SKBN heeft in samenwerking met Tijdelijke Natuur een handige brochure uitgebracht over de kansen voor biodiversiteit en tijdelijke natuur op bedrijventerreinen. Met een praktisch stappenplan waarin per fase de kansen worden toegelicht. Inspiratie kan worden gehaald uit een aantal ‘good practices’.

De auteur van het rapport, Karin Maatje van Provincie Flevoland, geeft aan: “De meeste kansen voor biodiversiteit zijn er bij de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen en bij de herstructurering van oude terreinen. Terreinen met een duidelijk duurzaam profiel hebben meer mogelijkheden, evenals terreinen van grote multinationals en campussen, waar een aantrekkelijke werkomgeving hard nodig is om talentvolle werknemers aan te trekken. Het Tilburgse plan Wijkevoort laat echter zien dat ook een logistiek bedrijventerrein een aantrekkelijke biodiverse werklocatie kan worden.” 

Karin is vooral positief over de mogelijkheden om kansen te koppelen: “Uit alle good practices die ik heb bekeken en alle gesprekken die ik heb gevoerd blijkt dat er draagvlak voor biodiversiteit ontstaat, als je het verbindt met andere doelen, zoals klimaatbestendigheid en een gezonde werkomgeving.”

De brochure is gebaseerd op een paper die Karin schreef in het kader van het executive program Corporate Social Responsibility (CSR) aan de Erasmus Universiteit. De originele paper, inclusief gebruikte bronnen, is hier te vinden.

Foto's: Arnold van Kreveld

22-04-2020
Nieuws
Mr Fillet, OML en gemeente Roermond zetten gezamenlijk volgende stap voor bedrijventerrein Oosttangent
Mr Fillet, OML en gemeente Roermond zetten gezamenlijk volgende stap voor bedrijventerrein Oosttangent

Wanneer ondernemerschap, regionale ontwikkelingskracht en overheid samenkomen, ontstaat ruimte voor groei. Op bedrijventerrein Oosttangent in Roermond werd dat onlangs zichtbaar tijdens een symbolische starthandeling voor een nieuwe bedrijfslocatie.Samen letterlijk bouwen aan economische groeiAan de Schepelstraat in Roermond kwamen drie betrokken partners samen voor een symbolisch moment dat de kracht van samenwerking onderstreept. Ibrahim Boğazköy, directeur van Quality Royal Group B.V., Hans Coppus, directeur van OML, en Wethouder Dirk Franssen van de gemeente Roermond, stonden gezamenlijk bij een band, ieder met een schep in de hand.Het tafereel vormde een treffende metafoor: samen de handen uit de mouwen steken om een stevige basis te leggen voor verdere economische groei. Door kennis, netwerk en daadkracht te bundelen, ontstaat beweging en wordt er letterlijk “een band geschept” tussen overheid, ondernemers en regionale ontwikkelingspartners. Quality Royal Group B.V. kocht het perceel op bedrijventerrein Oosttangent van OML en wil hier een nieuwe locatie bouwen. Ibrahim Boğazköy, directeur Quality Royal Group B.V. / Mr. Fillet: “Voor ons is deze locatie een belangrijke stap in de groei van Mr. Fillet. Vanuit Roermond kunnen we onze klanten in Zuid-Nederland, België en Duitsland nog beter bedienen. Dankzij de samenwerking met OML en de gemeente Roermond kunnen we deze stap nu realiseren.”Actieve rol van de gemeente RoermondDe rol van wethouder Franssen is daarbij van groot belang. Hij zet zich in voor een sterk klimaat voor ondernemers en bedrijven in Roermond. Daarbij gaat het niet alleen om economische groei, maar ook om de randvoorwaarden die nodig zijn  om duurzaam ondernemerschap te faciliteren. Wethouder Dirk Franssen, gemeente Roermond: “Het is mooi om te zien hoe ondernemerschap, regionale samenwerking en de brede economische koers van de gemeente hier samenkomen. Met de ontwikkeling van Oosttangent creëren we ruimte voor bedrijven om te groeien en versterken we tegelijk de economische positie van Roermond.”Samenwerking voor een sterke regionale economieDe samenwerking richt zich op de verdere ontwikkeling van de economie in Roermond, met bijzondere aandacht voor bedrijventerreinen die via OML worden ontwikkeld. Hier liggen kansen voor zowel groei van bestaande ondernemingen als de vestiging van nieuwe bedrijven, waarbij innovatie, duurzaamheid en internationale oriëntatie centraal staan. Hans Coppus, directeur OML: “De uitgifte van de laatste kavel op fase 1 van Oosttangent is een belangrijke mijlpaal. Samen met de gemeente Roermond werken we al jaren aan dit bedrijventerrein. Dat een groeiend en internationaal georiënteerd bedrijf als Mr. Fillet zich hier vestigt, laat zien dat de regionale samenwerking werkt.”Internationale kansen voor regionale ondernemersOok regionaal gevestigde bedrijven met internationale activiteiten profiteren van deze gezamenlijke inzet. Door lokaal beleid, ondernemerschap en regionale ontwikkelkracht op elkaar af te stemmen, ontstaat een klimaat waarin bedrijven niet alleen kunnen wortelen in Roermond, maar ook succesvol kunnen opereren over de grenzen heen.

