Met een grote deal met een buitenlandse financier ter waarde van één miljard verduurzaamt de stichting BE+ de komende vijf jaar 250 bedrijventerreinen. Daarmee wordt 32 Petajoule energie bespaard, liefst een derde van de doelstelling uit het Energieakkoord.

Tevens resulteert de deal in 2.500 lokale banen, omdat de verduurzaming van de bedrijventerreinen door lokale aannemers wordt uitgevoerd, aldus stichting BE+. De stichting, bestaande uit TNO, Oost NV, SKBN en WM3 Energie, zijn onlangs een samenwerkingsovereenkomst aangegaan.

Met de energiebesparing wordt een vermindering van de CO2-uitstoot van 3.000 kiloton per jaar gerealiseerd. Daarmee wordt niet alleen invulling gegeven aan het Energieakkoord*, maar tevens vooruitgelopen op het Kabinetsvoorstel ‘Nederland circulair in 2050’ dat eind oktober naar de Tweede Kamer is gestuurd, stelt de stichting.

BE+ start nu met 10 bedrijventerreinen en vanaf 2017 tot en 2021 stromen per kwartaal 10-15 bedrijventerreinen in. Per bedrijventerrein gaat BE+ uit van een voorzichtige gemiddelde schatting van € 4 miljoen aan investeringen in bijvoorbeeld zonnepanelen, warmtepompen, LED verlichting, windmolens, warmtenet of biomassacentrale. Voor 250 bedrijventerreinen betekent dit dat de investeringskosten minimaal € 1 miljard bedragen.

Externe financier

WM3 Energie heeft afspraken gemaakt met een externe financier die 70% van de investeringen financiert voor de eerste 2 jaar. De resterende financiering van 30% voor de eerste 2 jaar wordt gerealiseerd door bijdragen van preferred suppliers. Na twee jaar financiert de externe financier 100% van de investeringen (2019-2021). Door deze vorm van financieren is voor de ondernemers per bedrijventerrein de cashflow neutraal. Wat ze nu per maand betalen blijven ze betalen, enerzijds betreft dat een gedaalde energierekening en anderzijds een bedrag voor de aflossingen van investeringen in bijvoorbeeld zonnepanelen of warmtepompen.

‘Nadat de investeringen zijn afgelost zijn de zonnepanelen of warmtepompen nog vele jaren productief. Vanaf dat moment is het pure winst voor de ondernemer’, stelt Lennart van der Burg, business developer bij TNO, een van de partners. BE+ gaat voor de verduurzaming per bedrijventerrein met lokale verduurzamers in zee. De verwachting is dat dit resulteert in 2.500 lokale banen.

*In 2013 sloten overheid, bedrijfsleven en stakeholders het Energie-akkoord. Daarin spreken zij af dat tot het jaar 2020 samen 100 Petajoule aan energie te besparen.

03-11-2016
Nieuws
TenneT zet energiehubs on-hold; Gelderland wil plannen toch doorzetten
TenneT zet energiehubs on-hold; Gelderland wil plannen toch doorzetten

