Provincie Gelderland werkt hard aan de natuur in Gelderland. Ze zijn de groenste provincie en willen dat blijven. Meer variatie aan planten- en diersoorten in een gebied betekent meer biodiversiteit.

Vergroenen

Het is belangrijk dat we samen met onze partners zorgen voor meer groen in Gelderland. Meer groen in wijken, op bedrijventerreinen, langs wegen en waterwegen, bij de boer én in de natuur zorgt voor een groter, sterker en aaneengesloten groen gebied. Hiermee vergroten we de overlevingskansen van planten- en diersoorten. De natuur is hierdoor minder kwetsbaar voor bijvoorbeeld droogte of ziekte. Een sterke natuur is belangrijk voor schoon water, minder klimaatverandering en betere voedselproductie.

Klimaatadaptatie

Meer groen draagt bij aan het verminderen van klimaatverandering. Het aanplanten van bomen verlaagt de temperatuur en bomen houden CO2 vast. Groen, in plaats van stenen, kan grote hoosbuien opvangen en grotere hoeveelheden water vasthouden. Wanneer we aandacht besteden aan bijdragen aan biodiversiteit, dragen we meteen bij aan klimaatadaptatie.

Laat u inspireren

Op deze pagina vindt u meer inspiratie over wat u zelf kunt doen als gemeente, inwoner, ondernemer of organisatie om uw omgeving groener te maken. We kunnen en moeten veel meer doen voor de natuur. Het is niet genoeg om deze alleen in de aangewezen natuurgebieden te beschermen, want de natuur kent geen grenzen. Daarom gaan we samen onze woonwijken, bedrijventerreinen en winkelcentra vergroenen.

Groene bedrijventerreinen

In Gelderland beslaan bedrijventerreinen 8.000 hectare van ons oppervlak. Duurzame en gezonde bedrijventerreinen zijn bij uitstek geschikt voor klimaatadaptatie en vergroening. Kleine en betaalbare maatregelen kunnen al een verrassend groot effect hebben. De brochure ‘Hoe vergroenen we bedrijventerreinen?’ geeft inzicht in de mogelijke maatregelen die u kunt nemen voor een duurzame en toekomstbestendige inrichting en beheer van bestaande en nieuwe bedrijventerreinen.

Groene winkelcentra

Waterschade door hevige regenbuien en omzetverlies door langdurige hitte zijn gevaren voor winkeleigenaren en horecaondernemers. Vergroening van de binnensteden trekt vaak investeerders, ondernemers en burgerinitiatieven aan. Een prettig gevolg, want in binnensteden staan steeds meer gebouwen leeg. De brochure ‘Hoe vergroenen we winkelcentra?’ geeft inzicht in de mogelijke maatregelen die je kunt nemen voor slimme en toekomstbe­stendige winkelgebieden.

Groene woonwijken

Een groene inrichting van een woonwijk draagt bij aan het leefplezier en de uitdagingen van een veranderend klimaat. Groen verkoelt, biedt schaduw en vangt neerslag op. Maatregelen die hittestress, wateroverlast voorkomen of water­tekort beperken, gaan uitstekend samen met het vergroten van biodiversiteit. Kleine maatregelen kunnen al een verrassend groot effect hebben. De brochure ‘Hoe vergroenen we woonwijken?’ geeft inzicht in de mogelijke maatregelen die u kunt nemen. Ze zorgen voor een duurzame en toekomstbestendige inrichting en beheer van bestaande en nieuwe woonwijken.

Provincie Gelderland

Provincie Gelderland is sinds medio 2018 kennispartner van SKBN. Provincie Gelderland heeft het belang om de regionale economie te versterken, waarbij bedrijventerreinen een belangrijk onderdeel vormen.


026 - 359 91 11

Provincie Gelderland
card image

Event

14-04-2021
Studiereis - Duurzame transitie in Stuttgart

Event

14-04-2021

Studiereis - Duurzame transitie in Stuttgart

De omschakeling naar elektrische auto’s kost zo’n 400.000 banen in Duitsland. En waar de hardste klappen zullen vallen is Stuttgart, de autostad bij uitstek. Hoe schakelt deze stad, die bekend staat om haar auto-industrie, om naar een nieuwe, duurzame economie? Wat vraagt dat van het bedrijfsleven, van de mobiliteit en de inzet van techniek? 

