Bijna 30 partijen, waaronder Provincie Zuid-Holland en TNO hebben vanochtend het Convenant Verduurzaming Bedrijventerreinen ondertekend. Zij deden dit voorafgaand aan het EZK-evenement: Partners in Energie-uitdagingen in Barneveld. Het Convenant werd in ontvangst genomen door vertegenwoordigers van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, die het initiatief van harte ondersteunen. 

“In verduurzaming van bedrijventerreinen ligt een enorme potentie. BZK is heel enthousiast over de aanpak. We gaan graag in gesprek met de bedrijventerreinen en andere betrokken partijen om de regionale aanpak te versnellen”, aldus Jasper van Rooijen van BZK, die het convenant namens het Ministerie in ontvangst nam. 

Een inspirerend pakket

In Nederland zijn zo’n 3.500 terreinen met grote en minder grote bedrijven. Door samen te werken, kunnen we hier een enorme slag voor het klimaat maken. Met de ondertekening van het Convenant committeren deze bedrijventerreinen, overheden en andere betrokkenen zich aan het verduurzamen van bedrijventerreinen in Nederland. Iedere partij heeft daarvoor zijn eigen ambities geformuleerd. Opgeteld is dit een inspirerend pakket acties en maatregelen.

Ook ondertekenaar gedeputeerde van Provincie Zuid-Holland Willy de Zoete onderschrijft het belang van samenwerking:  “We hebben in Zuid-Holland meer dan 600 bedrijventerreinen. Met dit convenant kunnen we een forse, tot nu toe onvoorziene bijdrage leveren aan de ambities van het Klimaatakkoord. En hiermee slaan we twee vliegen in één klap: samenwerking stimuleren, en vervolgens verduurzamen.” 

Potentie

Over het energieverbruik van bedrijventerreinen is relatief weinig bekend. TNO rekende uit dat met verduurzaming van bedrijventerreinen in potentie net zo veel of zelfs meer CO2 kan worden bespaard als met het aardgasvrij maken van woonwijken. De kabinetsdoelstelling van 3,4 MT-besparing op CO2-uitstoot in de bebouwde omgeving kan hiermee aanzienlijk dichterbij worden gebracht. Het gaat dan om een reeks maatregelen zoals zonnepanelen, warmtepompen, (kleine) windmolens, LED-verlichting, elektrisch rijden, lokale batterijen, smart grids, optimalisatie productieprocessen, gebruik van restwarmte, etc.

Collectieve aanpak voor bedrijventerreinen

Het convenant is bedoeld om ondernemers te ondersteunen en te ‘ontzorgen’ door het collectief beschikbaar maken van de benodigde kennis, financiering, het organiseren van het proces en het selecteren van de juiste uitvoerende partijen. Bedrijventerreinen en lokale overheden hoeven zo niet steeds opnieuw het wiel uit te vinden, maar kunnen gebruik maken van opgedane ervaring en ontwikkelde instrumenten. Hoofddoel van het convenant is het versnellen van de energietransitie door een collectieve aanpak voor bedrijventerreinen. Het ministerie van BZK wil daarvoor een Nationale Programmatische aanpak opzetten.

Bedrijventerreinen Energiepositief

Het initiatief van dit convenant komt van Bedrijventerreinen Energiepositief (BE+), waarin TNO samenwerkt met Oost NL en andere regionale ontwikkelingsmaatschappijen. Inmiddels is dit uitgerold naar een landelijke aanpak waarin vele partijen participeren en hun bijdrage leveren, zowel vanuit de overheid als het bedrijfsleven. Alleen door de handen ineen te slaan, kan dit element van de energietransitie worden versneld. Daarvoor is dit Convenant een eerste aanzet. 

Download hier het convenant.