16-03-2026
Opinie
'Zie bedrijventerreinen niet langer als geïsoleerde zones’
'Zie bedrijventerreinen niet langer als geïsoleerde zones’

Bedrijventerreinen moeten niet langer uitsluitend worden bekeken als afgebakende werkgebieden met een functionele of logistieke rol. Volgens Karel Van den Berghe, planoloog en universitair hoofddocent ruimtelijke planning en stedelijke ontwikkeling aan de TU Delft, vraagt de veranderende economie om een bredere blik op de rol van deze gebieden.‘Van oorsprong zijn bedrijventerreinen een organisatorisch, topografisch en defensief concept, het gaat om zoveel vierkante meters, zoveel banen en zoveel milieuruimte’, zegt Van den Berghe.  Lange tijd was dat volgens de universitair hoofddocent - en lid van de Adviesraad van SKBN - een logische manier om economische functies ruimtelijk te ordenen. Maar die manier van kijken past volgens hem steeds minder goed bij de economische werkelijkheid van nu. Ook in het ruimtelijk debat worden bedrijventerreinen volgens hem nog vaak te beperkt benaderd. ‘Bedrijventerreinen worden vaak vergeten of puur technisch en logistiek ingestoken, en komen als laatste aan bod bij het bedenken en ontwerpen van stedelijke en regionale systemen’, zegt hij.  Daarmee raken ze gemakkelijk op de achtergrond in discussies over woningbouw, gemengde gebieden en stedelijke ontwikkeling. Historisch gegroeid perspectief De planoloog plaatst die onderwaardering nadrukkelijk in een historische context. Volgens hem is het klassieke denken over bedrijventerreinen sterk verbonden met het economische tijdperk waarin nationale economieën en sectoren centraal stonden.  ‘Veel concepten die we vandaag gebruiken, hebben een origine in verschillende momenten in deze verschillende tijdperken.’  ‘Tijdens Bretton Woods, met naties als dominante organisatie, was het handig om vergelijkingen tussen deze naties en activiteiten te maken. Hieruit komen de concepten van bruto nationaal product en “economische sector”.’ Het brede gebruik van bedrijventerreinen kwam volgens Van den Berghe pas echt op gang vanaf de jaren zeventig, toen de globalisering op stoom kwam.  ‘Om deze groei in economie te sturen, werden bedrijventerreinen een essentieel planologisch instrument om deze te bundelen, op zoek naar agglomeratievoordelen en specialisatie, en vooral het beheersen van externe factoren, zoals logistiek, lawaai of geur.’ In die zin waren bedrijventerreinen tegelijk aanjager en beheersinstrument van economische groei. Volgens de universitair hoofddocent aan de TU Delft veranderde dat tijdens de periode van hyperglobalisering ingrijpend. Nederland wist zich sterk te positioneren in handel, logistiek en internationale dienstverlening.  ‘Voor de immateriële diensten zijn het best gekend de gebiedsontwikkelingen Amsterdam-Zuid of de Kop van Zuid in Rotterdam’, zegt hij.  ‘Op het andere aspect was er geen plek in de wereld die zo goed zijn havens en infrastructuur uitbouwde om de enorme groei van logistiek tijdens hyperglobalisatie te accommoderen.’ Die ontwikkeling had ook gevolgen voor de positie van bedrijventerreinen buiten de grote logistieke en stedelijke knooppunten.  ‘Bedrijventerreinen, althans die buiten de havens, werden steeds minder belangrijk. De bedrijventerreinen, en al zeker die in of nabij grote steden, die tijdens hyperglobalisatie wel nog overbleven, daarvan kan men vandaag stellen dat die het volhielden ondanks en niet dankzij de ruimtelijke ordening.’Bedrijventerrein als schakel Volgens de TU Delft-onderzoeker is dat oude perspectief nog steeds zichtbaar in de manier waarop bedrijventerreinen vandaag worden benaderd.  