Het energiebesparingspotentieel op bedrijventerreinen is enorm. ‘Bedrijventerreinaanpak loont meer dan wijkaanpak’, kopte Stadszaken eind september al. De urgentie is groot, want uit een verkenning van het PBL blijkt dat het klimaatakkoord tot nu toe te weinig oplevert. ‘Tijd voor een nationale aanpak om bedrijventerreinen te verduurzamen’, zegt Cees-Jan Pen, lector Fontys Hogescholen en juryvoorzitter van de BT Award.

Eind vorige week publiceerde het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) haar Klimaat- en Energieverkenning 2019. De boodschap was weinig optimistisch. Meerdere doelen voor 2020 worden naar verwachting niet gehaald, zoals het door de rechter opgelegde Urgendadoel (25 procent afname van broeikasgasemissies) en twee doelen van het Energieakkoord: het aandeel van 14 procent hernieuwbare energie en 100 petajoule energiebesparing.

Een dag voor de publicatie van het PBL stond directeur Bouwen en Energie bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK), Ferdi Licher, op het podium tijdens het BT Event op Industriepark Kleefse Waard in Arnhem. Licher was naar Arnhem gekomen om de deelnemers een uitgestoken hand te bieden. Tegelijkertijd trok hij het boetekleed aan: ‘Tot mijn schaamte moet ik bekennen dat bedrijventerreinen niet worden genoemd in het Klimaatakkoord.’

Ook volgens Cees-Jan Pen is er bij de landelijke overheid te weinig aandacht voor bedrijventerreinen. En dat terwijl een meer landelijk georganiseerde aanpak veel kan opleveren. ‘Lokaal en regionaal wordt te weinig doorgepakt. Er zijn veel ambities en initiatieven, maar de samenhang ontbreekt. Op Rijksniveau is er al infrastructuur en wordt nagedacht over een groot investeringsfonds. Het is hoog tijd dat de Rijksoverheid bedrijventerreinen de aandacht geeft die zij verdienen. Ze moet ook wel om te kunnen leveren wat is afgesproken in het klimaatakkoord.’

Energieverbruik

Uit een rondgang door Stadszaken bleek eerder dat het besparingspotentieel op bedrijventerreinen enorm is. Het totale energieverbruik van bedrijventerreinen en werklocaties in Nederland bedraagt in totaal bijna 700 petajoule (PJ). Dat is veel meer dan het energieverbruik van alle Nederlandse huishoudens bij elkaar. Ook zonder de zware industrie blijft er een groot potentieel voor energiebesparing over bij een meer kansrijke doelgroep. TNO heeft becijferd dat verduurzaming van 250 bedrijventerreinen een totale energiebesparing oplevert van 32 PJ. Dat is ruim 5 Mton bespaarde CO2, méér dan het sectordoel van 3,4 Mton voor de gebouwde omgeving uit het klimaatakkoord.

De jury van de BT Award, die onder voorzitterschap van Pen werd uitgereikt tijdens het BT Event, deed in een juryrapport een aantal aanbevelingen. Zo wil de zij overheden, ondernemers en investeerders oproepen gezamenlijk te komen tot een investeringsagenda om op bestaande bedrijventerreinen te zorgen voor een vruchtbare bodem en professioneel parkmanagement. ‘Dit heeft te weinig prioriteit en er zijn nauwelijks fondsen voorhanden. De overheid lijkt zich cru gezegd alleen met bedrijventerreinen bezig te houden als hier mogelijk ruimte is om woningen te bouwen. De grote energiepotentie voor de verduurzaming van bedrijventerreinen blijft zo liggen.’

Nationale aanpak

Hoe zou een nationale aanpak eruit moeten zien? Pen wijst op de zogeheten wijkaanpak. Ambitieuze bestuurders joegen burgers in sommige gevallen de schrik op het lijf met de mededeling dat hun wijk van het gas af moest. ‘Je ziet daar dat draagvlak heel belangrijk is. Dat geldt ook voor bedrijventerreinen. Daar kunnen we dus lessen uittrekken. Anderzijds geldt op bedrijventerreinen veel meer dan bij huishoudens dat je mag verwachten dat ondernemers mee-investeren in onderhoud, beheer, handhaving, verduurzaming en parkmanagementstructuur. De overheid kan dan als aanjager fungeren. Lokaal en regionaal is de aandacht voor dit onderwerp gering. Net als het Rijk lijken ook die overheden het thema bedrijventerreinen vergeten. Er is behoefte aan een vruchtbare bodem. Die is er nu nog niet.’

