzer van Economische Zaken en Klimaat de 25 missies voor het missiegedreven innovatiebeleid naar de Kamer. De missies en doelen moeten uiteindelijk leiden tot versterking van een aantal economische thema’s, waarbij de grootste uitdagingen misschien liggen in energietransitie en duurzaamheid. 

Elke provincie wil graag een bijdrage leveren en innoveren om de energietransitie vorm te geven. Dat is natuurlijk te prijzen, maar moeten alle provincies ook een eigen energielab oprichten? De valkuil is dat we allemaal op eigen houtje het wiel proberen uit te vinden. In mijn ogen richten we ons beter op de sterke punten van regio’s. Op de ene plek is er veel ruimte om windmolenparken in te richten, in een andere regio is veel kennis aanwezig op het gebied van smart grids. Die innovatiekracht moeten we benutten.

We doen in Nederland veel om het verdienvermogen te verbeteren, maar de innovatieplannen van het kabinet dreigen vast te lopen in versnippering als we niet zorgen voor een plek waar ze kunnen ‘landen’. Met goede faciliteiten en een duidelijke focus. Er zijn innovatieve hotspots nodig waar krachtenbundeling, valorisatie en kruisbestuiving kunnen optreden: het ecosysteem voor innovatie. Veel van deze hotspots zullen in de buurt liggen van universiteiten en kennisinstellingen, waarmee de samenwerking kan worden gezocht. Andere belangrijke partners hierin zijn de regionale overheden en de regionale ontwikkelingsmaatschappijen (ROM's), bijvoorbeeld door het inrichten van proeftuinen en fieldlabs en het betrekken van het mkb.

Een sleutelrol in het innovatielandschap is weggelegd voor startups. De inspanningen van prins Constantijn om hiervoor meer aandacht te krijgen, werpen hun vruchten af. De regering maakt de komende vier jaar 65 miljoen euro extra vrij om startups door te laten groeien naar grote bedrijven. De prins zal veel nuttigs doen met dat geld, maar op internationale schaal is het niet meer dan een goed gevuld marketingbudget. Om innovatieve startups naar de wereldtop te helpen is een programma van een andere orde van grote nodig.

Het kabinet maakt in een later stadium bekend hoe de financiële middelen voor het missiegedreven innovatiebeleid precies besteed gaan worden. Hopelijk ziet zij in dat de innovatieslag niet plaatsvindt op het niveau van het land, maar internationaal en tussen innovatieve regio’s. Het fysieke vestigingsklimaat is in die slag de ontbrekende schakel om van missie naar een rinkelende kassa te komen. De missies verdienen dat!

Theo Föllings

Voorzitter van SKBN en manager business development bij Oost NL


Theo Föllings
card image

Event

14-04-2021
Studiereis - Duurzame transitie in Stuttgart

Event

14-04-2021

Studiereis - Duurzame transitie in Stuttgart

De omschakeling naar elektrische auto’s kost zo’n 400.000 banen in Duitsland. En waar de hardste klappen zullen vallen is Stuttgart, de autostad bij uitstek. Hoe schakelt deze stad, die bekend staat om haar auto-industrie, om naar een nieuwe, duurzame economie? Wat vraagt dat van het bedrijfsleven, van de mobiliteit en de inzet van techniek? 

Een belangrijke speler in deze duurzame transitie is het Verband Region Stuttgart. Binnen dit regioverband maakt men zich sterk voor slimme mobiliteit, nieuwe bedrijvigheid, energietransitie, een levendige binnenstad, goede planning en toegankelijkheid van natuur. Tijdens de SKBN Studiereis gaan we ontdekken hoe dat in z’n werk gaat.

Ook kijken we naar de effectiviteit van een publiek-private strategiedialoog voor de ontwikkeling van nieuwe mobiliteit. Dit alles uiteraard in een omgeving met veel werklocaties en toonaangevende ondernemingen. Stuttgart is immers een van Duitslands oudste industriële stad. Met een duidelijke toekomstambitie. De stad, die meerdere universiteiten huisvest, doet er dan ook alles aan om haar vele talenten binnen de stadsgrenzen te houden. Met succes!