Provincie Gelderland hoopt alsnog energiehubs te plaatsen op bedrijventerreinen om netcongestie tegen te gaan. De plannen werden al eerder aangekondigd, maar netbeheerder TenneT heeft de plannen on-hold gezet omdat er minder ruimte op het elektriciteitsnetwerk is dan gedacht. Gelderland roept TenneT op om samen met de geplande hubs te kijken onder welke condities het toch kan en roept op tot een landelijke pilot.  ‘We betreuren het dat de energiehubs, die eigenlijk bijdragen aan het ontlasten van het stroomnetwerk, vertraging lijken op te lopen’, zegt Gelders gedeputeerde Ans Mol. ‘We moeten door, stil zitten is geen optie.’  De noodzaak van energiehubs is ontstaan uit de problemen met overbelasting van het energienet. Vooral op piekmomenten speelt netcongestie op. TenneT zegt dat er geen netwerkcapaciteit is om alle hubs aan te sluiten en maatwerk vereist is.  Volgens Mol heeft de opstelling van de netbeheerder mogelijk flinke consequenties voor inwoners en het bedrijfsleven. ‘Ik wil meer duidelijkheid van TenneT, ik wil weten waar we aan toe zijn.’  Ook bedrijven hebben volgens gedeputeerde Helga Witjes voor Economie vraagtekens. ‘We hebben met ondernemers uitgewerkte plannen gemaakt voor energiehubs op bedrijventerreinen en die staan in de startblokken.’  Daarom wil Gelderland, samen met overheden en bedrijven uit Flevoland en Utrecht waarmee het een stroomnetwerk deelt, op enkele plekken alsnog energiehubs realiseren. Landelijk actieprogramma netcongestie De provincie denkt aan een nationale pilot met experts van Landelijk actieprogramma netcongestie (LAN) samen met het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en de netbeheerders.  In Gelderland gaat het om hubs in Duiven, Zutphen, Nijmegen, Harderwijk, Barneveld , Ermelo,  Overbetuwe, Apeldoorn en Deventer.  Los van de wens voor energiehubs heeft Gelderland ook het Plan van aanpak Gelderse energie-infrastructuur (GEIS) ontwikkeld om netcongestie te bestrijden. Daarmee wil de provincie vergunningen sneller afgeven, de plaatsing van energie-infrastructuur integraal aanpakken en te sturen op regionale en lokale oplossingen.  Dit artikel is afkomstig van Stadszaken.nl.

06-02-2024
Nieuws
Bedrijventerreinen certificeren met BREEAM-NL Gebied
Bedrijventerreinen certificeren met BREEAM-NL Gebied