04-11-2019
Nieuws
Start realisatie hoogwaterbescherming en verduurzaming Willem-Alexanderhaven Roermond
Start realisatie hoogwaterbescherming en verduurzaming Willem-Alexanderhaven Roermond

Op 9 februari 2026 hebben Provincie Limburg, gemeente Roermond, Waterschap Limburg en Port of Roermond Coöperatief U.A. een realisatieovereenkomst getekend voor de hoogwaterbescherming en verduurzaming van de Willem-Alexanderhaven in Roermond. Dit is een belangrijke stap richting een hoogwaterveilige, duurzame en economisch sterke toekomst voor het havengebied en de stad Roermond.Het gezamenlijke ‘Maatwerkplan’ voorziet in de versterking en verhoging van de primaire waterkering (dijk) en de aanleg van een aanvullende maatwerkkering met logistieke kades. Hierdoor wordt niet alleen voldaan aan de actuele normen voor waterveiligheid, maar worden ook de bedrijven in het havengebied én het achterliggende gebied, beter beschermd tegen hoogwater.Europese subsidie voor Limburgse binnenhavensHet Maatwerkplan wordt voor een groot deel mogelijk gemaakt door een verkregen Europese subsidie. De Europese Unie stelt een miljoenensubsidie ter beschikking voor de doorontwikkeling van drie Limburgse binnenhavens, de Willem-Alexanderhaven in Roermond, de haven van Chemelot in Stein en de Beatrixhaven in Maastricht. Het betreft in totaal vier projecten met een totale investering van €76,3 miljoen, waarvoor Europa €37,4 miljoen bijdraagt. De subsidie is toegekend op basis van een aanvraag Connecting Europe Facility (CEF, Rhombus Upside I en II). Deze subsidie is bedoeld om projecten te steunen die het netwerk voor vervoer en transport binnen de Europese Unie verbeteren.Gedeputeerde Theuns: “De toegekende Europese subsidie zorgt ervoor dat het Maatwerkplan haalbaar is geworden en stelt ons in staat om onze innovatieve plannen en de mogelijkheden tot verduurzaming te realiseren. Het gezamenlijk vertrouwen van de overheid in dit project zal het havengebied in Roermond zeker een impuls geven”."We bouwen aan een sterkere dijk en tegelijkertijd zorgen we voor minder vrachtwagens op onze wegen en meer vervoer over water. Door veiligheid in Roermond te verbinden met onze andere binnenhavens maken we de logistiek duurzamer, geven we ondernemers nieuwe kansen en versterken we onze lokale economie,” vult gedeputeerde Jasper Kuntzelaers aan.Noodzakelijk dijkversterkingDe huidige kering is een versnipperd geheel van harde constructies en voldoet niet meer aan de eisen. Na de hoogwaterperiodes in de jaren ’90 is weliswaar een nieuwe dijk aangelegd, maar inmiddels is duidelijk dat deze onvoldoende hoog en sterk is. Door de kering op te hogen, te versterken en aan te sluiten op de hoge grond bij de N280, wordt het gebied beter beschermd tegen hoogwater. Belangrijk aangezien we, naast langdurige droogte, steeds vaker te maken krijgen met hogere waterstanden van de Maas.Economische versterkingDe noodzakelijke dijkverbetering wordt benut om de haven tegelijkertijd logistiek te versterken. Door de kering uit te voeren als een logistieke kering ontstaan nieuwe kades die zowel hoogwaterveiligheid bieden als geschikt zijn voor laden en lossen. Dit levert een belangrijke bijdrage aan de verduurzaming.Walstroom en stillere havenIntegraal onderdeel van de plannen is de investering in walstroomvoorzieningen. Hierdoor kunnen schepen tijdens hun verblijf aan de kade hun motoren uitschakelen. Dit zorgt voor minder CO₂- en stikstofuitstoot, minder geluidsoverlast en een aangenamere leefomgeving voor de directe omgeving van de haven.Intensieve samenwerking en financieringMet het ondertekenen van de realisatieovereenkomst is de volgende fase van het project gestart. In deze overeenkomst zijn de rollen, verantwoordelijkheden en financiële verplichtingen van alle partijen vastgelegd.PlanningNa goedkeuring van het projectbesluit door Provincie Limburg starten de bouwwerkzaamheden. Port of Roermond neemt samen met Waterschap Limburg de realisatie op zich. De oplevering van het project staat gepland voor medio 2027.Beeld: Port of Roermond