Ondertekenende partijen

  • TNO
  • Oost NL
  • Provincie Zuid-Holland
  • Omgevingsdienst IJmond
  • Greenbiz IJmond 
  • Hoog16hoven
  • CLOK 
  • Hoorn80 Energiepositief
  • BT Boekelermeer
  • Samenmeerwaarde (BT Spijkenisse)
  • Omgevingsdienst Midden Holland
  • Green Business Club
  • De Parkmanagers
  • Energieke Regio
  • Markus Werklocatie regie 
  • Bedrijvenkring Schieoevers (BKS Delft)
  • Hogeschool Arnhem Nijmegen (HAN)
  • Tarmo
  • Kortman DGO
  • WM3
  • Limburgse Werkgevers Vereniging
  • STEC groep
  • Fit our Future
  • Qing groep
  • Stichting Stimular
  • Vereniging Bedrijven Schiebroek
  • Airport Businesspark Lijnden
  • IMC (Drechtsteden)
  • Gemeente Westland

…en andere organisaties (er melden zich elke week nieuwe partijen aan)

Foto: 
@Lotte Gottschal
 

card image

Event

15-04-2020
Studiereis - Duurzame transitie in Stuttgart (afgelast)

Event

15-04-2020

Studiereis - Duurzame transitie in Stuttgart (afgelast)

Gezien de situatie en maatregelen rondom het coronavirus is besloten om de studiereis naar Stuttgart op 15-16-17 april op dat moment NIET door te laten gaan. Er wordt momenteel onderzocht of de studiereis in het najaar alsnog kan plaatsvinden of wordt doorgeschoven naar het voorjaar van 2021.

--------------------------------------------------------------------------------------------

De omschakeling naar elektrische auto’s kost zo’n 400.000 banen in Duitsland. En waar de hardste klappen zullen vallen is Stuttgart, de autostad bij uitstek. Hoe schakelt deze stad, die bekend staat om haar auto-industrie, om naar een nieuwe, duurzame economie? Wat vraagt dat van het bedrijfsleven, van de mobiliteit en de inzet van techniek? 

Een belangrijke speler in deze duurzame transitie is het Verband Region Stuttgart. Binnen dit regioverband maakt men zich sterk voor slimme mobiliteit, nieuwe bedrijvigheid, energietransitie, een levendige binnenstad, goede planning en toegankelijkheid van natuur. Tijdens de SKBN Studiereis gaan we ontdekken hoe dat in z’n werk gaat.

Ook kijken we naar de effectiviteit van een publiek-private strategiedialoog voor de ontwikkeling van nieuwe mobiliteit. Dit alles uiteraard in een omgeving met veel werklocaties en toonaangevende ondernemingen. Stuttgart is immers een van Duitslands oudste industriële stad. Met een duidelijke toekomstambitie. De stad, die meerdere universiteiten huisvest, doet er dan ook alles aan om haar vele talenten binnen de stadsgrenzen te houden. Met succes!

Gaat u mee op deze SKBN Studiereis?

Programma (onder voorbehoud)

Woensdag 15 april
We worden welkom geheten door het Region Verband Stuttgart, de Wirtschaftsförderung en de Industrie- und Handelskammer Region Stuttgart. Voor welke opgaven staan de stad en regio? En hoe gaan zij deze uitdagingen gezamenlijk aan?
 
Donderdag 16 april
Deze dag verdiepen we ons in de IBA2027, een vliegwiel dat de regio toepast voor de versnelling van bouwprojecten en energietransitie. We gaan terug naar de IBA van 100 jaar geleden in Stuttgart: de modernistische wijk Weissenhof. Ook nemen we een kijkje bij de M.Tech Accelerator, een boeiende start-up facilitator. Tot slot laten we ons rondleiden in de wijk Feuerbach, waar Bosch van oudsher een grote stempel drukt op de ontwikkelingen. We sluiten de dag af in het Porsche Museum. 
 
Vrijdag 17 april
De laatste dag verdiepen we ons in de betekenis van mobiliteit en de productie daarvan voor de toekomst. Hoe zorgt de stad ervoor dat de ontwikkeling van duurzame mobiliteit genoeg tempo heeft, en voor voldoende nieuwe economie zorgt?