Een belangrijke speler in deze duurzame transitie is het Verband Region Stuttgart. Binnen dit regioverband maakt men zich sterk voor slimme mobiliteit, nieuwe bedrijvigheid, energietransitie, een levendige binnenstad, goede planning en toegankelijkheid van natuur. Tijdens de SKBN Studiereis gaan we ontdekken hoe dat in z’n werk gaat.

Ook kijken we naar de effectiviteit van een publiek-private strategiedialoog voor de ontwikkeling van nieuwe mobiliteit. Dit alles uiteraard in een omgeving met veel werklocaties en toonaangevende ondernemingen. Stuttgart is immers een van Duitslands oudste industriële stad. Met een duidelijke toekomstambitie. De stad, die meerdere universiteiten huisvest, doet er dan ook alles aan om haar vele talenten binnen de stadsgrenzen te houden. Met succes!

Gaat u mee op deze SKBN Studiereis?

Programma (onder voorbehoud)

Woensdag 14 april
We worden welkom geheten door het Region Verband Stuttgart, de Wirtschaftsförderung en de Industrie- und Handelskammer Region Stuttgart. Voor welke opgaven staan de stad en regio? En hoe gaan zij deze uitdagingen gezamenlijk aan?
 
Donderdag 15 april
Deze dag verdiepen we ons in de IBA2027, een vliegwiel dat de regio toepast voor de versnelling van bouwprojecten en energietransitie. We gaan terug naar de IBA van 100 jaar geleden in Stuttgart: de modernistische wijk Weissenhof. Ook nemen we een kijkje bij de M.Tech Accelerator, een boeiende start-up facilitator. Tot slot laten we ons rondleiden in de wijk Feuerbach, waar Bosch van oudsher een grote stempel drukt op de ontwikkelingen. We sluiten de dag af in het Porsche Museum. 
 
Vrijdag 16 april
De laatste dag verdiepen we ons in de betekenis van mobiliteit en de productie daarvan voor de toekomst. Hoe zorgt de stad ervoor dat de ontwikkeling van duurzame mobiliteit genoeg tempo heeft, en voor voldoende nieuwe economie zorgt?

Samenvattend

  • Wat: SKBN Studiereis Stuttgart
  • Datum: Woensdag 14 mei t/m vrijdag 16 april 2021
  • Inclusief: Heen- en terugreis vanaf Utrecht Centraal of Arnhem Centraal, 3 lunches, 2 hotelovernachtingen, een intensief programma met lokale sprekers en gidsen, vervoer ter plaatse, 1 slotdiner, evaluatie en reisverslag.
  • Kosten: € 949,- ex btw
  • Meer info:
    - Logistiek en organisatie: Tessa van der Heiden: 033 870 0100, t.vanderheiden@elba-rec.nl.
    - Inhoud: Mieke Naus, m.naus@elba-rec.nl, 06 48 38 67 39 

Lees verder
card image

Achtergrond

Top 10 opvallendste feiten over zonneparken

Achtergrond

12-03-2020

Top 10 opvallendste feiten over zonneparken

In Nederland wordt fors ingezet op het opwekken van energie met zonnepanelen. Bij voorkeur worden zonnepanelen op daken geplaatst, maar in toenemende mate worden deze panelen ook op grondpercelen gebouwd. Het Kadaster deed onderzoek naar deze zonneparken. Waar liggen deze parken? Hoeveel ruimte nemen deze parken in beslag? Gaan zonneparken ten koste van landbouwgrond en natuur? Hier vindt u 10 opvallende feiten uit het onderzoek.

1. Het aantal zonneparken is de afgelopen 2 jaar explosief gegroeid

Er zijn bijna 100 grondgebonden zonneparken en dit aantal groeit snel. De eerste zonneparken werden in 2011 aangelegd, maar vooral de afgelopen 2 jaar is een explosieve groei te zien. Meer dan de helft van de Nederlandse zonneparken is in deze periode gerealiseerd. Kijkend naar het aantal toegewezen subsidies neemt het aantal zonneparken de komende jaren alleen maar verder toe. Het Kadaster verwacht binnen 4 jaar een verdriedubbeling van het huidige oppervlakte.