Gaat u mee op deze SKBN Studiereis?

Programma (onder voorbehoud)

Woensdag 14 april
We worden welkom geheten door het Region Verband Stuttgart, de Wirtschaftsförderung en de Industrie- und Handelskammer Region Stuttgart. Voor welke opgaven staan de stad en regio? En hoe gaan zij deze uitdagingen gezamenlijk aan?
 
Donderdag 15 april
Deze dag verdiepen we ons in de IBA2027, een vliegwiel dat de regio toepast voor de versnelling van bouwprojecten en energietransitie. We gaan terug naar de IBA van 100 jaar geleden in Stuttgart: de modernistische wijk Weissenhof. Ook nemen we een kijkje bij de M.Tech Accelerator, een boeiende start-up facilitator. Tot slot laten we ons rondleiden in de wijk Feuerbach, waar Bosch van oudsher een grote stempel drukt op de ontwikkelingen. We sluiten de dag af in het Porsche Museum. 
 
Vrijdag 16 april
De laatste dag verdiepen we ons in de betekenis van mobiliteit en de productie daarvan voor de toekomst. Hoe zorgt de stad ervoor dat de ontwikkeling van duurzame mobiliteit genoeg tempo heeft, en voor voldoende nieuwe economie zorgt?

Samenvattend

  • Wat: SKBN Studiereis Stuttgart
  • Datum: Woensdag 14 mei t/m vrijdag 16 april 2021
  • Inclusief: Heen- en terugreis vanaf Utrecht Centraal of Arnhem Centraal, 3 lunches, 2 hotelovernachtingen, een intensief programma met lokale sprekers en gidsen, vervoer ter plaatse, 1 slotdiner, evaluatie en reisverslag.
  • Kosten: € 949,- ex btw
  • Meer info:
    - Logistiek en organisatie: Tessa van der Heiden: 033 870 0100, t.vanderheiden@elba-rec.nl.
    - Inhoud: Mieke Naus, m.naus@elba-rec.nl, 06 48 38 67 39 

Lees verder
card image

Nieuws

Op campussen draait het om focus, identiteit en programma (lessen van studiereis TwynstraGudde en BT)

Nieuws

06-04-2020

Op campussen draait het om focus, identiteit en programma (lessen van studiereis TwynstraGudde en BT)

In veel gemeenten en provincies wordt gewerkt aan het versterken van innovatieve ecosystemen en de economische identiteit van de stad of regio. Tijdens een door BT en TwynstraGudde georganiseerde campus-studiereis stond de vraag centraal hoe overheid, bedrijven en kennisinstellingen kunnen samenwerken om dat voor elkaar te krijgen.

Automotive Campus Helmond: het belang van een campusorganisatie

Van de Dafjes uit de jaren zeventig, tot de futuristische zonneauto van Lightyear. De Automotive Campus in Helmond past in de lange traditie van automotive-gerelateerde activiteiten in de stad. In 1975 nam Volvo Car de personenautotak van DAF over. De locatie waar Volvo zich toen vestigde is nog altijd het hart van de Helmondse automobielindustrie.

De basis voor de Automotive Campus werd al gelegd in 2003, toen TNO zijn lab voor actieve veiligheidssystemen op het terrein vestigde. In 2006 besloot TNO om alle automotive activiteiten van het instituut in Helmond onder te brengen. Dit leidde uiteindelijk tot de opening van de High Tech Automotive Campus in 2009. De campus heeft een focus op smart mobility, green mobility, educatie en data.

De Automotive Campus Helmond is tot nu toe eigendom geweest van publieke en private partijen. Naast de provincie en de gemeente hebben ook een vastgoed- en een bouwbedrijf grond in eigendom. Ongeveer vijf jaar geleden constateerden zij dat het concept nog onvoldoende van de grond kwam. Publiek en privaat waren aangehaakt, maar visie en strategie waren niet goed uitgewerkt. Wat ontbrak was een dedicated campusorganisatie, zei directeur Lex Boon in zijn presentatie. Toen hij in 2017 aangesteld is hij aan de slag gegaan om een businessplan en organisatie vorm te geven. ‘Alleen al dat er elke dag iemand is, maakt al een wereld van verschil’, zei hij.