Samenvattend

  • Wat: SKBN Studiereis Stuttgart
  • Datum: Woensdag 15 mei t/m vrijdag 17 april 2020 (afgelast)
  • Inclusief: Heen- en terugreis vanaf Utrecht Centraal of Arnhem Centraal, 3 lunches, 2 hotelovernachtingen, een intensief programma met lokale sprekers en gidsen, vervoer ter plaatse, 1 slotdiner, evaluatie en reisverslag.
  • Kosten: € 949,- ex btw
  • Meer info:
    - Logistiek en organisatie: Tessa van der Heiden: 033 870 0100, t.vanderheiden@elba-rec.nl.
    - Inhoud: Mieke Naus, m.naus@elba-rec.nl, 06 48 38 67 39 

Lees verder
card image

Nieuws

SOK Afval- en Grondstoffenmanagement Schiphol Trade Park ondertekend

Nieuws

12-03-2020

SOK Afval- en Grondstoffenmanagement Schiphol Trade Park ondertekend

Schiphol Trade Park Services, Milgro, Meerlanden en Nijssen Recycling hebben 11 maart de Samenwerkingsovereenkomst Afval- en Grondstoffenmanagement Schiphol Trade Park ondertekend. Met deze overeenkomst biedt STP Services de drie partijen de gelegenheid om bedrijven die zich op Schiphol Trade Park in Hoofddorp vestigen te adviseren over een circulaire aanpak voor afval- en grondstofmanagement. Laurens Groen, CEO Milgro: “Wij zijn blij om ons te verbinden aan de ambitie van gebiedsontwikkelaar SADC. Wij kijken ernaar uit samen te werken en winstgevende duurzaamheid in de keten te realiseren.” 

Samen duurzame impact vergroten

Schiphol Trade Park Services (STP Services) is verantwoordelijk voor het gebiedsmanagement op Schiphol Trade Park, dat door Schiphol Area Development Company (SADC) wordt ontwikkeld. De samenwerkingspartners faciliteren bedrijven desgewenst in hun transitie naar een meer duurzame bedrijfsvoering. Dat doen ze onder andere door het uitvoeren van een afval- en grondstoffenscan en het digitaliseren van de processen en data rondom afvalstoffen. Op gebiedsniveau verbindt deze aanpak de bedrijven. Vanuit deze data worden de kansen inzichtelijk om samen de duurzame impact te vergroten. Deze duurzame omgang met afval- en grondstoffen maakt dan onderdeel uit van het business model van de bedrijven. Angeline Kierkels, algemeen directeur Meerlanden: “Door deze samenwerking aan te gaan, zetten we de versnelling in naar een duurzaam en circulair business park.”

Toekomstbestendig

Marisol Elisabeth, gebiedsmanager STP Services: “Met de samenwerking willen we bedrijven op Schiphol Trade Park niet alleen adviseren maar ook een bewezen aanpak bieden voor het benutten van hun grondstoffenstromen. In het verlengde daarvan kunnen zij een grondstoffenstromenstrategie en maatregelen op gebouwniveau nemen. En daar heeft de omgeving ook baat bij, nu en in de toekomst.”

Lees verder
card image

Opinie

Kansen in kansarm vastgoed

Opinie

02-01-2020

Kansen in kansarm vastgoed

Uit een recent verschenen marktrapportage van Cushman & Wakefield , verricht in opdracht van NV Ontwikkelingsmaatschappij Utrecht (NV OMU) kwam een mooie paradox naar voren. Want wat door de ene partij wordt gezien als kansarm vastgoed, wordt door de ander partij gezien als kansrijk vastgoed.

Gek? Nee, juist niet! Het hangt vooral af van de doelstelling en de rol die een partij in de markt vervult die bepalen wat voor die specifieke partij kansrijk of kansarm is. Wat voor de meeste commerciële partijen, vooral bezien vanuit financieel rendement, wordt gezien als kansarm, kan voor partijen die meer streven naar maatschappijelijk rendement juist kansrijk zijn.

De vraag naar kantoor-, bedrijfs- en winkelruimte concentreert zich steeds nadrukkelijker op specifieke locaties, terwijl het genoemde rapport een aanzienlijk deel van de leegstaande kantoor- en bedrijfsruimtemarkt in de provincie Utrecht bestempelt als kansarm. Er is sprake van geconcentreerde schaarste en de verschillen tussen het beste vastgoed en de rest nemen nog steeds verder toe. Want buiten de zogenaamde toplocaties is er nog altijd veel kansarm vastgoed.