Spelenderwijs bewijslast verzamelen met OML-procesmodel OML, een ontwikkelingsmaatschappij gespecialiseerd in bedrijventerreinen in Midden-Limburg, heeft een handig procesmodel ontwikkeld. Het model fungeert als een waardevolle tool voor het verzamelen van bewijslast tijdens het certificeringsproces van BREEAM-NL Gebied. “Het is een soort handleiding zodat je weet in welke fase je welke stap moet zetten”, licht gebiedsontwikkelaar John Giesen toe. “Dit kan het verschil maken tussen een Very Good of Excellent score.” Het idee voor het procesmodel ontstond doordat OML zelf tegen bepaalde zaken aanliep tijdens het certificeringstraject. “Het BREEAM-NL Gebied certificaat is een fantastische manier om aan te tonen dat je een duurzaam bedrijventerrein hebt ontwikkeld”, zegt Giesen enthousiast. “Het geeft onze inspanningen geloofwaardigheid en het helpt bij het aantrekken van kopers die zich ook willen committeren aan duurzamere gebouwen met een BREEAM-NL certificaat.” Om in het bezit te komen van zo’n certificaat moet je aan een aantal regels en voorwaarden voldoen. “En dat blijkt een ingewikkeld proces.” Handleiding Om die reden kwam het idee voor een soort handleiding in beeld, vertelt Giesen. “Een handleiding die je kunt raadplegen zodat je in een bepaalde fase van het proces precies weet wat er moet gebeuren, wat je moet vastleggen en hoe je het moet vastleggen, zodat je makkelijker de benodigde bewijslast kunt overleggen.” Het procesmodel is ontwikkeld in samenwerking met studentenuitzendbureau Unipartner. “DGBC vond het ook een heel goed idee, dus die wilde meedoen. We hebben vervolgens samen de opdracht geformuleerd, de studenten begeleid, en daar waar nodig bijgestuurd om tot een model te komen.” Het procesmodel wordt momenteel getest in verschillende projecten, bij zowel nieuwe als bestaande bedrijventerreinen. “Het is een heel andere manier van werken. Bij bestaande terreinen moet je in de oude stukken en materie duiken en bij een nieuw bedrijventerrein verzamel je alles tijdens het certificeringsproces, waardoor het werk makkelijker en efficiënter wordt.” Dankzij het procesmodel voer je alle stappen op het juiste moment uit en zie je geen stappen over het hoofd in een belangrijke fase. Op dit moment wordt er hard gewerkt aan het verwijderen van de kinderziektes uit het procesmodel. “Er zijn altijd wel verbeterpunten en die proberen we nu aan te passen. Maar ik moet zeggen: de studenten hebben erg goed werk geleverd. Of het nu gaat om het certificeren van bestaande terreinen of het ontwikkelen van nieuwe projecten, het procesmodel is echt een waardevol hulpmiddel in het certificeringstraject. Bestaand terrein Een actueel voorbeeld van zo’n bestaand terrein is Duurzaam Multifunctioneel Bedrijvenpark Zevenellen (DMBZ) in de gemeente Leudal. Dit terrein is heel bewust natuurinclusief ontwikkeld, vertelt Giesen. “In het midden van het terrein bevindt zich een recreatieve zone met water. Dat gebruiken we als regenwaterbuffer. Er zijn verder heel veel groenstructuren aangelegd tussen de bedrijven en langs de wegen.” Het Bedrijvenpark Zevenellen wordt herontwikkeld op de locatie van de voormalige Maascentrale en de Willem-Alexander Centrale, de eerste kolenvergassingscentrale ter wereld in de gemeente Leudal, vlakbij Roermond. “We waren daar al op 70 tot 80 procent van de ontwikkeling toen we met BREEAM-NL Gebied in aanraking kwamen,” aldus Giesen. “Dat betekende tijdens het certificeringsproces terugkijken naar de uitgevoerde werkzaamheden en bewijslast verzamelen. We zijn alle producten die we hadden opgeleverd – rapporten voor luchtkwaliteit, geur, bodemkwaliteit en de aanleg van de openbare ruimte – nu allemaal aan het samenbrengen voor de beoordeling voor het BREEAM-NL certificaat. Dit gebeurt allemaal met behulp van het procesmodel.” Nieuwe terreinen Bij de bedrijventerreinen die nu worden ontwikkeld gebruikt OML ook het procesmodel. “Daarbij leggen we vanaf het eerste initiatief vast wat we doen en hoe we het doen, zodat we daar een BREEAM-NL certificaat onder kunnen leggen. Het is op die manier veel makkelijker om bewijzen te verzamelen. Alles wat je doet en belangrijk is, zet je meteen in het procesmodel. Je vergeet niets en je doet het bij wijze van spreken spelenderwijs.” De Spickerhoven III in Roermond is hier een goed voorbeeld van. Dit terrein wordt als hulpdienstencluster ingericht met een brandweerkazerne en een grote ambulancepost. “OML heeft altijd al duurzaam en natuurinclusief ontwikkeld, maar door het procesmodel doe je dat nu nog bewuster”, aldus Giesen. “Het helpt je om geen enkel belangrijk detail over het hoofd te zien. Daardoor kun je stappen zetten die het verschil maken tussen Very Good of Excellent score.” Het procesmodel is niet alleen bedoeld als een intern hulpmiddel voor OML. De ontwikkelingsmaatschappij heeft als doel om deze informatie te delen met andere partijen die streven naar het behalen van het BREEAM-NL certificaat voor bedrijventerreinen. “Wij zijn geen vierkante meter verkoper”, benadrukt Giesen. “We zijn echt bezig met het versterken en het laten groeien van de Midden-Limburgse economie. Onze focus ligt niet alleen op winst, maar ook op het aanleggen en revitaliseren van duurzame bedrijventerreinen. Ons credo is niet voor niets: ‘het juiste bedrijf op de juiste locatie’.” Bekijk het procesmodel Lees de toelichting en download het procesmodel op breeam.nl

14-01-2024