De aanwezigheid van TNO op de Automotive Campus biedt kansen voor de bedrijven die er zitten. TNO heeft de beschikking over testfaciliteiten die uniek zijn in de wereld, zoals de in 2010 geopende klimaat- en hoogtekamer. TNO werkt samen met partijen binnen en buiten de campus, bijvoorbeeld om samen productontwikkeling te doen. Ook publieke organisaties zoals de RDW zoeken de samenwerking op met TNO wanneer zij gebruik willen maken van de aanwezige kennis.

NTC: het bouwen van een community

Ook op de Novio Tech Campus (NTC) in Nijmegen is een campus met een sterke clustering van kennisintensieve bedrijven ingericht. Op het industriële complex van NXP, voorheen de halfgeleiderdivisie van Philips, kwamen enkele jaren geleden verschillende productiegebouwen leeg te staan. Tegelijkertijd was vanuit de bedrijvigheid bij onderzoeksafdelingen op universiteitscampus Heyendaal veel vraag naar ruimte voor spin-offs en commerciële initiatieven, vooral op het snijvlak van health, life sciences en hightech. In 2013 vestigden tien bedrijven zich op de campus, nu zijn dat er meer dan zeventig. Inmiddels zijn deze bedrijven goed voor ruim 3.400 banen.

Dat juist in Nijmegen een campus met een focus op gezondheid is ontstaan, is geen toeval. Door de aanwezigheid van een groot aantal bedrijven, zorginstellingen en kennisinstellingen als de Radboud Universiteit, is 30 procent van de Nijmegenaren werkzaam in deze sector.

De NTC kent een organisatiestructuur waarin NXP, provincie Gelderland, gemeente Nijmegen, de Radboud Universiteit, ontwikkelaar Kadans en ontwikkelingsmaatschappij OostNL samenwerken. Om de inhoudelijke focus op health en hightech te borgen, moeten nieuwe bedrijven en bedrijfjes die zich op de NTC willen vestigen door een ballotage. Als eigenaar van de grond laat de campus alleen ondernemers toe die passen bij het profiel van het park. Daarnaast heeft de gemeente Nijmegen in het bestemmingsplan voor de NTC opgenomen dat er alleen activiteiten met een bepaalde focus kunnen plaatsvinden.

Om de stap van werklocatie naar campus te zetten, is programmering en community-building nodig, stelde directeur Rikus Wolbers van de Novio Tech Campus tijdens zijn presentatie. Er is een structureel gefinancierd business-supportprogramma waarbinnen bedrijven ondersteuning op allerlei gebied kunnen vragen. Daarnaast zet de campus in op een goede programmering van inhoudelijke evenementen en bijeenkomsten met een meer sociaal karakter. Deze dragen bij bij aan de focus, het concept en de thematisering op een campus.

In zijn presentatie ging senior ecosysteem manager Tom Straeter van Kadans in op de manier waarop je dat als campus organiseert. De hamvraag is natuurlijk: hoe zorg je dat bedrijven hieraan willen meebetalen? Een goed programma staat dicht bij de bedrijven, en sluit aan bij inhoudelijke behoeften die er zijn. Het doel is dat bedrijven gaan inzien dat de ‘software’ op een campus bijdraagt aan hun bedrijfsdoelen.

Thor park Genk: op zoek naar identiteit

De voormalige mijnstad Genk werkt sinds de mijnen in 1987 de deuren sloten aan nieuwe verdienmodellen voor de lokale economie. Het technologiepark Thor ligt op het voormalige mijnterrein van Waterschei-Genk, waar een groot deel van de vorige eeuw steenkool werd gewonnen. De locatie is nu bezit van de gemeente Genk, die er sinds 2006 fors heeft geïnvesteerd in wegen, nutsvoorzieningen, nieuwe gebouwen en herontwikkeling van bestaand industrieel erfgoed.

Het Thorpark is nog volop in ontwikkeling en omvat naast een hoofdgebouw – het oude kantoor van de mijn doet nu dienst als congres- en evenementenlocatie – ook een incubator voor startups en scaleups, een onderzoekscentrum waar een aantal kennisinstellingen zijn neergestreken en een campus voor leerlingen, werknemers, werkzoekenden en ondernemers.