2. Zonneparken worden steeds groter

Zonneparken worden steeds groter. De eerste zonneparken waren gemiddeld 2 hectare groot. In 2019 zijn zonneparken inmiddels gemiddeld 20 hectare groot.

3. Alle Nederlandse zonneparken bij elkaar zijn 25% van de oppervlakte van Schiermonnikoog

Zonneparken nemen steeds meer ruimte in beslag. In totaal ligt er nu zo’n 900 hectare aan zonneparken in Nederland. Dat is 0,02% van de totale oppervlakte van Nederland en ongeveer even groot als 25% van Schiermonnikoog.

4. Nederlandse zonneparken liggen vooral in de provincies Groningen en Noord-Brabant

Zonneparken liggen niet gelijkmatig verspreid over Nederland. 25% van de totale oppervlakte ligt in de provincie Groningen. Op de 2e plaats staat de provincie Noord-Brabant. In de provincies Limburg, Zuid-Holland en Utrecht zijn nog nauwelijks zonneparken aangelegd.

5. De meeste zonneparken liggen op agrarische grond

63% van de oppervlakte van zonneparken ligt op agrarische grond. Het overige deel ligt op grond met een andere functie, zoals voormalige vuilstortplaatsen en grond op bedrijventerreinen.

6. Zonneparken liggen niet alleen op de goedkoopste gronden

Landbouwgrond kost gemiddeld €59.930 per hectare. Landelijk staat twee derde van de zonneparken op landbouwgrond die goedkoper is dan dit gemiddelde, een derde staat op duurdere grond. De gemiddelde grondprijs verschilt echter per landsdeel en ook binnen de landsdelen zien we grote prijsverschillen. Bínnen de landsdelen liggen de meeste zonneparken in duurdere gebieden; de agrarische grondprijs is daar hoger dan het gemiddelde van dat landsdeel. In Oost-Nederland geldt dat voor bijna 60% van de zonneparken. In Noord- en West-Nederland liggen deze nog hoger. Voor Zuid-Nederland geldt het zelfs voor alle zonneparken.

7. Een derde van de zonneparken ligt op overheidsgrond

Een derde van de zonneparken ligt op grond van gemeenten en waterschappen. Het overige deel is aangelegd op grond van particulieren en bv’s. Het aandeel zonneparken op overheidsgrond kan de komende jaren groeien, aangezien de Rijksoverheid eigen grond wil inzetten om duurzame energie op te wekken. Dit berichtte Trouw in een recent nieuwsbericht. Lees hier het nieuwsbericht Het Rijk wil windmolens en zonnepanelen op overheidsgrond.

8. Het gebruik van de grond onder zonneparken wordt vastgelegd in erfpacht- of opstalrechten

We zien dat voor het gebruik van de grond onder zonneparken vaak erfpacht- of opstalrechten worden gevestigd. Vaak hebben deze rechten een looptijd van 25 jaar. In een klein aantal gevallen worden contracten voor 30 tot 35 jaar afgesloten.

9. Jaarlijks rendement zonneparken veel hoger dan agrarische pacht

De jaarlijkse vergoeding aan grondeigenaren om agrarische grond te gebruiken voor zonnepanelen ligt een stuk hoger dan vergoedingen voor gewoon agrarisch grondgebruik. De jaarlijkse vergoedingen voor zonneparken ligt op gemiddeld € 3.300 per ha. Dit is berekend op basis van akten-onderzoek van opstal- en erfpachtconstructies voor zonneparken. De prijsverschillen per contract zijn groot; van enkele € 100-en per ha per jaar tot boven de € 5.000 per ha per jaar. De door de Rijksoverheid vastgestelde hoogst toelaatbare pachtprijzen voor regulier verpachte agrarische grond variëren in 2019 tussen € 315 en € 1.013 per ha. Vergoedingen voor kortlopende pachtvormen kunnen – mede afhankelijk van gewastypen – op een hoger niveau liggen. Lees meer over de vastgestelde pachtprijzen op de website van Rijksoverheid.