09-02-2026
Nieuws
Mr Fillet, OML en gemeente Roermond zetten gezamenlijk volgende stap voor bedrijventerrein Oosttangent
Mr Fillet, OML en gemeente Roermond zetten gezamenlijk volgende stap voor bedrijventerrein Oosttangent

Wanneer ondernemerschap, regionale ontwikkelingskracht en overheid samenkomen, ontstaat ruimte voor groei. Op bedrijventerrein Oosttangent in Roermond werd dat onlangs zichtbaar tijdens een symbolische starthandeling voor een nieuwe bedrijfslocatie.Samen letterlijk bouwen aan economische groeiAan de Schepelstraat in Roermond kwamen drie betrokken partners samen voor een symbolisch moment dat de kracht van samenwerking onderstreept. Ibrahim Boğazköy, directeur van Quality Royal Group B.V., Hans Coppus, directeur van OML, en Wethouder Dirk Franssen van de gemeente Roermond, stonden gezamenlijk bij een band, ieder met een schep in de hand.Het tafereel vormde een treffende metafoor: samen de handen uit de mouwen steken om een stevige basis te leggen voor verdere economische groei. Door kennis, netwerk en daadkracht te bundelen, ontstaat beweging en wordt er letterlijk “een band geschept” tussen overheid, ondernemers en regionale ontwikkelingspartners. Quality Royal Group B.V. kocht het perceel op bedrijventerrein Oosttangent van OML en wil hier een nieuwe locatie bouwen. Ibrahim Boğazköy, directeur Quality Royal Group B.V. / Mr. Fillet: “Voor ons is deze locatie een belangrijke stap in de groei van Mr. Fillet. Vanuit Roermond kunnen we onze klanten in Zuid-Nederland, België en Duitsland nog beter bedienen. Dankzij de samenwerking met OML en de gemeente Roermond kunnen we deze stap nu realiseren.”Actieve rol van de gemeente RoermondDe rol van wethouder Franssen is daarbij van groot belang. Hij zet zich in voor een sterk klimaat voor ondernemers en bedrijven in Roermond. Daarbij gaat het niet alleen om economische groei, maar ook om de randvoorwaarden die nodig zijn  om duurzaam ondernemerschap te faciliteren. Wethouder Dirk Franssen, gemeente Roermond: “Het is mooi om te zien hoe ondernemerschap, regionale samenwerking en de brede economische koers van de gemeente hier samenkomen. Met de ontwikkeling van Oosttangent creëren we ruimte voor bedrijven om te groeien en versterken we tegelijk de economische positie van Roermond.”Samenwerking voor een sterke regionale economieDe samenwerking richt zich op de verdere ontwikkeling van de economie in Roermond, met bijzondere aandacht voor bedrijventerreinen die via OML worden ontwikkeld. Hier liggen kansen voor zowel groei van bestaande ondernemingen als de vestiging van nieuwe bedrijven, waarbij innovatie, duurzaamheid en internationale oriëntatie centraal staan. Hans Coppus, directeur OML: “De uitgifte van de laatste kavel op fase 1 van Oosttangent is een belangrijke mijlpaal. Samen met de gemeente Roermond werken we al jaren aan dit bedrijventerrein. Dat een groeiend en internationaal georiënteerd bedrijf als Mr. Fillet zich hier vestigt, laat zien dat de regionale samenwerking werkt.”Internationale kansen voor regionale ondernemersOok regionaal gevestigde bedrijven met internationale activiteiten profiteren van deze gezamenlijke inzet. Door lokaal beleid, ondernemerschap en regionale ontwikkelkracht op elkaar af te stemmen, ontstaat een klimaat waarin bedrijven niet alleen kunnen wortelen in Roermond, maar ook succesvol kunnen opereren over de grenzen heen.

16-03-2026
Aanmelden nieuwsbrief