Om in de toekomst de economische rol van de stad en de regio veilig te stellen, zoekt Genk naar een nieuwe identiteit en economische focus. Die dacht de stad gevonden te hebben in campus rondom het thema energie op het Thorpark. In de praktijk valt de invulling daarvan echter tegen, zo vertelde Paul Olaerts, Afdelingshoofd Economie van de stad Genk, aan de deelnemers van de reis. Een focus op alleen energie trekt onvoldoende bedrijvigheid naar de stad, waardoor Genk nu ook wil inzetten op de innovatieve maakindustrie. Op dit moment wordt gewerkt aan een incubator voor maakbedrijven en een multifunctionele fabriek waar partijen terecht kunnen die het prototypestadium voorbij zijn maar nog niet toe zijn aan massaproductie.

Lees verder
card image

Achtergrond

Hoe vitale bedrijventerreinen kunnen bijdragen aan economisch herstel

Achtergrond

24-06-2020

Hoe vitale bedrijventerreinen kunnen bijdragen aan economisch herstel

Bedrijventerreinen kunnen een belangrijke rol spelen in het herstel van de economie na corona, bleek tijdens een door SKBN en Buck Consultants International georganiseerd webinar. 

Herstel volgens de V-curve, waar aan het begin van de crisis op gehoopt werd, blijft echter uit. Volgens VNO-NCW-voorman Hans de Boer is op korte termijn nog geen grote opleving te verwachten.

‘Ik denk dat je in alle eerlijkheid moet zeggen: heel veel is afhankelijk van hoe het gaat met de beheersing van het virus’, aldus De Boer. ‘Als er een vaccin of medicijn komt, zal het economische dal minder diep zijn. Wat dat betreft zijn we afhankelijk van lieden in witte jassen. Over het algemeen kun je zeggen dat we in een crisis zitten die een aantal jaren bij ons blijft’, zei De Boer. Hij voorziet voor 2020 een economische krimp van ongeveer 8 procent. ‘Hopelijk volgt in 2021 weer wat groei. Het zal 2 tot 3 jaar duren voor de economie weer draait op het niveau van voor de crisis.’

Vraag

In veel sectoren was het effect van de crisis snel zichtbaar. De luchtvaart en retail hebben het zwaar. In de industrie en de zakelijke dienstverlening is dat effect minder direct. De Boer verwacht dat na de zomer ook in die sectoren duidelijk wordt hoe hard corona ingrijpt. ‘Ik zie twee beelden. Bij veel bedrijven loopt de business nog door. Bij andere ondernemers is de vraag al weggevallen. Ik hoor van de bedrijven die het nu nog druk hebben dat het vooral gaat om opdrachten die er voor corona al lagen. Daar zal de portefeuille na de zomer opdrogen. Vooral industriebedrijven met langlopende projecten zijn niet snel van dat probleem af. Hetzelfde geldt voor de bouw. Projecten die al eerder zijn goedgekeurd en in productie genomen, lopen door. Maar daar speelt ook de stikstofproblematiek. Ook al is er snel een vaccin, het tekort aan opdrachten houdt voor deze ondernemers nog wel even aan.’

Bedrijventerreinen verdienen meer aandacht, stelde De Boer. ‘Goede bedrijfsruimte, op een goede plek met goede bereikbaarheid is belangrijk voor het vinden van talent. Bedrijventerreinen hebben onterecht een slecht imago. Neem Brabant: op 2 procent van de totale oppervlakte zit een derde van alle werkgelegenheid en vanuit een derde wordt nog eens een derde extra aan toegevoegde waarde gecreëerd. Dus 2 procent van het grondoppervlak is goed voor 60 tot 70 procent van de werkgelegenheid in Brabant. Dit soort percentages moeten we tussen de oren krijgen van politici en de publieke opinie.’