Zorgvuldiger, efficiënter, duurzamer

De ruimte in ons land is beperkt en dus moeten we zorgvuldiger, efficiënter en duurzamer omgaan met bestaande werklocaties. Commercieel gezien mogen de toplocaties het meest interessant zijn; vanuit maatschappelijk oogpunt bezien moet er natuurlijk ook het nodige gebeuren met verouderde bedrijventerreinen, leegstaande kantoren en retail. Want hoewel er sprake is van toenemende vraag dankzij de economische groei, is er in de provincie Utrecht nog altijd meer dan een miljoen vierkante meter problematische kantoor- en bedrijfsruimte beschikbaar. We moeten dus ook die gebieden aanpakken die commerciële partijen links laten liggen (c.q. waar sprake is van marktfalen).

Stimuleren bestaande locaties

Een goed instrument daartoe is het in het leven roepen van een zogenoemd revolverend fonds waarin door de overheid het werkkapitaal wordt gestort waarmee het fonds op de markt kan opereren. Dit kapitaal is nadrukkelijk niet bedoeld als subsidie maar met name bedoeld voor financiering van marktpartijen dan wel van eigen investeringen. Een dergelijk fonds acteert als ware het een commerciële partij onder marktconforme condities, maar wel met een andere insteek dan de reguliere vastgoedfinanciers. Naast financieel rendement is maatschappelijk rendement dan ook een belangrijke doelstelling. In een kleinere provincie als de provincie Utrecht moet er zorgvuldig worden omgegaan met ruimte en ligt de focus van overheidsbemoeienis bij het stimuleren van slecht functionerende bestaande bedrijventerreinen/werklocaties.

Verschuiving

In de provincie Utrecht is deze rol vooral neergelegd bij NV OMU. Oorspronkelijk lag de focus bij NV OMU alleen op bedrijventerreinen maar deze is gaandeweg uitgebreid met de leegstand van kantoren en retail, de twee grootste zorgenkindjes in vastgoedland op dit ogenblik. Wat je ziet is dat alles prima gaat in het centrum van Utrecht en Leidsche Rijn Centrum maar op andere locaties in de provincie, is nog steeds sprake van structurele leegstand, ondanks de economische groei. Dit is een gevolg van zowel een kwantitatieve als een kwalitatieve mismatch, oftwel er is te veel gebouwd en er is te weinig rekening gehouden met de daadwerkelijke eisen en wensen van gebruikers. Daar komt dan ook nog eens de invoering van energielabel-C per 1 januari 2023 overheen. Er is wat betreft dat laatste aspect nog heel wat (potentieel) kansarm kantoorvastgoed.

Deze projecten worden vaak niet door de markt opgepakt, dit veelal als gevolg van het ontbreken van financieringsmogelijkheden in met name de risicovolle ontwikkelingsfase van projecten. Commerciële partijen kiezen vooral de kansrijkere projecten, waar de risico's lager zijn. De aandacht van een fonds als NV OMU gaat juist uit naar de complexere projecten, die zonder financiële hulp  niet van de grond komen. Er is daarbij vaak sprake van een pioniersrol en een rol als aanjager van het op gang brengen van een project. Als het ontwikkelingsproces eenmaal loopt en risico's (bestemming, vergunning, verhuur of verkoop) zijn geëlimineerd, stappen de commerciële partijen wel weer in. 

Maatschappelijk rendement

Het is vaak een samenloop van factoren die ervoor zorgt dat sommige projecten niet van de grond komen. Initiatiefnemers krijgen de ontwikkelingsfase van een project financieel vaak niet rond omdat bijvoorbeeld de gewenste bestemming nog niet is gerealiseerd. Daarnaast financieren commerciële partijen vaak alleen maar het senior deel van de lening (zo'n 60%). Een revolverend fonds financiert ook het resterende deel voor zover dat nodig is. Het gaat daarbij niet alleen om financieel rendement, maar ook om maatschappelijk rendement. De aanpak van een locatie moet een duidelijke meerwaarde hebbenvoor de plek en de omgeving. Dat vraagt om kennis, maar ook om betrokkenheid. De bemoeienis van een revolverend fonds houdt niet op bij het verstrekken van een lening. Er is constante monitoring van de effectiviteit van de ter beschikking gestelde financiële middelen. Een fonds beschikt veelal over een grote kennis van de lokale vastgoedmarkt, maar weet ook wat er gemeentelijk speelt en biedt daarmee een duidelijke meerwaarde.

Lees verder