Ook nu ziet hij dat terreinen in en nabij steden geregeld worden herontwikkeld vanuit een discours van creativiteit, menging of circulariteit, maar dat de uitkomst vaak vooral residentieel of commercieel is. ‘Eerst met het “omarmende” of “zalvende” discours van “creatief”, “woon/werk milieus”, “circulair” of “gemengd ontwikkelen”, maar in realiteit vaak toch wel overwegend richting residentieel en commercieel landgebruik.' Tegelijk vindt de van origine Vlaming dat juist nu een andere blik nodig is. Volgens hem leven we in een periode waarin deglobalisering, geopolitieke spanningen en kwetsbare ketens de economie veranderen. Dat betekent volgens de planoloog niet het einde van het bedrijventerrein. ‘Integendeel’, zegt hij, juist een herwaardering ervan.‘Bij veel herontwikkelingen van bedrijventerreinen in of nabij grote steden zie je nu al dat ze moeilijk bereikbaar, betaalbaar en afrondbaar zijn. En de grote schokken moeten waarschijnlijk nog komen.’ Van den Berghe benadrukt met name dat bedrijventerreinen niet als losse locaties moeten worden gezien, maar als onderdelen van een groter systeem.  ‘We moeten bedrijventerreinen niet langer zien als geïsoleerde zones, maar als onderdelen van een groter, cross-sectoraal netwerk dat innovatie, veerkracht en maatschappelijke waarde genereert’, zegt hij.  Daarmee verschuift ook de betekenis van zulke gebieden: niet alleen wat er direct op het terrein gebeurt telt, maar ook de rol die het speelt in bredere productieketens, logistieke structuren en samenwerkingsverbanden. De universitair hoofddocent wijst daarbij op plekken als Eindhoven, Leuven, Gent, Delft en Leiden. Zulke terreinen zijn volgens hem succesvol omdat ze ‘de kracht van de stad benutten - toegang tot talent en nabijheid van politieke en financiële centra - en tegelijk genoeg ruimte bieden om echt bedrijventerrein te zijn’.  Maar, voegt hij eraan toe: ‘Ze staan nooit op zichzelf. Ze zijn onderdeel van een groter netwerk van bedrijven en terreinen.’ Meer dan BNP en werkgelegenheid Volgens Van den Berghe gaat het mis als bedrijventerreinen alleen worden verdedigd met cijfers over banen, rendement of bruto nationaal product (BNP). ‘Toch worden die terreinen vaak verdedigd met simpele argumenten: hun aandeel in het BNP of het aantal banen dat ze opleveren.'  ‘Maar dit soort argumenten zijn vooral defensief en ‘calimero achtig’.’ Daarmee blijft volgens hem buiten beeld wat bedrijventerreinen maatschappelijk en economisch mogelijk maken. Een van de voorbeelden die hij noemt, is circulariteit. Die ontstaat volgens hem lang niet altijd op één locatie, maar juist in netwerken tussen bedrijven op verschillende terreinen.  ‘Ons recente onderzoek laat bijvoorbeeld zien dat circulariteit in Nederland juist wordt gedragen door de goede samenwerking tussen bedrijven verspreid over verschillende bedrijventerreinen.’ Juist daarom is volgens de planoloog een ‘vernieuwende manier van ruimtelijk-economisch denken nodig, die verder gaat dan ‘rendement’, ‘BNP’, ‘topsector’, ‘winst’ of ‘aantal banen’. Die andere manier van denken heeft volgens hem ook gevolgen voor de ruimtelijke planning. De betekenis van zonering kan de komende jaren kantelen.  ‘Zonering zal in dit geval niet zoals vanaf de jaren 1970 zorgen voor het beperken van de ‘last’ van bedrijventerreinen, maar zonering zal er steeds meer voor zorgen dat bedrijventerreinen steeds minder 'last' hebben van de stad.’  'De kijk op bedrijventerreinen, stedelijke omgevingen en havengebieden moet anders. Beschouw ze niet als losse werelden, maar als onderdelen van hetzelfde economische en maatschappelijke systeem.'

31-03-2026
Aanmelden nieuwsbrief