‘Voor corona dachten we dat groei vanzelfsprekend was. Nu zien we in dat we moeten knokken voor de economie. Je moet je uit de crisis investeren en dat investeren heeft natuurlijk te maken met kennis en mensen, maar heeft ook alles te maken met infrastructuur, goede bedrijfslocaties voor zittende en nieuwe bedrijven en vergroening. We moeten nu investeren om uit de economische dip te raken en daarin past een creatieve, integrale ontwikkeling van bedrijventerreinen prima.’

Integrale aanpak

Op bedrijventerreinen komen drie maatschappelijke opgaven tezamen, die moeten worden opgepakt in een integrale aanpak, zei Marije Groen, senior-adviseur bij Buck Consultants International. ‘Allereerst is aandacht nodig voor de toekomstbestendigheid van bedrijven: wat is in de bedrijfsomgeving nodig om bedrijven optimaal te faciliteren? Maar bedrijventerreinen zijn ook vanuit energietransitie van groot belang. Zestig procent van het energieverbruik vindt op bedrijventerreinen plaats, dus dat zijn ook de logische plekken voor besparing, opwekking, uitwisseling en afzet van energie. Duurzaam ruimtegebruik gaat om het beter benutten van bestaande ruimte, verbetering van de uitstraling en ruimtelijke herontwikkeling. Veel aanpakken van bedrijventerreinen zijn te veel gericht op een van de drie pijlers, waardoor de investerings- en actiebereidheid en dus ook de resultaten te beperkt zijn en de voortgang achterblijft.’

Jumbo

Jan Leensen, supply chain development manager van Jumbo, de tweede supermarktketen van ons land, schetste tijdens het webinar de context waarbinnen Jumbo haar supplychain ontwerpt en continu aanpast. ‘De consumenten willen hun boodschappen sneller thuis en willen bijvoorbeeld kant-en-klaarmaaltijden. Er is een continue dynamiek in ontwikkeling en groei van formules en assortimentssamenstelling. Denk ook aan schaars logistiek personeel, waarbij mechanisatie steeds meer op de voorgrond treedt, wat dan weer leidt tot hogere gebouwen. Ook de energietransitie speelt mee. We hebben nu als eerste stap twee volledig elektrische vrachtwagens rijden in Nederland.’

In zijn supplychain maakt Jumbo onderscheid tussen groot vastgoed en klein vastgoed. Op dit moment heeft Jumbo 4 megadistributiecentra van 50.000 tot 120.000 vierkante meter, terwijl er 2 in ontwikkeling zijn. In Nieuwegein ontwikkelt Jumbo nu een groot DC dat 100.000 vierkante meter groot wordt en 30 meter hoog. ‘We gaan de komende 4 jaar in deze categorie er nog 3 bouwen, 1 voor winkels en 2 voor online. Die zoektocht naar goede locaties is niet gemakkelijk want je hebt grote kavels nodig van 8 tot 20 hectare, met een toegestane bouwhoogte van 30 meter.’

Daarnaast ontwikkelt Jumbo de komende 3 jaar ook nog eens 20 kleinere stedelijke locaties voor online leveringen en mogelijk 4 voor stedelijke distributie. Het vinden van die plekken stelt weer heel andere voorwaarden, zei Leensen. ‘We zoeken randweglocaties van 6000 vierkante meter, waarop we een crossdock-bedrijfshal neerzetten van 1500 vierkante meter. We hebben daarbij enorm veel parkeerplaatsen nodig voor vrachtwagens en bestelbussen. Maar op veel bedrijventerreinen wordt een bebouwingspercentage van 60 tot 70 procent als eis gesteld, dus dat matcht niet. En we lopen ook tegen geluidsdiscussies aan en eisen voor energiezuinige voertuigen, terwijl snelladende bestelbussen gewoon nauwelijks te krijgen zijn.’ Oplossingen om te voldoen aan de bebouwingspercentages ziet Leensen in bedrijfsverzamelgebouwen en samenwerking met buurbedrijven om parkeerruimteproblemen op te lossen.