10. 90% van zonneparken staat alleen op het zuiden gericht

Zonnepanelen liggen niet plat op de grond, maar staan in bepaalde hoek, zodat ze meer zon opvangen. Zonnepanelen kunnen naar het zuiden staan, waarbij er veel ruimte tussen de rijen dit. Dit geldt voor bijna 90% van de zonneparken. Een andere optie is een dubbele oriëntatie, waarbij de helft van de zonnepanelen naar het oosten staat en de andere helft naar het westen. Dit geldt voor ongeveer 12% van de parken. Bij deze oost-west-opstelling is er geen ruimte tussen de rijen en wordt de ondergrond bijna volledig bedekt. Hierdoor is er minder ondergroei van kruiden en grassen. Recent onderzoek laat zien dat het afwisselen in hoogte, oriëntatie en constructie van zonnepanelen mogelijkheden biedt om zonneparken te combineren met bijvoorbeeld landbouw, beweiding en (wilde) planten.

Meer informatie hierover vindt u in de brochure Zon in landschap en landbouw gemaakt in opdracht van Rijkswaterstaat.

Onderzoeksmethode

In dit onderzoek is op basis van luchtfoto’s gekeken waar zonneparken liggen, hoe groot ze zijn en hoe de oriëntatie is. Daarna is op basis van de eigendomsinformatie gekeken van wie de grond is en of erfpacht- of opstalrechten aanwezig zijn. Met behulp van andere bronnen is het startjaar en het vermogen toegevoegd, om zo tot een gedetailleerd overzicht van zonneparken in Nederland te komen.

Lees verder
card image

Opinie

Functiemenging: wie maakt ruimte?

Opinie

09-04-2020

Functiemenging: wie maakt ruimte?

Het was altijd zo duidelijk! De gedachte van CIAM: een heldere functionele scheiding in de ruimtelijke ordening van ons land. Woongebieden, kantoorgebieden en bedrijventerreinen, gescheiden van elkaar, elk met hun eigen inrichting, openbaar ruimtegebruik en dichtheid. Gelukkig is dat op veel plaatsen nog steeds duidelijk en is het gebrek aan ruimte geen spelbreker.

Hoe anders is dat in veel verstedelijkte en Randstedelijke gebieden. Daar is de ruimte schaars geworden. Enerzijds veroorzaakt door het schrappen vanaf 2009 van gereserveerde terreinen voor bedrijfshuisvesting (er was geen behoefte meer aan en ook financieel niet meer haalbaar), anderzijds door de oprukkende grote vraag naar woningbouw, die we liever niet meer willen opvangen in de nog open gebieden rondom verstedelijkte gebieden. Dat maakt dat er een grote druk binnenstedelijk is op bedrijventerreinen; zelfs op terreinen die uitstekend bezet zijn en prima functioneren.
 
Wat opvalt is dat er steeds meer gelegenheidsargumenten worden gebruikt of verzonnen om functiemenging vooral niet erg te vinden en dat het heel trendy is in onze tijd om te mengen. Echter, de echte argumentatie is het zoeken naar ruimte voor woningbouw; en daar moet bedrijfsruimte voor wijken. Steeds meer komen bedrijven in de knel, laat staan de mogelijkheid tot groei; ze worden als hinder ervaren voor woongenot, nadelig voor waardecreatie, enz. Maar het zijn juist dit soort, veelal grondgebonden MKB-bedrijven, die belangrijk zijn voor de maatschappelijke en economische structuur van een stad of gemeente. Een onderschat gegeven. De gelegenheidsargumenten om bedrijfsruimte als compensatie op te lossen in een plint van een woongebouw is onzin en voor een kleine dienstverlenende sector ongetwijfeld nuttig, maar dat is nooit anders geweest.

Nu staat de trend van functiemenging ook op zichzelf; het thuiswerken, de ecosystemen en vergaande digitalisering maken het werken en wonen in een gemengd systeem logisch en verfrissend. Maar bij al deze ontwikkelingen is absoluut onvoldoende oog voor de MKB- en maakindustrie. Het vraagt om een helder beleid, ook uitgaande van het gegeven dat van de woningbouwopgave meer dan de helft bestaat uit uiterst zachte plannen en de praktijk leert dat niet meer dan de helft van de taakstelling feitelijk wordt gehaald, maar wel de ruimte claimt! Dank aan alle adviesbureaus. 

Het mag duidelijk zijn: We gaan andersom denken! De woningbouw moet ruimte maken voor bedrijvigheid. Dat lijkt me een goede nieuwe trend voor het bevorderen van creatieve oplossingen.

Lees verder