Maakindustrie

Een heel ander vestigingsmilieu zoekt de maakindustrie, zo bleek uit de bijdrage van Marjolein Boezel, Financieel Directeur van Van Raam weten. Van Raam heeft 200 mensen in dienst en is een gespecialiseerd bedrijf dat aangepaste fietsen maakt. Vorig jaar nam het bedrijf in Varsseveld een ultramoderne, energieneutrale fabriek in gebruik van 25.000 vierkante meter. Bij zijn zoektocht naar de nieuwe productievestiging zocht het bedrijf in Gelderland en het aangrenzende Duitsland. ‘Grondprijs speelt een rol en natuurlijk bereikbaarheid. Maar we wilden ook niet weg uit de Achterhoek, ook om ons personeel te kunnen houden.’ De investeringen in een duurzaam gebouw en installaties vertaalden zich niet terug in een hogere taxatiewaarde. ‘Het was wel even schrikken dat de taxatiewaarde 30 procent onder de bouwwaarde lag.

Bedrijventerreinen gebruiken als energiehubs is een vaak besproken thema. Toch zijn goede voorbeelden schaars. Joop Mijland, directeur van de grootste inland-terminaloperator in Nederland en België (met 8 binnenvaartterminals en 350.000 vierkante meter terminalruimte) ontwikkelt naast de overslagterminal in Nijmegen een bedrijventerrein waarbij op één plek energie opwekken en opslag worden gecombineerd met het voldoen aan de energiebehoefte. ‘Niet alleen wekken we met zonnepanelen op de daken van distributiecentra en windmolens energie op, maar we slaan het ook op in grote batterijen, zeg maar superchargers. Want het is zonde om energie die bijvoorbeeld ’s nachts door windmolens wordt opgewerkt, verloren te laten gaan. Je hebt vervolgens laadinfrastructuur nodig om die energie te kunnen inzetten in bijvoorbeeld vrachtauto’s, materieel dat in warehouses en terminals wordt gebruikt, stadsdistributie, openbaar vervoer en nu ook elektrische schepen.’

Theo Föllings, voorzitter van SKBN en manager Vestigingsklimaat & Innovatie bij de regionale ontwikkelingsmaatschappij Oost NL, riep de overheid in zijn slotbetoog op om te blijven investeren in bedrijventerreinen. ‘Laten we ons perspectief voorbij de 2 tot 3 jaar van de huidige crisis trekken en 5 tot 10 jaar vooruit blijven kijken. Goed ingerichte en bereikbare bedrijventerreinen krijgen meer belangstelling, ook in deze COVID-periode.’

Energietransitie

Er gaat veel aandacht uit naar energietransitie op bedrijventerreinen, een onderwerp waar Föllings vanuit stichting Bedrijventerreinen Energiepositief (BE+) ervaring mee heeft. BE+ wil met een lokale aanpak uiteindelijk 250 bedrijventerreinen energiepositief en CO2-neutraal maken. Daarvoor moet wel eerst de basis op orde zijn, stelde Föllings. ‘Als een terrein niet schoon, heel en veilig is, zullen bedrijven niet snel vervolgstappen doen. Zorg dat je als gemeente in gesprek blijft met bedrijven. Goed accountmanagement is weliswaar een oude kreet, maar je moet het als gemeente wél op orde hebben. Zeker in deze onzekere tijden. Investeer daar als gemeente in.’ Föllings wees op meer barrières voor de energietransitie op bedrijventerreinen, zoals de energie-infrastructuur. ‘Je kunt nog zoveel duurzame energie opwekken, maar als de infrastructuur niet voldoet of als regelgeving in de weg zit, werkt het niet. Combineer infrastructuurinvesteringen, schone en veilige bedrijfsomgevingen en energietransitie in een integrale aanpak. Denk daarbij ook na over wat digitalisering betekent voor het ruimtelijk beslag en de integratie van functies.’

Locaties die hun zaakjes op orde hebben, zijn hun prijs waard, stelde Föllings. Tegelijkertijd blijft een soepele opstelling van gemeenten in de komende jaren van belang. ‘Voor veel bedrijven die uit de crisis komen, is het moeilijk om de boel weer op te bouwen. Geef ze de ruimte en zet ze niet meteen voor het blok door ze te verplichten alle grond te kopen. Denk aan leaseconstructies en moderne vormen van erfpacht om met bedrijven mee te denken.’

Lees verder